CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

08. PFAS onderzoek Havikstraat en Leeuwerikstraat d.d. 10 dec 2019.pdf

Mill - raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: BP Mill , Leeuwerikstraat, Gruttostraat en Genieweg11.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Afkorting

Betekenis

Index

Terminologie bij overschrijding

Grond Achtergrondwaarde

A

Generieke waarde voor schone grond (AW2000-waarde)

0

Licht verhoogd / verontreinigd

Tussenwaarde

T

‘Trigger’ voor nader onderzoek

0,5

Matig verhoogd / verontreinigd

Interventiewaarde

I

Waarde voor sanering(sonderzoek)

1,0

Sterk verhoogd / verontreinigd

Streefwaarde

S

Generieke waarde voor een schoon grondwater

0

Licht verhoogd / verontreinigd

Tussenwaarde

T

‘Trigger’ voor nader onderzoek

0,5

Matig verhoogd / verontreinigd

I

Waarde voor sanering(sonderzoek)

1,0

Sterk verhoogd / verontreinigd

Grondwater

Interventiewaarde

Voor toetsing aan de referentiewaarden worden de gemeten gehalten op basis van de percentages lutum (fractie <2 μm) en organische stof in een monster, omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Een gestandaardiseerd gehalte geldt voor een standaardbodem met 25% lutum en 10% organische stof. Vóór 1 november 2013 werden bij elke onderzoek juist de referentiewaarden die gelden voor een standaardbodem omgerekend op basis van de percentages aan lutum en organische stof per monster. Gehalten c.q. concentraties aan verontreinigende stoffen boven de tussenwaarde geven in het algemeen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Gebiedsspecifiek toetsingskader Gemeenten hebben op basis van het Besluit bodemkwaliteit de mogelijkheid tot het vaststellen van gebiedsspecifiek beleid voor hun grondgebied. Op basis daarvan kan licht tot matig verontreinigde grond zonder verdere keuring worden hergebruikt binnen de betreffende gemeente(n). Sommige gemeenten hebben in het bodembeheerplan tevens vastgesteld dat de lokale maximale waarden gelden als verhoogde achtergrondwaarden in het kader van de beoordeling c.q. afperking van (gevallen van) bodemverontreiniging. Op basis van gebiedsspecifiek beleid kunnen lokale maximale waarden (LMW) zijn vastgesteld die hoger liggen dan de generieke achtergrondwaarden.

Deze waarden gelden voor homogene deelgebieden die zijn ingedeeld naar ontstaansgeschiedenis en gebruik. De lokale maximale waarden kunnen, mits dit is vastgelegd in het gemeentelijk beleid, worden gebruikt in plaats van de generieke achtergrondwaarden bij de toetsing of sprake is van bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming.

211557

Appendix 2/3

Tijdelijk handelingskader PFAS Op 8 juli 2019 is in een brief van het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat (kenmerk IENW/BSK-2019/131399) aangegeven dat te verzetten of toe te passen grond moet voldoen aan de eisen die het Ministerie stelt aan PFAS. Omdat in het Besluit bodemkwaliteit nog geen toepassingsnormen voor PFAS zijn vastgelegd, zijn voorlopige toepassingsnormen vastgesteld in een tijdelijk handelingskader. Vooruitlopend op de aanpassing van de regelgeving, dient dit kader op basis van de zorgplicht al te worden gebruikt. Op 29 november 2019 is in een brief van het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat (kenmerk IenW/BSK2019/251123) aangegeven dat het tijdelijk handelingskader is aangepast. Deze aanpassing heeft betrekking op de verruiming van de tijdelijke landelijke achtergrondwaarden voor PFAS. Gevalsdefinitie Een geval van bodemverontreiniging wordt gedefinieerd als een verontreinigd grondgebied, waarbij de geconstateerde verontreinigingen een technische, organisatorische en ruimtelijke samenhang vertonen. Aan elk van deze drie criteria moet worden voldaan om te spreken van één geval van bodemverontreiniging. Bodemverontreiniging ontstaan vanaf 1987 Als de bodemverontreiniging is ontstaan na 1 januari 1987 dan is conform de Wet bodembescherming (Wbb) sprake van een verontreiniging die valt onder de zorgplicht (art. 13 Wbb).

De veroorzaker is verplicht de verontreiniging en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Er moet dus zo spoedig mogelijk een sanering worden uitgevoerd, ongeacht de ernst, omvang en risico's van de verontreiniging. Bodemverontreiniging ontstaan vóór 1987 De saneringsparagraaf uit de Wet bodembescherming, van toepassing op bodemverontreiniging die is ontstaan vóór 1 januari 1987, omschrijft de volgende uitgangspunten: • Conform art. 28 Wbb moet degene die de bodem wil gaan saneren of werkzaamheden wil gaan verrichten waardoor de verontreiniging van de bodem wordt verminderd of verplaatst, hiervan melding doen bij het bevoegd gezag (art. 28 Wbb). Deze melding hoeft niet, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de sanering of de geplande activiteit geen betrekking heeft op een geval van ernstige bodemverontreiniging en tevens vaststaat: - dat de betreffende hoeveelheid verontreinigde grond niet meer bedraagt dan 50 m3 en/of de hoeveelheid verontreinigd grondwater niet meer bedraagt dan 1.000 m3; - dat uit de aard van de handelingen volgt dat de grond slechts tijdelijk wordt verplaatst en na verplaatsing in zijn geheel wordt teruggebracht.

• Er is sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ als in een bodemvolume van 25 m³ in de grond en/of 100 m³ in het grondwater het gemiddelde gehalte van een verontreinigde stof groter is dan de interventiewaarde voor grond respectievelijk grondwater. Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging geldt een saneringsnoodzaak. • In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: - moestuin/volkstuin; - plaatsen waar vluchtige verbindingen aanwezig zijn in het grondwater in combinatie met hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing; - plaatsen waar sprake is van gewasconsumptie en waar een verontreiniging met PCB in de contactzone aanwezig is. • Of een geval van ernstige bodemverontreiniging met spoed moet worden gesaneerd is afhankelijk van de risico's. Hiertoe moet een risicobeoordeling worden uitgevoerd waarbij de humane, ecologische en verspreidingsrisico's worden vastgesteld. Als sprake is van onaanvaardbare risico's moet de sanering met spoed worden uitgevoerd. Eventueel kunnen ook tijdelijke beveiligingsmaatregelen worden getroffen om de risico's te beheersen.

Het bevoegd gezag Wbb stelt in een beschikking vast of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en, als dit het geval is, of de verontreiniging met spoed moet worden gesaneerd. Als sprake is van spoed, dan stelt het bevoegd gezag in de beschikking tevens de termijn vast waarbinnen met de sanering moet worden begonnen.

211557

Appendix 3/3

VERANTWOORDING

211557

NEN-normen Vooronderzoek NEN 5717

Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (Nederlandse norm 5717, december 2017)

NEN 5725

Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (Nederlandse norm 5725: oktober 2017)

Bodemonderzoek NEN 5720

Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek (Nederlandse Norm 5720, december 2017)

NEN 5740

Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (Nederlandse norm 5740, januari 2009 en 5740:2009/A1: februari 2016)

NEN 5707

Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond (Nederlandse norm 5707: augustus 2015 en 5707/C2: december 2017)

NEN 5897

Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat (Nederlandse norm 5897: augustus 2015 en 5897/C2: december 2017)

NTA 5755

Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging (Nederlandse Technische Afspraak 5755, juli 2010)

211557

Kwaliteitsborging Algemeen Kwaliteitszorg algemeen

NEN-EN-ISO 9001: 2015

Kwaliteitsmanagementsystemen – Eisen (Nederlandse norm, oktober 2015)

Veiligheidscertificaat aannemers

VCA**

VGM (Veiligheid, Gezondheid en Milieu) Checklist Aannemers (versie 2008/5.1, april 2010)

Kwalibo algemeen

BRL SIKB

Kwalibo staat voor kwaliteitsborging in het bodembeheer en is verankerd in het Besluit bodemkwaliteit

Milieukundig laboratoriumonderzoek AS3000 Laboratorium AP04

SYNLAB Analytics & Services B.V. Eurofins Omegam Eurofins ACMAA Testing (asbest) SYNLAB Analytics & Services B.V.

Milieukundig veldwerk

BRL SIKB/protocol*

BRL SIKB/protocol*

BRL SIKB/protocol*

BRL SIKB/protocol*

BRL SIKB 1000

Monsterneming voor partijkeuringen

Protocol 1001

Monsterneming voor partijkeuringen grond en baggerspecie

BRL SIKB 2000

Veldwerk milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek

Protocol 2001

Uitvoeren van handboringen en plaatsen van peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen

Protocol 2002

Het nemen van grondwatermonsters

Protocol 2003

Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek

Protocol 2018

Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem

BRL SIKB 2100

Mechanisch boren

Protocol 2101

Mechanisch boren

BRL SIKB 6000

Milieukundige begeleiding van (water-) bodemsaneringen en nazorg

Protocol 6001

Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden

Protocol 6002

Milieukundige begeleiding van landbodemsanering met in-situ methoden

* niet elke vestiging beschikt over de erkenning voor alle vermelde protocollen.

211557

RvA

Opdrachtgever

Gemeente Mill en St. Hubert

Omschrijving project

Gruttostraat - Havikstraat in Mill

Projectnummer

211557

Verklaring van onafhankelijkheid veldwerkzaamheden Protocol

Functie

Naam

Protocol 2001

Veldwerker bodemonderzoek grond*

R. van Eijken

Protocol 2002

Veldwerker bodemonderzoek grondwater*

Protocol 2018

Veldwerker bodemonderzoek asbest*

Handtekening

Datum 19-11-2019

Kwaliteitsborging advies en rapportage Norm

Functie

Naam

ISO 9001: 2015

Auteur

A.J.M.C. Damen

10-12-2019

Protocol 2018

Projectleider asbest**

ISO 9001: 2015

Kwaliteitscontrole

W.C.J. Hendriks

10-12-2019

* gecertificeerd in kader van Kwalibo

Paraaf

Datum

** geregistreerd in kader van Kwalibo

Toelichting verklaring van onafhankelijkheid Ortageo en al haar medewerkers hebben geen financiële en / of juridische belangen met betrekking tot de opdrachtgever en/of het eigendom van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek. Disclaimer Hoewel het bodemonderzoek op zorgvuldige wijze en conform de vigerende normen en protocollen is voorbereid en uitgevoerd, kan niet worden uitgesloten dat in werkelijkheid de situatie afwijkt ten opzichte van de in dit rapport gepresenteerde gegevens. Immers, elk bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een aantal steekmonsters, welke representatief worden geacht voor het onderzochte gebied, maar waarbij (lokale) afwijkingen niet volledig kunnen worden uitgesloten.

211557

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=43ac4e13-ff93-4771-906e-433863aa5506