08 bijlage 10 - Evaluatieverslag proefsleuvenonderzoek.pdf
Tekst van het document
Boomkwekerij Ebben T.a.v. Dhr. A Zeelen Beerseweg 45 5431 LB Cuijk
Swalmen, 16-12-2016 Project: Betreft:
2807.001 evaluatieverslag proefsleuvenonderzoek Haps Cuijkseweg-Mondsestraat
Geachte Dhr. A Zeelen, Hierbij ontvangt u de evaluatie van het archeologisch veldonderzoek dat heeft plaatsgevonden op de locatie de Cuijkseweg- Mondsestraat te Haps in de gemeente Cuijk. Het betreft een voorlopige interpretatie van de onderzoeksresultaten. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Administratieve gegevens plangebied Projectnummer
2807.001
Toponiem
Cuijkseweg- Mondsestraat
Opdrachtgever
Boomkwekerij Ebben
Gemeente
Cuijk
Plaats
Haps
Provincie
Noord-Brabant
Omvang plangebied
circa 15 ha
Coördinaten centrum plangebied Industrieterrein
X: 188.459/ Y: 412.143
Opdrachtgever
Boomkwekerij Ebben Beerseweg 45 5431 LB Cuijk
Contactpersoon: Dhr. A. Zeelen a.zeelen@ebben.nl Tel: 0485-312021
Bevoegde overheid
Gemeente Cuijk Louis Jansenplein 1 5431 BV Cuijk
Contactpersoon: Mevr. L.A.C. Jurgens fra.jurgens@cuijk.nl Tel: 0485-396600
Adviseur opdrachtgever
The Missing Link Pelmolenlaan 12-14 3447 GW Woerden
Contactpersoon: Dhr. B. Goudswaard b.goudswaard@archeologic.nl Tel: 0348-437788
ARCHIS3
4021774100
Onderzoeksmeldingsnummer
Archeoregio NOaA
Brabants zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Swalmen/ Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant
Uitvoerders
T. Hos, S. Brussé, P. Beurskens.
2807.001
Pagina 1 van 24
INHOUDSOPGAVE 1.
AANLEIDING ............................................................................................................................... 3
2.
METHODIEK OPGRAVING ........................................................................................................ 6
3.
BODEMOPBOUW ....................................................................................................................... 7
4.
SPOREN ..................................................................................................................................... 8
5.
VONDSTEN .............................................................................................................................. 18
6.
UITWERKING ........................................................................................................................... 20 6.1 RECAPITULATIE VAN DE ONDERZOEKSVRAGEN ........................................................ 20
7. WAARDERING VAN DE VINDPLAATSEN ..................................................................................... 22 8. RELATIE MET DE ONDERZOEKSAGENDA VAN DE GEMEENTE CUIJK .................................. 23 9. SELECTIEADVIES .......................................................................................................................... 24
2807.001
Pagina 2 van 24
1. AANLEIDING Econsultancy heeft in opdracht van Boomkwekerij Ebben een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd op de locatie Cuijksweg-Mondsestraat in Haps, waar een industrieterrein wordt gerealiseerd. Voor het plangebied Cuijkseweg - Mondsestraat laat de daadwerkelijke start van de bouw nog enkele jaren op zich wachten. Om het terrein toch te benutten wil Boomkwekerij Ebben enkele jaren de grond pachten om er een boomgaard op te zetten. In het plangebied (ca. 15 ha) is voor een deel nog een dubbelbestemming archeologie aanwezig (ca. 7,5 ha). Bij het planten en rooien van de bomen bestaat de kans dat eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord kunnen gaan worden. Hierom moet voorafgaand aan het beplanten van het terrein onderzocht worden of er archeologisch behoudenswaardige resten aanwezig zijn. In 2008 is een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek geldt er een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Tijdens het booronderzoek is gebleken dat de top van de C-Horizont op ca. 80 cm -mv ligt. In het oosten ligt op dit pakket een in meer of mindere mate geroerd plaggendek, in het westen (het onderzoeksgebied) is op meerdere plaatsen nog een B- of BC- horizont aanwezig.
Figuur 1 Plangebied op de topografische kaart van Nederland 2807.001
Pagina 3 van 24
Het plangebied ligt op een relatief hoge en grote terrasrestrug, circa drie kilometer ten zuidwesten van de Maas. Rondom het plangebied liggen enkele beekdalen die gebruik maken van oudere maasbeddingen van het vlechtende riviersysteem. Deze combinatie van natte en droge omstandigheden is in het verleden ideaal geweest voor met name jagers en verzamelaars en vroege landbouwers. Dit blijkt ook uit het archeologisch onderzoek dat is uitgevoerd waarbij sporen en vondsten aangetroffen van bewoning vanaf het Mesolithicum tot en met de Middeleeuwen. De hoofdmoot van de aangetroffen sporen dateert uit de Bronstijd. Daarna zijn er enkele losse erven uit 1 de Romeinse tijd en de Middeleeuwen aangetroffen. In het plangebied was de verwachting dat eenzelfde vindplaatsen aangetroffen kan worden, waarbij wel opgemerkt moet worden dat de terrasrestrug iets lager ligt (ca. 50 - 80 cm).
Figuur 2 Plangebied (rood) op de AHN 1, waarop de in Archis bekende vondstmeldingen geplot zijn
1
Hos, 2015
2807.001
Pagina 4 van 24
Het plangebied is al vanaf de oudste kaarten grotendeels in gebruik als landbouwgrond. Op de historische kaart van 1894 is het noordelijk deel in gebruik als weiland en aan de oostkant tegen de Mondsestraat aan staat een hoeve afgebeeld die de Mond heet. Aan de westkant net buiten het plangebied ligt een hoeve die Eksterbosch heet. Aan de overzijde van de Cuijkseweg staat een korenmolen. Dwars door het plangebied loopt een weg. Tegenwoordig staan op de locaties van de Eksterhoeve nog steeds meerdere huizen en de korenmolen aan de overzijde is nog steeds aanwezig. Hoeve de Mond is inmiddels afgebroken en de weg door het plangebied is niet meer aanwezig.
Figuur 3 Historische kaart van 1894
2807.001
Pagina 5 van 24
2. METHODIEK OPGRAVING Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd tussen 24 november en 2 december 2016. In totaal is er 3110 m² aangelegd. In eerste instantie zijn de vlakken van de proefsleuven aangelegd. Tijdens het veldwerk bleek dat voor het perceel in het noordelijke deel van het onderzoeksgebied nog geen overeenkomst was om te mogen graven, waardoor er 13 proefsleuven zijn afgevallen. Na de aanleg van de verplichte proefsleuven zijn bij enkele werkputten met archeologische structuren uitbreidingen 2 aangelegd. De uitbreidingen bedragen in totaal 543 m . Proefsleuf 5, 4 en 24 zijn zonder GPS uitgezet, waardoor ze van richting verschillen. Bovendien is van enkele proefsleuven het westelijk deel aangelegd in plaats van het oosten, waardoor deze proefsleuven 4 meter meer naar het westen liggen dan het oorspronkelijke proefsleuvenplan. Alle sporen en vondsten zijn ingemeten met de GPS. Een groot aantal van deze sporen zijn gecoupeerd en gedocumenteerd. Van alle werkputten zijn twee profielen gedocumenteerd. Op woensdag 30 november heeft er een veldbezoek plaatsgevonden van het bevoegd gezag, mevrouw Fra Jurgens. Hierbij zijn de aangetroffen sporen doorgesproken. Op vrijdag 2 december is het veldwerk afgerond.
Figuur 4 Alle sporenkaart van de aangelegde proefsleuven en geplande proefsleuven 2807.001
Pagina 6 van 24
3. BODEMOPBOUW Tijdens het booronderzoek is gebleken dat de top van de C-Horizont op ca. 80 cm -mv ligt. In het oosten ligt op dit pakket een in meer of mindere mate geroerd plaggendek in het westen (het onderzoeksgebied) is op meerdere plaatsen nog een B- of BC- horizont aanwezig. Deze opbouw is ook aangetroffen tijdens het proefsleuvenonderzoek. Ondanks enig verschil van put tot put, zijn er in het algemeen vijf lagen onderscheiden. De top van de bodemopbouw bestaat uit een bouwvoor (5000) van ca 50 cm dik bestaande uit een humeus donkerbruingrijs lemig zand. Op grote delen van het terrein ligt hier een restant esdek onder, die hoogstwaarschijnlijk in de Nieuwe tijd dateert (5001). Daar waar de C-Horizont relatief dicht onder het maaiveld ligt, is deze laag opgenomen in de bouwvoor. Hieronder ligt een lemige zandlaag met een donkerbruine tot donkerbruingrijze gevlekte kleur. De dikte varieert tussen de 10 en 20 cm. In de meeste profielen was deze laag verploegd en vermengd met materiaal uit de bouwvoor en de laag eronder. Deze laag, 5010, is geïnterpreteerd als oude akkerlaag/cultuurlaag uit de IJzertijd en Romeinse tijd en verandert sterk van uiterlijk ter hoogte van de sporenclusters in het zuiden en zuidwesten. Hieronder volgt een laag, 5020, met veel bioturbatie en mangaanclusters, die geïnterpreteerd is als B-C Horizont. Deze laag bestaat uit bruinbeige gevlekt zand.
De dikte is verschillend per put en bedraagt tussen de 10 en 40 cm. De onderste laag is de C-horizont (5030) die bestaat uit beige zand. De vlakken zijn in de top van de B-C horizont aangelegd (oftewel, laag 5020) in het geval dat er sporen aanwezig waren. Putten zonder sporen zijn in de top van laag 5030 aangelegd.
Bouwvoor 5000 Oude bouwvoor 5001 5010 akkerlaag/cultuurlaag 5020 bioturbatie
C-horizont 5030
Figuur 5 bodemopbouw profiel 70 in werkput 38
2807.001
Pagina 7 van 24
4. SPOREN In totaal zijn er 170 spoornummers uitgedeeld. Er waren 28 sporen waarvan de aard onzeker was, deze zijn gecoupeerd. Hiervan bleken zes sporen natuurlijk te zijn. De structuren behoren tot de IJzertijd, Romeinse tijd, Middeleeuwen en Nieuwe tijd. De sporen in het plangebied kunnen onderverdeeld worden in twee zones: de zuidelijke zone bevat sporen uit de Romeinse tijd en uit de middeleeuwen / Nieuwe tijd. De noordelijke zone bevat sporen uit de IJzertijd. De zuidelijke zone - Romeinse tijd en Middeleeuwen / Nieuwe Tijd Tijdens de aanleg van meerdere werkputten in het zuiden van het plangebied zijn vondsten en sporen aangetroffen die gedateerd kunnen worden in de Romeinse tijd. De totale omvang van deze zone bedraagt ca 1.2 ha. Werkput 1 kenmerkte zich door veel Romeins vondstmateriaal zonder echt duidelijk Romeinse sporen. Deze sporen zijn wel aangetroffen in werkput 3, waar na een uitbreiding bleek dat de sporen deel uitmaakte van een huisplattegrond. In werkput 15, 6 en 7 zijn sporen van een weg aangetroffen. Vermoedelijk heeft deze weg te maken met de middeleeuwse / Nieuwe tijdse hoeve de Mond die hier ten oosten van ligt. De weg wordt in werkput 7 oversneden door sporen waar Romeins aardewerk in zit. Mogelijk betreft het opspit en dateren deze kuilen in de Nieuwe tijd of de Middeleeuwen, maar een Romeinse datering kan voor de weg niet uitgesloten worden.
Figuur 8: sporen in het zuidelijke deel met een Romeinse en Middeleeuwse datering
2807.001
Pagina 8 van 24
De huisplattegrond in werkput 3 is vermoedelijk no - zw georiënteerd en behoort waarschijnlijk tot het type Oss - Ussen 9. Een complete beschrijving van de plattegrond kan pas na opgraving gegeven worden. Bij de aanleg van het vlak zijn meerdere grote stukken Romeins aardewerk (vondstnummer 11) gevonden van onder andere een dolium. Tevens zijn in de stort met de metaaldetector twee Romeinse munten aangetroffen. Vanwege de slechte conservering van de munten is de opdruk niet meer zichtbaar.
Figuur 9 Detail van de aangetroffen huisplattegrond
2807.001
Pagina 9 van 24
Ten noordoosten van de weg zijn in werkput 4 en 41 sporen aangetroffen, die niet met vondstmateriaal gedateerd kunnen worden. Het betreft een greppel die een structuur van minimaal zeven palen omgeeft. Vermoedelijk betreft het ene klein bijgebouw dat als (graan)opslag gediend heeft. Vergelijkbare bijgebouwen zijn aangetroffen in Uden en dateren in de Romeinse tijd.
Figuur 10 Detail van de aangetroffen bijgebouw
2807.001
Pagina 10 van 24
Figuur 10 Analogieën van huisplattegrond (boven) en bijgebouwen (onder) uit Uden Noord daterend in de Romeinse tijd.
2807.001
Pagina 11 van 24
Weg uit de Middeleeuwen / Nieuwe tijd In werkput 15, 6 en 7 zijn karrensporen aangetroffen die te maken hebben met een oude weg. Daarnaast zijn op een dieper niveau sporen van een weg aangetroffen in werkput 7 en 33. Op de AHn en op historische kaarten is een weg zichtbaar die vanaf de Cuijksestraat gelopen heeft naar de Mondse Hoeven. Tegenwoordig is de weg niet meer aanwezig. Op historische kaarten is te zien dat hij ten zuiden van Hoeve Eksterbosch zich afsplitst van de Cuijksestraat. Vervolgens loopt hij om de Cuijksestraat heen om pas ten noordoosten af te buigen naar het oosten toe richting de Mondse Hoeve. Op de historische kaart (en ook op de AHN) is te zien dat er ten noorden van Hoeve e Eksterbosch later ook een weg is aangelegd. In de jaren zestig van de 20 eeuw zijn de wegen opgeheven. Tijdens het proefsleuvenonderzoek is gebleken dat de weg die ten zuiden van Hoeve Eksterbosch vroeger doorgelopen heeft tot de Mondse Hoeve. Mogelijk geeft dit aan dat de Mondsestraat een redelijk recente weg is en dat de hoeve vroeger alleen via de Cuijksestraat bereikbaar was, De weg is in het vlak gedocumenteerd aan de hand van karrensporen in werkput 15, 6 en 7. Zowel in werkput 15 als in werkput 7 is er uitgebreid om goed zicht te krijgen op de aard en datering van deze weg. Opvallend was dat de weg vrij breed (8 m) was.
Een dergelijke breedte is een mogelijke indicatie voor langdurig gebruik.
Figuur 11 profiel in werkput 34 met in het blauw de weg aangegeven
2807.001
Pagina 12 van 24
Het dateren van een weg is moeilijk omdat niet duidelijk is of vondstmateriaal behoort tot de gebruiksfase van de weg of dat het met het rijden over de weg is meegenomen. Enkele kuilen die een aantal karrensporen van de weg oversnijden bevatten Romeins vondstmateriaal, maar het is niet duidelijk of dit opspit betreft. Echter gezien het feit dat de weg op de Mondse Hoeve lijkt uit te komen is het waarschijnlijker dat de weg met deze hoeve te maken heeft. Aangezien er geen continuïteit is tussen de Romeinse tijd en de Middeleeuwen is een Romeinse datering onwaarschijnlijk. Hoe oud de weg dan wel is, is moeilijk te zeggen. De vondst van enkele fragmenten Karolingisch aardewerk kan een aanwijzing zijn voor een datering in de Volle Middeleeuwen. Het feit dat de weg in enkele delen (o.a. wp 7) onder het plaggendek ligt kan deze datering ondersteunen.
Figuur 12 locatie van de weg op de historische kaart van ca 1900.
2807.001
Pagina 13 van 24
Noordelijk deel - IJzertijd In het noordelijk deel zijn sporen uit de IJzertijd aangetroffen. Dit deel omvat ca 2,2 ha. De aangetroffen sporen liggen veelal ver uit elkaar en zijn moeilijk te duiden. Complete of aanzetten tot plattegronden zijn niet aangetroffen. Wel zijn enkele sporenclusters, een tweetal crematiegraven, een greppel en een kuil met een voorraadpot aangetroffen.
Figuur 13 cluster met sporen uit de IJzertijd
2807.001
Pagina 14 van 24
Crematies: Tijdens de aanleg van werkput 21 zijn twee crematiegraven (s74 en s75) aangetroffen. In het vlak waren al stukjes bot zichtbaar. De twee crematiegraven zijn in de lengte gecoupeerd. De vorm van s75 doet vermoeden dat het bot en de resten van de brandstapel zijn geplaatst in een vierkante kuil. Dit wordt ondersteund door de interpretatie van de coupe. Tijdens het couperen was er een duidelijk onderscheid te zien tussen de botresten en het houtskool. Aan de linkerkant van de kuil was een grote hoeveelheid botresten geplaatst, op de bodem en aan de rechterkant de resten van de brandstapel met nog enkele stukjes bot (zie figuur 14). Het graf s75 is dan ook aan te duiden als Graftype B in de typologie van Hiddink. De kenmerkende eigenschappen van een dergelijk graf is een grafkuil, waar de gesorteerde crematieresten met of zonder container (bijvoorbeeld een urn, doek of kistje) in zijn geplaatst. Als de kuil is opgevuld met schone grond is sprake van Graftype A, als sprake is van een graf met crematierestendepot en verbrandingsresten apart van elkaar gescheiden is sprake van 2 Graftype B. De botresten zijn vermoedelijk als pakket gedeponeerd. In de crematiegraven zijn kleine stukjes aardewerk aangetroffen die dateren in de IJzertijd. Tevens is er een klein ijzeren voorwerp gevonden met de metaaldetector. Het voorwerp is niet herkenbaar.
Een eventuele datering in de Romeinse tijd is niet uit te sluiten zonder vervolgonderzoek, gezien de afwezigheid van Romeins materiaal in deze zone is een Romeinse datering echter wel onwaarschijnlijk. Er is een uitbreiding aangelegd richting het oosten, waarin nog twee kuilen (s100 en s101) aangetroffen zijn (werkput 29). In deze kuilen waren in het vlak geen botresten zichtbaar. Bij het couperen zaten er kleinere brokjes houtskool in de kuil, maar geen botresten.
Figuur 14 coupe van spoor 75 met links een cluster botresten en rechts resten van de brandstapel
2
Hiddink 2003
2807.001
Pagina 15 van 24
In werkput 36 zijn maar drie sporen aangetroffen, waarvan twee kuilen en één paalkuil. Tijdens de aanleg was in spoor 217 IJzertijd aardewerk zichtbaar. Bij het couperen kwam een grote hoeveelheid aardewerk (62 stuks) te voorschijn, waaronder enkele grote scherven. Vermoedelijk betreft het de scherven van één voorraadpot. De functie van de kuil is onbekend. In werkput 26 en 27 is een cluster sporen gevonden. In eerste instantie leken vijf sporen in put 26 een plattegrond te vormen. Enkele van deze sporen zijn gecoupeerd om de aard vast te stellen. Bij het couperen bleek dat drie van de vijf sporen natuurlijk te zijn. De laatste uitbreiding (werkput 42) is aangelegd bij werkput 35. Bij de aanleg van de proefsleuf werd een cluster van paalkuilen aangetroffen. In de uitbreiding zijn er nog eens 14 paalkuilen en kuilen aangetroffen. De sporen zijn dichtbij elkaar gelegen, maar er is geen structuur te reconstrueren. In werkput 28 tenslotte is een greppel aangetroffen, die mogelijk ook gedateerd kan worden in de IJzertijd. De werkput is verlengd en verbreed om te kijken of de greppel onderdeel uitmaakte van een huisplattegrond, maar dit bleek niet het geval. De functie van de greppel is onbekend. In werkput 23 is een kuil aangetroffen met houtskoolbrokken. Er is besloten om een uitbreiding aan te leggen in de oostelijke richting (werkput 30).
In de uitbreiding is een paardengraf uit de Nieuwe tijd aangetroffen. Alle botresten van het dier zijn in het veld gedeselecteerd.
2807.001
Pagina 16 van 24
Conclusies Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn er een drietal vindplaatsen aangetroffen. Het betreft een vindplaats uit de Romeinse tijd, Middeleeuwen en de IJzertijd. De vindplaats uit de Romeinse tijd bestaat vermoedelijk uit één erf met huisplattegrond en bijgebouwen. Dit erf zou onderdeel uitgemaakt kunnen hebben van het achterland van Cueclum (Cuijk). Verondersteld wordt dat het achterland van Cueclum dienst deed als landbouwgebied voor graan. Het is goed mogelijk dat het aangetroffen erf hier onderdeel van uitmaakte. De vindplaats uit de middeleeuwen bestaat uit een weg die vermoedelijk vanaf de Cuijksestraat naar de Mondse Hoeve gelopen heeft. De Mondse hoeve zelf ligt buiten het plangebied in een gebied dat geen dubbelbestemming archeologie heeft. De vindplaats uit de IJzertijd betreft een aantal verspreid liggende sporen, zoals kuilen, een greppel en een tweetal crematiegraven. De aard van de vindplaats kan hiermee niet vastgesteld worden.
2807.001
Pagina 17 van 24
5. VONDSTEN Vondstcategorie Aardewerk
Datering Nieuwe tijd / Middeleeuwen
Aantal 26
Opmerkingen Wit- en roodbakkend / fayence/ Steengoed Raeren / Karolingisch
Advies Quickscan
Romeinse tijd
171
Quickscan
IJzertijd
173
Handgevormd/ Gedraaid 168 Terra Sigillata 3 Handgevormd
Quickscan
Onbekend
35
Afslag 16 Kern 2 Pijlpunt 1 Kling 1 Schrabber 3 Onbekend 7 Slijpsteen 1
Nieuwe tijd/ Middeleeuwen Romeinse tijd Onbekend
2
Kogel
Deselectie
2 13
Munten
Deselectie Deselectie
Glas
IJzertijd
1
La Tène-armband
Quickscan
Bot en houtskool
IJzertijd
2
Crematiegraven
Deselectie
Bouwmateriaal
Romeinse tijd Onbekend
4
Dakpan (tegula) Baksteen 2
Quickscan
Steen
Metaal
Vuursteen
Tabel 1: vondstcategorieën met advies uitwerking
De verzamelde vondsten zijn goed bewaard, diagnostisch en goed determineerbaar. De vondsten zijn weinig gefragmenteerd. De meeste vondsten betreffen vlakvondsten en komen niet uit een spoor. Econsultancy adviseert om het vondstcomplex met een quickscan te onderzoeken. Hiermee kan een globaal overzicht gemaakt worden en kunnen de vondsten gedeponeerd worden, met uitzondering van het botmateriaal, metaal en houtskool. Aardewerk en bouwmateriaal Er is een groot aantal aardewerkscherven gevonden. In totaal zijn er 173 IJzertijd scherven en 171 Romeinse scherven aangetroffen. Daarnaast zijn er 26 scherven uit de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd aangetroffen. Analyse van de scherven uit de Romeinse tijd kunnen inzicht geven in de datering van het erf. De scherven uit de IJzertijd en de Middeleeuwen / Nieuwe tijd zullen weinig tot geen extra informatie opleveren. Geadviseerd wordt om het aangetroffen aardwerk met een quickscan te onderzoeken. Mocht het Romeinse deel opgegraven worden dan kan dan een volledig onderzoek voor deze periode uitgevoerd worden. (Vuur)steen Tijdens het proefsleuvenonderzoek is er een geretoucheerde pijlpunt uit het Neolithicum aangetroffen. Het betreft waarschijnlijk een verloren of afgeschoten pijlpunt. Nadere analyse van dit voorwerp, of het overige (vuur)steen zal dan ook geen meerwaarde opleveren.
Metaal Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn en tweetal munten, twee kogels en 13 fragmenten ondetermineerbaar metaal aangetroffen. De munten dateren in de Romeinse tijd, maar zijn van slechte kwaliteit. Conservering en determinatie zal weinig tot geen meerwaarde opleveren. Ook het fragment uit het crematiegraf is slecht bewaard gebleven en er kan niet meer achterhaald worden wat het oorspronkelijk is geweest. De overige metaalvondsten zijn gedaan tijdens de vlakaanleg en het is 2807.001
Pagina 18 van 24
onduidelijk tot welke periode ze behoren. Vermoedelijk is dat de Nieuwe tijd. Econsultancy adviseert om geen metaalvondsten te conserveren of te determineren. Glas Tijdens het onderzoek is een La Tène armband aangetroffen met vijf ringen erop. La Tène armbanden dateren in de late IJzertijd, hun functie is onbekend. Econsultancy adviseert om het type en datering van de armband te bepalen en middels een quickscan te determineren. Crematiemonsters Het is niet duidelijk tot welke nederzetting de crematies behoren. De crematies zijn zonder urn begraven, wat wijst op een datering in de IJzertijd. Analyse van de crematies zal weinig tot geen meerwaarde opleveren. Geadviseerd wordt dan ook om deze monsters te deselecteren.
2807.001
Pagina 19 van 24
6. UITWERKING De uitwerking en rapportage van sporen en vondsten zal geschieden conform de eisen van de KNA 3.3 en het PvE. De uitwerking zal starten zodra het evaluatierapport is goedgekeurd. De vondsten worden gedateerd en gedetermineerd, hierna zal het conceptrapport snel geschreven worden. Na goedkeuring van het concept zal het rapport binnen twee weken definitief gemaakt worden. Econsultancy stelt de volgende planning voor: Onderzoek Evaluatieverslag Inleveren conceptrapport Inleveren definitief rapport Deponeren
Opleveringsdatum 16-12-2016 Januari 2016 Februari 2016 januari 2017
Tabel 2: planning
6.1 RECAPITULATIE VAN DE ONDERZOEKSVRAGEN In het PvE staan onderzoeksvragen vermeld. Alle onderzoeksvragen kunnen worden beantwoord. Algemeen Zijn er archeologische resten in de bodem aanwezig? Zo ja, wat is de aard, omvang, ouderdom, herkomst, kwaliteit en locatie van de archeologische resten (horizontaal en verticaal)? Hebben de archeologische waarden een relatie met uit de omgeving bekende archeologische of historische locaties en welke is dat? Welke gegevens over de aangetroffen vindplaatsen kunnen de archeologische kennis van de regio en Cuijk aanscherpen? Is sprake van (een) behoudenswaardige vindplaats(en)? Wat is het belang van de vindplaats voor de lokale, regionale en nationale geschiedschrijving.
Wat kunnen de uitkomsten van het onderzoek zeggen over vergelijkbare terreinen in de omgeving? Indien er geen archeologische resten worden aangetroffen, wat is de reden voor de afwezigheid van archeologisch resten? Gaafheid en conservering van de vindplaats Wat is de mate van conservering en gaafheid van de archeologische resten? In welke mate zijn de onderzoeksgebieden verstoord? Periode en sites Welke en hoeveel vindplaatsen zijn in het onderzoeksgebied te herkennen? Wat is per archeologische site in het onderzoeksgebied: de ligging (inclusief diepteligging) de geologische en/of bodemkundige eenheid de omvang (inclusief verticale dimensies) het type en de functie van de sites of off-site-patronen de samenstelling van de archeologische resten (grondsporen en mobilia) Wat is, indien aanwezig, de ouderdom van de cultuurlaag? de vondst- en spoordichtheid de stratigrafie voorzover aanwezig de ouderdom, periodisering, typechronologische classificatie wanneer zijn vindplaatsen in onbruik geraakt? Landschap en bodem Wat is de bodemopbouw binnen het onderzoeksgebied? 2807.001
Pagina 20 van 24
2807.001
Waar bevindt zich binnen het plangebied het esdek? Als esdek afwezig is, komt dat doordat het er waarschijnlijk niet ontwikkeld is of omdat het in een later stadium weer verwijderd is? Indien er een esdek wordt aangetroffen. Wat is de dikte en wanneer is dit esdek aangelegd? Wat is de fysiek-landschappelijke ligging van de vindplaatsen (geologie, bodemkunde en geomorfologie)? Zijn er aanwijzingen voor stratigrafische hiaten, d.w.z. erosie of non-depositie, in de geologische profielopbouw ter plekke van de vindplaatsen? Wat is de paleo-ecologische context van het onderzoeksgebied? Liggen in het plangebied locaties die voor pollenanalyse bemonsterd kunnen worden? In hoeverre zijn de aangetroffen bodemlagen geschikt voor een palynologische reconstructie van de vegetatie- en gebruiksgeschiedenis van het terrein?
Pagina 21 van 24
7. WAARDERING VAN DE VINDPLAATSEN De vindplaatsen zullen nu gewaardeerd worden. Deze waardering moet leiden tot een aanbeveling ten aanzien van het vervolgtraject. De waardering wordt vastgesteld volgens de door de KNA voorgeschreven wijze aan de hand van de volgende aspecten: beleving, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit. Beleving De beleving van de vindplaats valt uiteen in twee criteria ‘schoonheid” en “belevingswaarde”. Bij beide gaat het vooral om zichtbare monumenten. Schoonheid is de esthetische-landschappelijke waarde van een archeologisch monument, die in de zichtbaarheid van het monument tot uiting komt. Deze waarde is gebaseerd op de zichtbaarheid vanaf het maaiveld als landschapselement, vorm en structuur en relatie met de omgeving. Herinneringswaarde is de herinnering die het archeologisch monument oproept over het verleden. Deze waarde is gebaseerd op verbondenheid met feitelijke historische gebeurtenissen en associatie met toegeschreven kwaliteit of betekenis. Fysieke kwaliteit De fysieke kwaliteit van de vindplaats is gebaseerd op de criteria gaafheid en conservering. De gaafheid is de mate van niet-verstoord zijn en stabiliteit van de fysieke omgeving. De conservering geeft de mate waarin archeologisch vondstmateriaal bewaard is gebleven aan. Bij 5 of meer punten is een vindplaats behoudenswaardig.
Bij een middelmatige tot lage score (vier punten of minder) wordt er naar de inhoudelijke kwaliteitscriteria gekeken om te bepalen of de vindplaats toch behoudenswaardig is. Inhoudelijke kwaliteit De inhoudelijke kwaliteit wordt uitgedrukt in waarden voor zeldzaamheid, informatie, ensemble en representativiteit. Zeldzaamheid is de mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied. Informatiewaarde is de betekenis van een monument als bron van kennis over het verleden. De ensemblewaarde (of contextwaarde) is de meerwaarde die aan een monument wordt toegekend, op grond van de mate waarin sprake is van een archeologische en landschappelijke context. De representativiteit is tenslotte de mate waarin een bepaald type monument karakteristiek is voor een periode dan wel een gebied voorkomt. Eerst wordt er een afweging gemaakt op basis van de drie inhoudelijke kwaliteitscriteria; zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde. Bij een bovengemiddelde score van 7 of meer punten is de vindplaats behoudenswaardig. Bij een lagere score wordt nagegaan of het criterium representativiteit van toepassing is. De beoordeling is, drie punten voor hoge, twee punten voor middelhoge en één punt voor lage kwaliteit. Voor het plangebied is de scoretabel (Tabel I) als volgt ingevuld: Tabel I
Scoretabel waardestelling van het plangebied Waarden
Beleving
Fysieke kwaliteit
Inhoudelijke kwaliteit
Criteria IJzertijd
Romeinse tijd
Middeleeuwen Nieuwe tijd
Schoonheid
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Herinneringswaarde
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Gaafheid
3
3
3
Conservering
3
3
3
Zeldzaamheid
1
2
3
Informatiewaarde
1
3
1
Ensemblewaarde
1
3
1
Representativiteit
2807.001
Scores
n.v.t.
Pagina 22 van 24
Parameter Beleving: Doordat de aangetroffen sporen niet zichtbaar zijn in het landschap en het geen herinnering oproept aan een historische gebeurtenis kan deze parameter niet gescoord worden. Parameter Fysieke kwaliteit: Aantasting van de vindplaats als gevolg van beakkering, bioturbatie en verbruining kan ervoor zorgen dat archeologische sporen verstoord worden. Dit is in het plangebied niet het geval. De sporen in het plangebied zijn beschermd door een dun plaggendek, dat ervoor gezorgd heeft dat de sporen goed bewaard zijn, zowel afzonderlijk als in context. De score voor fysieke kwaliteit bedraagt dan ook 6. Parameter Inhoudelijke kwaliteit: IJzertijd: De ijzertijdsporen betreffen losse sporen die over een groot deel van het plangebied aanwezig zijn. Er zijn geen aanwijzingen voor huisplattegronden of erven. Verder onderzoek zal relatief kostbaar zijn en zal weinig meerwaarde opleveren. De totaal score voor de inhoudelijke kwaliteit van de ijzertijdsporen bedraagt dan ook 3. Romeinse tijd: De aangetroffen sporen uit de Romeinse tijd lijken onderdeel uit te maken van een erf. Dit erf heeft vermoedelijk tot doel gehad om de vicus van Cueclum van graan te voorzien dat vervolgens daar werd verscheept naar andere delen van het Romeinse rijk. Analyse van deze sporen zal hier meer inzicht in geven. De inhoudelijke kwaliteit van de Romeinse sporen wordt daarom op 9 gesteld.
Middeleeuwen / Nieuwe tijd. Een weg naar een oude middeleeuwse of Nieuwe tijdse hoeve is bijzonder te noemen. Zeker in deze casus waar het oude wegenpatroon in de loop der eeuwen flink verandert is (blijkbaar is de Mondseweg een relatief jonge weg). Echter onderzoek naar deze weg heeft alleen zin als de bijbehorende hoeve ook onderzocht kan worden. Deze hoeve ligt echter niet in het plangebied. De hoeve ligt ten oosten van het plangebied en heeft inmiddels geen dubbelbestemming archeologie meer. Dit is jammer want onderzoek naar het ontstaan en gebruik van deze hoeve had inzicht kunnen geven in het ontstaan en gebruik van het landschap zoals dat nu aanwezig is. De weg afzonderlijk heeft echter geen meerwaarde. De inhoudelijke kwaliteit is daarom op 5 gesteld. Representativiteit: dit criterium is alleen relevant als bij het uitvoeren van de waardering het vermoeden bestaat dat duurzaam behoud van het monument gerealiseerd kan worden. Dit is bij dit onderzoek niet het geval, waardoor er over representativiteit geen uitspraken worden gedaan. Er wordt gesproken van een behoudenswaardige vindplaats indien de fysieke kwaliteit minimaal 5 punten of de gezamenlijke score van de inhoudelijke kwaliteit 7 punten of meer bedraagt. In bovenstaande tabel bedraagt de fysieke kwaliteit 6 punten en de inhoudelijke kwaliteit 3 punten.
Uit de bovenstaande tabel met waardering blijkt dat alleen de vindplaats uit de Romeinse tijd behoudenswaardig is. 8. RELATIE MET DE ONDERZOEKSAGENDA VAN DE GEMEENTE CUIJK De onderzoeksagenda van de gemeente Cuijk bestaat uit zes onderdelen: A. Neolithiserings proces B. Landinrichting in de Bronstijd C. Vroeg Romeinse centrumfunctie D. Overgang Romeinse naar Frankische Rijk E. Heren van Cuijk en Heren van de kerk F. Agrarische Industrialisatie
2807.001
Pagina 23 van 24
De vindplaatsen uit de IJzertijd en de Middeleeuwen / Nieuwe tijd zullen geen bijdrage leveren aan een van bovenstaande thema’s. De vindplaats uit de Romeinse tijd kan, afhankelijk van de datering, inzicht geven in thema C ( de vroeg Romeinse centrumfunctie) en thema D (overgang Romeinse naar Frankische rijk). 9. SELECTIEADVIES Econsultancy adviseert om de vindplaats uit de Romeinse tijd als behoudenswaardig te beschouwen. Econsultancy adviseert om hier geen bomen op te planten en er niet overheen te rijden, totdat deze sporen opgegraven zijn (behoud ex situ). De vindplaatsen uit de Middeleeuwen en de IJzertijd kunnen als niet behoudenswaardig bestempeld worden. Echter omdat de vindplaats uit de Middeleeuwen binnen de Romeinse vindplaats liggen, zullen deze sporen voorlopig ook behouden blijven. Aangezien het noordelijk deel niet onderzocht is wordt geadviseerd om ook voor dit deel de dubbelbestemming archeologie te behouden.
Figuur 15 selectieadvies
2807.001
Pagina 24 van 24