11. aanvullend huismusonderzoek Dominicanenstraat 34 Langenboom.pdf
Tekst van het document
Aanvullend onderzoek huismussen Dominicanenstraat 34 Langenboom
documentkenmerk: 1812/073/JOW-09, versie B
Aanvullend onderzoek huismussen
in opdracht van Peters Projectontwikkeling T.a.v. de heer G. Wittenberg Postbus 41 5374 ZG SCHAIJK betreffende locatie Dominicanenstraat 34 Langenboom (gemeente Mill en Sint Hubert) documentkenmerk 1812/073/JOW-09 versie B vestiging Nuenen datum 2 december 2020
opgesteld door: ing. A. Paulusse
gecontroleerd door: ir. R.A.C. van de Voort
Projectleider ecologie
Senior projectleider ecologie
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies BV.
Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Arkel >> Neer >> Nuenen >>
I.
www.tritium.nl
Prinsenbeek >> Rijkevoort
KvK-nr.
17108024
documentkenmerk: 1812/073/JOW-09, versie B
Inhoudsopgave pagina 1
Inleiding
1
2
Veldbezoeken
2
3
Resultaten
3
4
Conclusies
5
4.1
Zorgplicht
5
4.2
Eindconclusie
6
5
Literatuurlijst
7
Bijlagen 1.
fotobijlage veldbezoeken van 29 mei en 13 juni 2019
documentkenmerk: 1812/073/JOW-09, versie B
1 Inleiding In opdracht van Peters Projectontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd ten behoeve van het voornemen om op de locatie Dominicanenstraat 34 te Langenboom een appartementencomplex met in totaal circa 20 appartementen te realiseren. Daarnaast bestaat het voornemen om op het achterterrein van de locatie circa 21 woningen te realiseren. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 9240 m2. Het plangebied is thans bestemd als “Horeca” en “Groen” en is in de huidige situatie in gebruik als voetbalveld (achterterrein) en een horecavoorziening (D’n Bens, café met zalen). Tijdens de quickscan op 26 maart 2019 zijn circa 20 huismussen (Passer domesticus) aangetroffen binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Deze huismussen verblijven in de achtertuinen en onder de pannendaken van de woningen die zijn gelegen aan de Espenstraat 8 t/m 20. In de achtertuin van de woning aan de Dominicanenstraat 28, die grenst aan de zuidwestelijke zijde van het voetbalveld in het plangebied, zijn ook 5 huismussen aangetroffen. De meidoornhaag in het noordoosten van het plangebied wordt onder andere gebruikt als dekking. Deze meidoornhaag gaat verdwijnen door de beoogde werkzaamheden.
Er is aanvullend onderzoek uitgevoerd om te onderzoeken of deze haag een essentieel onderdeel is van het leefgebied van de huismussen en of het rooien van de haag een negatief effect hierop heeft. Het aanvullend huismusonderzoek bestond uit twee veldbezoeken op 29 mei en 13 juni 2019.
Figuur 1: huidige situatie plangebied (blauw omlijnd) en de meidoornhaag (rood omlijnd) (bron: https://perceelloep.nl)
pagina 1 van 7
documentkenmerk: 1812/073/JOW-09, versie B
2 Veldbezoeken Huismussen zijn vogels met een vaste verblijfplaats en worden jaarrond beschermd conform de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook voor hun functionele leefomgeving. De leefomgeving van de huismus bestaat uit een vaste verblijfplaats/voortplantingsplaats, foerageergebied met voldoende voedsel en veiligheid. De te rooien meidoornhaag binnen het plangebied is geschikt als dekking voor huismussen. Om deze reden dient nader onderzocht te worden of het rooien van de haag een negatief effect heeft op het leefgebied van de huismussen. Het aanvullende onderzoek naar de huismus is uitgevoerd conform het kennisdocument van de huismus van BIJ12 (2017) en het soortinventarisatieprotocol van Netwerk Groene Bureaus (2017). Het aanvullend huismusonderzoek is uitgevoerd met twee veldbezoeken in de periode van 1 april tot en met 20 juni volgens het soortinventarisatieprotocol van Netwerk Groene Bureaus (2017). De veldbezoeken dienen te worden uitgevoerd met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. De huismusinventarisaties zijn uitgevoerd op de dagen 29 mei en 13 juni 2019. Hierbij is gelet op het gebruik van de meidoornhaag binnen het plangebied en de overige groenstructuren in de aangrenzende tuinen.
Tevens is gelet op nestindicatief gedrag (nestbouw, transport van voedsel, bedelende jongen), zingende mannetjes, baltsgedrag en aanwezigheid van een paartje bij een potentiële nestplaats in de directe omgeving van het plangebied (woningen aan de Espenstraat). Dit onderzoek is door één ecoloog overdag op een geschikt moment uitgevoerd in de periode van twee uur na zonsopkomst tot twee uur voor zonsondergang. In tabel 1 is een overzicht weergegeven van de weersomstandigheden en de start- en eindtijden per veldbezoek. In bijlage 1 zijn enkele foto’s van de waargenomen huismussen opgenomen. Tabel 1: gegevens veldbezoeken huismussenonderzoek datum
temperatuur
windkracht
starttijd
eindtijd
(°C)
(Bft)
(uur)
(uur)
29-5-2019*
15
2
9:00
10:00
13-6-2019*
20
3
13:10
14:10
*tijdens de veldbezoeken was het droog
pagina 2 van 7
documentkenmerk: 1812/073/JOW-09, versie B
3 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde aanvullende onderzoek. Tijdens de veldbezoeken zijn meerdere huismussen waargenomen binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Bij de omliggende woningen zijn enkele verblijfplaatsen aangetroffen van huismussen. Zowel de te rooien meidoornhaag als de beplanting van de omliggende tuinen worden gebruikt als dekking. Tijdens het eerste veldbezoek op 29 mei 2019 zijn in totaal ongeveer twaalf huismussen waargenomen binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Enkele (circa vijf) exemplaren zijn in de meidoornhaag binnen het plangebied waargenomen. Daarnaast zijn huismussen gezien op de daken en in de bomen, ligusterhagen en overige beplanting in de tuinen van de woningen aan de Espenstraat (bijlage 1, pagina 1, 2 en 3). Ook in de aangrenzende tuin van Dominicanenstraat 28 zijn drie exemplaren waargenomen (bijlage 1, foto 9) en in de tuin van Bergkristal 1 is een huismus waargenomen die vanaf de schutting van Espenstaat 10 naar deze tuin vloog. Circa drie exemplaren vlogen vanuit de meidoornhaag over de woningen aan de Espenstraat heen. In het appartementencomplex D’n Tip, dat ten zuidwesten grenst aan het plangebied, is minimaal één verblijfplaats van huismussen aangetroffen.
De locaties waar huismussen zijn waargenomen tijdens dit veldbezoek zijn met gele stippen weergegeven in figuur 2 op de volgende pagina. Tijdens het tweede veldbezoek op 13 juni 2019 zijn in totaal circa twintig huismussen waargenomen binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Er zijn circa tien huismussen in de meidoornhaag binnen het plangebied aangetroffen. Van deze huismussen zijn enkelen ook op de daken en in de tuinen van Espenstraat 14, 16, 18 en 20 gezien. Daarnaast zijn in de Espenstraat bij woning Dorpsstraat 4 twee parende exemplaren waargenomen (bijlage 1, foto 10 en 12) en is een verblijfplaats aanwezig onder een dakpan bij een dakraam van Iepenlaan 3 (bijlage 1, foto 14). Tevens zijn er enkele huismussen gezien in de beukenhaagje aan de Dominicanenstraat en vlogen er drie exemplaren naar de tuin van Dominicanenstraat 28, over het plangebied heen. De locaties waar huismussen zijn waargenomen tijdens dit veldbezoek zijn met oranje stippen weergegeven in figuur 2 op de volgende pagina. De verblijfplaatsen die zijn aangetroffen zijn met een rode ster weergegeven. Binnen het plangebied is tijdens beide veldbezoeken niet of nauwelijks gefoerageerd door de huismussen. Wel zijn ze foeragerend waargenomen in de tuinen van de woningen aan de Espenstraat en in de tuin van Dominicanenstraat 28.
Naast huismussen zijn ook twee merels, vier holenduiven, twee overvliegende boerenzwaluwen en een overvliegende kauw gezien binnen of in de directe omgeving van het plangebied. Conclusie: binnen het plangebied wordt gebruik gemaakt van de meidoornhaag als dekking door circa tien huismussen. Daarnaast zijn enkele verblijfplaatsen aangetroffen in de woningen in de directe omgeving van het plangebied zoals in het appartementencomplex D’n Tip en onder een dakpan bij een dakraam van Iepenlaan 3. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen omdat deze verblijfplaatsen en het foerageergebied van de huismussen niet zullen worden aangetast door de geplande werkzaamheden. Tevens zijn huismussen sterk aan mensen aangepast en niet erg verstoringsgevoelig (Krijgsveld, Smits en Van der Winden, 2008). Naast de
pagina 3 van 7
documentkenmerk: 1812/073/JOW-09, versie B
meidoornhaag worden ook de bomen en struiken in de aangrenzende tuinen gebruikt als dekking. Tevens is deze beplanting gedeeltelijk in de winter groenblijvend (ligusterhagen), in tegenstelling tot de meidoornhaag. Deze kunnen dus tevens dienen als winterslaapplaats, dat niet het geval is bij de meidoornhaag. Door de grote hoeveelheid alternatieve (groenblijvende) beplanting zal het rooien van de meidoornhaag geen negatief effect hebben op het leefgebied van de circa 20 huismussen in de omgeving. Daarnaast wordt het plangebied niet gebruikt als essentieel foerageergebied, in tegenstelling tot de tuinen van de aangrenzende woningen. Wel wordt bij de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 4 omschreven werkwijze.
Figuur 2: locaties waar huismussen zijn aangetroffen (gele, oranje en rode stippen) tijdens de veldbezoeken op 29 mei en 13 juni 2019 ten opzichte van het plangebied (blauw omlijnd)
pagina 4 van 7
documentkenmerk: 1812/073/JOW-09, versie B
4 Conclusies Binnen het plangebied wordt gebruik gemaakt van de meidoornhaag als dekking door circa tien huismussen. Daarnaast zijn enkele verblijfplaatsen aangetroffen in de woningen in de directe omgeving van het plangebied zoals in het appartementencomplex D’n Tip en onder een dakpan bij een dakraam van Iepenlaan 3. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen omdat deze verblijfplaatsen en het foerageergebied van de huismussen niet zullen worden aangetast door de geplande werkzaamheden. Tevens zijn huismussen sterk aan mensen aangepast en niet erg verstoringsgevoelig (Krijgsveld, Smits en Van der Winden, 2008). Naast de meidoornhaag worden ook de bomen en struiken in de aangrenzende tuinen gebruikt als dekking. Tevens is deze beplanting gedeeltelijk in de winter groenblijvend (ligusterhagen), in tegenstelling tot de meidoornhaag. Deze kunnen dus tevens dienen als winterslaapplaats, dat niet het geval is bij de meidoornhaag. Door de grote hoeveelheid alternatieve (groenblijvende) beplanting zal het rooien van de meidoornhaag geen negatief effect hebben op het leefgebied van de circa 20 huismussen in de omgeving. Het plangebied zal ook geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soort. Tijdens de uitgevoerde veldbezoeken zijn geen foeragerende huismussen waargenomen binnen het plangebied.
In de directe omgeving zijn voldoende alternatieve en geschiktere foerageergebieden beschikbaar, zoals de tuinen ten noorden, noordwesten en zuiden van het plangebied, waar wel meerdere huismussen zijn waargenomen tijdens beide veldbezoeken. Bij de ontwikkeling van de nieuwe woningen zal naast de bestaande tuinen ook nieuw leefgebied ontstaan door de aanleg van nieuwe groenstructuren en tuinen waar de huismussen kunnen foerageren. Om deze redenen zullen de voorgenomen plannen geen nadelige effecten hebben op de huismus. Anders dan de algemene zorgplicht bestaan er vanuit de Wet natuurbescherming geen verplichtingen ten aanzien van deze soort.
4.1 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de
pagina 5 van 7
documentkenmerk: 1812/073/JOW-09, versie B
directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).
4.2 Eindconclusie In onderstaande vier punten wordt de eindconclusie weergegeven: •
binnen het plangebied is de meidoornhaag geen essentieel onderdeel van het leefgebied van de huismussen, omdat er voldoende alternatieve dekkingsmogelijkheden aanwezig zijn in de directe omgeving van de verblijfplaatsen zoals ligusterhagen en bomen in de tuinen van aangrenzende woningen. Het rooien van de meidoornhaag zal geen negatief effect hebben op het leefgebied van de huismussen, waardoor geen verplichtingen bestaan vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soort;
•
de omschreven werkwijzen met betrekking tot de zorgplicht dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;
•
een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk;
•
de aanbevelingen in de quickscan flora en fauna dienen nageleefd te worden.
pagina 6 van 7
documentkenmerk: 1812/073/JOW-09, versie B
5 Literatuurlijst BIJ12 (2017) Kennisdocument huismus (Passer domesticus) Krijgsveld, K.L, Smits, R.R., Van der Winden, J. (2008) Verstoringsgevoeligheid van vogels op recreatie. Bureau Waardenburg B.V. Netwerk Groene Bureaus (2017) Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming
pagina 7 van 7
Fotobijlage: 1812/073/JOW-09, Dominicanenstraat 34 Langenboom
Foto 1
Foto 2
Foto 3
pagina 1
Fotobijlage: 1812/073/JOW-09, Dominicanenstraat 34 Langenboom
Foto 4
Foto 5
Foto 6
pagina 2
Fotobijlage: 1812/073/JOW-09, Dominicanenstraat 34 Langenboom
Foto 7
Foto 8
Foto 9
pagina 3
Fotobijlage: 1812/073/JOW-09, Dominicanenstraat 34 Langenboom
Foto 10
Foto 11
Foto 12
pagina 4
Fotobijlage: 1812/073/JOW-09, Dominicanenstraat 34 Langenboom
Foto 13
Foto 14
Foto 15
pagina 5
Fotobijlage: 1901/051/JOW-01, Mr. Bierensweg 56, Prinsenbeek
Foto 16
Foto 17
Foto 18
pagina 6