09 Bijlage 2 Ontwerpbestemmingsplan Cuijk Centrum Grotestraat Zuid (bijlagen).pdf
Tekst van het document
79m²
79m²
142m² 136m² 136m² 136m² 136m²
1101m²
136m² 136m² 136m² 136m² 340m²
178m²
350m²
Cuijk Merlet onderdeel:
Verkaveling projectnummer: 3259 1:1000 schaal: A1 formaat: 06-07-2021 datum:
P o s tb u s 4 6 5 , 3 8 0 0 A L A m e rs fo o rt, 0 3 3 4 7 0 1 1 8 8 , w w w.s v p -s v p .n l
Merletlocatie Beeldkwaliteitplan Cuijk Juli 2021
Colofon Inhoudsopgave Inleiding
5
Locatie Merlet
7
Publicatiedatum
Projectteam
16 juli 2021
SVP
Adres
In opdracht van
Stedenbouwkundig plan
9
SVP architectuur en stedenbouw
Gemeente Cuijk
Woonbuurt Merlet
9
Openbare ruimte
9
‘t Zand 17, 3811 GB Amersfoort Voor het geheel of gedeeltelijk overne-
men of bewerken van artikelen dient
info@svp-svp.nl
men toestemming van de redactie te
Ruimtelijke criteria bouwplannen
13
vragen. In de meeste gevallen zal die
Bouwvolume
15
graag worden gegeven.
Positie gevels en oriëntatie woningen
15
Architectuur en detaillering
15
Voorbehoud
Kleur- en materiaalgebruik
15
Aan deze publicatie kunnen geen
Erfscheidingen
17
Ontwerp Manon Witbraad Leon Hietbrink
rechten worden verleend.
2
Beeldkwaliteitplan Merlet locatie Cuijk
3
Inleiding Merlet college
Het Merletcollege is een aantal jaren geleden van
In dit beeldkwaliteitplan beschrijven we eerst de
de Grotestraat verhuisd naar een nieuwe locatie ten
ruimtelijke context van de locatie Merlet.
noorden van het centrum van Cuijk. De huidige
Vervolgens wordt het stedenbouwkundig plan
locatie komt daarmee vrij voor woningbouw. Aan
toegelicht met de keuzes die daarin zijn gemaakt.
de Grotestraat komen ook de twee locaties van
Ook worden hier de ambities en uitgangspunten
Nutricia vrij voor herontwikkeling. En ook de
voor de inrichting van de openbare ruimte
Maas
eigenaar van het winkelcentrum heeft plannen om
beschreven. Tot slot zijn in het hoofdstuk
va boule
zijn perceel te herontwikkelen met onder andere
Ruimtelijke criteria de toetsingscriteria voor de
een grotere supermarkt en appartementen. De
bouwplanontwikkeling opgenomen. Voor
gemeente heeft daarom in 2017 het Uitgangs-
verschillende schaalniveaus en thema’s van het
puntenkader Herontwikkeling Grotestraat Zuid
(bouw)plan zijn de criteria vastgelegd. Hierbij zijn
opgesteld. Deze is begin 2018 door de raad
ter inspiratie verschillende referentiebeelden
vastgesteld.
opgenomen. De criteria zijn voor de Welstands-
an
a rseb
Bee
/Molenstra
at
centrum
rd
Beerseweg
at
tra
tes
Gro
A7 3
commissie het toetsingskader bij de aanvraag Voor de locatie van het Merletcollege is inmiddels
Nutricia
omgevingsvergunning.
een stedenbouwkundig plan gemaakt. Voorliggend beeldkwaliteitplan vormt hiermee, tezamen met het winkelcentrum
se Hap
n baa
bestemmingsplan, het toetsingskader bij de
Legenda
aanvraag omgevingsvergunning van de
locatie Merletcollege snelweg hoofdontsluiting
bouwplannen. plankaart Uitgangspuntenkader Herontwikkeling Grotestraat Zuid
wijkontsluiting Maas 4
Beeldkwaliteitplan Merlet locatie Cuijk
5
t straa Grote
Locatie Merlet
wijk Kouwenberg
ofpad Kerkh
winkelcentrum
kerkhof
wan della antje
Hapsebaan in oostelijke richting
De locatie van het voormalig Merletcollege ligt op
De Grotestraat is de oude noordzuidweg door
de hoek van de Grotestraat met de Hapsebaan aan
Cuijk. In de Romeinse tijd was dit ook al een
de zuidzijde van het centrum van Cuijk. Het perceel
belangrijke verbinding, de Via Valentiana. De
is aan de noordzijde bereikbaar via het Kerkhofpad.
Grotestraat is vanuit het zuiden de toegangsstraat
Het kerkhof is met een wandellaantje met hoge
naar het centrum. Een straat die historisch is
bomen en lage beplanting de westelijke grens van
gegroeid waardoor er een grote variatie aan
de locatie. In de zuidwesthoek grenst locatie Merlet
bebouwing in functie, volume, hoogte en architec-
aan de wijk Kouwenberg. Dit is een groene, ruim
tuur zichtbaar is. De bebouwing heeft een duidelijk
opgezette wijk met particulier gebouwde, vrijstaan-
adres aan de Grotestraat en verandert van zeer
de woningen. De woningen hebben aan de Hapse-
compact en grootschalig in het centrum naar
voormalig
baan achtertuinen met hoge, overwegend groene
losser en kleinschaliger naar de randen van het
Merletcollege
erfscheidingen. Deze wijk heeft een auto-aanslui-
centrum. Met de herontwikkeling van de locaties
ting op de Jan van Cuijkstraat en heeft voor
Merlet en Nutricia kan dit beeld ten zuiden van het
fietsers en voetgangers een verbinding naar het
centrum verbeterd worden. Voor de Grotestraat
Kerkhofpad.
gelden geen geluidcontouren.
Grotestraat in noordelijke richting De Hapsebaan is samen met de Beersebaan een belangrijke oostwest verbinding binnen Cuijk. De wijk Kouwenberg
weg bestaat uit gescheiden rijbanen en brede groene bermen met bomen en onder begroeiing. Legenda H
an e ba s p a
Doordat er ook overwegend groen en achtertuinen naar de weg zijn gesitueerd heeft de Hapsebaan
locatie Merletcollege
weinig relatie met de aangrenzende bebouwing.
straten
Het is een 50 km weg waardoor rekening moet
fiets/voetpaden
worden gehouden met geluidcontouren. Kerkhofpad vanaf Grotestraat
6
Beeldkwaliteitplan Merlet locatie Cuijk
7
t straa Grote
Stedenbouwkundig plan
wijk Kouwenberg
winkelcentrum
wan della antje
gegroeide karakter doordat elk volume uniek is in
Openbare ruimte
Merlet wordt een nieuwe buurt toegevoegd aan
architectuur, bouwvolume en/of kleur- en materi-
De openbare ruimte van de buurt bestaat uit het
Cuijk. Een buurt rond een centrale groene ruimte
aalgebruik.
Kerkhofpad, de (auto-) aansluiting van de buurt op
met een duidelijk gezicht naar de Grotestraat.
ofpad Kerkh
kerkhof
Met het stedenbouwkundig plan voor de locatie
Legenda locatie Merletcollege
dit Kerkhofpad, de centrale ruimte met de woon-
De randen naar het kerkhof en de Hapsebaan
Ook de woningen in de buurt stralen individualiteit
straat en het groen en de verbinding voor voetgan-
sluiten aan bij het huidige groene karakter en ook
en kleinschaligheid uit. De woningen langs de
gers met Kouwenberg. Tussen deze twee wijken
het hart van de buurt wordt groen. De buurt is voor
westzijde worden gerealiseerd in de vorm van
komt aan de zuidzijde een voetgangersverbindig
de auto vanaf het Kerkhofpad toegankelijk. Aan de
Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO).
die tevens geschikt is voor calamiteiten. En wordt
zuidzijde wordt een voetgangersverbinding ge-
Ook dit project sluit in bouwvolume, schaal en
tussen de bestaande woning aan Kouwenberg en
maakt met de wijk Kouwenberg, die tevens ge-
korrelgrootte aan bij de individuele uitstraling per
de nieuwe wijk een zone van 10 meter groen
bruikt kan worden als calamiteitenroute. De
woning. Elke woning binnen het CPO project krijgt 1
behouden.
centrale ruimte in de buurt vormt een belangrijke
parkeerplaats op eigen terrein. Voor alle overige
plek voor ontmoeting, spelen, waterberging en het
woningen geldt dat er twee opstelplekken naast
Het profiel van de Grotestraat zal met de heront-
bereikbaar maken van de woningen.
elkaar op eigen terrein moeten worden gerealiseerd.
wikkeling van de locatie Nutricia en Merletcollege worden gewijzigd. Dit betekent dat de aansluiting
H
8
Woonbuurt Merlet
De woningen in de buurt zijn rond de centrale
van de locatie Merletcollege op de Grotestraat
bestaande bomen
In het Uitgangspuntenkader Herontwikkeling
groene ruimte gesitueerd, de woningen oriënteren
wijzigt. In het inrichtingsplan zal dit precies worden
Grotestraat Zuid is vastgesteld dat voor de Gro-
zich hier naartoe en ook de voordeuren zijn groten-
uitgewerkt. In dit beeldkwaliteitplan zijn de ambities
testraat ter plaatse van Merlet (en Nutricia) het
deels aan deze zijde gesitueerd. De woningen aan
en uitgangspunten opgenomen.
parkeren, eigen terrein
karakter van aanloopstraat naar het centrum wordt
de Grotestraat hebben een dubbele oriëntatie. Ze
parkeren, bezoek
versterkt. Dit betekent overwegend woningbouw
krijgen hun adres en voordeur aan de Grotestraat
Woonstraat Merletbuurt
met een losse, kleinschalige bebouwingskorrel, dus
maar de bewoners komen thuis via de centrale
In de buurt wordt een rondlopende woonstraat
met name vrijstaande woningen en tweekappers,
groene ruimte. Dit betekent dat ook de achterzijde
aangelegd bestaande uit een rijbaan van circa 3,8
woonstraat Merletbuurt
en voorkanten naar de Grotestraat. De bebouwing
van het perceel als een entreezijde ontworpen
meter aan de zijde van het groen en een rabats-
centrale groene ruimte
aan de Grotestraat sluit aan op het historisch
moet worden.
trook met een breedte van circa 1,2 meter aan de
nieuwe bomen
wijk Kouwenberg
stedenbouwkundig plan locatie Merlet
nieuwe bebouwing
an e ba s p a
parkeren Kerkhofpad
Beeldkwaliteitplan Merlet locatie Cuijk
9
Profiel A zijde van de woningen. De straat wordt op één oor
A B bestaande bomen
C
uitgeefbaar
8,5 m
uitgeefbaar
gras zodat er een groen beeld is wanneer er geen
gelegd en watert af naar de centrale groene ruimte.
Centrale groene ruimte
auto’s zijn geparkeerd. Het overige bezoekersparke-
Eventueel kan het water middels een goot naar de
De centrale ruimte in de buurt krijgt een groene
ren is aan het Kerkhofpad gesitueerd.
gewenste plek worden getransporteerd. Bij de
inrichting. Langs de randen worden greppels of
entree van de buurt en aan de zijde van de Kouwen-
wadi’s aangebracht zodat berging van regenwater
Kerkhofpad
berg wordt een tweede rabatstrook toegevoegd
binnen de buurt is gegarandeerd. Daarnaast wordt
Aan de zuidzijde van het Kerkhofpad wordt het
aan het profiel. Hierdoor ontstaan veilige looprou-
een speelplek voor kinderen van 0-6 jaar ingericht.
parkeren dat voor het Merlet college was bestemd,
tes naar en in de buurt.
Gedacht wordt aan een natuurlijke uitstraling met
vervangen door een groene berm met een voetpad.
bijvoorbeeld stapstenen, boomstammen en een
In deze groene berm worden straatbomen van de
verhoogde rand om te zitten.
tweede orde aangeplant. Het voetpad sluit in
Op de overgang tussen deze woonstraat en de
min. 3m
materialisatie aan op het voetpad langs de Gro-
'achterzijde' van de kavels aan de Grotestraat,
Profiel B
wordt een openbare groenstrook met een breedte
Op twee plekken worden haaks op de rijbaan vier
testraat. Ten noorden van het Kerkhofpad wordt
van circa 2,3 meter aangelegd. In deze strook
parkeerplaatsen voor bezoekers aangelegd. Deze
het parkeren voor het kerkhof heringericht. Door
komen lage plantvakken met af en toe een boom
worden uitgevoerd in een open verharding met
het toepassen van bijvoorbeeld grasbetontegels
en de inritten naar de percelen.
wordt een groen beeld gecreëerd.
Profiel C
wal ingericht als groene zone
bestaande bomen
bestaande bomen
Cuijk Merlet onderdeel:
Profielen projectnummer: schaal: formaat: datum:
uitgeefbaar
5m
openbare groen
7,3 m
uitgeefbaar
Hapsebaan
6m
uitgeefbaar
min. 4m
5m
3 1 A 0
centrale openbare groene ruimte Postbus 465, 3800 AL Amersfoort,
10
Cuijk Merlet Cuijk Merlet onderdeel:
Beeldkwaliteitplan Merlet locatie Cuijk
11
Ruimtelijke criteria bouwplannen De Merletbuurt wordt een nieuw stukje Cuijk dat in
uitgesproken architectuur en kleur- en materiaalge-
sfeer en beeld bij het groene karakter van de
bruik kan hier aan bijdragen.
centrum dorpse omgeving past. Dit betekent dat er
min 3 m
Legenda locatie Merletcollege lage groene erfscheiding
min 2 m
min 4 m
hoge groene erfscheiding
ruimtelijk accent hoek Hapsebaan - Grotestraat
bebouwde zone met berging, carport, garage, parkeren en toegang tuin minimale rooilijn voorgevel oriëntatie woning dubbele oriëntatie woning ruimtelijk accent begane grond ruimtelijk accent verdieping
12
De architectuur in deze centrum-dorpse buurt is
Grotestraat overwegend vrijstaande woningen en
gevarieerd waarbij naast een traditionele vormge-
tweekappers met een kap komen. De kenmerkende
ving juist ook moderne architectuur gewenst is.
variatie ontstaat door verschil te stimuleren in
Voor de kleuren en materialen is een palet met
bouwvolume en architectuur en met verschillende
natuurlijke, aardse tinten vastgelegd in de criteria.
op- en aanbouwen. Door voor de materialen en
Op deze manier zorgen we ervoor dat de nieuwe
kleuren juist een samenhangend palet voor te
buurt samen met de inrichting van de openbare
schrijven zorgen we ook voor voldoende samen-
ruimte en de groene sfeer een samenhangend
hang in deze groene woonbuurt.
geheel gaat vormen.
Bebouwingsregels
Woningen Grotestraat
De buurt bestaat uit woningen die zijn georiënteerd
Aan de Grotestraat passen de nieuwe woningen bij
op de centrale groene ruimte. De woningen aan de
het gevarieerde beeld van deze aanrijstraat naar
Grotestraat hebben een dubbele oriëntatie; adres
het centrum. De bestaande (woon)bebouwing aan
en voorgevel aan de Grotestraat maar de toegang
de Grotestraat is overwegend in baksteen uitge-
en een tweede 'voorzijde' aan de centrale groene
voerd met een pannendak en witte kozijnen en
ruimte. Bij de entree van de buurt presenteren de
dakranden. Voor de nieuwe bebouwing geldt dat
woningen zich met een tweede voorgevel naar de
naast het toepassen van deze traditionele bouw-
openbare ruimte aan de zijkant. De woning op de
materialen en kleuren het toepassen van andere,
hoek Grotestraat-Hapsebaan vormt als ruimtelijk
eigentijdse materialen gewenst is. Hierbij kan
accent een verbijzondering. Een hoger bouwvo-
gedacht worden aan bouwen in hout of daken met
lume is hiervoor een sterk middel maar ook een
volledig geïntegreerde zonnepanelen. Hiermee
kaprichting groene begroeide wal
-
in aansluiting op de buurt Kouwenberg en de
< bebouwingsregels locatie Merlet
Beeldkwaliteitplan Merlet locatie Cuijk
13
wordt een nieuw beeld toegevoegd aan het histo-
Het CPO project zal zich in beeld voegen in het
risch gegroeide beeld van de Grotestraat. De
beeld van de buurt. Dat betekent dat de individuele
woningen aan de Grotestraat krijgen een kap haaks
woning herkenbaar mag zijn binnen het project,
op de straat. Met uitzondering van het ruimtelijk
maar dat door het toepassen van samenhang in
accent op de hoek met de Hapsebaan. Deze
architectuur en kleur- en materiaalgebruik ook het
woning krijgt bij voorkeur een plat dak of een
project als geheel herkenbaar is.
kapvorm die de accentfucntie versterkt. De zone met parkeren, bergingen en eventuele
principe 'tweede voorzijde' woningen Grotestraat
Woningen buurt
carports/pergola's van de woningen aan de
Ook ín de buurt is een gevarieerd beeld van ver-
Grotestraat vraagt aan de centrale, groene ruimte
schillende woningen door volume, architectuur,
specifieke aandacht. Deze zone moet als een
materialen, kleuren en detaillering het uitgangs-
‘tweede voorkant’ gaan functioneren. Dit betekent
punt. De bouwvolumes bestaan in de basis uit één
een zorgvuldige overgang tussen privé en open-
of twee lagen met een kap. Het ruimtelijk accent op
baar gebied en een kwalitatieve inrichting van de
de hoek Grotestraat-Hapsebaan krijgt bij voorkeur
erfgrens.
vier bouwlagen en een enkele woning in de buurt
Legenda
-
mag een plat dak krijgen. De woningen oriënteren
In de volgende paragraven zijn de criteria opgeno-
zich duidelijk op de centrale groene ruimte in de
men die gelden als toestingskader voor de woning-
buurt waarbij een aantal woningen een tweede
ontwerpen.
locatie Merletcollege
oriëntatie krijgt naar een andere aangrenzende
bouwvlak
openbare ruimte.
kaprichting parkeren, eigen terrein garage/schuur
stedenbouwkundig plan locatie Merlet
14
ruimtelijk accent
< bebouwingsregels locatie Merlet
Beeldkwaliteitplan Merlet locatie Cuijk
15
Bouwvolume •
De woningen hebben een maximale bouwhoogte van één of twee lagen en zijn overwe-
•
Architectuur en detaillering zen, etc.
•
Eventuele bijgebouwen als garages, carports
woningen sluit aan bij het centrum-dorpse
gend afgedekt met een kap.
en bergingen worden meeontworpen met de
karakter.
De maximale goot- en nokhoogte bedraagt 7
woningen.
•
•
respectievelijk 11 meter. • •
Positie gevels en oriëntatie woning
individuele karakter van de woning.
•
dus de plek waar de voorgevel is gesitueerd, is
vormt een ruimtelijk accent met zowel een
zoveel mogelijk evenwijdig aan de aangren-
oriëntatie naar de Hapsebaan als de Gro-
zende openbare ruimte.
16
•
De detaillering is zorgvuldig en passend bij de architectuur en het gekozen materiaal.
•
De rooilijnen in de buurt liggen aan de voor-
Aandacht voor dakranden en eventuele overstekken.
kleur- en materiaalgebruik. De woning heeft
erfgrens.
Kleur- en materiaalgebruik
De rooilijnen aan de Grotestraat liggen op
•
•
Aan de Grotestraat zijn de kappen haaks op de •
Platte daken zijn aan de zijde van de Hapse•
Baksteen is een bouwmateriaal dat traditioneel
minimaal 3 meter van de erfgrens.
veel voorkomt in Nederland en ook in Cuijk. Op
De rooilijnen van naast elkaar gelegen wonin-
de locatie Merlet kan dit materiaal zeker
gen zijn bij voorkeur verschillend.
worden toegepast.
De rooilijn ligt op voldoende afstand van de
•
In plaats van baksteen zijn ook hout of natuur-
van de woningen.
erfgrens zodat er ruimte overblijft voor eventu-
lijke steenachtige materialen zoals leien
Aan de zijde van de Hapsebaan moet met de
ele erkers in de voor- of zijgevel van de woning.
mogelijk.
bouwhoogte wellicht rekening worden gehou-
gevarieerd beeld in bouwvolume, architecuur en detaillering met kleuren en materialen van het palet
gevarieerde beeld van de buurt.
zijde van de woning op 2-4 meter van de
baan incidenteel toegestaan, maximaal 50%
•
De variatie in architectuur draagt bij aan het
king in bouwvolume, architectuur en/of
straat gesitueerd.
•
•
•
De positie van de rooilijn van de woningen en
De woning op de hoek Grotestraat-Hapsebaan
een maximale bouwhoogte van 13 meter.
•
De architectuurstijl is vrij en kan zowel traditioneel als modern zijn.
De kapvorm is grotendeels vrij en versterkt het
testraat. De accentwerking komt tot uitdruk-
•
De architectuur en de detaillering van de
•
Als woningen met de zijgevel naar de openbare
•
Verbijzonderingen in een ander materiaal zijn
den met geluid.
ruimte zijn gesitueerd, zoals bijvoorbeeld aan
toegestaan, geen felle en contrasterende
Verschillende op- en aanbouwen dragen bij
de zijde van het Kerkhofpad, dan moet de
kleuren toepassen en altijd ondergeschikt aan
aan het gevarieerde beeld en het individuele
zijgevel eenzelfde openheid krijgen als de
het basismateriaal.
karakter van de woningen in de buurt. Hierbij
voorgevel. Dit kan bijvoorbeeld door het
kan gedacht worden aan erkers, veranda’s,
plaatsen van voldoende ramen, de entree in de
samenhang te behouden moeten de toe te
bloemkozijnen, luifels bij de voordeur, (franse)
zijgevel, het plaatsen van een erker of het
passen materialen binnen een palet van
balkons, dakkapellen, uitgebouwde trappenhui-
verbijzonderen van het trappenhuis.
•
Om binnen de gewenste variatie de rust en
Beeldkwaliteitplan Merlet locatie Cuijk
17
aardse, natuurlijke kleuren passen. Het palet bestaat uit zandgeel, oranje, rood, bruin, grijs
•
•
tot antraciet. Incidenteel is een witte gevel/
woningen zijn laag (maximaal 80 cm) en in de
achtertuin een hoge groene erfscheiding
woning mogelijk als accent.
basis groen.
(maximaal 2,00 meter) worden geplaatst. Deze
Groene erfscheidingen bestaan uit een haag
erfscheiding mag worden gecombineerd met
gevel of donker passend bij het woningont-
(beuk, liguster, buxus, taxus, meidoorn, etc.) en
een hek waarbij het groene karakter bepalend
werp. Kleur van ramen en deuren op kleur
kunnen worden gecombineerd met een laag
is voor het beeld. Een praktische optie die
kozijnen afstemmen.
hekje (maximaal 80 cm) of muurtje (maximaal
vanaf de aanplant dichtbegroeid is, is de
Kozijnen, ramen en deuren in hout of alumi-
30 cm).
zogenaamde ‘meeneemhaag’.
bandbreedte kleur- en materialen gevels
kleur- en materialen dakvlak •
•
•
•
De lage erfscheiding wordt, bij zij- erven
•
Op de achtererven aan de Hapseweg wordt
Grijze of antraciete dakpannen toepassen.
grenzend aan het openbaar gebied, doorgezet
een groene wal aangelegd met een breedte
Dakpannen zijn niet geglazuurd en bij voorkeur
langs de zijtuin tot de achtergevel van de
van 5 meter die door de bewoners moet
keramisch. De dakpannen mogen zowel
woning.
worden ingeplant met groen.
golvend als vlak zijn en in plaats van dakpan-
•
Daar waar zij-erven grenzen aan het openbaar gebied mag vanaf de achtergevel tot de
Kozijnen wit of lichtgrijs als fris accent in de
•
•
De erfscheidingen aan de voorzijde van de
nium. •
uitgangspunt.
•
De woningen aan de Grotestraat hebben een
nen zijn ook andere materialen zeer wenselijk
tweede voorkant en toegang met parkeren aan
zoals zink, riet of bijvoorbeeld een dak van
de centrale groene ruimte in de buurt. Het
volledig geïntegreerde zonnepanelen.
beeld van dit parkeren, gecombineerd met een
Zonnepanelen beslaan het hele dakvlak of
garage, berging, overkapping en/of (groene)
worden geïntegreerd in het dakvlak op gelijke
erfscheiding moet netjes en verzorgt zijn als
hoogte met de bovenkant van de dakpan.
ware het een voorkant. De erfgrens aan deze
Zonnepanelen toepassen als rechthoekig vlak
zijde mag voor maximaal 6,0 meter open zijn
zodat bij voorkeur een aaneengesloten vlak
ten behoeve van de toegang en het parkeren
deel ontstaat binnen het dakvlak.
(twee parkeerplaatsen naast elkaar). Een
Uitvoering van de panelen in zwart met
garage wordt voor deze parkeerplaatsen, 6 me-
bijpassend zwart kader.
ter vanaf de erfgrens, in de tuin gebouwd, bij
•
De rolcontainers krijgen bij alle woningen een plek uit het zicht vanaf het openbaar gebied.
voorkeur op de zij-erfgrens met de buren. De
Erfscheidingen
maximale bouwhoogte is 3,0 meter. De rest
•
Een variatie aan erfscheidingen draagt bij aan
van de erfgrens wordt afgeschermd met een in
het gevarieerde beeld van de buurt. Een groen
de basis groene erfscheiding (maximaal 2,00
karakter van de erfscheidingen is hiervoor het
meter).
groene erfscheidingen en bebouwde zone achter Grotestraat 18
Beeldkwaliteitplan Merlet locatie Cuijk
19
Het Zand 17, 3811 GB Amersfoort T: +31 33 470 1188 E: info@svp-svp.nl
17 tips voor duurzaam bouwen in de gemeente Cuijk U heeft een aanvraag gedaan bij de gemeente Cuijk voor een bouwvergunning. Dit is hét moment om na te denken over slimme duurzame maatregelen voor uw gebouw. In deze brochure laten we u aan de hand van 17 tips zien waar u aan kunt denken op het gebied van energie, bouwmaterialen en natuur. Ook leest u hoe de gemeente u kan ondersteunen.
ENERGIE Slim omgaan met energie is goed voor het milieu en kan u veel geld schelen. Daarnaast moeten vanaf 1 januari 2021 alle vergunningsaanvragen voor nieuwbouw voldoen aan de Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG)-eisen. De gemeente Cuijk heeft de ambitie om in 2045 energieneutraal te zijn. Dit kunnen we alleen samen bereiken. Laten we beginnen met: 1.
Zonnepanelen
Plaats zonnepanelen op alle geschikte dakvlakken van uw nieuwe gebouw. Dit is de meest rendabele maatregel van dit moment. Volgens de Consumentenbond (2019) verdient u de zonnepanelen in 6 tot 7 jaar terug en geniet u daarna nog jarenlang van uw eigen stroom. 2.
Waterzijdig inregelen van de cv installatie
Besparen met een goed ingestelde cv-installatie valt veel te winnen. Zowel in comfort als in een flink lager energieverbruik. Je kunt dit bij de aanschaf van een nieuwe ketel laten doen, maar ook achteraf. Lees hier meer over het waterzijdig inregelen van de cv installatie en subsidiemogelijkheden. Voor meer informatie over besparende maatregelen en subsidiemogelijkheden kunt u ook het energieloket benaderen. 3.
Kierdichting
Kierdichting is ook bij nieuwbouw vaak een zwak punt, met onnodig warmteverlies tot gevolg. Zorg dus voor een zeer goede kierdichting en controleer of uw aannemer dit goed uitvoert. 4.
Triple glas
Plaats, zeker in intensief gebruikte ruimtes, triple glas (HR+++). Dit houdt warmte binnen en geluid buiten. 5.
Zonneboiler
Plaats een zonneboiler om uw tapwater op te warmen. Hiermee bespaart u ongeveer de helft van uw energieverbruik onder de douche en in de keuken. 6.
Het Cuijks Energiehuis
Om de week op woensdagavond kunt u in de bibliotheek van Cuijk terecht voor een gratis energiespreekuur. In 30 minuten beantwoordt een onafhankelijk adviseur al uw vragen over verduurzaming. Voor vragen over energie kunt u het Energieloket bereiken op 085-0410070 of info@brabantwoontslim.nl
Goed geïsoleerde huizen zijn energiezuinig en houden de warmte in de zomer goed tegen. Weetjes over een airco en maatregelen die een airco overbodig maken lees je hier.
1
BOUWMATERIALEN Veel standaard bouwmaterialen zijn gemaakt van niet hernieuwbare grondstoffen. Die grondstoffen raken daardoor op. Daarnaast kan de winning van die grondstoffen, en de productie en installatie van bouwmaterialen, ecologische schade opleveren en ongezond zijn voor de mens (denk aan vervuiling van water, de hoeveelheid energie die nodig is voor de productie, en schadelijke stoffen die vrijkomen bij de productie en installatie). 7.
Duurzame bouwmaterialen
Voor de meeste gangbare bouwmaterialen bestaan inmiddels goede milieuvriendelijke en betaalbare alternatieven. Duurzame bouwmaterialen zijn veilig en gezond voor mens en milieu. Een overzicht met duurzame materialen vindt u hier. 8.
Scheiden of hergebruiken sloopmateriaal
Wordt er op de kavel ook gesloopt? Probeer dan de materialen zoveel mogelijk gescheiden te verwerken of te hergebruiken. 9.
Gerecycled beton
De productie van beton veroorzaakt wereldwijd ruim 5% van de totale CO₂-emissie. In 2030 wil de sector 100% van het betonafval hoogwaardig hergebruiken. Datzelfde jaar moet de CO2- uitstoot 30% lager liggen dan in 1990. Gerecycled beton is beton op basis van secundaire grondstoffen, zoals gerecycled zand, grind en/of betongranulaat, die vrijkomen bij de sloop van bestaande gebouwen. Vraag uw betonleverancier naar de mogelijkheden of lees hier meer. 10. Geen uitlogende materialen Materialen als lood, zink of koper zijn uitlogende materialen. Wanneer ze worden blootgesteld aan de buitenlucht en in aanraking komen met regenwater, spoelen er deeltjes uit die uiteindelijk in het oppervlaktewater terechtkomen. Gebruik daarom voor dakbedekking en dakgoten geen uitlogende materialen. GROEN & WATER In Cuijk werken we aan een gemeente die goed is toegerust op klimaatveranderingen en waarin ruimte is voor biodiversiteit. Hoe goed is uw project bestand tegen heftige regenbuien en lange periodes van hitte en droogte? Natuurinclusief bouwen of klimaatadaptief bouwen zijn termen die hieraan het hoofd bieden. 11. Slopen met beleid Wordt er op de kavel ook gesloopt? Houd dan rekening met dier- en plantensoorten die in en om gebouwen aanwezig kunnen zijn. Ook als er geen sloopvergunning of melding nodig is, moet u voldoen aan de Wet natuurbescherming. 12.
Voorzieningen voor vogels en vleermuizen In gebouwen met een goede kierdichting en isolatie zijn weinig nestplaatsen voor vogels en vleermuizen. Om deze dieren toch ruimte te geven, zijn prefab inbouwvoorzieningen het beste. Ze zijn zeer betaalbaar en eenvoudig in te passen tijdens de bouw. Mocht dat niet passen, dan zijn externe nestkasten ook mogelijk. Kies een aantal kasten dat past bij de behoefte van de soort. Let ook op dat de verlichting niet op de invliegopening van de kasten gericht is. Lees hier meer over verblijfplaatsen in gebouwen of bekijk de checklist groen bouwen. 13. Groene gevels en daken Groene gevels en daken gaan opwarming van de stad tegen, werken als waterbuffer bij hevige regenbuien en zorgen voor een gelijkmatiger binnenklimaat in het gebouw.
2
14. Afkoppelen regenwater Is de bodem op uw locatie geschikt voor infiltratie van regenwater op eigen terrein? Kijk hier welke mogelijkheid om water te bergen en/of infiltreren op uw grond u het meest aanspreekt. Wilt u nog een stap verder gaan? U kunt regenwater ook hergebruiken voor spoeling van het toilet. 15. Groene tuin Als er veel tegels in de tuin liggen, kan het regenwater niet goed de grond in zakken. En in een hete zomer wordt het in een tuin met veel tegels erg warm. Een groene tuin geeft verkoeling, voorkomt wateroverlast en houdt in droge periodes meer vocht vast. Wist u dat één boom evenveel verkoeling biedt als tien airco´s? Kijk ook hier. 16. Erfafscheiding Een groene erfscheiding in de vorm van een haag biedt op warme dagen verkoeling en zorgt voor schuil- en nestgelegenheid voor vogels. Een groene erfafscheiding is relatief goedkoop. Kies waar mogelijk voor inheemse soorten, die bieden de meeste voedingsstoffen op het juiste moment voor dieren. Staat er een schutting? Denk dan aan gaaswerk met begroeiing (bv klimop). Als u een opening van minimaal 15x 15 cm aan de onderkant maakt, kunnen egels erdoor. 17. Subsidiemogelijkheden Via de website van de gemeente vindt u meer informatie over de mogelijkheden voor een starterslening of duurzaamheidslening. Tot slot In de gemeente Cuijk werken we aan woningen die passen in een gasloze en energieneutrale toekomst.
We willen een gemeente zijn die goed toegerust is op klimaatverandering en waar ruimte is voor biodiversiteit. Het doel is om energieneutraal te zijn in 2045. Dit moeten we met elkaar doen, voor elkaar. Van een stip op de horizon maken we stappen voor vandaag: concreet, haalbaar en dichtbij huis. Iedereen doet wat, en ook kleine acties tellen mee. Ga jij ook voor duurzaam bouwen?
3
Rapport:
VERKENNEND BODEMONDERZOEK Grotestraat Cuijk
Opdrachtgever:
Bureau Verkuylen BV Veemarktkade 8 5222 AE 's-Hertogenbosch
Rapportnummer:
2002441
Rapportdatum: Status:
18 mei 2012 Definitief
Auteur:
ing. T.M.C. van der Meeren
Kwaliteitscontrole:
ing. W.J.H. van den Heuvel
Lankelma Geotechniek Zuid BV Postbus 38, 5688ZG Oirschot KvK. nr.: 17131641
Revisie: 1
Tel. 0499-578520 Website: www.lankelma-zuid.nl E-mail: info@lankelma-zuid.nl
IBAN: NL98ABNA0590577670 BIC ABNANL2A BTW: NL 8105.11.654.B.01
Verkennend bodemonderzoek, Grotestraat Cuijk rapport: 2002441 revisie 1, 18 mei 2012
Inhoudsopgave Inleiding ...........................................................................................................................................1 1.1 Opdrachtvorming ......................................................................................................................1 1.2 Doelstelling ...............................................................................................................................1 1.3 Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage .............................................................................1 2 Vooronderzoek ................................................................................................................................3 2.1 Locatiegegevens ......................................................................................................................3 2.2 Historische informatie ...............................................................................................................3 2.3 Gebiedsgericht beleid en/of kwaliteit grond en grondwater .....................................................4 2.4 Bevindingen bodemonderzoeken en/of archief onderzoek ......................................................4 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................4 2.6 Resumé
....................................................................................................................................4 3 Hypothese en Onderzoeksstrategie ..............................................................................................5 3.1 Hypothese ................................................................................................................................5 3.2 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................5 4 Veldwerkzaamheden .......................................................................................................................6 4.1 Grond ........................................................................................................................................6 4.2 Grondwater ...............................................................................................................................6 4.3 Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002 ...........................................................7 5 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek ..........................................................................8 5.1 Samenstelling en analyseparameters ......................................................................................8 5.2 Toetsingscriteria
.......................................................................................................................8 5.2.1 Generiek referentiekader Wet bodembescherming (Wbb)...............................................8 5.2.2 Generiek referentiekader kader Besluit bodemkwaliteit (Bbk) .........................................8 5.2.3 Geactualiseerd Tijdelijk handelingskader PFAS (2 juli 2020) ..........................................9 5.2.4 Grond en baggerspecie toepassen op landbodem boven grondwaterniveau..................9 5.2.5 Grond en baggerspecie grootschalig toepassen op de landbodem boven grondwaterniveau..............................................................................................................................9 5.3 Toetsingen ............................................................................................................................. 10 5.3.1 Grond ............................................................................................................................. 10 5.3.2 Grondwater .................................................................................................................... 10 6 Conclusie en aanbeveling ...........................................................................................................
11 6.1 Conclusie ............................................................................................................................... 11 6.2 Resumé en aanbeveling ........................................................................................................ 12 1
Bijlagen Bijlage 1: Regionale ligging locatie Bijlage 2: Situatietekening met boorlocaties Bijlage 3: Profielbeschrijvingen Bijlage 4: Analysecertificaten grond en grondwater Bijlage 5: Toetsingstabellen grond en grondwater
Verkennend bodemonderzoek, Grotestraat Cuijk rapport: 2002441 revisie 1, 18 mei 2012
1 Inleiding 1.1
Opdrachtvorming
In opdracht van Bureau Verkuylen B.V. heeft Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Grotestraat te Cuijk. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. De aanleiding voor het laten uitvoeren van een bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van de onderzoekslocatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Opgemerkt wordt dat bij een bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering die erop is gericht om te kunnen beoordelen of (mogelijke) bodemverontreinigingen aanwezig zijn, evenals het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse norm NEN5740. Het veldwerk is onder certificaat uitgevoerd op grond van beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Het hierbij behorende procescertificaat en keurmerk van Lankelma Geotechniek Zuid B.V.
is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. Lankelma Geotechniek Zuid B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Verder is zij gecertificeerd in het kader van ISO-9001 en de BRL-SIKB 2000 “veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en de daarbij behorende protocollen. Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versies van deze documenten. 1.2
Doelstelling
De doelstelling van het onderzoek wordt onderstaand puntsgewijs benoemd: historisch onderzoek naar bodembedreigende activiteiten/situaties binnen de locatie middels welke een inschatting wordt gemaakt of en waar op de locatie bodemverontreiniging te verwachten is; bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie; op basis van de resultaten vaststellen of in het kader van de Wbb sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. 1.3
Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage
De werkzaamheden zijn door Lankelma Geotechniek Zuid B.V. onder certificaat uitgevoerd, te weten conform BRL-SIKB 2000 en de daaraan gekoppelde protocollen: 2001: “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”; 2002: “Het nemen van grondwatermonsters”. In de BRL-SIKB 2000 wordt verwezen naar de Nederlandse normen voor bodemonderzoek die eveneens bepalend zijn voor de uitvoering van het bodemonderzoek. De belangrijkste en meest bepalende normeringen zijn de NEN5725:2017 “Bodem-landbodem-strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek” en de NEN5740/A1: 2016 “Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek”.
1
Verkennend bodemonderzoek, Grotestraat Cuijk rapport: 2002441 revisie 1, 18 mei 2012
Voorliggend rapport presenteert de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2), de onderzoekshypothese en –strategie (hoofdstuk 3) en de resultaten van het veldwerk (hoofdstuk 4) en analytisch onderzoek en de aan het onderzoek te verbinden interpretatie van de onderzoeksresultaten (hoofdstuk 5) en conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).
2
Verkennend bodemonderzoek, Grotestraat Cuijk rapport: 2002441 revisie 1, 18 mei 2012
2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.3 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: terreininspectie; het archief van Lankelma Geotechniek Zuid B.V.; archiefonderzoek door een ambtenaar van de gemeente Cuijk; omgevingsrapportage van de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord-Brabant; informatie opdrachtgever; TNO (Regis); website www.topotijdreis.nl; website www.bodemloket.nl. Vermeld dient te worden dat de verantwoordelijkheid voor de resultaten van onderhavig onderzoek worden beperkt tot de aan deze resultaten ten grondslag liggende en op het moment van onderzoek ter beschikking staande gegevens alsmede de bij de terreininspectie geconstateerde situatie. Aanleiding en aspecten van het vooronderzoek De aanleiding voor het opstellen van onderhavig vooronderzoek sluit aan bij A ‘opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’, uit de NEN5725. 2.1
Locatiegegevens
Algemeen De onderzochte locatie is gelegen aan de Grotestraat te Cuijk. Kadastraal is de locatie bekend onder kadastrale gemeente Cuijk, sectie C, nrs. 3953 en 5947, ged. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn x = 189,5 en y = 414,9. Het oppervlak van de onderzoekslocatie bedraagt circa 15.250 m². Ten tijde van de uitvoering van het onderzoek was onderhavige onderzoekslocatie bebouwd met een bedrijfspand. In bijlage 2 is voornoemde situatie van de onderzoekslocatie weergegeven. Onderhavige locatie is zuidoostelijk gelegen ten opzichte van het centrum van Cuijk. Terreininspectie Door een gecertificeerd medewerker van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. is een terreininspectie uitgevoerd voorafgaande aan de veldwerkzaamheden. De locatie is daadwerkelijk in gebruik zoals in voorgaande alinea omschreven. Er zijn tijdens de terreininspectie bijzonderheden (zoals verdachte plekken, artefacten of bodembeschermende voorzieningen, puin en/of asbest op het maaiveld, asbest beschoeiingen, verzakkingen, verhogingen, verkleuringen, brandplaatsen) geconstateerd, welke een aanwijzing zouden kunnen zijn voor een mogelijke bodemverontreiniging. 2.2
Historische informatie
Gebruik locatie: heden en verleden Uit het historisch kaartmateriaal blijkt dat er eind 20ste eeuw sprake was van een gebied met een agrarische bestemming. De locatie is omstreeks 1987 bebouwd. Dit is tot op heden niet veranderd. De locatie is in de bebouwde kom van Cuijk gesitueerd. De locatie grenst aan de oostzijde aan de geasfalteerde weg ‘Grotestraat’. De zuidzijde grenst aan de geasfalteerde weg ‘Hapsebaan’. De overige zijden grenzen aan grondgebonden bedrijfspanden en woningen. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend van activiteiten die de bodem mogelijk negatief hebben kunnen beïnvloeden. Er is niets bekend over een (voormalige) ondergrondse c.q. bovengrondse brandstoftank.
3
Verkennend bodemonderzoek, Grotestraat Cuijk rapport: 2002441 revisie 1, 18 mei 2012
Voormalige stortlocatie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is voor zover bekend geen sprake van een (voormalige) stortlocatie. Explosieven De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft voor Nederland een landelijk overzicht op een kleine schaal van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed. Onderhavige onderzoekslocatie is gelegen in de zone ‘Linies’. Naast het gebouwde erfgoed zoals bunkers en tankversperringen kunnen archeologische resten worden verwacht zoals de resten van gevechts- en waarnemingsposities voor infanterie, opstellingen voor geschut, loopgraven, mangaten, overstoven betonbouw, versperringen, barakken e.d. 2.3
Gebiedsgericht beleid en/of kwaliteit grond en grondwater
Het onderhavige onderzoeksgebied is gelegen binnen een gebied waarvoor een bodemkwaliteitskaart (CSO, 20 oktober 2014) is opgesteld. Volgens de kaart valt het onderzoeksgebied binnen een schoon deelgebied. Op basis van de kaart kan worden aangenomen dat de bodem ter plaatse niet verontreinigd is. De milieuhygiënische kwaliteit wordt als zijnde de achtergrondwaarde beschouwd. 2.4
Bevindingen bodemonderzoeken en/of archief onderzoek
Bij de gemeente Cuijk zijn gegevens bekend van bodemonderzoeken en/of potentieel bodembedreigende activiteiten ter plaatse van en/of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. In onderstaande tekst zijn de bevindingen hiervan in het kort omschreven. Historisch onderzoek Padbroek, Archimil, rap.nr. BB-180206, d.d. 25 april 2018. Binnen nagenoeg de gehele wijk ‘Padbroek’ is sprake van onverdachte bodem, met uitzondering van het gebied rond de stortplaats. 2.5
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
De op basis van de geraadpleegde bronnen verwachte ondiepe geologie op de locatie is weergegeven in tabel 2.1. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het de geologische bodemopbouw betreft die door TNO is geïnterpoleerd op basis van onderzoek in de omgeving. De werkelijke laagopbouw en –samenstelling kunnen hiervan afwijken. tabel 2.1 Geohydrologische bodemopbouw*
*
Diepte [m-mv]
Formatienaam
Lithologie
0 – 1,5
Holocene afzettingen
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand
1,5 – 10,0
Formatie van Kreftenheye
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
10,0 – 16,0
Formatie van Beegden
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken
Bron: Landelijk DGM model V1.3 – 2009, NITG-TNO, de werkelijke diepte en formatienaam kan afwijken (met name nabij geologische breukzones)
De grondwaterstand van het freatisch pakket bedraagt circa 3,3 m-mv. Het grondwater in het ondiepe (freatische) grondwater stroomt regionaal gezien in overwegend noordwestelijke richting. De locatie ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning c.q. een grondwaterbeschermingsgebied. 2.6
Resumé
Op basis van de resultaten van dit bodemonderzoek is de locatie als zijnde “verdacht” gekwalificeerd ten aanzien van grondverontreiniging. Hiermee wordt bedoeld dat er mogelijk stoffen in gehalten boven de generieke achtergrondwaarden vallen.
4
Verkennend bodemonderzoek, Grotestraat Cuijk rapport: 2002441 revisie 1, 18 mei 2012
3 Hypothese en Onderzoeksstrategie 3.1
Hypothese
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de locatie ten aanzien van de grond en het grondwater als een ‘heterogeen diffuus verontreinigd gebied’ gekwalificeerd. 3.2
Onderzoeksstrategie
Grond en grondwater Bij het vaststellen van de onderzoeksstrategie is de boor-, bemonsterings- en analysestrategie gehanteerd zoals beschreven in de NEN5740/A1 ‘Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde stof op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL, tabel 9.1)’. In het kader van onderhavig bodemonderzoek is géén onderzoek naar asbest in de bodem verricht. Tijdens de veldwerkzaamheden zal het maaiveld en de uitkomende grond wel indicatief visueel beoordeeld worden op het voorkomen van asbestverdacht materialen en/of bijmengingen. In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de uit te voeren veldwerkzaamheden en laboratoriumwerkzaamheden. tabel 3.1 Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden bodemonderzoek Oppervlak (m2)
Veldwerk
Circa 15.250
0,5 m-mv 23
Analyses 2 m-mv1 5
peilbuis2 3
bovengrond 3 x NEN57403 3 x PFAS
ondergrond 2 x NEN57403
grondwater 3 x NEN57404
1
Handboring tot minimaal 0,5 m- freatische grondwaterstand of 1 m-mv, maximaal tot 2,5 meter. Indien visueel schoon dan boren tot opgegeven einddiepte, anders boren tot 0,5 meter minus verdachte bodemlaag.
2
Indien een grondwaterspiegel wordt aangetroffen dieper dan 5 m-mv behoeft geen peilbuis te worden geplaatst.
3
Standaard NEN5740 pakket voor grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), organische parameters (PAK (som 10), minerale olie, PCB (som 7)), lutum en organische stof. Als gevolg van waarnemingen in het veld kan het noodzakelijk zijn een extra mengmonster samen te stellen om een voldoende representatief beeld van de locatie te krijgen. Aanvullende werkzaamheden worden alleen na toestemming van de opdrachtgever uitgevoerd.
4
Standaard NEN 5740 pakket voor grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen, minerale olie, vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, Som1,2-dichlooretheen, 1,1-dichlooretheaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, Somdichloorpropaan, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen, bromoform.
5
Verkennend bodemonderzoek, Grotestraat Cuijk rapport: 2002441 revisie 1, 18 mei 2012
4 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL-SIKB 2000, conform de protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Evenals de daaraan gekoppelde Nederlandse Eenheidsnormen (NEN). 4.1
Grond
Het plaatsen van de boringen en de peilbuizen zijn door de erkende veldwerker de heer W.M.J. Vogels, uitgevoerd op 17 november 2020. Ten behoeve van het onderzoek naar PFAS zijn op 19 april 2021 aanvullende boringen geplaatst door de erkende veldwerker de heer D. Vervoort. De veldwerkers verklaren hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. In tabel 4.1 zijn ten behoeve van het onderzoek de uitgevoerde werkzaamheden opgenomen. tabel 4.1 Uitgevoerde werkzaamheden Boring Verkennend bodemonderzoek B09, B12 t/m B18 en B20 t/m B31 B10, B11 B04 t/m B08 en B19 pb02 pb01 pb03 Aanvullende boringen PFAS B42 t/m B51 B33 t/m B41 B32 en B34
Diepte [m-mv]
Filterdiepte [m-mv]
0,5 1,0 2,0 4,5 5,0 5,0
3,5 – 4,5 4,0 – 5,0 4,0 – 5,0
0,5 1,0 2,0
-
De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 5,0 m-mv overwegend uit matig fijn, matig siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. In de bodemlaag 1,5 tot 1,7 is een kleilaag aangetroffen. De situering van de onderzoekslocatie en de geplaatste boringen en peilbuis is opgenomen in bijlage 2. Voor de complete boorbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 3. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. In de uitkomende grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een indicatieve inspectie van het terrein plaatsgevonden. In de vrijkomende grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen en/of bijmengingen aangetroffen. 4.2
Grondwater
De peilbuizen zijn, na inachtneming van de geldende rustperiode van minimaal een week door de erkende veldwerker, de heer J. Gahrmann, bemonsterd op 24 november 2020. De veldwerker verklaart hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van protocol 2002. In tabel 4.2 zijn de gegevens hiervan weergegeven: tabel 4.2 Peilbuisgegevens Peilbuisnummer Datum bemonstering Diepte grondwaterspiegel [m-mv] Filterstelling [m-mv] Toestroming Beluchting Zuurgraad [pH] Elektrische geleidbaarheid [Ec, S/cm] Troebelheid (NTU) Waargenomen afwijkingen Drijflaag
pb01 24 november 2020 3,3 4,0 – 5,0 goed niet belucht 6,6 349 26* geen geen
pb02 24 november 2020 3,27 3,5 – 4,5 goed niet belucht 6,7 364 32* geen geen
6
pb03 24 november 2020 3,38 4,0 – 5,0 goed niet belucht 6,64 402 20* geen geen
Verkennend bodemonderzoek, Grotestraat Cuijk rapport: 2002441 revisie 1, 18 mei 2012
*De troebelheid van het grondwater uit de peilbuizen kan hoog worden genoemd. De in de NEN5744 gehanteerde waarde voor troebelheid van 10 NTU kan indicatief worden genoemd. Deze is gebaseerd op standaard factoren die zich in de natuur voordoen. Hogere troebelheden duiden op het feit dat onnatuurlijk hoge krachten op de bodemdeeltjes rond (de omstorting van) het peilfilter zijn of worden uitgeoefend. Aangezien de peilbuizen recentelijk is geplaatst en het feit dat de bodemopbouw uit zeer fijn zand bestaat (lees: zeer fijne fracties) is het gemeten verhoogde NTU gehalte niet vreemd te noemen. In onderhavig geval gaan wij er vanuit dat de troebelheid wordt veroorzaakt door de in suspensie zijnde vaste (grond)deeltjes.
4.3
Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden in het kader van de BRL-SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002. Opgemerkt wordt dat de troebelheid niet op de onderzoekslocatie is gemeten maar ten kantore van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. te Oirschot. Het grondwatermonster wordt pas dan genomen, wanneer conform de NEN5744 en het protocol 2002 is voldaan aan de overige gestelde eisen. Het meten van de troebelheid vindt als laatste handeling plaats, voorafgaande aan de daadwerkelijke monstername van het grondwater. Deze laatste stap wordt door Lankelma Geotechniek Zuid B.V. dus omgedraaid. Hetgeen verder niet van invloed kan zijn op de daadwerkelijk gemeten waarde. Derhalve wordt dit niet als een kritieke afwijking beschouwd.
7
Verkennend bodemonderzoek, Grotestraat Cuijk rapport: 2002441 revisie 1, 18 mei 2012
5 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek 5.1
Samenstelling en analyseparameters
De grond(meng)monsters en de grondwatermonsters zijn in het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. in Rotterdam (door de RvA erkend) chemisch geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000. Het aantal samengestelde en analytisch onderzochte grond(meng)monsters en grondwatermonsters zijn in overeenstemming met de onderzoeksstrategie zoals opgenomen in hoofdstuk 3. In tabel 5.1 is inzichtelijk gemaakt hoe de betreffende grond(meng)monsters zijn samengesteld (o.a. zintuiglijke waarnemingen en diepte geanalyseerde bodemlaag). Tevens zijn in tabel 5.2 de resultaten van het grondwateronderzoek weergegeven. De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 4. De resultaten zijn getoetst aan de achtergrondwaarden en interventiewaarden en zijn weergegeven in bijlage 5. 5.2
Toetsingscriteria
Teneinde de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters getoetst aan de richtlijnen die zijn vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (de zogenaamde generieke referentiewaarden). 5.2.1 Generiek referentiekader Wet bodembescherming (Wbb) De gehalten en concentraties van de milieuschadelijke stoffen in respectievelijk de grond- dan wel grondwatermonsters worden gerelateerd aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering (Per 1 juli 2013), die een onderdeel vormt van de Wet bodembescherming (Wbb). Bij de referentiewaarden wordt onderscheid gemaakt in zogenaamde generieke ofwel landelijke achtergrondwaarden (in geval van grond), streefwaarden (in geval van grondwater) en de interventiewaarden (zowel grond als grondwater): achtergrondwaarde (grond) of S-waarde (grondwater) ½ (AW of SW+I) waarde of bodemindex
=
waarde voor een schone, multifunctionele bodem
=
interventiewaarde of I-waarde
=
Waarde waarbij men een aanvullend/nader onderzoek in overweging dient te nemen ((achtergrond- of streefwaarde + interventiewaarde) / 2) interventiewaarde voor sanering(sonderzoek)
De referentiewaarden voor grond zijn mede afhankelijk gesteld van het gehalte lutum (fractie <2m) en organische stof. Dit betekent dat bij elk (verkennend) bodemonderzoek de gemeten waarden moeten worden omgerekend als zijnde “standaard bodem” (10% organische stof en 25% lutum). De omgerekende waarden worden vervolgens getoetst aan de vigerende referentiewaarden. Ten aanzien van de resultaten van de toetsing wordt in voorliggend rapport de volgende terminologie gehanteerd: licht verhoogd gehalte: gehalte tussen de achtergrondwaarde (grond) c.q. streefwaarde (grondwater) en de ½ (AW+I) waarde; matig verhoogd gehalte: gehalte tussen de ½ (AW of SW+I) waarde of bodemindex en gelijk interventiewaarde; sterk verhoogd gehalte: gehalte groter dan de interventiewaarde. 5.2.2 Generiek referentiekader kader Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Bij het op basis van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) toepassen van een partij grond, volgens het generieke toetsingskader, spelen de kwaliteit en de functie van de ontvangende bodem een belangrijke rol. In verband met hergebruiksmogelijkheden van de grond voor een toepassing als zijnde landbodem, zijn de in de grond(meng)monsters gemeten gehalten indicatief getoetst aan de waarden afkomstig uit de Regeling bodemkwaliteit (Bijlage B, tabellen 1 en 2). Dit is geschied met behulp van het toetsingsinstrument BoToVa (Bodemtoets- en validatieservice).
8
Verkennend bodemonderzoek, Grotestraat Cuijk rapport: 2002441 revisie 1, 18 mei 2012
Ten aanzien van de resultaten van de toetsing wordt in voorliggend rapport de volgende terminologie gehanteerd: achtergrondwaarden: grond die vrij toepasbaar is bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit; wonen: grond kan worden toepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten ‘wonen’ en ‘industrie’; industrie: grond kan worden toegepast bij bodemfunctie en bodemkwaliteit ‘industrie’; niet toepasbaar: grond kan niet elders worden toegepast en dient te worden afgevoerd naar een erkend verwerker. 5.2.3 Geactualiseerd Tijdelijk handelingskader PFAS (2 juli 2020) In het geactualiseerd tijdelijk handelingskader PFAS zijn de toepassingsnormen opgenomen. De toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau zijn in onderstaande tabel 5.1 opgenomen. Voor andere toepassingen wordt verwezen naar het geactualiseerd tijdelijk handelingskader PFAS (2 juli 2020). Tabel 5.1: Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau1 (in µg/kg d.s.) – categorie 4.1 uit tabel 12 Functieklasse in de zin van het Besluit bodemkwaliteit landbouw/natuur
PFOS
PFOA
GenX
Overige PFAS
1,4
1,9
1,4
1,4
landbouw/natuur, bij hogere achtergrond-waarde dan 0,1 wonen
de gemeten achtergrond waarde, ten hoogste 3,0 3,0
de gemeten achtergrond waarde, ten hoogste 7,0 7,0
de gemeten achtergrond waarde, ten hoogste 3,0 3,0
de gemeten achtergrond waarde, ten hoogste 3,0 3,0
industrie
3,0
7,0
3,0
3,0
1 Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. 2 Op de waarden uit deze tabel hoeft (tot 10%) geen bodemtypecorrectie toegepast te worden overeenkomstig de systematiek zoals die op dit moment al voor PAK geldt).
5.2.4 Grond en baggerspecie toepassen op landbodem boven grondwaterniveau Voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur moet in beginsel worden uitgegaan van de bepalingsgrens van 1,4 μg/kg d.s. Omdat de achtergrondwaarde die voor PFAS in Nederland wordt aangetroffen, op dit moment nog niet bekend is, wordt overeenkomstig het voorzorgbeginsel de bepalingsgrens als voorlopige achtergrondwaarde gehanteerd. Als op de plaats waar de grond of baggerspecie wordt toegepast echter een hogere achtergrondwaarde wordt gemeten, kan de gemeten achtergrondwaarde voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur als toepassingsnorm worden gehanteerd, omdat in dat geval wordt voldaan aan het uitgangspunt stand-still. Als de gemeten achtergrondwaarde boven de toepassingsnormen voor de bodemfunctieklasse wonen ligt, moeten de voor die bodemfunctieklasse vastgestelde toepassingsnormen worden gehanteerd. Wat betreft de dubbele toets die bij het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem volgens het Besluit bodemkwaliteit moet worden uitgevoerd, wordt opgemerkt dat het bepalen voor PFAS van de kwaliteit van de bodem waarop PFAS-houdende grond of baggerspecie wordt toegepast (de ontvangende bodem), alleen noodzakelijk is voor landbodems die zijn ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur en/of de bodemfunctieklasse landbouw/natuur.
Als de landbodem reeds is ingedeeld in de bodemkwaliteitsklassen wonen en industrie levert het vaststellen van de bodemkwaliteit geen informatie op die relevant is om PFAS-houdende grond of baggerspecie te mogen toepassen. De indeling van de bodem in de klasse wonen of industrie kan door aanvullend onderzoek naar PFAS in de ontvangende bodem namelijk niet veranderen. Hierdoor moet bij de dubbele toets het gehalte aan PFAS in toe te passen grond of baggerspecie daar altijd aan de norm voor wonen voldoen. Om te bepalen of aan deze eis wordt voldaan kan dan worden volstaan met het meten van het gehalte aan PFAS in de grond of baggerspecie. 5.2.5 Grond en baggerspecie grootschalig toepassen op de landbodem boven grondwaterniveau Voor PFAS-houdende grond en baggerspecie kunnen nog geen toepassingsnormen worden vastgesteld die uitgaan van optredende emissies. Daarnaast gelden voor grootschalige toepassen de toepassingsnormen voor de bodemfunctieklasse industrie. In lijn met de regeling die in het Besluit bodemkwaliteit voor grootschalig toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem is getroffen, gelden voor PFAS-houdende grond en baggerspecie bij grootschalig toepassen de 9
Verkennend bodemonderzoek, Grotestraat Cuijk rapport: 2002441 revisie 1, 18 mei 2012
toepassingsnormen voor de bodemfunctieklasse industrie, ook als de bodem is ingedeeld in de klasse landbouw/natuur, dit laatste in afwijking van de toepassingsnormen voor categorie 4.1 (toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau). 5.3
Toetsingen
5.3.1 Grond In tabel 5.1 zijn alleen de onderzochte parameters vermeld, waarvan de concentraties de betreffende achtergrondwaarden overschrijden. tabel 5.1 Resultaten grondonderzoek Monsternr. MM1 MM2 MM3 MM4 MM5 MM6
MM7
MM8
Samenstelling (cm-mv) B10 (0-50) B11 (0-50) B12 (050) pb01 (0-50) B05 (0-50) B14 (0-50) B17 (050) B21 (0-50) B24 (0-50) B26 (0-50) B30 (050) B31 (0-50) B06 (50-100) B08 (50-100) pb01 (70-100) pb03 (70-120) B04 (70-120) B05 (50-100) B07 (50-100) pb02 (50-100) B32 (0-50) B33 (0-50) B34 (050) B42 (0-50) B43 (0-50) B44 (0-30) B45 (0-40) B35 (0-40) B36 (0-50) B37 (050) B46 (0-50) B47 (0-50) B48 (0-50) B38 (0-20) B39 (0-40) B40 (050) B41 (0-50) B49 (0-50) B50 (0-40) B51 (0-50)