08 Bijlage 16 Nota van inspraak en wettelijk vooroverleg geanonimiseerd inclusief bijlagen_1.pdf
Tekst van het document
Bijlage 16 Nota van inspraak en wettelijk vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Noordwest’. 1. Algemeen 1.1
Planbeschrijving
1.2
Ligging plangebied
2. Wettelijk vooroverleg ex. art. 3.1.1 Bro 2.1
Betrokken instanties
2.2
Reacties van instanties (bijlage 1)
3. Inspraakverordening 3.1
Algemeen
3.2
Informatieavond
3.3
Bekendmaking en terinzagelegging
3.4
Inspraakreacties (bijlage 2)
4. Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan naar aanleiding van inspraakreacties 5. Bijlagen 5.1. Reacties van instanties 5.2. Inspraakreacties 5.3. Memo molenbiotoop 5.4. Brief dorpsraad Haps na gesprek op 11-11-2021
1. Algemeen 1.1
Planbeschrijving Op de gronden tussen Haps en de A73 wordt Regionaal Bedrijvenpark Laarakker ontwikkeld. Het bedrijvenpark bestaat uit een noordelijk en een zuidelijk deel, van elkaar gescheiden door de Oeffeltseweg en de randweg rond Haps (N264). Het noordelijk deel van Laarakker valt in twee delen uiteen. Aan de oostzijde wordt circa 42 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein gerealiseerd voor grootschalige bedrijven en bedrijven in de hogere milieucategorieën (Laarakker Noord). Aan de noordwestzijde wordt circa 9,5 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein gerealiseerd voor kleinschaligere bedrijven in de lagere milieucategorieën (Laarakker Noordwest). Op dit moment zijn Laarakker Noord en Laarakker Zuid volop in ontwikkeling. Inmiddels is ruim 70% van de totale oppervlakte netto uitgeefbaar bedrijventerrein op Laarakker Noord en Zuid verkocht en zijn aanvullend diverse kavels in optie. Om de realisatie van Bedrijvenpark Laarakker af te ronden, is het wenselijk om nu ook Laarakker Noordwest te bestemmen als bedrijventerrein.
Ligging plangebied (Laarakker Noordwest) in relatie tot Laarakker Noorden Laarakker Zuid Het doel van het bestemmingsplan is het (opnieuw) bestemmen van Laarakker Noordwest als bedrijventerrein. Voor de ligging van de bedrijfsbestemmingen en de verdeling tussen bedrijventerrein voor bedrijven in de lichtere milieucategorieën (‘lokaal terrein’, het overgrote deel van het plangebied) en bedrijven in de zwaardere milieucategorieën (‘regionaal terrein’, de noordoostelijke hoek van het plangebied, grenzend aan Laarakker Noord) zijn de bestemmingsgrenzen uit het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’ overgenomen. Voorliggend bestemmingsplan maakt daarmee dezelfde ontwikkeling mogelijk als het bestemmingsplan uit 2009. Wel is de regeling op onderdelen aangepast, zodat die aansluit bij de actuele planregeling die in de bestemmingsplannen ‘Bedrijvenpark Laarakker Noord’ en ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ is opgenomen voor het overige deel van Bedrijvenpark Laarakker. Door deze aanpassingen is voor alle bestemmingsplannen voor Laarakker
2
sprake van een uniforme en consequente planregeling. Voor de inhoud van de planregeling, bijvoorbeeld voor wat betreft de toegelaten milieucategorieën en de maximale bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, is aangesloten bij het plan uit 2009. 1.2
Ligging plangebied Het plangebied van dit bestemmingsplan omvat Laarakker Noordwest. De natuurzone rond de Laarakkerse Waterleiding en de groene buffer in de oksel van de Oeffeltseweg en de Cuijkseweg zijn niet opgenomen in het plangebied. Deze gronden hebben in het geldende bestemmingsplan (‘Bedrijvenpark Laarakker Noord’ respectievelijk ‘Buitengebied 2010, Herziening 2016’) al een passende bestemming, zodat het opnieuw bestemmen van de gronden niet nodig is. Het plangebied beperkt zich daarmee tot de uitgeefbare gronden op Laarakker Noordwest (inclusief de openbare ruimte die op het bedrijventerrein wordt gerealiseerd) en de groene inpassing die daar direct omheen ligt. Het plangebied heeft dezelfde begrenzing als de (tijdelijke) bestemming ‘Agrarisch’ uit het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ en heeft een totale oppervlakte van circa 14 hectare.
Plangebied bestemmingsplan Noordwest
3
2. Wettelijk vooroverleg 2.1
Betrokken instanties In het kader van het wettelijk vooroverleg (op grond van artikel 3.1.1 Bro) is het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de onderstaande instanties op 29 juni 2021: 1.
Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant, middels het digitale formulier ‘Ruimtelijke plannen aanmelden’ (ontvangstbevestiging C2283276) en het digitale formulier ‘Inventarisatie ruimtelijke aspecten’;
2.2
2.
Waterschap Aa en Maas;
3.
Veiligheidsregio Brabant Noord;
4.
Defensie;
5.
Rijkswaterstaat;
6.
TenneT.
Reacties van instanties De ontvangen reacties zijn samengevat en op hoofdlijnen weergegeven. De volledige reacties zijn opgenomen in Bijlage 1 van deze Nota.
2.2.1
Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant (hierna: de provincie) heeft een inhoudelijke reactie verzonden op 14 juli 2021. Inhoud reactie: In de reactie van de provincie wordt aangegeven dat het plan in overeenstemming is met de provinciale belangen. Overweging: N.v.t. Verwerking in ontwerpbestemmingsplan:
2.2.2
Geen aanpassingen.
Waterschap Aa en Maas Het Waterschap Aa en Maas (hierna: waterschap) heeft een inhoudelijke reactie verzonden op 22 juli 2021. Inhoud reactie: 1.
Het waterschap vraagt om een waterhuishoudkundig plan op te stellen en in de toelichting de toename van het verhard oppervlak en de bijbehorende waterberging, conform de Keur te beschrijven.
2.
Voorgesteld wordt om de formulering van artikel 3.5.4 aan te passen zodanig dat percelen bedrijfsmatig gebruikt mogen worden als op totaal terreinniveau is voorzien in voldoende waterberging.
3.
Gevraagd wordt of aan de groenbestemming ook de dubbelstemming waterberging kan worden toegevoegd.
4.
In de toelichting van de watertoets doorvoeren van een tekstuele aanpassing met betrekking tot de genoemde grenswaarde van 500 m² i.p.v. 2000 m² bij de algemene rekenregel voor toename verhard oppervlak.
4
5.
Het Waterschap vraagt om in de toelichting van het bestemmingsplan in te gaan op de Keur/beschermingszone en daarbij te vermelden dat het oprichten van obstakels alleen mogelijk is als deze in overeenstemming zijn met de Keur. Daarnaast wordt gevraagd de aanwezige Awatergang in het plangebied ook in de verbeelding van het bestemmingsplan op te nemen als hoofdbestemming ‘water’ met de daarbij behorende regels.
Overweging: 1.
In 2017 is reeds een herzien waterhuishoudkundig plan opgesteld voor Laarakker Noord en Laarakker Noordwest gezamenlijk omdat het gehele gebied één gecombineerd watersysteem heeft. Ook voor plandeel Noordwest is reeds een watervergunning verleend door uw waterschap (zaaknummer 0000D20201029151529765). Een en ander is toegelicht in paragraaf 4.7 van de toelichting en in bijlage 7 ‘Toelichting op de watertoets’ van het ontwerpbestemmingsplan. In deze bijlage is tevens het herziene waterhuishoudigkundig plan uit 2017 opgenomen.
2.
De benodigde waterbergingsopgave voor Noordwest (buiten de percelen) is reeds gerealiseerd. De betreffende (onder)gronden van de verschillende bergingslaagtes zijn en blijven in eigendom bij en worden in stand gehouden door de gemeente Cuijk.
3.
De in bestemmingsplan Noordwest opgenomen groenbestemming is niet bedoeld als waterberging en zal ook niet als zodanig worden ingezet. De benodigde bergingsopgave is reeds voorzien binnen het bestemmingsplangebied van bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Noord’ en daar als zodanig ook planologisch geborgd.
4.
Aanpassing over te nemen.
5.
In de toelichting op de watertoets wordt ingegaan op de A watergangen en de beschermingszone daarvan. Deze tekst wordt toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan, zie ook paragraaf 4.7.3 van de toelichting. De aanwezige A-watergang wordt toegevoegd aan de verbeelding.
Verwerking in ontwerpbestemmingsplan:
2.2.3
Opnemen A-watergang i.c.m. bestemming ‘Water’ op verbeelding en planregels;
Aanpassingen in waterparagraaf in de toelichting en de ‘Toelichting op de watertoets’.
Veiligheidsregio Brabant Noord De Veiligheidsregio Brabant Noord (hierna: veiligheidsregio) heeft een inhoudelijke reactie verzonden op 14 juli 2021. Inhoud reactie: 1.
De veiligheidsregio onderschrijft de conclusies van het onderzoek externe veiligheid, het advies risicocommunicatie en het advies te voorzien in de mogelijkheid om de aanwezige ventilatie uit te schakelen c.q. af te sluiten. Opgemerkt wordt dat in de planregels (3.6.2; 4.5.1 en 4.6.2.) is opgenomen dat een centraal afsluitbaar ventilatiesysteem geldt voor kantoren met een vloer oppervlakte >1500 m². Zoals in het rapport van Antea opgemerkt is bij aanwezigheid van een mechanische installatie het afsluitbaar maken een goedkope en effectieve manier om het binnen dringen van schadelijke stoffen te voorkomen. Ook in kantoren met een oppervlak <1500 m² kunnen meerdere mensen verblijven. Door ook deze kantoren te voorzien van een centraal afsluitbare ventilatie (indien een mechanische ventilatie aanwezig is) kunnen deze kantoren gebruikt worden om veilig in te schuilen. Evt. andere werknemers in het bedrijfspand kunnen hier dan ook schuilen waardoor het aantal mensen dat mogelijk blootgesteld wordt aan een toxische stof verder verminderd. Gevraagd wordt om aanvullend in de planregels op te nemen dat indien een pand voorzien is van een mechanische ventilatie deze voorzien moet zijn van een mogelijkheid om de ventilatie eenvoudig centraal af te schakelen. 5
2.
De veiligheidsregio geeft als aandachtspunt mee in het kader van de reguliere brandbestrijding aandacht te besteden aan voldoende beschikbaarheid van ‘A water’.
Overweging: 1.
Het bestemmingsplan is niet het geëigende instrument om dit in te regelen. De gemeente is van mening dat voor een bedrijventerrein met daarop kleinschalige bedrijven een dergelijke maatregel niet meer ruimtelijk relevant is.
2.
Bij het bouwrijp maken van het gebied zullen in afstemming met de brandweer de benodigde bluswatervoorzieningen worden gerealiseerd.
Verwerking in ontwerpbestemmingsplan: 2.2.4
Geen aanpassingen.
Defensie Defensie heeft een inhoudelijke reactie verzonden op 26 juli 2021. Inhoud reactie: Defensie geeft aan geen opmerkingen te hebben op het voorontwerpbestemmingsplan. Overweging: N.v.t. Verwerking in ontwerpbestemmingsplan: Geen aanpassingen.
2.2.5
Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat heeft een inhoudelijke reactie verzonden op 22 juli 2021. Inhoud reactie: Rijkswaterstaat geeft aan geen opmerkingen te hebben op het voorontwerpbestemmingsplan. Overweging: N.v.t. Verwerking in ontwerpbestemmingsplan: Geen aanpassingen.
2.2.6
TenneT Tennet heeft een inhoudelijke reactie verzonden op 9 juli 2021. Inhoud reactie: TenneT geeft aan geen opmerkingen te hebben op het voorontwerpbestemmingsplan. Overweging: N.v.t. Verwerking in ontwerpbestemmingsplan: Geen aanpassingen.
6
3. Inspraakverordening 3.1
Algemeen De inspraakprocedure is opgenomen in de Inspraakverordening Cuijk 2005 en behelst een terinzagelegging volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, met als afwijking een termijn van terinzagelegging van vier in plaats van zes weken (raadsbesluit 18 april 2011).
3.2
Informatieavond 2021 Omdat in coronatijd het organiseren van een informatieavond niet goed mogelijk was, is op de website van Cuijk een speciale projectpagina aangemaakt waarop onder andere het voorontwerpbestemmingsplan werd ontsloten (https://www.cuijk.nl/laarakker-noordwest) en door middel van een korte videopresentatie het plan werd toegelicht. Tevens is op 8 en 12 juli 2021 in de avond gelegenheid geboden om digitaal in contact te treden met de projectleider om één op één vragen te stellen of om opmerkingen te maken. Er hebben twee mensen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot overleg. Vanwege het informele karakter van het overleg is er geen verslag van gemaakt. Iedereen is gewezen op de mogelijkheid om contact op te nemen met de projectleider en/of een inspraakreactie in te dienen.
3.3
Bekendmaking en terinzagelegging De inspraakprocedure is bekendgemaakt in het Gemeenteblad en op de gemeentepagina van de Maas Driehoek op 29 juni 2021. Het voorontwerpbestemmingsplan en de bijbehorende stukken hebben ter inzage gelegen van woensdag 30 juni 2021 tot en met dinsdag 27 juli 2021 en waren in te zien in het gemeentehuis te Cuijk tijdens openingstijden en op www.ruimtelijkeplannen.nl onder de plannaam ‘Bedrijvenpark Laarakker Noordwest’.
3.4
Inspraakreacties Naar aanleiding van de bekendmaking van de inspraakprocedure zijn tien inspraakreacties binnen de gestelde termijn ingekomen: 1.
XXX, verzonden op 26 juli 2021, hierna: reactie 1;
2.
Dorpsraad Haps, verzonden op 26 juli 2021, hierna: reactie 2;
3.
XXX, verzonden op 26 juli 2021, hierna: reactie 3;
4.
XXX, verzonden op 26 juli 2021, hierna: reactie 4;
5.
XXX, verzonden op 26 juli 2021, hierna: reactie 5;
6.
XXX, verzonden op 26 juli 2021, hierna reactie 6;
7.
XXX, verzonden op 27 juli 2021, hierna reactie 7;
8.
XXX, verzonden op 27 juli 2021, hierna reactie 8;
9.
XXX, verzonden op 27 juli 2021, hierna reactie 9;
10. XXX, verzonden op 27 juli 2021, hierna reactie 10. De ontvangen inspraakreacties zijn samengevat op hoofdlijnen weergegeven. De volledige reacties zijn opgenomen in Bijlage 2 van deze Nota. Op 11 november heeft een vervolggesprek met de dorpsraad Haps en enkele directe omwonenden plaatsgevonden. In dit overleg is overeenstemming bereikt over de breedte van de te realiseren groenstrook. De nadere invulling van de groenstrook vindt in overleg met de belanghebbenden plaats (zie het bijbehorende schrijven hier over in Bijlage 4 van deze Nota
7
3.4.1 Inspraakreactie 1 Reactie 1
Reactie gemeente
Door de molenaars wordt aangegeven dat de
De Handleiding Molenbiotoop, zoals gehanteerd in de
berekening van de molenbiotoop aangepast dient te
handleiding Molenbiotoop van Vereniging de
worden als gevolg van foutieve berekeningen. Er
Hollandse Molen (1995), is als uitgangspunt
dient gerekend te worden met een factor van
gehanteerd. Met de realisering van Laarakker
minimaal 75.
verandert het gebied van een open, landelijk gebied
Het rapport van de Molenstichting Noord-Brabant
in een relatief dichtbebouwd, stedelijk gebied. In de
geeft aan dat de windvang aan de oostzijde juist zeer
Handleiding Molenbiotoop wordt op pagina 15 een
goed is. Het dichtbouwen van de oostzijde zou
stedelijk gebied gelijkgesteld met een gesloten
daarom de biotoop ernstig verslechteren.
gebied. Daarbij hoort een constante van n = 50.
De biotoop zou momenteel hoofdzakelijk worden
Voorbeeld 1b (pagina 29 van de Handleiding) gaat
verslechterd door begroeiing. Hierbij wordt opgemerkt
voor de bouw van een nieuwbouwwijk met laagbouw
dat deze in de koude periode veel minder
ook uit van gesloten gebied, en dus een constante
windbelemmering oplevert dan in de zomer, en dus
van n = 50. De molenbiotoop zoals opgenomen in het
niet vergeleken mag worden met bebouwing welke
bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming
het gehele jaar windbelemmering oplevert.
met de Handleiding molenbiotoop.
Opgemerkt wordt dat bomen gesnoeid kunnen worden. Dit zou betekenen dat deze
In de rapportage van Peutz is geconstateerd dat zelfs
windbelemmering veel minder definitief is dan hoge
bij een volledige blokkade in de sector waarin
industriebebouwing.
Laarakker wordt gerealiseerd (oftewel helemaal géén
Er wordt gesteld dat bebouwing in de oost- en
wind vanuit Noordwest), het bouwplan maximaal
noordoostzijde van de molen het wegstromen van de
5,8% van de tijd invloed heeft op de
lucht belemmert.
draaimogelijkheden van de molen. Deze bovengrens
Er zou worden uitgegaan van een verslechtering van
is onafhankelijk van de grootte van de belemmeringen
5% van de windvang. Gesteld wordt dat hierbij echter
en de verhoudingsfactor in de molenbiotoop. Deze
wel uitgegaan dient te worden van de situatie vóór de
(worst case) beperking wordt aanvaardbaar geacht in
bouw van het bedrijventerrein Laarakker. De huidige
de belangenafweging tussen het bedrijventerrein en
bebouwing van het pand van Danone zou al 50 meter
het functioneren van de windmolen. Daarbij wordt
hoger zijn dan de biotoopregels toestaan. Bij iedere
door Peutz opgemerkt: “De werkelijke invloed van de
aanpassing weer opnieuw beginnen met 5% zou niet
bebouwing zal echter een fractie van deze 5,8% zijn,
opportuun zijn.
mede doordat de wind uiteraard niet volledig
Gesteld wordt dat door de klimaatverandering in de
weggenomen wordt uit de betreffende sector en
zomer meer wind komt uit het oosten. De molenaars
omdat zich al belemmeringen bevinden tussen de
zien deze trend de laatste 5 jaar al.
molen en de planlocatie. Deze werkelijke invloed is
Gesteld wordt dat hoge gebouwen met tussenruimten
echter niet zonder meer te bepalen zonder kostbaar
kunnen zorgen voor windgaten met extra wind. Dit
windtunnelonderzoek. In onderhavige situatie wordt
heeft tot gevolg dat kleine draaiingen van de wind
de invloed zo klein geacht dat een windtunnelonderzoek niet zinvol geacht wordt”.
nadelig invloed hebben op de molen en het draaien onveiliger maken.
Voor een verdere beantwoording van de reactie per punt wordt verwezen naar de aanvullende memo van Peutz, die terug te vinden is in bijlage 3 van deze Nota.
8
3.4.2: Inspraakreacties 2 t/m 5 De inspraakreacties twee tot en met vijf zijn inhoudelijk gelijk en worden als één inspraakreactie behandeld. Als leidraad is de inspraakreactie van inspreker 2 gebruikt, aangevuld met een extra vraag van insprekers 4 en 5. De inspraakreacties omvatten per deelonderwerp duidelijk weergeven bezwaren en vragen. Reacties 2 t/m 5
Reactie gemeente
Vraag 1 (Risicovolle inrichtingen): De uitsluiting van
Zogeheten risicovolle inrichtingen, bedrijven met
risicovolle inrichtingen op het lokale
activiteiten die onder de regels van het BZRO Bevi
bedrijventerrein is onduidelijk terug te vinden in het
vallen, zijn niet toegestaan op het deel met lokale
bestemmingplan. Gevraagd wordt het plan hier op
bedrijvigheid (zone ‘BT1’) van Laarakker Noordwest. In
aan te passen.
de planregels is dit expliciet uitgesloten in de bestemmingsomschrijving bij de bestemming ‘bedrijventerrein - 1’. In de toelichting wordt in paragraaf 4.8.3 risicovolle inrichtingen ingegaan op dit onderwerp en aangegeven dat risicovolle inrichtingen niet zijn toegestaan op het lokale bedrijventerrein.
Vraag 2 (perceelgrootte): Insprekers stellen voor
In het geval zich een bedrijf vestigt op een perceel dat
dat indien een bedrijf een perceel groter dan
groter is dan 5.000 m2 bestaat altijd de mogelijkheid om
5.000 m² wenst, de Dorpsraad cq de
middels het indienen van bezwaar tegen de daarbij
respectievelijke insprekers hierin een
horende (aanvraag) omgevingsvergunning een reactie
doorslaggevend besluit kunnen nemen.
te geven.
Vraag 3 (maximale milieucategorie): Gevraagd
De gebruikte systematiek voor milieucategorieën is
wordt de afwijkingsmogelijkheid ten aanzien van de
generiek en wordt overal in Nederland toegepast. Deze
maximaal toegestane milieucategorie niet op te
systematiek gaat uit van hinderafstanden voor geur,
nemen.
geluid en gevaar. Het is goed mogelijk dat specifieke bedrijven op basis van de generieke regel in beginsel in een hogere categorie vallen, maar hier door hun specifieke eigenschappen niet in thuishoren. De afwijkingsmogelijkheid voor het toelaten van een hogere milieucategorie betreft verder ter plaatse van de zone met lokale bedrijvigheid (zone ‘BT1’) uitsluitend de mogelijkheid tot het toelaten van maximaal milieucategorie 3.2. Daarbij is als voorwaarde gesteld dat de bedrijfsactiviteiten qua milieubelasting, naar aard en omvang en naar de effecten op woon- en leefklimaat, zijn te vergelijken met bedrijfsactiviteiten in de lichtere milieucategorie 3.1 die ter plaatse is toegestaan. Deze voorwaarde is vastgelegd in artikel 3.6.1 van de planregels en wordt (indien aan de orde) getoetst bij een aanvraag omgevingsvergunning. Met deze waarborgen worden de belangen van omwonenden op een goede manier geborgd in de afwijkingsmogelijkheid.
Vraag 4 (geluidszone): Gevraagd wordt de
Het is correct dat (de buitenrand van) de geluidzone
begrenzing van de geluidszone aan te passen,
over enkele woningen aan de westzijde van het
zodanig dat deze 25 meter terug komt te liggen van
plangebied loopt. Voor de betreffende woningen is reeds
de woningen.
in 2009 een besluit hogere grenswaarde genomen in samenhang met het eerdere bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker’ waar het plangebied Noordwest onderdeel van uitmaakte. De toen
9
vastgestelde geluidszone wordt met dit bestemmingsplan niet aangepast. Vraag 5 (Mariamolen): Insprekers vragen de
Ter beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar
formule van de molenbiotoop aan te passen, onder
de reactie op inspreker 1.
verwijzing ook naar de inspraakreactie van inspreker 1. Voorgesteld wordt de formule aan te passen zodanig dat de toegestane bebouwingshoogte 3,55 meter (belthoogte) bedraagt tot 100 meter en op 100 meter is toegestaan van 4,51. In aanvulling op voorgaande vragen insprekers 4 en 5 specifiek om de formule voor de vaststelling van de molenbiotoop aan te passen met de uitgangspunten voor niet-stedelijke omgeving. Bezwaar 1 (Mariamolen): Insprekers stellen dat de
Ter beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar
gedane aannames zijn gebaseerd op foutieve
de reactie op inspreker 1.
berekeningen, dat de uitgangspunten uit de “Handleiding Molenbiotoop 1995” niet juist zijn meegenomen en recente rapporten en richtlijnen niet zijn meegenomen. Vraag 6 (afwijkingen bouwregels): Insprekers
Ter beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar
vragen om geen afwijkingen van de
de reactie op vraag 3.
milieucategorieën op te nemen. Vraag 7 (afwijkingen bouwregels): Verder wordt
In het bestemmingsplan zijn enkele algemene
gevraagd om de algemene afwijkingsregels zoals
afwijkingsregels opgenomen in artikel 14 van de
genoemd in 5.3.3. van de toelichting van het
planregels. Deze kleine afwijkingsregels gelden
bestemmingsplan niet op te nemen.
generiek voor alle planregels om kleine afwijkingen mogelijk te maken ten behoeve van een zo goed mogelijke inpassing van bouwplannen en in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik. Het gaat hierbij om zeer kleine afwijkingen zoals de mogelijkheid om maximaal 10% af te wijken van opgenomen maten een geringe afwijking van bestemmingsgrenzen en bestemmingsvlakken. Dit biedt de gemeente en een aanvrager enige flexibiliteit. Deze flexibiliteit is beperkt en hierbij moet beoordeeld worden of er geen onevenredige aantasting van de omgeving plaats vindt. Hierbij zal altijd een belangenafweging plaatsvinden tussen het verlenen van de flexibiliteit en andere belangen, zoals die van omwonenden. Dit is een gebruikelijke afwijkingsregel die in nagenoeg alle bestemmingsplannen wordt opgenomen.
Vraag 8 (groenzone): Insprekers 2 en 3 vragen een
Insprekers geven aan van mening te zijn dat de
verbreding van de groenzone van minimaal 30
westzijde van het Laarakker Noordwest parallel aan de
meter parallel aan de Cuijkseweg. Insprekers 4 en
Cuijkseweg matig is afgeschermd ten opzichte van de
5 vragen om een verbreding van 20 meter.
omwonenden en vragen om een verbreding van 20 danwel 30 meter.
10
De groenstrook ter plaatse had in het eerdere bestemmingsplan (2009) een breedte van 25 meter. Naar aanleiding van gesprekken met de dorpsraad en omwonenden is dit in het voorontwerp voor het nieuwe bestemmingsplan aangepast naar een breedte van 40 meter om meer afstand te creëren. Met een dergelijke breedte ontstaat een robuuste groenzone waarin voldoende ruimte is voor afschermend groen in combinatie met (meer) landschappelijk groen en waarin ook voldoende ruimte is voor een grondwal. Na de ter inzagelegging van het voorontwerp is nogmaals gesproken met de dorpsraad en omwonenden. Hieruit bleek nogmaals dat bij de omgeving een nadrukkelijke wens leeft voor een verdere verbreding van de groenzone. Om zoveel tegemoet te komen aan dit verzoek van dorpsraad en omwonenden is de groenzone hier op aangepast conform het voorstel van inspreker 6. Zie ook verder de beantwoording bij paragraaf 3.4.3, vraag 7.
Figuur 1: aanpassing groenzone 40 m1 naar 70 m1 (zie rode lijn en streeparcering)
11
Bezwaar 2 (Groenzone): Insprekers stellen dat ter
Insprekers geven aan dat ter plaatse van de
plaatse van de bedrijvigheid aan de Oeffeltseweg
Oeffeltseweg het bedrijvenpark op veel ruimere afstand
een grotere afstand tot de bewoning wordt
is gelegen. Om hier beter inzicht in te krijgen zijn
aangehouden, oplopend tot 100 meter.
onderstaande metingen in beeld gebracht. Zoals op de afbeeldingen te zien is, is steeds gemeten vanaf het dichtstbijzijnde punt van de verschillende woningen tot aan de bedrijfsbestemming (paarse vlak). Ter plaatse van de Oeffeltseweg varieert de afstand overwegend van ca. 45 m1 tot ca. 60 m1. Voor de woningen aan de Cuijkseweg liggen de dichtstbijzijnde woningen op een afstand van ca. 59 1m1 tot ca. 74 m1. Anders dan insprekers stellen, liggen de woningen aan de Cuijkseweg aldus op een ruimere afstand van de bedrijvigheid dan de woningen aan de Oeffeltseweg.
12
Figuur 2: afstanden Oeffeltseweg
13
Figuur 3: afstanden Cuijkseweg op basis van de groenzone (40 m1 breed) zoals deze was opgenomen in het voorontwerp bestemmingsplan (Deze groenzone is in het ontwerpbestemmingsplan verbreed) Vraag 9 (groenzone): Gevraagd wordt de minimale
Op grond van de VNG-brochure geldt voor bedrijven in
afstand van de dichtstbijzijnde woning tot de
milieucategorie 3.1 een indicatieve afstand van 30 meter
bedrijvigheid te vergroten van 50 meter naar
tot woningen in een gemengd gebied (waaronder ook
minimaal 50% meer.
lintbebouwing in het buitengebied valt) en 50 meter tot woningen in een rustig woongebied of een rustig buitengebied. Door de brede landschappelijke zones aan de west- en zuidzijde van het bedrijventerrein bedraagt de afstand tussen de bestemming ‘Bedrijventerrein – 1’ en de dichtstbijzijnde woningen aan de Cuijkseweg overal ruim 50 meter, waarmee vanaf de uiterste grens van de bedrijfspercelen wordt voldaan aan de richtafstand die volgens de VNGbrochure geldt tot woningen in een rustig buitengebied.
Bezwaar 3 (dassenburcht): In het rapport met
In het nader onderzoek naar dassen bij het voorontwerp
betrekking tot de dassenburcht wordt foutief
stond een verschrijving, de genoemde 55 meter moest
melding gemaakt van een afstand van 55 meter
zijn 25 meter.
van de burcht tot de bedrijvigheid, dit is 25 meter. 14
Het rapport wordt hier op aangepast. Vraag 10 (dassenburcht): Gevraagd wordt wat de
Er is nogmaals gekeken of dit consequenties heeft voor
consequentie is van de afstand van 25 meter in
uitkomsten van het onderzoek. Voornoemde (tekstuele)
plaats van de genoemde 55 meter.
aanpassing heeft geen effecten voor de inhoud en adviezen in het dassenrapport.
Vraag 11 (dassenburcht): Insprekers vragen om
Insprekers vragen of de minimale afstand tot de burcht
geïnformeerd te worden over de geldende
50 meter zou moeten zijn. Dit is nogmaals bekeken met
richtlijnen. Inspreker vraagt of de minimale afstand
onze adviseurs en dit is niet het geval. Verdere
mogelijk 50 meter zou moeten zijn.
aanvullende maatregelen zijn aan de orde als er concrete werkzaamheden op 20 meter of dichter bij de burcht zouden plaats vinden.
Bezwaar 4 (dassenburcht): Insprekers geven aan
De rapportage is uitgevoerd door een ter zake kundige
dat stichting Das en Boom niet is geraadpleegd
adviseur van een gerenommeerd bureau. Dit bureau is
voor de dassenreportage. De rapportage is
hiervoor gecertificeerd is en lid is van het netwerk
opgesteld door een commerciële firma. Insprekers
groene bureaus. Daarbij is ook contact geweest met de
stellen dat een onafhankelijke mening daarmee
zoogdiervereniging over de aanwezigheid van de das in
niet op voorhand is gezekerd.
het gebied.
Vraag 12 (landschappelijke inpassing groenzone):
Het groenplan is de afgelopen periode in samenspraak
Insprekers vragen om in samenspraak met de
met de direct omwonenden verder uitgewerkt. Dit heeft
omwonenden de invulling van de groenzone met
geresulteerd in onderstaand groenplan. Hierbij wordt
stappenplan en onderhoudsplan binnen 6 weken
opgemerkt dat de (verdere) verbreding van de
op te stellen.
groenzone nog niet is meegenomen. Dit zal nog nader worden uitgewerkt in lijn met onderstaand groenplan.
15
Figuur 4: groenplan groene zone RBL Noordwest (nb. deze tekening gaat nog uit van een zone van 40 meter breed zoals opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan en wordt nog aangepast op basis van de nieuwe groenzone). Vraag 13 (landschappelijke inpassing groenzone):
Bedrijvenpark Laarakker kent een geluidszonering
Insprekers vragen een geluidsscherm op te nemen
waarmee een concrete grens is gesteld aan de
in het landschappelijk inpassingsplan met een
hoeveelheid geluid die alle bedrijven op Laarakker
hoogte van 1 meter onder de aangrenzende
gezamenlijk gemiddeld mogen produceren. Daarbij is
gebouwhoogte direct grenzend aan het
onderscheid gemaakt tussen de dag, avond en
industrieterrein en deze dicht te laten groeien met
nachtperiode. Voor zover sprake is van overlast zal dit
groenblijvende planten.
waarschijnlijk niet voortvloeien uit het gemiddelde geluidsniveau van de bedrijven op Laarakker, maar komen door incidentele piekniveau ’s, bijvoorbeeld het legen van een container. Hoewel een geluidsscherm kan bijdragen aan een verlaging van het gemiddelde
16
geluidsniveau, leidt het zodoende niet zonder meer tot een vermindering van geluid voor de piekmomenten. De gemeente ziet derhalve dan ook geen toevoegde waarde voor een dergelijke maatregel, dit nog los van eventuele bezwaren vanuit stedenbouwkundig oogpunt. In de gesprekken met de direct omwonenden ten aanzien van het groenplan is gevraagd of een grondwal aangelegd kan worden. Bij voorkeur zou deze moeten lopen vanaf de noordwesthoek van het plangebied langs de gehele westrand van het bedrijventerrein naar het zuiden, eindigend nabij de locatie van de brandweerpost. Dit is als zodanig opgenomen in het groenplan en zal aldus worden gerealiseerd. Zie ook hiervoor figuur 4. Bezwaar 5 (landschappelijke inpassing
In de groenzone is geen wateropvang voorzien. Deze is
groenzone): Insprekers geven aan het niet
reeds op diverse andere locaties op en rondom
wenselijk te vinden als wandelpaden en
Laarakker Noordwest voorzien zoals vastgelegd in de
wateropvang worden toegestaan in de natuurzone
waterparagraaf. De ligging van een wandelpad is
westelijk en tegen de Cuijkseweg aan gesitueerd.
afgestemd met de direct omwonenden in het kader van de uitwerking van het groenplan. Zie ook hiervoor figuur 4.
Vraag 14 (perceelindeling): Insprekers geven aan
Buitenopslag is niet rechtstreeks toegestaan. Middels
dat het niet mag worden toegestaan om
een afwijkingsbevoegdheid kan hieraan alsnog
buitenopslag te voeren aan de achterzijde van de
medewerking worden verleend. Daarbij is vastgelegd dat
kavels voor de westelijk gesitueerde bedrijven.
de toegestane hoogte van de buitenopslag op geheel Laarakker Noordwest gemaximeerd is op hetzelfde niveau als de ter plaatse toegestane bouwhoogtes, zoals voorgeschreven vanuit de molenbiotoop. In combinatie met de voorschreven afscherming zoals opgenomen in de planregels en het beeldkwaliteitsplan en met inachtneming van de omliggende groenzone inclusief grondwal is daarmee voldoende geborgd dat vanaf de Cuijkseweg geen visuele hinder ontstaat als gevolg van eventuele buitenopslag.
Vraag 15 (perceelindeling): Insprekers geven aan
Insprekers vragen om parkeren, laden en lossen voor de
dat parkeren, laden en lossen voor de westelijke
westelijke gesitueerde percelen aan de achterzijde van
gesitueerde percelen aan de achterzijde van de
de kavels niet toe te staan buiten kantooruren en de
kavels niet moet zijn toegestaan buiten
weekenden. De gemeente gaat er van uit dat deze
kantooruren en de weekenden.
vraag is ingegeven met het oog op eventuele geluidsoverlast. Bedrijvenpark Laarakker kent een geluidszonering waarmee een concrete grens is gesteld aan de hoeveelheid geluid die alle bedrijven op Laarakker gezamenlijk gemiddeld mogen produceren. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de dag, avond en nachtperiode. In de avond en nacht ligt het toegestane gemiddelde geluidsniveau respectievelijk 5 en 10 decibel lager. Voor de avond en de nacht liggen de toegestane geluidsniveaus daarmee aanmerkelijk lager om eventuele overlast buiten de reguliere
17
bedrijfstijden zoveel als mogelijk te voorkomen. Het niet toestaan van parkeren, laden en lossen buiten kantooruren en weekenden is ons inziens niet wenselijk en niet proportioneel voor de bedrijven in deze zone gezien de reeds bestaande maatregelen, de verdere verbreding van de groenzone en toevoeging van de grondwal Vraag 16 (aanpassing groenzone): Insprekers
Verwezen wordt naar de reactie in paragraaf 3.4.3.
geven aan voorstander te zijn van het voorstel tot aanpassing van de groenzone zoals ingebracht door inspreker 6. Zie meer uitgebreid paragraaf 3.4.3. Verwerking in ontwerpbestemmingsplan: -
Tekstuele aanpassing dassenrapportage.
-
Aanpassing groenzone op verbeelding;
-
Aanpassing beeldkwaliteitsplan naar aanleiding van aangepaste groenzone
3.4.3 Inspraakreacties 6 t/m 8 De inspraakreacties zes tot en met acht zijn inhoudelijk gelijk en worden als één inspraakreactie behandeld. De inspraakreacties zijn verder inhoudelijk deels gelijk aan de inspraakreacties twee tot en met vijf en aangevuld met diverse extra opmerkingen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de extra opmerkingen, voor het overige wordt verwezen naar de beantwoording in de vorige paragraaf 3.4.2. De inspraakreacties omvatten per deelonderwerp duidelijk weergegeven bezwaren en vragen. Reacties 6 t/m 8
Reactie gemeente
Vraag 1 (bouwhoogte i.r.t. molenbiotoop): Insprekers
De westzijde van het plangebied maakt onderdeel uit
vragen naar voorbeelden van bedrijven met een
van de zone ‘BT1’ bedoeld voor lichtere bedrijvigheid
bouwhoogte van 4,7 meter.
in de milieucategorieën 2 en 3.1 De aard en schaal van deze bedrijven zijn zodanig dat veelal volstaan kan worden met een enkele bouwlaag. Vanuit het bouwbesluit is een minimale plafondhoogte van 2,6 meter voorgeschreven, dit is ten alle tijden realiseerbaar. Ter toelichting wordt nog opgemerkt dat de genoemde 4,7 meter bouwhoogte van toepassing is aan de (westelijke) buitenrand van Laarakker Noordwest en deze van af daar lineair oploopt naar een bouwhoogte van 10 meter. Dit is de maximale bouwhoogte voor de zone ‘BT1’. Ook voor het meest westelijk gelegen gedeelte met de lagere bouwhoogtes ziet de gemeente voldoende mogelijkheden om bedrijfsgebouwen in te passen. Hierbij wordt nog opgemerkt dat als gevolg van de verbreding van de groenzone de (westelijke) buitenrand verder weg schuift van de molen en de maximale bouwhoogte op de (gewijzigde) buitenrand als gevolg (afgerond) 5,3 meter bedraagt.
18
Bezwaar 1 (bouwhoogte i.r.t. molenbiotoop):
Op basis van de verkoopervaringen van
Insprekers uiten hun bedenkingen over de
Bedrijvenpark Laarakker en het uitgevoerde
verkoopbaarheid van de kavels waar de
marktonderzoek ziet de gemeente een dusdanige
hoogtebeperking van 4,7 meter aan de orde is en de
marktvraag om alle kavels binnen de planperiode van
effecten daarvan op de uitvoerbaarheid van het
het bestemmingsplan te realiseren.
bestemmingsplan. Vraag 2 (groenzone): Insprekers vragen een forse
Naar aanleiding van gesprekken met de dorpsraad en
extra verbreding (20 – 30 m1) van de westelijke
omwonenden is in het voorontwerp de groenzone aan
groenstrook parallel aan de Cuijkseweg, zodanig dat
de westzijde reeds verbreed van de oorspronkelijke
alle woningen even ver zijn verwijderd van het
25 meter (bestemmingsplan 2009) naar een breedte
bedrijventerrein.
van 40 meter. Met een dergelijke breedte ontstaat een robuuste groenzone. Naar aanleiding van een vervolggesprek met dorpsraad en omwonenden (na de ter inzage legging van het voorontwerp) is de groenzone verder verbreed. Zie ook de beantwoording hierna bij vraag 7.
Bezwaar 2 (groenzone): Insprekers geven aan dat
Zoals hiervoor aangeven bij vraag 2 is reeds sprake
voor de kavels achterin gelegen op Laarakker
van een robuuste groenzone. In combinatie met de
Noordwest lagere beeldkwaliteit eisen gelden. Dit
afschermende voorschriften in het beeldkwaliteitsplan
onderstreept de noodzaak van een gedegen
en de van toepassing zijnde hoogtebeperking vanuit
groenstrook om het zicht op het bedrijventerrein te
de molenbiotoop, is de gemeente van mening dat
onttrekken.
sprake is van een gedegen en passende afscherming van Laarakker Noordwest. Dit wordt nog verder verbeterd door de verdere verbreding van de groenzone en opname van de grondwal. Tevens zijn ook voor deze kavels specifieke beeldkwaliteitseisen opgenomen in het beeldkwaliteitsplan, waarbij een belangrijk uitgangspunt is geweest om te zorgen voor een goede overgang naar de lintbebouwing.
Vraag 3 (groenzone): Insprekers vragen om een
Insprekers vragen om een grondwal op te nemen in
grondwal met een hoogte van ca. 3 á 4 meter hoog
het plan. In de gesprekken met de direct
met groenblijvende beplanting op te nemen in het
omwonenden voor de uitwerking van het groenplan is
plan ter afscherming van het zicht en eventueel geluid
dit punt ook ingebracht. Aan dit verzoek zal
en andere overlast van het bedrijventerrein.
medewerking worden verleend. Zie ook de beantwoording hiervoor in paragraaf 3.4.2.
Vraag 4 (groenzone): Insprekers vragen om de
Het groenplan is de afgelopen periode in
verdere invulling van de westelijke groenzone
samenspraak met de direct omwonenden verder
(parallel aan de Cuijkseweg) voort te zetten in een
uitgewerkt. Zie ook de beantwoording hiervoor in
meer gecultiveerde variant van de inrichting van de
paragraaf 3.4.2.
aan de noordzijde van het plangebied gelegen Ecologische Verbindingszone. Met daarbij een doortrekking van het wandelpad in de EVZ parallel aan de Cuijkseweg tot aan de Mariamolen, en vervolgens vanaf de t-splitsing te hoogte van de Cujkseweg 2a het wandelpad te vervolgen direct achter de haag van het evenemententerrein tot vlak voor de aansluiting met de Oeffeltseweg. Dit laatste
19
om voetgangers te scheiden van het overige verkeer en aldus de verkeersveiligheid te bevorderen. Vraag 5 (groenzone): Binnen de groenbestemming
Nutsgebouwen staan specifiek ten dienste aan de
zijn gebouwen uitsluitend toegestaan in de vorm van
nutsvoorzieningen op het terrein, te denken valt aan
nutsvoorzieningen. Insprekers vragen aan te geven
bijvoorbeeld een trafo- of pompstation, en hebben
welke bouwregels aan de orde zijn binnen de
uitdrukkelijk geen verblijfsfunctie. Eventuele
groenbestemming met betrekking tot
nutsgebouwen mogen maximaal 20 m² aan
nutsvoorzieningen.
oppervlakte hebben en de bouwhoogte bedraagt maximaal 4 meter (zie ook artikel 5.2 van de planregels).
Bezwaar 3 (groenzone): Insprekers wensen aan de
In het beeldkwaliteitsplan zijn reeds eisen opgenomen
achterzijde van bedrijven geen felle verlichting, ook
voor de bedrijven grenzend aan de westelijk gelegen
niet in combinatie met bewegingssensoren i.v.m.
groenzone om hinder naar de omgeving te
mogelijke overlast voor zowel omwonenden als de
voorkomen. Te denken valt aan de positionering en
das en andere diersoorten.
afscherming van de verlichting en het gebruik making van diervriendelijke anderskleurige verlichting. Eventuele lichthinder wordt nog verder voorkomen door de verdere verbreding van de groenzone en opname van de grondwal.
Vraag 6 (groenzone): Insprekers vragen hoeveel
Voor Bedrijvenpark Laarakker wordt in totaliteit
uitgeefbare meters zijn/worden verkocht op RBL en
uitgegaan van de realisering van een bedrijventerrein
eventueel teveel uitgegeven grond om te zetten naar
van 66 hectare netto uitgeefbare oppervlakte. Van de
bestemming groen ten gunste van de randen van het
reeds bestemde plandelen Noord en Zuid is per
bedrijventerrein zodat het zicht op het bedrijventerrein
oktober 2021 ruim 41 hectare verkocht en geleverd.
volledig wordt onttrokken.
Daarnaast zijn voor nog eens 12 hectare verschillende koop- en reserveringsovereenkomsten gesloten. Wat betreft de vraag om meer groen toe te voegen ter afscherming van het terrein wordt verwezen naar de beantwoording hierna bij vraag 7.
Vraag 7 (groenzone): Insprekers hebben een
Het voorstel van insprekers behelst een uitruil van de
alternatieve inrichting uitgewerkt en vragen hier
meest westelijk gelegen bedrijfsgronden binnen
medewerking aan te verlenen. Insprekers stellen voor
Laarakker Noordwest met een deel van het huidige
aan de zuidzijde van Laarakker Noordwest een deel
evenemententerrein, direct ten zuiden van het
van het huidige evenemententerrein aanvullend toe te
plangebied van Laarakker Noordwest. Aan deze
voegen aan het plangebied van Laarakker Noordwest
uitruil kan om een aantal redenen geen medewerking
en dit deel in combinatie met een deel van de huidige
worden verleend. Deze zijn hieronder toegelicht:
zuidelijke groenzone om te zetten naar een
o
bedrijfsbestemming. Een vergelijkbaar deel van de
woningen aan de zuidzijde van Laarakker
huidige bedrijfsbestemming aan de westzijde van het plangebied wordt daarbij omgezet naar een
Door de voorgestelde uitruil komt voor enkele Noordwest de bedrijvigheid juist dichterbij.
o
groenbestemming. Zie ook onderstaande figuur 5.
Het voorgestelde toe te voegen deel van het evenemententerrein ligt buiten de huidige plancontouren van Laarakker. Deze contouren
Hiernaast benoemen de insprekers als voordeel van
zijn na een hele uitgebreide en afgewogen
de uitruil 12 extra punten. Deze zijn terug te vinden in
variantenstudie in 2009 vastgelegd in
de reactie in bijlage 1.
samenspraak met zowel de gemeenteraad als met de Hapse gemeenschap, waarbij het
20
evenemententerrein nadrukkelijk een groene buffer vormt richting het dorp. o
Toevoeging van gronden buiten de plancontour leidt tot noodzakelijke aanpassingen in de milieucontouren en in het bijzonder de geluidsverkaveling van Laarakker omdat deze gronden daar nog geen deel van uitmaken. De planologische bijstellingen die daarvoor nodig zijn, zijn omvangrijk en staan niet in proportie tot het uit te ruilen oppervlak en de gestelde voordelen.
Zoals hiervoor in paragraaf 3.4.2 aangegeven wordt medewerking verleend aan een (verdere) verbreding van de groenzone. Deze verbreding komt neer op invulling van de groenzone zoals ingetekend door inspreker, maar dan zonder toevoeging van bedrijfsgronden ter plaatse van het evenemententerrein.
Figuur 5: Plangebied Laarakker Noordwest met voorstel inspreker voor de uit te ruilen delen genummerd 1 (omzetting buitenplanse evenemententerrein/binnenplanse groenbestemming naar bedrijfsbestemming) en 2. (omzetting bedrijfsbestemming naar groen). Vraag 8 (beeldkwaliteitsplan / stedenbouwkundige
Door de verbreding van de groenzone komt de grens
visie): Insprekers geven aan dat in het
tussen groen en bedrijvigheid verder weg van de
bestemmingsplan staat vermeld dat de maximale
molen te liggen op ca. 105 m. Op die afstand is de
bouwhoogte van 4.7m is toegestaan op 80 meter
maximale bouwhoogte (afgerond) 5,3 m1. Zie ook
vanaf de molen en in het beeldkwaliteitsplan hiervoor
paragraaf 4.13.3 van de toelichting.
75 meter wordt genoemd. Gevraagd wordt welke afstand juist is. 21
Bezwaar 4 (beeldkwaliteitsplan / stedenbouwkundige
In zowel het beeldkwaliteitsplan als in het
visie): Insprekers geven aan dat de pijler leefklimaat
bestemmingsplan wordt op verschillende manieren
omwonenden ontbreekt in het stedenbouwkundig
rekening gehouden met het leefklimaat van de
plan.
omwonenden. Te denken valt aan onderwerpen als geluid, milieuzonering, de extra groenzone die wordt opgenomen in het plan en de toegestane bouwhoogte.
Bezwaar 5 (beeldkwaliteitsplan / stedenbouwkundige
Het beeldkwaliteitsplan zal worden vastgesteld door
visie): Insprekers geven aan dat de borging van de
de raad gelijktijdig met het (definitieve)
beeldkwaliteitstoets ontbreekt in het plan.
bestemmingsplan Noordwest. De toetsing van concrete bouwplannen aan het beeldkwaliteitsplan gebeurt door de welstandscommissie, bij de behandeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning.
Bezwaar 6 (windturbines): Insprekers geven aan dat
In het bestemmingsplan zijn geen specifieke regels
kleinschalige windturbines niet wenselijk zijn binnen
opgenomen die de realisatie van kleinschalige
het plangebied, met name voor omwonenden in
windturbines specifiek uitsluiten. De realisatie hiervan
verband met mogelijke overlast.
is (in theorie) echter enkel mogelijk als ondergeschikt onderdeel bij een ander bouwwerk of gebruik, onder artikel 3.2.3, lid e. of artikel 4.2.3, lid e. van het bestemmingsplan. Deze artikelen staan enkel bouwwerken tot een maximale hoogte van 3 meter toe. Kleinschalige windturbines dienen gebruikelijk hoog boven de bebouwing uit te steken of in open veld geplaatst te worden. Gezien de opgenomen hoogtebeperking in voornoemde artikelen is het in de praktijk niet aannemelijk dat kleinschalige windturbines gerealiseerd zullen worden.
3.4.4 Inspraakreacties 9 en 10 De inspraakreacties negen en tien zijn inhoudelijk gelijk en worden als één inspraakreactie behandeld. De inspraakreacties zijn verder inhoudelijk deels gelijk aan de inspraakreacties twee tot en met vijf en aangevuld met een aantal extra opmerkingen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de extra opmerkingen, voor het overige wordt verwezen naar de beantwoording in paragraaf 3.4.2. De inspraakreacties omvatten per deelonderwerp duidelijk weergegeven bezwaren en vragen. Reacties 9 en 10
Reactie gemeente
Bezwaar 1 (groenzone): Insprekers zijn van mening
Reeds ten tijde van de vaststelling van het
dat in het plan te weinig aandacht is besteed om de
oorspronkelijke plan in 2009 is uitgebreid stil gestaan
westzijde af te schermen voor omwonenden aan de
bij de inpassing van Laarakker in relatie tot de
Cuijkseweg, zowel qua beeld als geluid.
percelen van direct omwonenden en met Haps in algemene zin. Op aanwijzen van de raad is bij de vaststelling van het oorspronkelijke bestemmingsplan voor Laarakker (in 2009) het plan aangepast, zodanig dat de zware bedrijvigheid (milieucategorie 3 t/m 5) die was voorzien ten westen van de voormalige Mondsestraat, werd ‘uitgeruild’ met de lichtere bedrijvigheid (milieucategorie 2 t/m 3.1) die was voorzien op Laarakker. Met deze aanpassing van de
22
toegestane bedrijvigheid werd reeds een belangrijke tegemoetkoming gedaan voor de omwonenden aan de Cuijkseweg. Naar aanleiding van de gesprekken met de dorpsraad, in voorbereiding op het nieuwe nu voorliggende bestemmingsplan, is vervolgens de oorspronkelijke groenzone verbreed van 25 naar 40 meter en is voor Laarakker Noordwest nog een aanvullend beeldkwaliteitsplan opgesteld. Hiernaast kent het plan een specifieke geluidszonering om overlast door geluid te beperken. Zoals hiervoor in paragraaf 3.4.2 aangegeven wordt desalniettemin medewerking verleend aan een (verdere) verbreding van de groenzone en opname van een grondwal zoals verzocht door verschillende insprekers, zie de beantwoording hiervoor in paragraaf 3.4.2. Vraag 1 (groenzone): Insprekers vragen om in het
Het groenplan is de afgelopen periode in
plan concreter in te vullen hoe de groenzone aan de
samenspraak met de direct omwonenden verder
westzijde wordt ingevuld, waarbij zij vragen de
uitgewerkt, inclusief de aanleg van een grondwal. Zie
volgende punten aan te passen:
ook de beantwoording hiervoor in paragraaf 3.4.2.
-
bredere groenzone tussen de bewoning en
-
realisatie van een hoge wal (zo dicht als
de westzijde; mogelijk tegen de westzijde van het lokale bedrijventerrein; -
aanplanting van hoog groen op en tegen de wal (bomen en struiken die bij aanplanting al hoog zijn en ook in de winter dicht begroeid zijn).
Vraag 2 (groenzone): Insprekers vragen hoe de
Uit het onderzoek blijkt dat de hoofdburcht zelf niet
dassenburcht wordt beschermd volgens de geldende
verloren gaat door het voornemen, noch vormt het
regelgeving en in het plan duidelijk te maken hoe
gebied dat onder het plangebied valt onderdeel van
concreet de groenzone tussen de burcht en het
het essentiële leefgebied van de das. De nieuwe
bedrijventerrein er uit komt te zien.
groene inrichting tussen de hoofdburcht en het bedrijventerrein kan ook worden ingericht ten behoeve van de das. Door het treffen van maatregelen in de uitvoering kan verstoring van de burcht worden geminimaliseerd. Hierbij kan worden gedacht aan beperkte werktijden tijdens de aanleg en verwijderen van voorzieningen, de werkzaamheden zo kort mogelijk laten duren, werkzaamheden uitvoeren in de periode tussen augustus en november, voorkomen van het blokkeren of beschadigen van de burcht en het aanleggen van een buffer tussen de burcht en de werkzaamheden. Indien deze maatregelen worden opgevolgd, is er geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming.
23
In het beeldkwaliteitsplan zijn aanvullende regels opgenomen voor verlichting aan de achterzijde van de bedrijfspanden om hinder naar de omgeving zo veel mogelijk te voorkomen. De inrichting van specifiek de zone tussen de dassenburcht en het bedrijventerrein wordt meegenomen in de gesprekken over de inrichting van de groenzone. Vraag 3 (verkeer): Insprekers vragen om
Bedrijvenpark Laarakker Noordwest en Noord kennen
(sluip)verkeer op de Cuijkseweg te voorkomen en dit
één gezamenlijke centrale toegang ter plaatse van
concreet te benoemen in het plan.
het kruispunt Oeffeltseweg/Randweg. Laarakker Noordwest is derhalve uitsluitend via deze centrale toegang en de interne wegenstructuur op Laarakker (Kokerbijl) bereikbaar. Er is dan ook géén mogelijkheid tot sluipverkeer via de Cuijkseweg. Dit onderwerp is reeds ook vermeld in paragraaf 4.4.7 van de plantoelichting.
24
4.
Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan naar aanleiding van vooroverleg en inspraakreacties 1.
Opnemen A-watergang i.c.m. bestemming ‘Water’ op verbeelding en planregels;
2.
Aanpassingen in waterparagraaf in de toelichting en de ‘Toelichting op de watertoets’ conform paragraaf 2.2.2;
3.
Tekstuele aanpassing in Nader onderzoek dassenburcht 25 m1 in plaats van 55 m1 afstand;
4.
Aanpassing groenzone op verbeelding conform overleg met de Dorpsraad Haps (bijlage 5.4);
5.
Aanpassing beeldkwaliteitsplan naar aanleiding van aangepaste groenzone.
25
5. Bijlagen 5.1 Reacties van instanties 5.2 Inspraakreacties 5.3 Memo molenbiotoop 5.4 Brief dorpsraad Haps na gesprek op 11-11-2021
26
5.1. Reacties van instanties
5.2. Inspraakreacties