11 B3b Beerse en Baardwijkse Overlaat - Bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
18-06-2019
Cultuurhistorisch landschap (Provinciaal cultuurhistorisch belang) Naam:
Beerse en Baardwijkse Overlaat
CHW-code:
LSBO
Regio('s):
Maaskant, Langstraat
Cultuurhistorisch Het gebied van de Beerse Overlaat weerspiegelt 700 jaar waterstaatgeschiedenis. Het systeem van de Beerse Maas was het meest uitgebreide overlaatstelsel van ons land. De inrichting en het gebruik van het gebied waren belang: geheel op deze functie afgestemd. De vele landschapselementen vertellen het verhaal van deze bijzondere vorm van waterbeheer. Strategie:
Behoud open landschap Behoud en beleefbaar maken van eendenkooien, dijken, waterlopen, wielen, en terpen Natuurontwikkeling, waterberging en stedelijke uitbreiding afstemmen op de cultuurhistorische identiteit van de Beerse Overlaat Vergroten cultuurhistorische waardering door vergroting van beleving
Beschrijving:
Het gebied van de Beerse en Baardwijkse Overlaat bestaat uit een aaneenschakeling van laaggelegen gronden, omgeven door donken en oeverwallen van de Maas en door dekzandruggen. Het gebied heeft een groot aantal archeologische monumenten en vindplaatsen uit vrijwel alle perioden uit onze geschiedenis. De vindplaatsen omvatten onder meer grafvelden, woonplaatsen en rituele plaatsen (Empel).Het gebied tussen Cuijk en 's-HertogenboschHet gebied van de Beerse Overlaat is een smalle strook land ten noorden van de hogere dekzanden die zich uitstrekken van Mill via Oss naar Rosmalen. Het bestaat uit drie, geheel verschillende onderdelen. In het noorden ligt de Maas met haar uiterwaarden. Ten zuiden daarvan ligt een strook oud cultuurland op oeverwallen en donken, die al vanaf het Neolithicum bewoond is en waar de dorpen en stadjes op liggen. Aan de zuidkant van deze vanouds bewoonde zone ligt een aaneenschakeling van laaggelegen komgebieden. Door deze kommen stroomde vroeger, bij hoge waterstanden op de Maas, een parallelrivier: de Beerse Maas. Het water uit de Maas stroomde bij Cuijk het land binnen om vervolgens een brede, traag stromende rivier te vormen naar 's-Hertogenbosch. Hierdoor was het lange tijd niet mogelijk om in deze komgebieden huizen te bouwen of akkers aan te leggen. De komgebieden werden extensief gebruikt als hooi- of weiland, als griend of als eendenkooi.
Veel opgaande bomen trof men niet aan in de loop van deze Beerse Maas bossen zouden de doorstroming van het water belemmeren. De boerderijen, dorpen en steden, boomgaarden en akkers lagen op de donken en de stroomruggen langs de Maas en op de brede dekzandrug tussen 's-Hertogenbosch en Grave. Er was dus vanouds een groot verschil in visueel-landschappelijk opzicht tussen de vrij besloten oeverwallen en donken, de zeer open komgebieden en de besloten landschappen met elzen- en meidoornsingels en populierenbeplanting op de flanken van de dekzandruggen in het zuiden.In de dertiende eeuw werd bij Haps en Mill de bijzondere polder Hollanderbroek aangelegd.Voor de afwatering van het komgebied werden weteringen aangelegd. De Hertogswetering uit het begin van de veertiende eeuw is met zijn 30 km lengte een belangrijke schakel in het waterbeheer. Bij Gewande, een van de laagste punten van de Maaskant, werd het water via de Blauwe sluis geloosd in de Maas. Omdat ook andere delen van het gebied hun water naar Gewande afvoeren is hier een fascinerend en voor Nederland uniek complex van weteringen, sluizen en gemalen terug te vinden. Het gebied tussen 's-Hertogenbosch en WaalwijkDe Baardwijkse Overlaat is een natuurlijke laagte die ligt tussen de dekzandruggen van Vlijmen-Drunen en de Loonse en Drunense Duinen.
Twee eeuwen lang was het een belangrijk onderdeel van De Beerse Maas, een overlaatsysteem om het hoge water van de Maas via laaggelegen binnendijkse gronden af te voeren naar het westen. Het land van Heusden, Vlijmen en Drunen behoorde tot de Grote - of Zuidhollandse Waard. Deze waard werd in de twaalfde eeuw bedijkt. De Heidijk was het zuidoostelijke deel van de dijkring, de Elshoutsche Zeedijk was een oudere zijdwende of zijdijk die de dorpsgebieden van Elshout en Doeveren beschermde. Deze zijdwende werd een echte zeedijk na de St.-Elizabethsvloed in 1421 en de ondergang van de Grote Waard. Vanuit de Biesbosch drong de Kille diep het land in en zette het gebied ten westen van de zeedijk regelmatig onder water. Maar ook van de andere kant kwam regelmatig water tegen de dijk te staan, als de Maasdijken gebroken waren. Daarom liggen er zoveel wielen aan weerskanten langs de Elshoutsche Zeedijk. De Beerse MaasIn de late middeleeuwen werd de wateroverlast een steeds groter probleem. De lage delen van de Maaskant werden regelmatig overstroomd door het hoge water van de Maas. Bovendien werden stroomafwaarts steeds meer rivierdijken aangelegd om de polders daar tegen overstromingen te beschermen. Door de opstuwing die hiervan het gevolg was kregen de bovenstrooms gelegen gebieden te kampen met extra wateroverlast.
De bedijking van de Maas heeft van west naar oost, dus van beneden naar boven, heeft plaatsgevonden. In de loop van de 13e en 14e eeuw werd de doorgaande bedijking van de Maas tot bij Cuijk gerealiseerd. Maar de aanleg van de dijk was geen definitieve oplossing: de grilligheid van de Maas zelf en de verbindingen tussen de Waal en de Maas bij Heerewaarden bleven voor problemen zorgen. Het hoge water op de Maas veroorzaakte regelmatig gevaar voor dijkdoorbraken. Om deze reden werd het systeem van de Beerse 1
Maas ingesteld. Bij topafvoer van de Maas kon een deel van het water op twee plaatsen het binnendijkse gebied instromen. De ene overlaat lag tussen Cuijk en Katwijk, de andere ten westen van Grave. Het water liep tussen de hoge gronden van Beers en het rivierduin van Gassel-Escharen door naar het noordwesten. Hier voegde het water van de Raam zich bij het Maaswater. Op enige afstand van de Maas stroomde dit water (de Beerse Maas genaamd) over laaggelegen binnendijkse gronden naar het westen, om bij 's-Hertogenbosch, via de Bokhovense Overlaat, weer in de Maas terecht te komen. Althans, als de waterstand ter plaatse dat toestond. Vaak waren de waterstanden op de Maas bij Bokhoven echter te hoog en moest het water van de Beerse Maas zijn weg binnendijks vervolgen via het Bossche Veld naar de Baardwijkse Overlaat, om vandaar over de laaggelegen gronden van de Langstraat naar de Biesbosch te stromen. De Baardwijkse Overlaat is ingesteld in de achttiende eeuw. Het Land van Heusden lag dan als een schiereiland in het water, beschermd door een dijkring waar de Hooge Maasdijk, de Heidijk en de Elshoutsche Zeedijk deel van uitmaken. Aan de zuidkant van het Bossche Veld lagen kades om de dorpen Vught en Cromvoirt te beschermen. In het begin van de negentiende eeuw werd het systeem van de Beerse Maas verbeterd door bossen te kappen en singels en houtwallen te verwijderen.
Verdere verbeteringen konden pas worden uitgevoerd nadat de vestingstatus van 's-Hertogenbosch was opgeheven en nadat grootscheepse werken waren uitgevoerd in de benedenlopen van de Maas en de Waal. Een belangrijke verbetering was de scheiding van Maas en Waal in 1904. Door de aanleg van de Bergsche Maas kreeg de Maas een eigen uitmonding in het Hollandsch Diep, en door de bouw van de Heerewaardense Afsluitdijk werd een eind gemaakt aan de open verbinding tussen de Maas en de Waal. Dit betekende echter nog niet het eind van de Beerse Maas. Pas toen in het kader van de Maaswerken de Maas werd gereguleerd en er verschillende grote meanders waren doorgraven was de afvoer van de Maas zodanig verbeterd dat de Beerse overlaat kon worden afgesloten. Dit gebeurde in 1942. Al eerder, tussen 1907 en 1911, was het Drongelenskanaal gegraven, officieel het Afwateringskanaal 's-Hertogenbosch-Drongelen geheten. Hierdoor werden de problemen van de waterhuishouding rond 's-Hertogenbosch voor een deel opgelost. Via een overlaat, De May, ten zuiden van 's-Hertogenbosch kan het water van de Dommel en de Aa in het kanaal worden gelaten om vervolgens via de Bovenlandsche Sluis in de Bergsche Maas te worden geloosd. Hier is de waterstand gemiddeld een meter lager dan bij 's-Hertogenbosch. In droge perioden kan vanuit het Afwateringskanaal water in de polders worden ingelaten.
Bij de kruising van het Afwateringskanaal en het Oude Maasje ontstond een ingewikkelde waterstaatkundige situatie die door de aanleg van uitwateringssluizen en gemalen moest worden opgelost. In 1890 werd de Langstraatspoorlijn geopend, ook wel het 'Halve Zolenlijntje' genoemd. De treinverbinding, die tegenwoordig niet meer wordt gebruikt, ging door de hele Langstraat, van 's-Hertogenbosch naar Lage Zwaluwe, een lengte van 46 km. Het spoor ontsloot de vele leerlooierijen en schoenfabrieken in de regio. Het reizigersvervoer over deze lijn eindigde in 1950 en in 1972 werd het baanvak 's-Hertogenbosch-Raamsdonk geheel voor het treinverkeer afgesloten. Er bevinden zich twee bijzondere kunstwerken in het tracé: de brug over de Moerputten en de brug over de Baardwijkse Overlaat. De brug over de Moerputten is 600 meter lang en bestaat uit een stalen constructie die op 37 bakstenen pijlers rust.De bouw van de spoorbrug over de Moerputten was nodig om het water van de Beerse Maas vanuit de laaggelegen terreinen van De Ham en het Vlijmensch Ven naar het noorden, de Bokhovense Overlaat, te kunnen laten stromen. MaaswerkenHet duurde tot 1942 voordat de Beerse Maas definitief kon worden gesloten. De scheiding van Maas en Waal (1904) was een belangrijke vooruitgang, waardoor de situatie stroomafwaarts van 's-Hertogenbosch verbeterde.
De werkzaamheden aan de Bergsche Maas duurden van 1887 tot 1904. Toen de Maas haar nieuwe monding had gekregen werd verder nagedacht over de verbetering van de rivier. Enerzijds was er nog steeds het gevaar van overstromingen, zodat de Beerse Maas voorlopig nog niet gesloten kon worden. Anderzijds was de bevaarbaarheid van de Maas in de zomermaanden een probleem. Een goede bevaarbaarheid was nodig voor het transport van kolen uit de Limburgse mijnen. In 1913 werd een wet aangenomen om de Maas te verbeteren. Er werd voorzien in de aanleg van stuwen en schutsluizen in het traject tussen Maastricht en Grave en het afsnijden van bochten bij onder andere Boxmeer en Grave. De werkzaamheden zijn uitgevoerd tussen 1918 en 1929. Overstromingen in 1926 in de Maaskant en in het Land van Maas en Waal maakten duidelijk dat ook in het riviervak tussen Grave en Heerewaarden verbeteringen aan de Maas nodig waren. Er werden tien bochten afgesneden, waarbij de lengte van de rivier tot de helft werd teruggebracht. Bij Alem, Lith, Lithoijen, Macharen, Megen, Demen, Neerloon en Keent zijn grote meanders doorsneden en kreeg de Maas een nieuwe bedding. Het betekende tevens dat er (in 1958) een grenscorrectie moest worden uitgevoerd tussen Gelderland en Noord-Brabant omdat Gelderse gebieden aan de 'Brabantse' kant van de Maas terecht kwamen en andersom.
Toen de werken waren uitgevoerd kon de Beerse overlaat in 1942 worden gesloten.DefensieDoor de strategische ligging is 's-Hertogenbosch vanaf de stichting een belangrijk militair steunpunt geweest. De stad is gebouwd op een zandopduiking die temidden van lagere gronden ligt. Bij de stad is de brede dekzandrug van Drunen naar Oss onderbroken. De rivieren Dommel, Essche Stroom en Aa stromen naar deze laagte toe, komen in of bij de stad bij elkaar en monden als Dieze uit in de Maas. Er was dus voldoende water voorhanden om de gronden rondom de stad onder water te zetten. Behalve deze inundatiegebieden zijn er diverse forten gebouwd. De verdediging van de stad besloeg in de loop der eeuwen een steeds grotere kring. Ten zuiden van de stad fort Isabella, ten noorden ervan lagen de forten Crèvecoeur, Orthen en Engelen. De verdedigingswerken waren een belangrijk onderdeel van de Zuidelijke Waterlinie of het 'Zuidelijk Frontier' in de periode 1700-1900. In 1870, tijdens de Frans-Duitse oorlog, is deze linie voor het laatst in staat van 2
verdediging gebracht. In 1874 is de vesting 's-Hertogenbosch officieel opgeheven. In de jaren '30 van de vorige eeuw kwam de Peel-Raamstelling tot stand als verdediging tegen een mogelijke Duitse aanval. Er werd een veertig kilometer lange verdedigingslinie aangelegd tussen Grave en Budel-Dorplein. De linie bestond uit een reeks kazematten, prikkeldraadversperringen, en inundatiegebieden. Ook langs de Maas werden op strategische punten kazematten gebouwd, zoals bij Grave en Katwijk. In totaal zijn er in 1939-1940 maar liefst 383 kazematten gebouwd! Culturhistorische Beerse Overlaat Keent Vlakken: Diedensche Uiterdijk De Waarden en Ossekamp Hemelrijkse Waard en Alphense Waard Eiland van Gassel Graafsche Raam Gewande Koornwaard Baardwijkse Overlaat Fort Isabella Moerputten Omgeving Bovenlandsche Sluis Sprokkelbosch Hollanderbroek
3