08 bijlage 04 - Aanmeldingsnotie mer-beoordeling.pdf
Tekst van het document
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Laarakker Noordwest
projectnummer 0465477.100 definitief revisie 03 18 november 2021
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest
projectnummer 0465477.100 definitief revisie 03 18 november 2021
Auteurs K. Keijzers
datum vrijgave 18-11-2021
beschrijving revisie 03 definitief
gecontroleerd GL
vrijgave PK
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling? Criteria voor het toetsen van activiteiten in een vormvrije m.e.r.-beoordeling Leeswijzer
1 1 2 3
2
Plaats en kenmerken van de activiteit
4
2.1 2.2 2.2.1 2.3 2.4
De plaats van de activiteit Kenmerken van de activiteit Omvang van de activiteit Cumulatie met andere projecten Overige kenmerken
4 5 5 7 7
3
Kenmerken van het potentiële effect
9
3.1 3.2
Effecten op de leefomgeving Effecten op de ruimtelijke kwaliteit
9 12
4
Conclusie
17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeenteraad van Cuijk heeft op 15 juli 2009 het bestemmingsplan 'Regionaal Bedrijvenpark Laarakker' vastgesteld. In het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’ was zowel voor Laarakker Noord als voor Laarakker Noordwest een bedrijfsbestemming opgenomen. Op grond van dit bestemmingsplan was de ontwikkeling van het volledige noordelijke deel van Bedrijvenpark Laarakker (Laarakker Noord én Laarakker Noordwest) dus mogelijk. Na vaststelling van het bestemmingsplan ‘Regionaal Bedrijvenpark Laarakker’ bleek dat verschillende bedrijven interesse hadden om zich te vestigen op Laarakker Zuid. De gemeenteraad heeft daarom op 20 april 2015 het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ vastgesteld, waarin aan Laarakker Zuid een bedrijfsbestemming is gegeven. De provincie Noord-Brabant wilde destijds meewerken aan het bestemmingsplan onder de voorwaarde dat de totale netto oppervlakte aan bedrijfsbestemming voor Bedrijvenpark Laarakker niet werd vergroot. Daarom is in het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ voor Laarakker Noordwest tijdelijk weer een agrarische bestemming opgenomen. In het Regionaal Ruimtelijk Overleg is vastgelegd dat de realisatie van Laarakker Noordwest kan starten als 70% van de gronden op Laarakker Noord en Zuid is uitgegeven.
Nu dat punt is bereikt, is er aanleiding om Laarakker Noordwest opnieuw een bedrijfsbestemming te geven. Het voornemen van deze herontwikkeling past niet binnen het huidige bestemmingsplan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling is onderdeel van deze bestemmingsplanprocedure. In de vormvrije m.e.r.-beoordeling is beoordeeld of de ontwikkeling mogelijk kan leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen.
1.2
Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling? De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijk eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). Tabel 1-1: Kolom D11.3 van m.e.r.-plichtige activiteiten uit Wet Milieubeheer en Besluit m.e.r. Categorie D 11.3
Activiteiten De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein.
Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer.
Besluit De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
Voor activiteiten die wel in onderdeel D van het Besluit m.e.r. zijn genoemd, maar waarvoor de drempelwaarden niet worden overschreden, dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Hierbij wordt - net als bij een formele m.e.r.-beoordeling - getoetst of er mogelijk
Blad 1 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
belangrijke nadelige milieugevolgen op kunnen treden. Het planvoornemen om Laarakker Noordwest (opnieuw) een bedrijfsbestemming te geven valt onder categorie D11.3 ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein’, maar blijft onder de drempelwaarde. In het kader van het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ is in 2015 een MER opgesteld waarin de effecten inzichtelijk zijn gemaakt van het ontwikkelen van Laarakker Zuid én Laarakker Noordwest. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de procedure van het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’. Realisering van Laarakker Noordwest is dus al eens integraal beoordeeld in een MER. Het opstellen van een nieuwe MER of een m.e.r.-beoordeling is daarom formeel niet noodzakelijk Omdat er sinds de MER uit 2015 de nodige ontwikkelingen zijn geweest, zijn enkele onderzoeken voor het bedrijventerrein opnieuw uitgevoerd en is ervoor gekozen om het instrument van de vormvrije m.e.r.-beoordeling in te zetten om (opnieuw) de milieueffecten van het voornemen te toetsen. Wetswijziging per 16 mei 2017 Op 16 mei 2017 is de Wet milieubeheer gewijzigd. Dit heeft tot gevolg dat voor een vormvrij m.e.r.-beoordelingsplichtig plan een apart besluit noodzakelijk is.
Dit houdt in dat de afweging om al dan niet een MER te maken niet alleen de conclusie kan zijn van een aanmeldingsnotitie, maar expliciet als besluit gemotiveerd moet worden. Dit besluit moet genomen worden door het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente Cuijk). Het uitgangspunt hierbij is dat er in beginsel geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden, tenzij het bevoegd gezag bepaalt dat er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
1.3
Criteria voor het toetsen van activiteiten in een vormvrije m.e.r.-beoordeling De toets wordt gedaan op basis van dezelfde criteria die gelden bij een formele m.e.r.-beoordeling. Deze toets is dus gekoppeld aan de richtlijnen in bijlage III van de Europese Richtlijn milieueffectboordeling. In deze bijlage staan drie criteria met uitgangspunten per criterium benoemd: kenmerken van de activiteit, plaats van de activiteit en kenmerken van het potentiële effect. Behalve de potentiële effecten op de genoemde aspecten, dient ook rekening gehouden te worden met ‘gevoelige gebieden’. De gebieden die in het algemeen in het kader van de m.e.r.-beoordeling beschouwd moeten worden, zijn weergegeven. Deze notitie laat zien of er een effect is op de genoemde aspecten en op de verschillende gebieden bij het uitvoeren van de activiteiten voor de herbestemming van Laarakker Noordwest met een bedrijfsbestemming. Tabel 1-2: Overzicht criteria ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’ Criteria
Beoordelingscriterium
Kenmerken van de activiteit
• • • • • • • •
Plaats van de activiteit
omvang cumulatie met andere projecten gebruik van natuurlijke hulpbronnen productie van afvalstoffen verontreiniging en hinder risico van ongevallen bestaand bodemgebruik relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
Blad 2 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
•
Kenmerken van het potentiële effect
• • •
• •
1.4
het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen (gevoelige) gebieden: o wetlands, o kustgebieden, o berg- en bosgebieden, o reservaten en natuurparken, o gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; o speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG en Richtlijn 92/43/EEG, o gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, o gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, o landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. het bereik van het effect grensoverschrijdend karakter orde van grootte en complexiteit van het effect waarschijnlijkheid van het effect duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect
Leeswijzer Het vervolg van het rapport is als volgt opgebouwd: • Hoofdstuk 2: de plaats van de activiteit en de kenmerken van de activiteit (aard en omvang, de wijze van aanleg); • Hoofdstuk 3: de kenmerken van het potentiële effect van de activiteit; • Hoofdstuk 4: conclusie.
Blad 3 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
2
Plaats en kenmerken van de activiteit
2.1
De plaats van de activiteit Het plangebied is gesitueerd in het noordwesten van Regionaal Bedrijvenpark Laarakker, tussen Haps en de A73. Het plangebied beperkt zich daarmee tot de uitgeefbare gronden op Laarakker Noordwest (inclusief de openbare ruimte die op het bedrijventerrein wordt gerealiseerd) en de groene inpassing die daar direct omheen ligt. Het plangebied heeft dezelfde begrenzing als de (tijdelijke) bestemming ‘Agrarisch’ uit het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ en heeft een totale oppervlakte van circa 14 hectare.
Figuur 2.1: Ligging plangebied Laarakker Noordwest t.o.v. Regionaal Bedrijvenpark Laarakker
Blad 4 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
Figuur 2.2: Plangebied Laarakker Noordwest
Bestaand bodemgebruik De gronden zijn in het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker Zuid’ als ‘Agrarisch’ bestemd. In de huidige situatie is het plangebied conform de bestemming in gebruik als agrarische grond. Natuurlijke hulpbronnen en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Er bevinden zich geen noemenswaardige natuurlijke hulpbronnen of gevoelige gebieden in het plangebied.
2.2
Kenmerken van de activiteit
2.2.1
Omvang van de activiteit Laarakker Noordwest wordt grotendeels (circa 9,8 hectare bruto oppervlak) ontwikkeld als bedrijventerrein voor bedrijven in de lichtere milieucategorieën (‘lokaal bedrijventerrein’, bestemd als ‘Bedrijventerrein – 1’). Een klein deel van het terrein, dat grenst aan Laarakker Noord en ten oosten van de hoogspanningsverbinding ligt (circa 1,4 hectare bruto oppervlak), is geschikt voor bedrijven in de hogere milieucategorieën (‘regionaal bedrijventerrein’, bestemd als ‘Bedrijventerrein – 2’). In onderstaande figuur is de verdeling van de bestemmingen ‘Bedrijventerrein – 1’, ‘Bedrijventerrein – 2’, ‘Groen’ en ‘Water’ in het plangebied weergegeven.
Blad 5 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
lokaal bedrijventerrein (circa 9,8 hectare bruto oppervlak)
regionaal bedrijventerrein (circa 1,4 hectare bruto oppervlak)
Figuur 2.3 Verbeelding Bedrijvenpark Laarakker Noordwest.
Lokaal terrein (bestemming ‘Bedrijventerrein – 1’) Op het lokale bedrijventerrein mogen bedrijven worden gevestigd in de lichtere milieucategorieën 2 en 3.1. Gelet op de brede groenzones en de afstand tussen het bedrijventerrein en de woningen in de omgeving, zijn bedrijven in deze milieucategorieën uit oogpunt van milieuzonering toelaatbaar. De bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt maximaal 10 meter en gebouwen en overkappingen moeten op minimaal 6 meter van de voorste perceelsgrens en minimaal 5 meter van de zijdelingse en achterste perceelsgrens worden gerealiseerd. De maximale bouwhoogte wordt op het grootste deel van het lokale bedrijventerrein ingeperkt door de molenbiotoop van de Mariamolen. Op de rand van de bedrijfsbestemming, die op circa 105 meter van de molen ligt, bedraagt de maximale bouwhoogte volgens de biotoopberekening 5,3 meter. Deze hoogte loopt lineair op, totdat op 342 meter afstand van de molen een bouwhoogte van 10 meter wordt bereikt. Om het kleinschalige karakter van het lokale bedrijventerrein te waarborgen, is in de planregels bepaald dat een bouwperceel maximaal 5.000 m2 groot mag zijn.
Via een omgevingsvergunning kunnen grotere bouwpercelen worden toegelaten als dat noodzakelijk is voor de ruimtelijk-economische belangen van het bedrijf, als het grotere kavel stedenbouwkundig inpasbaar is en als verplaatsing naar of vestiging op een ander (regionaal) bedrijventerrein niet mogelijk is.
Blad 6 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
Regionaal terrein (bestemming ‘Bedrijventerrein – 2’) Op het regionale terrein is via aanduidingen aangegeven wat de maximale milieucategorie van bedrijven is. Op het grootste deel van het terrein is milieucategorie 4.2 de maximale milieucategorie, voor een klein deel van het terrein geldt milieucategorie 4.1 als maximum. De bouwmogelijkheden zijn op hoofdlijnen hetzelfde als de bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Laarakker’ uit 2009 en zijn ruimer dan op het lokale terrein. De bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en overkappingen mag hier maximaal 12 meter bedragen, met een afwijkingsmogelijkheid tot 20 meter. Voor bouwwerken zoals silo’s en bedrijfsinstallaties geldt ook een maximale bouwhoogte van 12 meter, met een afwijkingsmogelijkheid tot 20 meter. Van deze afwijkingsmogelijkheid kan uitsluitend gebruik worden gemaakt als de grotere hoogte noodzakelijk is vanwege de bedrijfsuitoefening. Daarbij wordt getoetst of de grotere bouwhoogte niet leidt tot een onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld: de hogere bedrijfsinstallaties dienen dus ruimtelijk inpasbaar te zijn. Gebouwen en overkappingen moeten op minimaal 12 meter van de voorste perceelsgrens worden gerealiseerd (met een afwijkingsmogelijkheid tot 6 meter) en op minimaal 5 meter van de zijdelingse en achterste perceelsgrens (met een afwijkingsmogelijkheid tot 3 meter).
Omdat het regionale bedrijventerrein juist is bedoeld voor de vestiging van grootschalige bedrijven, geldt er geen maximum oppervlakte voor het bouwperceel. In plaats daarvan is een minimale oppervlakte voorgeschreven (5.000 m2 voor bedrijven in milieucategorie 3.1 en 3.2 en 2.000 m2 voor bedrijven in milieucategorie 4.1 en 4.2) om te voorkomen dat een versnippering van het terrein plaatsvindt.
2.3
Cumulatie met andere projecten Regionaal Bedrijvenpark Laarakker is in meerdere fases gerealiseerd, Laarakker Noordwest is de laatste fase van de gehele ontwikkeling. De m.e.r. die in 2015 is uitgevoerd heeft de effecten van zowel Laarakker Zuid als Laarakker Noordwest in beeld gebracht, derhalve heeft de afweging van de gezamenlijke milieueffecten destijds al plaatsgevonden. Daarom is er geen sprake van cumulatie van effecten.
2.4
Overige kenmerken De voorgenomen activiteit kan bijzondere kenmerken hebben ten aanzien van een aantal aspecten. Onderstaand is per aspect weergegeven welke kenmerken de herbestemming van Laarakker Noordwest met een bedrijfsbestemming heeft: 1. Natuurlijke hulpbronnen van het gebied: Er worden geen natuurlijke hulpbronnen van het gebied gebruikt om de ontwikkeling te realiseren. Het gebied heeft ook geen natuurlijke hulpbronnen die eventueel gebruikt kunnen worden. Er zijn daarom geen bijzondere kenmerken betreffende dit aspect. 2. De productie van afvalstoffen: Bij de bouw van de bedrijven en aanleg van de infrastructuur komt regulier (bouw)afval vrij. In de gebruiksfase is bij de bedrijven sprake van reguliere afvalstromen. Er zijn geen bijzondere kenmerken betreffende dit aspect.
Blad 7 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
3. Verontreiniging en hinder: Uit historisch bodemonderzoek is gebleken dat op en nabij de locatie geen verdachte bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Het plangebied is onverdacht ten aanzien van bodemverontreinigingen. De bedrijven die zich op Laarakker vestigen, zijn op grond van de geldende milieuregels gehouden aan regels om verontreiniging van bodem en grondwater te voorkomen. Er zijn geen bijzondere kenmerken betreffende dit aspect. Voor wat betreft hinder kan in de bouw- en aanlegfase sprake zijn van enige overlast naar de omgeving. Mede gelet op de ruime afstand van de locatie tot bestaande woningen (ruim 100 meter) worden geen belangrijke effecten verwacht. De hinder vanwege bedrijfsactiviteiten is ingeperkt doordat milieuzonering is gehanteerd en rond Laarakker sprake is van een geluidzone waarbuiten het cumulatieve industrielawaai de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. 4. Risico van ongevallen met name gelet op de gebruikte stoffen en technologieën: Er wordt geen gebruik gemaakt van gevaarlijke stoffen of technologieën voor de bouw van de bedrijven. Het bestemmingsplan bevat regels voor de toelaatbaarheid van risicovolle inrichtingen: op het lokale terrein zijn risicovolle inrichtingen uitgesloten en op het regionale terrein gelden voorwaarden voor de ligging van de risicocontouren van de bedrijven.
Blad 8 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
3
Kenmerken van het potentiële effect
3.1
Effecten op de leefomgeving Geluid In 2015 heeft Antea Group een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting ten gevolge van industrielawaai en wegverkeerslawaai. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het MER Laarakker Zuid en Noordwest. Laarakker Noordwest is onderdeel van het industrieterrein Bedrijventerrein Laarakker, het betreft een geluidgezoneerd industrieterrein. Industrielawaai In de MER behorende bij Laarakker zuid en Noordwest is de ontwikkeling van Laarakker Noordwest getoetst in het kader van industrielawaai. De ontwikkeling leidt tot een verslechtering van de geluidsituatie in het plan- en studiegebied. De toetsing wijst uit dat er in 2025 één gehinderde is toe te wijzen aan de ontwikkeling van Laarakker Noordwest. Het planeffect is daarmee licht negatief. Wegverkeerslawaai Het wegverkeerslawaai voor de referentiesituatie 2025 is in het MER van 2015 in beeld gebracht. Op basis van de contourenplot kan geconstateerd worden dat de invloed van de A73 in het plangebied dominant is. Daarnaast zijn ook de Randweg Haps en de Oeffeltseweg relevant voor de geluidbelasting binnen het plangebied. De geluidbelasting als gevolg van het wegverkeer in deelgebied Laarakker Noordwest ligt grotendeels tussen de 45 en 55 dB. In het plangebied en de omgeving is sprake van enige verslechtering van de geluidsituatie als gevolg van het wegverkeer.
De toetsing wijst uit dat er in 2025 één gehinderde is toe te wijzen aan de ontwikkeling van Laarakker Noordwest. Het planeffect is daarmee licht negatief. Cumulatie Het plangebied is gelegen binnen de zone van verschillende geluidbronnen (industrie en wegverkeer). In en nabij deelgebied Laarakker Noordwest verandert de gecumuleerde geluidbelasting als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen vrijwel niet (maximaal -1 tot 1 dB). Er worden ten aanzien van het aspect geluid geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Luchtkwaliteit De huidige situatie in het plangebied voldoet aan de Europese normen voor luchtkwaliteit. De concentratie van vervuilende stoffen in de Nederlandse lucht nam de afgelopen decennia af, omdat veel bedrijven en ook wegverkeer schoner zijn geworden. Ondanks de verbetering kan nog meer gezondheidswinst worden behaald door schonere lucht. Als gevolg van de planontwikkeling neemt het aantal bedrijven toe en als gevolg daarvan ook het verkeer. Hierdoor is ook sprake van een toename van de concentraties NO 2 en PM10. De hoogste toenamen zijn circa 2 microgram NO2, maar gemiddeld is een concentratietoename van circa 1 microgram NO2 zichtbaar. De concentraties blijven daarbij wel ruim onder de grenswaarden. De maximale toename is minder dan 1 microgram PM 10 en daardoor wordt het effect op de concentraties PM10.
Blad 9 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
Wat betreft geur bevinden zich in het plangebied en in de directe omgeving in de huidige en toekomstige situatie geen inrichtingen die tot relevante geurhinder leiden. Toetsing voor het aspect geurhinder is daarom niet noodzakelijk. Er worden ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Externe veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In dit kader is een onderzoek uitgevoerd om de effecten van de planontwikkeling voor de externe veiligheid in beeld te brengen. In de omgeving van Laarakker Noordwest zijn twee transportassen gelegen, de A73 ten oosten van het plangebied en de Oeffeltseweg (N264) ten zuiden van het plangebied. Het plangebied ligt buiten de 200 meter-zone van de A73 en de 200 meter-zone van de Oeffeltseweg. Over beide wegen worden gevaarlijke stoffen getransporteerd. Desalniettemin is onderzoek gedaan naar de risico's vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over deze wegen.
Het transport van gevaarlijke stoffen over de N264 betreft in de huidige situatie alleen bevoorrading van tankstations met benzine en diesel (LF1 en LF2) en transport van propaan (GF3) ter bevoorrading van propaantanks. Rijksweg A73 • De maximale 10-6 plaatsgebonden risicocontour bedraagt 10 meter en reikt niet tot het plangebied. Er wordt daarmee voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; • Een beschouwing van het groepsrisico is niet nodig vanwege de afstand tussen het plangebied en de weg (meer dan 200 meter); • Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Randweg (N264) • Het invloedsgebied van de weg reikt niet tot het plangebied. Nadere beschouwing ten aanzien van het risiconiveau is derhalve niet van toepassing. LPG-tankstation Kalkhofseweg 41 A/B • Het invloedsgebied van het LPG-tankstation reikt niet tot het plangebied. Nadere beschouwing ten aanzien van het risiconiveau is derhalve niet van toepassing. Tankstations Schuttersweg 16 en Klopsteen 2 en 4 • De veiligheidsafstanden van deze tankstations reiken niet tot het plangebied. Nadere beschouwing van deze risicobronnen is derhalve niet van toepassing.
Blad 10 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
Hoogspanningsleiding • De indicatieve zone bedraagt 60 meter aan weerszijden van de hoogspanningsleiding. Binnen deze zone moeten gevoelige bestemmingen worden vermeden: bedrijventerrein wordt niet gedefinieerd als gevoelige bestemming. In het MER behorende bij Laarakker Zuid en Noordwest is de ontwikkeling van Laarakker Noordwest getoetst in het kader van externe veiligheid. Hieruit blijkt dat in het kader van het plaatsgebonden risico er geen belemmeringen zijn voor de ontwikkeling van het plangebied. Voor het groepsrisico geldt dat dit zal toenemen, maar onder de oriëntatiewaarde blijft. Gezien de toename is dit nader onderbouwd en geconcludeerd dat er voldoende mogelijkheden zijn in het kader van zelfredzaamheid waardoor het groepsrisico verantwoord wordt geacht. Er worden ten aanzien van het aspect externe veiligheid geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Verkeer en parkeren Verkeerstructuur Het bestaande regionale bedrijventerrein Laarakker is gelegen ten oosten van de kern Haps en wordt ontsloten door de N264 en A73. Deze twee hoofdwegen liggen direct aan de grenzen van het bedrijventerrein. Hierdoor is een goede ontsluiting geborgd, via wegen die op enige afstand van grotere woongebieden zijn gelegen. Naast de ligging aan de A73, ligt Bedrijvenpark Laarakker ook in de nabijheid van haven, spoor en trein.
De containerterminal van Cuijk aan de Maas en de treinverbinding tussen Nijmegen en Venlo liggen op korte afstand van het bedrijvenpark. Vliegveld Weeze (D) is 25 minuten rijden van de gemeente Cuijk. Het bedrijventerrein Laarakker Noord en Noordwest wordt ontsloten door de N264 en de A73. Via deze wegen wordt het overgrote deel van het verkeer afgewikkeld. Een klein deel van het verkeer zal via de diverse lokale wegen naar nabij gelegen kernen rijden, maar dat betreft hoofdzakelijk verkeer met een lokale bestemming. Verkeersafwikkeling / bereikbaarheid In het MER behorende bij Laarakker Zuid en Noordwest is de ontwikkeling van Laarakker Noordwest getoetst in het kader van verkeer. Uit het onderzoek blijkt dat op de N264 circa 10.000 auto’s per etmaal rijden. Over de overige lokale wegen rijden minder dan 2.000 auto’s per etmaal. De capaciteit van de diverse wegen in het plangebied is afdoende om deze verkeerstromen te kunnen verwerken. De hoogste I/C verhoudingen van de N264 liggen bij de op- en afritten van de A73. Als gevolg van de realisatie van bedrijventerrein Laarakker Zuid (en Noordwest) nemen de verkeersintensiteiten toe. De verkeerstoename is vooral gesitueerd op de ontsluitingsweg vanaf het nieuwe bedrijventerrein op de N264 en in mindere mate op de Randweg Haps. De totale toename is circa 2.100 motorvoertuigen per etmaal.
Als gevolg van de toename van het verkeer door de ontwikkeling van Laarakker Zuid veranderen de I/C-verhoudingen niet of nauwelijks op de meeste wegen. Verkeersveiligheid Het verkeersaanbod op de diverse wegen neemt licht toe. Omdat deze toename beperkt is, kan niet gesproken worden van een verslechtering van de verkeersveiligheid en wordt daardoor neutraal (0) beoordeeld. De verkeerstructuur binnen het bedrijventerrein dient goed geschikt te zijn
Blad 11 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
voor met name vrachtverkeer. Dit betekent voldoende ruimte voor laden en lossen en ruime boogstralen. Hierdoor worden (kleinere) ongelukken voorkomen. Langzaam verkeer Op het nieuwe bedrijventerrein zijn geen grote langzaam verkeerstromen aanwezig. Eventuele werknemers die met de fiets naar het plangebied komen, dienen wel gefaciliteerd te worden. Dit kan door voldoende brede wegen met goed zicht te realiseren op het bedrijventerrein (met name in bochten). Er worden ten aanzien van het aspect verkeer geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Bodem Het historisch onderzoek Laarakker Noordwest te Haps geeft aan dat de kwaliteit van de bodem voor de voorgenomen bestemmingplanwijziging afdoende bekend is. Uit de bekende gegevens blijkt dat op en nabij de locatie geen verdachte activiteiten staan geregistreerd. Ook hebben op en nabij de locatie diverse bodemonderzoeken plaatsgevonden. Een aangetoonde asbestverontreiniging is reeds gesaneerd. Aan de hand van deze onderzoeken blijkt de locatie onverdacht. Verwacht wordt dat de grond voldoet aan de bodemkwaliteitskaart. Indien ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen aangevraagd wordt, kan niet worden volstaan met de resultaten van dit onderzoek en dient een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 te worden uitgevoerd.
Bij de uitvoering van dit onderzoek kan afhankelijk van de oppervlakte van de locatie worden uitgegaan van een (grootschalig) onverdachte, niet lijnvormige locatie (ONV-(GR-)NL). Vanwege de voormalige boomkwekerij dient aanvullend te worden onderzocht op bestrijdingsmiddelen (OCB’s). Er worden ten aanzien van het aspect bodem geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht.
3.2
Effecten op de ruimtelijke kwaliteit Archeologie en cultuurhistorie Op de volgende figuur is de gemeentelijk beleidskaart met daarop het plangebied weergegeven. De gronden in het plangebied van dit bestemmingsplan vallen volgens de beleidskaart grotendeels in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde (‘Waarde – Archeologie 5’). Op deze gronden is archeologisch onderzoek nodig als bodemingrepen groter zijn dan 2.500 m2 en de gronden dieper worden geroerd dan 0,5 m-mv. Een strook gronden langs de noordelijke grens van het plangebied, grenzend aan de Laarakkerse Waterleiding heeft een lage archeologische verwachtingswaarde. Hier geldt geen onderzoeksverplichting. De grenzen van de onderzoeksverplichting worden bij de voorgenomen ontwikkelingen overschreden waardoor archeologisch onderzoek conform de beleidskaart verplicht is.
Blad 12 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
Figuur 3.1: Weergave plangebied (rood omlijnd) op de archeologische beleidskaart.
Het archeologische onderzoek concludeert op basis van de resultaten van het karterend booronderzoek in het centraal-noordwestelijke tot noordwestelijke deel van het noordoostelijk gelegen terreindeel een archeologische vindplaats kan worden verwacht, mogelijk de meest oostelijke uitloop van een IJzertijdvindplaats die in een eerder stadium tijdens een proefsleuvenonderzoek is aangetroffen. Op grond van de resultaten van het archeologisch karterend booronderzoek is geadviseerd om in het centraal-noordwestelijke tot noordwestelijke deel van het noordoostelijk gelegen terreindeel een vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Voor het zuidwestelijk gelegen terreindeel en het zuidelijke, centraal-zuidelijke en uiterst noordelijke deel van het noordoostelijk gelegen terreindeel wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Voor de gronden waar een archeologische dubbelbestemming behouden blijft geldt dat de aanwezige de dubbelbestemming bedoeld is om de archeologische waarden te behouden en bescherming. Om de werkzaamheden uit te mogen voeren is op grond van de dubbelbestemming een omgevingsvergunning benodigd. Een vereiste om deze omgevingsvergunning te verkrijgen is dat middels archeologisch onderzoek is aangetoond waar welke archeologische waarden aanwezig zijn en welke naar oordeel van het bevoegd gezag voldoende is vastgesteld.
Mocht er gedurende de werkzaamheden archeologische sporen worden aangetroffen dan dient op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt. Op basis van de wetgeving omtrent archeologie zijn archeologische waarden in de grond beschermd. Deze bescherming houdt in dat als tijdens werkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen (ongeacht of deze beschermd zijn middels een archeologische dubbelbestemming) deze waarden beschermd zijn, dit geldt voor het gehele gebied. Op basis van het voorgaande kunnen op voorhand negatieve effecten op archeologie worden uitgesloten.
Blad 13 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
Er worden ten aanzien van het aspect archeologie en cultuurhistorie geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Natuur Soortenbescherming In 2021 is er een Natuurtoets uitgevoerd. Naar aanleiding van deze Natuurtoets is er ook aanvullend onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek is gezocht naar de burcht van de das. De burcht is gelegen in de groenstrook naast het beoogde bedrijventerrein. De hoofdburcht zelf gaat niet verloren in het voornemen, noch vormt het gebied dat onder het plangebied valt onderdeel van het essentiële leefgebied van de das. De nieuwe groene inrichting tussen de hoofdburcht en het bedrijventerrein kan ook worden ingericht ten behoeve van de das. Door het treffen van maatregelen kan verstoring van de burcht worden geminimaliseerd. Hierbij kan worden gedacht aan beperkte werktijden tijdens de aanleg en verwijderen van voorzieningen, de werkzaamheden zo kort mogelijk laten duren, werkzaamheden uitvoeren in de periode tussen augustus en november, voorkomen van het blokkeren of beschadigen van de burcht en het aanleggen van een buffer tussen de burcht en de werkzaamheden. Indien deze maatregelen worden opgevolgd, is er geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming. Er is dan geen noodzaak tot het aanvragen van een ontheffing. Gebiedsbescherming In het plangebied is geen NNN-gebied (Natuur Netwerk Nederland) aanwezig.
Ook significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN in de nabijheid van het plan kunnen worden uitgesloten. De ontwikkeling in het plangebied heeft geen effect op de directe omgeving van het plangebied. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Het NNN-beleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg. (Significant) negatieve effecten zijn uitgesloten. Er is daarom geen noodzaak voor vervolgstappen of een uitgebreidere toetsing wat betreft NNN gebieden. Uit de bureaustudie blijkt dat op circa 4,3 kilometer afstand ten noordoosten van het plangebied Natura 2000-gebied ‘Oeffelter Meent’ ligt. Als gevolg van de relatief grote afstand kunnen effecten op de Natura 2000-gebieden ten gevolge van bijvoorbeeld versnippering, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door licht en verstoring door trillingen op voorhand worden uitgesloten. Enkel de effecten ten gevolge van vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. Er is daarom geadviseerd om een AERIUS-berekening uit te voeren.
Uit de berekeningen uitgevoerd met AERIUS Calculator blijkt dat de realisatie- en gebruiksfase van het bestemmingsplan Laarakker Noordwest niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol per hectare per jaar op de omliggende Natura 2000- gebieden, mede omdat het bedrijventerrein gasloos wordt uitgevoerd. Hierdoor kunnen voor het aspect stikstofdepositie significante gevolgen worden uitgesloten. Er worden ten aanzien van het aspect natuur geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht, indien de noodzakelijke mitigerende maatregelen (minimaliseren verstoring dassenburcht, gasloos aanleggen bedrijventerrein) worden getroffen.
Blad 14 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
Water Het plangebied heeft in de huidige situatie een agrarische bestemming. Het maaiveld binnen het plangebied varieert in hoogte van NAP +10,8 m in het zuidoosten tot NAP +12,2 m in het midden van het plangebied.
Figuur 3.2: Weergave plangebied (zwart omlijnd) op het AHN.
Ten noorden en oosten van het plangebied liggen A-watergangen. Beide watergangen hebben een beschermingszone van 5 meter ten behoeve van het beheer en onderhoud aan de watergangen. In het voorgenomen plan neemt het totaal verhard oppervlak (bebouwd en overig verhard oppervlak) toe ten opzichte van het huidige totaal verhard oppervlak. Hiervoor is reeds in 2012 een waterhuishoudkundig plan opgesteld voor Laarakker Noord en Noordwest, waarin het watersysteem op het bedrijventerrein is beschreven. Het gehele bedrijvenpark Noord en Noordwest is 57 ha groot en er is uitgegaan van 90% verharding (51,3 ha). Uitgaande van een bergingseis van 63 mm, betekent dit een bergingsopgave van 32.319 m3 . Het plan voorziet in een totale bergingscapaciteit van 33.221 m3 en een infiltratiereductie afgesproken van 7.361 m3 . Met deze bergingscapaciteit en met de infiltratiereductie is in het plan ruimte voor 79,1 mm. Daarmee voldoet Laarakker Noord en Noordwest ruimschoots aan de bergingseis van 63 mm.
Blad 15 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
De bedrijven in het plangebied worden aangesloten op een gescheiden rioolsysteem. Afhankelijk van het type bedrijf en de bedrijfsvoering gelden strengere regels voor de afvoer van vuil- en hemelwater. Bij het opstellen van een inrichtingsplan voor het bedrijventerrein dient tevens in overleg met de gemeente een rioleringsplan voor de verwerking van afwater te worden opgesteld. Daarnaast moeten mogelijke extra zuiverende stappen worden toegepast indien het afvalwater afkomstig van de bedrijven op enige wijze vervuild is. Binnen of in de omgeving van het plangebied liggen geen primaire of regionale keringen en tevens geen beschermingszone behorende bij deze keringen. Er worden ten aanzien van het aspect water geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht, indien
Blad 16 van 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Laarakker Noordwest projectnummer 0465477.100 18 november 2021 revisie 03
4
Conclusie Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse, mits de noodzakelijke mitigerende maatregelen worden getroffen in het kader van de aanwezigheid van een dassenburcht en ten aanzien van de gasloze aanleg van het bedrijventerrein. Er is geen aanleiding om een (nieuwe) m.e.r.-procedure te doorlopen voor deze ontwikkeling.
Blad 17 van 17
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT
www.anteagroup.nl
Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.