CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

11 toelichting vast te stellen 13 december 2021.pdf - toelichting vast te stellen 13 december 2021..pdf

Cuijk - commissie Ruimte 29 november 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (ter vaststelling) Voorstel tot Vaststelling bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan 'Buitengebied, Berkenkamp tegenover 53 te Vianen’11.280 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Kenmerken van het project Bij een overweging van de kenmerken van het project zijn de volgende criteria van belang: de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering en risico's voor de menselijke gezondheid. Toetsing Voorliggend plan betreft een functiewijziging van het plangebied waarbij het realiseren van één ruimte-voor- ruimte woning mogelijk wordt gemaakt. Deze ontwikkeling zorgt niet voor belemmering wat betreft gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en het risico van zware ongevallen en/of rampen. 2. Plaats van het project De mate van kwetsbaarheid van het milieu van gebieden waarop het project invloed heeft is afhankelijk van de volgende criteria: het bestaande grondgebruik, relatieve rijkdom aan de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opname vermogen van het natuurlijke milieu met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden op basis van ecologie, landschappelijke, archeologische en cultuurhistorische waarden en wateraspecten. In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied.

Toetsing Het voormalige gebruik van het plangebied met een agrarische functie en de beperkte aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen in het plangebied zorgen ervoor dat het project zich niet in een qua milieu kwetsbaar gebied bevindt. Zoals beschreven in dit bestemmingsplan ligt het plangebied niet binnen gevoelige gebieden op basis van ecologie, landschappelijke, archeologische en cultuurhistorische waarden en water aspecten. 3. Kenmerken van de potentiële effecten De potentiële effecten van het project worden bepaald door de kenmerken en plaats van het project, in samenhang met de volgende criteria: de orde van grootte, het ruimtelijk bereik, de aard, het grensoverschrijdend karakter, de intensiteit en complexiteit, de waarschijnlijkheid en de verwachte duur, frequentie en omkeerbaarheid van de ef-

29

fecten. Daarnaast kunnen ook de cumulatie van effecten met effecten van andere projecten en de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen in overweging worden genomen. Toetsing Gezien de beperkte omvang en de aard van de ontwikkeling van één ruimte-voorruimte woning, is er geen sprake van onevenredige effecten voor het milieu in de omgeving. Conclusie Uit het voorgaande is gebleken dat er geen sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu in de omgeving. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Verder onderzoek in het kader van het Besluit milieueffectrapportage is niet nodig: het plan is niet m.e.r.-plichtig. 5.2. 5.2.1.

Fysieke aspecten Water

In hoofdstuk 3 is bepaald dat voor bouwplannen met een verharding van minder dan 500 m² geen compensatieplicht voor wat betreft het beleid van het waterschap geldt. De toename van verharding in het plangebied bestaat uit de bebouwing van de nieuwe woning (circa 135 m²) en verharding in tuinen zoals paden en bijgebouwen. Voor de verharding in tuinen wordt met een verhardingspercentage van 50% gerekend. Het woonperceel is circa 1.050 m² groot. Na aftrek van de oppervlakte van de woning blijft er (1.050 m² - 135 m²) 915 m² over voor de tuinen. 50% hiervan is afgerond 460 m². Dit is minder dan 500 m². Voor het voorliggende plan is desondanks de digitale watertoets van het waterschap Aa en Maas ingevuld, waarvan de resultaten zijn verwerkt in deze paragraaf en zijn opgenomen in bijlage 7. Het hemelwater van het verhard oppervlak wordt afgekoppeld en op grond van gemeentelijk beleid opgevangen op eigen terrein. Gemeentelijk beleid is om 60 mm te bergen per m² verhard oppervlak. De volgende rekenregel wordt toegepast voor het berekenen van de benodigde compensatie: • Benodigde compensatie (in m³) = Toename verhard oppervlak (in m²) * 0,06 • De factor 0,06 m vertegenwoordigt een maatgevende bui van 60 mm per uur (600 m³/ha). De benodigde compensatie is als volgt: Benodigde compensatie (in m³) = 460 * 0,06 = 27,6 m³.

Om de wateropgave in te vullen is er de keuze uit een aantal bergingsvoorzieningen. Voorzieningen die hiervoor gebruikt kunnen worden, zijn grindkoffers, kratten, een greppel, wadi of een vijver / poel in de tuin. Daarnaast is het mogelijk om bij de aanleg en inrichting van de tuin rekening te houden met de waterberging. Aangezien er voldoende mogelijkheden zijn om op eigen terrein in de benodigde waterberging te voorzien, wordt het plan uitvoerbaar geacht. In de regels is als voorwaardelijke verplichting opgenomen dat op eigen terrein voorzieningen voor waterberging gerealiseerd en in stand gehouden dienen te worden. De concrete uitwerking van de waterberging wordt opgenomen bij de definitieve aanvraag van de omgevingsvergunning. Conform de Waterwet is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te lozen in oppervlaktewateren. Verontreinigingen worden zoveel mogelijk voorkomen en aangepakt bij de bron (trits

30

'schoonhouden, scheiden, zuiveren'). Het waterschap adviseert geen uitlogende bouwstoffen toe te passen die via het afstromend hemelwater het oppervlaktewater kunnen vervuilen. Dit zal worden toegepast. Op het gebied van water is het bestemmingsplan uitvoerbaar. 5.2.2.

Verkeer

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. In onderhavige situatie wordt één woning toegevoegd in het plangebied. De capaciteit van de Berkenkamp en aansluitende wegen is voldoende om het extra verkeer van de nieuwe woning op te vangen. In de Nota Parkeernormen 2016-2023 van de gemeente Cuijk, die krachtens het Paraplubestemmingsplan Parkeren van toepassing is, is voor een vrijstaande woning in het buitengebied een parkeernorm opgenomen van 2,4 per woning, afgerond 3 parkeerplaatsen. Binnen het plangebied is voldoende ruimte om aan deze norm te kunnen voldoen. In de regels van dit bestemmingsplan wordt middels een voorwaardelijke verplichting bepaalt dat aan de parkeernorm dient te worden voldaan. Het initiatief is uitvoerbaar op het gebied van verkeer. 5.2.3.

Ecologie

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. De wet- en regelgeving voor natuur is in Nederland onderverdeeld in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming en soortenbescherming is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Voor wat betreft de gebiedsbescherming kan worden vastgesteld dat er geen beschermde natuurgebieden in de nabijheid liggen. Het Natura 2000 gebied Oeffelter Meent is het meest nabijgelegen Natura 2000 gebied. Dit gebied ligt op ca. 7 kilometer van het plangebied. Op voorhand kan worden gezegd dat de bouw van 1 woning, zonder gasaansluiting, geen negatieve effecten heeft op dit natuurgebied. Voor wat betreft stikstofdepositie is dit gebied ook niet overbelast. Als gevolg van de bouwactiviteiten zal zeker geen overschrijding van de kritische depositiewaarde plaatsvinden. De achtergronddepositie ligt ca. 60 mol/ha onder der kritische depositiewaarde.

31

Overzicht Natura 2000 gebieden

Uit de berekening in Aerius calculator blijkt dat er geen invloed is op Natura 2000 gebieden. Zie hiervoor bijlage 8. Vanaf 1 juli 2021 zijn bouwactiviteiten vrijgesteld voor de gevolgen van stikstof op Natura 2000 gebieden. In de Aeriusberekening is hiermee daarom geen rekening gehouden. De bouw zal te allen tijde plaatsvinden na 1 juli 2021. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is.

32

Planspecifiek In het kader van voorliggende ontwikkeling is op 30 juni 2021 een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Het gehele rapport is als bijlage 9 toegevoegd. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat kan worden uitgesloten dat de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming. Het initiatief is daarnaast niet gelegen in de omgeving van een natuurbeschermingsgebied, waardoor negatieve effecten op beschermde natuurgebied kan worden uitgesloten. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect ecologie. 5.2.4.

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.

Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van de Wamz zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken.

Planspecifiek Cultuurhistorie In of rondom het plangebied bevinden zich geen cultuurhistorische waarden. De nieuw te bouwen woning wordt ingepast in het bebouwingslint. Er worden geen cultuurhistorische waarden aangetast.

33

Archeologie Op basis van de archeologische beleidskaart van de gemeente Cuijk geldt voor het grootste deel van het plangebied een lage archeologische verwachting. Hier is geen onderzoek nodig. Binnen een kleine strook tegen de oostelijke perceelsgrens geldt 'Waarde - archeologie 5'. Hier geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 2.500 m². Binnen deze strook zal niet worden gebouwd. Archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. De dubbelbestemming blijft voor het plangebied behouden.

Uitsnede archeologische kaart

5.3.

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: 1. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; 2. het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; 3. het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten waarin is geregeld dat de gemeentelijke (plan)kosten met inbegrip van eventuele planschadevergoedingen en daarmee gepaard gaande kosten volledig worden verhaald op de

34

initiatiefnemer. Het verhaal van de kosten van de grondexploitatie is dus anderszins verzekerd. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is. 5.4. Conclusie Op basis van voorgaande kan worden vastgesteld dat het voorgenomen plan voldoet aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Er ontstaat een goed woon- en leefklimaat en er geen belemmeringen zijn uit oogpunt van milieu, landschap of anderszins.

35

6.

6.1.

Juridische planopzet

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. • Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; • Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. • Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer • (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. •  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen. 6.2.

Wijze van bestemmen

De regels van voorliggend bestemmingsplan zijn afgestemd op de regels van bestemmingsplan 'Buitengebied 2010, Herziening 2016'. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: • 'Wonen' waarbij de woonfunctie wordt neergelegd. Middels de functieaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende inhoudsmaat' wordt de positie van

Pagina 36

• • •

de nieuwe woning binnen het plangebied vastgelegd. Met de maatvoeringaanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' zijn de bouwen goothoogte van de nieuwe woning aangegeven. 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden', naast het toestaan van de gebruiksfuncties, ook voor het beschermen van de aanwezige landschapswaarden. 'Verkeer - Wegverkeer' voor de gronden tussen het nieuwe woonperceel/agrarische perceel en de gronden die al de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' hebben. 'Waarde - Archeologie 5' (dubbelbestemming), waarin de bescherming van het archeologisch bodemarchief wordt geregeld.

Over het gehele plangebied liggen daarnaast de volgende gebieds- en functieaanduidingen: • gebiedsaanduiding overige zone - accentgebied boom- en vaste plantenteelt; • gebiedsaanduiding overige zone - bebouwingsconcentratie; • gebiedsaanduiding overige zone - boom- en vaste plantenteelt categorie 2 vervallen; • gebiedsaanduiding overige zone - funnel; • gebiedsaanduidingen overige zone - radarverstoringsgebied; • gebiedsaanduiding overige zone - teeltondersteunende kassen toegestaan; • gebiedsaanduiding overige zone - verwevingsgebied vervallen. • Functieaanduiding specifieke vorm van agrarisch met waarden - aardkundig waardevol gebied • Functieaanduiding specifieke vorm van agrarisch met waarden - dassen Het beeldkwaliteitsplan dat is opgenomen als bijlage 1 wordt als aanvullend welstandskader naast de Nota Welstand Land van Cuijk vastgesteld op basis van artikel 12a van de Woningwet.

Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

37

7.

7.1.

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Ingevolge de Inspraakverordening Cuijk 2005 is het verplicht om een voorontwerpbestemmingsplan vier weken ter inzage te leggen voor inspraak. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 7.2.

Verslag artikel 3.1.1 Bro Overleg

Het voorontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied, Berkenkamp tegenover 53 te Vianen' is in het kader van het wettelijke vooroverleg toegezonden aan: 1. Waterschap Aa en Maas (Watertoets); 2. Provincie Noord-Brabant; 3. Veiligheidsregio (Brandweer) Brabant-Noord. Het Waterschap Aa en Maas en de Veiligheidsregio Brabant-Noord zijn akkoord met het plan. De provincie Noord-Brabant heeft aangegeven dat er nog geen bewijsstukken voor de benodigde ruimte-voor-ruimte titel bij dit plan zijn. Deze titel zal er in ieder geval voor de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan zijn. Eerder wordt het ontwerp bestemmingsplan niet ter inzage gelegd. Deze Ruimte voor ruimte-titel is inmiddels wel verworven (bijlage 2). 7.3.

Verslag inspraak

Het voorontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 12 september tot en met 9 oktober 2018 vier weken voor eenieder op basis van de gemeentelijke inspraakverordening ter inzage gelegen.

Pagina 38

De terinzagelegging is op 11 september 2018 bekend gemaakt in het Gemeenteblad via www.officiëlebekendmakingen.nl, de gemeentelijke website www.Cuijk.nl en op www.ruimtelijkeplannen.nl. De initiatiefnemer heeft de omwonenden hierover geïnformeerd. Er zijn geen inspraakreacties ontvangen. 7.4.

Verslag zienswijzen en ambtshalve aanpassingen

Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant hebben bij brief d.d. 17 augustus 2017 een zienswijze ingediend. De zienswijze en de gemeentelijke reactie hierop alsmede de naar aanleiding hiervan en ambtshalve doorgevoerde aanpassingen zijn opgenomen in de Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen, die als bijlage 10 is toegevoegd.

39

Bijlage 1

Overeenkomst overdracht bouwtitel Ruimte voor ruimte

40

Bijlage 2

Certificaat Bouwtitel Ruimte voor Ruimte

41

Bijlage 3

Beeldkwaliteitsplan

42

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek 14 juni 2018

43

Bijlage 5

Verkennend onderzoek asbest in bodem 29 juni 2021

44

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek 13 juli 2018

45

Bijlage 7

Watertoets

46

Bijlage 8

Aeriusberekening

47

Bijlage 9

Quickscan Wet natuurbescherming 30 juni 2021

48

Bijlage 10

Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=e5c448cd-c5c8-4506-b1cd-842ae4db676d