09. Bijlage IV Verkennend bodemonderzoek.pdf - Bijlage IV Verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek Roijendijk 7 te Mill
Verkennend bodemonderzoek Roijendijk 7 te Mill Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM20366 : Definitief (versie 1) : 18 september 2020
Opdrachtgever
: Reland Burgermeester Verdijkplein 1 5835 AR Beugen
Opgesteld door Paraaf
: BEd L. Koomen :
Gecontroleerd door Paraaf
: ing. T.K.P.G. Thijssen :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002 + 2018
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2
AM20366
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................4 2.
VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................5
2.3
Historisch overzicht en omgeving .........................................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .......................................................................................................................................................7
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................8
2.7
Asbest ................................................................................................................................................................................................................8
2.8
Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost Brabant................................................................................................................................8
2.9
Onderzoekshypothese .................................................................................................................................................................................8
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE ................................................................................................................................................................................9 3.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................9
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740 ...............................................................................................................................................................9
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707 ............................................................................................................................................................ 10
4.
VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 11 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 11
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 11
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 12
5.
LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 14 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 14
5.2
Asbestverdachte materiaalmonsters ................................................................................................................................................... 14
5.3
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie) ........................................................................................................................................ 14
5.4
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket .......................................................................................................................................... 16
5.5
Grondwatermonster(s) .............................................................................................................................................................................. 18
5.6
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 18
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 19
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Analyserapport asbestverdachte materiaalmonster(s) Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monster(s) Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster(s)
Pagina | 3
AM20366
1. INLEIDING In opdracht van Reland heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Roijendijk 7 te Mill
Gemeente
: Mill en Sint Hubert
Kadastrale registratie
: Mill, sectie N, Nummer (321 gedeeltelijk)
Oppervlakte
: circa 4.500 m2
Huidig gebruik van de locatie
: agrarisch bedrijf en bouwland
Toekomstig gebruik
: Wonen met tuin
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Ter plaatse is woningbouw voorzien.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in augustus en september 2020. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4
AM20366
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
de opdrachtgever;
•
het kadaster;
•
topotijdreis.nl;
•
gemeente Mill en Sint Hubert;
•
omgevingsdienst Brabant Noord;
•
het dinoloket;
•
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt ten noorden van de kom van Mill aan de Roijendijk 7. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Mill, sectie N, Nummer (321 gedeeltelijk). De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 181.895/ Y = 412.425. Zie bijlage 1 voor een kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: Googlemaps)
Pagina | 5
AM20366
2.3
Historisch overzicht en omgeving
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Hieruit is af te leiden dat de onderzoekslocatie al in het begin van de 19e eeuw bebouwd was. Op de kaart uit 1957 is voor het eerst de Rodenweg ten noorden van de onderszoekslocatie zichtbaar. Op de kaart uit 1978 zijn een boerderij en twee stallen waarneembaar. Op de kaart uit 1987 is de toevoeging van een derde stal zichtbaar. De kaart uit 2007 geeft de huidige situatie weer.
1901
1930
1957
1978
1987
2007
Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
Dossieronderzoek
Via de website van de omgevingsdienst Brabant Noord is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. Uit de rapportage blijkt dat er op de onderzoekslocatie niet eerder bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 21 juli 2020 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Mill en Sint Hubert. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX.
Pagina | 6
AM20366
Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.1 weergegeven (relevante) bouwvergunningen geraadpleegd. Dossiernummer
Datum
Vergunning
Opmerkingen
1.778.511
29-05-1954
Bouwvergunning voor bouwen
Geen bijzonderheden
kippenhok 1.778.511
08-03-1962
Bouwvergunning voor bouwen
Asbest golfplaten dak
kippenhok 1.778.511
22-11-1962
Vergunning voor het veranderen van
Geen bijzonderheden
gevels 1.778.511
25-02-1963
Bouwvergunning voor het verbeteren
Geen bijzonderheden
van het woonhuis -
31-05-1967
Bouwvergunning voor het bouwen
Asbest golfplaten dak en boarding
van een varkensstal -
16-07-1969
Bouwvergunning voor het bouwen
Asbest golfplaten dak
van een varkensschuur A.nr.35
28-12-1978
Bouwvergunning voor het oprichten
Asbest golfplaten dak
van een stierenstal AVR/BR2009150
12-10-2010
Bouwvergunning voor het oprichten
Geen bijzonderheden
van een machineberging c.q. garage Tabel 2.1.: Overzicht geraadpleegde (relevante) bouwvergunningen
Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Op de locatie zijn niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. Er is geen informatie bekend dat in directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden.
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0 – 0,8
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind.
0,8 – 5,0
Formatie van Kreftenheye
5,0 – 9,0
Formatie van Beegden
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen. Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken.
9,0 – 18,0
Formatie van Breda
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand en kleiig zand, weinig grof zand en glauconietzand en een spoor klei, bruinkool, grind en schelpen.
Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer: B46C0119)
Pagina | 7
AM20366
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 11,3 m+ NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 10,9 m+ NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 26 augustus 2020 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Op de onderzoekslocatie staat een woonhuis, een garage, een kippenhok en twee stallen. De twee stallen zijn beide bedekt met asbestverdachte dakbedekking zonder goot. Rondom de stallen is het terrein verhard met klinkers. Bij de zuidelijk gelegen stal is de locatie verhard met stelcon platen. Richting het woonhuis is een grindpad aanwezig en de tuin bestaat grotendeels uit gras. Tijdens de veldinspectie is op het terrein ter plaatse van ABG01 asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen op het maaiveld. Er zijn verder geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door de Rodenweg, aan de oostzijde door de Roijendijk, aan de zuid -en westzijde door weiland.
2.7
Asbest
Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocatie stallen aanwezig zijn met asbestverdachte dakbedekking zonder goot. Tevens zijn onder het grindpad bijmengingen met puin aangetroffen. Derhalve is de onderzoekslocatie ter plaatse van de stallen en de verharde terreindelen als asbestverdacht te beschouwen.
2.8
Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost Brabant
Uit de bodemkwaliteitskaart van de regio Noordoost Brabant blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘AW2000’ geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘Natuur en Landbouw’.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem kan niet worden uitgesloten. Derhalve is de onderzoekslocatie rondom de stallen en onder de verharding als verdacht beschouwd. Pagina | 8
AM20366
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) en NEN 5707 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘VED-HE’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'VED-HE' Aantal boringen oppervlakte (m²) tot 0,5 m in de verdachte laag 4.500
14
boring tot de onderzijde van de èn boring met verdachte laag met een maximum van peilbuis 1,2) 2m 3 1
Aantal te onderzoeken (meng)monsters grond grondwater (verdachte laag) 3
1
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 “verdacht” 1) Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 5,5 m beneden maaiveld. 2) Wanneer de verontreiniging vooral in het grondwater wordt verwacht, wordt het aantal peilbuizen uitgebreid.
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische s tof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie Pagina | 9
AM20366
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707
Voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in bodem is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit het uitvoeren van een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. In principe worden de asbestgaten willekeurig verspreid over het asbestverdachte gedeelte van de onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van een eventuele verontreiniging met asbest in de bodem zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Indien noodzakelijk blijkt bij de uitvoering, worden aanvullende (meng)monsters genomen. Oppervlakte locatie
2.400
Minimaal aantal te
Gaten in de verdachte laag
Gaten tot onderzijde
Aantal te analyseren
inspecteren punten van
tot maximaal 0,5 m in de
verdachte laag met een
(meng)monsters
het maaiveld
verdachte laag
maximum van 2 m
11
11
2
3
Tabel 3.2: Onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest
Pagina | 10
AM20366
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 26 augustus 2020 zijn de boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven conform protocol 2001 en 2018. Een deel van de asbestinspectiegaten en boringen zijn gecombineerd. Zie bijlage 3 voor de situering van de geplaatste asbestinspectiegaten en boringen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar en de heer L. Koomen. Beiden zijn erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de inspectie was er lichte neerslag en zwaar bewolkt weer. De asbestverdachte deellocatie bestaat voor 50% uit verharding, 40% bebouwing en 10% uit braakliggend terrein. De inspectie efficiëntie van het terrein is ingeschat op 50-60%. Tijdens de inspectie zijn op het maaiveld 20 stukken asbestverdacht materiaal gevonden nabij boorpunt 1. Eén stuk van het aangetroffen plaatmateriaal van het maaiveld is verpakt en overgedragen aan het geaccrediteerde laboratorium Synlab in Rotterdam. Zie tabel 4.1 voor een overzicht van het aangetroffen asbestverdachte materiaal. Vindplaats
Asbestverdacht materiaal aangetroffen
Geselecteerd voor analyse
Nabij ABG01
Grijze golfplaat (20 plaatjes, ca. 263 gram)
Ja, materiaalmonster ABV1 (78 gram)
Tabel 4.1: Aangetroffen asbestverdachte materialen op maaiveld
Verdeeld over de deellocatie zijn in totaal 11 asbestinspectiegaten gegraven van minimaal 0,3 x 0,3 m tot 0,5 m-mv. (inspectiegaten ABG01 t/m ABG04, ABG08, ABG10 t/m 13, ABG19 en ABG20). In asbestinspectiegaten ABG01 en ABG03 is met behulp van de Edelmanboor (ø 12 cm) een boring verricht tot 2,0 m-mv. Van ABG02, ABG04, ABG12, ABG13 en ABG20 is de druipzone (0 – 0,2 m-mv.) separaat bemonsterd. Het uitkomende materiaal is voorbehandeld (gezeefd) en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. In het uitgegraven materiaal van asbestinspectiegat ABG01 zijn asbestverdachte plaatmaterialen waargenomen. In totaal was er 79 gram asbestverdacht materiaal in ABG01 aanwezig.
In de overige inspectiegaten is geen
asbestverdachtmateriaal aangetroffen. Op basis van de visuele waarnemingen zijn in het veld 7 (meng)monsters samengesteld. Pagina | 11
AM20366
De boringen voor het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Zie voor de boorpuntlocaties bijlage 3. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.
Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 4.2 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring
Traject (m -mv) 0 – 0,5
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
01
Diepte boring (m -mv) 3,45
Zand
Zwak asbest -en puinhoudend en sporen baksteen
03
2,0
0,1 – 0,5
Zand
Matig puinhoudend en sporen baksteen
04
2,0
0,4 – 1,0
Zand
Sporen baksteen
2,0
1,0 – 1,4
Zand
Matig baksteenhoudend
1,0
0,2 – 0,5
Zand
Sporen baksteen
13
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis (zie bijlage 2). Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 1. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuis is een week na plaatsing op 4 september 2020 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar. In afwijking van het protocol is/zijn (aard, motivatie en afwijking noemen). Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat.
Pagina | 12
AM20366
Peilbuis 1
Filterdiepte (m-mv.) 2,45 – 3,45
Grondwaterstand (m-mv.) 1,40
pH (-) 6,79
Ec (µS/cm) 742
Troebelheid (NTU) 37,3
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.
In het grondwater uit de peilbuis is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.
Pagina | 13
AM20366
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Asbestverdachte materiaalmonsters
De analyseresultaten van het materiaalmonster ABV1 is opgenomen in tabel 5.1. Zie bijlage 6 voor het analyserapport. Monsternummer ABV1
Soort asbest Chrysotiel
Schatting gewichtspercentage 10-15%
Hechtgebondenheid Hechtgebonden
Asbest (gram) 6,4
Tabel 5.1: analyseresultaten materiaalmonsters
Uit de analyse blijkt dat de aangetroffen plaatmateriaalmonster asbesthoudend is.
5.3
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie)
Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) is een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg. Het mengmonster is genomen door per asbestinspectie gat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.2 is de samenstelling van het mengmonster weergegeven. Vanwege het aangetroffen plaatmateriaal in ABG01 is in overleg met de opdrachtgever besloten om één monster extra in zetten om zo een goed beeld van de onderzoekslocatie te krijgen.
Pagina | 14
AM20366
Mengmonster
Inspectiegat
Traject (m-mv.)
Visuele waarnemingen (%>20 mm)
ABM1
ABG01
0 – 0,5
Zwak asbest -en puinhoudend, sporen
Asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen
Geselecteerd voor analyse
Ja
Ja
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
Ja
baksteen (5%) ABM2
ABG02
0 – 0,2
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
(druipzone)
ABG12
0 – 0,2
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
ABG20
0 – 0,2
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
ABG02
0,2 – 0,5
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
ABG12
0,2 – 0,5
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
ABG20
0,2 – 0,5
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
ABG08
0,08 – 0,5
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
ABG10
0,08 – 0,5
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
ABG11
0,08 – 0,5
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
ABM5
ABG04
0,08 – 0,2
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
(druipzone)
ABG13
0,08 – 0,2
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
ABM6
ABG04
0,2 – 0,5
Sporen baksteen (<1%)
ABG13
0,2 – 0,5
Sporen baksteen (<1%)
ABG03
0,08 – 0,5
Matig puinhoudend, sporen baksteen (<10%)
ABM3
ABM4
ABM7
Tabel 5.2: Schemagrond(meng)monster fijne fractie
De berekende concentratie is bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d.s.) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d.s. voor het geschouwd volume), gecorrigeerd voor het drooggewicht grond. Zie bijlage 7 voor de analyserapport. Monster
ABM1
Visuele waarneming
Vastgestelde hoeveelheid asbest
Zwak asbest -en puinhoudend,
Indicatieve asbestconcentratie [mg/kg d.s.kg]
grove fractie [mg/kg d.s.]
fijne fractie [mg/kg d.s.]
serpentijn
amfibool
serpentijn
amfibool
141
n.a.
63
< 2,0
204 mg/kg d.s.
n.a.
n.a.
< 2,0
< 2,0
< 2,0 mg/kg d.s.
n.a.
n.a.
< 2,0
< 2,0
< 2,0 mg/kg d.s.
n.a.
n.a.
< 2,0
< 2,0
< 2,0 mg/kg d.s.
sporen baksteen (5%) ABM2
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
ABM5
Geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)
ABM7 Tabel 5.3: Analysemonsters grondmonsters fijne fractie n.a. = niet aangetroffen/aangetoond
n.o. = niet onderzocht
In grondmonster ABM1 (ABG01) is een sterk verhoogde asbestconcentratie aangetoond van 204 mg/kg d.s. In de overige onderzochte monsters (ABM2, AMB5 en ABM7) is geen verhoogde asbestconcentratie aangetoond.
Pagina | 15
AM20366
5.4
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Vanwege de aangetroffen bijmengingen is in overleg met de opdrachtgever besloten om één monster (M4) extra te analyseren op metalen om zo een goed beeld van de onderzoekslocatie te krijgen. Analysemonster MM1
Traject (m -mv) 0 – 0,5
Deelmonsters
Analysepakket
1-1
Standaardpakket incl. lu/os
3-1 MM2
0 – 0,5
5-1
Standaardpakket incl. lu/os
9-1 14-2 17-1 MM3
0,5 – 1,5
1-2
Standaardpakket incl. lu/os
2-3 3-3 13-3 M4
1,0 – 1,4
4-4
Metalen pakket (9) incl. lu/os
Tabel 5.4: samenstelling analysemonsters en analysepakket
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.
Pagina | 16
AM20366
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 8 voor het analyserapport. (Meng)monster MM1
Traject (m -mv) 0 – 0,5
Zintuiglijke waarnemingen Bijmengingen met asbest, puin en
Verhoogde component Som PCB
Berekende concentratie en toetsing 99 µg/kg d.s
*
Zink
143 mg/kg d.s
*
Som PCB
43,9 µg/kg d.s
*
baksteen MM2
0 – 0,5
Geen bijzonderheden / bijmengingen
MM3
0,5 – 1,5
Geen bijzonderheden / bijmengingen
--
-
-
M4
1,0 – 1,4
Matig baksteenhoudend
--
--
-
Tabel 5.5: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM1 (dieptetraject 0 – 0,5 m-mv.) licht verhoogd is met som PCB. Grondmengmonster MM2 (dieptetraject 0 – 0,5 m-mv.) is licht verhoogd met zink en som PCB. In de (meng)monsters van de ondergrond (MM3 en MM4) zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde.
Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.
PCB (Polychloorbifenylen) zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB van ongeveer 1930 tot 1980. PCB werden gebruikt als hydraulischeof warmtegeleidingsvloeistoffen, smeermiddelen en als weekmakers in producten zoals verf en koolstofvrij kopieerpapier. Sedert 1985 is de verkoop en het toepassen van PCB in Nederland verboden.
Pagina | 17
AM20366
5.5
Grondwatermonster(s)
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 9 voor het analyserapport.
Peilbuis
Filtertraject [m-mv] 2,45 – 3,45
1
Grondwaterstand [m-mv.]
Verhoogde component
1,40
Xylenen
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 0,42 *
Naftaleen
0,04
*
Tabel 5.6: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het freatisch grondwater licht verhoogd is met xylenen en naftaleen. Voor de overige onderzochte componenten zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de streefwaarden.
5.6
Toetsing van de gestelde hypothese
Asbestonderzoek In asbestinspectiegat ABG01 is een sterk verhoogd gehalte aan asbest in de bodem aangetoond. De druipzone rondom de stallen en de bovengrond van het grindpad bevatten geen verhoogd gehalte aan asbest en is derhalve als onverdacht te beschouwen. Ter plaatse ABG01 is een nader asbest in bodem onderzoek noodzakelijk om de ernst en omvang van de verontreiniging in beeld te brengen. Verkennend bodemonderzoek Geconcludeerd kan worden dat de analyseresultaten van de bovengrond en het grondwater in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. De aangetoonde concentraties liggen echter beneden de tussenwaarde. Daarnaast zijn op de locatie ook geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verhoogd aangetroffen gehalten. Het uitvoeren van een nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk.
Pagina | 18
AM20366
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Bij de veldwerkzaamheden is visueel nabij asbestinspectiegat ABG01 op het maaiveld asbestverdacht materiaal op het perceel waargenomen. In de bovengrond van ABG01 en ABG03 zijn bijmengingen met baksteen en puin waargenomen. In de bovengrond van ABG04 en ABG13 zijn sporen baksteen waargenomen. In de ondergrond van ABG04 zijn bijmengingen met baksteen aangetroffen. In het uitgegraven materiaal van ABG01 is visueel asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen. In ABG01 is een sterk verhoogde asbestconcentratie aangetoond. De concentratie overschrijdt de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. De grondmengmonsters (ABM2, ABM5 en ABM7) bevatten geen verhoogd gehalte aan asbest. Ter plaatse van ABG01 dient een nader asbest in bodem onderzoek uitgevoerd te worden om de ernst en omvang van de verontreiniging in beeld te brengen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met zink en som PCB. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met xylenen en naftaleen. De resultaten van dit verkennend bodemonderzoek geven aanleiding tot het uitvoeren van een nader asbest in bodemonderzoek om de omvang vast te stellen rondom ABG01.
Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
Pagina | 19
AM20366
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale situatie
AM20366
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM20366-BF
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Mill N 321
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 20 juli 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM20366
AM20366
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM20366
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM20366
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening met boorpuntlocaties en asbestinspectiegaten
AM20366
181826
181851
181876
181901
181926
181951
Legenda asbestinspectiegat boring tot 0,5 m-mv boring tot 1,0 m-mv 412450
412450
boring tot 2,0 m-mv peilbuis Plangebied
412425 412400
412400
412425
Foto's
Boorpuntenkaart (A4) AM20366 Mill Roijendijk 7 Schaal
v1.0_31-8-2020_LK
Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
181826
181851
181876
181901
181926
181951
412375
412375
N
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten
AM20366
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring: 0
0 1
50
50
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak asbesthoudend, zwak puinhoudend, sporen baksteen, sporen grind, donkerbruin, Graven, Puin >20 mm = 5%
0
0
100
100
50
50
100
100
150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
3 150
150 Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
4
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
2
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, licht beigegrijs, Edelmanboor
3
200
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, sporen grind, donkerbruin, Graven
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
02
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor, Zwak lichtgrijs fijn zand
4 200
200 220
Zand, zeer fijn, zwak siltig, oranjegrijs, Zuigerboor handmatig 250
300
345
Boring:
03
Boring: 0 10
0 1
50
50 2
100
100 3
150
150 4
grind
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen roest, neutraalbruin, Edelmanboor
3
4 140
150 5
gras
50
50
0
erf
50
50
08 0 8
0
2
klinker Zand, zeer fijn, zwak siltig, geelgrijs, Graven
1 50
gras Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht bruingrijs, Edelmanboor
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, zwak grindhoudend, donkerbruin, Graven
1 50
0
Boring: 0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig baksteenhoudend, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
06 1
07
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, beigegrijs, Edelmanboor
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, sporen baksteen, donkerbruin, Graven
200
200
Boring: 0
Boring:
100
100
05
0
40 50
2
50
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsgeel, Graven
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, donker beigegrijs, Edelmanboor 200
200
Boring:
0 8
0
Grind, sterk zandig, neutraalbeige, Graven Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig puinhoudend, sporen baksteen, sporen grind, neutraalbeige, Graven, Bodemvreemd materiaal = <10%
04
45 50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Graven
Projectnaam: Roijendijk 7, Mill Projectcode: AM20366
Opdrachtgever: Reland
getekend volgens NEN 5104
Boring:
09
Boring: 0 10
0 1
50
50
Boring:
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
klinker
40 50
2
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Graven
0 1
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, grijsgeel, Graven
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, sporen baksteen, donkerbruin, Graven
2 50 3 100
klinker
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
0
0
gras
14 grind
25
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor
2 50
50
0
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
16
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor 50
0
1
Boring:
1 50
50
0
15
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven
50
Boring: 0 8
Boring:
0
1
13
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Graven
12
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, licht oranjegrijs, Graven
1
40 50
2
50
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjegrijs, Graven
1
Boring: 0 8
Boring:
0 8
0
Betonboor
11
0
50
beton
10
50
Projectnaam: Roijendijk 7, Mill Projectcode: AM20366
Opdrachtgever: Reland
getekend volgens NEN 5104
Boring:
17
0
Boring: 0
gras
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, zwak grindhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
Boring:
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, neutraal oranjebeige, Graven
1 50
50
50
0
50
50
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
1
Boring: 0 8
0
0
0
19 klinker
18
20 0
erf
25
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Graven
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, Graven
Projectnaam: Roijendijk 7, Mill Projectcode: AM20366
Opdrachtgever: Reland
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
AM20366
Foto ABG1
Foto ABG2
Foto ABG3
Foto ABG4
Foto ABG8
Foto ABG10
AM20366
Foto ABG11
Foto ABG12
Foto ABG13
Foto ABG19
Foto ABG20
Foto asbestverdacht plaatmateriaal nabij ABG01
aeres milieu
Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker
AM20366
VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000 en de bijbehorende protocollen. Projectnummer
AM20366
Onderzoekslocatie
Roijendijk 7 te Mill
Opdrachtgever
Reland
Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)
Nee
Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven
Uitvoering werkzaamheden protocol 2001
26 augustus 2020
Uitvoering werkzaamheden protocol 2002
4 september 2020
Uitvoering werkzaamheden protocol 2018
26 augustus 2020
Gecertificeerd monsternemer
H. van den Tillaar
L. Koomen
aeres milieu
Bijlage 6 Analyserapport asbestverdachte materiaalmonsters
AM20366
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
Aeres Milieu BV Gé Reuver Postbus 1015 6040 KA ROERMOND
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 5
: Roijendijk 7, Mill : AM20366 : 13308282, versienummer: 1. : 7AHTRL7U
Rotterdam, 08-09-2020
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AM20366. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SYNLAB ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 5 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support.
Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Gé Reuver Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 5
Analyserapport Roijendijk 7, Mill
Orderdatum 01-09-2020 Startdatum 01-09-2020 Rapportagedatum 08-09-2020
AM20366 - 1
13308282
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001
Asbestverdacht
ABV1 ABV-1(1)
Analyse
Eenheid
ASBESTONDERZOEK aangeleverd materiaal
g
KWANTITATIEF ASBESTONDERZOEK asbestresultaten -
Q
001
50.81
Q
zie bijlage
De met Q gemerkte analyses zijn geaccrediteerd door de RvA.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Gé Reuver Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 5
Analyserapport Roijendijk 7, Mill AM20366 13308282
- 1
Orderdatum 01-09-2020 Startdatum 01-09-2020 Rapportagedatum 08-09-2020
Monster beschrijvingen
001
*
Bij de kwantitatieve bepaling van asbest in materiaalmonster is de bepalingsgrens van de gebruikte onderzoeksmethode voor het schatten van het massapercentage asbest 0,1 (massa %). Indien het gehalte aan asbest onder de bepalingsgrens ligt (<), wordt het monster als niet asbesthoudend beschouwd. Indien gewenst kan met SEM-analyse een lagere bepalingsgrens worden gerealiseerd ( tot 0.01 massa %).
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Gé Reuver Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 4 van 5
Analyserapport Roijendijk 7, Mill
Orderdatum 01-09-2020 Startdatum 01-09-2020 Rapportagedatum 08-09-2020
AM20366 13308282
- 1
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001
P5183315
28-08-2020
26-08-2020
ALC299
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
SYNLAB rapportnummer
13308282 - 1
Blad 5 van 5
aeres milieu
Bijlage 7 Analyserapport grond(meng)monsters asbest (fijne fractie)
AM20366
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
Aeres Milieu BV Gé Reuver Postbus 1015 6040 KA ROERMOND
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 7
: Roijendijk 7, Mill : AM20366 : 13308289, versienummer: 1. : WELPP6A9
Rotterdam, 08-09-2020
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AM20366. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SYNLAB ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 7 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support.
Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Gé Reuver Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 7
Analyserapport Roijendijk 7, Mill
Orderdatum 01-09-2020 Startdatum 01-09-2020 Rapportagedatum 08-09-2020
AM20366 - 1
13308289
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001
Asbestverdachte grond AS3000 Asbestverdachte grond AS3000 Asbestverdachte grond AS3000 Asbestverdachte grond AS3000
ABM1 ABM1(1)
002 003 004
Analyse
ABM2 ABM2(1) ABM5 ABM5(1) ABM7 ABM7(1)
Eenheid
Q
VOORBEREIDENDE RESULTATEN totaal aangeleverd monster kg in behandeling genomen kg gewicht Mengmonster samengesteld totaal gewicht <20 mm na g drogen droge stof gew.-% KWANTITATIEF ASBESTONDERZOEK gemeten totaal mg/kgds asbestconcentratie gemeten hechtgebondenmg/kgds asbestconcentratie gemeten nietmg/kgds hechtgebondenasbestconcentratie ondergrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) bovengrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) gemeten hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte berekende bepalingsgrens mg/kgds gewogen asbestconcentratie mg/kgds
001
002
003
004
13.09 13.09
13.18 13.18
13.88 13.88
13.69 13.69
nee 12307
nee 11682
nee 13346
nee 12958
94.0
88.6
96.2
94.8
S
63
<2
<2
<2
S
63
<2
<2
<2
S
<2
<2
<2
<2
S
50
<2
<2
<2
S
76
<2
<2
<2
63
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
1.0 63.0017
1.4 <2
0.99 <2
1.3 <2
S S
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Gé Reuver Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 7
Analyserapport Roijendijk 7, Mill
Orderdatum 01-09-2020 Startdatum 01-09-2020 Rapportagedatum 08-09-2020
AM20366 13308289
- 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
totaal aangeleverd monster
Asbestverdachte grond AS3000
totaal gewicht <20 mm na drogen
Asbestverdachte grond AS3000
droge stof
Asbestverdachte grond AS3000
gemeten totaal asbestconcentratie ondergrens (95% betrouwb.interval) bovengrens (95% betrouwb.interval) gemeten hechtgebonden Serpentijn-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden Serpentijn-asbestgehalte gemeten hechtgebonden Amfibool-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden Amfibool-asbestgehalte berekende bepalingsgrens
Asbestverdachte grond AS3000
Conform AS3070-1 en conform NEN 5898 Idem Idem Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 002 003 004
E1891414 E1891415 E1891418 E1891420
28-08-2020 28-08-2020 28-08-2020 28-08-2020
26-08-2020 26-08-2020 26-08-2020 26-08-2020
ALC291 ALC291 ALC291 ALC291
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
SYNLAB rapportnummer
13308289 - 1
Blad 4 van 7
SYNLAB rapportnummer
13308289 - 1
Blad 5 van 7
SYNLAB rapportnummer
13308289 - 1
Blad 6 van 7
SYNLAB rapportnummer
13308289 - 1
Blad 7 van 7
aeres milieu
Bijlage 8 Analyseresultaten grond(meng)monsters met achtergrond en interventiewaarden
AM20366
Projectnaam Projectcode
Roijendijk 7, Mill AM20366
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
MM1 1 or
MM2 2 or
br
AW 1/2(AW+I)
Ja 94.1 <1 Geen
-----
Ja 90.2 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)
1.6
--
2.8
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 1.1
--
3.2
--
<20 <0.2 1.6 8.5 <0.05 12 <0.5 <3 31
54.2 0.241 5.62 17.6 0.0503 18.9 0.35 6.12 73.6
<20 0.31 <1.5 7.3 <0.05 18 <0.5 <3 65
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -<0.01 fenantreen 0.10 -0.02 antraceen 0.01 -<0.01 fluoranteen 0.15 -0.05 benzo(a)antraceen 0.07 -0.02 chryseen 0.07 -0.02 benzo(k)fluoranteen 0.05 -0.02 benzo(a)pyreen 0.07 -0.03 benzo(ghi)peryleen 0.05 -0.03 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.05 -0.03 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.627 0.627 0.234 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) 2.5 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) 5.6 PCB 153(µg/kgds) 5.0 PCB 180(µg/kgds) 4.6 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 19.8 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<5 <5 <5 <5 <20
99
-------*
<1 <1 1.6 <1 2.8 3.2 2.6 12.3
-----
<5 <5 <5 <5 <20
70
Monstercode en monstertraject 1 13308273-001 MM1 01(1) 03(1) 2 13308273-002 MM2 05(1) 09(1) 14(2) 17(1)
RBK eis
br
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
I
47.2 0.506 3.26 14.1 0.049 27.3 0.35 5.57 143
*
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
1.5
21
40
0.35
20
510
1000
4.9
190
2595
5000
35
----------0.234
43.9
-------*
----50
De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr.
22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 1 1.6% 1.1% 2 2.8% 3.2%