CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

09-05 Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 10 Proefsleuvenonderzoek.pdf - Bijlagen bij de toelichting_B.pdf

Cuijk - raadsvergadering 1 februari 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (A-stuk) Voorstel 2021-05 tot vaststelling Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Cuijk, Valuwe, Mgr. Zwijssenstraat en vaststelling het beeldkwaliteitsplan Mgr. Zwijssenstraat3.421 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatierapport Cuijk Zwijssenstraat Archeologisch onderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P).

T. Vanderhoeven & K. Grothe

EARTH Integrated Archaeology Rapporten

121

Opdrachtgever

Aeres Milieu B.V.

Colofon EARTH Integrated Archaeology Rapporten 121 Evaluatierapport Cuijk Zwijssenstraat. Archeologisch onderzoek door middel van proefsleuven Auteurs: T. Vanderhoeven & K. Grothe In opdracht van: Aeres Milieu B.V. © EARTH Integrated Archaeology Amersfoort, juli 2019 Foto’s en tekeningen: EARTH Integrated Archaeology, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. EARTH Integrated Archaeology aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. Autorisatie: drs. T. Vanderhoeven EARTH Integrated Archaeology BV Senior KNA-archeoloog EARTH Integrated Archaeology Tel 033-4554127 Basicweg 19 3821 BR Amersfoort Email contact@earth-archaeology.com Website www.earth-archaeology.com

Inhoudsopgave Colofon ................................................................................................................................................... 2 Inhoudsopgave ...................................................................................................................................... 3 Administratieve gegevens..................................................................................................................... 4 Samenvatting ........................................................................................................................................ 5 1 Inleiding .............................................................................................................................................. 7 1.1 Aanleiding van het onderzoek ........................................................................................... 7 1.2 Doel ..................................................................................................................................... 7 1.3 Vraagstelling ....................................................................................................................... 8 1.4 Ligging plangebied .............................................................................................................

9 1.5 Archeologische verwachting .............................................................................................. 9 2 Resultaten veldwerk ........................................................................................................................ 12 2.1 Onderzoeksstrategie ........................................................................................................ 12 2.2 Aangetroffen sporen en vondsten ................................................................................... 12 2.3 Bodem en landschap ....................................................................................................... 16 3 Selectie uitwerking .......................................................................................................................... 19 3.1 Vondsten........................................................................................................................... 19 3.2 Monsters ........................................................................................................................... 19 3.3 Rapportage ....................................................................................................................... 19 3.4 Deponeren ........................................................................................................................

19 4 Beantwoording onderzoeksvragen ................................................................................................. 20 5 Conclusies en aanbevelingen ......................................................................................................... 23 Lijst met afbeeldingen ........................................................................................................................ 24 Literatuur ............................................................................................................................................. 25

Administratieve gegevens EARTH projectnummer Datum Projectnaam Toponiem Plaats Gemeente Provincie Oppervlakte plangebied Huidig grondgebruik Aanleiding onderzoek Onderzoeksmelding Archis3 Uitvoerder

Contactpersoon

Opdrachtgever Contactpersoon

Bevoegd Gezag

Uitvoeringsperiode onderzoek Beheerder en plaats documentatie

2019-060 Juli 2019 Cuijk Zwijssenstraat Zwijssenstraat Cuijk Cuijk Noord Brabant 5750 m² (Te ontgraven: 575 m²) Sporthal met parkeervoorziening Nieuwbouw 4710460100 EARTH Integrated Archaeology BV Basicweg 19 3821 BR Amersfoort Timo Vanderhoeven T: 033 455 41 27 / 06 28266175 E: t.vanderhoeven@eartharchaeology.com Aeres Milieu B.V. Dhr. N. van der Feest nico.vd.feest@aeres-milieu.nl 0475 320 000 Gemeenschappelijke regeling Werkorganisatie CGM Postbus 7 5360 AA Grave T: 0485 396600 Juni 2019 EARTH Integrated Archaeology BV, Amersfoort Provinciaal Depot voor Bodemvondsten NoordBrabant

Samenvatting Doel- en vraagstelling In opdracht van Aeres Milieu B.V. heeft EARTH Integrated Archaeology in juni 2019 archeologisch onderzoek uitgevoerd. Op de locatie aan de Mgr. Zwijssenstraat zijn drie proefsleuven onderzocht onder SIKB BRL4000 protocol 4003 IVO-P. De aanleiding voor dit onderzoek zijn de geplande toekomstplannen voor dit terrein. Het archeologisch onderzoek wordt vooraf uitgevoerd om onverwachte vertragingen later in het proces te voorkomen. Hoofddoel van dit inventariserend veldonderzoek middels proefsleuven (IVO-P) is het karteren van archeologische fenomenen evenals het documenteren en bergen van mogelijk aanwezige archeologische vondsten. Hierbij wordt gekeken naar de inhoudelijke en fysieke kwaliteit van de locatie (aard, ouderdom, omvang, gaafheid, conservering). Daarnaast is het documenteren van de bodemopbouw in het plangebied van belang.

Methoden Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn drie werkputten aangelegd, ingemeten en gedocumenteerd. In deze putten is één vlak aangelegd. Er is gegraven met een graafmachine met gladde bak op aanwijzen van de uitvoerend (senior KNA-) archeoloog. Door diverse omstandigheden zoals de verharde parkeerplaats, sportgebouwomheining en afvalcontainers, is er iets afgeweken van het geplande puttenplan.

Resultaten Binnen het plangebied zijn twee archeologische sporen en een gering aantal vondsten aangetroffen. Tijdens de aanleg van put 3 is een vrij hoge concentratie handgevormd aardewerk uit de IJzertijd aangetroffen, veelal kleine scherven en afkomstig uit twee vakken. De bodem van het plangebied is grotendeels verstoord door de bouw en sloop van de basisschool die er tot kort voor de opgraving stond. Aangezien deze verstoringen veelal tot een grote diepte gingen (ca. 70-100 cm) en tot in de C-horizont reikten, waren de archeologische lagen geroerd en is er weinig archeologische informatie bewaard gebleven. De vooraf opgestelde verwachting is als correct beaamd, waarbij werd aangegeven dat er archeologische indicatoren uit de IJzertijd en Romeinse Tijd werden verwacht. Echter door de

grootschalige verstoringen en het gebrek aan samenhangende archeologische indicatoren wordt geadviseerd om dit plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkelingen.

1 Inleiding In opdracht van Aeres Milieu B.V. heeft EARTH Integrated Archaeology in juni 2019 een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Op de locatie aan de Mgr. Zwijssenstraat in Cuijk zijn drie proefsleuven onderzocht onder SIKB BRL4000 protocol 4003 IVO-P.

1.1 Aanleiding van het onderzoek De aanleiding voor dit onderzoek zijn de toekomstige ontwikkelingsplannen voor dit terrein. In het plangebied zal herontwikkeling plaatsvinden, waarbij er voorafgaand aan dit onderzoek reeds een basisschool gesloopt is. De exacte ontwikkelingsplannen zijn nog niet bekend. Het gebied valt binnen het bestemmingsplan “De Valuwe” en heeft een dubbelbestemming met “Waarde archeologie 5”. Dit houdt in bij bodemingrepen die een grotere oppervlakte hebben dan 2500 m2, voor aanvang van de werkzaamheden een rapport dient te worden overlegd over de archeologische waarde binnen het plangebied. Uit eerder uitgevoerd bureau- en booronderzoek nabij het plangebied in maart 2019 bleek dat het plangebied archeologische resten kan herbergen.1 Het booronderzoek toonde aan dat het plangebied bestaat uit een antropogeen geroerde bovenlaag en archeologische resten werden verwacht in tenminste de top van de aangetroffen BC-horizont. Het bureauonderzoek concludeert dat het plangebied kan worden beschouwd als gelegen in het zoekgebied voor een Romeinse weg. Op grond hiervan is door de archeologisch adviseur van de bevoegde overheid aanbevolen dat (verder) onderzoek naar de archeologische waarden in het plangebied nodig is, middels Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P).

1.2 Doel Hoofddoelen van dit inventariserend veldonderzoek middels proefsleuven (IVO-P) zijn: •

Het karteren van archeologische fenomenen en het toetsen van eerder geformuleerde verwachtingen hieromtrent.

•

Het documenteren en bergen van mogelijk aanwezige archeologische vondsten.

•

Het documenteren van de bodemopbouw in het plangebied.

1 Hagens & De Kramer, 2019.

1.3 Vraagstelling Voorafgaand aan het onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) opgesteld.2 Hierin zijn de vraagstelling en onderzoeksstrategie vastgelegd. In de nabije omgeving van het gebied bevinden zich geen AMK-terreinen. De centrale vraagstelling voor dit onderzoek is gericht op het bepalen of er een vindplaats aanwezig is en wat de aard, kwaliteit en omvang van deze mogelijke vindplaats is. Om de overkoepelende vraagstelling gefundeerd te kunnen beantwoorden, dienen, voor zover mogelijk, de volgende onderzoeksvragen beantwoord te worden (onderzoeksvragen conform PvE): 1.

Hoe ziet de geologische/bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

2.

In welke mate is het gebied verstoord?

3.

Zijn er archeologische sporen, resten of intacte vondstlagen aanwezig in het plangebied?

Specifieke vragen indien archeologische sporen, resten of intacte vondstlagen worden aangetroffen tijdens het archeologische proefsleuvenonderzoek, te beantwoorden per te onderscheiden vindplaats: 4.

Van welk vindplaatstype is er sprake?

5.

Wat is de datering van de vindplaats?

6.

Wat is de ruimtelijke begrenzing, de ligging en de omvang van de vindplaats?

7.

Waaruit bestaan de archeologische resten die zijn aangetroffen?

8.

Indien grondsporen zijn aangetroffen: op welk niveau zijn deze leesbaar?

9.

Wat is de precieze situatie met betrekking tot de gaafheid en conservering van de archeologische

vondsten/sporen? 10. Zijn er aanwijzingen voor verschillende bewoningsfasen? 11. Is er een ensemblewaarde met vindplaatsen in de omgeving van het plangebied? 12. Wat is de relatie tussen de vindplaats en het omringende landschap? 13. In hoeverre zijn de binnen het plangebied aangetroffen vindplaatsen als behoudenswaardig te klasseren? 14. Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van een Romeinse weg? 15. Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van een weg uit een andere periode? Zo ja, hoe valt deze weg te dateren en op basis waarvan?

2 Van der Feest 2019.

1.4 Ligging plangebied Het plangebied bevindt zich tussen de Monseigneur Zwijssenstraat in het noorden en de Karel Doormanstraat in het zuiden te Cuijk (zie Afb.1). Het plangebied was ten tijde van het onderzoek in gebruik als braakliggend terrein met een grasveld en verharde parkeerplaats. Afbeelding 2 geeft het uiteindelijke puttenplan binnen het plangebied weer, door diverse omstandigheden (verharde parkeerplaats, sportgebouw en afvalcontainers) is er iets afgeweken van het geplande puttenplan.

Afbeelding 1: Ligging van het plangebied in Cuijk met het oorspronkelijke puttenplan.

1.5 Archeologische verwachting In de omgeving van het plangebied liggen geen AMK-terreinen. Uit het vooronderzoek blijkt dat er een goede trefkans is voor resten uit alle perioden. Echter door de reeds aanwezige bebouwing en de daarmee gepaard gaande bodem roerende activiteiten zullen de meer kwetsbare resten uit de periode van de jagersverzamelaars waarschijnlijk niet langer in-situ aanwezig zijn. Hierdoor wordt de verwachting voor vuursteenvindplaatsen als laag beschouwd. In de directe omgeving is er sprake van een Romeinse

weg die Cuijk met Katwijk (L) verbindt. Mogelijk zijn delen van het tracé van de Romeinse weg Via Mosae (of mogelijke voorgangers of alternatieve routes hiervan) aanwezig binnen het plangebied. Het plangebied kan beschouwd worden als gelegen in het zoekgebied voor een dergelijke weg. Het zwaartepunt zal waarschijnlijk met name liggen op kans op het treffen van een dergelijke Romeinse weg.

Afbeelding 2: Ligging van het plangebied in Cuijk met de uiteindelijk uitgezette putten.

Afbeelding 3: Ligging van het plangebied. Rechtsboven ligt de verharde parkeerplaats, centraal is het sportgebouw met omheining te zien. Links, buiten de foto, staan afvalcontainers op de plek van de geplande werkput 3.

2 Resultaten veldwerk 2.1 Onderzoeksstrategie In algemene zin is er gewerkt volgens KNA 4.1 (deelproces 2, specificaties OS 02 t/m OS 11) en volgens de KNA-Leidraad Veldhandleiding Archeologie 2002. Meer specifiek is gewerkt conform de eisen in het PvE.

Tijdens

het

proefsleuvenonderzoek

zijn

drie

werkputten

gedocumenteerd. In deze putten is laagsgewijs steeds één

aangelegd,

ingemeten

en

vlak aangelegd tot het beoogde

archeologische niveau. Er is gegraven met een graafmachine met gladde bak op aanwijzen van de uitvoerend (senior KNA-) archeoloog. In alle werkputten is een representatief profiel (noordwand) van circa 2 meter opgeschaafd, gefotografeerd en getekend om de bodemopbouw vast te leggen.

2.2 Aangetroffen sporen en vondsten Bij aanvang van de werkzaamheden zijn de putten ontgraven onder toezicht van de senior KNAarcheoloog. In alle werkputten zijn in geringe mate vondsten en sporen aangetroffen. Werkput 1 bevatte geen sporen, echter bij de aanleg van het vlak werden twee aardewerkscherven uit de IJzertijd aangetroffen, een groot stuk natuursteen en tefriet. In de stort van werkput 1 is tevens een varkenskies gevonden en een stuk lood (functie onbekend). In profielwand 1 zijn twee scherven ijzertijdaardewerk aangetroffen. De bodem was grotendeels verstoord tot in de C-horizont. Werkput 2 bevatte één spoor, een vermoedelijke paalkuil (zie Afb.4). Een tweede spoor (spoor 2) uit deze put werd bij het couperen geherinterpreteerd als een natuurlijke depressie, waarna hiervan een profiel is geschaafd. Tijdens het afwerken van de paalkuil (Spoor 1) is houtskool aangetroffen, verder zijn er geen archeologische vondsten aangetroffen in werkput 2. De bodem was zeer verstoord met recent puin, piempschuim en PVC-buizen, veelal tot in de C-horizont. Bij de aanleg van werkput 3 (vlak 1) werden meerdere ploegsporen blootgelegd uit de Middeleeuwen of Nieuwe Tijd. Deze zijn gefotografeerd en hierna is het vlak aangelegd tot op diepte van het beoogde archeologisch niveau. Een vermoedelijk spoor (spoor 3) uit de Nieuwe Tijd (kuil) bleek later om een verstoring te gaan.

Dit spoor bevatte zowel een scherf vensterglas uit de Nieuwe Tijd alsmede plastic. Tevens werd de oude fundering van de zandbak van de basisschool blootgelegd, de bodem in put 3 was hierdoor voor een groot gedeelte verstoord. Richting het oosten van werkput 3 neemt deze verstoring af en bij het aanleggen van vlak 1 werden in zowel vak 8 als 9 meerdere aardewerkscherven (57 stuks) uit de IJzertijd aangetroffen. Hier zat één gedraaide scherf tussen, afkomstig uit de Romeinse Tijd. Tevens

bevond zich in vak 8 een vermoedelijke paalkuil (spoor 4, afbeelding 5). Deze is gedocumenteerd en bij het afwerken zijn geen verdere vondsten aangetroffen.

Afbeelding 4: Aangetroffen paalkuil, gecoupeerd (werkput 2, spoor 1)

Afbeelding 5: Aangetroffen paalkuil,, gecoupeerd (werkput 3, spoor 4)

Afbeelding 6: Spoor 1, gecoupeerd.

Afbeelding 7: Spoor 4, gecoupeerd.

Afbeelding 8: De allesporenkaart van het plangebied. De sporen (groen) betreffen twee paalkuilen, de grijze sporen geven verstoorde sporen weer.

2.3 Bodem en landschap Om de bodemopbouw/stratigrafie in het plangebied te kunnen bestuderen zijn vier profielwanden gedocumenteerd (twee profielen in put 3) en betreft het in alle gevallen de noordwand. Ter verduidelijking van de bodemopbouw, geven afbeeldingen 10 t/m 13 deze weer in een gedigitaliseerde profieltekening. De verstoring in de drie putten reikt veelal tot in de C-horizont (c. 70 – 100cm). In werkput 1 gaat de A-horizont over in de C-horizont en is er geen duidelijke B-horizont gevormd. In de Chorizont is een dunne grijze begraven bodem zichtbaar. Deze laag komt tevens terug in profiel 2 en 3 en duidt erop dat er enige bodemvorming heeft plaats gevonden. In dit pakket is geen enkele vondst, spoor, of aanwijzing voor antropogene activiteiten gevonden. Alle profielen duiden op een afgetopte Chorizont met als bodemopbouw een AC-horizont. Opvallend is dat zich in de C-horizont (ca. 30 cm onder de top C) een begraven bodem van grijzig zand bevindt die duidt op een oude bodem die zich in het Weichselien heeft gevormd in een depressie in het landschap.

Afbeelding 9: Profiel 1, werkput 1

Afbeelding 10: Digitale tekening van profiel 1, werkput 1

Afbeelding 11: Digitale tekening van profiel 2, werkput 2

Afbeelding 12: Digitale tekening van profiel 3, werkput 3

Afbeelding 13: Digitale tekening van profiel 4, werkput 3.

3 Selectie uitwerking 3.1 Vondsten Tijdens het veldwerk zijn 11 vondstnummers uitgeschreven en circa 70 vondsten aangetroffen. Het betreft hier c. 60 (veelal kleine) aardewerkscherven. Het aardewerk is gedateerd op Midden tot Late IJzertijd en één enkele scherf is afkomstig uit de Romeinse Tijd. De scherven en andere vondsten zijn niet in context te brengen met archeologische sporen en/of structuren. De vondsten wijzen op menselijke activiteiten in de midden, late IJzertijd en de Romeinse tijd. Uitwerking van de vondsten wordt niet geadviseerd aangezien dit geen aanvullende kennis oplevert door het gebrek aan gerelateerde sporen en structuren.

3.2 Monsters Tijdens het veldwerk zijn geen relevante sporen aangetroffen. Er is wel 1 houtskoolmonster genomen tijdens het afwerken van spoor 1 (vermoedelijke paalkuil). Dit werd uit voorzorg gedaan met het oog op dat er mogelijk een vindplaats werd aangetroffen.

3.3 Rapportage Aangezien tijdens het archeologisch onderzoek slechts twee archeologisch sporen en circa 70 losse (niet in context te brengen met sporen/structuren) vondsten (voornamelijk handgevormd aardewerk uit twee vakken) in een verstoorde bodem zijn aangetroffen, wordt voorgesteld om geen aanvullende rapportage op te stellen.

3.4 Deponeren Alle digitale gegevens zullen worden ge-upload in het E-Depot Nederlandse Archeologie (EDNA) bij DANS. Daarnaast zal het onderzoek worden afgemeld in Archis. Het rapport zal gedeponeerd worden bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, provincie en de Koninklijke Bibliotheek.

4 Beantwoording onderzoeksvragen Centrale vraagstellingen: 1.

Hoe ziet de geologische/bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

Het betreft een AC-horizont opbouw, met een veelal afgetopte C-horizont. In drie van de gedocumenteerde profielen is in de C-horizont een lichtgrijze bodemlaag aangetroffen, waarin geen aanwijzingen zijn gevonden voor menselijke activiteiten. 2.

In welke mate is het gebied verstoord?

Het plangebied is sterk verstoord als gevolg van de bouw en sloop van de oude school en de kelder die daaronder heeft gelegen. Tevens heeft verstoring op het oude schoolplein (werkput 3) plaats gevonden als gevolg van een diep ontgraven zandbak. De oude verstoringen zijn opgevuld met recent puin. De verstoring loopt door tot in de C-horizont. 3.

Zijn er archeologische sporen, resten of intacte vondstlagen aanwezig in het plangebied?

Er zijn twee sporen aangetroffen, beiden vermoedelijke paalkuilen. De vondsten werden veelal aangetroffen bij het aanleggen van het vlak. In het oosten van werkput 3 zijn veel kleine stukken (c. 60) aardewerk uit de Midden-en Late IJzertijd aangetroffen en één scherf uit de Romeinse Tijd. Het lijkt hier om een akkerlaag uit de IJzertijd te gaan. De vondsten zijn verder niet in context te brengen met sporen en structuren. Specifieke vragen indien archeologische sporen, resten of intacte vondstlagen worden aangetroffen tijdens het archeologische proefsleuvenonderzoek, te beantwoorden per te onderscheiden vindplaats: 4.

Van welk vindplaatstype is er sprake?

Er is geen intacte vindplaats aanwezig. Wel wordt vermoed, mede door de bodemopbouw en de vondstconcentratie van werkput 3, dat het een akkerlaag uit de IJzertijd en mogelijke Romeinse tijd betreft. 5.

Wat is de datering van de vindplaats?

Midden IJzertijd – Romeinse Tijd

6.

Wat is de ruimtelijke begrenzing, de ligging en de omvang van de vindplaats?

Er is geen duidelijk begrensde vindplaats aangetroffen door de verstoring. 7.

Waaruit bestaan de archeologische resten die zijn aangetroffen?

Het grootste deel van de resten betreffen kleine stukjes aardewerk uit de Midden en Late IJzertijd. Er zijn een gering aantal natuurstenen aangetroffen, waaronder een stuk tefriet. Tevens is er een varkenskies, een stuk lood (gebruik onbepaald), een stuk metaal (gebruik onbepaald), houtskool en twee glasscherven aangetroffen. 8.

Indien grondsporen zijn aangetroffen: op welk niveau zijn deze leesbaar?

De sporen zijn zichtbaar onder de oude bouwvoor in de top van de C-horizont (ca. 60 cm – maaiveld). 9.

Wat is de precieze situatie met betrekking tot de gaafheid en conservering van de archeologische

vondsten/sporen? Doordat de verstoring tot in de C-horizont reikt zijn de archeologische sporen/structuren niet goed bewaard gebleven. De aangetroffen archeologische anorganische vondsten zijn wel goed geconserveerd. 10. Zijn er aanwijzingen voor verschillende bewoningsfasen? Er is zowel Midden-IJzertijd, Late-IJzertijd en Romeinse tijd aardewerk aangetroffen. Het lijkt erop dat het plangebied in deze periodes in gebruik is geweest als akkerlaag. 11. Is er een ensemblewaarde met vindplaatsen in de omgeving van het plangebied? Niet van toepassing. 12. Wat is de relatie tussen de vindplaats en het omringende landschap? Er is geen vindplaats aangetroffen. 13. In hoeverre zijn de binnen het plangebied aangetroffen vindplaatsen als behoudenswaardig te klasseren? Er zijn geen concrete vindplaatsen aangetroffen en het gebied wordt derhalve niet als behoudenswaardig geklasseerd.

14. Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van een Romeinse weg? Er zijn geen aanwijzingen die duiden op een Romeinse weg. 15. Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van een weg uit een andere periode? Zo ja, hoe valt deze weg te dateren en op basis waarvan? Er zijn geen aanwijzingen die duiden op een weg uit een andere periode.

5 Conclusies en aanbevelingen Binnen het plangebied zijn slechts twee archeologische sporen aangetroffen, waarvan beide mogelijk paalkuilen betreffen. Er is een geringe hoeveelheid vondsten aangetroffen, echter in het oosten van put 3 zat een concentratie aardewerkfragmenten uit de Midden en Late IJzertijd, alsmede één scherf afkomstig uit de Romeinse tijd. Er zijn geen duidelijke aanwijzingen dat het plangebied bewoond is geweest, vermoedelijk betreft het een akkergebied dat in de Midden IJzertijd tot de Romeinse tijd in gebruik is geweest. Waarschijnlijk zijn en nauwelijks sporen waargenomen door de grote hoeveelheid verstoringen door de school. Interessant is dat zich in de C-horizont een begraven bodem bevindt in een groot deel van het plangebied. Dit is een grijs pakket in de profielen waar enige bodemvorming in het verleden heeft plaats gevonden. In dit pakket is echter geen enkele vondst, spoor of aanwijzing van menselijke activiteiten aangetroffen. Het pakket is tijdens het Weichselien gevormd. De vooraf opgestelde archeologische verwachting is als correct bevonden, waarbij er nadruk lag op Late IJzertijd en Vroeg Romeinse tijd. Echter door de grootschalige verstoringen zijn er geen archeologische vindplaatsen aangetroffen, derhalve wordt geadviseerd wordt om dit plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkelingen.

Lijst met afbeeldingen Afbeelding 1: Ligging van het plangebied in Cuijk met het oorspronkelijke puttenplan. Afbeelding 2: Ligging van het plangebied in Cuijk met de uiteindelijk uitgezette putten. Afbeelding 3: Ligging van het plangebied. Rechtsboven ligt de verharde parkeerplaats, centraal is het sportgebouw met omheining te zien. Links, buiten de foto, staan afvalcontainers op de plek van de geplande werkput 3. Afbeelding 4: Aangetroffen paalkuil, gecoupeerd (werkput 2, spoor 1) Afbeelding 5: Aangetroffen paalkuil,, gecoupeerd (werkput 3, spoor 4) Afbeelding 6: Spoor 1, gecoupeerd. Afbeelding 7: Spoor 4, gecoupeerd. Afbeelding 8: De allesporenkaart van het plangebied. De sporen (groen) betreffen twee paalkuilen, de grijze sporen geven verstoorde sporen weer. Afbeelding 9: Profiel 1, werkput 1 Afbeelding 10: Digitale tekening van profiel 1, werkput 1 Afbeelding 11: Digitale tekening van profiel 2, werkput 2 Afbeelding 12: Digitale tekening van profiel 3, werkput 3 Afbeelding 13: Digitale tekening van profiel 4, werkput 3

Literatuur Hagens & De Kramer, 2019: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen Robijnlaan 77 en Mgr. Zwijssenstraat te Cuijk, Roermond, AM18379. Van der Feest., N., 2019: Programma van Eisen: Archeologisch onderzoek door middel van proefsleuven aan de Mgr. Zwijssenstraat te Cuijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=422e8fdd-8d77-46aa-827e-888d77d04b3f