10. Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Pagina 4 van 19
-
25-07-2019
Loca e: Bakhuisweg (terrein De Groot) Loca e Adres
Bakhuisweg Mill
Loca ecode
AA081500224
Loca enaam
Bakhuisweg (terrein De Groot)
Plaats
Mill en Sint Hubert
Loca ecode bevoegd gezag WBB
NB081500224
Status Vervolg WBB
Beoordeling
Status rapporten
Verkennend onderzoek NVN Beschikking 5740
Status besluiten
Status asbest
Is van voor 1987
Nee
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Verkennend 23-05-2008 onderzoek NVN 5740
Naam
Auteur
Referen e Archief Conclusie overheid Zintuiglijke waarnemingen: puinhoudende grond op diverse plaatsen. Lokaal oliewatererac e tot een maximale diepte van 3,10 m-mv (boring 16) Bovengrond: lood, zink, minerale olie, pak, cadmium, nikkel>S Ondergrond: boring 16: tolueen, ethylben
Verkennend Grontmij Onderzoek 1 nv
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende ac viteiten Geen gegevens beschikbaar
Pagina 5 van 19
-
25-07-2019
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 6 van 19
-
25-07-2019
Loca e: Bakhuisweg 3 Loca e Adres
Bakhuisweg 3 5451HC MILL
Loca ecode
AA081500305
Loca enaam
Bakhuisweg 3
Plaats
Mill en Sint Hubert
Loca ecode bevoegd gezag WBB
NB081500793
Status Vervolg WBB
Voldoende gesaneerd
Beoordeling
Status rapporten
Avr (aanvullend rapport)
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Status asbest
Erns g, geen risico's bepaald Onverdacht op basis HO, vooronderzoek asbest
Ja
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Naam
20-01-1995
Verkennend onderzoek NEN 5740
Auteur
Referen e Archief Conclusie overheid
Oko Care Rijckevoort
20-11-2000
Verkennend Nul- of Oko Care Onderzoek eindsitua eonderzoek Rijckevoort 1
18-07-2008
Verkennend onderzoek NEN 5740
Pagina 7 van 19
Grontmij Milieu
-
25-07-2019
Zintuiglijke waarnemingen: Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen relevante bijzonderheden waargenomen. Bovengrond: geen verontreinigingen Ondergrond: minerale olie > S Grondwater: xylenen > S Grondwa
Nader onderzoek
13-01-2009 Nader onderzoek
Nader onderzoek
23-03-2009 Nader onderzoek
Oko Care Rijckevoort
Zintuiglijke waarnemingen: Strook dakleer, dieselgeur. Bovengrond: Geen verontreiniging Ondergrond: Min olie > I / Nikkel >T / Zink, Koper >AW Grondwater: PAK >I Conclusie rapport:
Oko Care Rijckevoort
Zintuiglijke waarnemingen: Betonvloer Bovengrond: Geen verontreiniging Ondergrond: Min olie >I Grondwater: Xylenen >S Conclusie rapport: Circa 35 m3 erns g verontreinigd, Eventuele sanering melden bij bevoegd gezag.
02-11-2010
Meldingsformulier BUS saneringsplan
Provincie NoordBrabant
17-03-2011
Meldingsformulier BUS evalua everslag
Oko Care Rijckevoort
12-04-2011
Avr (aanvullend rapport)
Oko Care Rijckevoort
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende ac viteiten Ac viteit
Start Einde Vervallen
benzine-service-sta on
1967 1987
onverdachte ac viteit
9999 2000 Nee
Benoemd Verontreinigd Spoed
Niet van toepassing
Pagina 8 van 19
Per defini e
-
Voldoende onderzocht
Onbekend
Nee
Nee
Onbekend
Nee
Nee
25-07-2019
oude metalengroothandel (schroot)
2002 9999 Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Tot
Opmerking
Geconstateerde verontreinigingen Matrix
Overschr.
Grond
I
m²
m³
60
Van
90
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Datum
Besluit
Kenmerk
Status
28-10-2010
2347509
Defini ef
29-10-2010
2350037
Defini ef
08-11-2010
2352537
Defini ef
22-11-2010
BUS-melding correct aangeleverd
Defini ef
24-01-2011
2395924
Defini ef
31-01-2011
2399227
Defini ef
07-02-2011
2404191
Defini ef
17-02-2011
2410240
Defini ef
03-03-2011
2418792
Defini ef
2724763
Defini ef
23-05-2011
beschikking BUS saneringsevalu e
Sanering Type sanering
Zorgstatus
Volledig (loca e)
Geen Nazorg
Uiterste start
Werkelijke start
Werkelijke einddatum 23-05-2011
Saneringscontouren Datum
Gerealiseerd bovengrond
Gerealiseerd ondergrond
23-05-2011 Voll. verw., aanvulgrond schoon (MF)
Stabiel, geen restverontr./zorg/mon.
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 9 van 19
-
25-07-2019
Medium
Pagina 10 van 19
-
25-07-2019
Loca e: Wanroijseweg 10 Loca e Adres
Wanroijseweg 10 5451HA MILL
Loca ecode
AA081500760
Loca enaam
Wanroijseweg 10
Plaats
Mill en Sint Hubert
Loca ecode bevoegd gezag WBB
NB081500499
Status Vervolg WBB
Uitvoeren historisch onderzoek
Beoordeling
Status rapporten
Beschikking
Status besluiten
Status asbest
Is van voor 1987
Ja
Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende ac viteiten Voldoende onderzocht
Ac viteit
Start Einde Vervallen Benoemd Verontreinigd Spoed
autorepara ebedrijf
1961 9999 Nee
Nee
Onbekend
Nee
Nee
beton- en cementwarenindustrie
1928 9999 Nee
Nee
Onbekend
Nee
Nee
betonwarenfabriek
1916 1955 Nee
Nee
Onbekend
Nee
Nee
brandstoffendetailhandel (vloeibaar)
1916 1955 Nee
Nee
Onbekend
Nee
Nee
burgerlijk- en u liteitsbouwbedrijf
1916 1955 Nee
Nee
Onbekend
Nee
Nee
Pagina 11 van 19
-
25-07-2019
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 12 van 19
-
25-07-2019
Loca e: Wanroijseweg 14 Loca e Adres
Wanroijseweg 14 5451HA MILL
Loca ecode
AA081500762
Loca enaam
Wanroijseweg 14
Plaats
Mill en Sint Hubert
Loca ecode bevoegd gezag WBB
NB081500500
Status Vervolg WBB
Uitvoeren historisch onderzoek
Beoordeling
Status rapporten
Beschikking
Status besluiten
Status asbest
Is van voor 1987
Ja
Uitgevoerde onderzoeken Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar
Verontreinigende ac viteiten Voldoende onderzocht
Ac viteit
Start Einde Vervallen Benoemd Verontreinigd Spoed
brandstoffengroothandel (vloeibaar)
1972 1993 Nee
Nee
Onbekend
Nee
Nee
burgerlijk- en u liteitsbouwbedrijf
2002 9999 Nee
Nee
Onbekend
Nee
Nee
dieseltank (ondergronds)
9999 1995 Nee
Nee
Onbekend
Nee
Nee
grond-, water- en 1972 1993 Nee wegenbouwkundige bedrijven
Nee
Onbekend
Nee
Nee
hbo-tank (ondergronds)
9999 1995 Nee
Nee
Onbekend
Nee
Nee
sloperij van bouwwerken
1972 1993 Nee
Nee
Onbekend
Nee
Nee
Pagina 13 van 19
-
25-07-2019
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Geen gegevens beschikbaar
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 14 van 19
-
25-07-2019
De informa e die wij in deze rapportage beschikbaar stellen, dient u te interpreteren als een inscha ng van de situa e. Aangezien de informa e is gebaseerd op onderzoeken die in het verleden hebben plaatsgevonden kunnen wij nooit 100% zekerheid geven met betrekking tot de actuele kwaliteit van grond en grondwater. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord – Brabant zijn niet aansprakelijk voor enige schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de prak jk de kwaliteit van grond of grondwater anders is dan in dit rapport is vermeld. Wij a enderen u op het feit dat u als makelaar, eigenaar, toekoms g eigenaar of als derde, bij aan- of verkoop van onroerend goed een vergaande onderzoeksplicht hee als het gaat om het vaststellen van de kwaliteit van de bodem en/of de aanwezigheid van ondergrondse brandsto anks. Wij adviseren u om in voorkomende gevallen zelf zorg te dragen voor bodemonderzoek dan wel onderzoek naar de aanwezigheid van een tank.
De informa e uit deze rapportage kan niet worden gebruikt bij de aanvraag van een omgevingsvergunning of andere gemeentelijke producten of diensten. Bij een vergunningaanvraag dient elke situa e opnieuw afzonderlijk te worden beoordeeld. Ook al hee er op een loca e eerder bodemonderzoek plaatsgevonden is het niet uitgesloten dat de gemeente opnieuw bodemonderzoek eist. De aanwezige informa e kan verouderd zijn, ook kan er een onjuiste onderzoeksstrategie zijn toegepast.
Pagina 15 van 19
-
25-07-2019
Toelich ng Toelich ng op gebruikte terminologie
Uitleg begrippen bij deze rapportage De analyseresultaten in rela e tot de onderzoeksstrategie geven een beeld van de verontreinigingsitua e. Op basis van hiervan wordt een loca e beoordeeld. Hieronder volgt een opsomming: Niet verontreinigd geen vervolg: Volgens de beschikbare informa e is de loca e niet verontreinigd, een nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Erns g: Poten eel erns g. Het vermoeden bestaat dat er sprake is van een erns ge verontreiniging. Een loca e wordt ook als Pot. Erns g gekwalificeerd als er alleen bodembedreigende handelingen hebben plaatsgevonden (historisch bodemonderzoek). De loca e is dan als het ware verdacht met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Urgent c.q. Spoedeisend: Poten eel urgent. Het vermoeden bestaat dat de erns ge verontreiniging risico"e;s vormt voor de gezondheid, ecologie en verspreiding. verontreinigd: Geen vervolg. Het vermoeden bestaat dat de loca e wel verontreinigd is maar er is geen aanleiding tot het doen van vervolgonderzoek. Niet Erns g: Er is geen sprake van een erns ge bodemverontreiniging. Erns g, niet urgent c.q. Spoedeisend: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. Er zijn geen gezondheids- , Ecologische en/ of verspreidingsrisico"e;s. Erns g, urgen e c.q.
spoedeisendheid niet bepaald: Er is sprake van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater waarvan de urgen e (risico"e;s) niet zijn vastgesteld. Erns g en urgent c.q. spoedeisend, sanering binnen 4 jaar: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. De verontreiniging vormt een actueel gevaar voor de volksgezondheid, en/of het ecosysteem en/of verspreiding.
Indien er op een loca e een geval van erns ge bodemverontreiniging is aangetroffen is de provincie bevoegd gezag. De provincie zal a ankelijk van de situa e een beschikking afgeven. Op basis van de status van de verontreiniging (beoordeling van de loca e) worden de vervolgstappen vastgesteld. We onderscheiden de volgende stappen (ac viteiten): Voldoende onderzocht/gesaneerd, geen vervolg: Op basis van de huidige bodemonderzoeken of op grond van een goedgekeurd evalua erapport (naar aanleiding van een bodemsanering) is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Uitvoeren (aanvullend) HO, OO, NO, SO en SP: Respec evelijk het uitvoeren van een (aanvullend) Historisch Onderzoek, een Oriënterend Onderzoek, een Nader Onderzoek, een Saneringonderzoek
Pagina 16 van 19
-
25-07-2019
en het opstellen van een Saneringsplan. Uitvoeren van een sanering en/of aanvullend sanering: De grond en/of het grondwater worden ontdaan van de verontreinigende componenten. Uitvoeren jdelijke beveiliging: Het plaatsen van jdelijke sanerende maatregelen met als doel verspreiding van de verontreiniging tegen te gaan of de risico"e;s van de verontreiniging terug te dringen. Uitvoeren (aanvullende) saneringsevalua e: De resultaten (hoeveelheid verwijderde grond, terugsaneerwaarde, etc) worden vastgelegd in een rapport. Uitvoeren ac eve nazorg: Na afronding van de sanering gelden nog zorgverplich ngen die door de provincie in een beschikking zijn vastgelegd. Monitoring: De verontreiniging wordt periodiek gecontroleerd of geen verspreiding plaatsvindt. Ook deze ac viteiten zijn in een beschikking vastgelegd. Registra e restverontreiniging: Na sanering is een verontreiniging achter gebleven. De aard en omvang van deze verontreiniging wordt geregistreerd bij de provincie en de gemeente. Bij het kadaster wordt een aantekening gemaakt.
Er zijn verschillende soorten bodemonderzoeken, elk met een ander doel en uitvoeringsstrategie. De volgende onderzoekstypen worden onderscheiden: PreHo: Prehistorisch bodemonderzoek, er is een verdenking van bodembedreigende ac viteiten. De loca e is bijvoorbeeld a oms g uit de lijst van de Kamer van Koophandel. Historisch onderzocht: Er is een historisch bodemonderzoek verricht. Zonder de loca e te bezoeken is in de gemeentelijke archieven gezocht naar aanwijzingen voor een bodembedreigende ac viteit. Beperkt onderzoek: Eenvoudig onderzoek met een specifiek doel (bv verdenking van asbest of een calamiteit). Een beperkt onderzoek gee geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. BOOT of indica ef onderzoek: Een beperkt onderzoek gee geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. Onderzocht op aard (O.O./NVN/NEN): Op de loca e is een analy sch bodemonderzoek verricht om te onderzoeken of er sprake is van bodemverontreiniging. Dit kunnen verschillende typen onderzoek zijn die echter allemaal tot doel hebben om een eventuele verontreiniging aan het licht te brengen. (OO = oriënterend onderzoek, NVN = indica ef bodemonderzoek conform de Nederlandse Voornorm en NEN =verkennend bodemonderzoek conform de Nederlandse Eenheidsnorm (NEN 5740)).
Nulsitua e onderzoek: Om in de toekomst vast te kunnen stellen of de huidige eigenaar de bodem (verder)verontreinigd hee wordt de kwaliteit van de bodem vastgelegd. Indien later blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is verslechterd dan kan de eigenaar hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Wordt toegepast bij de ves ging van bedrijven op een loca e die poten eel bodembedreigende ac viteiten uitvoeren. O.O.T. (Besluit Opslag Ondergrondse Tanks): Onderzoek dat wordt uitgevoerd om vast te stellen of zich bij een ondergrondse brandsto ank verontreinigingen bevindt. Asbest in grond onderzoek (NEN 5707) Nader onderzoek: Onderzoek naar de groo e van de verontreiniging en het vaststellen van de ernst en de urgen e (NTA 5755). Saneringsonderzoek opgesteld: er is, naar aanleiding van de resultaten van het nader bodemonderzoek, een onderzoek naar de saneringsmogelijkheden uitgevoerd. Saneringsplan opgesteld: Een saneringsplan is een planma ge beschrijving van de Pagina 17 van 19
-
25-07-2019
saneringsmethode en/of de saneringstechnieken. Saneringsevalua e uitgevoerd: een opsomming van de resultaten en gebeurtenissen naar aanleiding van een sanering.
Analyseresultaten in conclusie De analyseresultaten worden weergegeven in de vorm van le ers en symbolen. De combina e hiervan gee aan of de bodem verontreinigd is of niet. De le ers hebben de volgende betekenis (conform de Wet bodembescherming). AW= Achtergrondwaarde S = Streefwaarde T = Tussenwaarde I = Interven ewaarde
In feite geven de le ers een concentra eniveau aan dat iets zegt over de aard van de verontreiniging en de sanering daarvan. In het kader van het Besluit bodemkwaliteit is dit de van nature in de bodem aanwezige gehalte aan “verontreinigende” stoffen. Streefwaarde: is de waarde waarbij sprake is van schone grond, geschikt voor alle mogelijke doeleinden. Als van één of meerdere stoffen de streefwaarde of achtergrondwaarde wordt overschreden, is sprake van een lichte bodemverontreiniging. Tussenwaarde: Als van één of meerdere stoffen de tussenwaarde wordt overschreden, is sprake van een ma ge bodemverontreiniging. Overschrijding van de tussenwaarde is het criterium voor uitvoering van nader bodemonderzoek. Interven ewaarde: is de waarde waarbij maatregelen (interven es) noodzakelijk zijn. Als van één of meerdere stoffen de interven ewaarde wordt overschreden, is sprake van een sterke bodemverontreiniging. De omvang van de verontreiniging, de risico"e;s voor de volksgezondheid, ecologische risico"e;s en verspreidingsrisico"e;s bepalen de ernst en de urgen e c.q. spoedeisendheid van het geval.
Wat u moet weten over tankgegevens In het verleden werden veel woningen verwarmd met behulp van huisbrandolie (hbo). Deze olie werd opgeslagen in speciale ondergrondse opslagtanks. Bij lekkage kunnen deze tanks een bodemverontreiniging veroorzaken. Volgens het besluit BOOT (Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks), tegenwoordig het Ac viteitenbesluit, moeten nog in gebruik zijnde gesaneerde ondergrondse tanks voldoen aan diverse voorschri en zoals keuringen en monitoring. Oude buitengebruik gestelde tanks konden tot 1998 worden gesaneerd door KIWA (Keuringsins tuut voor Waterleidingsar kelen) erkende bedrijven (de tanks werden schoon gemaakt en gevuld met zand, mits de bodem niet verontreinigd was). Oude buitengebruik gestelde tanks die nu nog niet zijn behandeld moeten worden verwijderd.
Pagina 18 van 19
-
25-07-2019
Een eindonderzoek naar brandstofproducten in grond en grondwater is dan verplicht.
Pagina 19 van 19
-
25-07-2019
BIJLAGE 10: Onafhankelijkheidsverklaring
Onafhankelijkheidsverklaring Kwaliteit: De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Montferland Milieu B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRLSIKB 2000. Montferland Milieu B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). Onafhankelijkheid: Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren.
Projectnaam: Wanroijseweg (ong.) te Mill Projectnummer: MM19107 Erkende veldwerker: A. Ellmann
Bij het onderzoek zijn de volgende protocollen gevolgd: Plaatsen van handboringen en peilbuizen (protocol 2001) Nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (protocol 2018)
Datum uitvoering 2001:
09-08-2019
Paraaf:
Datum uitvoering 2002:
06-08-2019
Paraaf:
Datum uitvoering 2018:
-
Paraaf:
Ja Ja Nee
-
Onafhankelijkheidsverklaring: Ik verklaar dat het veldwerk ten behoeve van bovengenoemd project onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarin genoemde NEN-normen. Handtekening:
A. Ellmann
BIJLAGE 11: Toegepaste normen
Toegepaste normen NEN 5104 NEN 5707
Geotechniek Asbest
NEN 5709
Bodem
NEN 5725
Bodem
NEN 5740 NPR 5741
Bodem Bodem
NPR 6616 NEN 5742
Water en slib Bodem
NEN 5743
Bodem
NEN 5744
Bodem
NEN 5745
Bodem
NEN 5120
Geotechniek
NEN 5751
Bodem
NEN 5733 NEN 5766
Bodem Bodem
NEN 5861 NEN-EN-ISO 56673
Milieu Water
NEN 5897
Asbest
NEN-ISO 7888 SIKB protocol 2001
Water Milieu
SIKB protocol 2002 SIKB protocol 2018
Water Asbest
Classificatie van onverharde grondmonsters Bodem- Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem Monstervoorbehandeling voor de bepaling van organische en anorganische parameters in grond Richtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, orienterend en naderonderzoek Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek Routinebepaling van de pH Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische Verbindingen en fysisch/chemische bodemkenmerken. Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch/chemische eigenschappen Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. Bepaling van stijghoogten van grondwater door middel van peilbuizen. Voorbereiding van het monster voor fysisch-chemische analyses Bepaling van de korrelgrootte m.b.v.
zeef en pipet Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek Procedures voor monsteroverdracht Bemonstering - Deel 3: Richtlijnen voor de conservering en behandeling van watermonsters Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat Bepaling van het elektrisch geleidingsvermogen Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem
BIJLAGE 12: Toelichting toetsingkader
De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van het Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering 2013. Grond: Voor de beoordeling van grond worden achtergrond- en interventiewaarden onderscheiden. Deze hebben de volgende betekenis: Achtergrondwaarden (AW) In het Regeling Bodemkwaliteit wordt de term “Achtergrondwaarden” gebruikt. De achtergrondwaarden zijn gebaseerd op het onderzoek “Achtergrondwaarden 2000” (AW2000). Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur en landbouwgronden in Nederland. Criterium voor nader onderzoek (Tussenwaarde) Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient plaats te vinden indien het criterium voor nader onderzoek (tussenwaarde) gemiddelde van de som van achtergrond- en interventiewaarde wordt overschreden. Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigde stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van en geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.
Grondwater Voor de beoordeling van grondwater worden streef- en interventiewaarden onderscheiden. Deze hebben de volgende betekenis: Streefwaarden (S) De streefwaarden geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau voor de bodem aan. De streefwaarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondconcentraties, of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. Criterium voor nader onderzoek (1/2(S+I)) Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient plaats te vinden indien het criterium voor nader onderzoek (1/2(S+I); gemiddelde van de som van streef- en interventiewaarde) wordt overschreden. Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigde stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van en geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.
Tabel: Toetsingwaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven.
Toetsingwaarden¹
AW
1/2(AW+I)
I
RBK eis
Metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 1.5
21
40
0.35
Polychloorbifenylen Som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds)
20
510
1000
4.9
Minerale olie Totaal olie C10-C40
190
2595
5000
35
¹
AW ½(AW/I) I RBK
achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)
De achtergond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10 % humus en 25 % lutum.
Tabel: Toetsingswaarden voor grondwater (as3000)
Toetsingwaarden¹
S
1/2(S+I)
I
RBK eis
Metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink
50 0.40 20 15 0.050 15 5.0 15 65
338 3.2 60 45 0.18 45 152 45 432
625 6.0 100 75 0.30 75 300 75 800
20 0.20 2.0 2.0 0.050 2.0 2.0 3.0 10
Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen (0.7 factor) Styreen
0.20 7.0 4.0 0.20 6.0
26 504 77 35 153
30 1000 150 70 300
0.20 0.20 0.20 0.21 0.20
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Naftaleen 0.01 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
35
70 1
0.020
Gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1 dichlooretheen Dichloomethaan som (cis, trans) 1,2 dichloorethenen (0,7 factor) 1,1 dichloorpropaan 1,2 dichloorpropaan 1,3 dichloorpropaan Som dichloorpropaan (0,7 factor) Tetachlooretheen Tetachloormethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen Chloroform Vinylchloride Tribroommethaan
7.0 7.0 0.01 0.01 0.01 0.80 0.80 0.80 0.80 0.01 0.01 0.01 0.01 24 6.0 0.01
454 204 5.0 500 10 40 40 40 40 20 5.0 150 65 262 203 2.2
900 400 10 1000 20 80 80 80 80 40 10 300 130 500 400 5.0 630
0.20 0.20 0.10 0.20 0.14 0.20 0.20 0.20 0.42 0.10 0.10 0.10 0.10 0.20 0.20 0.20 0.20
50
325
600
50
Minerale olie Totaal olie C10-C40
¹
S ½(S+I) I RBK
streefwaarde gemiddelde van streef- en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)
Tabel: Toetsingwaarden voor asbestverdacht (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven.
Toetsingwaarden¹
AW
Kwantitatief asbestonderzoek Gewogen asbestconcentratie
¹
AW ½(AW/I) I RBK
1/2(AW+I)
I
RBK eis
100
achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)
De achtergond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10 % humus en 25 % lutum.