CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

08 004.memo.aardkundige waarden.8 juni 2021.pdf

Cuijk - raadsvergadering 4 oktober 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (A-stuk) Voorstel 2021-54 Voorstel tot vaststelling Verklaring van geen bezwaar ontwikkeling Zonnepark Hapsebaan 33 te Vianen2.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo:

Onderbouwing aardkundige waarden Hapsebaan 33 te VIanen

Datum:

8 juni 2021

Projectnummer:

2020.0629

Ter attentie van:

Peter Broekmans (Gemeente Cuijk)

Opgesteld door:

Arjan van Dooren (Reland)

In afschrift aan:

Aart Uittenbogaard (Solargaard b.v.)

Inleiding In de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant heeft de provincie een aanduiding voor aardkundige waarden opgenomen. Via de regels die aan deze aanduiding zijn gekoppeld wil de provincie wil deze aardkundige waarden beschermen. Aardkundige waarden bestaan uit onderdelen van het landschap die iets vertellen over de oorsprong van het gebied. Wind, rivieren, zee, ijs, aardbreuken spelen hierin een grote rol. Denk hierbij aan dekzandruggen, stuifduinen en meanderende beeklopen. Landschapskenmerken die gezichtsbepalend zijn voor het Brabants landschap. De provincie wil deze onvervangbare gebieden behouden vanwege de ecologische en cultuurhistorische betekenis. Daarom nam de zij 42 gebieden van provinciale of nationale betekenis op in Structuurvisie ruimtelijke ordening en worden deze gebieden beschermd met regels in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Samen met andere overheden, aardwetenschappelijke organisaties en natuur- en milieuverenigingen werkt de provincie aan het behoud en beheer in deze gebieden. Het plangebied voor de locatie Hapsebaan 33 is in een gebied gelegen dat gekenmerkt wordt door aardkundige waarden. In dit geval gaat het om de Maasterassen Land van Cuijk.

De provincie heeft gevraagd om in een aanvullende memo aan te geven of de ontwikkeling ter plaatse van Hapsebaan 33 te Vianen, van invloed is op deze aardkundige waarden. De ontwikkeling aan Hapsebaan 33 is tweeledig. Enerzijds wordt ter plaatse een varkenshouderij opgeheven en gesaneerd. De stallen van dit bedrijf worden gesloopt en door het opheffen van een agrarisch bouwvlak (circa 6 hectare), worden nieuwe bouwmogelijkheden voor (intensieve) veehouderij uitgesloten. Op de plek van het voormalige bouwvlak wordt vervolgens een zonnepark opgericht van circa 8 hectare. Het zonnepark blijft voor een periode van 25 jaar bestaan en wordt landschappelijk ingepast. De bestemming blijft daardoor agrarisch. Het zonnepark wordt via en tijdelijke vergunning mogelijk gemaakt. In dit stuk wordt eerst ingegaan op het beleid dat van toepassing is op de aardkundige waarden, vervolgens de kenmerken en kwaliteiten van de aanwezige aardkundige waarden (Maasterassen Land van Cuijk), de (historische) ontwikkeling van de locatie en vervolgens de nieuwe situatie in relatie tot de aardkundige waarden. Deze memo wordt afgesloten met een conclusie.

Provinciaal beleid aardkundige waarden De provincie stelt bij alle ontwikkelingen dat de lagenbenadering toegepast dient te worden. De toepassing van de lagenbenadering is een hulpmiddel om de effecten van een ontwikkeling in beeld te brengen. Het gaat daarbij om het effect op de lagen in wisselwerking met elkaar waarbij de factor tijd actief wordt benut. De eigenschappen van de ondergrond, het landschap, de infrastructuur en de mate van verstedelijking verschillen sterk binnen Brabant. Hierdoor kan een ingreep in het oosten van Brabant heel anders uitpakken dan in West-Brabant. Daarom is het van belang om te weten hoe de omgeving in elkaar steekt en te kijken naar alle lagen: de ondergrond, de netwerklaag, de bovenlaag en de tijdsdimensie. Tussen deze lagen bestaat een wisselwerking. Iedere laag kent zijn eigen dynamiek, verschillende veranderingssnelheid en mate van omkeerbaarheid bij ingrepen. Voor een aspecten die bij de lagenbenadering betrokken worden, bevat deze verordening specifieke regels, zoals het Natuur Netwerk, de groenblauwe mantel, cultuurhistorische- en aardkundige waarden, stiltegebied en delen van het watersysteem.

Onder aardkundige waarden wordt het volgende verstaan: “waarden en kenmerken van een gebied die vanwege geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en processen en vanwege de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van de bodem van belang zijn” Bij de afweging gaat het niet alleen om de effecten op de omliggende functies in het gebied maar ook op effecten van een ontwikkeling elders. Niet alleen de effecten nu maar ook de effecten naar de toekomst. Past een functie binnen de toekomstige (gewenste) ontwikkelingsrichting van een gebied. Is de functie toekomstbestendig of betreft het een tijdelijke functie. Zo kan er bijvoorbeeld best ruimte zijn voor tijdelijke functies in de nog niet ingerichte delen van het Natuurnetwerk Brabant als dat geen afbreuk doet aan de realisatie van het natuurnetwerk maar niet voor permanente functies. Een ander aspect betreft de onomkeerbaarheid. Als een functie onomkeerbare effecten heeft op een te beschermen belang, bijvoorbeeld een ernstige verontreiniging van het grondwater of de aantasting van niet vervangbare aardkundige waarden kan dat een reden zijn om zo’n ontwikkeling niet op die plek toe te lasten maar een andere plek. De intensiteit van de afweging hangt af van het gebied en de ontwikkeling.

Naarmate een ontwikkeling minder inbreuk maakt op de leefomgeving of de omgevingskwaliteit, is ook de afweging minder indringend. Gemeenten hebben derhalve een bepaalde vrijheid hier invulling aan te geven. De bescherming van aardkundige waarden is belangrijk omdat deze onvervangbaar zijn. De waardevolle aardkundige gebieden zijn opgenomen in de verordening. De waarden en kenmerken van deze gebieden zijn nader uitgewerkt in Aardkundig Waardevolle Gebiedenkaart. Bestemmingsplannen beschermen de aanwezige waarden door daarvoor regels op te nemen die aantasting voorkomen, onder andere door het verrichten van bodemverstorende werkzaamheden te verbieden of aan een vergunningensysteem te verbinden. Het oprichten van bebouwing of een stedelijke ontwikkeling in (of nabij) een aardkundig waardevol gebied, vraagt om vroegtijdige afstemming en overleg. In de verordening is bij de meldingsplichtige ontgrondingen een koppeling gelegd met de Aardkundig waardevolle gebiedenkaart en de Cultuurhistorische Waardenkaart. In aardkundig waardevol gebied en voor archeologische monumenten geldt voor ontgrondingen met oppervlakte van meer dan 2000

2

m2, altijd de vergunningplicht op basis van de Ontgrondingenwet. Dit betekent niet dat ontgrondingen in dergelijke gebieden zijn uitgesloten. Met de vergunningplicht wordt beoogd een goede afweging te maken en eventuele schade aan aardkundige waarden, archeologische en cultuurhistorische waarden zo nodig te voorkomen dan wel te beperken via vergunningvoorschriften. Specifiek zijn in artikel 3.28 van de Interim omgevingsverordening de regels opgenomen voor Aardkundige-, cultuurhistorische- en landschappelijke waarden opgenomen. hieronder is dat artikel weergegeven. Artikel 3.28 Aardkundige waarden Een bestemmingsplan van toepassing op Aardkundig waardevol gebied: a. is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de aardkundige waarden en kenmerken zoals beschreven in de Aardkundig Waardevolle Gebiedenkaart NoordBrabant; b. stelt regels ter bescherming van de aardkundige waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.

Kenmerken en kwaliteiten aardkundige waarden De locatie Hapsebaan 33 te Vianen is gelegen binnen een gebied dat bekend staat als Maasterassen, Land van Cuijk. Kenmerken van de Maasterassen Land van Cuijk hebben betrekking op een Uitgestrekt gebied dat een groot aantal in het landschap goed zichtbare reliëfvormen bevat die sinds het einde van de laatste ijstijd zijn opgebouwd door de Maas: oude Maasgeulen en platen, afgesneden Maasmeanders, rivierterraswanden, en de huidige overstromingsvlakte. De te beschermen elementen bestaan uit: • Oude Maasmeander ‘De Vilt’; • Oude (rest-)geulpatronen met geulen en platen uit verschillende ‘Maasgeneraties’; • Microreliëf van kleinere geulen en kronkelwaardruggen; Huidige overstromingsvlakte van de Maas (met o.a. kronkelwaardpatronen); • Terrasranden/ rivierterraswanden (tot 5 meter hoog) die de scheiding vormen tussen de patronen uit de verschillende ‘Maasgeneraties’; • Rivierduinmassieven van de Vortumsche en Groeningsche Bergen; • Wielen bij Gassel; • Historische patroon van de Maasheggen.

Historische ontwikkeling van de locatie ten opzichten van aardkundige waarden De locatie Hapsebaan 33 ligt nabij het dorp Vianen en vlak tegen de grens van de voormalige gemeenten Cuijk en Haps. Het varkensbedrijf lag zelfs voor de helft in de gemeente Haps en de andere helft lang in de gemeente Cuijk. Het perceel grenst aan twee wegen, namelijk de Hapsebaan (de weg die van Haps naar Cuijk loopt) en de Graafschedijk/Graafseweg (de weg die van Grave naar Beugen/Boxmeer loopt). Beide wegen hebben een lange historie. De Graafschedijk/Graafseweg loopt dwars door het gebied dat is aangeduid als de Maasterassen Land van Cuijk. Direct ten noordoosten van de locatie heeft een tolpoort gelegen, zo is op oude kaarten te zien. Het zou kunnen dat deze weg

3

een belangrijke verbinding was tussen Boxmeer en Grave die droog bleef tussen de lager gelegen gebieden waar de Maas regelmatig buiten haar oevers trad. In de omgeving zijn redelijk wat hoogteverschillen (tot wel 2,5 meter) aanwezig. Deze grote hoogteverschillen dateren uit de laatste ijstijd (60.000 – 10.000 jaar geleden), toen hier een verwilderd rivierensysteem was gelegen. De Maas is daar een overblijfsel van. Het reliëf is nog duidelijk zichtbaar op hoogtekaarten en op plekken in de omgeving. Het reliëf loopt van zuidoosten naar noordwesten en volgt parallel de loop van de Maas. Het plangebied ligt op een wat hoger gedeelte van zo’n terras. Ten noordoosten van de locatie is een lager gelegen “geul” te zien en ten zuiden van de locatie (ca. 300 meter ten zuiden van de Graafschedijk/Graafseweg) lijkt een grotere “geul” te liggen. Het reliëf is te ervaren vanaf de Graafschedijk/Graafseweg waarbij het zuidelijk deel lager ligt, dan het noordelijk deel. Het geultje in het noordoosten is wat minder makkelijk te traceren in het veld. Rondom de locatie (> 200 meter) lijken enkele poelen gelegen die wellicht een overblijfsel zijn van kolken of wielen. Dit zijn overblijfselen van dijkdoorbraken die nu resteren in kleine, maar diepe poelen. In de directe (800 meter) omgeving is tenslotte nog een bijzondere ontginning gelegen (Zevenhutten). Heide werd hier omgezet in eikenhakhout.

Deze wijze van exploitatie voorzag in de behoefte aan hout. Om de kachel te laten branden en gereedschap van te maken. Vanwege de cultuurhistorie wordt het eikenhakhout in stand gehouden, maar het grootste deel van het bos mag ‘doorschieten’. Er is in de huidige situatie sprake van een kleinschalig landschap gekenmerkt door lanen en houtsingels, afgewisseld met agrarische percelen. De A73 heeft een behoorlijke impact gehad op het landschap en ligt op circa een halve kilometer afstand van de locatie. De Hapsebaan gaat bijvoorbeeld met een brug over de A73 heen, waardoor de originele ligging van deze weg is veranderd. Niet alleen de ligging, maar uiteraard ook de hoogte van die weg is veranderd. Deze relatief nieuwe barrières (1987) zorgen ervoor dat het landschap flink is veranderd. Desondanks zijn er toch enkele landschappelijke kenmerken in de directe omgeving van het plangebied die betrekking hebben op de Maasterassen Land van Cuijk. Het voormalige varkensbedrijf is in 1967 ontwikkeld, daarvoor was het gebied ontgonnen als weiland, akkerland en boomteeltgebied. Van oudsher was sprake van een bosgebied (19 e eeuw en begin 20e eeuw), wat is ontstaan door heideontginningen (als onderdeel van Zevenhutten). In de loop der tijd zijn er gebouwen bijgekomen en gebouwen verdwenen. Ten behoeve van het varkensbedrijf is de ondergrond nauwelijks veranderd.

Zoals eerder vermeld zijn die stallen gebouwd op een redelijk vlakke verhoging. De noordelijke kavelgrens is iets gewijzigd, het bedrijf is in het verleden naar het noorden toe uitgebreid. Vlak voor de realisatie van het varkensbedrijf was sprake van een stukje akkerbouwgrond, een stukje boomkwekerij en een stukje weiland. De grens werd gevormd door een noordelijk gelegen sloot, die aansluit op de noordoostelijlk gelegen geul. De kavelgrenzen zijn door de ontwikkeling naar een varkensbedrijf gewijzigd, maar het varkensbedrijf heeft geen effect gehad op het reliëf, noch zijn er landschapselementen (singels of struwelen) voor geweken.

4

Nieuwe situatie en effect op de aardkundige waarden De stallen zijn inmiddels gesloopt, waardoor het ruimtelijk beeld alweer heel anders is, dan toen deze er stond. Op het terrein waren een aantal bomenrijen en een dennenbosje gelegen. De bomen hebben achterstallig onderhoud en het bestaande dennenbosje heeft de lijden gehad onder de droogte en letterkever. De meeste bomen in het bosje waren reeds dood. Om deze reden is ervoor gekozen de bomen te kappen. Ten aanzien van de landschappelijke inpassing van het zonnepark is de bestaande landschappelijke structuur centraal gesteld. Er is voor gekozen om het zonnepark te voorzien van een stevige groene rand, inclusief het robuuster maken van het natuurnetwerk Brabant in de oostelijke grens van het gebied. Die oostelijke grens s onderdeel van het historische gebied “Zevenhutten”. Ook eindigt deze rand in de eerder genoemde noordoostelijk gelegen geul. Het gebied is interessant voor Das, waardoor ook in de afscherming van het terrein voorzieningen zijn getroffen voor Das. Wanneer, na 25 jaar het zonnepark, wordt opgeheven, is sprake van een agrarisch weiland, dat in de bestaande landschappelijke structuren is gelegen. De landschappelijke inpassing is geënt op zowel landschappelijke versterking als versterking in de biodiversiteit. Uitgangspunt is de bestaande en historische landschappelijke structuur.

Conclusie Ter plaatse van het plangebied zijn en waren in het verleden geen reliëfverschillen aanwezig. De sloop van de varkensstallen heeft tot gevolg dat het vlakke land weer is teruggebracht in de oude staat. Behoudens het plaatsen van een leiding, vinden er geen graafwerkzaamheden plaats. De tafels waarop de zonnepanelen worden bevestigd, worden in de grond gedreven, er is geen fundering voor nodig. Aangezien er in het plangebied geen reliëfverschillen aanwezig zijn of waren, heeft het plan niet tot gevolg dat reliëfverschillen worden ver- of afgegraven of anderszins woden aangetast. De mestputten die onder de stallen hebben gelegen, zijn inmiddels weer gevuld met zand, waardoor de vlakte weer in ere is hersteld. Weliswaar wordt een gedeelte van het zonnepark buiten het bouwvlak gerealiseerd, het plangebied betreft een duidelijk afgebakend landschappelijk geheel. Binnen het plangebied zijn geen reliëfverschillen aanwezig, ook al ligt een deel buiten het huidige bouwvlak. Met de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met de bestaande landschappelijke structuren. Waar kan zijn deze versterkt en is met de beplanting rekening gehouden met de biodiversiteit. Door de bestaande landschappelijke structuren zoveel mogelijk te versterken, wordt zicht op het zonnepark zoveel als mogelijk ontnomen.

Uiteraard moet wel rekening worden gehouden met schaduwwerking, daarom is aan de kant van Graafschedijk/Graafscheweg gekozen voor een bredere strook die langzaam een hoogte van 3 meter bereikt, in plaats van bomen. Struweel zorgt er in ieder geval ook voor dat het zicht meer wordt weggenomen, dan bomen, waar je tussendoor kan kijken. Tenslotte heb je vanaf deze zijde geen zicht op reliëfverschijnselen en worden oude geulen, geulrestanten of andere historische elementen zoals wielen of maasheggen niet aangetast. Geconcludeerd wordt dat het plan geen negatief effect heeft op aardkundige waarden, maar zelfs bijdraagt aan de historische kenmerken, zeker als het zonnepark na 25 jaar wordt opgeheven. In de bijlage van deze memo zijn diverse kaarten opgenomen die de historische ontwikkeling van de locatie weergeeft, het reliëf en een luchtfoto. Tot slot is de landschappelijke inpassing nog eens toegevoegd.

5

6

1860

1884

7

1912

1966 vlak voor realisatie varkensbedrijf

8

1967 vlak na realisatie varkensbedrijf

1980 ontwikkeling varkensbedrijf

9

1985 voor komst A73

1988 na realisatie A73

10

2020

2021

11

Reliëfkaart met geulen duidelijk zichtbaar

Reliëf op kleinere schaal met geul aan oostzijde

12

Gedetailleerd reliëf met bebouwing op locatie

Landschappelijke inpassing Hapsebaan 33 Vianen

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=48ee6b11-48f7-4bf4-8b68-529d98a72427