CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

11-07 Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 16 Verslag sloopbegeleiding.pdf - Bijlagen bij de toelichtin.pdf

Cuijk - raadsvergadering 1 februari 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (C-stuk) Voorstel 2021-07 tot vaststelling Bestemmingsplan 'Cuijk, Valuwe, Robijnlaan 77 e.o. & Verdeliet’ en het beeldkwaliteitsplan Robijnlaan1.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Culemborg, 02-09-2109

Betreft: Verslag sloopinspectie terrein voormalig Merlet college, Robijnlaan 77 te Cuijk.

Samenvatting: In 2018 is op basis van de toen bekende informatie aangaande de archeologische verwachtingen op de locatie Robijnlaan 77 besloten om het archeologische onderzoek ter plaatse van de sloop op te delen in aantal fasen ten einde het risico te beperken. Dit omdat bekend was dat een deel van het terrein als gevolg van de bebouwing ter plekke, zeer wrs tot op grote diepte verstoord zou zijn. Er is daarom gekozen voor een combinatie van: booronderzoek, passieve sloopbegeleiding en een beperkte proefsleuf om op deze wijze verantwoord om te gaan de mogelijke archeologisch waardevolle resten ter plekke. Het booronderzoek is uitgevoerd op 11 maart 20191, hieruit bleek dat in een deel van het terrein de bodemopbouw nog intact was en daarom is hier vervolgens op 19 juni 20192 een proefsleuf gegraven. Het archeologisch proefsleuven-onderzoek heeft geen resten opgeleverd. Niet in de top van de B-C overgang noch op een dieper niveau. De afwezigheid van sporen en mobilia in combinatie met diverse verstoringen hebben geleidt tot het advies van vrijgave. Vervolgens is het terrein tijdens de sloop een aantal keer gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische sporen en mobilia.

Voorafgaand aan deze passieve begeleiding is aan de medewerkers van het sloop bedrijf uitgelegd waar men om moest letten, en dat men in het geval van het aantreffen van archeologische vondsten contact op konden nemen met Terra Archeologie. Tijdens de inspectie momenten zijn geen sporen aangetroffen van archeologie. Ook is duidelijk geworden dat ondanks de gunstige condities voor bewoning in de romeinse tijd, ter plaatse geen noemenswaardige romeinse aanwezigheid is geweest op deze locatie in deze periode.

1 2

Hagens, D. en J. de Kramer 2019 Feest,van der N.J.W 2019

Doel en vraagstelling Doelstellingen Het doel van de uit te voeren archeologische begeleiding van de sloopwerkzaamheden was het aanvullen en toetsen van de archeologische verwachting van het terrein en het veiligstellen van eventueel in het onderzoeksgebied door de sloop bedreigde archeologische resten. Specifieke aandacht werd gevraagd voor: intactheid van het bodemprofiel, de bodemgesteldheid, het microreliëf, de geomorfologie en de aanwezigheid van archeologisch (vondst)materiaal. Vraagstellingen Uitgangspunt bij het verzamelen van gegevens en eventuele vondsten tijdens de begeleiding was het beantwoorden van een aantal onderzoeksvragen die vooraf waren geformuleerd: 1. Is het bodemprofiel onder de voormalige school intact? 2. Hoe kunnen lagen in het (intacte) bodemprofiel worden geïnterpreteerd

(zie literatuur)? 3. Bevindt het onderzoeksgebied zich in, op de rand of buiten de lokale

depressie Is het ‘Romeinse niveau’ aanwezig? 4. Welke aanvullende informatie levert het onderzoek ten aanzien van de inheems- Romeinse vindplaats die in de nabijheid is opgegraven? 5. Indien archeologische resten worden aangetroffen: wat is de aard, het karakter, de datering, gaafheid, conservering en omvang van de vindplaats(en)?

Resultaten In de praktijk heeft de begeleiding op drie dagen plaatsgevonden, samenhangend met het verloop van de sloopwerkzaamheden. Op 17 april 2019 is tijdens het bouwoverleg afgesproken dat na de sloop van het gebouw, de sloop van de fundering zou beginnen op 6 juni 2019. Op 6 juni is het terrein geïnspecteerd. Echter, omdat er nog veel slooppuin moest worden afgevoerd, is deze planning aangepast aan de urgentie voor het aanleggen van de proefsleuf op 19 juni 2019. Op 12 juni is er tweede inspectie uitgevoerd, ter voorbereiding op de proefsleuven. Hierbij is de tijd vooral benut om de funderingsopbouw te bekijken. De randconstructie ("op staal") bestond uit betonelementen die op een niveau van ongeveer 80-120 cm onder maaiveld waren geplaatst. Op de platen was een betonvloer gestort, waarin leidingen liepen. Aan de rand van de vloer waren betonnen geleidebalken aanwezig. Het geheel lag op een pakket geel zand, dat ten behoeve van de bouw van de school

indertijd is aangebracht en dat niet zou worden verwijderd bij de sloop. Verder waren er omvangrijke kelders aanwezig tbv verwarming ed. Hieruit werd geconcludeerd dat alleen langs de rand van de school zinvolle waarnemingen gedaan zouden kunnen worden. Op 24 juni 2019 zijn deze voor zover zichtbaar gecontroleerd op intactheid van de bodem. Het geheel maakte een nogal verrommelde indruk. Er zijn in elk geval geen concrete archeologische sporen gevonden. Al met al kunnen we concluderen dat de bouwput indertijd waarschijnlijk tot diep in de C-horizont is uitgegraven (zie afbeelding 4). De bouwput was – zoals gebruikelijk – wat ruimer aangelegd dan de afmetingen van het gebouw. Nadat de funderingen voor het gebouw voldoende waren geconstrueerd, is de binnenruimte verder opgevuld met geel zand en de restruimte buiten de funderingen met zwarte grond en bouwzand. Ook onder delen van het voormalige schoolplein waren diepgaande verstoringen zichtbaar. Zoals banen van voormalige kabel- en leidingstroken en de sporen van graafwerkzaamheden zoals in afbeelding 3 duidelijk zichtbaar is. Mede hierom is besloten om na de sloop nog een eenmalige eindinspectie uit te voeren. Deze heeft plaats gevonden in week 27.

afbeelding 1:De rode delen vielen onder passieve sloopbegeleiding

Enkele overzichtsfoto’s

Afbeelding 2: langs het hek. Het gele bouwzand zit direct onder het voormalige schoolplein

Afbeelding 3: De “grijze banen” de gesloopte delen

van eerdere graafwerkzaamheden direct langs

Afbeelding 4: Al eerder afgegraven tot in diep in de C horizont

Conclusies en aanbevelingen Geconcludeerd kan worden dat de archeologische begeleiding van de sloopwerkzaamheden slechts zicht heeft geboden op recente en relatief ondiepe bodemlagen van het terrein, die samenhangen met de bouw van de voormalige school. Geconculeerd kan worden dat oorspronkelijke bodemprofiel onder en nabij de school tot diep in de de C-horizont is verwijderd en vervangen door een zandbed. De archeologische begeleiding van de sloopactiviteiten heeft geen inzicht kunnen bieden in de bodemopbouw ter plaatse er zijn geen duidelijke archeologische sporen of vondsten aangetroffen. Op de locatie van de voormalige school is de bodem dusdanig verstoord, dat eventuele archeologische resten niet (meer) aanwezig zijn. Beantwoording van de onderzoeksvragen 1) Is het bodemprofiel onder de voormalige school intact? Aan de hand van de resultaten, maar aangenomen mag worden dat de bouwput indertijd is uitgegraven tot in de C-horizont, waardoor het bodemprofiel niet meer intact is.

2) Hoe kunnen lagen in het (intacte) bodemprofiel worden geïnterpreteerd (zie literatuur)? Deze vraag kan niet worden beantwoord, omdat geen intact bodemprofiel is waargenomen.

3) Bevindt het onderzoeksgebied zich in, op de rand of buiten de lokale depressie? Is het ‘Romeinse niveau’ aanwezig? Over de ligging van het onderzoeksgebied ten opzichte van de lokale depressie kan niets worden gezegd, omdat geen intact bodemprofiel is waargenomen. Het grootste deel van het onderzochte bodemprofiel bestaat uit de vulling van de insteek van de fundering van de school, waarin geen Romeins niveau aanwezig is.

4) Welke aanvullende informatie levert het onderzoek ten aanzien van de inheems- Romeinse vindplaats die in de nabijheid is opgegraven? Het onderzoek heeft geen aanvullende informatie met betrekking tot de inheems-Romeinse vindplaats opgeleverd.

5) Indien archeologische resten worden aangetroffen: wat is de aard, het karakter, de datering, gaafheid, conservering en omvang van de vindplaats(en)? Er zijn geen archeologische resten aangetroffen. Aanbevelingen De afwezigheid van sporen en mobilia in combinatie met diverse verstoringen leiden tot het advies van vrijgave. Ter plaatse zijn geen aanvullende maatregelen

noodzakelijk ten aanzien van de archeologie.

Dit advies dient gecontroleerd te worden door de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Cuijk.

Hoogachtend,

Drs. C.D.R. Cohen Stuart Terra Archeologie

Bibliografie: Hagens, D./ J. de Kramer, 2019: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Robijnlaan 77 en Mgr. Zwijssenstraat te Cuijk. Roermond (Aeres Milieu rapport AM18379) Feest, van der N.J.W., 2019: Verkennend archeologisch onderzoek door middel van proefsleuven Robijnlaan 77 te Cuijk (gemeente Cuijk). Roermond. (Aeres Milieu rapport AM19218)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=4f551e84-3a78-43ce-b6b3-e005e798a84a