09. quickscan flora en fauna Dominicanenstraat 34 Langenboom.pdf
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna Dominicanenstraat 34 Langenboom
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
Quickscan flora en fauna
in opdracht van Peters Projectontwikkeling T.a.v. de heer G. Wittenberg Postbus 41 5374 ZG SCHAIJK betreffende locatie Dominicanenstraat 34 Langenboom (gemeente Mill en Sint Hubert) documentkenmerk 1812/073/JOW-02 versie B vestiging Nuenen datum 2 december 2020
opgesteld door: dr. A.J. Klarenberg
gecontroleerd door: ing. A. Paulusse
Projectmedewerker ecologie
Projectleider ecologie
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies BV.
Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Arkel >> Neer >> Nuenen >>
I.
www.tritium.nl
Prinsenbeek >> Rijkevoort
KvK-nr.
17108024
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
Inhoudsopgave pagina 1
Inleiding
1
2
Bronnenonderzoek
3
2.1
Gebieden
3
2.2
Soorten
5
3
Veldbezoek
6
4
Resultaten
7
4.1
Flora
7
4.2
Vogels
7
4.3
Grondgebonden zoogdieren
8
4.4
Vleermuizen
8
4.5
Amfibieën, reptielen en vissen
9
4.6
Ongewervelden/ overige soorten
10
5
Conclusies
11
5.1
Beschermde gebieden
11
5.2
Soorten
11
5.3
Zorgplicht
12
5.4
Eindconclusie
13
5.5
Advies
13
6
Literatuurlijst
14
Bijlage 1.
fotobijlage veldbezoek van 26 maart 2019
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
1 Inleiding In opdracht van Peters Projectontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd ten behoeve van het voornemen om op de locatie Dominicanenstraat 34 te Langenboom aan de straatzijde een appartementencomplex met in totaal circa 20 appartementen te realiseren. Daarnaast bestaat het voornemen om op het achterterrein van de locatie circa 21 woningen te realiseren. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 9240 m2. Het onderzoeksgebied is thans bestemd als “Horeca” en “Groen” en is in de huidige situatie in gebruik als voetbalveld (achterterrein) en een horecavoorziening (D’n Bens, café met zalen).
Figuur 1: huidige situatie plangebied (blauw omlijnd) (bron: https://perceelloep.nl)
Het plan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Voor deze locatie wordt derhalve een juridisch-planologische procedure doorlopen conform de Wet ruimtelijke ordening. In het kader van deze procedure dient onder andere een quickscan flora en fauna te worden uitgevoerd. Hiermee kan worden voorkomen dat in strijd met de geldende natuurwetgeving wordt gehandeld. Doel van het onderhavige onderzoek is om te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb). Het is noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. Op basis van de ecologische waarden van een planlocatie zal uit een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) blijken of er een overtreding te verwachten is van de Wnb. Tevens wordt vastgesteld of er meer soortgegevens nodig zijn door middel van inventarisatie en of er een uitgebreide studie noodzakelijk is naar de effecten van een ruimtelijke ingreep. In veel situaties zal het uitvoeren van een verkennend onderzoek echter reeds voldoende zijn om aan te tonen of een plan uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Wnb te voorkomen.
pagina 1 van 14
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
Uit onderstaande luchtfoto (figuur 2) kan worden opgemaakt dat het plangebied in de bebouwde kom van Langenboom is gelegen.
Figuur 2: luchtfoto van de omgeving van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Google Earth)
pagina 2 van 14
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
2 Bronnenonderzoek Onderhavig onderzoek richt zich met name op soortenbescherming en in beperktere mate op het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb (Natura 2000). In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Onder andere is hierbij gebruik gemaakt van de zoogdierenatlas (Broekhuizen et al., 2016), de “Werkatlas amfibieën en reptielen in Noord-Brabant” en enkele digitale verspreidingsatlassen. De bevindingen van dit literatuuronderzoek zijn weergegeven in de navolgende twee paragrafen.
2.1 Gebieden In onderstaande figuur 3 is het plangebied met haar ecologisch waardevolle gebieden in highlights weergegeven. De donkergroene highlights betreffen het Natuurnetwerk Nederland (verder: NNN) in de provincie Noord-Brabant ook wel Natuurnetwerk Brabant (verder: NNB) genoemd. Het Natura 2000-gebied is met de blauwe en gele kleuren aangeduid. De Natura 2000-gebieden liggen grotendeels binnen het NNN. De Natura 2000-gebieden die geen onderdeel zijn van het NNN betreffen vooral agrarische gebieden en hebben een beperkter beschermingsregime. Van de gebieden die wel binnen NNN zijn gelegen worden, naast de specifieke soorten en habitattypen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), ook de wezenlijke kenmerken en waarden beschermd.
Figuur 3: plangebied en omgeving (rood omcirkeld) met relevante natuurgebieden (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)
Uit figuur 3 kan worden afgeleid dat het plangebied niet in Natura 2000-gebied en NNB is gelegen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 14 kilometer ten oosten van het plangebied gelegen en betreft ‘Oeffelter Meent’. De Oeffelter Meent is gelegen op een grofzandige oeverwal van een vroegere rivierloop in de uiterwaard van de Maas. Het gebied wordt doorsneden door een gekanaliseerde beek, de
pagina 3 van 14
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
Oeffeltsche Raam, die ter plaatse in de Maas uitmondt. Het omvat een aantal hobbelige graslandpercelen. Het ontstane microreliëf en de overgangen naar meer kleihoudende bodems naar de randen toe hebben een gevarieerde vegetatie doen ontstaan. Op de zomerdijken komt een aan kalkarme bodem gebonden vorm van stroomdalgrasland voor, die in ons land slechts een beperkte verspreiding heeft. Op voedselrijkere en mogelijk iets vaker overstroomde delen komen glanshaverhooilanden voor. Op de laagste delen en op de voormalige puinstortplaats zijn overstromingsgraslanden en ruigtevegetaties aanwezig. In de navolgende figuur 4, overgenomen uit de kaart van het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant is wederom het aandachtsgebied gemarkeerd. Ook uit deze figuur blijkt dat het plangebied niet in een beschermd gebied ligt. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het NNB is op een afstand van circa 75 meter ten zuiden van het plangebied gelegen.
Figuur 4: kaart NNB. Het plangebied en omgeving is rood omlijnd (bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan)
Effecten beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNB. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om NNB, indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In dit geval is het plangebied op een relatief korte afstand gelegen. Er is echter geen negatief effect op het NNB-gebied te verwachten. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom en tussen het NNB-gebied en het plangebied zijn nog enkele tuinen en gebouwen gelegen, waaronder een sporthal. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is met circa 14 kilometer op relatief grote afstand gelegen. Gezien de aard van de ingreep binnen de bebouwde kom waarbij is beoogd om circa 21 woningen op het achterterrein en aan de straatzijde een appartementencomplex met circa 20 appartementen te realiseren valt een significant negatief effect niet snel te verwachten.
pagina 4 van 14
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
2.2 Soorten Aan de hand van literatuuronderzoek is informatie verzameld over het voorkomen van soorten in de directe omgeving van het plangebied. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van voornoemde zoogdierenatlas en de “Werkatlas amfibieën en reptielen van Noord-Brabant”. In de werkatlas wordt het voorkomen van soorten per kilometerhok aangeduid. In de zoogdierenatlas wordt dit aangegeven per atlasblok, met afmetingen van 5 bij 5 kilometer. Het plangebied is gelegen in kilometerhok X:178 / Y:412. Aangezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhok c.q. het atlasblok beslaat is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het plangebied. Uit gegevens van de zoogdieren verspreidingsatlas en de NDFF blijkt dat de volgende zoogdieren of sporen van deze soorten (o.a. in braakballen) in de periode van 1989 tot 2019 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: bosmuis, Pallas’ eekhoorn, ree, bever, huisspitsmuis, laatvlieger, egel, haas, steenmarter, das, dwergmuis, aardmuis, veldmuis, huismuis, bunzing, Amerikaanse nerts, rosse woelmuis, watervleermuis, franjestaart, rosse vleermuis, muskusrat, konijn, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, bruine rat, eekhoorn, mol, tweekleurige vleermuis en vos.
Uit gegevens van de Werkatlas amfibieën en reptielen blijkt dat enkel de volgende soorten in de periode van 1995 tot en met 2004 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: alpenwatersalamander, kleine watersalamander, gewone pad, rugstreeppad, heikikker, bruine kikker, bastaardkikker en levendbarende hagedis. In de periode 2000-2019 blijkt uit de gegevens van de NDFF en Ravon dat de volgende soorten zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: hazelworm, muurhagedis, levendbarende hagedis, gewone pad, alpenwatersalamander, kleine watersalamander, bastaardkikker, poelkikker, bruine kikker en kamsalamander.
pagina 5 van 14
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
3 Veldbezoek Het plangebied is op 26 maart 2019 in de middag bezocht. Er was sprake van bewolkt, droog weer, met windkracht 2 Bft en een temperatuur van circa 9 graden Celsius. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid of afwezigheid van beschermde soorten. De te verzamelen informatie bestaat onder andere uit zicht- en geluidwaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Op basis van terreinkenmerken is voorts beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek aangezien een quickscan een momentopname betreft. Hierdoor kan slechts in beperkte mate uitsluitsel worden gegeven over de aan- of afwezigheid van soorten. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal derhalve een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een horecavoorziening met een voetbalveld.
De in bijlage 1 opgenomen foto’s geven een duidelijk beeld van de huidige situatie van het plangebied.
pagina 6 van 14
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
4 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde veldbezoek in relatie tot het planvoornemen.
4.1 Flora In de maand maart zijn er diverse soorten planten zichtbaar. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied echter geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Vanwege het nog bestaande voetbalveld achter de horecagelegenheid en de voedselrijke omstandigheden waaruit het plangebied bestaat zijn ook geen beschermde soorten te verwachten. Beschermde soorten komen namelijk vooral voor op voedselarme, kalkhoudende grond. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.
4.2 Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied slechts voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. Binnen het plangebied is bebouwing aanwezig zodat het verloren gaan van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vogels niet is uitgesloten. De horecavoorziening is nog in gebruik. Het oorspronkelijke gedeelte van de bebouwing is deels bedekt met een pannendak. De aanbouwen zijn voorzien van platte daken of een golfplaten dakbedekking. De gevelpannen op de kopse gevels zijn dicht of afgesmeerd met cement. De pannendaken die bedekt zijn met een plat type dakpan zijn niet beschadigd en er zijn geen openingen. De onderste rij dakpannen zitten zeer dicht op de goten, waardoor de toegang voor gierzwaluwen (Apus apus) en huismussen (Passer domesticus) wordt belemmerd. Het horecapand is hierdoor niet geschikt als vaste verblijfsplaats voor voornoemde soorten. De aanwezige bomen en struiken kunnen wel dienen als broedgelegenheid. Daarnaast is het gebied geschikt als foerageergebied, echter zullen niet alle vogelsoorten van het gebied gebruik maken. Met name voor vogels die in het “stedelijk gebied” en “struwelen” voorkomen zijn binnen en rond het plangebied gunstige biotopen aanwezig. Voor weide-, bos- en watervogels zijn geen geschikte biotopen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn ca.
20 huismussen (Passer domesticus) in een haag met meidoornstruiken tegen de noordoostelijke erfgrens van het plangebied aangetroffen. De meidoornhaag wordt door huismussen uit de directe omgeving als dekking gebruikt. Deze huismussen verblijven ook in de achtertuinen en onder de pannendaken van de woningen die zijn gelegen aan de Espenstraat 8 t/m 20. In de achtertuin van de woning aan de Dominicanenstraat 28, die grenst aan de zuidwestelijke zijde van het voetbalveld in het plangebied, zijn ook 5 huismussen aangetroffen. In en nabij de horecavoorziening aan de Dominicanenstraat 34 zijn echter geen exemplaren of sporen van huismussen waargenomen. In het plangebied zijn verder nog drie houtduiven (Columba palumbus), twee merels (Turdus merula), één heggenmus (Prunella modularis), één vink (Fringilla coelebs) en één overvliegende zwarte kraai (Corvus corone) gezien.
pagina 7 van 14
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
Verder is een aantal vogelsoorten in de directe omgeving van het plangebied waargenomen, namelijk vijf houtduiven, één merel, één roodborst (Erithacus rubecula), één koolmees (Parus major), één pimpelmees (Cyanistes caeruleus), één heggenmus, één groenling (Carduelis chloris) en één vink. Daarnaast zijn er in de omgeving diverse kauwen (Corvus monedula) gehoord. Zowel binnen het plangebied als in de directe omgeving daarvan zijn geen nesten aangetroffen met uitzondering van een nest van de ekster (Pica pica) in een boom van de tuin van Bergkristal 1 (net buiten het plangebied). In een boom in de achtertuin van de woning aan de Dominicanenstraat 28 bevond zich eveneens een eksternest. Conclusie: de meidoornhaag aan de noordoostelijke erfgrens van het plangebied wordt gebruikt als dekking door een groep huismussen uit de directe omgeving en vormt hiermee een vast onderdeel van de functionele leefomgeving van de huismus. Er zijn geen aanwijzingen dat de huismus gebruikt maakt van de bestaande horecavoorziening in het plangebied als vaste verblijfsplaats. Indien deze meidoornhaag gehandhaafd blijft en niet wordt aangetast bij de sloop- en bouwwerkzaamheden, dan vormt dit echter geen belemmering voor het planvoornemen. Indien de meidoornhaag wel zal worden gerooid, dient nader onderzoek naar de huismus plaats te vinden.
Een aantal andere vogelsoorten zal het plangebied met name benutten als foerageergebied. Het plangebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten en het gebied kan bovendien als foerageergebied (tuin) in gebruik blijven. Wel wordt bij de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 5 omschreven werkwijze.
4.3 Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of voortplantings- en/of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd volgens de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Voor minder algemene soorten (nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld in de Wnb), zoals de das (Meles meles), bunzing (Mustela putorius) en de steenmarter (Martes foina), is het plangebied in beperkte mate geschikt. Er zijn geen sporen aangetroffen van deze soorten, zoals een burcht van de das, pootafdrukken, vraatsporen of uitwerpselen (in de vorm van latrines bij de steenmarter). Het plangebied kan wel als foerageergebied dienen, echter zal dit geen essentieel foerageergebied zijn. De bunzing houdt vooral van gebieden met oppervlaktewater. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Binnen het plangebied is tevens maar in beperkte mate dekking aanwezig in de vorm van hagen op de erfgrens hiervan. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieven aanwezig in de vorm van tuinen en openbaar groen om als foerageergebied te dienen voor algemeen voorkomende soorten. Ook zal het plangebied beschikbaar blijven als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.
4.4 Vleermuizen Er is bebouwing aanwezig binnen het plangebied zodat de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen niet valt uit te sluiten. De horecavoorziening is deels bedekt met een pannendak. De aanbouwen zijn voorzien van platte daken of een golfplaten dakbedekking. De
pagina 8 van 14
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
gevelpannen op de kopse gevels zijn dicht of afgesmeerd met cement. De pannendaken zijn voorzien van een plat type dakpan en zijn onbeschadigd. De daken en de overige delen van het gebouw bevatten geen openingen. De spleten tussen de boeiboorden en de gevels zijn afgekit. De open stootvoegen in de aanbouw bij het voetbalveld bevinden zich laag bij de grond en zijn gevuld met stof en spinrag. De bestaande bebouwing in het plangebied is hierdoor ongeschikt als vaste verblijfsplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. In de bomen, aanwezig binnen en op de grens van het plangebied, zijn geen geschikte holtes of scheuren aanwezig die dienst kunnen doen als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Ook zijn er geen sporen zoals ontlasting of vraatsporen in de vorm van vlindervleugels gevonden. Mogelijk zal het plangebied gebruikt worden als foerageergebied door vleermuizen. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn zoals de tuinen en het openbaar groen ten zuiden van het plangebied. Vleermuizen maken gebruik van vliegroutes om zich te verplaatsen van verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Hiervoor worden lange, aaneengesloten bomenrijen en andere lijnvormige landschapsstructuren zoals heggen en houtwallen gebruikt.
In het plangebied bevinden zich met uitzondering van de eerder genoemde meidoornhaag aan de noordoostelijke erfgrens van het plangebied, geen lange, aaneengesloten bomenrijen en andere lijnvormige landschapsstructuren die kunnen dienst doen als vliegroute. De meidoornhaag is echter geen essentieel onderdeel van een vliegroute. Ten noordoosten van de haag, op de erfgrens, is een tweede haag aanwezig. De lijnvormige structuur aan de noordoostelijke zijde van het plangebied zal dus behouden blijven, indien de meidoornhaag toch zal worden gerooid. Deze meidoornhaag blijft echter voor als nog behouden volgens de voorgenomen plannen. De bomen aan de zuidwestelijke zijde van de Dominicanenstraat (buiten het plangebied) zullen blijven bestaan en kunnen dus blijven dienen als vliegroute. Conclusie: er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de sloop- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten.
Gezien het vorenstaande zijn er geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot vleermuizen. Een nader onderzoek naar vleermuizen is derhalve niet aan de orde.
4.5 Amfibieën, reptielen en vissen Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën en reptielen aangetroffen en zijn er geen sporen van deze soortgroepen aangetroffen binnen het plangebied. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. De aanwezigheid van (beschermde) vissen kan derhalve worden uitgesloten. Eveneens is het plangebied ongeschikt voor beschermde amfibieën vanwege het ontbreken van geschikt voortplantingswater. Daarnaast is het plangebied voor de levendbarende hagedis (Zootoca vivipara), die in de omgeving van het plangebied voorkomt, ongeschikt door de afwezigheid van vochtige heide en/of ruigten.
pagina 9 van 14
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
Conclusie: er komen noch vissen noch beschermde soorten reptielen en amfibieën voor in het plangebied. De eventuele aanwezigheid van algemeen voorkomende soorten reptielen en amfibieën zoals bijvoorbeeld de gewone pad en bruine kikker vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.6 Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten ongewervelden en overige soorten zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Beschermde soorten stellen specifieke eisen aan een biotoop en gezien de afwezigheid van oppervlaktewater en de aanwezige beplanting is het plangebied voor veel soorten niet geschikt. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.
pagina 10 van 14
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
5 Conclusies Doel van het onderhavige onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving.
5.1 Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNB. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om NNB, indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In dit geval is het plangebied op een relatief korte afstand gelegen. Er is echter geen negatief effect op het NNB-gebied te verwachten. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom en tussen het NNB-gebied en het plangebied zijn nog enkele tuinen en gebouwen gelegen, waaronder een sporthal. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is met circa 14 kilometer op relatief grote afstand gelegen. Gezien de aard van de ingreep binnen de bebouwde kom waarbij is beoogd om circa 21 woningen op het achterterrein en aan de straatzijde een appartementencomplex met circa 20 appartementen te realiseren valt een significant negatief effect niet snel te verwachten.
5.2 Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Vogels Er zijn vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. De meidoornhaag aan de noordoostelijke erfgrens van het plangebied wordt gebruikt als dekking door een groep huismussen en vormt hiermee een vast onderdeel van de functionele leefomgeving van de huismus. Er zijn geen aanwijzingen dat de huismus gebruikt maakt van de bestaande horecavoorziening in het plangebied als vaste verblijfsplaats.
Indien deze meidoornhaag gehandhaafd blijft en niet wordt aangetast bij de sloopen bouwwerkzaamheden, dan vormt dit echter geen belemmering voor het planvoornemen. Indien de meidoornhaag wel zal worden gerooid, dient nader onderzoek naar de huismus plaats te vinden. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken.
pagina 11 van 14
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden.
In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van tuinen van woningen en openbaar groen. Ook is het verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten indien de sloop- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Gezien het vorenstaande zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot vleermuizen. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.
5.3 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in
pagina 12 van 14
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).
5.4 Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •
de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;
•
om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd;
•
de meidoornhaag aan de noordoostelijke erfgrens van het plangebied die wordt gebruikt als dekking door een groep huismussen uit de directe omgeving en vormt hiermee een vast onderdeel van de functionele leefomgeving van de huismus. De meidoornhaag dient gehandhaafd te blijven en niet te worden aangetast bij de sloop- en bouwwerkzaamheden;
•
nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk tenzij er een voornemen bestaat om de eerder genoemde meidoornhaag te rooien. Nader onderzoek naar de huismus is in dat geval wel noodzakelijk;
•
een (mogelijke) ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk tenzij er een voornemen bestaat om de eerder genoemde meidoornhaag te rooien;
•
voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft.
5.5 Advies Checklist natuurvriendelijke maatregelen Bij het ontwerp van de nieuwbouw wordt geadviseerd gebruik te maken van de checklist natuurvriendelijke maatregelen aan gebouwen van de Vogelbescherming. Diverse natuurbeschermingsinstanties en bedrijven geven hier meer informatie over. Erfbeplanting Indien er een erfbeplanting is gepland of wordt vernieuwd, adviseren wij deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren. Informeer hiervoor bij uw provincie of gemeente.
pagina 13 van 14
documentkenmerk: 1812/073/JOW-02, versie B
6 Literatuurlijst BIJ12 (2017) Kennisdocument Huismus, Passer domesticus Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren - deel 12 serie Nederlandse fauna. Knnv Uitgeverij Delft, J.J.C.W. van, Schuitema, W. (2005) Werkatlas amfibieën en reptielen in Noord-Brabant. Stichting Ravon NDFF (2018) Geraadpleegd op 23 april 2019 via www.verspreidingsatlas.nl Ravon (2018) Geraadpleegd op 23 april 2019 via www.ravon.nl Zoogdiervereniging (2018) Geraadpleegd op 23 april 2019 via www.zoogdiervereniging.nl
pagina 14 van 14
Fotobijlage: 1812/073/JOW-01, Dominicanenstraat 34 te Langenboom
Foto 1
Foto 2
Foto 3
pagina 1
Fotobijlage: 1812/073/JOW-01, Dominicanenstraat 34 te Langenboom
Foto 4
Foto 5
Foto 6
pagina 2
Fotobijlage: 1812/073/JOW-01, Dominicanenstraat 34 te Langenboom
Foto 7
Foto 8
Foto 9
pagina 3
Fotobijlage: 1812/073/JOW-01, Dominicanenstraat 34 te Langenboom
Foto 10
Foto 11
Foto 12
pagina 4
Fotobijlage: 1812/073/JOW-01, Dominicanenstraat 34 te Langenboom
Foto 13
Foto 14
Foto 15
pagina 5
Fotobijlage: 1812/073/JOW-01, Dominicanenstraat 34 te Langenboom
Foto 16
Foto 17
Foto 18
pagina 6
Fotobijlage: 1812/073/JOW-01, Dominicanenstraat 34 te Langenboom
Foto 19
Foto 20
Foto 21
pagina 7
Fotobijlage: 1812/073/JOW-01, Dominicanenstraat 34 te Langenboom
Foto 22
Foto 23
Foto 24
pagina 8
Fotobijlage: 1812/073/JOW-01, Dominicanenstraat 34 te Langenboom
Foto 25
Foto 26
Foto 27
pagina 9
Fotobijlage: 1812/073/JOW-01, Dominicanenstraat 34 te Langenboom
Foto 28
Foto 29
Foto 30
pagina 10