CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

11-07 Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek_2.pdf - Bijlagen bij de toelicht.pdf

Cuijk - raadsvergadering 1 februari 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (C-stuk) Voorstel 2021-07 tot vaststelling Bestemmingsplan 'Cuijk, Valuwe, Robijnlaan 77 e.o. & Verdeliet’ en het beeldkwaliteitsplan Robijnlaan23.929 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 EN NEN 5707 Robijnlaan 77 in Cuijk

ORTAGEO Noordoost B.V.

ORTAGEO Zuidoost B.V.

ORTAGEO West B.V.

ORTAGEO Asbest B.V.

TITELBLAD

Opdrachtgever:

Werkorganisatie CGM Louis Jansenplein 1 5431BV CUIJK

Rapportnummer:

208301-13/R01

Status rapport:

Definitief

Datum:

06 september 2018

Projectomschrijving:

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 en NEN 5707 Robijnlaan 77 in Cuijk

Rapport opgesteld door:

Ortageo Zuidoost B.V. Metaalweg 18 6551 AD Weurt Tel: +31 24 397 57 62 E-mail: info@ortageo.nl

STD_R070_v011_20180420

INHOUDSOPGAVE 1 2

3

4

5

6

Inleiding ........................................................................................................................................................... 1 Vooronderzoek ................................................................................................................................................ 2 Bronnen .................................................................................................................................................... 2 Algemene gegevens ................................................................................................................................. 3 Bodemgebruik onderzoekslocatie ............................................................................................................ 4 Bodemgebruik omgeving .......................................................................................................................... 5 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................................................. 6 Bodemopbouw en geohydrologie ........................................................................................................... 10 Bouw- en milieuarchief ...........................................................................................................................

10 Conclusies vooronderzoek ..................................................................................................................... 11 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................................. 12 Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 .............................................................................................. 12 3.1.1 Hypothese .......................................................................................................................................... 12 3.1.2 Strategie ............................................................................................................................................. 12 Verkennend bodemonderzoek asbest NEN 5707 .................................................................................. 12 3.2.1 Hypothese .......................................................................................................................................... 12 3.2.2 Strategie ............................................................................................................................................. 12 Asfaltonderzoek......................................................................................................................................

12 Indicatief fundatie-onderzoek ................................................................................................................. 13 Veldwerkzaamheden ..................................................................................................................................... 14 Opzet ...................................................................................................................................................... 14 Resultaten .............................................................................................................................................. 15 Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................................... 17 Analyseprogramma ................................................................................................................................ 17 Analyseresultaten ................................................................................................................................... 19 5.2.1 Chemische parameters ...................................................................................................................... 19 5.2.2 Asbest ................................................................................................................................................

21 5.2.3 Indicatief fundatie onderzoek.............................................................................................................. 21 5.2.4 Onderzoek teerhoudendheid asfalt .................................................................................................... 21 5.2.5 Toetsing aan de gestelde hypothesen ................................................................................................ 22 5.2.1 Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek ................................................................................ 22 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ............................................................................................. 24

Bijlagen: 1) Regionale ligging onderzoekslocatie en kadastrale gegevens 2) Situatietekening met onderzoekspunten 3) Bodemprofielbeschrijvingen 4) Analysecertificaten 5) Overschrijdingstabellen en 6) Gegevens vooronderzoek 7) Foto's Appendix Kader en verantwoording

208301-13/R01

1

INLEIDING

In opdracht van Werkorganisatie CGM is door Ortageo Zuidoost B.V. een verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest), een asfaltonderzoek en een onderzoek van de fundatielaag uitgevoerd op de locatie Robijnlaan 77 in Cuijk. Op de locatie was tot oktober 2017 het Merletcollege (MAVO-VMBO) gevestigd. De aanleiding voor de onderzoeken is de voorgenomen herinrichting van het terrein. Op de locatie is thans nog een schoolgebouw aanwezig (voorheen Merletcollege). De op de locatie aanwezige bebouwing wordt gesloopt. Verder worden alle (half)verhardingen verwijderd. Voor zover bekend wordt ná sloop en verwijdering van de verhardingen het terrein (voorlopig) ingezaaid met gras. Voor de locatie is reeds een vooronderzoek uitgevoerd. Hieruit zijn een aantal verdachte zaken en aandachtspunten gebleken. Op verzoek van de opdrachtgever zijn onderstaande punten onderzocht::  Bodemonderzoek ter plaatse van de voormalige weg (landbouwpad) op het westelijke terreindeel;  Bodemonderzoek ter plaatse van een buitengebruik gestelde ondergrondse HBO-tank nabij de ingang direct oostelijk van het schoolgebouw. In een onderzoek van 1994 is ter plaatse van deze tank een bodemverontreiniging met minerale olie geconstateerd;  Onderzoek teerhoudendheid asfalt op het voor- en achterterrein;  Onderzoek eventuele fundatielaag onder de asfaltverharding en splitlaag op het voor- en achterterrein.

Het overige terrein is als “onverdachte locatie” aangemerkt. Deze terreindelen zijn niet betrokken in dit onderzoek. Het doel van het milieukundig bodemonderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit:  vast te stellen of er door een eventuele bodemverontreiniging consequenties zijn voor de voorgenomen werkzaamheden en herinrichting van het terrein;  vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Het doel van het asfaltonderzoek is:  het vaststellen van de samenstelling en constructie (laagopbouw) van de asfaltverharding;  het bepalen van de teerhoudendheid en de hergebruiksmogelijkheden van de bitumineuze verharding (per laag met een duidelijk afwijkende samenstelling. Het doel van het fundatie-onderzoek is:  het vaststellen van de samenstelling en constructie (laagopbouw) van de fundatielaag;  het indicatief vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit en de hergebruiksmogelijkheden van het fundatiemateriaal (per laag met een duidelijk afwijkende samenstelling). In dit rapport worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 zijn de hypothese en de onderzoekstrategie beschreven. De veldwerkzaamheden zijn in hoofdstuk 4 en het laboratoriumonderzoek is in hoofdstuk 5 beschreven. Het rapport wordt besloten met een samenvatting, de conclusies en de aanbevelingen (hoofdstuk 6).

In de appendix zijn de verschillende kaders van het onderzoek beschreven (waaronder wet-/regelgeving en toetsingskader) en is de verantwoording opgenomen.

208301-13/R01

1/27

2

VOORONDERZOEK

Voor de onderzoekslocatie is in maart 2018 een vooronderzoek volgens NEN 5725 uitgevoerd (Ortageo Zuidoost B.V., rapportnummer 208301-10/R05, d.d. 27 maart 2018). Onderstaande gegevens zijn afkomstig uit de desbetreffende rapportage.

Bronnen In onderstaande tabel zijn de in het kader van het vooronderzoek geraadpleegde bronnen weergeven. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen Nr.

Bron

Verwijzing/toelichting

1

Topografische kaart, kadastrale gegevens

Kadaster, opgenomen in bijlage 1

2

Mondelinge / schriftelijke informatie van de opdrachtgever, contactpersoon mevrouw G. Berkers

Situatietekening onderzoekslocatie opgenomen in bijlage 6. Onderzoeksrapport aangeleverd door mevrouw G. Berkers (bron 11)

3

Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

Bodemloketrapportages opgenomen in bijlage 6

4

Gemeente Cuijk, Grave, Mill: contactpersonen mevrouw G. Berkers en de heren H. Helderton en W. Bosma

Dossieronderzoek (bouw- en milieuarchief) uitgevoerd op 13 maart 2018. Relevante gegevens opgenomen in bijlage 6

5

Internetbronnen: a)

Actuele luchtfoto’s en straatoverzichten

www.google.nl/maps

b)

Historische topografische kaarten

www.topotijdreis.nl, historische kaarten opgenomen in bijlage 6

c)

TNO-NITG (gegevens bodemopbouw / grondwater)

www.dinoloket.nl

d)

Bodemloket (dossiervermelding onderzoek / sanering)

www.bodemloket.nl, bodemloketrapportage opgenomen in bijlage 6

e)

Informatie hoogteligging

www.ahn.nl

f)

Kadaster BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) Viewer

www.bagviewer.kadaster.nl, zie bijlage 6

6

Locatiebezoek, foto's onderzoekslocatie

Locatiebezoek op 23-02-2018, foto’s opgenomen in bijlage 7

7

Bodemonderzoek uitbreidingen en ondergrondse olietank, Robijnlaan 77, Cuijk

CSO Adviesbureau voor milieuonderzoek, projectcode CUY.B01.10, 1994, gegevens opgenomen in bijlage 6

8

Verkennend bodemonderzoek Merletcollege Land van Cuijk, Robijnlaan Cuijk

In Bodem, rapportcode: CUIJMER, 17 januari 2000

9

Rapport “Verkennend bodemonderzoek Robijnlaan – Looiersgaarde, Cuijk

Öko-Care B.V., rapportnummer 2002/rs3334a/HvH, 8 april 2002

10

Rapport “Evaluatie bodemsanering Looiersgaarde 1 t/m 47, Cuijk”

Enviroplan, rapportnummer P-070809/R01, 24 juni 2008

11

Rapport “Gecombineerd onderzoek, Botteliersdreef e.o. te Cuijk”

Geofox-Lexmond, rapportnummer 20063026/WWIJ, 10 mei 2007

12

Rapport “Vooronderzoek bestemmingsplan De Valuwe, gemeente Cuijk”

Econsultancy, rapportnummer 07035147, 2 mei 2007

13

Rapport “Indicatief bodemonderzoek Snaphaandreef, Braspenningdreef, Pistoletdreef, Cuijk”

Econsultancy, rapportnummer 08073294, 9 december 2009

14

Rapport “Verkennend bodemonderzoek Leeuwengrootstede 22, Cuijk”

Archimil, rapportnummer 1156R127, 4 juni 2012

15

Rapport “Bodemonderzoek Valuwe fase 3, Cuijk”

Archimil, rapportnummer 1156R166-3, 16 november 2015

16

Briefrapportage “Verificatieonderzoek t.p.v. eerste gesloopte blok woningen project Valuwe fase 3, Cuijk”

Archimil, referentienummer BB-160136, 4 maart 2016

208301-13/R01

2/27

Tabel 1: Geraadpleegde bronnen Nr.

Bron

Verwijzing/toelichting

17

Briefrapportage “Verificatieonderzoek t.p.v. tweede, derde en vierde gesloopte blokken woningen project Valuwe fase 3, Cuijk”

Archimil, referentienummer PH-160215, 1 april 2016

18

Rapport “Nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in puin, Robijnlaan en de Valuwe te Cuijk”

Econsultancy, rapportnummer 1778.001, 21 juni 2016

Algemene gegevens De onderzoekslocatie bevindt zich in het noordwestelijke deel van de woonwijk “De Valuwe”, noordelijk van het centrum van Cuijk. De onderzoekslocatie wordt omsloten door de straten Wolweversgaarde (noordelijk), Robijnlaan (oostelijk) en Toermalijnlaan (zuidelijk). Westelijk van de onderzoekslocatie bevindt zich de spoorlijn NijmegenCuijk (afstand circa 70 meter). Westelijk van de spoorlijn is de woonwijk “Heeswijkse kampen” gesitueerd. Op een afstand van circa 800 meter oostelijk van de onderzoekslocatie bevindt zich de Maas. De algemene gegevens over de locatie zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2: Algemene locatiegegevens Adres

Robijnlaan 77, Cuijk

Kadastrale aanduiding

Gemeente Cuijk, sectie A, nummers 4013 en 4014

Eigenaar

Gemeente Cuijk

Oppervlakte kadastrale percelen c.q. onderzoekslocatie

Perceel 4013: 3.071 m2 Perceel 4014: 14.213 m2

Gebruiker

De bebouwing op de locatie is tot oktober 2017 in gebruik geweest door het Merletcollege, (afdeling MAVO-VMBO-t). Thans is de locatie in gebruik als antikraak (beheerd door het bedrijf VPS)

Bebouwing

Voormalig schoolgebouw

Terreinverharding

Tegels, klinkers, asfalt, beton en split. Het overige terrein is onverhard en in gebruik als tuin, plantsoen, groenstroken en gras

In onderstaande de afbeeldingen is de situering van de onderzoekslocatie weergegeven.

Afbeelding 1: onderzoekslocatie (bron 5a)

208301-13/R01

3/27

Afbeelding 2: onderzoekslocatie met locaties te slopen bebouwing (bron 2)

Bodemgebruik onderzoekslocatie Op 23 februari 2018 is een locatiebezoek afgelegd. Foto’s zijn opgenomen als bijlage 7. Uit historische kaarten (bron 5b, zie bijlage 6) blijkt dat de onderzoekslocatie tot eind jaren ’60 / begin jaren ’70 in gebruik is geweest voor agrarische doeleinden (weiland en bouwland). Op de topografische kaart van 1977 en de kaarten daarvoor, is ter plaatse van de onderzoekslocatie een onverharde weg (mogelijk landbouwpad) te zien (zie onderstaande afbeeldingen).

Afbeelding 3: Topografische kaart van 1977 met onderzoekslocatie (in geel aangegeven) en aanduiding (onverharde) weg / landbouwpad (in blauw aangegeven) (bron 5b)

208301-13/R01

4/27

Afbeelding 4: Topografische kaart van 1978 met onderzoekslocatie (in geel aangegeven) en aanduiding voormalige (onverharde) weg / landbouwpad (in blauw aangegeven) (bron 5b)

Op de historische kaart van 1978 is het schoolgebouw voor het eerst zichtbaar. Op basis van BAG Viewer (bron 5f) dateert de bebouwing van 1967. De bebouwing is vanaf de beginperiode altijd in gebruik geweest als schoolgebouw. De laatste gebruiker van de school is het Merletcollege voor onderwijs van MAVO en VMBO. In oktober 2017 is het Merletcollege verhuist naar de nieuwe locatie aan de Katwijkseweg 2 in Cuijk. Thans is de bebouwing (deels) in gebruik als anti-kraak en wordt beheerd door het bedrijf VPS. Het schoolterrein is omsloten door een hekwerk. Aan de voorzijde (oostzijde) van de school (ingang zijde Robijnlaan) is een parkeerterrein aanwezig. Deze is deels verhard met asfalt en deels voorzien van split en tegels. In hoeverre onder de asfaltverharding en/of onder het split een fundatielaag aanwezig is, is tot dusver niet bekend. Het terrein aan de achterzijde van de school (westelijk) is in gebruik als schoolplein en fietsenstalling. Dit terreindeel is voorzien van een asfaltverharding en tegels. Verder zijn rondom de school groenstroken, plantenperken en gras aanwezig. Voor de onderzoekslocatie is bekend dat er een ondergrondse HBO-tank met een inhoud van 20.000 liter aanwezig is (bronnen 3 en 4). De tank is in 1995 gereinigd door de firma Chemclean en gevuld met zand.

Volgens bodemloket van omgevingsdienst Brabant Noord is hiervan een tanksaneringscertificaat beschikbaar (bonnummer: 168402417, zie afbeelding in bijlage 2). Deze is echter (nog) niet in het bezit van Ortageo. Uit het dossieronderzoek van de bouw- en milieuvergunningen (bron 4) is gebleken dat ter plaatse van de tank een bodemonderzoek heeft plaatsgevonden (zie bron 7 en paragraaf 2.5).

Bodemgebruik omgeving De onderzoekslocatie ligt in het noordwestelijke deel van woonwijk “De Valuwe”. Rondom de school zijn voornamelijk woningen aanwezig. Zuidwestelijk van de school is een grasveld aanwezig. Op dit terreindeel bevindt zich een zandbak met klimtoestel. Westelijk van de onderzoekslocatie (Toermalijnlaan 40) is tuinvereniging “Wereldtuin Verdeliet” gevestigd. Deze vereniging is sinds 2012 gevestigd op deze locatie. Voorheen was het terrein in gebruik door het Merletcollege als schooltuin. Verdeliet is een sociale onderneming in het groen; een ontmoetingsplek waar vrijwillige medewerkers uit de wijk en de regio Land van Cuijk zich samen inzetten. De Valuwe is de eerste naoorlogse uitbreidingswijk van Cuijk. In de jaren vijftig en zestig kwam de wijk tot stand. De wijk is gebouwd ten noorden van het centrum van Cuijk. Vandaar dat de wijk jarenlang bekend stond als CuijkNoord. Voorheen was het gebied in gebruik voor agrarische doeleinden (weiland en bouwland) en deels bosgebied. Her en der waren woningen/boerderijen aanwezig.

208301-13/R01

5/27

In de woonwijk zijn openbare gebouwen zoals scholen, kerken en een moskee aanwezig. Verder zijn er woningen en flatgebouwen aanwezig. In het centrum van de woonwijk bevindt zich een winkelcentrum. In de wijk zijn twee bedrijfslocaties bekend waar (potentieel) bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Dit betreft een chemische wasserij “Chemische reiniging succes” die in het winkelcentrum gevestigd was (Valuwe 3c). Verder was sinds 1993 een autobedrijf met showroom en tankstation gevestigd op de locatie Guldengaarde 16a (Autobedrijf Hans Berndes, thans Total tankstation Elan). Beide locaties liggen op ruime afstanden van onderhavige onderzoekslocatie (circa 400 en 600 meter zuidoostelijk van de onderzoekslocatie). Verder zijn op zeven locaties in de wijk ondergrondse HBO-tanks aanwezig. Deze zijn buiten gebruik gesteld, gecleand en gevuld met zand in de periode van 1991 – 1997. Nabij een aantal flatgebouwen en een school in de woonwijk zijn ondergrondse HBO-tanks aanwezig geweest. Deze zijn allen verwijderd. De afstanden van deze (voormalige) tanks tot onderhavige onderzoekslocatie varieert van 100 tot 900 meter. Voor het gebied zijn geen aanwijzingen op de (voormalige) aanwezigheid van wielen, poelen of en/of sloten (bronnen 5b en 10). Op basis hiervan zijn er geen aanwijzingen dat in het gebied dempingen hebben plaatsgevonden.

Uitgevoerde bodemonderzoeken Op de locatie Bodemonderzoek uitbreidingen en ondergrondse tank Robijnlaan 77, d.d. 26-09-1994 (bron 7) Bij het archiefonderzoek van de bouw- en milieuvergunningen (bron 4) zijn stukken gevonden van een bodemonderzoek uitgevoerd in 1994 door CSO Adviesbureau. Hieruit blijkt dat in 1994 een bodemonderzoek heeft plaatsgevonden ter plaatse van twee uitbreidingen van de school en ter plaatse van een ondergrondse olietank. In onderstaande afbeelding is een situatietekening weergegeven van de onderzochte terreindelen.

Afbeelding 5: situatietekening uit rapport CSO Adviesbureau met locaties onderzochte terreindelen (bronnen 4 en 7)

Op de tekening is te zien dat aan de voorzijde van de school (oostelijk) een ondergrondse olietank aanwezig is. Ter plaatse van dit terreindeel zijn drie boringen uitgevoerd. Op boorlocatie 2 is in de bodemlaag van 1,1 – 1,5 m –mv een sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond (gemeten 1.150 mg/kg d.s.). In de rapportage wordt een

208301-13/R01

6/27

nader bodemonderzoek aanbevolen. In de archieven van de gemeente zijn echter verder geen gegevens beschikbaar. Niet bekend is of er daadwerkelijk een nader bodemonderzoek en/of een bodemsanering heeft plaatsgevonden. Er wordt vanuit gegaan dat de tank (en verontreiniging) thans nog aanwezig is. Verder bleek de bovengrond van uitbreidingslocatie A licht verontreinigd met PAK (overschrijding achtergrondwaarde). In de bovengrond van uitbreidingslocatie B en in de ondergrond van beide uitbreidingslocaties zijn geen verhoogde gehalten gemeten. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) aangetoond. ‘Verkennend bodemonderzoek Merletcollege Robijnlaan d.d. 17 januari 2000 (bron 8) Dit onderzoek heeft betrekking op drie uitbreidingen van de school (zuidelijk, centraal en noordoostelijk). Uit de resultaten van het onderzoek bleek de bovengrond ter plaatse van de noordoostelijke uitbreiding licht verontreinigd met koper. In de bovengrond van de zuidelijke en centrale uitbreiding is geen verontreiniging aangetoond. De ondergrond bleek licht verontreinigd met koper en zink. In het grondwater is een lichte verontreiniging met chroom aangetoond. Directe omgeving Voor de omgeving van de onderzoekslocatie zijn de onderstaande onderzoeken bekend: ‘Verkennend bodemonderzoek Robijnlaan / Looiersgaarde d.d.

8 april 2002 (bron 9) Deze locatie bevindt zich op een afstand van circa 100 meter noordoostelijk van onderhavige onderzoekslocatie. De aanleiding van het onderzoek werd gevormd door sloop van de bebouwing en nieuwbouw op de locatie. Uit resultaten van het onderzoek blijkt plaatselijk in de bovengrond een lichte verontreiniging (overschrijding streefwaarde) met cadmium en EOX. In de ondergrond en in het grondwater is geen verontreiniging met de onderzocht componenten aangetoond. Evaluatie bodemsanering Looiersgaarde 1 t/m 47, d.d. 24 juni 2008 (bron 10) Deze locatie bevindt zich op een afstand van circa 100 meter noordoostelijk van onderhavige onderzoekslocatie. Thans direct oostelijk van basisschool ’t Startblok. Door EnviroPlan Onderzoek & Advies is de milieukundige begeleiding verzorgd van de bodemsanering aan de Looiersgaarde 1 t/m 47 te Cuijk. Op deze locatie was sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie in de grond ter plaatse van een buiten gebruik gestelde ondergrondse tank voor de opslag van huisbrandolie (HBO). Als doelstelling voor de sanering is gekozen voor het herstel van de multifunctionele eigenschappen van de bodem. Dat wil zeggen dat voor zowel grond als grondwater de streefwaarden voor minerale olie en vluchtige aromaten gelden als terugsaneerwaarden.

De grondsanering (maart 2008) heeft op conventionele wijze plaatsgevonden door de verontreinigde grond af te graven. Ten behoeve van de ontgraving is bronbemaling toegepast waarbij het onttrokken grondwater via een overstortbuis is geloosd op de Maas. Er is 767 ton verontreinigde grond afgevoerd naar vergunninghoudende verwerkers. Aanvulling van de ontgraving heeft plaatsgevonden met schoon zand alsmede met grond die bij de ontgraving apart is gezet en na controle geschikt is bevonden voor hergebruik op locatie. Aan de hand van controlemonsters van de putbodem en –wanden is vastgesteld dat alle met minerale olie verontreinigde grond is verwijderd. Aan de hand van controlemonsters van controlepeilbuizen, is vastgesteld dat ook de kwaliteit van het grondwater na sanering voldoet aan de saneringsdoelstelling. Geconcludeerd kan worden dat de bodemsanering is uitgevoerd conform het saneringsplan. Er is geen restverontreiniging met minerale olie achtergebleven. Er zijn derhalve geen gebruiksbeperkingen. (Na)zorg is niet van toepassing. Gecombineerd onderzoek, Botteliersdreef e.o. te Cuijk d.d. 10 mei 2007 (bron 11) Dit onderzoek heeft betrekking op het noordwestelijke deel van de woonwijk “De Valuwe”. Deze locatie bevindt zich direct noordelijk van onderhavige onderzoekslocatie. De aanleiding van het onderzoek werd gevormd door de vervanging van het riooltracé.

In het onderzoek zijn een geohydrologisch onderzoek (bemalings- en infiltratieadvies), een verhardingsonderzoek en een milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. Uit resultaten van het asfaltonderzoek is gebleken dat het asfalt (deels) teerhoudend is.

208301-13/R01

7/27

Uit laboratoriumonderzoek van de kleiige bovengrond ter plaatse van de bermen/trottoirs van het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie, is een lichte verontreiniging met zink aangetoond (overschrijding streefwaarde). In de zandige bovengrond van de bermen/trottoirs van het zuidelijke terreindeel en in de diepere zandige ondergrond is een lichte verontreiniging met PAK aangetoond. In het grondwater op het zuidwestelijke terreindeel is een lichte verontreiniging met benzeen aangetoond. ‘Vooronderzoek bestemmingsplan “De Valuwe”, gemeente Cuijk d.d. 2 mei 2007 (bron 12) Dit onderzoek is uitgevoerd in de woonwijk “De Valuwe” in het kader van een bestemmingsplanwijziging. In onderstaande afbeelding is de samenvatting en zijn de conclusies uit de betreffende rapportage weergegeven.

Afbeelding 6: Samenvatting en conclusies uit vooronderzoek van 2007 (bron 12)

‘Indicatief bodemonderzoek Snaphaandreef, Braspenningdreef, Pistoletdreef, 9 december 2009 (bron 13) Deze locatie bevindt zich op een afstand van circa 300 meter oostelijk van onderhavige onderzoekslocatie. De aanleiding van het onderzoek werd gevormd door de voorgenomen herinrichting van de locatie en de verwijdering van de verharding met slakken in de toplaag. In het onderzoek zijn de paden Snaphaandreef-Braspenningdreef en Braspenningdreef-Pistoletdreef onderzocht. Uit resultaten hiervan blijkt dat in de slakkenlaag van beide paden verhoogde gehalten aan diverse zware metalen en PAK zijn aangetoond. In een sterk puinhoudende bovengrond op één boorlocatie is een sterke verontreiniging met PAK aangetoond. In de rapportage wordt voor deze boorlocatie een nader bodemonderzoek aanbevolen.

208301-13/R01

8/27

‘Verkennend bodemonderzoek Leeuwengrootstede 22, 4 juni 2012 (bron 14) Deze locatie bevindt zich op een afstand van circa 300 meter zuidoostelijk van onderhavige onderzoekslocatie. De aanleiding van het onderzoek werd gevormd door de aankoop van de locatie. Uit het laboratoriumonderzoek van de bovengrond zijn lichte verontreinigingen (overschrijdingen achtergrondwaarde) met cadmium, koper en zink gebleken. In de ondergrond is een lichte verontreiniging met kobalt aangetoond. Het grondwater blijkt licht verontreinigd met naftaleen. De gemeten gehalten/concentratie vormen geen aanleiding tot uitvoering van een nader onderzoek. ‘Verkennend bodemonderzoek Valuwe fase 3, 16 november 2015 (bron 15) Deze locatie bevindt zich op een afstand van circa 50 meter zuidoostelijk van onderhavige onderzoekslocatie. De aanleiding van het onderzoek werd gevormd door de voorgenomen heronwikkeling van de woonwijk (sloop en nieuwbouw woningen). Uit de toetsing van de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met kobalt, cadmium, lood en/of zink. De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met kobalt, cadmium, lood, nikkel en/of zink. Het grondwater blijkt plaatselijk licht verontreinigd met xylenen (som) en vinylchloride (overschrijdingen streefwaarde).

In het grondwater van het overige terrein is geen verontreiniging met de onderzochte componenten aangetoond. Bij de uitvoering van het veldonderzoek is op het maaiveld en in de ontgraven grond visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Uit het laboratoriumonderzoek van de grondmonsters is asbest niet aangetoond. In het onderzoek is tevens de teerhoudendheid van de in de wijk aanwezige asfaltwegen onderzocht. Hieruit blijkt dat het asfalt deels teerhoudend is (circa 118 m3). Het overige deel (308 m3) is niet teerhoudend. De resultaten van het onderzoek vormden geen aanleiding tot uitvoering van een nader bodemonderzoek en/of sanerende maatregelen. ‘Verificatieonderzoek t.p.v. gesloopte woningblok 1, project Valuwe fase 3, 4 maart 2016 (bron 16) Na sloop van woningblok 1 is ter plaatse van de gesloopte bebouwing een aanvullend bodemonderzoek (inclusief asbest) uitgevoerd. Bij de uitvoering van het veldonderzoek is op het maaiveld asbesthoudend materiaal aangetroffen. Het vermoeden bestaat dat dit materiaal na de sloop van de bebouwing op het maaiveld terecht is gekomen. Uit laboratoriumonderzoek van de grond blijkt asbest niet aantoonbaar boven de desbetreffende rapportagegrens. Verder blijkt de bovengrond licht verontreinigd met cadmium, lood en zink. Het uitvoeren van een nader onderzoek of het treffen van sanerende maatregelen werd niet noodzakelijk geacht.

‘Verificatieonderzoek t.p.v. gesloopte woningblokken 2 t/m 4, project Valuwe fase 3, 1 april 2016 (bron 17) Na sloop van de woningblokken 2 t/m 4 is ter plaatse van de gesloopte bebouwing in een aanvullend bodemonderzoek (inclusief asbest) uitgevoerd. Bij de uitvoering van het veldonderzoek is op diverse locaties op het maaiveld asbesthoudend materiaal aangetroffen. Het vermoeden bestaat dat dit materiaal na de sloop van de bebouwing op het maaiveld terecht is gekomen. Uit laboratoriumonderzoek van de grond blijkt asbest niet aantoonbaar boven de desbetreffende rapportagegrens. Aangezien gecontroleerd gesloopt is kan het asbest op het maaiveld alsnog uit de bodem afkomstig zijn en vormt dit in navolging van NEN5707, aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. In hoeverre op het terrein nog een nader onderzoek heeft plaatsvonden is niet bekend. In de bovengrond van blok 2 (oostelijk terreindeel) blijken geen verontreinigingen met de parameters uit het NEN pakket voor grondmonsters. In de bovengrond van blok 3 (noordwestelijk deel) is een lichte verontreiniging met PCB aangetoond. De bovengrond van blok 4 (zuidwestelijk deel) blijkt licht verontreinigd met kobalt en zink.

Nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in puin, Robijnlaan en de Valuwe, 21 juni 2016 (bron 18) Deze locatie bevindt zich op een afstand van circa 300 meter zuidelijk van de onderzoekslocatie. Op het terrein is de H. Jozefkerk gevestigd. In het onderzoek zijn delen van de openbare wegen noordelijk van de kerk (De Valuwe)

208301-13/R01

9/27

en westelijk van de kerk (Robijnlaan) onderzocht. Het puinonderzoek (chemisch en asbest) is uitgevoerd naar aanleiding van het aantreffen van een puinfundatie onder de klinkerverhardingen. Aanleiding voor het nader bodemonderzoek zijn de sterke verontreinigingen met PCB in de grond, welke door Econsultancy tijdens een verkennend bodemonderzoek in april 2016, ter plaatse van de Robijnlaan zijn aangetoond. Resultaten puin In de puinlaag op één boorlocatie (kruising De Valuwe / Robijnlaan) is asbestverdacht materiaal aangetroffen. In een monster van deze puinlaag is asbest aangetoond. In een mengmonster van de puinlaag ter hoogte van de Vuurijzerstede is eveneens asbest aangetoond. Het totaalgehalte bedraagt maximaal 28,7 mg/kg d.s. De grenswaarde voor nader onderzoek wordt derhalve niet overschreden. In de puinlaag is een (sterk) verhoogd gehalte aan PCB aangetoond (1,1 mg/kg d.s.), in een gehalte dat correspondeert met de sterk verhoogde gehalten in de onderliggende bodem. Het gehalte aan PCB overschrijdt de maximale samenstellingswaarde (indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit). Resultaten grond In de bodem onder de puinlaag is een sterke verontreiniging met PCB aangetoond. De oorzaak van deze verontreiniging betreft de puinlaag waarin sterk verhoogde PCB-gehalten aanwezig zijn (uitspoeling naar de onderliggende bodemlaag).

Op basis van analyseresultaten wordt de verontreiniging met PCB in de grond als afgeperkt beschouwd. De verontreiniging in de grond bevindt zich in de eerste 10 cm van de bodem direct onder de puinlaag. De maximale omvang van de sterke verontreiniging met PCB op de locatie wordt derhalve geraamd op circa 110 m³. Voor de locatie is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PCB. Er is géén sprake van onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico's. Een sanering hoeft niet met spoed te worden uitgevoerd. Op basis van de bodemloketrapportages (bronnen 3 en 5d) blijkt dat de bovengenoemde verontreiniging is gesaneerd. Hiervan is een saneringsevaluatie aanwezig (Econsultancy, rappportnummer 1778.0036, versie D1, d.s. 19-04-2017). Deze is echter (nog) niet in het bezit van Ortageo. In hoeverre mogelijk een (rest)verontreiniging is achtergebleven is daarom (nog) niet bekend.

Bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande tabel (bron 5c). Tabel 3: Samenvatting geohydrologische situatie Diepte (mNAP)

Geohydrologische eenheid

Geologische formatie

1ste watervoerend pakket

Formatie van Kreftenheye

+11,0 tot +9,2 +9,2 tot -0,8

Lithologie

Formatie van Boxtel

-0,8 tot -4,0

Zand

Formatie van Beegden

-4,0 tot -4,3

1ste scheidende laag

Formatie van Waalre

Klei

-4,3 tot -10,1

de

2 watervoerend pakket

Formatie van Peize en Waalre

Zand

-10,1 tot -11,7

2de scheidende laag

Kiezeloöliet formatie

Klei

-11,7 tot -26,8

3de watervoerend pakket

Kiezeloöliet formatie

Zand

De freatische grondwaterstand bevindt zich op circa 2 m -mv. Regionaal gezien is de stromingsrichting van het freatisch grondwater oostelijk/noordoostelijk, richting de Maas die zich op circa 800 m afstand oostelijk van de onderzoekslocatie bevindt. Op een afstand van circa 1 km noordwestelijk van de onderzoekslocatie bevinden zich de “Kraaijenbergse Plassen”. Er is sprake van inzijging. De locatie ligt voor zover bekend niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning of een grondwaterbeschermingsgebied. Voor zover bekend wordt er op en in de directe omgeving van de locatie niet op relevante schaal grondwater door bedrijven en particulieren onttrokken.

Bouw- en milieuarchief Van de locatie zijn de onderstaande bouw- en milieuvergunningen aanwezig/beschikbaar (bron 4).

208301-13/R01

10/27

Tabel 4: Overzicht Bouw- of omgevingsvergunningen- en Milieuvergunningen Jaartal

Omschrijving

Opmerking

Archief Bouwvergunningen 1979

Bouwen van een semi-permanent schoolgebouw (3 klassen)

-

1981

Gedeeltelijk veranderen van de indeling en bestemming der lokalen van de L.T.S.

-

1989

Oprichten van een dierenverblijf en kweekkast

-

1990

Verplaatsen van twee leslokalen

1995

Uitbreidingen

-

2001

Oprichten hekwerken

-

2001

Vergunning brandveilig gebruik

-

Archief Milieuvergunningen 1987 en 1995

Milieuvergunning: Melding Besluit scholen en onderzoeksinstituten

In een van de dossiers is een brief van gemeente Cuijk gericht aan het Merletcollege opgenomen (d.d. 23 februari 1995). Hierin wordt aangekondigd dat wordt overgegaan van een olie-gestookte verwarmingsinstallatie naar een gasgestookte verwarmingsinstallatie. Vanwege de aanwezigheid van een (ernstige) bodemverontreiniging met minerale olie (zie bron 7 en paragraaf 2.5) heeft gemeente Cuijk aangegeven dat er een nader bodemonderzoek noodzakelijk is (zie betreffende brief in bijlage 6). In hoeverre dit daadwerkelijk heeft plaatsgevonden is niet bekend.

Conclusies vooronderzoek Uit de verkregen informatie blijkt dat de onderzoekslocatie tot eind jaren ’60 begin jaren ’70 in gebruik is geweest voor agrarische doeleinden (weiland en bouwland). Volgens BAG Viewer dateert de bebouwing van 1967. De bebouwing is vanaf de beginperiode altijd in gebruik geweest als schoolgebouw. De laatste gebruiker van de school is het Merletcollege voor onderwijs van MAVO en VMBO. In oktober 2017 is het Merletcollege verhuist naar de nieuwe locatie aan de Katwijkseweg 2 in Cuijk. Thans is de bebouwing (deels) nog in gebruik als anti-kraak. Op basis van topografische kaart van 1977 en de kaarten daarvoor, is gebleken dat op het westelijke deel van de onderzoekslocatie een onverharde weg (mogelijk landbouwpad) aanwezig was. Mogelijk is dit pad (half)verhard geweest met puin, slakken en/of andersoortig materiaal. Naar aanleiding hiervan kan niet worden uitgesloten dat, als gevolg van vermenging van dit materiaal, de bodem ter plaatse van dit terreindeel verontreinigd is geraakt met onder andere zware metalen en PAK. Nabij de ingang van de school (oostelijk) is een ondergrondse HBO-tank met een inhoud van 20.000 liter aanwezig. De tank is in 1995 gecleand en gevuld met zand. Hiervan een tanksaneringscertificaat beschikbaar. Deze is echter (nog) niet in het bezit van Ortageo. Ter plaatse van de tank heeft in 1994 een bodemonderzoek plaatsgevonden.

Op een van de boorlocaties is een sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond. In de rapportage wordt een nader bodemonderzoek aanbevolen. Overige gegevens zijn niet bekend/beschikbaar waardoor niet kan worden aangegeven of er daadwerkelijk een vervolgonderzoek en/of bodemsanering heeft plaatsgevonden. Er wordt vanuit gegaan dat de tank (en verontreiniging) thans nog aanwezig is. Aan de voorzijde (oostelijk) van het schoolgebouw (zijde Robijnlaan) is een parkeerterrein aanwezig. Deze is deels voorzien van asfalt en split. Het schoolplein aan de achterzijde van de school (ter plaatse van de fietsenstalling) is deels verhard met asfalt. In hoeverre de asfaltverharding teerhoudend is, is tot dusver onbekend. Ook is niet bekend of onder de asfaltverharding en onder de splitlaag een fundatielaag aanwezig is. Op basis van de beschikbare gegevens zijn voor het overige deel van de onderzoekslocatie geen bodembedreigende activiteiten bekend die van invloed zijn (geweest) op de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. Ook voor de directe omgeving zijn geen bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bekend die van invloed zijn (geweest) op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie.

208301-13/R01

11/27

3

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE Verkennend bodemonderzoek NEN 5740

3.1.1 Hypothese Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de locatie van de voormalige weg (landbouwpad) op het westelijke terreindeel als “verdacht met betrekking tot zware metalen en PAK” aangemerkt. De locatie van de buiten gebruik gestelde ondergrondse HBO-tank aan de voorzijde van de school wordt als “verdacht met betrekking tot aardolieproducten” aangemerkt. Voor het overige deel van de onderzoekslocatie wordt een (relevante) bodemverontreiniging niet verwacht. Het overige terrein wordt als ‘onverdacht’ aangemerkt.

3.1.2 Strategie In de onderstaande tabel zijn per (verdachte) deellocatie de strategie en verdachte parameters weergegeven. Tabel 5: Onderzoeksstrategie deellocaties Deellocatie

Oppervlakte (m2)

Strategie

Verdachte parameter(s)

A

Voormalig landbouwpad op het westelijke terreindeel

Circa 400 m2

VED-HE-NL

Zware metalen en PAK

B

Ondergrondse HBO tank oostelijk van het schoolgebouw (actualisatie verontreiniging met minerale olie)

Circa 100 m2 Inhoud tank is 20.000 liter

Actualisatie onderzoek van 1994

Minerale olie en vluchtige aromaten

VED-HE-NL

Onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming

VEP-OO

Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meerdere ondergrondse opslagtanks

Het overige terrein is als “onverdachte locatie” aangemerkt en wordt niet onderzocht.

Verkennend bodemonderzoek asbest NEN 5707 3.2.1 Hypothese Het voormalige landbouwpad op het westelijke terreindeel is mogelijk verhard geweest met puin. Naar aanleiding hiervan kan niet worden uitgesloten dat in deze puinlaag mogelijk asbesthoudend materiaal aanwezig was. Daarom wordt dit terreindeel als ‘verdacht met betrekking tot asbest’ aangemerkt.

3.2.2 Strategie Het asbestonderzoek heeft alleen betrekking op het voormalige landbouwpad. Op basis van de hypothese wordt deze locatie onderzocht volgens de strategie voor een 'verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' (VED-HE).

Asfaltonderzoek Het doel van het asfaltonderzoek is het:  vaststellen van de samenstelling en constructie (laagopbouw) van de asfaltverharding;

208301-13/R01

12/27

bepalen van de teerhoudendheid en de hergebruiksmogelijkheden van de bitumineuze verharding (per laag met een duidelijk afwijkende samenstelling).

Bij het opstellen van het onderzoeksprogramma voor het asfaltonderzoek is uitgegaan van de 'Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt' (CROW-publicatie 210, 2015). Voor asfalt dat is aangelegd voor 1995 worden conform deze richtlijn voor een homogeen verhardingsvak (tot maximaal 500 m2) twee kernboringen verricht en voor elk extra vak van maximaal 500 m2 een extra kernboring. De oppervlakte van de asfaltverharding op het voorterrein bedraagt circa 300 m 2. De oppervlakte van de asfaltverharding op het achterterrein bedraagt circa 600 m2. In totaal zijn vier asfaltboringen verricht (2 stuks op het voorterrein en 2 stuks op het achterterrein). Voor het bepalen van de hergebruiksmogelijkheden van bitumineuze mengsels zoals asfalt, is PAK de kritieke parameter. Van de geboorde asfaltkernen wordt de constructie-opbouw bepaald en wordt een PAK-markertest uitgevoerd. Bij een positieve PAK-markertest kan er van worden uitgegaan dat het PAK-gehalte de samenstellingswaarde voor herbruikbaar asfalt overschrijdt (> 250 mg/kg d.s.). Kernen of lagen daarvan, met een negatieve PAKmarkertest worden kwalitatief onderzocht op de aanwezigheid van PAK door middel van een analyse. Indien het PAK-gehalte onder de samenstellingswaarde (75 mg/kg d.s.) ligt, kan ervan worden uitgegaan dat het asfalt nietteerhoudend is en voor hergebruik in aanmerking komt.

Indicatief fundatie-onderzoek Het doel van het fundatie-onderzoek is het:  vaststellen van de samenstelling en constructie (laagopbouw) van de fundatielaag;  indicatief vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit en de hergebruiksmogelijkheden van het fundatiemateriaal (per laag met een duidelijk afwijkende samenstelling). Aan weerszijde van de asfaltverharding (toegangsweg) bevinden zich parkeerstroken welke verhard zijn met split. Op een deel van het achterterrein (schoolplein/fietsenstalling) is ook asfalt aanwezig. In hoeverre onder de asfaltverharding en onder de splitlaag een fundatielaag aanwezig is, is tot dusver onbekend. Naar aanleiding hiervan worden in de asfaltverharding op het voor- en achterterrein elk 2 boringen uitgevoerd. In beide parkeerstroken die met split verhard zijn worden ook elk 2 boringen uitgevoerd. De aard en opbouw van de funderingsconstructie wordt visueel in het veld vastgesteld. Van het funderingsmateriaal wordt per materiaaltype en eventueel per deelgebied een mengmonster samengesteld. Het mengmonster van het betreffende materiaaltype wordt onderzocht op samenstelling met betrekking tot organische parameters (PAK, minerale olie en PCB).

Voor de bepaling van het uitlooggedrag van het fundatiemateriaal wordt een beschikbaarheidstest uitgevoerd (indicatieve uitloging), waarna het eluaat wordt onderzocht op anorganische stoffen (15 metalen (As, Ba, Cd, Co, Cr, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Sb, Se, Sn, Va en Zn) en 4 anionen (Br, Cl, F en SO4)). Verder wordt op het uitkomende materiaal een analyse op asbest uitgevoerd. De analyseresultaten van het fundatie-onderzoek worden getoetst aan de normen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit. Indien het fundatiemateriaal niet hieraan voldoet, zal tevens worden getoetst aan de normen voor IBC-bouwstoffen (bouwstoffen die onder bepaalde condities geïsoleerd mogen worden toegepast). De boringen in de asfaltverharding en in de met split verharde parkeerstroken, worden doorgezet tot een diepte van 0,5 à 1,0 meter in de onderliggende bodemlaag. Voor deze bodemlaag wordt een analyse op een standaardpakket voor grondmonsters uitgevoerd. Dit om een indicatie te verkrijgen in de bodemkwaliteit onder de asfalt- en fundatielaag.

208301-13/R01

13/27

4

VELDWERKZAAMHEDEN Opzet

Algemeen In onderstaande tabel zijn de uitvoeringsdata en de verantwoordelijke monsternemers aangegeven voor de verschillende uitvoeringsfasen van het veldonderzoek. De locaties van de onderzoekspunten zijn weergegeven op de tekening in bijlage 2. Tabel 6: Uitvoeringsgegevens Beoordelingsrichtlijn/ protocol

Erkende organisatie

Verantwoordelijk medewerker

Datum

Werkzaamheden

28-06-2018

Uitvoeren handboringen, plaatsen peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen grondmonsters en inmeten

2000/2001

Ortageo Zuidoost B.V.

28-06-2018

Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem

2000/2018

Ortageo Zuidoost B.V.

F. Regeling

05-07-2018

Nemen van grondwatermonsters

2000/2002

Ortageo Zuidoost B.V.

N.L.M. Peters

F. Regeling H.H. Wolters

Vanwege de volledige verharding en begroeiing van de onderzoekslocatie is geen maaiveldinspectie uitgevoerd. In het veld is de vrijgekomen grond laagsgewijs beoordeeld en beschreven (textuur, kleur, humusgehalte). Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke evenals op kleurafwijkingen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De opgeboorde grond ter plaatse van de buitengebruik gestelde ondergrondse HBO-tank (boringen 6 t/m 9) is met behulp van de olie-water-reactie getest op de aanwezigheid van olie-achtige stoffen. Ook het maaiveld is visueel geïnspecteerd op indicaties die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Ten slotte is visueel specifiek aandacht besteed aan het voorkomen van asbest in de bodem. In de volgende tabel is een overzicht van het uitgevoerde veldwerkprogramma weergegeven. Tabel 7: Overzicht veldwerkprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m –mv)

Nummers

Voormalig landbouwpad op het westelijke terreindeel Boringen

3

0,5 à 1,0

01, 03, 05

1

2,0

02

Boringen met peilbuis

1

3,7

04

Proefgaten

5

0,5 à 0,7

01 02, 03, 04, 05

Buiten gebruik gestelde ondergrondse HBO tank op het voorterrein (oostelijk van het schoolgebouw) Boringen

3

3,5 à 3,7

07, 08, 09

Boringen met peilbuis

1

3,7

06

0,7

16 en 17

0,7

10, 11, 12, 13, 14, 15

Asfaltverharding achterterrein Boringen

2

Asfalt- en splitverharding voorterrein Boringen

6

Afwijkingen ten opzichte van BRL SIKB 2000 Behoudens het niet uit kunnen voeren van een maaiveldinspectie (vanwege verharding en begroeiing) is bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden niet afgeweken van de BRL SIKB 2000.

208301-13/R01

14/27

Resultaten In bijlage 3 zijn de uitgetekende bodemprofielen weergegeven. Bodemopbouw In de volgende tabel is weergegeven hoe de bodem op de onderzoekslocatie tot de maximaal onderzochte diepte is opgebouwd. Tabel 8: Gemiddelde bodemopbouw Diepte (m -mv)

Hoofdbestanddeel

Nadere omschrijving

0,0 à 0,2 – 0,5 à 0,7

Zand

Matig fijn, zwak siltig, plaatselijk zwak grindig

0,5 à 0,7 – 2,1 à 2,7

Klei

Zwak tot sterk zandig, zwak humeus

2,1 à 2,7 – 3,7

Zand

Matig grof, zwak siltig

Plaatselijk is in de bovengrond sterk zandige klei aanwezig in plaats van zand. In de ondergrond is plaatselijk grind aanwezig in plaats van zand. Visueel waargenomen bijzonderheden In de ontgraven grond uit de proefgaten 01 t/m 05 is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de bodemlaag van 1,5 – 2,2 ter plaatse van boring 06 (buiten gebruik gestelde ondergrondse HBO tank) is een matige olie-waterreactie geconstateerd. De dikte van de asfaltverharding bedraagt 17 à 20 centimeter. Onder de asfaltverharding op het voor- en achterterrein is geen fundatiemateriaal aangetroffen. Hier bevindt zich zwak siltig, matig fijn zand. Aan weerszijden van de asfaltverharding op het voorterrein is split aanwezig. Hieronder bevindt zich fundatiemateriaal met een laagdikte van 15 à 20 centimeter. Dit materiaal bestaat met name uit puin en slakken. In de volgende tabel zijn de visueel waargenomen bijzonderheden met weergegeven. Tabel 9: Visueel waargenomen bijzonderheden in grond Onderzoekspunt

Einddiepte (m -mv)

Diepte (m -mv)

Waargenomen bijzonderheden

Grondsoort

01

1,0

0,08 - 0,6

Brokken beton

Zand

02

2,0

0,08 - 0,6

Brokken beton

Zand

03

1,0

0,06 - 0,5

Brokken beton

Zand

04

3,71

0,0 - 0,5

Zwak puinhoudend

Zand

3,7 - 3,71

Gestaakt op grof grind

-

05

0,5

0,0 - 0,5

Sporen puin

Zand

06

3,7

0,04 – 1,5

Geen olie-water reactie

Zand

1,5 - 2,2

Matige olie-water reactie

Klei

2,2 - 2,7

Geen olie-water reactie

Klei

2,7 - 3,7

Geen olie-water reactie

Zand

0,0 – 2,2

Geen olie-water reactie

Klei

2,2 – 3,7

Geen olie-water reactie

Zand

0,0 - 2,7

Geen olie-water reactie

Klei

2,7 - 3,7

Geen olie-water reactie

Zand

0,0 - 2,1

Geen olie-water reactie

Klei

2,9 - 3,5

Geen olie-water reactie

Grind

07

08

09

3,7

3,7

3,5

10

0,7

0,02 - 0,15

Uiterst puinhoudend, uiterst slakhoudend

-

11

0,7

0,02 - 0,1

Uiterst puinhoudend, uiterst slakhoudend

-

208301-13/R01

15/27

Tabel 9: Visueel waargenomen bijzonderheden in grond Onderzoekspunt

Einddiepte (m -mv)

Diepte (m -mv)

Waargenomen bijzonderheden

Grondsoort

14

0,7

0,02 - 0,2

Uiterst puinhoudend, uiterst slakhoudend

-

15

0,7

0,02 - 0,2

Uiterst slakhoudend, uiterst puinhoudend

-

Grondwater Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn visueel waarnemingen gedaan en metingen verricht. De resultaten daarvan zijn weergegeven in onderstaande tabel. De zuurgraad en het geleidingsvermogen zijn als normaal te beschouwen voor de onderzochte locatie. Tabel 10: Bijzonderheden en resultaten veldmetingen grondwater Peilbuis

Monstercode

Filterstelling (m –mv)

Waargenomen bijzonderheden

Grondwaterstand (m -mv)

Zuurgraad (pH)

Geleidingsvermogen (µs/cm)

Troebelheid (NTU)

2,68

7,2

190

10,8

Voormalig landbouwpad op het westelijke terreindeel 04-1

04-1-1

2,7 – 3,7

Geen

Buiten gebruik gestelde ondergrondse HBO tank op het voorterrein (oostelijk van het schoolgebouw) 06-1

208301-13/R01

06-1-1

2,7 – 3,7

Geen

2,47

7,1

270

14,7

16/27

5

LABORATORIUMONDERZOEK Analyseprogramma

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de visuele waarnemingen (grondsoort, kleur, aard en hoeveelheid bodemvreemde bijmengingen e.d.) en de ruimtelijke verdeling van de onderzoekspunten zijn grond(meng)monsters samengesteld. In de volgende tabel is een overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het uitgevoerde analyseprogramma weergegeven. In verband met een overschrijding van de tussenwaarde voor zink in een mengmonster van de bovengrond op het achterterrein (M1) is aansluitend een aanvullend laboratoriumonderzoek ingesteld waarbij de individuele deelmonsters uit M1 separaat geanalyseerd zijn op zink. Tabel 11: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5740 Onderdeel

Monstercode

Traject (m -mv)

Deelmonsters

Omschrijving / waargenomen bijzonderheden

Analysepakket

Voormalig landbouwpad op het westelijke terreindeel Bovengrond

M1

0,06 - 0,6

01-1, 02-1, 03-1

Zandige bodemlaag niet humeus / brokken beton

Standaardpakket grond1 + chroom

Uitsplitsing M1 i.v.m. overschrijding tussenwaarde voor zink

01-1

0,08 – 0,6

-

Zandige bodemlaag niet humeus / brokken beton

Zink

02-1

0,08 – 0,6

-

Zandige bodemlaag niet humeus / brokken beton

Zink

03-1

0,08 – 0,5

-

Zandige bodemlaag niet humeus / brokken beton

Zink

Bovengrond

M2

0,0 - 0,5

04-1, 05-1

Humeuze bodemlaag / sporen tot zwak puinhoudend

Standaardpakket grond + chroom

Ondergrond

M4

0,5 - 1,0

01-2, 02-2, 03-2, 04-2

Kleiige bodemlaag uit de ondiepe ondergrond / geen bijzonderheden

Standaardpakket grond + chroom

Grondwater

04-1-1

2,7 – 3,7

-

Geen bijzonderheden

Standaardpakket grondwater2 + chroom

Zandige bodemlaag, niet humeus direct onder de asfaltverharding / geen bijzonderheden

Standaardpakket grond + chroom

Ter plaatse van asfaltverharding op het achterterrein Bovengrond

M3

0,2 - 0,7

16-2, 17-2

Buiten gebruik gestelde ondergrondse HBO tank op het voorterrein (oostelijk van het schoolgebouw) Ondergrond

Grondwater

208301-13/R01

06-4

1,5 - 2,0

-

Verdachte bodemlaag uit de ondergrond met een matige olie-waterreactie

Minerale olie

06-6

2,2 - 2,7

-

Bodemlaag onder de verdacht laag / geen olie-waterreactie

Minerale olie

M5

1,5 - 2,1

07-4, 08-4, 09-4

Kleiige ondergrond rondom de ondergrondse tank / geen oliewaterreactie

Minerale olie

M6

2,1 - 3,3

06-7, 07-5, 08-6, 09-5

Zandige ondergrond rondom de ondergrondse tank / geen olie-waterreactie

Minerale olie

04-1-1

2,7 – 3,7

-

Geen bijzonderheden

Standaardpakket grondwater + chroom

17/27

Tabel 11: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5740 Onderdeel

Monstercode

Traject (m -mv)

Deelmonsters

Omschrijving / waargenomen bijzonderheden

Analysepakket

Ter plaatse van asfalt- en splitverharding op het voorterrein Bovengrond

M7

0,1 - 0,7

10-1, 11-1, 12-2, 13-2, 14-1, 15-1

Zandige bodemlaag, niet humeus direct onder de asfalten splitverharding / geen bijzonderheden

Standaardpakket grond + chroom

Ondergrond

M8

0,5 - 0,7

10-2, 11-2, 14-2, 15-2

Kleiige ondergrond voorterrein / geen bijzonderheden

Standaardpakket grond + chroom

1

Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), PCB, PAK, minerale olie, lutum, organische stof en droge stofgehalte

2

Metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl en VC) en minerale olie

Verkennend bodemonderzoek asbest NEN 5707 In de volgende tabel is het analyseprogramma voor asbest weergegeven. Tabel 12: Samenstelling (meng)monsters en analyseprogramma NEN 5707 Monstercode

Onderzoekspunten

Traject (m -mv)

Visuele waarnemingen / omschrijving

Analysepakket

1 2 3 4 5

0,08 - 0,5 0,08 - 0,5 0,08 – 0,5 0,0 – 0,5 0,0 – 0,5

Visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen

Asbest in grond

Grond MM1-1

Indicatief fundatieonderzoek Van de puinlaag onder de splitlaag is een mengmonster samengesteld dat indicatief is onderzocht op de samenstelling met betrekking tot organische parameters (PAK, minerale olie en PCB). Voor de bepaling van het uitlooggedrag van het materiaal is een beschikbaarheidstest uitgevoerd (indicatieve uitloging), waarna het eluaat is onderzocht op anorganische stoffen (15 metalen (As, Ba, Cd, Co, Cr, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Sb, Se, Sn, Va en Zn) en 4 anionen (Br, Cl, F en SO4)). Van het materiaal is tevens een mengmonster genomen voor de bepaling van het asbestgehalte. In de volgende tabel is het analyseprogramma voor het indicatief fundatieonderzoek weergegeven. Tabel 13: Samenstelling mengmonster en analyseprogramma fundatieonderzoek Monstercode

Onderzoekspunten

Traject (m -mv)

Visuele waarnemingen / omschrijving

Analysepakket

MM puin 10,11,14,15 chemisch-1

10 11 14 15

0,02 – 0,15 0,02 – 0,1 0,02 – 0,2 0,02 – 0,2

Volledig puin / visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen

Cryogeen malen, gehalten PAK + minerale olie + PCB, schudproef( L/S=10, pH=7) + analyse eluaat op anorganische stoffen (15 metalen en 4 anionen)

MMASBPuin

10 11 14 15

0,02 – 0,15 0,02 – 0,1 0,02 – 0,2 0,02 – 0,2

Volledig puin / visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen

Asbest in puin

Puin

208301-13/R01

18/27

Onderzoek teerhoudendheid asfalt In totaal zijn vier asfaltkernen geboord. Dit betreffen de boorkernen 12, 13 (voorterrein), 16 en 17 (achterterrein). In de situatietekening in bijlage 2 zijn deze locaties aangeduid. De asfaltkernen zijn door een op basis van NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 geaccrediteerd laboratorium onderzocht. Hierbij is per asfaltkern de constructieopbouw bepaald en is een PAK-markertest uitgevoerd. Daarnaast zijn twee (meng)monsters van de asfaltkernen geanalyseerd op het PAK-gehalte middels een GCMS-analyse. Voor de contructieopbouw wordt verwezen naar de analysecertificaten opgenomen onder bijlage 4.

Analyseresultaten De analysecertificaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in bijlage 4.

5.2.1 Chemische parameters Grond De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. In deze tabellen zijn de gemeten gehalten in de grond aan de hand van de analytisch vastgestelde percentages lutum en organische stof omgerekend naar de 'standaard bodem' (25% lutum en 10% organische stof). Dit zijn de gestandaardiseerde gemeten gehalten (GSSD). In deze paragraaf zijn de resultaten samengevat. In de tabellen is tussen haakjes een index opgenomen (zie 'kader'). De index geeft inzicht in de verhouding tussen het gestandaardiseerde gemeten gehalte en de achtergrondwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grond) en tussen de gemeten concentratie en de streefwaarde respectievelijk de interventiewaarde (voor grondwater). Een index van 0,5 komt overeen met de tussenwaarde. Hoe dichter de index in de buurt van de 1 komt, hoe dichter de interventiewaarde wordt benaderd. Een index boven 1 geeft aan met welke factor de interventiewaarde wordt overschreden. De toetsingsresultaten van de grondanalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven waarbij ook de eventuele bodemvreemde bijmengingen in het (meng)monster zijn weergegeven. Daarnaast zijn de grondanalyses indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (BBK) ter bepaling van de indicatieve bodemkwaliteitsklasse. De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5.

Tabel 14: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond Monstercode

Traject (m -mv)

Omschrijving / waargenomen bijzonderheden

Overschrijding van de Achtergrondwaarde (index1 < 0,5)

tussenwaarde (index1 >0,5)

Interventiewaarde (index1 > 1)

Indicatieve kwaliteitsklasse (Bbk)

Voormalig landbouwpad op het westelijke terreindeel M1

0,06 - 0,6

Zandige bodemlaag niet humeus / brokken beton

PCB (0,02)

zink (0,92)

-

Klasse Industrie

01-1

0,08 – 0,6

-

-

zink (6,31)

N.v.t.

02-1

0,08 – 0,6

Uitsplitsing M1 i.v.m. overschrijding tussenwaarde voor zink

zink (0,25)

-

-

N.v.t

-

-

-

N.v.t.

03-1

0,08 – 0,5

M2

0,0 - 0,5

Humeuze bodemlaag / sporen tot zwak puinhoudend

-

-

-

Altijd toepasbaar

M4

0,5 - 1,0

Kleiige bodemlaag uit de ondiepe ondergrond / geen bijzonderheden

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

Ter plaatse van asfaltverharding op het achterterrein M3

208301-13/R01

0,2 - 0,7

Zandige bodemlaag, niet humeus direct onder de

19/27

Tabel 14: Overschrijdingstabel analyseresultaten grond Monstercode

Traject (m -mv)

Omschrijving / waargenomen bijzonderheden

Overschrijding van de Achtergrondwaarde (index1 < 0,5)

tussenwaarde (index1 >0,5)

Interventiewaarde (index1 > 1)

Indicatieve kwaliteitsklasse (Bbk)

asfaltverharding / geen bijzonderheden Buiten gebruik gestelde ondergrondse HBO tank op het voorterrein (oostelijk van het schoolgebouw) 06-4

1,5 - 2,0

Verdachte bodemlaag uit de ondergrond met een matige olie-waterreactie

minerale olie (0,47)

-

-

-

06-6

2,2 - 2,7

Bodemlaag onder de verdacht laag / geen oliewaterreactie

-

-

-

-

M5

1,5 - 2,1

Kleiige ondergrond rondom de ondergrondse tank / geen olie-waterreactie

-

-

-

-

M6

2,1 - 3,3

Zandige ondergrond rondom de ondergrondse tank / geen oliewaterreactie

-

-

-

-

Ter plaatse van asfalt- en splitverharding op het voorterrein M7

0,1 - 0,7

Zandige bodemlaag, niet humeus direct onder de asfalt- en splitverharding / geen bijzonderheden

PCB (0,05)

-

-

Klasse Industrie

M8

0,5 - 0,7

Kleiige ondergrond voorterrein / geen bijzonderheden

zink (0,02) cadmium (-) lood (0,01)

-

-

Klasse Wonen

-

= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond

1

Index = (gestandaardiseerde meetwaarde- achtergrondwaarde) / (interventiewaarde – achtergrondwaarde)

Uit de resultaten van de uitsplitsing van mengmonster M1 blijkt dat in de bovengrond ter plaatse van boring 1 (deelmonster 01-1) een sterke verontreiniging met zink aanwezig is. In de bovengrond van boring 2 (deelmonster 02-1) is een lichte verontreiniging met zink aangetoond. In de bovengrond van boring 3 (deelmonster 03-1) blijkt het gehalte aan zink beneden de achtergrondwaarde aanwezig te zijn. Grondwater De toetsingsresultaten van de grondwateranalyses zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven. Tabel 15: Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwater Monstercode

Filterdiepte (m -mv)

Waargenomen bijzonderheden

Overschrijding van de streefwaarde (index1 < 0,5)

tussenwaarde (index1 >0,5)

interventiewaarde (index1 >1)

Molybdeen (0,06) barium (0,04)

-

-

Voormalig landbouwpad op het westelijke terreindeel 04-1-1

2,7 – 3,7

Geen

Buiten gebruik gestelde ondergrondse HBO tank op het voorterrein (oostelijk van het schoolgebouw) 06-1-1

2,7 – 3,7

Geen

Molybdeen (0,24)

-

-

= geen parameters in gehalten/concentraties boven de betreffende toetsingswaarden aangetoond

1

Index = (gestandaardiseerde meetwaarde - streefwaarde) / (interventiewaarde - streefwaarde)

208301-13/R01

-

20/27

Aangezien er geen directe relatie is tussen de licht verhoogde concentraties aan molybdeen en barium en het gebruik van de locatie en er voor zover bekend geen bron aanwezig is in de directe omgeving, zijn de verhoogde concentraties waarschijnlijk van nature in het grondwater aanwezig. In het grondwater ter plaatse van de buiten gebruik gestelde ondergrondse HBO tank blijken minerale olie en vluchtige aromaten niet aantoonbaar bij de door het laboratorium gehanteerde rapportagegrenzen.

5.2.2 Asbest In het analysemonster MM1-1 is geen asbest aangetoond.

5.2.3 Indicatief fundatie onderzoek De analyseresultaten van het fundatieonderzoek zijn getoetst aan de normen voor niet-vormgegeven bouwstoffen (N-bouwstof) uit het Besluit bodemkwaliteit (zie bijlage 5). Uit de resultaten blijkt dat het materiaal voldoet aan de normen voor het toepassen als niet-vormgegeven bouwstof. Op basis van de indicatieve resultaten blijkt dat in het fundatiemateriaal een gewogen gehalte van 0,94 mg/kg d.s. aan asbest is aangetoond. Het aangetoonde gehalte is te relateren aan losse vezels Chrysotiel 60 – 100 % (niet hechtgebonden). Het asbestgehalte ligt beneden de hergebruiksnorm van 100 mg/kg d.s. zodat het materiaal ook voor wat betreft asbest voor hergebruik in aanmerking komt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=12d5fafc-6c8f-450e-b7ab-45b9297d9397