CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

11-07 Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 13 Aanvullend ecologisch onderzoek.pdf - Bijlagen bij de toe.pdf

Cuijk - raadsvergadering 1 februari 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (C-stuk) Voorstel 2021-07 tot vaststelling Bestemmingsplan 'Cuijk, Valuwe, Robijnlaan 77 e.o. & Verdeliet’ en het beeldkwaliteitsplan Robijnlaan2.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANVULLEND ECOLOGISCH ONDERZOEK ROBIJNLAAN 77 TE CUIJK

Rapportage aanvullend ecologisch onderzoek Robijnlaan 77 te Cuijk Opdrachtgever

Werkorganisatie CGM Postbus 7 5360 AA Grave

Rapportnummer Versienummer

6330.002 D1

Status

Eindrapportage

Datum

15 oktober 2018

Vestiging

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

M. Moree, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

ir. T. Leeuwis

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 1 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 1 Voorgenomen ingrepen .................................................................................................... 2

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK ............................................................................ 2

4

ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 2

5

ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................... 3

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING ............................................................................. 4

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 5

6330.002

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Werkorganisatie CGM opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Robijnlaan 77 te Cuijk. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en naar aanleiding van de resultaten van voorgaand onderzoek. Uit voorgaand onderzoek blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming er op sommige punten meer informatie benodigd is. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. 2 2.1

GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (± 19.000 m²) ligt aan de Robijnlaan 77, in de kern van Cuijk. Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 46 W (schaal 1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 188.306, Y = 416.952.

Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

Rapport 6330.002 versie D1

Pagina 1 van 5

De onderzoekslocatie bestaat uit een voormalig schoolgebouw en bevindt zich in het noorden van de kern van Cuijk. Ten noorden van de onderzoekslocatie bevinden zich weilanden, akkerlanden en bossen. Ten oosten en noordoosten van de onderzoekslocatie loopt de Maas en ten noordwesten bevinden zich de Kraaijenbergse plassen. 2.2

Voorgenomen ingrepen

De initiatiefnemer is voornemens de huidige bebouwing te slopen. 3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK

Uit voorgaand onderzoek is gebleken dat nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen benodigd is om uitsluitsel te geven over de aan- of afwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soorten. 4

ONDERZOEKSMETHODIEK

Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode april tot oktober in totaal vijf veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken zijn in de avonduren en/of ochtenduren uitgevoerd. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie maart 2017), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging, in overleg met Dienst Landelijk Gebied en de Gegevensautoriteit Natuur. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijf en paarverblijf/baltsplaats voor de soorten gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken, was onderzoek naar alle mogelijke, op de onderzoekslocatie aanwezige functies noodzakelijk. Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming. Het totale aantal voorgestelde veldbezoeken is vastgesteld op basis van de grootte van de onderzoekslocatie. Met vijf bezoeken omtrent deze soortgroep is voldoende zekerheid verkregen over de functie van de onderzoekslocatie.

Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson M500). Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van vleermuizen gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 10 ºC. De windsnelheid lag beneden de 5 Bft. en er was geen sprake van neerslag.

Rapport 6330.002 versie D1

Pagina 2 van 5

Tabel I bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken. Tabel I.

Onderzoeksinspanning januari 2018

vleermuizen

februari 2018

maart 2018

tijdstip

datum

functie

5

april 2018

mei 2018

juni 2018

1 x ochtend 2 x avond

juli 2018

augustus 2018

september 2018

oktober 2018

2 x avond

19 april, 28 mei en 3 juli

30 augustus en 20 september

zomerverblijf & kraamverblijf

paar/baltsverblijf

ONDERZOEKSRESULTATEN

Verblijfplaatsen binnen de onderzoekslocatie Er zijn tijdens geen van de veldbezoeken invliegende, uitvliegende, zwermende of gevel grijpende vleermuizen waargenomen binnen de onderzoekslocatie. Wel werden er tijdens de laatste twee onderzoeksrondes enkele baltsende gewone dwergvleermuismannetjes gehoord (sociale geluiden), maar deze hadden geen binding met de onderzoekslocatie. Deze mannetjes hebben hun verblijfplaats ergens in de omgeving, maar niet op de onderzoekslocatie zelf. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de te slopen bebouwing geen functie heeft als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen. Verstoring van vleermuizen is op de projectlocatie dan ook niet aan de orde. Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie Tijdens één van de veldbezoeken is een uitvliegende gewone dwergvleermuis waargenomen aan de Wolweversgaarde. Gesteld kan worden dat in de Wolweversgaarde een zomerverblijfplaats aanwezig is. Door de afstand tot de onderzoekslocatie zijn tijdens de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten op deze verblijfplaatsen redelijkerwijs uit te sluiten. Tijdens de laatste twee veldbezoeken zijn verschillende gewone dwergvleermuizen met sociale roep waargenomen.

De sociale roepen zijn waargenomen in de Wolweversgaarde, Toermalijnlaan, Robijnlaan en boven het grasveld op de hoek van de Toermalijnlaan/Robijnlaan. In alle gevallen was er een duidelijk territorium vast te stellen van de baltsende gewone dwergvleermuis mannetjes. De focus van de baltsende mannetjes lag op de hier boven genoemde straten en de straten erachter, van de onderzoekslocatie af. Er was goed vast te stellen dat er geen interesse voor de onderzoekslocatie was. De sociale geluiden duiden op een mogelijk paarverblijf in de omgeving van de onderzoekslocatie. Tevens is het mogelijk dat de betreffende paarverblijfplaatsen in gebruik zijn door gewone dwergvleermuizen als winterverblijfplaats. Er zijn geen gevel grijpende vleermuizen waargenomen die duidelijk aangeven waar de paarverblijven zich bevinden. Foeragerende / passerende vleermuizen Tijdens de veldbezoeken zijn er binnen de onderzoekslocatie enkele (5 tot 8) foeragerende gewone dwergvleermuizen en 1 foeragerende laatvlieger waargenomen. Het foerageren vondt vooral plaats boven het grasveld op de hoek van de Toermalijnlaan/Robijnlaan, in de groenstrook aan de westkant en rond de moestuin. Naast deze locaties zijn er in de omgeving meerdere geschikte locaties die kunnen dienen als foerageergebied aanwezig. Door de voorgenomen plannen zal er geen essentieel foerageergebied verloren gaan.

Rapport 6330.002 versie D1

Pagina 3 van 5

Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Dergelijke potentiële vliegroutes zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig. Door de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie worden geen vliegroutes verstoord. Tijdens de veldbezoeken zijn geen eenduidige vliegpatronen aangetroffen die door meerdere individuen worden gevolgd. Waargenomen vleermuizen betreffen exemplaren, die uit verschillende richtingen afkomstig zijn. Er is geen sprake van een eenduidig vliegpatroon dat door meerdere individuen wordt gevolgd. Overtreding ten aanzien van vliegroutes is hierbij niet aan de orde. 6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING

Beschermingsregime Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten genieten binnen de Wet Natuurbescherming een strikte bescherming. Alle vleermuissoorten staan vermeld in bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: "het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort". Dit houdt in dat niet alleen de zomer- en winterverblijfplaatsen maar ook de verbindingen hiertussen (vliegroutes) en de foerageergebieden bescherming genieten. Vleermuizen zijn streng beschermd omdat dat ze erg kwetsbaar zijn. De afgelopen vijftig jaar zijn sommige soorten erg zeldzaam geworden of geheel verdwenen. Wanneer overwinterende dieren worden verstoord, is de kans groot dat ze sterven omdat ze dan teveel van hun vetreserve gebruiken. Maar al te vaak worden bomen gekapt en oude gebouwen gerenoveerd of gesloopt. Als zich hierin een vleermuiskolonie bevindt, heeft dat grote gevolgen voor de vleermuisstand in de wijde omgeving. Omdat ze meestal maar één jong per jaar krijgen, kan herstel erg lang duren. Vleermuizen kunnen zelf geen verblijfplaatsen maken en zijn dus afhankelijk van bestaande verblijfplaatsen.

Daarnaast hebben ingrepen in het landschap ook negatieve gevolgen doordat foerageergebieden en vliegroutes, waar vleermuizen jaren achtereen gebruik van maken, verdwijnen. De impact die een ingreep kan hebben verschilt sterk per situatie en per soort waardoor meestal gedetailleerde gegevens nodig zijn om een passend advies te geven. Functie van de onderzoekslocatie voor vleermuizen Op basis van de gemaakte onderzoeksinspanning is redelijkerwijs uit te sluiten dat de onderzoekslocatie als vaste ruste- en verblijfplaats dient voor gebouwbewonende vleermuizen. Indien zich voor de werkzaamheden toch een vleermuis weet te vestigen en deze tijdens de werkzaamheden wordt aangetroffen, dienen toch de werkzaamheden te worden gestaakt en dient in eerste instantie contact te worden opgenomen met Econsultancy of een lokale vleermuisdeskundige. In overleg zal vervolgens worden bepaald hoe er verder gehandeld dient te worden en welke eventuele maatregelen getroffen moeten worden.

Rapport 6330.002 versie D1

Pagina 4 van 5

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Econsultancy heeft in opdracht van Werkorganisatie CGM een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Robijnlaan 77 te Cuijk. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens de huidige bebouwing te slopen. Functie onderzoekslocatie voor vleermuizen De onderzoekslocatie zelf heeft geen functie als verblijfplaats voor de streng beschermde vleermuissoorten. Wel zijn er in de omgeving van de onderzoekslocatie een zomerverblijfplaats aangetroffen en sociale roepen gehoord van de gewone dwergvleermuis. Hiermee kan geconcludeerd worden dat er in de directe omgeving van de onderzoekslocatie verblijfplaatsen van streng beschermde vleermuizen zijn. Echter zullen de vleermuizen in die verblijfplaatsen geen hinder ondervinden van de voorgenomen werkzaamheden. Verder zijn er enkele foeragerende vleermuizen waargenomen, de voorgenomen ingreep heeft echter geen effect op essentieel foerageergebied van vleermuizen. Conclusie Vervolgstappen ten aanzien van streng beschermde diersoorten zijn niet aan de orde.

Econsultancy Boxmeer, 15 oktober 2018

Rapport 6330.002 versie D1

Pagina 5 van 5

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/ EHS, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing

De Flora- en faunawet is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Flora- en faunawet een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status.

Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Flora- en faunawet. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levencyclus van een individu. De Flora- en faunawet omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk.

Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=0761eb2a-8923-4183-b842-550dd158ebab