10. Bijlage IV Soortger.onderz. vleermuis-huismus-gierzwaluw-VTW04.pdf
Tekst van het document
N264 Herinrichting kom Sint Hubert WP1.9.4 Soortgericht onderzoek naar vleermuis, huismus en gierzwaluw VTW04
Provincie Noord-Brabant 8 januari 2021
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
N264 Herinrichting kom Sint Hubert Provincie Noord-Brabant
WP1.9.4 Soortgericht onderzoek naar vleermuis, huismus en gierzwaluw - VTW04 Definitief 8 januari 2021 117826/21-000.272
117826 ir. R.F. Vromans dr.ir. A.S. van Beinum
E. de Jongh BBA BSc, J. Schuitemaker BSc A. van de Craats MSc, ir. W.B. Roosen ir. R.F. Vromans
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Hoofdproject en meekoppelkans
5
1.2
Aanleiding: hoofdproject N264
5
1.3
Verbouwplannen Pastoor Jacobstraat 34 en nieuwbouw perceel ten zuiden
6
1.4
Doel
9
1.5
Leeswijzer
9
2
AANVULLING QUICKSCAN
10
2.1
Inleiding
10
2.2
Beschrijving plangebied
10
2.3
Soortbescherming
12
2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.3.6 2.3.7 2.3.8
12 12 12 12 13 13 13 13
Flora Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Vogels Amfibieën Vissen Vlinders, libellen en andere ongewervelden Effecten en conclusie quickscan
3
METHODIEK
14
4
RESULTATEN
18
4.1
Vleermuizen
18
4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5
18 18 19 19 20
Zomer- en kraamverblijfplaatsen Paarverblijfplaatsen Winterverblijfplaatsen Foerageergebieden Vliegroutes
4.2
Huismus
21
4.3
Gierzwaluw
22
4.4
Belang van het onderzoeksgebied en het plangebied
23
4.4.1 4.4.2
23 26
Vleermuizen Huismus
4.4.3
Gierzwaluw
26
5
CONCLUSIE EN DOORKIJK VERVOLG
27
5.1
Vleermuizen
27
5.2
Huismus
28
5.3
Gierzwaluw
28
6
LITERATUUR
29
Laatste pagina
29
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Quickscan hoofdproject
47
II
Toetsingskader
2
1 INLEIDING 1.1
Hoofdproject en meekoppelkans
In het project voor de herinrichting van de N264 is een meekoppelkans ontstaan in de vorm dat gelijk met de planvorming voor de N264 voor een pand aan diezelfde N264 verbouwingsplannen worden opgesteld en voor een perceel daar aan grenzend de bouw van twee woningen wordt voorzien. Binnen het project is deze meekoppelkans bekend onder de naam VTW04. In de navolgende rapportage wordt VTW04 (verbouw pand en nieuwbouw twee woningen) behandeld. Omdat in het kader van het grotere project voor de N264 onderzoeken naar Flora en Fauna zijn uitgevoerd en deze relevant zijn voor de beoordeling van de mogelijke effecten als gevolg van VTW04 worden deze onderzoeken integraal gebruikt. Het eerste relevante onderzoek is de quickscan Flora en Fauna (bijlage I). Deze quickscan geeft een beoordeling van de gebiedsbescherming (Natura 2000 en NNN) en soortenbescherming. Ten aanzien van de gebiedsbescherming geldt dat deze beoordeling integraal ook geldt voor VTW04. Ten aanzien van de soortenbescherming geldt dat de quickscan een toetsing geeft van de werkzaamheden (grondwerk, herinrichting van de weg) binnen de begrenzing van het hoofdproject en de directe omgeving. De werkzaamheden in het VTW04 wijken af van de werkzaamheden van het hoofdproject. Deze werkzaamheden zijn daarom in de genoemde quickscan niet getoetst.
Om die reden wordt in paragraaf 1.3 een aparte beschrijving opgenomen van de werkzaamheden die in het kader van VTW04 gaan plaatsvinden. Deze werkzaamheden worden op quickscan-niveau aanvullend getoetst in hoofdstuk 2. Het tweede relevante onderzoek dat heeft plaatsgevonden is het soortenonderzoek dat volgde op de quickscan. Dit betreft soortgericht onderzoek naar huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. De uitwerking hiervan is geland in het rapport Soortgericht onderzoek naar vleermuis, huismus en gierzwaluw [lit. 1]. Parallel aan het soortgericht onderzoek voor het hoofdproject is het onderzoeksgebied voor deze onderzoeken verbreedt met het plangebied van VTW04. De resultaten uit het soortgericht onderzoek zijn daarom direct toepasbaar op VTW04. Omdat VTW04 een verbijzondering is van het soortgericht onderzoek van het hoofdproject (maar daar wel een integraal onderdeel van is) is voorliggende rapportage opgesteld. Voorliggende rapportage bevat dus de uitwerking van de resultaten uit het soortgericht onderzoek naar huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen voor VTW04 en toegespitst op VTW04. Omdat de onderzoeken met elkaar zijn verweven is in de beschrijvende tekst het ook steeds de context van het hoofdproject aangegeven. Daar waar nodig is verbijzonderd naar VTW04.
1.2
Aanleiding: hoofdproject N264
De N264, lokaal de Pastoor Jacobstraat geheten, loopt in Noord-Brabant van Uden in het westen (aansluiting op A50) via Haps (aansluiting op A73) tot Gennep in het oosten, dwars door de bebouwde kom van Sint Hubert, zie afbeelding 1.1. In 2018 is een verkennende studie uitgevoerd voor de N264 voor het deel UdenHaps. De bebouwde kom van Sint Hubert was daarin één van de probleemgebieden. Op basis van de verkenning heeft de Stuurgroep N264 (met daarin vertegenwoordigers van de provincie Noord-Brabant, gemeente Uden, gemeente Mill en Sint Hubert) besloten om een herinrichting van de bebouwde kom Sint Hubert te realiseren in plaats van een randweg rond Sint Hubert. Leefbaarheid, verkeersveiligheid en oversteekbaarheid voor langzaam verkeer zijn belangrijke aandachtspunten bij de herinrichting.
5 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
Tussen oktober 2018 en november 2019 is een planstudie uitgevoerd naar de gewenste herinrichting. Een lokale werkgroep heeft hierbij het ontwerpproces ondersteund. Hieruit is een principeplan (gedragen voorkeursalternatief) gekomen. De Stuurgroep N264 heeft dit principeplan vastgesteld. In dit plan zijn de aandachtspunten leefbaarheid, verkeersveiligheid en oversteekbaarheid langzaam verkeer geborgd. Om de volgende stap te zetten in de herinrichting van de N264 heeft de provincie Noord-Brabant ‘Het opstellen van een geïntegreerd contract op basis van UAV-GC, alsmede het voorbereiden en ondersteunen bij de aanbesteding ten behoeve van het werk, N264 Herinrichting kom Sint Hubert’ uitgevraagd bij Witteveen+Bos. Eerder genoemd principeplan is de basis voor deze projectfase. In februari 2020 is verkennend natuuronderzoek uitgevoerd door Witteveen+Bos [lit. 1]. Uit het verkennend natuuronderzoek is gebleken dat voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluw mogelijk beschermde waarden in en rond het onderzoeksgebied van de N264 aanwezig zijn. Deze beschermde natuurwaarden kunnen mogelijk worden aangetast door de herinrichting. In het voor- en najaar van 2020 is daarom door ecologen van Witteveen+Bos soortgericht onderzoek uitgevoerd naar deze soorten. De resultaten daarvan zijn opgenomen in het voorliggende rapport.
Afbeelding 1.1 N264 Sint Hubert (bron: Open Street Maps)
1.3
Verbouwplannen Pastoor Jacobstraat 34 en nieuwbouw perceel ten zuiden
Zoals beschreven in paragraaf 1.1 is er tijdens het hoofdproject de meekoppelkans VTW04 ontstaan. Voor het pand aan de Pastoor Jacobstraat 34 zijn verbouwplannen en voor het perceel dat daar aan de zuidzijde aan grenst zijn plannen voor de nieuwbouw van twee woningen. In afbeelding 1.2 is een overzicht van deze plannen opgenomen. De werkzaamheden voor de verbouw aan het woon-/winkelpand bestaan uit: - het bestaande pand wordt onderverdeeld in 3 ‘units’: kavel A met een winkelfunctie, kavel 1 en 2 met een woonfunctie, het pand wordt dus niet gesloopt; - deze drie afzonderlijke units worden gecreëerd binnen de contouren van het bestaande gebouw (m.u.v. de aanbouw aan de zuidzijde onder A); - kavels A, 1 & 2 zijn elk voorzien van een nieuwe berging, welke tegen het huidige pand aan worden gebouwd, op de plaats waar de huidige bergingen staan. Deze worden gesloopt. De nieuwe bergingen worden dus buiten de contouren van het bestaande gebouw geplaatst; - er vindt geen na-isolatie plaats van de spouwmuren;
6 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
-
er vinden geen werkzaamheden aan het dak plaats.
De werkzaamheden voor de twee te realiseren woningen (kavel 3 en 4) bestaan (in het kader van dit onderzoek) uit: - de sloop van bestaande bijgebouwen e.d. ten behoeve van nieuwe woningen; - de kap van vier bomen op het perceel; - de bouw van twee nieuwe woningen op het perceel; - voor de nieuwbouw wordt niet geheid.
7 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
Afbeelding 1.2 Begrenzing ligging plangebied (geel vierkant) ten opzichte van het onderzoeksgebied N264 (rode contour)
8 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
1.4
Doel
Doel van dit rapport is om te beoordelen welke functies het plangebied, zoals weergegeven in afbeelding 1.2 (geel vierkant), heeft voor flora en fauna (hoofdstuk 2). Daaruit volgend is nader onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw, en het belang van het plangebied en de directe omgeving voor deze soorten. De uitkomsten van dat onderzoek zijn beschreven in (hoofdstuk 3). Vervolgens is beschreven of en welke aanvullende maatregelen nodig zijn ten aanzien van de aanwezige soorten tijdens de uitvoering van het project. Dit wordt gedaan aan de hand van een beschrijving van het gebruik van het plangebied voor de verschillende (potentieel) voorkomende soorten.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding en de geplande werkzaamheden. Hoofdstuk 2 beschrijft de aanvullende quickscan. Hoofdstuk 3 geeft de methodiek van de onderzoeken weer. Hoofdstuk 4 geeft de resultaten. Hoofdstuk 5 geeft de conclusies en een doorkijk naar het vervolg. Hoofdstuk 6 bevat een overzicht van de gebruikte literatuur. Wanneer in dit rapport wordt gesproken van ‘plangebied’, dan wordt daarmee bedoelt het gebied rondom de Pastoor Jacobstraat 34 (gele vierkant in afbeelding 1.2). Wanneer wordt gesproken van ‘onderzoeksgebied’, dan wordt gedoeld op het grotere gebied rondom de N264/Pastoor Jacobstraat (rode contour in afbeelding 1.2). Het onderzoeksgebied is veel groter dan hetgeen relevant is voor de plannen aan de Pastoor Jacobstraat 34, maar deze resultaten zijn wel nuttig voor het begrip hoe het plangebied in het grotere geheel past voor de onderzochte soorten. Daar waar nodig wordt specifiek geduid welke resultaten relevant zijn voor de Pastoor Jacobstraat 34.
9 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
2 AANVULLING QUICKSCAN 2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de quickscan van het hoofdproject (bijlage I) aangevuld met specifiek relevante informatie voor het plangebied van VTW04. De werkzaamheden voor VTW04 (sloop, bouw en verbouw) zijn ten aanzien van de relevante effecten (ruimtebeslag, verstoring) niet wezenlijk anders dan de werkzaamheden van het hoofdproject (grondwerk, herinrichting van de N264). De conclusies uit de quickscan voor het hoofdproject ten aanzien van gebiedsbescherming gelden ook voor de werkzaamheden van VTW04. De conclusies is dan ook dat er geen effecten optreden op Natura 2000 en NNN. Hierna wordt beschreven wat binnen en rondom het plangebied aan natuurwaarden wordt verwacht ten aanzien van soortbescherming. Dit is daarmee een verbijzondering van de quickscan voor het hoofdproject.
2.2
Beschrijving plangebied
Het plangebied (zie afbeelding 2.1, binnen gele contour) bestaat in de huidige situatie uit het pand aan de Pastoor Jacobstraat 34 (met thans een juwelier daarin gevestigd). Dit gedeelte zal verbouwd worden. Aan de zuidzijde bestaat het plangebied (zie afbeelding 2.1, binnen rode contour) uit een tuin. Deze tuin bevat een overkapping, een (verwaarloosd) zwembad en een viertal bomen. Zie afbeelding 2.2 voor een luchtfoto.
10 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
Afbeelding 2.1 Huidige situatie plangebied VTW04 (boven) en nieuwe situatie (onder)
11 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
2.3
Soortbescherming
2.3.1
Flora
Uit de quickscan volgt dat beschermde planten niet worden verwacht rondom de N264. Dit geldt ook voor het plangebied voor VTW04. Het plangebied bestaat uit een tuin en bestaande gebouwen. Dit komt niet overeen met de (veelal hoge) eisen die beschermde planten stellen aan de standplaats. De aanwezigheid van beschermde planten in het plangebied is daarmee uitgesloten.
2.3.2
Grondgebonden zoogdieren
Uit de quickscan volgt dat in de omgeving van het plangebied waarnemingen zijn gedaan van verschillende algemeen voorkomende (vrijgestelde) ‘Andere soorten’ van bijlage A van de Wnb zoals egel, haas, ree, konijn en verschillende algemeen voorkomende muissoorten. Tevens zijn er waarnemingen gedaan van de habitatrichtlijnsoort bever, en de onder ‘Andere soorten’ beschermde eekhoorn en das in de omgeving van het plangebied. Het plangebied bestaat uit een tuin en bestaande gebouwen. Dit habitat komt niet overeen met de eisen welke de beschermde grondgebonden zoogdieren stellen aan hun leefgebied. Het ontbreekt aan oude bomen met voldoende schuilplaatsen en voedselgelegenheid, voldoende dekking (eekhoorn en das), en met wilgen begroeide oevers van watergangen (bever). De aanwezigheid van niet vrijgestelde beschermde zoogdieren is in het plangebied uit te sluiten.
2.3.3
Vleermuizen
Uit de quickscan volgt dat de habitatrichtlijnsoorten franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis in de nabije omgeving van het plangebied zijn waargenomen. Het gebouw van de juwelier bevat geschikte spleten en holten welke mogelijk als verblijfplaats door gebouwbewonende vleermuissoorten zoals gewone dwergvleermuis en laatvlieger gebruikt kunnen worden. Tevens kan niet worden uitgesloten dat de bomen binnen het plangebied geschikte holtes bevatten waar boombewonende vleermuizen kunnen verblijven. De overkapping in de tuin is door zijn openheid ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De tuin fungeert mogelijk als foerageergebied voor vleermuizen. De afwezigheid van lijnvormige elementen binnen het plangebied maakt dat er geen vliegroutes worden verwacht.
2.3.4
Vogels
Uit de quickscan volgt dat in de omgeving van het plangebied verschillende soorten waargenomen zijn waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Het betreft buizerd, gierzwaluw, havik, huismus, steenuil en wespendief. Het gebouw van de juwelier bevat geschikte spleten en holen welke mogelijk als verblijfplaats door huismus en gierzwaluw gebruikt kunnen worden. De bomen binnen het plangebied bevatten geen grote nesten welke door buizerd, havik of wespendief gebruikt kunnen worden. Tevens is er geen nestkast voor steenuil aanwezig en is er geen spraken van geschikt leefgebied in de vorm van rustig, kleinschalig landschap binnen het plangebied.
12 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
2.3.5
Amfibieën
Uit de quickscan volgt dat de onder ‘Andere soorten’ beschermde soorten gewone pad, kleine watersalamander en bruine kikker in de nabije omgeving van het plangebied zijn waargenomen. Deze soorten zijn echter vrijgesteld in de provincie Noord-Brabant. Ook is de onder ‘Andere soorten’ beschermde alpenwatersalamander in de nabije omgeving waargenomen. Voor deze soort geldt geen vrijstelling. Er is in het plangebied enkel water in de vorm van een verwaarloosd zwembad aanwezig. Dit water is ongeschikt voor alpenwatersalamander. De aanwezigheid van algemeen voorkomende amfibiesoorten kan in en rond het plangebied niet worden uitgesloten, voor deze soorten is echter een vrijstelling van kracht. De aanwezigheid van alpenwatersalamander is uit te sluiten. Er bevindt zich geen geschikt habitat binnen het plangebied (loofbos op zandige leemgronden). Tevens is er geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig binnen het plangebied. Effecten op niet vrijgestelde amfibiesoorten zijn dan ook uit te sluiten.
2.3.6
Vissen
Er is in het plangebied enkel water in de vorm van een verwaarloosd zwembad aanwezig. Dit water is ongeschikt voor (beschermde) vissen. Effecten op beschermde vissen zijn daarom uitgesloten.
2.3.7
Vlinders, libellen en andere ongewervelden
Uit de quickscan volgt dat de onder ‘Andere soorten’ beschermde soort grote vos in de nabije omgeving van het plangebied is waargenomen. Het ontbreekt binnen het plangebied aan geschikt leefgebied voor grote vos in de vorm van warme, zonnige plekken in vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Effecten op grote vos zijn daarom uitgesloten.
2.3.8
Effecten en conclusie quickscan
Op basis van hetgeen in voorgaande paragrafen is beschreven is de aanwezigheid van (functies voor) vleermuizen, huismussen en gierzwaluw niet uitgesloten. Voor deze soorten kan op voorhand niet worden uitgesloten dat er negatieve effecten optreden en daarmee overtreding van de Wnb ontstaat. Om de aan- of afwezigheid van deze soorten aan te tonen is daarom soortgericht onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluw. De uitkomsten van dit onderzoek worden in hoofdstuk 3 en 4 beschreven.
13 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
3 METHODIEK Het toetsingskader is opgenomen als bijlage II. Vleermuisonderzoek Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 20171, door de ter zake kundige ecologen A. van de Craats MSc, M.R. de Groot MSc, J. Schuitemaker BSc, E. de Jongh BSc, J. Aernouts MSc en ir. W.R. Roosen, allen werkzaam bij Witteveen+Bos, en L. Sluiter MSc, werkzaam bij Sluiter Eco Advies en Onderzoek. Vanwege de lengte van het totale onderzoeksgebied (900 m) is elke onderzoeksronde uitgevoerd door drie of vier ecologen, zodat de volledige lengte met voldoende intensiteit is onderzocht. De inventarisaties zijn daarbij afgestemd op de te verwachten soorten en functies. Voor het plangebied van Pastoor Jacobstraat 34 zijn twee aanvullende onderzoeksronden uitgevoerd in het kraamseizoen waarbij twee ecologen enkel dat plangebied hebben onderzocht. Tijdens de overige drie onderzoeksronden is steeds één ecoloog in het plangebied Pastoor Jacobstraat aanwezig geweest. Uit de quickscan [lit. 1] is gebleken dat er in de aan het onderzoeksgebied aangrenzende woningen mogelijk geschikte verblijfplaatsen aanwezig zijn, omdat er woningen zijn met open stootvoegen en/of kapotte dakpannen waar vleermuizen een verblijfplaats kunnen hebben.
Ook kan het onderzoeksgebied en de directe omgeving gebruikt worden als vliegroute en/of foerageergebied, zo volgt uit de quickscan; ‘er zijn bomenrijen aanwezig welke potentieel geschikt zijn als vliegroute, of als hop-over tussen de kern van Sint Hubert en het buitengebied.’ Op basis van het aanwezige biotoop in de omgeving (stedelijke omgeving, rondom een drukke weg met aan weerszijden woonhuizen en op verschillende locaties bomen) zijn soorten die gebruik maken van stedelijke omgeving (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis) als focussoorten gebruikt. Van deze soorten is de kans op aanwezigheid op voorhand het grootst geacht. Het gaat om de aanwezigheid van zomer- kraam- en/of paarverblijfplaatsen alsook vliegroutes/foerageergebied van de in de omgeving voorkomende soorten (zie ook tabel 2.1). Overige soorten waar de focus niet op lag kunnen het onderzoeksgebied sporadisch passeren, maar zijn niet gebonden aan het onderzoeksgebied. Winterverblijfplaatsen zijn in het onderzoeksgebied voor de meeste van de te verwachten soorten op voorhand uit te sluiten. In de winterperiode gaan vleermuizen immers op zoek naar plekken met gunstige klimaatcondities, vorstvrij en zonder (sterke) temperatuurschommelingen. Dit zijn veelal (ondergrondse) gebouwen, kelders en grotten, en voor sommige soorten bomen.
Dit is ook afhankelijk van de temperatuur in de winter. Gewone dwergvleermuis is een soort die mogelijk een (massa)winterverblijf heeft in of nabij het onderzoeksgebied, omdat deze soort vergelijkbare verblijfplaatsen benut in de winter als de zomer (in Nederland onder andere spouwmuren, onder dakpannen en daklijsten, maar ook betonnen bruggen). Uit de quickscan van het plangebied blijkt dat de gebouwen van het plangebied mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen.
1
Het vleermuisprotocol 2017 heeft tot doel het belang van de functies van gebieden voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen voor de Wet natuurbescherming. Het is een hulpmiddel voor deskundige vleermuisonderzoekers en de beoordelaars van vleermuisonderzoek om te bepalen wat een juridisch redelijke onderzoeksinspanning is voor een specifieke locatie.
14 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
Tabel 3.1 Overzicht onderzochte verwachte soorten en functies van het vleermuisonderzoek 2020 Soort/Functie
Zomer- en/of kraamverblijfplaats (bomen, schuren)
Paarverblijfplaats (bomen, schuren)
Winterverblijf
Vliegroute/foerageergebied (bomenrij, gevels langs straten)
gewone dwergvleermuis
x
x
x
x
ruige dwergvleermuis
x
x
x
laatvlieger
x
x
x
gewone grootoorvleermuis
x
x
x
Het onderzoek in 2020 bestond uit inventarisatierondes gericht op zomer- en/of kraamverblijven, paarverblijven, van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en grootoorvleermuis en vliegroutes en foerageergebied in het gebied: - zomer- en kraamverblijven: in de periode 15 mei juni 2020-15 juli 2020 is het onderzoeksgebied onderzocht op de aanwezigheid van zomer- en kraamverblijven van vleermuizen. Deze inventarisatie bestond uit drie ronden, waarvan er één in de vroege ochtend vanaf circa drie uur voor zonsopkomst werd uitgevoerd. Twee ronden vonden ’s avonds plaats vanaf zonsondergang; - paarverblijven: in de periode 15 augustus 2020-15 september 2020 zijn twee inventarisaties uitgevoerd, teneinde paarverblijven vast te stellen dan wel uit te sluiten. De inventarisaties zijn afgestemd op de te verwachten soorten; - winterverblijven: in de winterperiode gaan vleermuizen op zoek naar plekken met gunstige klimaatcondities, vorstvrij en zonder (sterke) temperatuurschommelingen. Dit zijn veelal gebouwen en voor sommige soorten bomen (rosse vleermuis). ten behoeve van het onderzoek naar winterverblijven van gewone dwergvleermuis is tijdens veldbezoeken tussen 1 augustus en 10 september aandacht besteed aan het middernachtzwermen van vleermuizen bij potentiële winterverblijven.
Onderzoek naar winterverblijfplaatsen van overige soorten is niet specifiek uitgevoerd, omdat de aanwezige huizen en bomen in het onderzoeksgebied niet voldoen aan de eisen voor de meeste soorten of omdat een inspectie op zicht in de winter niet mogelijk is. Voor deze soorten kan worden aangenomen dat een paarverblijfplaats ook in de winter in gebruikt is als de klimaatcondities gunstig zijn; - vliegroutes en foerageergebied: het inventariseren van vliegroutes en foerageergebied is simultaan met de overige vleermuisinventarisaties uitgevoerd. De inventarisatie met betrekking tot vleermuizen zijn uitgevoerd met behulp van een batdetector Petersson D240X, D100 en M500-384 USB Ultrasound Microphone in combinatie met de applicatie Vleermuis recorder (Bat Recorder, versie 1.0R154) op een smartphone. Voor opnames van ultrasone geluiden is gebruik gemaakt van Elekon Batlogger M en M500-384 USB Ultrasound Microphone in combinatie met de applicatie Vleermuis recorder (Bat Recorder, versie 1.0R154) op een smartphone. Overzicht veldbezoeken Tabel 2.2 geeft een overzicht van de momenten waarop onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd en de bijbehorende weersomstandigheden. Aanvullend op deze onderzoeken zijn er twee onderzoeksronden uitgevoerd specifiek rondom het pand aan de Pastoor Jacobstraat 34. Deze zijn gemarkeerd met een sterretje (*) in de tabel.
Tijdens de onderzoeksronden op 9/7, 18/8 en 8/9 2020 is eveneens gericht onderzoek gedaan aan en rondom het pand aan de Pastoor Jacobstraat 34: tijdens de gehele onderzoeksronde is één onderzoeker bij het pand aanwezig geweest.
15 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
Tabel 3.2 Overzicht veldbezoeken (en bijhorende weersomstandigheden) in het kader van het vleermuisonderzoek Nr.
Datum
Tijd
Zon op/ Temp. onder (°C)
Wind Bewolking
Neerslag
Aantal personen
1
19/05
2.39 - 5.39 u
05.39 u
9
1 Bft, ZW helder
droog
4
2
04/06
21.54 - 00.24 u
21.54 u
11
2 Bft, NW zwaar bewolkt
droog
4
3*
24/06
22:04 - 00:04 u
22:04 u
22
2 Bft O helder
droog
2
4*
25/06
02:20 - 5:20 u
05:20 u
18
2 Bft O helder
droog
2
5
09/07
21.58 - 00.28 u
21.58 u
16
3 Bft, ZW bewolkt
droog
4
6
18/08
20.57- 2.00 u
20.57 u
19
2 Bft, WZW bewolkt
droog
3
7
08/09
20.40- 2.00 u
20.10 u
16
3 Bft, ZW bewolkt
droog
3
* onderzoek specifiek gericht rondom pand Pastoor Jacobstraat 34
Gierzwaluwonderzoek Het onderzoek naar de gierzwaluw is uitgevoerd op basis van het kennisdocument van de gierzwaluw 1. In het Kennisdocument wordt voorgeschreven dat de aanwezigheid van een nest van deze soort kan worden aangetoond wanneer in het onderzoeksgebied waarnemingen worden gedaan van laagvliegende individuen (op dakgoot, nok en huishoogte) of waarneming van individuen die een mogelijke nestplaats bezoeken (invliegen). Aangenomen kan worden dat er geen broedende gierzwaluwen aanwezig zijn als er tijdens drie gerichte veldbezoeken in de periode 15 mei tot en met 15 juli (waarvan tenminste 1 in de periode 20 juni7 juli), tussen twee uur voor zonsondergang en zonsondergang onder goede (droge) weersomstandigheden aanwezigheid van de gierzwaluw niet wordt aangetoond. Er zijn drie gerichte veldbezoeken uitgevoerd door ecologen van Witteveen+Bos, (ir. W.B. Roosen, J. Schuitemaker BSc, M. de Groot MSc en E. de Jongh BBA BSc) in de periode 15 mei-15 juli, bij goede weersomstandigheden en tussen twee uur voor zonsondergang en zonsondergang. Elk veldbezoek is uitgevoerd door twee ecologen. Tijdens de veldbezoeken is een visuele inventarisatie uitgevoerd van (laag) vliegende gierzwaluwen en potentiële invlieglocaties. Tijdens het onderzoek is in de ruime omgeving de aanwezigheid van gierzwaluw onderzocht.
Het plangebied van VTW04 valt binnen het onderzoeksgebied en is daarmee voldoende dekkend voor het plangebied voor VTW04. Overzicht veldbezoeken Tabel 3.3 geeft een overzicht van de momenten waarop onderzoek naar gierzwaluw is uitgevoerd en de bijbehorende weersomstandigheden.
Tabel 3.3 Overzicht veldbezoeken voor gierzwaluw (en bijhorende weersomstandigheden) Nr.
Datum
Tijd
Zon onder
Temp. (°C)
1
4-6-2020
21:00-23:00
21:54
11
2
24-6-2020
20:00-22:00
22:04
22
2 Bft O helder
droog
3
9-7-2020
21:00-23:00
21:58
16
3 Bft, ZW bewolkt
droog
1
BIJ12, 2017, Kennisdocument Gierzwaluw, versie 1.0. BIJ12 juli 2017.
16 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
Wind Bewolking
Neerslag
2 Bft NW zwaar bewolkt
droog
Huismussenonderzoek Het onderzoek naar de huismus is uitgevoerd op basis van het kennisdocument van de huismus 1. In het Kennisdocument wordt voorgeschreven dat de aanwezigheid van een nest van deze soort kan worden aangetoond wanneer in het onderzoeksgebied een nest-indicatieve waarneming of een waarneming in potentieel broedbiotoop wordt gedaan. Aangenomen kan worden dat er geen broedende huismussen aanwezig zijn als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei, aanwezigheid van de huismus niet wordt aangetoond. Er zijn twee veldbezoeken in deze geschikte periode (april-half mei) uitgevoerd door ecologen van Witteveen+Bos (ir. W.B. Roosen en J. Schuitemaker BSc), waarbij rekening is gehouden met de vooropgestelde minimale tussenperiode van 10 dagen tussen twee opeenvolgende veldbezoeken. Elk veldbezoek is door twee ecologen uitgevoerd. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder geschikte weersomstandigheden (geen regen, wind <4 Bft) en binnen twee uur na zonsopkomst, of twee uur voor zonsondergang. Tijdens de veldbezoeken is een inventarisatie uitgevoerd van zingende dieren. Tijdens het onderzoek is in de ruime omgeving de aanwezigheid van gierzwaluw onderzocht. Het plangebied van VTW04 valt binnen het onderzoeksgebied en is daarmee voldoende dekkend voor het plangebied voor VTW04.
Overzicht veldbezoeken Tabel 3.4 geeft een overzicht van de momenten waarop onderzoek naar huismussen is uitgevoerd en de bijbehorende weersomstandigheden.
Tabel 3.4 Overzicht veldbezoeken voor huismus (en bijhorende weersomstandigheden) Nr.
Datum
Tijd
Zon op/ onder
Temp. (°C)
1
8-4-2020
6:55-7:55
6:55
2
24-4-2020
6:30-8:30
6:21
1
Wind Bewolking
Neerslag
9
1 ZW helder
droog
8
2 ZO helder
droog
BIJ12, 2017, Kennisdocument Huismus, versie 1.0. BIJ12 juli 2017.
17 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
4 RESULTATEN 4.1
Vleermuizen
4.1.1
Zomer- en kraamverblijfplaatsen
Tijdens de bezoeken van 15 mei 2020, 4 juni 2020 en 9 juli 2020 zijn geen waarnemingen gedaan van in- of uitvliegende vleermuizen en tevens geen waarnemingen gedaan van zwermende individuen. Er zijn daarmee geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van zomer- en of kraamverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied en de woningen/bomen direct (tot 50 m) naast het onderzoeksgebied. Dit geldt ook voor het plangebied Pastoor Jacobstraat 34.
4.1.2
Paarverblijfplaatsen
Gewone dwergvleermuis Verspreid over het traject zijn verschillende locaties waar baltsterritoria van gewone dwergvleermuis waargenomen. Op die locaties vlogen tijdens de veldbezoeken van 18 augustus 2020 en/of 8 september 2020 roepende vleermuizen consequent rond dezelfde woningen. Er zijn geen in- of uitvliegers waargenomen. Deze baltsterritoria bevinden zich verspreid langs de N264/Sint Jacobslaan. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid bevinden zich op die locaties paarverblijven van gewone dwergvleermuis. Deze bevinden zich (van oost naar west) ter hoogte van de N264/Pastoor Jacobsstraat nummers 56, 34 (juwelier Verlinden), 30, 21 en Kievitsdwarsweg 1 (afbeelding 4.1). In het pand aan de N264/Sint Jacobsstraat 34 is een roepend individu van gewone dwergvleermuis vanuit een verblijfplaats waargenomen. Deze bevond zich in de westzijde van het pand aan de Sint Jacobstraat. Overige soorten Er zijn geen waarnemingen gedaan van sociale geluiden van andere soorten dan gewone dwergvleermuis. Ook zijn er geen invliegers of zwermende individuen waargenomen. Er zijn dus geen aanwijzingen voor paarverblijfplaatsen van andere soorten, waardoor het voorkomen daarvan in het onderzoeksgebied wordt uitgesloten. Dit geldt ook voor het plangebied Pastoor Jacobstraat 34.
18 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
Afbeelding 4.1 Paarverblijven van gewone dwergvleermuis in en rondom het plangebied (plangebied in geel vierkant). De witte vierkanten zijn huisnummers
56 21 30 Kievitsdwarsweg 1
4.1.3
Winterverblijfplaatsen
Tijdens de veldbezoeken van 18 augustus 2020 en 8 september 2020 zijn geen zwermende individuen waargenomen. Er zijn dus geen aanwijzingen aangetroffen voor winterverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied en de woningen/bomen direct (tot 50 m) naast het onderzoeksgebied. Op basis van deze resultaten wordt het voorkomen van winterverblijfplaatsen voor vleermuizen in het onderzoeksgebied uitgesloten. Dit geldt ook voor het plangebied Pastoor Jacobstraat 34.
4.1.4
Foerageergebieden
Gewone dwergvleermuis In en direct langs het onderzoeksgebied en het plangebied (tot 50 m afstand en op enkele locaties verder) zijn meerdere locaties waar foeragerende gewone dwergvleermuizen werden waargenomen. Op de locaties waar werd gefoerageerd zijn meerdere bomen aanwezig en is sprake van (enige mate van) openheid in de vorm van een tuin, een grasveld, of een pleintje. Het foerageren was steeds kort (individuen vlogen binnen een minuut door naar een andere locatie) en nooit meer dan 1-2 individuen tegelijk. Zie afbeelding 4.2 voor waarnemingen van foeragerende vleermuizen. Laatvlieger Enkel op het plein voor Pastoor Jacobsstraat 34 (plangebied) is een waarneming gedaan van foeragerende laatvlieger. Het foerageren was kort en door 1 individu. Overige soorten Voor alle overige soorten geldt dat er geen waarnemingen zijn gedaan van foeragerende individuen.
19 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
Afbeelding 4.2 Waarnemingen foeragerende vleermuizen rondom het onderzoeksgebied en plangebied (plangebied geel vierkant)
Voortsestraat
Tennisbaan
Het aantal vleermuizen dat gebruik maakt van deze foerageergebieden is zeer beperkt. Slechts op vier locaties werden drie vleermuizen waargenomen die gelijktijdig foerageerden. Dit was ter hoogte van de kapel, bij de tennisbaan (buiten onderzoeksgebied) en aan de Voortsestraat (buiten onderzoeksgebied). Binnen het onderzoeksgebied en de direct aanliggende percelen werd steeds slechts kort gefoerageerd; individuen foerageerden nooit lang op dezelfde locatie en vlogen binnen een minuut weer door naar andere locaties. Ook de vleermuizen die in het plangebied foerageerden (meerdere gewone dwergvleermuizen en één laatvlieger) deden dit maar kort.
4.1.5
Vliegroutes
Gewone dwergvleermuis Overvliegende gewone dwergvleermuizen zijn waargenomen verspreid over het onderzoeksgebied. In het midden van het onderzoeksgebied, tussen N264/Pastoor Jacobstraat 24A en N264/Pastoor Jacobsstraat 34 (plangebied) is een relatief hoge concentratie van overvliegende vleermuizen waargenomen. Daar worden de aanwezige bomen in de middenberm en aan weerszijden van de straat waarschijnlijk gebruikt als ‘hopover’ over de N264/Pastoor Jacobsstraat. De dominante vliegrichting is haaks op de N264/Pastoor Jacobsstraat. Dit duidt er op dat de straat zelf niet als vliegroute dient, maar slechts wordt overgestoken om tussen verschillende gebieden te verplaatsen. Over de gehele lengte van het onderzoeksgebied (N264/Pastoor Jacobstraat) steken vleermuizen over, maar dit zijn kleine aantallen en geen concentraties. Andere concentraties van overvliegende vleermuizen, of duidelijke vliegroutes zijn niet waargenomen. Zie afbeelding 4.3 voor waarnemingen van overvliegende vleermuizen. Overige soorten Af en toe vloog er een laatvlieger (enkele waarnemingen per onderzoeksronde) en heel sporadisch (1-2 maal per onderzoeksronde) een rosse vleermuis. Ruige dwergvleermuis is eenmaal waargenomen, aan de uiterste westzijde van het onderzoeksgebied. Zie afbeelding 4.3 voor de betreffende waarnemingen. Voor al deze
20 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
soorten geldt dat er geen duidelijke vliegroute is vastgesteld, omdat de waarnemingen niet geconcentreerd waren. Dit geldt ook voor het plangebied Pastoor Jacobstraat 34.
Afbeelding 4.3 Overvliegende vleermuizen
4.2
Huismus
Tijdens de bezoeken zijn in de directe omgeving van het onderzoeksgebied op verschillende daken nestplaatsen van huismussen aangetroffen. Deze plaatsen liggen allen in het westelijke deel van het onderzoeksgebied (afbeelding 4.5). Het dichtstbijzijnde dak met een nestlocatie heeft het adres N264/Pastoor Jacobsstraat 47 en is gelegen op circa 30 m van het plangebied. In totaal zijn rondom het onderzoeksgebied 23 verschillende nesten van huismus gevonden. Deze liggen allen binnen een straal van 50 m van het onderzoeksgebied en hebben in de directe omgeving ook functioneel leefgebied in de vorm van (grote) tuinen met struiken (geschikt als schuilplaats en voedselbron), voedsel in de vorm van zaden en stofbaden. Drinkplekken zijn aanwezig in de wijdere omgeving (100-200 m), in de vorm van slootjes, greppels en vijvers. Zie afbeelding 4.4 voor voorbeelden van aangetroffen nestlocaties. Afbeelding 4.5 geeft een overzicht van de locaties waar nesten van huismus zijn aangetroffen en hoeveel nesten daar aanwezig zijn.
21 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
Afbeelding 4.4 Voorbeelden aangetroffen nestlocaties huismussen (vanaf rechtsboven met de klok mee: Pastoor Jacobstraat 14, 20, 43A, 16)
Afbeelding 4.5 Nestlocaties huismus en aantallen rondom het onderzoeksgebied (plangebied in geel)
4.3
Gierzwaluw
Binnen het onderzoeksgebied Tijdens de bezoeken zijn in het onderzoeksgebied en de aanliggende woningen geen nesten van gierzwaluw aangetroffen. Dit geldt ook voor het plangebied Pastoor Jacobstraat 34. Een enkele groep gierzwaluwen is
22 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
waargenomen op grotere hoogte boven het onderzoeksgebied. Meerdere groepen gierzwaluwen zijn waargenomen op grotere hoogte ten noorden van het onderzoeksgebied. Deze groepen bevonden zich op een afstand van meer dan 100 m van het onderzoeksgebied. Hoogvliegende gierzwaluwen zijn geen indicatie voor nestlocaties. Buiten het onderzoeksgebied Laagvliegende en invliegende gierzwaluwen zijn waargenomen in de Tamboerstraat, waar in totaal 3 nestlocaties zijn vastgesteld. De nestlocaties bevinden zich op 95 m of meer van het plangebied, waarbij woningen en tuinen het zicht op het plangebied onttrekken. In afbeelding 4.6 zijn deze locaties weergegeven.
Afbeelding 4.6 Nestlocaties gierzwaluw rondom het onderzoeksgebied (plangebied in geel)
Tamboerstraat
4.4
Belang van het onderzoeksgebied en het plangebied
4.4.1
Vleermuizen
Zomer- en kraamverblijfplaatsen Vanwege de afwezigheid van zomer- en kraamverblijfplaatsen in en rondom het onderzoeksgebied en de aan het onderzoeksgebied grenzende woningen en bomen heeft het onderzoeksgebied (en daarmee het plangebied) en de omgeving geen functie voor zomer- en kraamverblijfplaatsen voor alle vleermuissoorten. Paarverblijfplaatsen Gewone dwergvleermuis Er is in het pand aan de Pastoor Jacobsstraat 34 één paarverblijf waargenomen. In de overige opstallen in het plangebied zijn geen verdere waarnemingen van paarverblijven gedaan. In de woningen rondom het plangebied zijn geen paarverblijven waargenomen. In de directe omgeving van het plangebied en onderzoeksgebied (maar buiten de verstoringscontour) zijn veel alternatieve geschikte woningen aanwezig
23 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
waar gewone dwergvleermuis paarverblijven kan hebben. Het plangebied en onderzoeksgebied hebben geen hoge concentraties van paarverblijven en in de nabijheid zijn veel alternatieven aanwezig voor deze functie, dus zijn er uitwijkmogelijkheden aanwezig voor de populatie van gewone dwergvleermuis. Vleermuizen in paarverblijfplaatsen mogen niet worden vernietigd of verstoord. Overige soorten Voor alle overige vleermuissoorten ontbreken paarverblijfplaatsen in of nabij (binnen 50 m) van het onderzoeksgebied. Vanwege de afwezigheid van paarverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied en de aan het onderzoeksgebied grenzende woningen en bomen heeft het onderzoeksgebied (en daarmee het plangebied) en de omgeving geen functie voor paarverblijfplaatsen voor alle overige vleermuissoorten. Winterverblijfplaatsen Vanwege de afwezigheid winterverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied en de aan het onderzoeksgebied grenzende woningen en bomen heeft het onderzoeksgebied (en daarmee het plangebied) en de omgeving geen functie als winterverblijfplaats voor vleermuizen. Foerageergebieden Gewone dwergvleermuis Het plangebied heeft een functie als foerageergebied voor gewone dwergvleermuis. In en rondom het onderzoeksgebied zijn ook diverse foerageergebieden voor gewone dwergvleermuis vastgesteld, verspreid over de gehele lengte van het onderzoeksgebied.
Deze foerageergebieden bestaan uit open ruimtes met beschutting en worden laag intensief (1-2 individuen, korte foerageerduur) gebruikt. Gelijkwaardige foerageergebieden voor deze soort komen in de directe en wijdere omgeving van het onderzoeksgebied veelvuldig voor. In en rond Sint Hubert zijn namelijk veel (grote) tuinen met bomen, agrarische graslanden, en open plekken met beschutting door bomen en/of gebouwen. Deze gebieden liggen op korte afstand van het onderzoeksgebied en zijn dus goed te bereiken. Buiten het onderzoeksgebied loopt ook de straat de Nimrod. Deze straat bevat grote bomen, ondergroei, aanliggende woningen (welke potentieel geschikt zijn als verblijfplaats) en open plekken in de vorm van tuinen en pleinen. Deze straat heeft met deze elementen geschiktere foerageergebieden dan het onderzoeksgebied, omdat het onderzoeksgebied grotendeels verhard is, minder bomen en ondergroei heeft en intensiever verlicht is en bovendien meer verstoring als gevolg van drukker autoverkeer kent. Het aantal foeragerende gewone dwergvleermuis binnen en vlak naast het onderzoeksgebied is gering. Vanwege de grote hoeveelheid aanwezige alternatieven kunnen foeragerende vleermuizen eenvoudig uitwijken. Het onderzoeksgebied (en daarmee het plangebied) en de aanliggende percelen zijn dan ook niet-essentieel voor foeragerende gewone dwergvleermuizen.
Overige soorten Voor alle overige vleermuissoorten ontbreken waarnemingen van foeragerende individuen in of nabij (binnen 50 m) het onderzoeksgebied. Vanwege de afwezigheid van foeragerende individuen in het onderzoeksgebied en de aan het onderzoeksgebied grenzende woningen en bomen heeft het onderzoeksgebied (en daarmee het plangebied) en de omgeving geen functie voor foerageren voor alle overige vleermuissoorten. Vliegroutes Tussen de N264/Pastoor Jacobstraat 24A en 32 is een concentratie van overvliegende gewone dwergvleermuizen vastgesteld. Deze locatie wordt gebruikt om de N264/Pastoor Jacobsstraat over te steken. Dit is een zogenoemde hop-over. Ter plaatse van de hop-over’s staan bomen direct naast de gevels van de woningen aan weerszijden van de N264/Pastoor Jacobsstraat en ook staan er bomen in de middenberm. Vleermuizen hebben over het algemeen weinig moeite met een straat oversteken. Deze locatie is echter erg geschikt als oversteekplaats tussen de bebouwing ten noorden van de N264/Pastoor Jacobsstraat en de zuidzijde van de N264/Pastoor Jacobsstraat. Op deze locatie zijn buiten het plangebied grotere open plekken, afgeschermd door woningen/bomen. Deze bieden goede potentie voor foerageergebieden. Deze hop-over verbindt die bebouwing in het noorden met het buitengebied ten zuiden van de N264, zie afbeelding 4.7.
Deze locatie is de enige locatie waar een dergelijke geschikte omgeving is voor hop-over’s en waar ook een concentratie van waarnemingen is gedaan. Waarschijnlijk komt dit door de aanwezigheid van
24 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
bomen in de middenberm (waardoor de oversteek kleiner is), en aansluiting op bomenrijen en het buitengebied. Om deze redenen is de hop-over hier dan ook essentieel. Verder staan over de lengterichting langs de N264/Pastoor Jacobsstraat en in de tussenberm binnen het onderzoeksgebied meerdere bomen en korte bomenrijen. De bomenrijen bestaan uit enkele tot een tiental bomen die geïsoleerd liggen van elkaar. Daardoor zijn ze moeilijk bereikbaar voor vleermuizen. Tevens is er een grote mate van verstoring als gevolg van het verkeer op de N264/Pastoor Jacobsstraat en de sterke mate van verstoring door verlichting. Bij deze bomenrijen in het onderzoeksgebied is slechts sprake van beperkte vleermuisactiviteit. In de directe omgeving, buiten de verstoringscontour, zijn meerdere straten en bomenrijen die gebruikt kunnen worden als alternatieve vliegroute. Dit samen (beperkte activiteit, geïsoleerde ligging, huidige verstoring en alternatieven) maakt dat de N264 en de daar omheen staande bomen (anders dan de genoemde hop-over) geen onderdeel zijn van essentiële vliegroutes. Vleermuizen kunnen ook gebruik maken van gevels als oriëntatie. De gevels langs het onderzoeksgebied zijn grotendeels van vrijstaande woningen, waarbij tussen de woningen tuinen en oprijlanen liggen. Dit maakt dat de woningen samen geen aaneengesloten lijnvormig element vormen.
Tijdens de veldbezoeken zijn geen aanwijzingen waargenomen dat de gevels als vliegroute worden gebruikt door enige soort. De gevels zijn daarmee zeker geen (onderdeel van) een essentiële vliegroute.
Afbeelding 4.7 Hop-over tussen N264/Pastoor Jacobsstraat 24A en 32
Samenvatting - zomer-, kraam-, zwerm- en winterverblijfplaatsen ontbreken in het onderzoeksgebied voor alle soorten vleermuizen. Voor gewone dwergvleermuis zijn in het onderzoeksgebied 5 paarverblijfplaatsen aangetroffen. In het plangebied gaat het om 1 paarverblijfplaats; - foerageergebieden zijn in het onderzoeksgebied aanwezig voor gewone dwergvleermuis, maar deze zijn niet essentieel. Voor alle andere soorten ontbreken foerageergebieden; - tussen N264/Pastoor Jacobstraat 24A en 32 kruist een essentiële vliegroute van gewone dwergvleermuis wel het onderzoeksgebied (hop-over), waardoor de bomen op deze kruising essentiële elementen zijn
25 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
voor vleermuizen. Eenzelfde soort vliegroute bevindt zicht tussen N264/Pastoor Jacobstraat 26 en 39. Essentiële en niet-essentiële vliegroutes ontbreken in het onderzoeksgebied voor alle overige soorten. Tabel 4.1 geeft een overzicht van de functies per soort en het belang. Wanneer functies ontbreken in het onderzoeksgebied zijn die niet weergegeven in de tabel.
Tabel 4.1 Beschermde functies voor vleermuizen in het plangebied Wet natuurbescherming
Soort Nederlandse naam/ Wetenschappelijke naam
Functie
Belang
artikel 3.5, HR IV
gewone dwergvleermuis/ Pipistrellus pipistrellus
paarverblijven vliegroute
essentieel essentieel (hop-over tussen Pastoor Jacobsstraat 24A -34) niet - essentieel
foerageergebied
4.4.2
Huismus
In het plangebied zijn geen nestlocaties van huismus. De meest nabij gelegen nestlocaties van huismus liggen aan de overzijde van de N264/Pastoor Jacobstraat op een afstand van 31 meter (1 nest) en 38 meter (6 nesten). De Pastoor Jacobstraat is een drukke doorgaande route, met veel (vracht)verkeer. Hier gaat reeds een grote mate van verstoring van uit. Omdat de nestlocaties aan de overzijde van deze weg liggen en aan de zijde van nummer 34 geen nestlocaties zijn heeft het plangebied zelf geen functie voor huismussen.
4.4.3
Gierzwaluw
Binnen het plangebied zijn geen nestlocaties van gierzwaluw aanwezig. De meest nabij gelegen nestlocatie bevindt zich op ruime afstand van het onderzoeksgebied (70 m) en op 90 m van het plangebied. Alle overige waarnemingen betroffen overvliegende exemplaren, of groepen zwaluwen hoog vliegend in groepen. Het onderzoeksgebied (en daarmee het plangebied) en de aanliggende woningen hebben geen functie voor gierzwaluw.
26 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
5 CONCLUSIE EN DOORKIJK VERVOLG 5.1
Vleermuizen
Verblijfplaatsen Binnen het onderzoeksgebied (en daarmee het plangebied) en de aanliggende woningen en bomen zijn geen aanwijzingen voor kraam-, zomer, winterverblijfplaatsen voor vleermuizen. Voor deze functies zijn geen verdere maatregelen of een ontheffingsaanvraag nodig. Binnen het onderzoeksgebied zijn 5 paarverblijfplaatsen aanwezig van gewone dwergvleermuis. Binnen het plangebied gaat het om 1 paarverblijfplaats. De werkzaamheden aan het pand van de juwelier zijn allen inpandig (zie paragraaf 1.2). De verblijfplaats bevindt zich ofwel in de spouwmuur, ofwel in het dak. Er wordt geen (na) isolatie aangebracht tijdens de werkzaamheden, zodat de spouwmuur intact blijft. Ook worden er geen werkzaamheden aan het dak uitgevoerd, zodat dit ook intact blijft. Van vernietiging van de verblijfplaats is daarom geen sprake. Deze verblijfplaats kan als gevolg van de werkzaamheden wel worden verstoord. Om de verstoring van deze paarverblijfplaats te voorkomen zijn maatregelen noodzakelijk. Verstoring wordt voorkomen door buiten de paarperiode (en de aangrenzende milde-winter periode) geen trillingsveroorzakende werkzaamheden in het pand uit te voeren. Deze periode loopt van 15 augustus tot en met februari.
Als gevolg van het ontstaan van geluid en trilling gedurende de bouwen van de nieuwbouwwoningen, is tevens een verstoring van de verblijfplaats in het pand van de juwelier niet uit te sluiten. De bouw van de nieuwe woningen heeft zodoende een mogelijke overtreding van de Wnb tot gevolg. Om dit te voorkomen gelden dezelfde voorwaarden als hierboven zijn beschreven. Verstoring wordt voorkomen door buiten de paarperiode (en de aangrenzende milde-winter periode) trilling- en geluidveroorzakende werkzaamheden uit te voeren, bijvoorbeeld het gebruik van zwaar materieel (betonwagens, sloopwerkzaamheden). Deze periode loopt van 15 augustus tot en met februari. Foerageergebied Het onderzoeksgebied wordt op verschillende locaties door gewone dwergvleermuizen en een enkele laatvlieger gebruikt als foerageergebied. Dit is echter altijd door relatief weinig individuen (3 of minder) en van korte duur. In de directe en wijdere omgeving van het onderzoeksgebied is een veelvoud aan minstens even geschikte foerageergebieden aanwezig. De foerageergebieden binnen het onderzoeksgebied (en daarmee het plangebied) zijn dan ook niet essentieel. De optredende effecten van de verbouwing en de nieuwbouw zijn bovendien tijdelijk. Voor deze functies zijn geen verdere maatregelen of een ontheffingsaanvraag nodig.
Vliegroutes In het onderzoeksgebied is een essentiële vliegroute aanwezig voor gewone dwergvleermuis ter hoogte van de N264/Pastoor Jacobstraat 24A en 34: dit is een hop-over. De bomen bij deze hop-over zijn essentiële elementen voor gewone dwergvleermuis om de N264 over te steken. Het aantasten (kappen) van deze elementen is een overtreding van de Wnb. Dit is in het kader van de plannen voor het pand aan de Pastoor Jacobstraat 34 niet aan de orde, want in het kader van dit project worden geen bomen gekapt. Wel kunnen vleermuizen op deze route mogelijk verstoord worden door werkzaamheden aan het pand, wanneer er met kunstlicht wordt gewerkt tijdens de actieve periode van vleermuizen. Het verstoren van een vliegroute (en
27 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
daarmee tevens indirect aantasten van het leefgebied) van vleermuizen is onder de Wnb verboden. Deze vorm van verstoring is echter te voorkomen door werkzaamheden uit te voeren bij daglicht (tussen een uur na zonsopkomst en een uur voor zonsondergang) in de hierboven beschreven werkbare periode (maart augustus). Waar verlichting nodig is wordt aanbevolen gebruik te maken van efficiënt lichtbeheer. Verlichting dient te worden beperkt door: - gebruik te maken van vleermuisvriendelijke verlichting; - het kunstmatig licht enkel daar te richten waar het ook daadwerkelijk nodig is (doelgericht) en dit zo te doen dat deze weg van het foerageergebied schijnt; - gebruik te maken van armaturen die het licht door middel van een scherpe bundel één bepaalde kant en weg van het foerageergebied op richten; - gebruik te maken van aangepaste armaturen die verstrooiing van licht minimaliseren; - het aantal lampen, de lichtintensiteit en het gebruik van hoge lichtmasten met veel lichtverstrooiing te beperken; - voor en na de werkzaamheden het gebruik van kunstverlichting te beperken tot enkel verlichting ter beveiliging van opslagterreinen. Ook hiervoor gelden de bovenvermelde restricties.
5.2
Huismus
Nesten van huismussen zijn jaarrond beschermd. Er zijn 23 nestlocaties van huismus aangetroffen in het onderzoeksgebied. Voor het plangebied geldt dat 7 nestlocaties binnen een afstand van 50 meter van de Pastoor Jacobstraat liggen. De werkzaamheden aan deze zijde zullen echter grotendeels inpandig plaatsvinden, zodat verstoring van huismussen op de nestlocaties en het daaromheen liggende functionele leefgebied is uitgesloten. Verdere maatregelen of een ontheffingsaanvraag voor huismus zijn niet nodig.
5.3
Gierzwaluw
Binnen het onderzoeksgebied zijn geen nestlocaties van gierzwaluw aanwezig. De meest nabij gelegen nestlocaties bevinden zich op ruimte afstand van het plangebied (95 m). Alle overige waarnemingen betroffen overvliegende exemplaren, of groepen gierzwaluwen hoog vliegend in groepen. Het onderzoeksgebied (en daarmee het plangebied) en de aanliggende woningen hebben geen functie voor gierzwaluw. Verdere maatregelen of een ontheffingsaanvraag voor gierzwaluw zijn niet nodig.
28 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
6 LITERATUUR 1
Witteveen+Bos Soortgericht onderzoek naar vleermuis, huismus en gierzwaluw, rapport 117826/20015.859, 22 oktober 2020.
29 | 29
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Definitief
Bijlage(n)
I BIJLAGE: QUICKSCAN HOOFDPROJECT
Witteveen+Bos | 117826/21-000.272 | Bijlage I | Definitief
N264 Herinrichting kom Sint Hubert WP2.2.3 Quickscan Wet natuurbescherming Sint Hubert
Provincie Noord-Brabant 16 november 2020
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
N264 Herinrichting kom Sint Hubert Provincie Noord-Brabant
WP2.2.3 Quickscan Wet natuurbescherming Sint Hubert Definitief 16 november 2020 117826/20-017.313
117826 ir. R.F. Vromans dr.ir. A.S.van Beinum
J. Schuitemaker BSc ir. W.B. Roosen ir. R.F. Vromans
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Stationsweg 5 Postbus 3465 4800 DL Breda +31 (0)76 523 33 33 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding project
5
1.2
Doel
6
1.3
Leeswijzer
6
2
PLANGEBIED
7
2.1
Beschrijving
7
2.2
Werkzaamheden
7
3
TOETSINGSKADER
10
3.1
Wet natuurbescherming
10
3.1.1 3.1.2
10 10
Gebiedsbescherming Soortenbescherming
3.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
12
4
GEBIEDSBESCHERMING
13
4.1
Natura 2000 (Wet natuurbescherming)
13
4.1.1 4.1.2
13 14
4.2
Gegevens Effecten en conclusie
Natuurnetwerk Nederland (NNB)
14
4.2.1 4.2.2
14 15
Gegevens Effecten & conclusie
5
SOORTENBESCHERMING
16
5.1
Methode
16
5.2
Beschrijving per soortgroep
16
5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6
16 18 20 22 27 29
Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Vogels Amfibieën Reptielen
5.2.7 5.2.8
Vissen Vlinders, libellen en andere ongewervelden
29 29
6
SAMENVATTING
31
6.1
Gebiedsbescherming
31
6.2
Soortenbescherming
32
7
LITERATUUR
33
Laatste pagina
33
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Instandhoudingsdoelstellingen Oeffelter Meent
2
II
Instandhoudingsdoelstellingen Maasduinen
4
III
Instandhoudingsdoelstellingen Zeldersche driessen
2
IV
Verordening ruimte NNB
2
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding project
De N264 loopt in Noord-Brabant van Uden in het westen (aansluiting op A50) via Haps (aansluiting op A73) tot Gennep in het oosten, dwars door de kom van Sint Hubert, zie afbeelding 1.1. In 2018 is er een verkennende studie geweest voor de N264 voor het deel Uden-Haps. De kom van Sint Hubert was daarin één van de probleemgebieden. Op basis van de verkenning heeft de Stuurgroep N264 (provincie NoordBrabant, gemeente Uden, gemeente Mill en Sint Hubert) besloten om een herinrichting van de kom Sint Hubert te realiseren en niet voor een randweg rond Sint Hubert te gaan. Leefbaarheid, verkeersveiligheid en oversteekbaarheid langzaam verkeer zijn belangrijke aandachtspunten bij de herinrichting. Tussen oktober 2018 en november 2019 is er een planstudie geweest naar de gewenste herinrichting. Een lokale werkgroep heeft hierbij het ontwerpproces ondersteund. Hieruit is een principeplan (gedragen voorkeursalternatief) gekomen, zie afbeelding 1.2. De Stuurgroep N264 heeft dit principeplan vastgesteld. In dit plan zijn de aandachtspunten leefbaarheid, verkeersveiligheid en oversteekbaarheid langzaam verkeer geborgd.
Om de volgende stap te zetten in de herinrichting van de N264 heeft de provincie Noord-Brabant ‘Het opstellen van een geïntegreerd contract op basis van UAV-GC, alsmede het voorbereiden en ondersteunen bij de aanbesteding ten behoeve van het werk, N264 Herinrichting kom Sint Hubert’ uitgevraagd bij Witteveen+Bos. Eerder genoemd principeplan is de basis voor deze projectfase. Voorliggend rapport is onderdeel van uitwerking van dit project.
Afbeelding 1.1 N264 Sint Hubert (bron: Open Street Maps)
5 | 33
Witteveen+Bos | 117826/20-017.313 | Definitief
Afbeelding 1.2 Impressie principeplan (bron: provincie Noord-Brabant)
1.2
Doel
Het doel van deze quickscan is om te toetsen: - welke effecten de werkzaamheden aan de herinrichting van de kom van Sint-Hubert hebben op: · beschermde gebieden (Natura 2000) in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb); · beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb); · het Natuurnetwerk Nederland (NNN); - wat de consequenties van deze mogelijke effecten zijn in het kader van de natuurwetgeving en het natuurbeleid (ontheffings- en/of vergunningaanvraag in combinatie met mitigerende/compenserende maatregelen). Effecten van de gebruiksfase van de herinrichting van de kom van Sint-Hubert worden niet beoordeeld. Er vindt geen significant verschil in gebruik van het plangebied plaats na afronding van de werkzaamheden, in vergelijking met de huidige situatie.
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft het plangebied en de geplande werkzaamheden. Hoofdstuk 3 gaat in op het toetsingskader in relatie tot de natuurwet- en regelgeving. In hoofdstuk 4 wordt verkend of er effecten zijn te verwachten op beschermde gebieden die vallen binnen de Wnb. Hoofdstuk 5 beschrijft per soortgroep of er in of nabij het plangebied beschermde soorten aanwezig zijn en wat de effecten van het voornemen op deze beschermde soorten Wnb zijn. In hoofdstuk 6 wordt een samenvatting gegeven. In hoofdstuk 7 is de geraadpleegde literatuur weergegeven.
6 | 33
Witteveen+Bos | 117826/20-017.313 | Definitief
2 PLANGEBIED 2.1
Beschrijving
Het plangebied is gelegen ten zuidoosten van het dorp Mill, in het dorp Sint-Hubert. Het plangebied omvangt de N264, die door de kern van het dorp loopt afbeelding 2.1. Het dorp is gelegen in het landelijk gebied en grenst aan het natuurgebied Molenheide. Binnen het plangebied liggen enkele bermen, begroeid met gras en bomen zoals plataan en linde. Aangrenzend aan de weg staan aan weerszijden huizen met voortuinen. Deze zullen onaangeroerd blijven tijdens de werkzaamheden.
Afbeelding 2.1 De ligging van het plangebied en de N264
Mill Sint-Hubert
2.2
Werkzaamheden
Voor de herinrichting van de N264 wordt de gehele verharding van de weg en het aanliggende fietspad verwijderd en een deel van de bomen gekapt, op afbeelding 2.2 staan de te kappen bomen weergegeven. Tevens wordt een verkeersplein gerealiseerd ter hoogte van het kruispunt met de Lange Schoolstraat afbeelding 2.3. De werkzaamheden worden uitgevoerd met zwaar materieel zoals rupskranen, dumpers en
7 | 33
Witteveen+Bos | 117826/20-017.313 | Definitief
asfalteermachines, hierbij treedt verstoring in vorm van licht, geluid en trillingen op. Ook nachtelijke werkzaamheden gedurende een algehele afsluiting van de weg van enkele dagen kan niet worden uitgesloten.
Afbeelding 2.2 Te kappen bomen binnen de contouren van het plangebied
8 | 33
Witteveen+Bos | 117826/20-017.313 | Definitief
Afbeelding 2.3 Het herinrichtingsplan voor de N264 welke de kern van Sint-Hubert doorkruist
9 | 33
Witteveen+Bos | 117826/20-017.313 | Definitief
3 TOETSINGSKADER 3.1
Wet natuurbescherming
3.1.1
Gebiedsbescherming
In hoofdstuk 2 van de Wnb zijn de bepalingen voor gebiedsbescherming vastgelegd. De regels hebben als doel het beschermen en in stand houden van natuurgebieden met bijzondere of kwetsbare waarden. Hiermee zijn internationale verplichtingen uit de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR), maar ook verdragen als bijvoorbeeld het Verdrag van Ramsar (Wetlands) in nationale regelgeving verankerd. Nederland past een vergunningstelsel toe bij de bescherming van Natura 2000-gebieden. Projecten of andere handelingen, die gelet op de instandhoudingdoelen (IHD), verslechterende of significant verstorende gevolgen kunnen hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied, zijn volgens artikel 2.7, lid 2 van de Wnb vergunningsplichtig. Voor elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden beoordeeld of kan worden uitgesloten dat de werkzaamheden/ontwikkeling een significant negatief effect hebben op de beschermde natuurwaarden in het betreffende gebied. Indien significant negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, dient een ‘passende beoordeling’ te worden uitgevoerd. Kunnen dergelijke significante effecten wel worden uitgesloten, maar kan er wel enige verslechtering plaatsvinden, dan is een verslechteringtoets vereist.