CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

11-33 Bijlage 10 Watertoets - Bijlage 10 Watertoets BP Raamweg Cuijk VA.pdf

Cuijk - raadsvergadering 21 juni 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (B-stuk) Voorstel 2021-33 tot vaststelling Bestemmingsplan Raamweg Cuijk7.286 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WATERTOETS RAAMWEG-BEERSEBAAN TE CUIJK

Rapportage watertoets Raamweg-Beersebaan te Cuijk Opdrachtgever

JP Real Estate I Bonkelaar 14 6595 CC Ottersum

Rapportnummer Versienummer

8787.003 D2

Status

Eindrapportage

Datum

21 juli 2020

Vestiging

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

ing. R. van den Berg

Paraaf

Kwaliteitscontrole

dr. ir. B.A. van de Pas

Paraaf

Kwaliteitszorg Voor het uitvoeren van doorlatendheidsonderzoek zijn geen wettelijke richtlijnen vastgesteld. Econsultancy voldoet voor haar overige dienstverlening ten aanzien van bodem aan alle wettelijke kwaliteitseisen. Tot aan het moment dat voor doorlatendheidsonderzoek kan worden gewerkt volgens vastgestelde protocollen en richtlijnen wordt daar waar mogelijk aangesloten aan algemene kwaliteitseisen zoals deze voor bodemonderzoek gelden.

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen geldende normen en met behulp van gespecialiseerde apparatuur. Het onderzoek betreft een momentopname in de tijd en is steekproefsgewijs uitgevoerd, waardoor een beeld van de geohydrologische situatie wordt verkregen. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

3

GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK ............................................................................. 6 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

4

Waterschap Aa en Maas .................................................................................................. 9 Gemeente Cuijk .............................................................................................................. 10

TOEKOMSTIGE SITUATIE ...................................................................................................... 11 5.1 5.2 5.3

6

Algemeen.......................................................................................................................... 6 Uitvoering .......................................................................................................................... 6 Lokale bodemopbouw en grondwaterniveau .................................................................... 6 Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven ....................................................................... 7 Resultaten ......................................................................................................................... 7 Beoordeling doorlatendheid .............................................................................................. 8

WATERRELEVANT BELEID ...................................................................................................... 9 4.1 4.2

5

Huidig en toekomstig gebruik ........................................................................................... 2 Bodemopbouw .................................................................................................................. 3 Geohydrologie .................................................................................................................. 3 Grondwater ....................................................................................................................... 3 Oppervlaktewater.............................................................................................................. 5 Ontwatering ...................................................................................................................... 5 Riolering ............................................................................................................................ 6

Ontwikkeling ................................................................................................................... 11 Verhard oppervlak .......................................................................................................... 11 Water(bergings)opgave .................................................................................................. 11

PLANUITWERKING.................................................................................................................. 12 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

Randvoorwaarden en uitgangspunten ........................................................................... 12 Hemelwaterafvoersysteem ............................................................................................. 12 Lediging .......................................................................................................................... 13 Calamiteit ........................................................................................................................ 14 Riolering .......................................................................................................................... 14 Keur ................................................................................................................................ 14 Kwaliteit .......................................................................................................................... 14

8787.003

BIJLAGEN: 1. 2. 2a. 2b. 3. 4. 5. 6.

- Topografische ligging - Gegevens veldonderzoek Situering boringen Boorprofielen - Berekende k-waarden - Situatietekening V3 (SO-0-SIT.03) - Samenvatting digitale watertoets - Resultaten digitale watertoets

8787.003

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van JP Real Estate I opdracht gekregen voor het opstellen van een watertoets voor een ontwikkeling van een perceel gelegen te Cuijk op de aansluiting van de Raamweg met de Beersebaan. De watertoets is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Aa en Maas en de gemeente Cuijk). De watertoets is géén aparte procedure, maar is een traject dat geïntegreerd is in de procedure van het ruimtelijk plan of besluit. Uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen is dat een ruimtelijk besluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevert dan in het bestaande beleid is vastgelegd. Met het opstellen van de watertoets wordt beoogd dat water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen. Concreet betekent dit dat onderzocht moet worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met hemelwater. Uiteindelijk moet het resultaat zijn dat een nieuw plan/project, dan wel een wijziging hiervan, hydrologisch neutraal is, of -indien mogelijk- een verbetering met zich meebrengt.

In een zogenaamde "waterparagraaf" (onderdeel toelichting bestemmingsplan) wordt daarbij met name de wijze waarop de afvoer van hemelwater van daken en verhardingen plaats zal vinden, in de toelichting van het bestemmingsplan vastgelegd. De onderhavige watertoets ligt hieraan ten grondslag. De informatie over de planlocatie is onder andere gebaseerd op informatie uit het op 15 februari en 22 februari 2019 uitgevoerde veldonderzoeken en informatie verkregen van de opdrachtgever (contactpersoon de heer Arts).

Rapport 8787.003 versie D2

Pagina 1 van 14

2 2.1

LOCATIEGEGEVENS Huidig en toekomstig gebruik

De planlocatie (± 3.200 m²) is gelegen in Cuijk op de aansluiting van de Raamweg op de Beersebaan (zie bijlage 1) en is kadastraal bekend gemeente Cuijk, sectie M, nummers 821 (ged.) en 677 (ged.). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 10,3 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 187.254, Y = 415.989. De planlocatie is in gebruik als grasland en is voor zover bekend altijd onbebouwd en onverhard geweest (zie figuur 1 t/m 3). In figuur 4 is de begrenzing van de planlocatie weergegeven.

Figuur 1. 1935

Figuur 2. 1970

Figuur 3. 2010

Figuur 4. Ligging planlocatie

Rapport 8787.003 versie D2

Pagina 2 van 14

2.2

Bodemopbouw

De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit een kalkloze poldervaaggrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit zavel en lichte klei. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Kreftenheye. 2.3

Geohydrologie

Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologische eenheden) van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS II model van TNO. Het REGIS II model geeft op een schematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw en doorlatendheid van de ondergrond op een regionale schaal. Op basis van de gegevens uit het REGIS II model van TNO blijkt het eerste watervoerend pakket te worden gevormd door respectievelijk de formaties van Kreftenheye, Beegden, Peize-Waalre, Kiezeloöliet en Oosterhout. Het eerste watervoerende pakket heeft een dikte van > 50 meter. Tabel I geeft een overzicht van enkele geohydrologische gegevens voor het gebied waarin de planlocatie zich bevindt. Tabel I.

Geohydrologie Diepte m -mv

Formatie

Typering

Bodem

0-6

Kreftenheye

WVP

zand

6-16

Beegden

WVP

zand

16-24

Peize-Waalre

WVP

zand

24-30

Kiezeloöliet Formatie

WVP

zand

30-50

Oosterhout

WVP

zand

50-180

Breda

WVP

zand

DKL = deklaag

2.4

WVP = watervoerend pakket

SDL = slecht doorlatende laag

Grondwater

Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Het grondwater staat in de winter van nature hoog en in de zomer laag. In de winter is de temperatuur laag, waardoor de verdamping gering is en alle neerslag het grondwater kan aanvullen. In de zomer gebeurt het omgekeerde: de temperatuur is hoog en dus verdampt er veel neerslag en is de stijghoogte laag. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerste watervoerende pakket wordt gemonitoord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek’ van de Geologische Dienst Nederland worden de historische grondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerd met behulp van dagelijkse metingen van neerslag en verdamping uit gegevens van het KNMI.

Rapport 8787.003 versie D2

Pagina 3 van 14

Het grondwater van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens van de geraadpleegde bronnen, in noord tot noordwestelijke richting. In het archief van TNO is in de directe nabijheid van de planlocatie één grondwaterpeilput gelegen waarvan over de periode 7 maart 2016 tot en met 10 juli 2018 grondwaterdata beschikbaar is. In totaal hebben in deze periode 856 waarnemingen plaatsgevonden. In tabel II zijn de gegevens van de betreffende grondwaterpeilput opgenomen. In figuur 5 is de situering van het grondwatermeetpunt ten opzichte van de planlocatie weergegeven. Tabel II.

Gegevens grondwaterpeilput B46A2068

grondwaterpeilput

windrichting t.o.v. locatie

afstand t.o.v. locatie (m)

meetperiode

GHG (m +NAP)

B46A2068

noord

205

7 maart 2016 -10 juli 2018

8,90

Figuur 5. Ligging grondwaterpeilput B46A2068

Op basis van de grondwaterdata van deze grondwaterpeilput alsmede de grondwaterstromingsrichting wordt voor de planlocatie uitgegaan van een Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) van circa 9,0 m +NAP. Hiermee zou de GHG zich op ± 1,3 m -mv bevinden. De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

Rapport 8787.003 versie D2

Pagina 4 van 14

2.5

Oppervlaktewater

Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. De planlocatie wordt aan de zuidzijde begrenst door een primaire watergang (code: 1060260). Vanuit deze watergang wordt water in westelijke richting afgevoerd. In figuur 6 is een uitsnede van de leggerkaart van waterschap Aa en Maas weergegeven.

Figuur 6. Uitdoorsnede legger oppervlaktewater waterschap Aa en Maas

2.6

Ontwatering

Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten en droogleggingseisen. De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen.

Rapport 8787.003 versie D2

Pagina 5 van 14

Normen voor de ontwateringsdiepte zijn:    

Woningen met kruipruimte: Tuinen en openbare groenvoorzieningen: Primaire wegen: Secundaire wegen en woonstraten:

0,7 m -mv 0,5 m -mv 1,0 m 0,7 m

Het huidige maaiveld is gemiddeld gelegen op een hoogte van circa 10,3 m +NAP. De GHG is ingeschat op 9,0 m +NAP. De ontwatering zal in de toekomstige situatie voldoende zijn. Geadviseerd wordt om de toekomstige bouwpeilen circa 20 cm hoger aan te leggen dan het naastgelegen wegpeil. 2.7

Riolering

In de rondom de planlocatie gelegen wegen is een gemengd rioolstelsel gelegen.

3 3.1

GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK Algemeen

Voor het uitvoeren van een geohydrologisch veldonderzoek gelden geen richtlijnen. De onderzoeksstrategie is in overleg met de opdrachtgever vastgesteld en betreft maatwerk. Ten aanzien van de uitvoering is aangesloten op het SIKB-protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen". Het onderzoek heeft een oriënterend karakter. 3.2

Uitvoering

Op de planlocatie is door Econsultancy op 15 februari 2019 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnummer 8787.001). Destijds zijn er 15 boringen verricht, waarvan 1 boring boringen is afgewerkt als peilbuis. Om inzicht te verkrijgen in de bodemopbouw is gebruik gemaakt van de (diepere) boringen van het verkennend bodemonderzoek. Daarbij zijn enkele boringen van het verkennend bodemonderzoek doorgezet tot 3,0 m -mv. Op basis van de boorprofielen, bodemopbouw en textuur zijn de te onderzoeken bodemlagen vastgesteld en zijn in-situ 4 doorlatendheidsmetingen uitgevoerd conform de methodiek zoals omschreven in paragraaf 3.4. Op de locatieschets in bijlage 2a is de situering van de boringen van het verkennend bodemonderzoek weergegeven. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt (zie bijlage 2b). 3.3

Lokale bodemopbouw en grondwaterniveau

De bodem wordt gekenmerkt door een sterk heterogene opbouw waarbij op wisselende diepten de bodem bestaat uit een afwisseling van sterk siltige, zeer fijne zandlagen en matig tot sterk zandige kleilagen. De zandlagen zijn daarnaast zwak tot matig grindig. De bovengrond is bovendien zwak humeus. In het zuid tot zuidoostelijke deel van de planlocatie komt in de ondergrond, vanaf circa 2,5 m -mv komt tot de onderzochte diepte, zwak tot sterk kleiig veen voor. In het noodwestelijke deel van de planlocatie, bij boring 4,0 is tot op de onderzochte diepte van 3,0 m -mv in de ondergrond geen veen aangetroffen.

Rapport 8787.003 versie D2

Pagina 6 van 14

Tijdens het plaatsen van de boringen, op 15 februari 2018, is de stand van het grondwater ingeschat op 2,40 m -mv. Een week na plaatsing van de peilbuis (22 februari 2019) is in de peilbuis een grondwaterstand gemeten op 2,28 m -mv. 3.4

Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven

Op basis van de profielbeschrijvingen en de actuele grondwaterstand zijn de te onderzoeken bodemlagen vastgesteld. Vervolgens is in de directe nabijheid van de referentieboring, per meting, een nieuwe boring verricht tot in de te onderzoeken homogene bodemlaag. Bij de keuze van de te onderzoeken bodemlaag is rekening gehouden met de doelstelling van het onderzoek. De doorlatendheid (k-waarde) van de bodem is bepaald met behulp van de Falling head-methode (omgekeerde Hooghoudt-methode). Bij de Falling head-methode wordt na eenmalig opbrengen van een waterkolom de zaksnelheid van het water gemeten. Om instorting van het boorgat te voorkomen, is in het boorgat een filterbuis aangebracht die aan de onderzijde over een lengte van 1 m is geperforeerd. Na plaatsen van de filterbuis is water opgebracht. Voor het meten van de waterstandsdaling is gebruik gemaakt van een digitale drukopnemer (Diver). Aan de hand van de zaksnelheid is vervolgens met behulp van de formule van Hooghoudt de gemiddelde doorlatendheid (k-waarde) berekend.

3.5

Resultaten

Tabel III geeft een overzicht van het uitgevoerde veldwerk en de bodemlaag waarin een in-situ doorlatendheidsmeting is uitgevoerd. Tevens zijn in de tabel de resultaten van de berekende k-waarden weergegeven en is de doorlatendheid van de bodem per boring en traject beoordeeld conform de classificatie uit tabel IV. Bijlage 3 bevat de grafische uitwerking en de berekening van de k-waarden van de onderzochte bodemlaag nabij boring 02. Tijdens het uitvoeren van de doorlatendheidsmetingen, in de onverzadigde zone, is een zekere toestroom van hangwater in de boorgaten waargenomen. Hierdoor is de waterkolom in de boorgaten nabij boring 01, 03 en 04, na het eenmalig opbrengen van water, gedurende de meting gaan stijgen of contant gebleven. Op deze locaties heeft derhalve geen goede doorlatendheidsmeting kunnen plaatsvinden.

Rapport 8787.003 versie D2

Pagina 7 van 14

Tabel III.

Overzicht k-waarde per meting

Boring

Aantal Metingen

Onderzochte bodemlaag (cm -mv)

01*

1

50-100

sterk siltig zeer fijn zand

02

1

100-150

03*

1

04*

1

(*A)

Textuur

Opmerkingen

K-waarde (m/dag)

Beoordeling doorlatendheid

zwak grindig

-

-

klei, sterk zandig

zwak veenhoudend

0,1

slecht

100-150

klei, sterk zandig

-

-

-

100-150

sterk siltig zeer fijn zand

zwak grindig

-

-

Vanwege de instroom van hangwater in het boorgat is geen waterstandsdaling opgetreden. Hierdoor is niet mogelijk gebleken een correcte meting uit te voeren.

Tabel IV.

Classificatie doorlatendheid

K-waarde (m/dag)

Classificatie (*A)

< 0,01

zeer slecht doorlatend

0,01-0,1

slecht doorlatend

0,1-0,5

matig doorlatend

0,5-1,0

vrij goed doorlatend

1,0-10

goed doorlatend

> 10 (*A)

3.6

zeer goed doorlatend Classificatie k-waarde (m/d) (bron: Cultuurtechnisch Vademecum, 2000)

Beoordeling doorlatendheid

De haalbaarheid van hemelwaterinfiltratie is onder andere afhankelijk van de doorlatendheid van de bodem, de aanwezigheid van stoorlagen (klei en leem). Econsultancy acht bodemlagen met een minimale doorlatendheid van 1,0 m/dag geschikt voor infiltratie van hemelwater. Op basis van de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek zijn de infiltratiemogelijkheden binnen de onderzoekslocatie, mede op basis van bodemopbouw en textuur, beperkt.

Rapport 8787.003 versie D2

Pagina 8 van 14

4

WATERRELEVANT BELEID

De planlocatie is gelegen binnen het beheersgebied van Waterschap Aa en Maas en de gemeente Cuijk. 4.1

Waterschap Aa en Maas

De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord- Brabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. In de keur is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen (Artikel 3.6 ‘Verbod afvoer door verhard oppervlak’). De waterschappen hebben bij de Keurregels enkele hydrologische uitgangspunten opgesteld voor het afvoeren van hemelwater. Dit verbod uit artikel 3.6 van de keur is van toepassing tenzij:    

Het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak maximaal 2.000 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. De toename van het verhard oppervlak tussen 2.000 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel.

Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06.   



Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen.

Bij ontwikkelingen waarbij de toename van het verhard oppervlak 2.000 m2 of groter is, wordt vanuit het waterschap retentie geëist. Bron: Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen

Rapport 8787.003 versie D2

Pagina 9 van 14

4.2

Gemeente Cuijk

Het (hemel)waterbeleid van de gemeente Cuijk is onder meer vastgelegd in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP). Het VGRP is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. In het VGRP heeft de gemeente voor de planperiode 2019-2023 vastgelegd wat zij wil bereiken en wat de rol van burgers en bedrijven is ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. In aanvulling op het gemeentelijk rioleringsplan 2015-2019 en als bouwsteen voor het vigerende VGRP 2019-2023. Heeft de gemeenteraad van Cuijk in 2017 een nieuw hemelwaterbeleid vastgesteld. In dit Hemelwaterbeleidsplan is vastgelegd hoe de gemeente richting de toekomst om wenst te gaan met het afkoppelen van hemelwater. Met de vaststelling van het hemelwaterbeleidsplan heeft de gemeenteraad besloten om na 2025 waterrobuust te zijn door hemelwater van de riolering te hebben afgekoppeld. Om hier invulling aan te geven wordt in het opgestelde hemelwaterbeleidsplan gestreefd naar het vasthouden en infiltreren van zoveel mogelijk water op particulier terrein. Bij nieuwe ontwikkelingen eist de gemeente dan ook een waterbergingscompensatie op eigen terrein van 60 mm per m2 nieuw verhard oppervlak. Nieuwe bebouwing dient daarbij, conform het Bouwbesluit, te worden voorzien van een gescheiden afvoer/verwerking van schoon hemelwater en afvalwater.

Bij afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater dient rekening te worden gehouden met de hydrologische uitgangspunten van het waterschap. In het geval een waterbergingsvoorziening wordt voorgeschreven/aangelegd dient deze te voldoen aan de volgende eisen:  Controleerbaar op werking (dus zichtbaar of toegankelijk);  Mogelijkheid tot reiniging, inspectie en onderhoud;  De afvoer uit een voorziening dient te worden ontworpen op een maximale afvoer van 2 l/s/ha op het bestaande watersysteem. De voorziening dient tevens te worden getoetst op een maximum ledigingstijd van 5 dagen (uitgaande van maximaal 2 mm neerslag per etmaal);  De inhoud van de voorziening dient boven de gemiddelde grondwaterstand te zijn gelegen, waarvan tenminste tweederde deel boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG);  De verwerking van het hemelwater moet altijd zodanig worden ontworpen dat het bijdraagt aan het verminderen van piekafvoeren en niet leidt tot wateroverlast;  De toepassing van een overloopvoorziening voor de afvoer van overtollig hemelwater is aan te bevelen. Op het moment dat de hemelwatervoorziening vol is kan het overtollige water nog steeds van het particuliere terrein worden afgevoerd.

Rapport 8787.003 versie D2

Pagina 10 van 14

5

TOEKOMSTIGE SITUATIE

5.1

Ontwikkeling

Het planvoornemen voorziet in de herbestemming van de desbetreffende gronden ten behoeve van de realisatie van een horecagelegenheid in combinatie met de realisatie van de ontsluiting en de openbare ruimte. 5.2

Verhard oppervlak

Om een indicatie te geven van het toekomstig verhard oppervlak is uitgegaan de situatietekening SO0-SIT.01 d.d. 7-7-2020 zoals opgenomen in bijlage 4. In tabel V staan de oppervlakten van de toekomstige bebouwing(en) en verhardingen weergegeven. Tabel V.

Gegevens toekomstig verhard oppervlak

Verhard oppervlak

Toekomstig (m²)

Dak

± 410

Ontsluiting

± 905

Terras en paden

± 325

Parkeren

± 585

Totaal

± 2.225

Ten opzichte van de huidige situatie zal het verhard oppervlak toenemen met 2.225 m2. 5.3

Water(bergings)opgave

Op basis van de toekomstig en af te koppelen verhard oppervlak bedraagt de waterbergingsopgave in totaal circa 134 m3 (2.225 m2 x 0,06 m).

Rapport 8787.003 versie D2

Pagina 11 van 14

6 6.1

PLANUITWERKING Randvoorwaarden en uitgangspunten

In het kader van de planontwikkeling is het proces van de digitale watertoets doorlopen. Op basis van de digitale procedure blijkt dat het plan een groot effect heeft (groot waterbelang). Vooroverleg met het waterschap is noodzakelijk. De samenvatting en de resultaten van de digitale watertoets zijn opgenomen in bijlage 5 en 6. Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.

   

100% afkoppeling van verhard oppervlak. Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd. Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren). Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). De ontwikkeling dient hydrologisch neutraal plaats te vinden (HNO). De wateropgave baseren op de daadwerkelijke toekomstig verhard oppervlak. Vooralsnog is uitgegaan van 2.225 m2. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren conform 60 mm gerekend over het aantal m2. Waterbergingsopgave 134 m3. Aanlegdiepte bergingsvoorzieningen boven de GHG. GHG is ingeschat op 9,0 m +NAP (1,3 m -mv). Bouwen volgens Duurzaam Bouwen (DuBo) principe.

6.2

Hemelwaterafvoersysteem

      

In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar worden verwerkt conform de uitgangspunten en beleid van het bevoegd gezag. Het planvoornemen biedt de mogelijkheid om hemelwater bovengronds te bergen door de aanleg van een wadi aan de oostzijde van het plan. Wanneer over een lengte van 40 m een wadi wordt aangelegd met een diepte van 1,0 meter zal, uitgaande van een talud van 1 op 1,5, de wadi een breedte moeten hebben van 6,5 meter om de totale wateropgave te kunnen bergen. In een dergelijke situatie is in het systeem nog en waking aanwezig van 0,2 meter. De kengetallen van wadi zijn opgenomen in tabel VI. In figuur 7 is een globale situering van de bergingsvoorziening weergegeven.

Rapport 8787.003 versie D2

Pagina 12 van 14

Tabel VI.

Kengetallen bovengrondse bergingsvoorzieningen Verhard oppervlak

zuid

Lengte (m)

40

Breedte (m)

6,5

Talud 1:

1,5

Inhoud (m3) bij peilstijging 0,8 m

140

Inhoud (m3) bij peilstijging tot aan maaiveld

190

Figuur 7: Situering wadi

Het vullen van de voorziening kan op via maaiveld, op conventionele wijze middels kolken en verbuizing, permeoblokken en/of lijn,- molgoten. Met deze invulling wordt bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen en wordt hemelwater op een duurzame wijze verwerkt. De ontwikkeling is daarmee hydrologisch neutraal. 6.3

Lediging

Op basis van de bodemopbouw, textuur als ook de onderzoeksresultaten van het uitgevoerde doorlatednheidsonderzoek zal de voorziening naar verwachting zeer traag ledigen. Om een snellere lediging van het systeem te waarborgen zal tijdens de verder planvorming onderzocht moeten worden welke maatregelen de infiltratiecapaciteit kunnen verbeteren. Hierbij kan gedacht worden aan het aanleggen van grindpaden dan wel verticale infiltratie units of door lokaal de aanwezige storende lagen weg te graven en aan te vullen met goed doorlatend materiaal.

Rapport 8787.003 versie D2

Pagina 13 van 14

6.4

Calamiteit

Het beschreven systeem is dusdanig robuust dat een situatie waarbij in een korte tijd 60 mm neerslag valt geborgen kan worden. In een situatie waarbij in een korte tijd meer regen valt dan 60 mm kan overtollig water overstorten richting het oppervlaktewater. Afstroming van hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen dient te worden voorkomen. Indien ten aanzien van de lozingsconstructie wordt voldaan aan algemene regel 14. ‘Lozingsconstructies en onttrekkingswerken in en nabij oppervlaktewaterlichamen’ uit de keur is volgens het waterschap de aanleg overstort op de watergang toegestaan. 6.5

Riolering

Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden aangeleverd te worden. Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een toename in het aanbod van vuilwater op het riool. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. In overleg met de gemeente Cuijk zal tijdens de verdere planvorming de mogelijkheden omtrent en de wijze waarop en hoe aangesloten kan worden op de riolering nader besproken moeten worden. 6.6

Keur

De planlocatie wordt aan de zuidzijde begrensd door een primaire watergang en bijbehorende beschermingszone. De ligging en begrenzing van de beschermingszones zijn vastgelegd in de Legger Oppervlaktewater van het Waterschap Aa en Maas. Op basis van de huidige planinvulling, ligging watergang en beschermingszone is de ontwikkeling niet gelegen binnen deze beschermingszone. 6.7

Kwaliteit

In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd de emissies vanuit bouwmaterialen richting het oppervlaktewater zoveel mogelijk te beperken in verband met de waterkwaliteit en zoveel mogelijk gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Daarnaast dient het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk beperkt te worden en wordt geadviseerd bij voorkeur gebruik te maken van alternatieven hierin. Ook het wassen van auto’s is bij afkoppeling van hemelwater niet wenselijk.

Econsultancy Boxmeer, 21 juli 2020

Rapport 8787.003 versie D2

Pagina 14 van 14

Bijlage 1

Topografische ligging van de locatie

Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht

Bijlage 2 Gegevens veldonderzoek

Bijlage 2b

Situering boringen

Bijlage 2b

Boorprofielen



0

23

01

4

4

4

 5 4

4

6 



4

4 9

5 55

54

17 879:441;397641<7=69:>< ?@A4@7972<41B1@9C74=AB2219 B<DB5 5AEA 879A6;39A67=697641< 17972<41B449C74=AB221 879:441;397641<7=69:>< 179137B1@9C74=AB221 F=497641<:79137B1@9 C74=AB221 879:441;397641<7=69A6 179:><<=4?2@7479 137B449C74=AB221 F=497641<:79:>< 44?2@747972<41B1@9 C74=AB221 879:441;397641<7=69:>< <=4?2@7479137B449 C74=AB221 G4497641<<=4H914764D=649 72<41B1@9G44B221 G449:><<=4H914764D=649 72<41B1@9G44B221

2J

01

4

4

4

 5 4

4

6 



4

4

5

5



17 879:441;397641<7=69:>< ?@A4@7972<41B1@9C74=AB221 879:441;397641<7=69:>< 17972<41B449C74=AB221 F=497641<:79A6 44?2@747914764D=649 72<41B1@9C74=AB2219 K>6412D54 5ALA F=497641<:79:>< 44?2@747972<41B1@9 C74=AB221 879:441;397641<7=6972<41 137B449C74=AB221 F=49A6:7972<41 137B449C74=AB221 F=497641<7=69:><44?2@7479 72<41B1@9G44B221 G4497641<<=4H914764D=649 72<41B1@9G44B221

5I

2M

01

4

4

4

 5

9

6 4

4

4 



4

4

5

9 5

2R

01

4

4

0123456527489 9



6 4

17 879:441;397641<7=69:>< ?@A4@7972<41B1@9C74=AB221 879:441;397641<7=697641< 17972<41B449C74=AB221 879:441;397641<7=69A6 179:><=4N?2@7479 137B1@9C74=AB2219 K>6412D54 5ALA F=497641<:79137B1@9 C74=AB221 879:441;397641<7=69A6 179:><44?2@747972<41 137B1@9C74=AB221 F=497641<:79:>< 44?2@747972<41B1@9 C74=AB221 879:441;397641<7=69:>< <=4?2@7479137B449 C74=AB221 G4497641<<=4H914764D=649 72<41B1@9G44B221

17 879:441;397641<7=69:>< ?@A4@7972<41B1@9C74=AB221 879:441;397641<7=697641< 179:><=4N?2@7479 B1@B449C74=AB221 F=497641<:79137B1@9 C74=AB221

2O

01

4

4

4

 5 4

4

6 

 5

4

Q

5

5

01

2S 4

4

4

17 879:441;397641<7=69:>< ?@A4@7972<41B1@9C74=AB221 879:441;397641<7=69A6 179:><<2=41@7?2@7479 A6B<7644?2@7479137B1@9 C74=AB221 879:441;397641<7=69:>< 1797641<B<7644?2@7479 137B1@9P419K>6412D5 4 5ALA 879:441;397641<7=69:>< 179137B1@9C74=AB221 F=497641<:79137B449 C74=AB221 F=497641<:79:>< 44?2@747972<41B1@9 C74=AB221 879:441;397641<7=6972<41 137B449C74=AB221 F=497641<7=6914764D=649 :><44?2@747972<41B1@9 G44B221

17 879:441;397641<7=69:>< ?@A4@7972<41B1@9C74=AB221 879:441;397641<7=69A6 179:><=4N?2@7479 B1@B449C74=AB221

!"#$%&'(")$*+*$,-./



0

23

01

4

4

4

2C

01

4

4

4

EE

01

4

4

4

EG

01

4

4

4



EI

01

4

4



4

J 

0123456527489 9

15 67784419375641:5;678<: =>?4>5772:41@1>7A74;?@221 677?6937?65;675641: 17772:41@447A74;?@221

15 67784419375641:5;678<: =>?4>5772:41@1>7A74;?@221 677?69375641:5;678<: 1778<:;4D=2>7477 @1>@447A74;?@221

15 67784419375641:5;678<: =>?4>5772:41@1>7A74;?@221 67784419375641:5;67?6 1778<:;4D=2>7477 @1>@447A74;?@221

15 67784419375641:5;678<: =>?4>5772:41@1>7A74;?@221 67784419375641:5;678<: 177?6@:5644=2>7477 ?6@462=2>74774>61;@1>7 A74;?@221 67784419375641:5;67 135@1>7A74;?@221

2B

01

4

4

4

E2

01

4

4

4

EF

01

4

4

4

EH

01

4

4

4



15 67784419375641:5;678<: =>?4>5772:41@1>7A74;?@221 67784419375641:5;675641: 17772:41@447A74;?@221

15 67784419375641:5;678<: =>?4>5772:41@1>7A74;?@221 6778441937?65;678<: 1774>61;@447A74;?@221

15 67784419375641:5;678<: =>?4>5772:41@1>7A74;?@221 67784419375641:5;675641: 17772:41@1>@447 A74;?@221

15 67784419375641:5;678<: =>?4>5772:41@1>7A74;?@221 67784419375641:5;67?6 177?6@:5644=2>7477 ?6@462=2>74778<: ;4D=2>74778<: :2;41>5=2>7477135@1>7 A74;?@221 67784419375641:5;678<: 1775641:@:5644=2>7477 135@1>7A74;?@221

15 67784419375641:5;678<: =>?4>5772:41@1>7A74;?@221 677?6937?65;678<: 1778<:@:5644=2>7477 ?6@462=2>74775641: 59;6=2>7477@1>@447 A74;?@221 67784419375641:5;678<: 1778<:@:5644=2>7477 8<::2;41>5=2>74775641: @462=2>7477A74;?@221 67784419375641:5;678<: 177135@1>7A74;?@221

!"#$%&'(")$*+*$,-./

Bijlage 3

Berekende k-waarden

B02 (100-150 cm -mv)

70,0

60,0

3500

3250

3000

2750

2500

2250

2000

1750

1500

1250

1000

750

500

250

50,0 0

Daling waterkolom [cm]

80,0

Meetperiode [sec]

Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag

3250 68 58 4,5 0,1

 = 1,15

1 log ℎ + 2

1 − log(ℎ + 2 )  − 

Bijlage 4 Situatietekening SO-0-SIT.01 d.d. 7-7-2020

TERRAIN INVENTORY

Legend

DRIVE ITEMS

Plot Green zone outer ring: naturaly

TI02-a Flagpole 9 meter

3

DI03 Menu sign_v2

2

TI03-a Terrace furniture 4 persons

12

DI04 Orderpost_v2

1

Green zone inner ring: stylistic and tight

TI05-b Umbrella 4 meter

3

DI06 Thank you and goodbye sign_v2

1

Concrete pavers, light gray: herringbone, traffic sort 45

TI06-a Trashbox with service tray holder

3

DI10-a Totem K3

1

Concrete pavers, dark gray: elbowband, traffic sort 45

TI10 Bicycle stand

10

DI12 Hight restriction sign K3

1

terrace concrete pavers 600x600 anthracite (dark gray)

DI15 - Drive Thru Pay Here K3

1

dl

dl = Car detection loop

Greenzone hedge

3.000

TI02-a

TI02-a

TI02-a

DI10-a

N

3.500

DI06

Bouwvlak

bevoorrading

5.000

5.819

5.000

1.000

Nieuwe positie bouwvlak wachten 1

outdoor storage

wachten 2

BOH

Opp: 219,28 m2

drive window

150

2.500 5.900

DI03

DI04

DI10

5.045 3.000

Versie: A 25-02-2019

Omschrijving:

B 12-04-2019

aanpassing ontsluiting terein

C 08-07-2019

aanpassing ontsluiting

D 10-01-2020

Nieuwe positie bouwvlak

E 20-01-2020

Bevoorrading, wachtplekken positie

f 21-01-2020

Doorsteek tankstation verwijderd

G 07-07-2020

parkeervakken personeel toegevoegd

Project:

KFC Cuijk

Raamweg 5431NH Cuijk

A Fase: B Approval C Onderwerp: Plot D 1225-02-2019 04-2019 08-07Ef Tekening nummer: 2019 10-012020 G 20-01DO-SIT-01 Datum:

2020 21-01Volgnr. Versie (-00) (-A) 2020 07-072020

Schaal:

1:200

Formaat:

A1 (liggend) HK

Fase (AA)

800

Opp: 97,30 m2

Gardening

DI03

DI12-High restriction sign

5.000

Opp: 174,73 m2

Parking + pavements

14

parkeren personeel

10.200

Terrace

Opp: 64,40 m2

TI06-a TI03-a TI03-a

TI03-a TI03-a

TI05-b

TI03-a TI03-a

1.355 1.705

TI05-b

TI03-a TI03-a

3.385

TI03-a

TI05-b

TI03-a

TI03-a

TI03-a

TI10 TI10 TI10 TI10 TI10

1.653

Perceel

DI08

Maatvoering in het werk te bepalen

2.500

FOH ±60 seats

BVO 324m² KFC drive restaurant

TI06-a

Bouwvlak

TI06-a Nieuwe positie bouwvlak

3 TI10 TI10 TI10 TI10 TI10

DI15 - Drive Thru Pay Here K3

25.070

MIVA

4

Parking + pavements

Opp: 124,67 m2

10 5.000

Opp: 112,50 m2

150

6.000

Parking + pavements

3.000

4

9 150

Opp: 50,00 m2

1.200

Parking + pavements

150

ENTRANCE TERRAIN

Wij onderschrijven en hanteren de gedragscode zoals vastgelegd door de BNA. Deze tekening is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Indien u deze tekening ten onrechte heeft ontvangen, neem dan contact met ons op per kerende e-mail. Op de door ons verstrekte informatie berust ons auteursrecht. Openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van XS architecten Coöperatie U.A. niet toegestaan. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor de juiste en volledige overbrenging van de inhoud.

Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus

3.000

5.000

Opp: 87,50 m2

Bonkelaar 14 6595 CC Ottersum tel.: luukarts@javo-vastgoed.nl e-mail: #Client E-mail

2.500

6.000

Parking + pavements

5.000

914

Opp: 162,50 m2

12.920

Parking + pavements

659

Parking + pavements

2.000

Opp: 162,50 m2

Jp Real Estate I

3.000

Parking + pavements

Opdrachtgever:

Getekend:

Tekening (-AAA)

XS architecten Coöperatie U.A.

Siliciumweg 23 / 3812 SV / Amersfoort tel: +31 (0)33 33 20 200 / e-mail: info@xsarch.nl

Bijlage 5

Samenvatting digitale watertoets

datum 27-2-2019 dossiercode 20190227-38-19981 Samenvatting uitkomsten digitale watertoets Algemene gegevens aanvrager Naam aanvrager: R. van den Berg Organisatie: Econsultancy Straat/postbus: Heinz Moormannstraat Huisnummer: 1b Postcode : 5831 AS Plaats : Boxmeer Telefoon : 0485-581818 E-mail : vandenberg@econsultancy.nl Contactpersoon gemeente Gemeente : Cuijk Contactpersoon : Telefoon : E-mail : Algemene plangegevens Naam en/of omschrijving van het plan : Raamweg-Beersebaan Straat : Raamweg-Beersebaan Huisnummer : (ong.) Postcode : Plaats : Cuijk Kadastraal adres : Cuijk, sectie M, nummers 821 (ged.) en 677 (ged.). Plangebied oppervlak : 3200 m2 Kaartmateriaal Heeft het ingetekende plangebied een beperkingsgebied geraakt?ja Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Cuijk Vragen: Houdt het plan uitsluitend een interne functieverandering voor een gebouw in? Hierbij is ook geen sprake van een verhardingstoename en/of afkoppeling van hemelwater? nee Is er sprake van een directe lozing van afvalwater op oppervlaktewater? nee Vervolgvragen: Omvat het plan een verhardingstoename of een afkoppeling van hemelwater(oppervlak) waarbij het oppervlak 2000 m2 of meer bedraagt? ja Betreft het de bouw van minimaal 100 woningen en/of de (her)ontwikkeling van een bedrijventerrein? nee

Worden er in het plan wijzigingen in en rond het oppervlaktewatersysteem (let op keurzone van 5m) aangebracht? {keurzone} Is er sprake van een grondwateronttrekking (inclusief drainage)? nee Aanvullende vragen: Neemt de hoeveelheid verharding toe? Zo ja, hoeveel m2 ? 2225 m2 Wordt er verhard oppervlak afgekoppeld? Zo ja, hoeveel m2? 2225 Hoe groot is de berekende infiltratie-/waterbergingsbehoefte (m3)? 134 m3 Hoe wordt in het plan het hemelwater verwerkt? 1 Via een gescheidenstelsel: hemelwater wordt geinfiltreerd 2 Via een gescheiden stelsel: hemelwater wordt vertraagd afgevoerd naar oppervlaktewater ja 3 Via een gemengd stelsel Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee www.dewatertoets.nl

Bijlage 6

Resultaat digitale watertoets

datum 27-2-2019 dossiercode 20190227-38-19981 UITGANGSPUNTEN NOTITIE Uit de door u ingevulde gegevens blijkt dat het waterbelang groot is, in het plan. U moet dan ook contact opnemen met het waterschap. Hieronder volgt een opsomming van de waterbelangen die met het plan zijn gemoeid.

Het geborgen water wordt vertraagd afgevoerd op een leggerwatergang of een ander oppervlaktewater Als er sprake is van afvoer naar een nabijgelegen leggerwatergang / overig oppervlaktewater, mag deze alleen vertraagd plaatsvinden. Hierbij mag de afvoernorm (afvoercoëfficiënt) die voor de locatie geldt niet worden overschreden, om overbelasting van het watersysteem te voorkomen. Het water uit een bergingsvoorziening kan via een uitstroomvoorziening (bijvoorbeeld een pijp) vertraagd worden afgevoerd naar oppervlaktewater. De waterafvoer vanuit de bergingsvoorziening mag deze norm niet overschrijden. Voor een uitstroomvoorziening in het talud van een A-categorie-watergang dient een watervergunning te worden.

Worden er inrichtingsmaatregelen getroffen ter verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit? De wijze van inrichten van een oppervlaktewater kan effect hebben op de oppervlaktewaterkwaliteit. Algen halen veel zuurstof uit het water en hebben hierdoor vaak een negatief effect op het waterleven (bijvoorbeeld vissterfte). Omdat algen op geringe waterdiepten groeien is het belangrijk om waterbodems niet te ondiep aan te leggen. Het bevorderen van de watercirculatie is van belang voor de zuurstofvoorziening. Natuurvriendelijke oevers dienen niet steil te zijn om plek aan allerlei planten zoals riet en onderwaterplanten te kunnen bieden. Deze halen voedingsstoffen uit het water die dan niet meer beschikbaar zijn voor algen. Menging van waterstromen met verschillende kwaliteit mag niet leiden tot een verslechtering van de kwaliteit. Grotere waterpartijen en plassen hebben een waterdiepte van minimaal 1,5m bij streefpeil. Natuurvriendelijke oevers hebben, indien mogelijk, een talud van 1:5 of flauwer waarbij de waterbodem plaatselijk is verdiept tot 2m. Hiermee wordt de verticale watercirculatie in het oppervlaktewater bevorderd en daarmee ook de zuurstofvoorziening. Bij de inrichting van het watersysteem dient water met een betere kwaliteit te stromen naar water met een slechtere kwaliteit.

Aanvoerwater van mindere kwaliteit dan die van het water binnen het plangebied, dient zoveel mogelijk te worden beperkt.

Bij alle relevante bestemmingen in de planregels dient rekening te worden gehouden met water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Met het opnemen van water en waterhuishoudkundige voorzieningen in de verschillende relevante bestemmingsomschrijvingen, kan water op allerlei manieren in een plangebied worden toegepast. Om de flexibiliteit van de toepassing van water in een bestemmingsplan zo groot mogelijk te houden adviseert het waterschap 'water- en waterhuishoudkundige voorzieningen' in de verschillende relevante bestemmingsomschrijvingen op te nemen. Hiermee kan onnodige vertraging van projecten worden voorkomen. Mogelijk noodzakelijke aanvullende ruimtelijke planprocedures hoeven immers niet te worden gevoerd, als voldoende rekening is gehouden met water in het bestemmingsplan. Voor overige ruimtelijke plannen dient een soortgelijke systematiek te worden gevolgd. Categorie-A-watergangen dienen te worden aangegeven op de verbeelding Alle catergorie-A-watergangen dienen te worden aangegeven op de verbeelding.

Tot slot Is er sprake van een indirecte lozing in het kader van de wet Milieubeheer? Indirecte lozingen vallen met de inwerkingtreding van de Waterwet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Eventueel benodigde vergunningen worden niet met deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Voor het aanvragen van of informatie over een watervergunning dient u contact op te nemen met ons waterwetloket. E-mail: info@aaenmaas.nl Tel.: (073) 615 83 33 Team Watertoets, Waterschap Aa en Maas

Vragen? Heeft u vragen of opmerkingen over dit watertoetspakket? Laat het ons per mail weten info@aaenmaas.nl Voor dringende vragen zijn wij te bereiken onder telefoonnummer (073) 615 68 51 Ligging plangebied

Waterschap Aa en Maas streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze watertoetsapplicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. Waterschap Aa en Maas aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld. www.dewatertoets.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=dc56c831-e7b3-41b1-ab8c-b9acd68598d6