CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

09-05 Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 4 Vooronderzoek bodem_1.pdf - Bijlagen bij de toelichting_Bi.pdf

Cuijk - raadsvergadering 1 februari 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (A-stuk) Voorstel 2021-05 tot vaststelling Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat en vaststelling het beeldkwaliteitsplan Mgr. Zwijssenstraat20.660 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Asfalt-, funderings-, asbest- en bodemonderzoek aan de Snelfietsroute te Cuijk

Titel Opdrachtgever Adviesbureau

Asfalt-, funderings-, asbest- en bodemonderzoek aan de Snelfietsroute te Cuijk

Jens B.V. Kanaaldijk NW 85 5707 LC Helmond

MILON bv Huygensweg 24 5482 TG Schijndel

Titel:

Asfalt-, funderings-, asbest- en bodemonderzoek aan de Snelfietsroute te Cuijk

Status:

definitief

Datum:

27 februari 2018

Opdrachtgever:

Jens B.V. Kanaaldijk NW 85 5707 LC Helmond

Contactpersoon: E-mail:

de heer G. Schel gerwin.schel@jens-ct.nl

Projectnummer:

20172101

Auteur: Projectleider: Telefoonnummer: E-mail: Website:

Estelle ten Den Estelle ten Den 073-5477253 info@milon.nl/estelle@milon.nl www.milon.nl

Handtekening Projectleider: Estelle ten Den MSc

Handtekening Kwaliteitscontrole: Rolph Esselink

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of MILON bv. Op al onze leveringen en diensten zijn onze algemene voorwaarden, gedeponeerd ter griffie van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch d.d. 3 juni 2010, en de RVOI-2001 van toepassing. De tekst en inhoud van deze voorwaarden zijn te raadplegen via www.milon.nl of worden op verzoek gratis toegezonden.

MILON bv is gecertificeerd conform ISO 9001 en VCA**, voldoet aan niveau 3 op de CO2 prestatieladder en is erkend door het ministerie van IenM voor: ▪ BRL SIKB 1000 “Monsterneming voor partijkeuringen”, protocol 1001, 1002 en 1003; ▪ BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001, 2002, 2003 en 2018; ▪ BRL SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg” en protocol 6001 (processturing en verificatie).

Inhoudsopgave 1. Inleiding .................................................................................. 5 1.1. Opdrachtverlening .............................................................. 5 1.2. Aanleiding ......................................................................... 5 1.3. Doel .................................................................................. 5 1.4. Betrouwbaarheid ................................................................ 5 2. Vooronderzoek ........................................................................ 6 2.1. Algemeen .......................................................................... 6 2.2. Huidige bodemgebruik......................................................... 6 2.3. Voormalig bodemgebruik ..................................................... 8 2.4. Toekomstig bodemgebruik ................................................... 9 2.5. Bodemopbouw en geohydrologie .......................................... 9 2.6. Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken ................................ 9 2.7. Financieel / juridisch ........................................................ 10 2.8. Conclusie en hypothese .................................................... 10 3. Asfaltonderzoek..................................................................... 12 3.1.

Algemeen ........................................................................ 12 3.2. Uitvoering werkzaamheden en analyses .............................. 13 3.3. Laboratorium ................................................................... 13 3.4. Hoeveelheden teervrij en teerhoudend asfalt ......................... 16 4. Funderingsonderzoek ............................................................ 17 4.1. Onderzoeksstrategie ......................................................... 17 4.2. Veldwerkzaamheden en zintuiglijke waarnemingen ............... 17 4.3. Laboratoriumwerkzaamheden ............................................ 18 4.4. Interpretatie en toetsing .................................................... 19 4.5. Bespreking van de resultaten ............................................. 20 5. Verkennend bodemonderzoek ............................................... 21 5.1. Onderzoeksstrategie ......................................................... 21 5.2. Veldwerkzaamheden en zintuiglijke waarnemingen ............... 21 5.3. Laboratoriumwerkzaamheden .............................................. 22 5.4. Interpretatie en toetsing .................................................... 23 4.1. Wijze van beoordeling en toetsing ...................................... 23 4.2. Toetsing van de analyseresultaten ...................................... 24 5.5.

Bespreking van de resultaten .............................................. 26 6. Samenvatting en conclusies .................................................. 27

Bijlagen 1. Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie; 2. Situatietekening met boorpunten (asfalt, asbest en bodem); 3. Boorbeschrijvingen; 4. Toetsing van de analyseresultaten; 5. Analysecertificaten laboratorium; 6. Verantwoording veldwerkzaamheden. 7. Veiligheidsklasse

1.

Inleiding

1.1.

Opdrachtverlening

Op 11 december 2017 heeft MILON bv te Schijndel opdracht gekregen van de heer G. Schel, namens Jens B.V. te Helmond, voor het uitvoeren van een asfalt-, funderings-, asbest- en bodemonderzoek. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de (nieuw te realiseren) Snelfietsroute te Cuijk.

1.2.

Aanleiding

De aanleiding voor het uitvoeren van het asfalt-, funderings-, asbest- en bodemonderzoek wordt gevormd door herinrichten van de locatie, waarbij het asfalt en de onderliggende fundering wordt vervangen.

1.3.

Doel

De doelen van het onderzoek zijn: ▪ het verkrijgen van een indicatie van de dikte, gelaagdheid, samenstelling en teerhoudendheid van het asfalt; ▪ het bepalen van de samenstelling en aard van de fundering en het verkrijgen van inzicht in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van het funderingsmateriaal; ▪ met een relatief geringe onderzoeksinspanning, nagaan of de verdenking van verontreiniging van de fundering met asbest terecht is; ▪ het verkrijgen van inzicht in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater onder de fundering.

1.4.

Betrouwbaarheid

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek” en protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”, protocol 2001 “, protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. MILON bv is gecertificeerd volgens dit procescertificaat. Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat er op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.

Pagina 5 van 29

2.

Vooronderzoek

2.1.

Algemeen

Voor de uitvoering van het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 (strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek). Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ▪ Gemeentelijke informatie inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, verleende vergunningen, ▪ (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; ▪ Bodemloket (www.bodemloket.nl); ▪ Historisch topografisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl); ▪ Actuele luchtfoto’s (Google Earth en Bing Maps); ▪ Provinciale milieuverordening; ▪ Grondwaterkaart van Nederland; ▪ Kadaster; ▪ Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Daarnaast is voorafgaand aan de veldwerkzaamheden een terreininspectie uitgevoerd door de heer K. (Koen) van Ham van MILON bv. In de hierna

volgende paragrafen worden de resultaten van het vooronderzoek besproken. 2.2.

Huidige bodemgebruik

De onderzoekslocatie betreft 3 straten, een fietspad en een groenstrook (Irenestraat, Professor van de Brinkstraat, Professor Alberdingk Thijmstraat en het fietspad aan de Toermalijnlaan en Zadelmakersdreef) gelegen binnen de bebouwde kom ten noordenwesten van het centrum van Cuijk. De onderzoekslocatie is aaneengesloten en grenst aan woningen en het spoor. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 1.

Figuur 1: luchtfoto met onderzoekslocaties (gekleurde lijnen)

Pagina 6 van 29

Google maps

Tabel 1: gegevens van de onderzoekslocaties. Kleur oranje blauw groen geel

Deellocaties Irenestraat Professor van de Brinkstraat Professor Alberdingk Thijmstraat Fietspad – groenstrook

Lengte circa (m)

oppervlak circa (m2)

Verharding

475

2.200

675

3.200

70

350

Asfalt

500

2.250

Klinkers, stoeptegels, Cuijk A 4472, 4015, 2268 en 4764 begroeiing

Asfalt, klinkers Asfalt

Kadastraal Cuijk A 2722 + 2790 Cuijk A 5382, 1446, 4409 en 4472 Cuijk A 4472

De gegevens van de onderzoekslocatie staan vermeld in tabel 1. Voor een indruk van het werkgebied wordt verwezen naar onderstaande figuren en de situatietekening in bijlage 2.

Figuur 2 en 3: huidige situatie Irenestraat

Bron: MILON bv

Figuur 4 en 5: huidige situatie Professor van de Brinkstraat

Bron: MILON bv

Pagina 7 van 29

Figuur 6: huidige situatie Professor Alberdingk Thijmstraat

Figuur 7 en 8: huidige situatie fietspad en groenstrook

Bron: MILON bv

Op 11 januari 2018 is door de heer K. (Koen) van Ham een inspectie van het asfalt uitgevoerd, waarbij overgangen in het wegdek (lassen en naden), reparatievakken en bijzondere weggedeelten zijn ingemeten. Ter plaatse zijn meerdere reparatievakken en naden aangetroffen. De reparatievakken en -naden zij middels GPS ingemeten en weergegeven op de situatietekening in bijlage 2.

2.3.

Voormalig bodemgebruik

Volgens historisch topografisch kaartmateriaal dateert de Irenestraat van omstreeks 1955 en behoort tot het oude deel van Cuijk. Bij de aanleg van de wijk De Veluwe, tussen circa 1966 en 1981, is de Irenestraat verlegt en zijn de overige straten in onderhavig onderzoek aangelegd (Professor van de Brinkstraat en Professor Alberdingk Thijmstraat). Er zijn geen gegevens bekend over de aanleg van het fietspad. De groenstrook in het verlengde van het fietspad is voor zover bekend altijd een groenstrook geweest. Er is geen historische informatie bekend over de asfaltverhardingen. De datum van aanleg alsmede gegevens over gebruikte materialen, nadenplannen en de opbouw en dikte van de asfaltverhardingen zijn niet bekend. Ook is geen informatie bekend over de aard van de fundering (zand, granulaat). Een gedeelte van de onderzoekslocatie ligt aan het spoortraject Nijmegen-Venlo. Dit traject is geopend in 1883. Aangezien enkele locaties mogelijk gedeeltelijk zijn gelegen binnen de Pagina 8 van 29

invloedsfeer van spoorgebonden processen, kunnen licht verhoogde gehalten met metalen, PAK en minerale olie worden aangetroffen.

2.4.

Toekomstig bodemgebruik

Het gebruik van de locatie betreft in de huidige situatie infrastructuur en groenstrook. De gemeente is voornemens de rijbanen her in te richten ten behoeve van een snelfietsroute tussen Cuijk en Nijmegen. Het gebruik wijzigt in de toekomst niet ter hoogte van de infrastructuur. Een gedeelte van de groenstrook wordt gewijzigd naar fietspad.

2.5.

Bodemopbouw en geohydrologie

De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van circa 11 m+NAP. De gegevens van de bodemopbouw zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 0,7 m-mv zit de formatie van Boxtel en bestaat hoofdzakelijk uit midden en fijn zand. Hieronder zit tot circa 10,5 m-mv de formatie van Kreftenheye. Deze zandige eenheid bestaat overwegend uit midden en grof zand. Tot circa 17 m-mv zit de formatie van Beegden, dat hoofdzakelijk uit grof zand, grind en midden zand bestaat. Hieronder zit tot circa 22 m-mv de formatie van Peize met de formatie van Waalre en bestaat voornamelijk uit midden en grof zand. Tot circa 29 m-mv zit een Kiezeloöliet formatie dat hoofdzakelijk uit midden en grof zand bestaat met weinig klei. Geohydrologie De stromingsrichting van het freatische grondwater is niet duidelijk. Verwacht wordt dat de stromingsrichting globaal noordwestelijk gericht is. Naar opgave van de provincie NoordBrabant ligt het onderzoeksgebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Op de onderzoekslocatie wordt voor zover bekend geen grondwater onttrokken. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten.

2.6.

Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken

Naar opgave van Bodemloket zijn binnen de onderzoekslocatie tot op heden geen eerdere onderzoeken uitgevoerd. In de directe omgeving zijn de volgende (bodem)onderzoeken uitgevoerd: ▪

Ter hoogte van de Haagsestraat/Smidstraat zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd waaronder een asfaltonderzoek. o Montoringsrapportage (Econsultancy Boxmeer, rapportnummer 13043255, d.d. 27-8-2013). Een sterke verontreiniging met tetrachlooretheen is ingekaderd op 35 m3 ter plaatse van ontgravingsvak van de Zandberg. o Nader onderzoeken (Econsultancy Boxmeer, rapportnummers 12103655A en B en 13063337, d.d. 13-2-2013, 19-3-2013 en 27-8-2013) Zintuigelijk zijn bijmengingen met puin, slakken, baksteen en kolengruis aangetroffen. Tevens is een lichte olie-water reactie waargenomen. Lichte (rest)verontreinigingen met chloorkoolwaterstoffen, PAK, PCB, minerale olie en diverse metalen. o Historisch onderzoek (Econsultancy Boxmeer, rapportnummer 12093601, d.d. 12-10-2012). Er zijn geen gegevens bekend over de historie van de weg en er een puinfundatie onder de wegen aanwezig is dient de locatie als verdacht voor het voorkomen van asbest te worden aangemerkt. Pagina 9 van 29

Verkennend bodemonderzoek (Öko-Care, rapportnummer RS6852A, d.d. 2210-2007). De bovengrond is licht verontreinigd met zink en PAK. De ondergrond licht verontreinigd met nikkel en PAK. Het grondwater licht verontreinigd met arseen, chroom, zink en tetrachlooretheen. o Bodem- en asfaltonderzoek uitgevoerd door TAUW, rapportnummer 4518757 (d.d. 01-05-2007). Grond niet milieuhygienisch onderzocht. Grondwater is niet verontreinigd. Asfalt is over het algemeen teerhoudend. Geohydrologisch-, verhardings- en milieuhygienisch onderzoek Botteliersdreef eo (Geofox-Lexmond, rapportnummer 20063026, d.d. 10-05-2007). In de bovengrond zijn een lichte verontreiniging met PAK en zink aangetroffen. In het grondwater een lichte verontreiniging met benzeen. Verkennend bodemonderzoek Parkzicht 23 (Archimil, rapportnummer 1156R085, d.d. 01-08-2006). Zintuigelijk uiterste puinhoudende en matige beton bodem aangetroffen. In de bovengrond lichte verontreiniging met PAK. In het grondwater en lichte verontreiniging met zink, cadmium en chroom. Verkennend bodemonderzoek Parkzicht 23 (Kanters Adviesgroep Asten, rapportnummer 1156R007, d.d. 25-02-2000). Zintuigelijk waargenomen: sterk puin, matig asfalt, wortelhoudend en sporen houtsnippers. In de bovengrond is een licht verontreiniging aangetroffen van PAK, minerale olie en koper.

Daarnaast is er sprake van de aanwezigheid van (mogelijk) gesaneerde tanks bij meerdere woningen in de wijk De Veluwe. Nadere informatie hierover is niet beschikbaar. o

▪

▪

▪

▪

Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van de wegen in de omgeving van de onderzoekslocatie, licht verhoogd gehalten met PAK, PCB, minerale olie en diverse metalen zijn aangetroffen, alsmede de aanwezigheid van bijmengingen met puin, slakken, baksteen en kolengruis. De asfaltwegen zijn overwegend teerhoudend bevonden. Vermoedelijk is dit ter plaatse van de onderzoekslocatie eveneens het geval. De lichte verontreinigingen liggen buiten de invloedsfeer van de onderzoekslocatie.

2.7.

Financieel / juridisch

Op het perceel hebben, voor zover bekend, geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd is geraakt.

2.8.

Conclusie en hypothese

De onderzoekslocatie betreft drie straten, een fietspad en groenstrook ten noorden van het centrum van Cuijk; Irenestraat, Professor van de Brinkstraat en Professor Alberdingk Thijmstraat. De Irenestraat, het fietspad en de groenstrook zijn direct langs het spoor gelegen. De totale lengte van de onderzoekslocatie is circa 1700 meter met een oppervlakte van circa 8.300 m2. De verharding bestaat uit klinkers, asfalt en stoeptegels. De Irenestraat dateert van omstreeks 1955 en ligt in de wijk Cuijk. Het overige deel van de onderzoekslocatie ligt in de wijk De Veluwe en dateert van omstreeks 1966-1981. Langs de gehele onderzoekslocatie zijn woningen gelegen. Er zijn geen eerdere (bodem)onderzoeken uitgevoerd ter hoogte van de onderzoekslocatie. In de directe omgeving zijn ter plaatse van de wegen licht verhoogde gehalten met PAK, PCB, minerale olie en diverse metalen aangetroffen, alsmede de aanwezigheid van bijmengingen met puin, slakken, baksteen en kolengruis. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met tetrachlooretheen en diverse metalen aangetroffen. Vermoedelijk is

Pagina 10 van 29

dit ter plaatse van de onderzoekslocatie eveneens het geval. Deze verontreinigingen liggen buiten de invloedsfeer van de onderzoekslocatie. Er is geen historische informatie bekend over de asfaltverhardingen. De datum van aanleg alsmede gegevens over gebruikte materialen, nadenplannen en de opbouw en dikte van de asfaltverhardingen zijn niet bekend. Ook is geen informatie bekend over de aard van de fundering (puin, zand, granulaat). Op basis van de verkregen informatie is binnen de onderzoekslocatie geen sprake (geweest) van een verdachte locatie of (voormalige) bodembedreigende (bedrijfs-)activiteiten. Vooralsnog wordt er binnen de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging verwacht. Daarom is de hypothese ‘onverdachte locatie’ opgesteld. De fundering wordt onderzocht op asbest conform de strategie ‘verdachte bovengrond heterogeen verdeeld’. Hoofdstuk 3 behandeld het asfaltonderzoek. Hoofdstuk 4 het funderingsonderzoek met een verkennend asbestonderzoek en tot slot in hoofdstuk 5 het verkennend bodemonderzoek.

Pagina 11 van 29

3.

Asfaltonderzoek

3.1.

Algemeen

Het onderzoek wordt uitgevoerd conform de CROW-publicatie 210 “Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt, Selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt”. Door de gemeente is aangegeven dat zij niet beschikken over (historische) informatie betreffende de aanleg en onderhoudshistorie van de wegconstructie. Hierdoor wordt als uitgangspunt gehanteerd dat het asfalt voor 1995 is aangelegd. Op basis van de historische informatie en de locatie-inspectie is het werkgebied ingedeeld in onderzoeksvakken. In tabel 1 is de indeling in onderzoeksvakken en het boorplan weergegeven. Voor asfaltvlakken kleiner dan 25 ton (gemiddeld 50 m2) geldt dat het verwijderen en afvoeren als teerhoudend asfalt minder kosten dan het onderzoeken van het asfalt en vervolgens verwijderen en afvoeren als teervrij. Tabel 1: Wegvakken en boorplan. Wegvak

Gebruik van het asfalt

Aanlegdata

Oppervlakte (m2)

Aantal boringen

Laagopbouw en PAK-marker

1

Irenestraat

onbekend < 1995

344

2

2

2

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Eurodreef)

onbekend < 1995

87

1

1

3

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Jan Campertstraat)

onbekend < 1995

748

3

3

4

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Vierlanderdreef en Saffierdreef)

onbekend < 1995

773

3

3

5

Prof. vd. Brinkstraat (t.h.v. Monseig. Nolenstraat en Diamantdreef)

onbekend < 1995

714

3

3

6

Prof. Alberdingk Thijmstraat

onbekend < 1995

312

2

2

A

Reparatievak Prof. vd Brinkstraat

onbekend < 1995

103

2

2

B

Overige reparatievakken

onbekend < 1995

Te klein voor onderzoek (<50 m²)

Totaal aantal asfaltkernen

16

16

De ligging van de verschillende wegvakken en het reparatievak is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Van alle reparatievakken is 1 vak van dermate oppervlakte dat de kosten van onderzoek opwegen tegen het verwijderen en afvoeren als teerhoudend asfalt. De reparatievakken te klein voor onderzoek zijn samen circa 150 m2. Alle boorkernen worden door een geaccrediteerd laboratorium onderzocht op laagopbouw en PAK-detector. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de heterogeniteit van het asfalt te worden beoordeeld en dient de indeling van wegvakken eventueel te worden herzien. Alle lagen die volgens de PAK-detector niet teerverdacht zijn dienen analytisch aanvullend onderzocht te worden op het werkelijke PAK-gehalte. Dit kan middels een semikwantitatieve DLC-methode of de volledige kwantitatieve HPLC- en GCMS-methode. Het aantal te analyseren monsters is afhankelijk van de hoeveelheid vrijkomend asfalt. Omdat de laagopbouw en PAK-marker nog niet bekend zijn, kan het aantal te verrichten analyses nog niet definitief worden bepaald.

Pagina 12 van 29

3.2.

Uitvoering werkzaamheden en analyses

Voorafgaand aan de boorwerkzaamheden is een graafmelding uitgevoerd (Klic-melding). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 23 januari door de heer A.P.J. (Antoine) Franken en R. (Rudo) de Kroon allen ervaren veldwerkers en medewerkers van MILON bv. De asfaltboringen zijn op 23 januari 2018 geplaatst door een medewerker van Van de Giessen milieupartner te Sint-Oedenrode. Voorafgaand aan het veldwerk is een inspectie van het terrein uitgevoerd. Hierbij zijn geen nadere bijzonderheden waargenomen. De volgende werkzaamheden zijn uitgevoerd: - het plaatsen van 16 asfaltboringen (A201 t/m A216); - het coderen en verpakken van de asfaltkernen; - het herstellen van de boorgaten met koud asfalt. De dikte van de asfaltverharding varieert per wegvak en tussen de wegvakken van 34 tot 142 millimeter. Tijdens de monsterneming zijn geen bijzonderheden (spoorvorming, asfaltwapening, penetratievakken, etc.) waargenomen. Er zijn geen afwijkingen op het boorplan geconstateerd. Specifiek wordt vermeld dat geen teerhoudende geuren zijn waargenomen.

3.3.

Laboratorium

3.3.1 Laagopbouw en PAK-marker Ter bepaling van de gelaagdheid en teerhoudendheid van het asfalt zijn alle asfaltkernen aangeboden aan ALcontrol BV te Hoogvliet. ALcontrol is RvA geaccrediteerd conform ISO/IEC 17025 onder L028 voor de met (Q) gemerkte verrichtingen. In het laboratorium is per asfaltkern de laagopbouw beschreven en een PAK-markertest uitgevoerd. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 5. Een samenvatting van de onderzoekresultaten is weergegeven in tabel 3. Tabel 3: Laagopbouw en resultaten PAK-markertest. Locatie

Wegvak

Irenestraat

1

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Eurodreef)

2

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Jan Campertstraat)

3

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Vierlanderdreef en Saffierdreef)

4

Prof. vd. Brinkstraat (t.h.v. Monseig. Nolenstraat en Diamantdreef)

5

Prof. Alberdingk Thijmstraat

6

Reparatievak

A

Kern

Dikte (mm)

Aantal lagen

Fluorescerend gebied

A201

34

2

Ja (geheel)

A202

42

3

Ja (geheel)

A203

54

3

A206

95

4

Ja (0-11)

A207

72

4

Ja (0-18)

A208

86

3

Ja (0-22)

A209

54

4

Ja (0-12)

A210

60

3

Ja (0-19)

A211

142

5

Ja (0-22)

A212

68

4

Ja (0-22)

A213

55

3

Ja (0-18)

A214

55

3

Ja (0-20)

A215

79

3

Ja (0-10)

A216

112

3

Ja (0-7)

A204

39

1

Nee

A205

gebroken

-

Ja

Pagina 13 van 29

Ja (0-7)

Voor de specifieke opbouw (korrelgrootte, vulmiddel en asfalttype) van de asfaltkernen wordt verwezen naar het analysecertificaat in bijlage 5. Geconcludeerd kan worden dat in diverse asfaltkernen of asfaltlagen een fluorescerende verkleuring is aangetoond. Dit houdt in dat de concentratie PAK in deze asfaltkern/laag kleiner is dan 250 mg/kg ds. Teerhoudend asfalt is asfalt met een PAK-concentratie groter dan 75 mg/kg ds. Indien geen verkleuring wordt geconstateerd kan derhalve niet geconcludeerd worden dat het asfalt niet-teerhoudend is. De concentratie kan namelijk nog liggen in het gebied tussen 75 en 250 mg/kg ds. Op basis van de CROW-publicatie 210 en de hoeveelheid vrijkomend asfalt (ton) dienen er 10 mengmonsters geanalyseerd te worden op PAK (10 VROM) GCMS. In de mengmonsters is rekening gehouden met een marge van 20 mm boven en onder de teerhoudende laag conform CROW-publicatie 210. De analyses op PAK (10 VROM) GCMS zijn door ALcontrol BV te Rotterdam uitgevoerd. Het analysecertificaat is weergegeven in bijlage 5. 3.3.2 PAK-analyses Het aantal te verrichten analyses is bepaald middels hoofdstuk P4.5 van CROW-publicatie 210. Per wegvak dienen minimaal de volgende aantallen analyses uitgevoerd te worden (tabel 4). Tabel 4: Minimum aantal te onderzoeken analyses. Wegvak

Gebruik van het asfalt

Oppervlakte (m2)

Dikte (m1)

Omvang* (tonnen)

Minimum aantal analyses

1

Irenestraat

344

0,038

33

1

2

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Eurodreef)

87

0,054

12

1

3

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Jan Campertstraat)

748

157

2

4

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Vierlanderdreef en Saffierdreef)

773

165

2

5

Prof. vd. Brinkstraat (t.h.v. Monseig. Nolenstraat en Diamantdreef)

714

106

2

6

Prof. Alberdingk Thijmstraat

312

0,095

75

1

A

Reparatievak Prof. vd Brinkstraat

103

0,039

10

1

558

10

0,084 0,085 0,059

Totaal *Uitgegaan is van een dichtheid van 2,5 kg/dm3.

Mengmonsters mogen samengesteld worden uit ten hoogste 3 verschillende lagen. De dikte van een asfaltpakket dat in één mengmonster mag worden verzameld bedraagt ten hoogste 20 centimeter. Per mengmonster mogen maximaal 3 verschillende boorkernen worden gebruikt. In tabel 5 is de analysestrategie weergegeven. Tabel 5: Analysestrategie PAK-analyses. Locatie Irenestraat

Prof. vd Brinkstraat

Wegvak

Boring

Aantal verschillende lagen

1

A201 A202

1 2

8-34 9-20

2

A203

1

7-38

3

A206 A207 A208

2 2 1

11-43 18-40 22-47

3

A206 A207 A208

1 1 1

43-95 40-72 47-86

Pagina 14 van 29

Traject (mm)

4

A209 A210 A211

1 1 1

20-35 19-41 22-50

4

A209 A210 A211

1 1 2

35-54 41-60 50-142

5

A212 A213 A214

1 1 1

22-37 18-36 20-35

5

A212 A213 A214

1 1 1

37-68 36-55 35-55

Prof. Alberdingk Thijmstraat

6

A215 A216

2 2

10-79 7-112

Reparatievak

A

A204

1

0-39

De analyses op PAK 10 VROM (middels HPLC) zijn uitgevoerd door ALcontrol BV te Rotterdam. Het analysecertificaat is weergegeven in bijlage 5. De beoordeling en interpretatie van de analyseresultaten geschiedt op basis van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Asfalt is niet-teerhoudend indien de concentratie PAK < 75 mg/kg ds. De toetsing van de analyseresultaten is weergegeven in tabel 6. Tabel 6: Toetsing van de analyseresultaten (mg/kg ds). Wegvak

Toetsing

Mengmonster (boring en traject)

Gehalte (mg.kg ds)

1

A201 (8-34) A202 (9-20)

69,52

75

niet-teerhoudend

2

A203 (7-38)

4,56

75

niet-teerhoudend

3

A206 (11-43) A207 (18-40) A208 (22-47)

11,13

75

3

A206 (43-95) A207 (40-72) A208 (47-86

0,14

75

4

A209 (20-35) A210 (19-41) A211 (22-50)

14,53

75

4

A209 (35-54) A210 (41-60) A211 (50-142)

0,19

75

5

A212 (22-37) A213 (18-36) A214 (20-35)

33,47

75

5

A212 (37-68) A213 (36-55) A214 (35-55)

1,6

75

Prof. Alberdingk Thijmstraat

6

A215 (10-79) A216 (7-112)

3,68

75

Reparatievak

A

A204 (0-39)

1,44

75

Locatie

Irenestraat

Prof. vd Brinkstraat

Toetsingswaarde

Conclusie

niet-teerhoudend

niet-teerhoudend

niet-teerhoudend

niet-teerhoudend

Pagina 15 van 29

niet-teerhoudend

niet-teerhoudend

niet-teerhoudend

niet-teerhoudend

In geen van de mengmonsters is een PAK gehalte boven de toetsingswaarde aangetroffen. De geanalyseerde asfaltlagen kunnen beoordeeld worden als niet-teerhoudend.

3.4. Hoeveelheden teervrij en teerhoudend asfalt Bij het PAK-marker onderzoek zijn bij alle asfaltkernen de toplaag een fluorescentie waargenomen. Deze toplaag is als teerhoudend aangemerkt. Bij de PAK-analyses zijn in de onderzochte asfaltlagen geen teerhoudende lagen aangetroffen. Op basis van deze onderzoeksresultaten kan gesteld worden dat het asfalt bij alle wegvakken een teerhoudende toplaag heeft tot 22 millimeter. De asfaltlagen daaronder zijn niet teerhoudend. Reparatievak A bestaat uit 1 laag en is ook niet teerhoudend. De definitieve indeling in teervrij en teerhoudende wegvakken is weergegeven in tabel 7. Tabel 7: Definitieve indeling teervrije en teerhoudende wegvakken. Wegvak

Gebruik van het asfalt

Oppervlakte (m2)

Dikte (m1)

Omvang* (tonnen) 25

1

Irenestraat

344

0,038

2

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Eurodreef)

87

0,054

3

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Jan Campertstraat)

748

4

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Vierlanderdreef en Saffierdreef)

773

5

Prof. vd. Brinkstraat (t.h.v. Monseig. Nolenstraat en Diamantdreef)

714

6

Prof. Alberdingk Thijmstraat

312

0,095

68

A

Reparatievak

103

0,039

10

0,084 0,085 0,059

Totaal

10 125 131 68

Irenestraat

344

0,038

2

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Eurodreef)

87

0,054

3

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Jan Campertstraat)

748

4

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Vierlanderdreef en Saffierdreef)

773

5

Prof. vd. Brinkstraat (t.h.v. Monseig. Nolenstraat en Diamantdreef)

714

6

Prof. Alberdingk Thijmstraat

312

0,095

7

B

Overige reparatievakken

150

?

?

Totaal

121

*: uitgegaan is van een dichtheid van 2,5 kg/dm3;

Pagina 16 van 29

0,085 0,059

Niet teerhoudende onderlaag

437

1

0,084

Conclusie

8 2 32 34 38

Teerhoudende toplaag tot 22 mm

4.

Funderingsonderzoek

4.1.

Onderzoeksstrategie

Verkennend asbestonderzoek Op basis van het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het asbestonderzoek van de fundering uitgevoerd conform onderzoeksprotocol NEN 5707, onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie heterogeen verdeeld. Het aantal inspectiegaten is gebaseerd op de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie (circa 8.800 m2). In tabel 8 zijn de uit te voeren werkzaamheden weergegeven. Tabel 8: onderzoeksopzet Type onderzoek

Strategie

oppervlak (m2)

VED

Asbest Milieuhygiënisch

-

Aantal inspectiegaten Tot 0,5 Tot max. m-mv 2,0 m-mv 17

8.800

-

Aantal analyses

4

3x asbest

-

3x uitloging 3x eluaatanalyse 3x PCB, PAK, minerale olie

Funderingsonderzoek De fundering die wordt aangetroffen onder het asfalt, de klinkerweg en het fietspad in de vorm van een (niet)- vorm gegeven bouwstof (bijvoorbeeld puingranulaat) wordt bemonsterd en geanalyseerd op de analyses vermeld in tabel 8.

4.2.

Veldwerkzaamheden en zintuiglijke waarnemingen

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd tussen 23 en 30 januari 2018 door de heer A.P.J. (Antoine) Franken, R .(Rudo) de Kroon, R.C.J. (Reinoud) de Jong, allen ervaren veldwerkers en medewerkers van MILON bv. De inspectiegaten zijn uitgevoerd zoals beschreven in bovenstaande tabel, daarbij zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ Het uitvoeren van een locatie-inspectie; ▪ Het verzamen van asbestverdacht materiaal op het maaiveld; ▪ Het visueel inspecteren van het uitgegraven en opgeboorde materiaal op asbestverdachte materialen, bodemsamenstelling en bijmengingen; ▪ Het verzamelen en verpakken van asbestverdacht materiaal; ▪ Het nemen van monsters per bodemlaag of per traject van 0,5 meter na voorbehandeling (zeven 20 mm) op basis van zintuigelijke waarnemingen; ▪ Het nemen van foto’s van de locatie; ▪ Het inmeten van de inspectiegaten ten opzichte van een vast punt. Ten tijde van het veldwerk was het circa 5 graden en bewolkt. Het maaiveld was bedekt met asfalt, klinkers en tegels (<25% was niet inspecteerbaar). 80% van het maaiveld is geïnspecteerd. De inspectie efficiency wordt op 70 tot 90% geschat. Tijdens de werkzaamheden zijn op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De fundering onder het asfalt in de Irenestraat is uiterst puinhoudend en zwak grindig.

De fundering onder het asfalt in de Professor van de Brinkstraat en Professor Alberdingk Thijmstraat is uiterst tot volledig slakhoudend. Onder het fietspad is een zwakke tot volledige menggranulaat laag aangetroffen.

Pagina 17 van 29

In onderstaande tabel 9 zijn deze resultaten weergegeven. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. De ligging van de proefgaten is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Tabel 9: Zintuigelijke waarnemingen Onderzoekslocatie

Monster

Asbestverdachte materialen Op het maaiveld

Irenestraat

MMC

-

In de geïnspecteerde grond -

Professor vd Brinkstraat en Professor Alberdingk Thijmstraat Fietspad

MMA MMB

-

-

MMD MME

-

-

Opmerkingen / veldwaarnemingen

Zwak tot sterk puinhoudend Zwak grindig Uiterst tot volledig slakhoudend Zwak tot volledig menggranulaat

- : geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% antropogene bijmenging; zwak: 1%-5% antropogene bijmenging; matig: 5%-15% antropogene bijmenging; sterk: 15%-50% antropogene bijmenging.

4.3.

Laboratoriumwerkzaamheden

De (meng)monsters zijn ter analyse aangeboden aan ALcontrol BV te Hoogvliet. ALcontrol BV is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd ISO/IEC 17025 en erkend door het Ministerie van IenM voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3 000) en voor de 'Analyse van bouwstoffen' (AP04). In tabel 10 zijn de (meng)monsters weergegeven met de analyses. Tabel 10: Monsterselectie Deellocatie

Analyse monster

Monsterdiepte

Irenestraat

MMC

0,03-0,30

A.Fund01

0,03-0,30

A.Fund02

0,09-0,30

Fund03*

0,06-0,30

14A

PCB, PAK, minerale olie Metalen

MMD

0,00-0,10

118

Grond Kwantitatief (10-12.5 kg)

MME

0,00-0,30

117

Puin kwantitatief (25-27 kg)

Professor vd Brinkstraat en Professor Alberdingk Thijmstraat Fietspad

Deelmonsters

Analyse

100 102

Puin kwantitatief (25-27 kg)

02

PCB, PAK, minerale olie Uitloging Eluaatanalyse

106 107 108 109

110 111 112 113

PCB, PAK, minerale olie Uitloging Eluaatanalyse

*: Dit monster is niet geanalyseerd op uitloging en het eluaat niet op metalen, de monster hoeveelheid was daarvoor te klein.

Pagina 18 van 29

4.4.

Interpretatie en toetsing

Wijze van beoordeling en toetsing Zowel in de Circulaire bodemsanering als de Regeling bodemkwaliteit is geen achtergrondwaarde opgenomen voor asbest. Beide documenten geven alleen een maximale waarde. De interventiewaarde uit de Circulaire en de grenswaarde uit de Regeling bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbest. Dit houdt in dat de concentratie van asbest wordt berekend als de totale concentratie aan serpentijn asbest (chrysotiel of witte asbest) vermeerderd met tienmaal de amfibool asbesten (b.v. crocidoliet, amosiet, anthophyliet actinoliet en tremoliet). De Circulaire geeft in bijlage 3 (saneringscriterium, protocol asbest) uitdrukkelijk aan, dat indien de gewogen asbestconcentratie meer dan 100 mg/kg d.s. bedraagt er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hiervoor geldt geen volumecriterium. Indien de concentratie asbest meer dan 100 mg/kg d.s. bedraagt dient een risicobeoordeling te worden uitgevoerd om te bepalen of er onaanvaardbare risico’s zijn. Indien het gehalte asbest in grond groter is dan 0,5 x interventiewaarde of in puin 0,5 x grenswaarde (oftewel 50 mg/kg gewogen asbest) dient een nader asbestonderzoek uitgevoerd te worden conform NEN5707 en/of NEN5897. Bij lagere gehalten (< 50 mg/kg gewogen asbest) mag niet van een verontreiniging van asbest worden gesproken.

Toetsing en interpretatie verkennend asbestonderzoek De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten is weergegeven in tabel 11. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 5. Analytisch is in geen van de monsters een asbestconcentratie boven de detectiegrens aangetoond (<2 mg/kg d.d.). Tabel 11: Overzicht analyseresultaten Analysemonster

Monstertrajec t (m -mv)

Deelmonsters

MMC

0,03-0,30

MMD

0,00-0,10

100 102 118

MME

0,00-0,30

117

Gemeten asbestconcentratie in mg/kg ds <20 mm >20 mm <2 -

Totaal gewogen asbestconcentratie mg/kg ds <2

<2

-

<2

<2

-

<2

-: gehalte < interventiewaarde of < grenswaarde;

Samenstelling fundering De (meng)monsters zijn in het laboratorium geanalyseerd op PCB, minerale olie en PAK. Tevens is een uitloogonderzoek (schudproef) uitgevoerd, waarbij het eluaat is geanalyseerd op 15 metalen en 4 anionen. Middels het onderzoek kan indicatief beoordeeld worden of het monster voldoet aan de eisen van een niet-vormgegeven bouwstof. De toetsing van de analyseresultaten, conform hoofdstuk 3 van de Regeling en bijlage A, is weergegeven in bijlage 5. Een samenvatting van de toetsing per mengmonster is weergegeven in tabel 12. In deze tabellen zijn uitsluitend de verhoogde parameters weergegeven. Tabel 12: Samenvatting toetsing van de analyseresultaten funderingsmateriaal. mengmonster

deelmonsters

laagdikte (mm )

toetsing Verhoogde parameters

Eindresultaat toetsing

02

0,03-0,30

PAK

Niet toepasbaar

Irenestraat A.Fund01

Professor van de Brinkstraat en Professor Alberdingk Thijmstraat Pagina 19 van 29

mengmonster

A.Fund02

deelmonsters 106 107 108 109

110 111 112 113

laagdikte (mm )

toetsing Verhoogde parameters

Eindresultaat toetsing

0,03-0,30

-

Toepasbaar

0,06-0,30

-

Toepasbaar*

Fietspad Fund03

14A

-: geen parameters verhoogd; *: eindresultaat is indicatief en uitsluitend gebaseerd op de organische parameters (minerale olie, PAK en PCB).

4.5.

Bespreking van de resultaten

Asbestonderzoek Ter plaatse is zintuigelijk geen asbesthoudend materiaal aangetroffen op het maaiveld of in het opgeboorde en geïnspecteerde materiaal aangetroffen. Van het opgeboorde materiaal zijn drie monsters voor analyse opgestuurd. De slakhoudende monsters (MMA en MMB) zijn niet asbestverdacht en niet voor analyse opgestuurd. Analytisch is in geen van de monsters een asbestconcentratie boven de detectiegrens (<2 mg/kg d.s.) aangetoond. De opgestelde hypothese ‘verdachte locatie heterogeen verdeeld’ dient verworpen te worden. De funderingen zijn daarmee niet verdacht op de aanwezigheid van asbest. Fundering De verharding van de onderzoekslocatie bestaat uit asfalt, klinkers en tegels. Onder de verharding is ter plaatse van de Irenestraat een zwak grindige, zwak tot sterk puinhoudende fundering aangetroffen. Onder de verharding is ter plaatse van Professor van de Brinkstraat en Professor Alberdingk Thijmstraat is een uiterst tot volledige slakhoudende fundering aangetroffen. Onder de verharding ter plaatse van het fietspad is lokaal een zwak tot volledige menggranulaat laag aangetroffen. Op basis van de analyseresultaten wordt verwacht dat de fundering ter hoogte van de Irenestraat niet voldoet aan de eisen van een niet-vormgegeven bouwstof. Van de overige funderingen wordt verwacht dat ze voldoen aan de eisen van een niet-vormgegeven bouwstof.

Ten aanzien van de onderzochte funderingslagen wordt nadrukkelijk opgemerkt dat de monsterneming en het laboratoriumonderzoek niet conform de regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn uitgevoerd. De onderzoeksresultaten zijn indicatief en uitsluitend bruikbaar voor de afvoer van de materialen naar een erkend verwerker of acceptant.

Pagina 20 van 29

5.

Verkennend bodemonderzoek

5.1.

Onderzoeksstrategie

De onderliggende bodem ter plaatse van de weg, het fietspad en de groenstrook dienen onderzocht te worden conform de NEN-5740, met de hypothese “onverdachte locatie” (ONV-NL). Het aantal te verrichten boringen en peilbuizen en de te analyseren grond- en

grondwatermonsters is vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie (circa 8.800 m2) zie tabel 13. Tabel 13: Veldwerk en laboratorium werkzaamheden. Onderzoekslocatie Snelfietsroute

oppervlak Aantal boringen (m2) Tot 0,5 m- Tot 2,0 mPeilbuis mv mv 8.800

13

4

2

Aantal analyses Grond Grondwater 5x std. pakket

1x std. pakket

Het standaardpakket grond bestaat uit zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), minerale olie, PAK, PCB, lutum en organische stof. Het standaardpakket grondwater bestaat uit zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen, vluchtige organische chloorkoolwaterstoffen en minerale olie;

De monsters worden ter analyse aangeboden aan ALcontrol te Rotterdam. ALcontrol is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd ISO/IEC 17025 en erkend door het Ministerie van IenM voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000) en voor de 'Analyse van bouwstoffen' (AP04).

5.2.

Veldwerkzaamheden en zintuiglijke waarnemingen

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd tussen 23 en 30 januari 2018 door de heer A.P.J. (Antoine) Franken, R. (Rudo) de Kroon, R.C.J. (Reinoud) de Jong, allen ervaren veldwerkers en medewerkers van MILON bv (zie bijlage 6). Tijdens het veldwerk is eerst een inspectie van het terrein uitgevoerd. Hierbij zijn geen bijzonderheden opgemerkt die op een mogelijke bodemverontreiniging duiden. De volgende werkzaamheden zijn uitgevoerd: ▪ het plaatsen van asfaltboringen (gecombineerd met het asfaltonderzoek); ▪ het plaatsen van boringen volgens tabel 13; ▪ het zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; ▪ het afpompen van de peilbuis na plaatsing. Op 5 februari heeft de bemonstering van het grondwater plaatsgevonden, uitgevoerd door de heer A.P.J (Antoine) Franken, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv (zie bijlage 6). Hierbij zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het bepalen van de grondwaterstand; ▪ het afpompen van de peilbuis, waarbij gelijktijdig de zuurgraad, geleiding en troebelheid van het grondwater zijn gemeten; ▪ het bemonsteren van het grondwater. Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater tijdens de grondwaterbemonstering gefiltreerd middels een 0,45 μm filter.

Pagina 21 van 29

De grond bestaat overwegend uit zwak tot sterk siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. Plaatselijk wordt grindhoudend zand aangetroffen. Zintuigelijk zijn funderingen aangetroffen met puin en slakken. Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2. In tabel 14 zijn de resultaten van de uitgevoerde veldmetingen tijdens de grondwaterbemonstering weergegeven. Tabel 14: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen. Peilbuis

Grondwaterstand (m -mv) 1,83

pH (-) 7,0

EGV (µS/cm)

04A

Filterstelling (m -mv) 2,80 - 3,80

559

Troebelheid (NTU) 94,6

15A

2,00 - 3,00

1,80

6,8

1025

111

De gemeten pH en geleidingsvermogen zijn als normaal te beschouwen voor de waargenomen bodemopbouw en de ligging van de locatie. Opgemerkt wordt dat de troebelheid in het grondwater hoger is dan de waarde die voor grondwater als normaal wordt geacht (< 10 NTU). Hierdoor kunnen concentraties van de organische parameters (zoals minerale olie en de individuele VOCL) hoger uitvallen. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging.

5.3. Laboratoriumwerkzaamheden De grond- en grondwatermonsters zijn ter analyse aangeboden aan ALcontrol bv te Rotterdam. ALcontrol bv is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd ISO/IEC 17025 en erkend door het Ministerie van IenM voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000) en voor de 'Analyse van bouwstoffen' (AP04). Van de in het veld genomen en separaat verpakte grondmonsters zijn in het laboratorium 5 mengmonsters samengesteld. In tabel 15 zijn per mengmonster de individuele grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven Tabel 15: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen. Analyse- Monstertraject Deelmonsters monster (m -mv) Professor van de Brinkstraat en Professor Alberdingk Thijmstraat A0,16 - 0,80 01 (0,30 - 0,80) 02 (0,30 - 0,80) MMBG01 07 (0,20 - 0,50) 09 (0,30 - 0,50) 10 (0,35 - 0,50) 11 (0,29 - 0,80) 12 (0,29 - 0,60) 13 (0,16 - 0,80) A0,80 - 2,00 08 (0,80 - 1,00) 08 (1,00 - 1,50) MMOG01 08 (1,50 - 2,00) 09 (1,00 - 1,50) 09 (1,50 - 2,00) Fietspad en groenstrook MMBG02 0,00 - 0,50 15A (0,30 - 0,50) 16 (0,10 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) Irenestraat en fietspad MMBG03 0,07 - 0,50 03 (0,07 - 0,27) 04 (0,10 - 0,25) 05 (0,07 - 0,50) 06 (0,07 - 0,50) MMOG02 0,80 - 2,00 04 (0,80 - 1,30) 04 (1,30 - 1,50) 14 (1,50 - 2,00) - : geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% antropogene bijmenging;

Pagina 22 van 29

Opmerkingen / veldwaarnemingen

Aangevraagde analyses

-

Standaardpakket incl. lu/os

-

Standaardpakket incl. lu/os

-

Standaardpakket incl. lu/os

zwak grindhoudend

Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os

-

zwak: 1%-5% antropogene bijmenging; matig: 5%-15% antropogene bijmenging; sterk: 15%-50% antropogene bijmenging.

De grondmengmonsters zijn geanalyseerd op een standaardpakket voor grond (bestaande uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organische stof). De grondwatermonsters zijn geanalyseerd op een standaardpakket voor grondwater (bestaande uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen). Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5.

5.4.

Interpretatie en toetsing

4.1.

Wijze van beoordeling en toetsing

Wet bodembescherming De beoordeling en interpretatie van de analyseresultaten van de grond en het grondwater geschiedt op basis van respectievelijk het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. In deze beleidstukken wordt onderscheid gemaakt in twee verschillende toetsingsniveaus: ▪ het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige risico’s bestaan voor het ecosysteem en er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Getalsmatig wordt dit voor grond ingevuld door de achtergrondwaarde (AW), voor grondwater door de streefwaarde (S); ▪ het toetsingsniveau dat aangeeft waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Getalsmatig wordt dit voor zowel grond als grondwater ingevuld door de interventiewaarde (I). De interpretatie en toetsing heeft plaatsgevonden middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa-service) van Rijkswaterstaat. De BoToVa is het instrument dat de toetsingsregels uit de bodemwetgeving vanuit het Rijk op digitale wijze toegankelijk maakt voor applicaties van gebruikers die de toetsing aan bodemnormen uitvoeren. MILON bv voert de toetsing uit middels de applicatie Terra Index welke wordt beheerd door I.T. Works te Delft.

De analyseresultaten (oftewel meetwaarden) van de grond en het grondwater zijn respectievelijk getoetst aan testcode T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb). Voordat de meetwaarden van grond kunnen worden getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden dienen deze op basis van het lutum- en/of organischestofgehalte van de bodem gecorrigeerd te worden naar gestandaardiseerde waarden (GSSD). Voor grondwater vindt er geen correctie plaats. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt voor grond en grondwater een indexwaarde berekend (Index = (GSSD - AW) / (I - AW)). Is deze indexwaarde voor een parameter groter dan 1,0 is sprake van een ernstig bodemverontreiniging. Als de waarde groter is dan 0,5 dan bestaat er een vermoeden dat er een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. Nader onderzoek is in deze situatie vaak wenselijk/noodzakelijk. Met spreekt dan van matig verontreinigd (voormalige tussenwaarde). In tabel 16 is weergeven wat deze indexwaarde voor de grond en het grondwater betekend en hoe overschrijdingen worden weergeven in de toetsingstabellen.

Pagina 23 van 29

Tabel 16: Toetsingsniveaus en weergave in tabellen weergave in tabellen

betekenis

<0

>0 <0,5

>0,5 <1,0

>1,0

Niet verontreinigd (schoon). Het concentratieniveau van de parameter geeft aan dat sprake is van een goede bodemkwaliteit. Er is geen sprake van een verontreiniging. Licht verontreinigd. Het concentratieniveau van de parameter is hoger dan de achtergrond- of streefwaarde. Ondanks de lichte verhoging kan voor de parameter uitgegaan worden van verwaarloosbare risico's. Matig verontreinigd. Het concentratieniveau van de parameter is dermate verhoogd dat het vermoeden bestaat dat er een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. Nader onderzoek is wenselijk/noodzakelijk. Ernstig verontreinigd. Voor de parameter is sprake van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.

>AW en < I of >S en < I Index >0,5

>I

-: alle concentraties zijn lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde; >A: de concentratie is hoger dan de achtergrondwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde; >T: de concentratie is hoger dan de tussenwaarde en lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I: de concentratie is hoger dan de interventiewaarde

Besluit bodemkwaliteit (Bbk) De analyseresultaten van de grondmengmonsters zijn eveneens geïnterpreteerd aan de regels die gelden voor het toepassen van grond zoals beschreven in het Besluit bodemkwaliteit. Voor het toepassen van grond op landbodem gelden 4 bodemkwaliteitsklassen: 1) Altijd toepasbaar (schone grond); 2) Klasse Wonen; 3) Klasse Industrie; 4) Niet toepasbaar. Ter indicatie van de kwaliteit van de te ontgraven grond worden de analyseresultaten geïnterpreteerd aan het generieke stelsel van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Hiervoor zijn de analyseresultaten getoetst aan de normwaarden uit bijlage B in de Regeling, zoals omschreven in hoofdstuk 4 van de Regeling (generiek toetsingskader). Opgemerkt wordt dat het resultaat van de toetsing binnen dit veldonderzoek indicatief is. Standaard RAW bepalingen 2015 De analyseresultaten van de SCG-zeefkromme zijn indicatief geïnterpreteerd aan de eisen voor ‘zand in zandbed’, 'straatzand', 'drainzand' en 'zand' in aanvulling en ophoging’ zoals gedefinieerd in de Standaard RAW-bepalingen 2015.

4.2.

Toetsing van de analyseresultaten

De toetsing van de analyseresultaten voor de (boven- en onder)grond, het grondwater en de zeefkromme is weergegeven in bijlage 4. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 17 en 18. In deze tabellen zijn uitsluitend de verhoogde parameters weergegeven. De resultaten van de zeefkromme is weergegeven in tabel 19. Tabel 17: Toetsing van de analyseresultaten (grond) Analysemonster AMMBG01

Monstertraject (m -mv) 0,16 - 0,80

Deelmonsters 01 (0,30 - 0,80) 02 (0,30 - 0,80) 07 (0,20 - 0,50) 09 (0,30 - 0,50) 10 (0,35 - 0,50) 11 (0,29 - 0,80)

Wbb > AW en <= I -

Pagina 24 van 29

Bbk >I -

Index >0,5 -

Altijd toepasbaar

Analysemonster

Monstertraject (m -mv)

AMMOG01

0,80 - 2,00

MMBG02

0,00 - 0,50

MMBG03

0,07 - 0,50

MMOG02

0,80 - 2,00

Deelmonsters 12 (0,29 - 0,60) 13 (0,16 - 0,80) 08 (0,80 - 1,00) 08 (1,00 - 1,50) 08 (1,50 - 2,00) 09 (1,00 - 1,50) 09 (1,50 - 2,00) 15A (0,30 - 0,50) 16 (0,10 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 03 (0,07 - 0,27) 04 (0,10 - 0,25) 05 (0,07 - 0,50) 06 (0,07 - 0,50) 04 (0,80 - 1,30) 04 (1,30 - 1,50) 14 (1,50 - 2,00)

Wbb > AW en <= I

>I

Index >0,5

Bbk

-

-

-

Altijd toepasbaar

zink (0,07) cadmium (-) lood (0,04)

-

-

Klasse wonen

-

-

-

Altijd toepasbaar

-

-

-

Altijd toepasbaar

-: geen gehalte hoger dan de betreffende toetsingswaarde; >S (+index): de concentratie is hoger dan de streefwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde (licht verontreinigd); >I: de concentratie is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd); Index >0,5: berekend door (Gestandaardiseerde waarde - S) / (I – S).

Tabel 18: Toetsing van de analyseresultaten (grondwater) Analysemonster 04A-1-1 15A-1-1

Filterstelling (m -mv) 2,80 - 3,80 2,00 - 3,00

> S (+index)

>I

Index >0,5

xylenen (som) (-) barium (0,01)

-

-

-: geen concentratie hoger dan de betreffende toetsingswaarde; >S (+index): de concentratie is hoger dan de streefwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde (licht verontreinigd); >I: de concentratie is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd); Index >0,5: berekend door (Gestandaardiseerde waarde - S) / (I – S).

Tabel 19: Toetsing van de analyseresultaten (RAW). Analysemonster

Deelmonsters (traject, m mv)

Draineerzand

Zand in aanvulling of ophoging

Zand in zandbed

Straatzand

Zeefkromme A (Asfalt)

06 07 08 09

10 11 12 13

voldoet

voldoet

voldoet

voldoet niet

Zeefkromme 2

104

105

voldoet niet

voldoet

voldoet

voldoet niet

Zeefkromme 3

15A (30-50) 16 (10-50) 17 (0-50)

18A (30-50) 19 (0-50)

voldoet niet

voldoet

Voldoet niet

voldoet niet

Zeefkromme 4

01 (30-80) 02 (30-80)

03 (7-27) 04 (10-25)

voldoet niet

voldoet

voldoet niet

voldoet niet

Pagina 25 van 29

5.5. Bespreking van de resultaten Grond Zintuigelijk zijn funderingen aangetroffen van puin, slakken en menggranulaat. Analytisch zijn licht verhoogde gehalten zink, cadmium en lood aangetroffen in 1 mengmonster ter hoogte van het fietspad en de groenstrook. De overige onderzochte parameters zijn niet in verhoogde gehalten aangetroffen. Voor de licht verhoogde gehalten in de bodem is geen eenduidige verklaring, wel is bekend dat bij eerdere onderzoeken diverse metalen verhoogd zijn aangetroffen. Grondwater Voor de gehele onderzoekslocatie geldt dat tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen bijzonderheden zijn waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van het grondwater. Analytisch is in het grondwater een zeer licht verhoogde concentratie xylenen en barium aangetroffen. De concentratie xylenen is gelijk aan de achtergrondwaarde en voor barium geldt geen toetsingswaarde meer. De overige onderzochte parameters zijn niet in verhoogde concentraties aangetroffen. Hypothese Op basis van de analyseresultaten dient formeel de hypothese ‘onverdachte locatie’ ter hoogte van het fietspad en groenstrook te worden verworpen. Voor de overige locaties kan de hypothese ‘onverdachte locatie’ behouden blijven.

Civieltechnische kwaliteit Op basis van de uitgevoerde SCG-zeefkrommes wordt verwacht dat de gehele bodemlaag tot circa 0,50 m-mv op de onderzoekslocatie zal voldoen aan de eisen voor ‘zand in aanvulling of ophoging’. Voorlopige veiligheidsklasse Bij werkzaamheden in of met verontreinigde grond dient de veiligheidsklasse te worden bepaald. Bij de bepaling van de veiligheidsklasse wordt uitgegaan van de maximale concentraties van de aanwezige verontreinigde stoffen. Binnen de veiligheidsklasse bestaan de volgende aanduidingen: • Basisklasse: van toepassing bij licht tot matige verontreinigingen; • T- en F-klassen: zijn van toepassing wanneer de grond sterk is verontreinigd. De klasse is afhankelijk van de aard van de stof en de concentratie waarin deze voorkomt. CROW-publicatie 132 (4e druk) is als leidraad gebruikt voor het voorlopig bepalen van deze veiligheidsklasse. Voor de werkzaamheden ter plaatse van de onderzoekslocatie geldt geen veiligheidsklasse (bijlage 7). Opgemerkt wordt dat deze veiligheidsklasse voorlopig is, er geen regeling is gehouden met asbest en de definitieve veiligheidsklasse door een veiligheidskundige bepaald dient te worden.

Pagina 26 van 29

6.

Samenvatting en conclusies

Door MILON bv te Schijndel is in opdracht van de heer G. Schel, namens de Jens B.V., in januari en februari 2018 een asfalt-, funderings-, asbest- en bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van de Snelfietsroute te Cuijk. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen onderhoudswerkzaamheden, met als leidraad de CROW-publicatie 210 “Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt, Selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt” en de NEN 5725, NEN 5740 en NEN5707. Hieronder zijn de onderzoeksresultaten samengevat. Vooronderzoek De onderzoekslocatie betreft drie straten, een fietspad en groenstrook ten noorden van het centrum van Cuijk; Irenestraat, Professor van de Brinkstraat en Professor Alberdingk Thijmstraat. De Irenestraat, het fietspad en de groenstrook zijn langs het spoor gelegen. De totale lengte van de onderzoekslocatie is circa 1700 meter met een oppervlakte van circa 8.300 m2. De verharding bestaat uit klinkers, asfalt en stoeptegels. De Irenestraat dateert van omstreeks 1955 en ligt in de wijk Cuijk. Het overige deel van de onderzoekslocatie ligt in de wijk De Veluwe en dateert van omstreeks 1966-1981. Langs de gehele onderzoekslocatie zijn woningen gelegen. Er zijn geen eerdere (bodem)onderzoeken uitgevoerd ter hoogte van de onderzoekslocatie.

In de directe omgeving zijn bodem-, asfalt en civieltechnische onderzoeken uitgevoerd. Hieruit blijkt de aanwezigheid van (mogelijk) gesaneerde HBO-tanks bij meerdere woningen. Zintuigelijk zijn in de bodem bijmengingen met puin, slakken, baksteen en kolengruis waargenomen. Er zijn lichte verontreinigingen aangetroffen in de bovengrond met PAK, PCB, minerale olie, tetrachlooretheen en diverse metalen. In het grondwater lichte verontreinigingen met tetrachlooretheen en diverse metalen. Er is geen historische informatie bekend over de asfaltverhardingen. De datum van aanleg alsmede gegevens over gebruikte materialen, nadenplannen en de opbouw en dikte van de asfaltverhardingen zijn niet bekend. Ook is geen informatie bekend over de aard van de fundering (puin, zand, granulaat). Aangezien enkele locaties mogelijk gedeeltelijk zijn gelegen binnen de invloedsfeer van de spoorgebonden processen, kunnen licht verhoogde gehalten met metalen, PAK en minerale olie worden aangetroffen. Op basis van de verkregen informatie is binnen de onderzoekslocatie geen sprake (geweest) van een verdachte locatie of bodembedreigende activiteiten. Vooralsnog wordt er binnen de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging verwacht. Daarom is de hypothese ‘onverdachte locatie’ opgesteld.

Onderzoeksresultaten Asfaltonderzoek Tijdens de inspectie van het asfalt zijn 24 wegvlakken, reparatievakken of andere bijzondere weggedeelten aangetroffen. Daarvan zijn 7 geselecteerde wegvakken in de uitvoeringsfase onderzocht. In totaal zijn 16 asfaltkernen bemonsterd en onderzocht op laagopbouw en PAK-marker. Op basis van de analyseresultaten zijn vervolgens 10 (meng)monsters geanalyseerd op PAK 10 VROM (GCMS). Uit de analyseresultaten (PAKmarker en PAK 10 VROM) blijkt dat in geen van de onderzochte kernen teerhoudende lagen aanwezig zijn. De indeling in teervrije wegvakken is weergegeven in tabel 20.

Pagina 27 van 29

Tabel 20: Definitieve indeling teervrije en teerhoudende wegvakken. Wegvak

Gebruik van het asfalt

Oppervlakte (m2)

Dikte (m1)

Omvang* (tonnen)

1

Irenestraat

344

0,038

25

2

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Eurodreef)

87

0,054

10

3

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Jan Campertstraat)

748

4

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Vierlanderdreef en Saffierdreef)

773

5

Prof. vd. Brinkstraat (t.h.v. Monseig. Nolenstraat en Diamantdreef)

714

6

Prof. Alberdingk Thijmstraat

312

0,095

68

A

Reparatievak

103

0,039

10

0,084 0,085 0,059

Totaal

125 131 68

Irenestraat

344

0,038

8

2

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Eurodreef)

87

0,054

2

3

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Jan Campertstraat)

748

4

Prof. vd Brinkstraat (t.h.v. Vierlanderdreef en Saffierdreef)

773

5

Prof. vd. Brinkstraat (t.h.v. Monseig. Nolenstraat en Diamantdreef)

714

6

Prof. Alberdingk Thijmstraat

312

0,095

B

Overige reparatievakken

150

?

?

Totaal

121

0,085 0,059

Niet teerhoudende onderlaag

437

1

0,084

Conclusie

32 34 38

Teerhoudende toplaag tot 22 mm

7

*: uitgegaan is van een dichtheid van 2,5 kg/dm3; **: schatting.

Het onderzoek heeft geleid tot een goede indicatie van de dikte, gelaagdheid en teerhoudendheid van het asfalt. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Tijdens het onderzoek zijn binnen de wegvakken 17 reparatievakken waargenomen. Indien in de uitvoeringsfase toch onverhoopt meer reparatievakken worden aangetroffen dienen deze separaat en als teerhoudend asfalt te worden afgevoerd. Funderingsonderzoek De verharding van de rijbanen en het fietspad bestaat gedeeltelijk uit asfalt, klinkers en stoeptegels. Onder de verharding is een fundering aangetroffen van puin, slakken en menggranulaat. Uit de analyseresultaten van de onderzochte funderingen blijkt dat de puinfundering niet voldoet aan de eisen van een niet-vormgegeven bouwstof. De overige funderingen wel. Ten aanzien van het bovenstaande wordt opgemerkt dat er voor fundering 3 (onder het fietspad) geen onderzoek heeft plaatsgevonden naar het uitlooggedrag van de fundering. De funderingen zijn tevens onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen en analytisch is in geen van de monsters een asbestconcentratie boven de detectiegrens aangetroffen. Verkennend bodemonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de grond bijmengingen aangetroffen van puin, slakken, beton en menggranulaat.

Voor het overige zijn geen waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Specifiek wordt vermeld dat er

Pagina 28 van 29

geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. In onderstaande tabel zijn de analyseresultaten samengevat. Tabel 21: Onderzoeksresultaten grond. Milieuhygiënische kwaliteit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=17e41b25-2a00-479f-972a-cf3c193c6730