CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

11 r_NL.IMRO.1684.08BPLangeLinden27-ON01 (Aangepast).pdf

Cuijk - commissie Ruimte 20 september 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (ter bespreking) Voorstel inzake ontwerpbestemmingsplan Lange Linden 27 te Katwijk11.219 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regels

bestemmingsplan “Lange Linden 27 te Katwijk” Planstatus: ontwerp Datum: 2021-05-20 Plan identificatie: NL.IMRO.1684.08BPLangeLinden27-ON01 Auteur: G&O Consult

INHOUDSOPGAVE 1 Inleidende regels............................................................................................................................................................ 4 Artikel 1 Begrippen ....................................................................................................................................................... 4 Artikel 2 Wijze van meten ........................................................................................................................................... 17 2 Bestemmingsregels ...................................................................................................................................................... 19 Artikel 3 Groen - Recreatief ........................................................................................................................................ 19 Artikel 4 Maatschappelijk ........................................................................................................................................... 21 Artikel 5 Waarde - Archeologie 5 ................................................................................................................................ 23 3 Algemene regels ..........................................................................................................................................................

25 Artikel 6 Anti-dubbeltelregel ...................................................................................................................................... 25 Artikel 7 Algemene bouwregels .................................................................................................................................. 26 Artikel 8 Algemene gebruiksregels ............................................................................................................................. 27 Artikel 9 Algemene aanduidingsregels........................................................................................................................ 29 Artikel 10 Algemene afwijkingsregels ......................................................................................................................... 30 Artikel 11 Algemene wijzigingsregels.......................................................................................................................... 31 Artikel 12 Algemene procedureregels ........................................................................................................................ 33 Artikel 13 Overige regels .............................................................................................................................................

34 4 Overgangs- en slotregels.............................................................................................................................................. 36 Artikel 14 Overgangsrecht .......................................................................................................................................... 36 Artikel 15 Slotregel ..................................................................................................................................................... 37

2

3

1 INLEIDENDE REGELS ARTIKEL 1 BEGRIPPEN plan het bestemmingsplan 'Lange Linden 27 te Katwijk' met identificatienummer NL.IMRO.1684.08BPLangeLinden27ON01 van de gemeente Cuijk. bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. ondergrond de informatie die gebruikt is om de geometrische planobjecten te bepalen als vervat in het bestand NL.IMRO.1684.08BPLangeLinden27-ON01. plankaart de analoge weergave van het bestemmingsplan 'Lange Linden 27 te Katwijk', bestaande uit de kaart(en) met tekeningnummer NL.IMRO.1684.08BPLangeLinden27-ON01 met legenda. verbeelding de digitale weergave van het bestemmingsplan 'Lange Linden 27 te Katwijk', gewaarmerkt als NL.IMRO.1684.08BPLangeLinden27-ON01 en electronisch beschikbaar gesteld op de daarvoor aangewezen landelijke voorziening. aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. aaneengebouwd minimaal drie hoofdgebouwen die aan elkaar zijn gebouwd en geen interne verbindingen hebben. aangebouwd minimaal twee bouwwerken die aan elkaar zijn gebouwd en al dan niet een interne verbinding hebben. aanlegsteiger steiger waar een schip kan aanleggen.

afhankelijke woonruimte een bijbehorend bouwwerk bij een (bedrijfs)woning dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met deze (bedrijfs)woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. agrarisch gebied gebied waar ontwikkelingsmogelijkheden zijn voor agrarische bedrijven (Verordening Ruimte). agrarisch medegebruik gebied waarbinnen akkerbouw en weidegronden zijn toegestaan naast de hoofdfunctie. bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde. bedrijf / bedrijfsmatige activiteiten een inrichting gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel bedrijfsmatige dienstverlening, een beroep- of bedrijf-aan-huis niet meegerekend. bedrijf, agrarischbedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van telen van gewassen of het houden van 4

dieren, met voorzieningen onder andere ten behoeve van de verwerking/vergisting afkomstig van mest van het eigen bedrijf (Verordening Ruimte/Cuijk). bedrijf, volwaardig agrarischeen agrarisch bedrijf met de omvang van ten minste één volwaardige arbeidskracht met een daarbij passende arbeidsomvang en een daaruit te verwachten redelijk inkomen (Verordening Ruimte/Cuijk). bedrijf, ambachtelijkeen bedrijf dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsmede het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van ter plaatse vervaardigde goederen verband houdend met het ambacht. bedrijf, escortde natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in een seksinrichting wordt uitgeoefend. bedrijf, prostitutieeen bedrijf waarin het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding uitgeoefend wordt. beroep het uitoefenen van een bedrijfsmatige activiteit waarmee in het levensonderhoud wordt voorzien.

beroep-aan-huis een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner(s) wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat en een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, zoals juridische, administratieve, (para-)medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerptechnische of daarmee vergelijkbare beroepen. bedrijf-aan-huis het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk en waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende gebouwen met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. bestaand a. b.

de bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning; het gebruik van grond en bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen.

bestemming / bestemmen het hoofdgebruik van gronden en bouwwerken dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel. Bijvoorbeeld bij een woning is het hoofdgebruik herkenbaar aan een woonkamer, slaapkamer, keuken, serre, studeerkamer, ruimte voor een beroep/bedrijf-aan-huis et cetera. bestemming, mede- / medebestemmen het medegebruik van gronden ten behoeve van het hoofdgebruik en/of de openbare ruimte (Cuijk). bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.

5

bordeel specifieke vorm van een seksinrichting; een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht. Onder een bordeel worden verstaan: een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. bouwen / bebouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. bouwen, ondergrondshet plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een bouwwerk onder het ter plaatse vastgestelde peil. bouwgrens de grens van een bouwvlak. bouwgrens, voorstede naar het openbaar toegankelijk gebied gerichte grens van een bouwvlak of, indien meerdere bouwgrenzen naar een openbaar toegankelijk gebied gericht zijn, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen bouwgrens. bouwlaag of verdieping(slaag) een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op gelijk of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren en balklagen/plafonds, met inbegrip van de begane grond, en met uitsluiting van kruipruimte, zolder en vliering. bouwmassa een complex van aaneengebouwde bouwwerken.

bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan. bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct steun vindt in of op de grond. bouwwerk geen gebouw zijnde (ander bouwwerk) elk bouwwerk, dat of ontoegankelijk is, of onoverdekt is, of geen wanden heeft. bouwwerk, bijbehorenduitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of bouwwerk geen gebouw zijnde, met een dak en toegankelijk voor mensen (Bor/Cuijk). dagrecreatie recreatieve activiteit die plaats vindt binnen een periode van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang in de vorm van: a. b.

6

extensieve dagrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op natuurbeleving en landschapsbeleving zoals wandelen, skeeleren, fietsen of kanoën; intensieve dagrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig aanbieden van recreatieve activiteiten op een vaste locatie, zoals dierentuinen of attractieparken.

dak elke bovenbeëindiging van een bouwwerk. dakgoot ondergeschikt bouwdeel bedoeld voor het opvangen en wegvoeren van regenwater komend vanaf het dakvlak. detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, alsmede anders dan voor gebruik ter plaatse. detailhandel, productiegebondendetailhandel van goederen vanuit het bedrijf dat die goederen vervaardigt, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandel een ondergeschikte nevenactiviteit is van dat bedrijf. detailhandel, volumineuzedetailhandel met een groot winkeloppervlak in auto’s, boten, caravans, keukens, badkamers en sanitair en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en/of materialen; bij rechtstreeks samenhangende artikelen kan gedacht worden aan inbouwapparatuur en tegels. Onder volumineuze detailhandel wordt tevens begrepen een tuincentrum en detailhandel in grove bouwmaterialen, alsmede woninginrichting waaronder meubels, die vanwege de omvang en aard van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig hebben voor de uitstalling.

detailhandel, internetverkoop specifieke vorm van detailhandel gekenmerkt door het aanbieden van producten via internet, om deze vervolgens te distribueren aan eindgebruikers, zonder verkoopvloeroppervlakte. dienstverlening het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden. dienstverlenend bedrijf/instelling bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waarbij direct contact met de klant centraal staat, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio’s en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting. ecologische hoofdstructuur samenhangend netwerk van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden (Verordening Ruimte). erf al dan niet bebouwd bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat hoofdgebouw, voor zover de regels van dit bestemmingsplan deze inrichting niet verbieden (Bor/Cuijk).

erf, achterhet erf dat 1 meter achter de voorgevelrooilijn ligt. erf, voorhet erf dat geen achtererf is. extensief recreatief medegebruik extensieve vormen van dagrecreatie die ondergeschikt zijn aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, die een kortstondig karakter hebben en in de openlucht plaatsvinden, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, paramotorvliegen en kleinschalige recreatieve luchtvaart voor zover het starten en landen betreft. funnel obstakelvrije zone rond een start- en landingsbaan voor de vliegveiligheid. 7

gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. gebouw, bedrijfseen gebouw dat geschikt is voor bedrijfsmatige activiteiten, waaronder ook maatschappelijke- en sportgerelateerde activiteiten worden gerekend. geluidhinder gevaar, schade of hinder, als gevolg van geluid (Wg). geluidsgevoelige functies geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen, zoals woningen, onderwijsgebouwen (met uitzondering van gymnastieklokalen), ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken of medische kleuterdagverblijven (Wg/Cuijk). geluidsgevoelige objecten gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen (Wg/Cuijk). geluidzone - industrie een op grond van de Wet geluidhinder in het bestemmingsplan vastgelegd gebied rond een industrieterrein waarbuiten de geluidsbelasting veroorzaakt door dat industrieterrein niet meer bedragen dan 50 dB(A) (Wg/Cuijk).

geometrische plaatsbepaling locatie van een ruimtelijk object, vastgelegd in een ruimtelijk referentiesysteem. gestapeld minimaal twee hoofdgebouwen die op elkaar zijn gebouwd en geen interne verbindingen hebben, anders dan gemeenschappelijke voorzieningen en -ruimten. gevel of gevelvlak bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak (Wg). groeiplaats de bovengrondse en ondergrondse plaats die een boom, een bomenlaan of een bos nodig heeft om tot volle wasdom te groeien. grond(en) de onder- en bovengrond op verschillende niveaus, alsmede water, de territoriale zee en de exclusieve economische zone daaronder begrepen (Wro). herbouw reconstructie, wederopbouw, opnieuw bouwen van bestaande bebouwing. hogere grenswaarde een bij het bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen (Wg/Cuijk). hoofdfunctie een functie waarvoor het hoofdgebouw en/of gronden als zodanig mag worden gebruikt (Cuijk).

8

hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een bouwperceel en, indien meer gebouwen op het bouwperceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming het belangrijkst is (Bor/Cuijk). hoofdgebouw, functionele uitbreiding een uitbreiding van het hoofdgebouw met een functie die gelet op de bestemming tot het hoofdgebruik kan worden gerekend. hoofdverblijf de woning waar:

  

naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen door een huishouden overnacht wordt, en als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van dat huishouden aan te merken is, en waar dat huishouden staat ingeschreven in de BAG (Wgbp/Cuijk).

horeca / horecabedrijf een bedrijf dat is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van dranken of etenswaren voor gebruik ter plaatse, het bedrijfsmatig bieden van hotel- of groepsaccommodatie, het bedrijfsmatig bieden van vermaaks- of wellnessfaciliteiten of het bedrijfsmatig bieden van congres- of vergaderfaciliteiten, één en ander al dan niet in combinatie met elkaar. huishouden, huisgenoten personen (of persoon) die ieder het hoofdverblijf in een woning hebben en blijk geven duurzaam zorg te dragen voor elkaar door middel van een bijdrage in de kosten te leveren van de huishouding dan wel anderszins, en waarbij geen sprake is van intensieve therapeutische of medische verzorging/behandeling anders dan voor mantelzorg (Wmo/Cuijk). industrieterrein terrein waaraan in hoofdzaak een bestemming is gegeven voor de vestiging van inrichtingen en waarvan de bestemming voor het gehele terrein of een gedeelte daarvan de mogelijkheid insluit van vestiging van inrichtingen, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie van inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken (Wg). inrichting elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht (Wm).

inrichting, Bevieen inrichting die valt onder het regime van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. inrichting, geluidszoneringsplichtigeeen inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van een vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld (Wgh). inrichting, sekseen bedrijf met een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. installatie één of een aantal bij elkaar behorende technische en/of mechanische hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld een hijsinstallatie, antenne installatie, waterzuiveringsinstallatie en dergelijke. intensieve veehouderij agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is 9

op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden melkrundveehouderij (Verordening Ruimte). intensieve veehouderij, duurzame locatiebestaand agrarisch bouwvlak met een zodanige ligging dat het zowel vanuit milieuoogpunt (ammoniak, stank en dergelijke) als vanuit ruimtelijk oogpunt (natuur, landschap en dergelijke) verantwoord is om het ter plaatse uit te breiden. kampeermiddel een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 40 van de Woningwet een omgevingsvergunning vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf kap een dak met een helling. kleinschalig kamperen kleinschalig recreatief nachtverblijf op gronden met een andere hoofdfunctie, met gebruikmaking kampeermiddelen tot een in de regels aangegeven maximum aantal kampeermiddelen.

kleinschalig logeren kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van logies en ontbijt tot een in de regels aangegeven maximum aantal logeerplaatsen, zoals logeren bij de boer, bed & breakfast en dergelijke. kwetsbaar object / beperkt kwetsbaar object een kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (27 mei 2004), te onderscheiden in: a.

b.

10

kwetsbaar object: 1. woningen, niet zijnde een beperkt kwetsbaar object onder 2.; 2. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag,van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals:  ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen;  scholen;  gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; 3. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals:  kantoorgebouwen en hotels met een brutovloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object;  complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; 4. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; beperkt kwetsbaar object: 1. woningen, zijnde:  verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare;  dienst- en bedrijfswoningen van derden; 2. kantoorgebouwen, voor zover geen kwetsbaar object onder a.3; 3. hotels en restaurants, voor zover geen kwetsbaar object onder a.3; 4. winkels, voor zover geen kwetsbaar object onder a.3; 5.

bedrijfsgebouwen, voor zover geen kwetsbaar object onder a.3; 6. sporthallen, zwembaden en speeltuinen; 7. sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover geen kwetsbaar object onder a.4;

8.

9.

objecten die met de onder b.1 tot en met b.7 genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval (Bevi).

logeer-recreatieboerderij woning waarbij ten behoeve van de maatschappelijke functie logeren door kinderen en begeleiders is toegestaan aslmede verblijfsrecreatie. logeren niet permanent nachtverblijf maaiveld het grensvlak tussen de ondergrond en de lucht (WAM). maatvoeringsgrens de grens van een maatvoeringsvlak. maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt. mantelzorg langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt (Wmo). milieusituatie ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van milieuaspecten c.q. belasting van het milieu, zoals hinder voor omwonenden en verkeersaantrekkende werking, niet gewenst is, dient rekening te worden gehouden met:

 

de toegelaten gebruiksmogelijkheden in de bestemmingen; strijdigheid met de regels, voortvloeiend uit wettelijke bepalingen, zoals de Wet milieubeheer dan wel een Algemene Maatregel van Bestuur op grond van de Wet milieubeheer.

monumentale boom elke boom die is opgenomen in de gemeentelijke 'monumentale bomenlijst', behorende bij de gemeentelijke 'monumentale bomennota'. NAP Normaal Amsterdams Peil. nadere eis een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder d van de Wet ruimtelijke ordening. natuurontwikkeling de ontwikkeling van gebieden met een bepaalde natuurwaarde. nevenactiviteit / nevenfunctie, ondergeschikteactiviteit, die gezien de relationele aard en geringe omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit. (gewoon) onderhoud, gebruik en beheer het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt en de detaillering, profilering en vormgeving gelijk blijft (Bor/Cuijk). 11

oeverafwerking, oeverstrook elke onnatuurlijke afwerking van een oever, zoals kades, schanskorven en aanlegsteigers. omgevingsvergunning omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). onderbouw een geheel of grotendeels onder peil gelegen deel van een gebouw. ondergeschikt bouwdeel bouwdeel van beperkte afmetingen, dat buiten de gevel of het dakvlak van een bouwwerk uitsteekt en niet gericht is op vergroting van het oppervlakte, zoals dakgoten, dakoverstekken, regenafvoerpijpen, rookgasafvoeren, schoorstenen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, luifels en balkons. onderkomen voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, kampeerauto's, als ook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van recreatief buitenverblijf voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken. onevenredige aantasting de situatie dat een ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een afbreuk van bestaande ruimtelijke belangen en waarden, die redelijkerwijs niet in verhouding staat tot de ruimtelijke belangen en waarden van de ontwikkeling.

openbaar toegankelijk gebied weg, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van bouwpercelen door langzaam verkeer (Bor/Cuijk); opslagsilo veelal cilindervormig bouwwerk voor de opslag van stoffen met bijbehorende constructie en randapparatuur. overkapping een bijbehorend bouwwerk dat toegankelijk is voor mensen, een dak heeft en waaraan minimaal één zijde geen wand heeft. paardenbak / rijbak een onoverdekte voorziening bedoeld voor het berijden, africhten en laten bewegen van paarden. peil een denkbeeldig horizontaal vlak dat gebruikt wordt om de verticale maatvoering mee te bepalen. persoonsgebonden overgangsrecht een aan de (rechts)persoon gerichte beschikking waarin voor deze (rechts)persoon om redenen van billijkheid van overwegende aard van de gebruiksregels van dit bestemmingsplan wordt afgeweken. plangebied alle gronden gelegen binnen de aanduiding 'plangebied' op de plankaart. prostituee degene (v/m) die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling (Regeling Uitstapprogramma’s Prostituees). prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling.

prostitutie, raameen seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken. 12

prostitutie, straathet in openbaar toegankelijk gebied door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken. radarverstoringsgebied gebied waar beperkingen gelden ten aanzien van het bouwen ten behoeve van een goede werking van de radar op een radarstation. recreatie / recreatieve activiteit alle activiteiten die in de vrije tijd plaatsvinden en ontspanning als doel hebben. recreatie, extensieverecreatie met weinig dynamiek die nauwelijks druk uitoefent op de omgeving, gezien het beperkte aantal recreanten per tijdseenheid en oppervlakte-eenheid. Het gaat om bijvoorbeeld wandelen, fietsen, vissen en skeeleren. recreatie, verblijfshet verblijf voor recreatieve doeleinden buiten het hoofdverblijf, waarbij ten minste één nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van overnachtingen bij familie en kennissen, in de vorm van:

 

extensieve verblijfsrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op natuurbeleving en landschapsbeleving zoals een natuurkampeerterrein en dergelijke; intensieve verblijfsrecreatie welke in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig aanbieden van verblijf en recreatieve voorzieningen op een vaste locatie, zoals recreatiewoningen, bungalowparken, campings en dergelijke.

ruimtelijke kwaliteit de kwaliteit van de ruimte (woon-, werk- en leefomgeving) als bepaald door de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van die ruimte, deze kwaliteit wordt bepaald door expliciete aandacht voor de ruimtelijkfunctionele kwaliteit, de stedenbouwkundige kwaliteit, de beeldkwaliteit, de architectonische kwaliteit, de landschappelijke kwaliteit en de cultuurhistorische kwaliteit van objecten en terreinen, mede in relatie tot het streekeigen karakter van de directe omgeving (Verordening ruimte/Cuijk). schanskorf een korf, cilinder of andere omhulling die met grond, zand of steenachtige materialen gevuld wordt, onder andere als oeverafwerking ter bescherming tegen erosie, uitspoeling of afschuiving van het onderliggend materiaal. sociale veiligheid het instandhouden c.q. tot stand brengen van een ruimtelijke situatie die overzichtelijk, herkenbaar en sociaal controleerbaar is. spoorweg spoorweg als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet, voor zover deze is aangegeven op een bij of krachtens deze wet vastgestelde kaart. stedenbouwkundig beeld ruimtelijke verschijningsvorm van de bestaande bebouwing, die wordt bepaald door de situering, de aansluitende terreinen, de bouwmassa’s, de gevelindeling en de dakvormen. straat- en bebouwingsbeeld het instandhouden c.q.

tot standbrengen van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, waarbij gelet wordt op de volgende aspecten:

   

13

een goede verhouding tussen bouwmassa, gevelbeeld en openbare ruimte; een goede hoogte/breedte verhouding tussen de bebouwing onderling; een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; de hoogtedifferentatie.

twee-aaneen twee hoofdgebouwen die aan elkaar zijn gebouwd en geen interne verbindingen hebben. tuinmeubilair de op een erf en/of in een tuin opgerichte sierobjecten zoals tuinkabouters, gazonverlichting, tuinbeeld, kunstwerk, pergola, zonnewijzer en stenen tuinmeubelen. veiligheidszone gebied waar beperkingen ten aanzien van gebruik en/of bouwen gelden ter bescherming van personen tegen een aanwezig plaatsgebonden risico. verkeersveiligheid het instandhouden c.q. tot stand brengen van een goede verkeersveilige situatie, in het bijzonder het benodigde uitzicht op hoeken van wegen. vloeroppervlakte, bedrijfsde totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een gebouw en/of op een terrein die wordt gebruikt voor de uitoefening een bedrijf, een dienstverlenend bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief (binnen)opslag, rusten rookruimten, administratieruimten en dergelijke. vloeroppervlakte, brutode gezamenlijke oppervlakte van alle vloeren gelegen tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. vloeroppervlakte, verkoopde voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten dienste van de detailhandel, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank.

volkstuin perceel grond dat zich niet in de onmiddellijke nabijheid van de woning van de gebruiker bevindt, waarop de gebruiker gewassen teelt voor eigen gebruik. voorgevel de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien meerdere gevels naar het openbaar toegankelijk gebied gericht zijn, de als zodanig door het bevoegd gezag aan te wijzen gevel. voorgevelrooilijn de denkbeeldige lijn waarin de oorspronkelijke voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan voor zover gelegen binnen het bouwperceel. voorziening, bijbehorendevoorzieningen, die horen bij de betreffende bedrijfsvoering op gronden (onder andere weg- en waterbouwkundige voorzieningen) en/of bouwvlakken (onder andere opslag en energievoorziening). voorziening, groenvoorziening voor de inrichting, het onderhoud en het beheer van flora en fauna, zoals boomgeleiders, wortelkratten, bloembakken, drainage- en sproeisystemen, faunatunnels, nestkastjes en dergelijke. voorziening, maatschappelijkeeducatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke, religieuze voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening (Verordening Ruimte/Cuijk).

voorziening, nutsvoorziening voor de distributie en ontsluiting van producten en diensten van openbaar nut, zoals bushokjes, kleine pompgemalen, verkeersregelinstallaties, verdeelstations voor stroom, water en gas, telefooncellen en dergelijke. voorziening, speelvoorziening ter stimulering van het klim-, klauter- en balanceergedrag van kinderen, al dan niet functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens, zoals hangnetten, schommels, glijbanen, speelforten 14

en dergelijke. voorziening, verkeersvoorziening voor de geleiding, beveiliging en regeling van verkeersbewegingen, zoals bankjes, verkeersremmers, brughoofden, lichtmasten, bewegwijzering, plantenbakken, parkeerautomaten, parkeerplaatsen, fietsklemmen, fietsenstallingen en dergelijke. voorzieningen, waterhuishoudkundigevoorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede waterkering, wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, waterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan infiltratievoorzieningen (zoals infiltratiekratten, wadi's, infiltratiegreppels, doorlatende bestrating en infiltratie- en transportriolen), dijken, dammen, grondwallen, duikers, stuwen, gemalen, inlaten en dergelijke (WAM). vrijstaand bouwwerk dat geheel los staat van andere bouwwerken. vrijwaringszone gebied waar beperkingen gelden ten aanzien van het bouwen en/of gebruik ten behoeve van een goed functioneren van bijvoorbeeld een weg of molen. waarden, aardkundigelandschapswaarden die samenhangen met (abiotische) milieukenmerken, zoals geologie, geomorfologie, reliëf, steilranden, grondwaterhuishouding (kwelgebieden), bodemtypen/bodemopbouw/bodemsamenstelling, afzonderlijk of in onderlinge samenhang.

waarden, archeologischeactuele waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen. waarden, archeologische verwachtingspotentiële waarden die bestaan uit de mogelijke aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen. waarden, cultuurhistorischewaarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden (Verordening Ruimte). waarden, hydrologischegronden met een betekenis binnen het watersysteem van het plangebied als infiltratiegebied, intermediar gebied en/of kwelgebied. waarden, landschappelijkehet geheel van waarden in verband met bijzonder landschappelijke kenmerken van een gebied of object, in de zin van karakteristieke verschijningsvorm, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit, dat bestaat uit aardkundige, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang.

waarden, natuur(wetenschappelijke)waarden in verband met de aanwezigheid van bijzondere planten, dieren en leefgemeenschappen in onderlinge samenhang en in samenhang met hun leefomgeving (biotoop) en welke verband houden met zaken als verscheidenheid/zeldzaamheid, natuurlijkheid/ongestoordheid en kenmerkend voor het gebied. water alle water dat zichtbaar (oppervlaktewater) aanwezig is in bijvoorbeeld waterlopen, poelen, vijvers, meren en zeeën, of onzichtbaar (grondwater) aanwezig is zoals freatisch grondwater direct beneden het maaiveld (WAM). weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen 15

bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen (Wegenverkeerswet 1994/Bouwverordening Cuijk). werk een constructie geen bouwwerk zijnde, zoals bestrating, drainage, kabels en leidingen en dergelijke. werkzaamheid op zich staande activiteiten al dan niet ter uitvoering van een werk, zoals bestraten, beplanten, dempen van sloten, ploegen, heien en dergelijke. wonen het verblijven van een huishouden in een hoofdverblijf. woning een voor het wonen bestemd (gedeelte van een) gebouw (Wg/Cuijk). woning, bedrijfseen voor het wonen bestemd (gedeelte van een) bedrijfsgebouw, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens verblijf daar gelet op de bedrijfsactiviteiten noodzakelijk wordt geacht. woonsituatie het instandhouden c.q. garanderen van een goede woonomgeving, in het bijzonder met het oog op:

  

16

de lichttoetreding/bezonning ten opzichte van (bebouwing op) aangrenzende gronden; het uitzicht; de aanwezigheid van voldoende privacy.

ARTIKEL 2 WIJZE VAN METEN 2.1 Meten a. b.

Bij de toepassing van deze regels wordt loodrecht gemeten tot of vanuit het hart van de lijn, tenzij anders aangegeven. De afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is.

2.2 Maatvoering Alle maten zijn, tenzij anders aangegeven: a. voor lengten in meters (m); b. voor oppervlakten in vierkante meters (m²); c. voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³); d. voor verhoudingen in procenten (%); e. voor hoeken/hellingen in graden (º). 2.3 Bestaande maten Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a.

b.

indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer dan wel minder bedragen dan ingevolge regels hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal, respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden; In het geval van bewuste aanpassing van de ruimtelijke situatie komt het gestelde in lid a te vervallen.

2.4 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van de bouwregels, worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, onder voorwaarde dat: a. b. c.

de overschrijding van de bouwregels aan de gevels maximaal 1,6 meter is; de overschrijding van de bouwregels op het dak maximaal 3 m is; de oppervlakte mag maximaal 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak zijn.

2.5 Bouwwerken de bepaling van het peil

 

op droge grond is het peil: de hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer van het hoofdgebouw gelegen binnen maximaal 0,5 m van de hoogte van de weg waarop het bouwperceel ontsloten wordt, dan wel de hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer van het bestaande hoofdgebouw (Bor/Cuijk); op of in het water is het peil: het gemiddeld jaarlijks waterpeil ter plaatse van het bouwperceel.

de Bovenkant Spoorstaaf de bovenkant van de spoorstaaf waarop de wielen rusten (Cujk). de hoogte van de weg de hoogte van de weg zoals die door of namens burgemeester en wethouders is vastgesteld (bouwverordening Cuijk). de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee te vergelijken constructiedeel. de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen 17

bouwonderdelen. de bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het laagste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals rioleringen, kabels, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. de lengte, breedte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren. de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. de bedrijfsvloeroppervlakte van een bouwwerk de totale vloeropperbebouwingvlakte van de ruimte binnen een gebouw en/of op een terrein dat wordt gebruikt voor de uitoefening een bedrijf, een dienstverlenend bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief (binnen)opslag, rust- en rookruimten, administratieruimten en dergelijke. de verkoopvloeroppervlakte van een bouwwerk de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten dienste van de detailhandel, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank. de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. de afstand tot de bouwperceelgrens vanaf de bouwperceelgrens tot aan het gevelvlak van een bouwwerk. het bebouwingspercentage het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwvlak, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming.

18

2 BESTEMMINGSREGELS ARTIKEL 3 GROEN - RECREATIEF 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - Recreatief' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

e.

groenvoorzieningen en openbaar groen; veldsport- en speelvoorzieningen en stranden; behoud, herstel en/of ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden; water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder: 1. voorzieningen voor waterberging, -aanvoer en -afvoer; 2. watergangen, waterlopen en waterpartijen; 3. voorzieningen voor waterkeringen; extensief recreatief medegebruik;

en medebestemd voor: f. g. h.

paden, wegen en verkeersvoorzieningen; de ontsluiting van aanliggende percelen; nutsvoorzieningen;

en de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouw zijnde, werken en werkzaamheden. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. 3.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde is toegestaan, onder voorwaarde dat: a.

b.

de bouwhoogte maximaal 3,5 m mag zijn, met uitzondering van: 1. erf- en perceelsafscheidingen waarvan de bouwhoogte maximaal 2 m mag zijn; 2. ooievaarsnesten, lichtmasten, verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten waarvan de bouwhoogte maximaal 10 m mag zijn; de inhoud maximaal 25 m³ mag zijn.

3.3 Specifieke gebruiksregels Onder een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval het gebruik van gronden verstaan voor: a. b.

c. d. e. f.

met het doel van verblijfsrecreatie plaatsen van kampeermiddelen, andere onderkomens of als dagcamping; de opslag van grote obstakels als boten, caravans e.d. alsmede als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van bruikbare en/of onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens als zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het inrichten en gebruiken van gronden als erf bij een woning of als volkstuin; het recreatief nachtverblijf; detailhandel of andere handels- en/of bedrijfsdoeleinden; het beproeven van voertuigen of het beoefenen van de motor- of modelvliegtuigsport.

3.4 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 13.2, bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 en artikel 3.3 voor het toestaan van kleinschalig logeren, onder voorwaarden dat: a. 19

de logeerplaatsen dienen een plek te krijgen binnen de bestaande bebouwing;

b. c.

het aantal logeerplaatsen maximaal 5 mag zijn; de oppervlakte die gebruikt mag worden ten behoeve van het kleinschalig logeren maximaal 50% van de gezamenlijke vloeroppervlakte mag zijn tot een maximum oppervlakte van 150 m².

3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b.

het vellen of rooien van bomen; het verwijderen van landschapselementen;

Het verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden welke: c. d.

het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: e.

20

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het groen, de landschapselementen en de bijbehorende groeiplaats, landschappelijke waarden en natuurwaarden, zoals brede landschappelijke structuren.

ARTIKEL 4 MAATSCHAPPELIJK 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

therapeutische activiteiten, waaronder het opvangen en specialistisch begeleiden van kinderen met ontwikkelingsbeperking en/of gedragsproblematiek; wonen in de bestaande bedrijfswoning; logeren ter plaatse van de aanduiding 'logeer-recreatieboerderij'; verblijfsrecreatie ter plaatse van de aanduiding 'logeer-recreatieboerderij'; kleinschalig kamperen met maximaal 5 kampeerplaatsen ter plaatse van de aanduiding 'logeerrecreatieboerderij'; veldsport- en speelvoorzieningen;

en medebestemd voor: h. i. j. k. l.

water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; paden, wegen en verkeersvoorzieningen; nutsvoorzieningen; extensief recreatief medegebruik;

en de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouw zijnde, werken en werkzaamheden. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Bouwvlak Het bouwvlak mag bebouwd worden tot het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage', weergegeven maximum bebouwingspercentage. 4.2.2 Gebouwen Het bouwen van gebouwen is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', onder voorwaarde dat: a. b.

de maximale goothoogte 4,5 meter bedraagt; de maximale bouwhoogte 8 meter bedraagt.

4.2.3 Bedrijfswoning Het bouwen van een bedrijfswoning is toegestaan, onder voorwaarde dat: a. b. c. d. e.

het alleen om vervangende nieuwbouw mag gaan; bij vervangende nieuwbouw de woning uitsluitend gesitueerd mag worden ter plaatse van de bestaande funderingen en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend; de goothoogte maximaal 5,5 m mag zijn; de bouwhoogte maximaal 10 m mag zijn; de inhoud maximaal 750 m³ mag zijn, dan wel de bestaande inhoud als deze meer bedraagt.

4.2.4 Bijbehorende bouwwerken Het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij de woning is toegestaan, onder voorwaarde dat: a. b. c. d. e.

de goothoogte maximaal 3 m mag zijn; de bouwhoogte maximaal 5,5 m mag zijn; de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken maximaal 100 m² mag zijn; de afstand van vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot het hoofdgebouw maximaal 15 m mag zijn; de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk gelijk mag zijn aan de maximale bouwhoogte van het hoofdgebouw.

4.2.5 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde is toegestaan, onder voorwaarde dat de bouwhoogte maximaal 21

4,5 m mag zijn, met uitzondering van: a. b.

erf- en bouwperceelsafscheidingen waarvan de bouwhoogte maximaal 2 m mag zijn; verlichtingsarmaturen, vlaggenmasten, antennes en vergelijkbare constructies waarvan de bouwhoogte maximaal 9 m mag zijn.

4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, met inachtneming van de regels en het bepaalde in artikel 12.1, nadere eisen te stellen aan: a. b. c. d.

de bouw- en goothoogte van bouwwerken; de afmetingen van bouwwerken; de situering van bouwwerken; het aantal en de situering van parkeerplaatsen.

4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Gebruik gebouwen en bedrijfswoning Ter plaatse van de aanduiding 'logeer-recreatieboerderij' is het volgende gebruik van gebouwen en bedrijfswoning toegestaan: a. b.

De bedrijfswoning mag worden gebruikt voor bewoning door één huishouden; De gebouwen en bedrijfswoning mogen worden gebruikt voor bewoning in de vorm van logeren en verblijfsrecreatie;

4.4.2 Voorwaardelijke verplichting a. b.

De gebouwen mogen uitsluitend gerealiseerd worden na sloop van de bestaande bijgebouwen als weergegeven op blz. 14 van de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze regels. De gebouwen mogen uitsluitend in gebruik worden gehouden indien binnen 1 jaar na ingebruikname de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze regels, is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden.

4.4.3 Strijdig gebruik De bedrijfsvoering ter plaatste van de aanduiding 'logeer-recreatieboerderij' mag niet enkel gericht zijn op recreatieve doeleinden. 4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Voorwaardelijke verplichting Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.2 voor een aanpassing van de te realiseren en onderhouden landschappelijk inpassing, zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze regels.

22

ARTIKEL 5 WAARDE - ARCHEOLOGIE 5 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn, behalve bestemd voor het bepaalde in de ter plaatse geldende bestemmingen, ook bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Omgevingsvergunning Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,5 m, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. 5.2.2 Voorwaarden Indien uit het in artikel 5.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

5.2.3 Bouwverbod Indien uit het in artikel 5.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in artikel 5.2.2 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

5.3.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren ter plaatse van de aanduiding "Waarde - Archeologie 5": a. b. c. d. e.

f.

g. h. i.

23

het ophogen van de bodem, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt; het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt; het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt; het verlagen of het verhogen van het waterpeil; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt waarbij de breedte van deze werken tenminste 1,25 m bedraagt; het bebossen van gronden die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als bos zijn bestemd, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 m; het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 m; het aanleggen van bos of boomgaard, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 m; het scheuren van grasland, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 m;

j.

het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,5 m, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt.

5.3.2 Uitzonderingen Het verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden welke: a. b.

het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

5.3.3 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a.

b.

c.

de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; is gebleken dat de in artikel 5.3 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal; de in artikel 5.3 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

5.4 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Ter plaatse van de aanduiding "Waarde - Archeologie 5" kan in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het slopen de volgende voorschriften worden verbonden: a. b.

de sloopwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,5 m vanaf 0,30 m boven het maaiveld en minder worden begeleid door een gekwalificeerd deskundige; indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarde worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning.

5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5' geheel of gedeeltelijk komt te vervallen, onder voorwaarde dat op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

24

3 ALGEMENE REGELS ARTIKEL 6 ANTI-DUBBELTELREGEL Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

25

ARTIKEL 7 ALGEMENE BOUWREGELS 7.1 Ondergronds bouwen a.

b.

c.

Ondergonds bouwen in combinatie met een bovengronds gebouw is toegestaan, onder voorwaarde dat: 1. de onderbouw is alleen toegestaan daar waar bovengrondse gebouwen zijn toegestaan op basis van de bouwregels van dit bestemmingsplan; 2. de onderbouw niet groter is dan de maatvoering van de buitenzijde van de gevels op de begane grond; 3. de bovenzijde van de begane grondvloer maximaal 0,5 m boven peil mag liggen; 4. de bouwdiepte maximaal 4 m onder peil mag zijn, met uitzondering van ondergrondse parkeergarages waarvan de bouwdiepte maximaal 7 mag zijn; 5. inritten en andere toegangspartijen naar de ondergrondse bouwlaag zijn vrijgesteld van de punten 1 t/m 4. Ondergronds bouwen van een zwembad of vergelijkbare constructie bij een woning is toegestaan, onder voorwaarde dat: 1. het achter de achtergevel of het verlengde daarvan moet worden gebouwd; 2. de afstand tot de perceelgrenzen minimaal 3 meter moet zijn; 3. de bouwdiepte maximaal 2,5 meter mag zijn en de bouwhoogte maximaal 1 meter mag zijn; 4. de oppervlakte maximaal 100 m² mag zijn; 5. het bouwwerk niet overdekt is, tenzij de overdekking voldoet wordt aan de regeling voor bijbehorende bouwwerken bij een woning; 6. per bouwperceel maximaal één zwembad mag worden gebouwd.

Ondergronds bouwen van bergbezinkbassins, infiltratiebakken en vergelijkbare waterhuishoudkundige voorzieningen in alle bestemmingen is toegestaan, tenzij in een (dubbel)bestemming specifieke regels zijn opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=3a99a386-ea36-4974-b691-e6a3b86034d8