07 Energievisie Cuijk (update 2021)_2.pdf
Tekst van het document
717145 25 maart 2021
ENERGIEVISIE
Gemeente Cuijk
Update - maart 2021
Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem
Documenttitel
Energievisie
Soort document
Update - maart 2021
Datum
25 maart 2021
Projectnummer
717145
Opdrachtgever
Gemeente Cuijk
Auteurs
Joost Starmans, Pondera Consult Jorden Hoogeveen, Pondera Consult Joeri de Bekker, OVSL Marlous Goeman, werkorganisatie CGM
Vrijgave
Paul Janssen, Pondera Consult
In dit rapport (februari 2021) is een update doorgevoerd van de energievisie (uit 2018), mede aan de hand van een werksessie met de gemeenteraad en een openbare participatiebijeenkomst. De eerder opgestelde energieverkenning en gehanteerde cijfers zijn niet aangepast t.o.v. de situatie begin 2018, maar zijn in een afzonderlijke rapportage ondergebracht.
Pondera Consult
717145 | Energievisie 25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
3
INHOUDSOPGAVE Energievisie
5
Aanleiding: waarom een actualisatie?
5
Actualisatie kansenkaarten
6
Visie en speerpunten
8
Beleidskader zonneparken
10
Ruimtelijke randvoorwaarden
10
Procesmatige randvoorwaarden
15
Procedure voor concrete projecten
20
Beleidskader windenergie (Voorlopig)
21
Energievisie
| 717145
25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
5
ENERGIEVISIE Aanleiding: waarom een actualisatie? Energieverkenning 2018 De gemeente Cuijk heeft de ambitieuze doelstelling om in 2045 een energie neutrale gemeente te worden. Wat deze doelstelling betekent voor de energieopgave is in de energieverkenning beschreven. Uit deze verkenning is gebleken dat het niet haalbaar is om zonder grondgebonden zonne-energie te voldoen aan de doelstelling. Grondgebonden zonne-energie is noodzakelijk in de gemeente Cuijk om uiteindelijk energieneutraal te kunnen worden. De raad heeft op 3 september 2018 besloten om de ‘Energieverkenning’ vast te stellen. Hierin was reeds een visie opgenomen op de realisatie van zonne-energie. Na de vaststelling van de Energieverkenning en de daarin opgenomen energievisie in 2018 hebben een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden.
Actualisatie 2021 Er is inmiddels een klimaatakkoord en klimaatwet, waarin ook ontwikkelingen rond participatie zijn opgenomen. En de regionale energiestrategie (RES) krijgt meer vorm, waarin meer aandacht is voor verschillende afwegingen bij de zoekgebieden en projecten. Om deze redenen heeft begin 2021 een actualisatie plaatsgevonden, mede aan de hand van een werksessie met de gemeenteraad op 5 oktober 2020 en digitale participatie bijeenkomst met inwoners op 15 december 2020. Deze actualisatie is nodig omdat de inzichten gewijzigd zijn en de visie daarom aanscherping behoeft. De belangrijkste wijzigingen zijn:
Er is vanuit de RES een geactualiseerde kansenkaart windenergie beschikbaar;
De participatiebijeenkomst en werksessie hebben geleid tot een aanscherping van de kansenkaart voor grondgebonden zonne-energie;
De routekaart op weg naar de doelstelling ‘energieneutraal in 2045’ is geactualiseerd en de tussenstappen zijn herijkt.
De randvoorwaarden voor participatie zijn aangescherpt naar aanleiding van de afspraken in de RES en het klimaatakkoord; Deze punten worden verder uitgewerkt in dit hoofdstuk. Kader 1.1 Elektriciteitsnetwerk en capaciteit Enexis is de netbeheerder van het lokale elektriciteitsnet in de regio Land van Cuijk. Als gevolg van de energietransitie is de manier waarop we het elektriciteitsnetwerk gebruiken veranderd en is er aanzienlijk meer vraag ontstaan naar transportcapaciteit van elektriciteit. Momenteel leidt dit tot een situatie waarin er in het Land van Cuijk sprake is van een schaarste aan transportcapaciteit. Enexis werkt momenteel samen met Nationale netbeheerder TenneT aan de uitbreiding van de capaciteit, waarmee in 2025 weer aansluitcapaciteit beschikbaar komt. Omdat de voorbereiding, vergunningverlening en bouw van een duurzame energieproject vaak meerdere jaren in beslag neemt, is het verstandig om al eerder aan de slag te gaan met deze voorbereidingen, zodat die gereed zijn, zodra er weer transport- en aansluitcapaciteit op het elektriciteitsnet beschikbaar is.
Energievisie
| 717145
25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
6
Actualisatie kansenkaarten Zonne-energie Op 15 december 2020 heeft een digitale participatiebijeenkomst plaatsgevonden voor inwoners van de gemeente Cuijk en op 5 oktober 2020 heeft een werksessie met de gemeenteraad plaatsgevonden. In deze bijeenkomsten zijn aan de hand van stellingen de uitgangspunten van dit beleidskader getoetst en is verkend of de eerdere kansenkaart ten aanzien van grondgebonden zonne-energie moet worden geactualiseerd. Uit deze bijeenkomsten is gebleken dat er aanleiding is om de zoekgebiedenkaart te herzien. In Figuur 1.1 is de nieuwe versie van deze kaart opgenomen. De belangrijkste aanpassingen zijn:
Natuurgebieden (NNN) zijn uitgesloten voor zonne-energie.
De Kraaijenbergse plassen zijn uitgesloten voor zonneparken;
De zoekgebieden zijn globaler gemaakt, zodat meer maatwerk mogelijk is.
Figuur 1.1 Kansenkaart grondgebonden zonne-energie gemeente Cuijk (herziening januari 2021)
Deze kaart is in groter formaat opgenomen in bijlage 1. Er wordt in de geactualiseerde kaart onderscheid gemaakt in de volgende twee gebieden: 1. De gebieden waar grote grondgebonden zonneparken niet passend worden geacht, omdat deze gebieden reeds een andere (conflicterende) functie vervullen. Op kaart hebben deze gebieden een rode kleur. Deze gebieden zijn veelal natuurgebied, zeer kleinschalige landschappen of bebouwde kom, waar geen ruimte beschikbaar is. In de bebouwde kom zien we uiteraard wel volop kansen voor zon op dak.
717145 | Energievisie 25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
7
2.
De (middel)grote landschappen (veelal agrarisch gebied) waar zonneparken onder voorwaarden mogelijk kunnen zijn. Op de kansenkaart hebben deze gebieden een gele kleur. Binnen deze gebieden geldt de toepassing van de gemeentelijke zonneladder 1: i. gronden in/of aansluitend op het stedelijk gebied of het zoekgebied voor verstedelijking en langs grote infrastructuur.
ii. gronden waar transformatie en/of meervoudig ruimtegebruik mogelijk is; iii. vrijkomende (agrarische) locaties. iv. overige locaties Voor alle duidelijkheid: deze volgorde betekent niet dat de lagere treden actief worden ontmoedigd of pas later aan de beurt komen. Voor de lagere treden is wel een uitgebreidere motivatie van de locatiekeuze gewenst.
Windenergie In het kader van de RES Noordoost Brabant, waar de gemeente Cuijk onderdeel van uitmaakt, is een recente verkenning uitgevoerd naar de kansen voor windenergie. Dit heeft geleid tot onderstaande milieutechnische kansen- en belemmeringenkaart voor de gemeente Cuijk (figuur 6.2). Hieruit blijkt dat er slechts enkele locaties binnen de gemeente zijn, waar mogelijk ruimte voor windenergie kan worden gevonden (de grijze gebieden in de figuur). Windturbines moeten bovendien zoveel mogelijk geclusterd worden gerealiseerd. In deze kaart is de 15 km contour voor de radar van vliegbasis Volkel niet opgenomen als harde belemmering. Deze vormt een aandachtspunt en voor alle locaties binnen de gemeente zal een radarverstoringstoets door TNO nodig zijn. Dit betreft altijd maatwerk. Figuur 1.2 Potentiekaart windenergie gemeente Cuijk (RES NOB)
Januari 2020
1
Uiteraard wordt de eerste trede van de zonneladder gevormd door zon op daken. Omdat het hier expliciet grondgebonden zon betreft is deze niet opnieuw benoemd.
Energievisie
| 717145
25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
8
Visie en speerpunten Uit de energieverkenning is gebleken dat het voor de gemeente Cuijk een grote opgave is om 100% energieneutraal te worden in 2045. Omdat de gemeente zich graag wil inspannen om deze ambitie zoveel mogelijk realiteit te laten worden zijn de volgende zes speerpunten geïdentificeerd: 1.
Maximaal inzetten op besparing: de gemeente faciliteert energiebesparing binnen- en
2.
buiten de eigen organisatie waar mogelijk. Met bedrijven wordt concreet besproken waar maatregelen kunnen worden genomen; Zonne-energie op dak is een speerpunt: het is relatief eenvoudig te realiseren en vergt
3.
geen aanvullend ruimtegebruik. Tegelijkertijd beseft de gemeente dat dit niet voldoende is om de doelstelling te behalen en zal er gelijktijdig ook gewerkt worden aan zonneparken op grond en worden de mogelijkheden voor windenergie verkend; De energietransitie is een lokale opgave en een lokale kans: projecten worden zoveel
4.
mogelijk van onderop en samen met de inwoners en bedrijven binnen de gemeente Cuijk opgepakt. Lokale initiatieven krijgen daarom voorrang. Voor lokale kleinschalige initiatieven (coöperaties) wordt verkend of gemeentegronden kunnen worden ingezet; Windenergie wordt gefaciliteerd: er liggen mogelijk kansen voor windenergie op
5.
industrieterrein Haven van Cuijk en Laarakker. Indien er initiatieven zich aandienen worden deze nader verkend in een apart haalbaarheidsonderzoek. Daarin wordt onder meer de landschappelijke inpassing van windenergie verder uitgewerkt. Overige locaties die niet binnen de grijze gebieden vallen van de kaart zoekgebieden windenergie, worden uitgesloten. Uiteraard moeten locaties ten alle tijden voldoen aan wet- en regelgeving; Grondgebonden zonne-energie wordt gefaciliteerd, onder strikte randvoorwaarden (zie volgende paragrafen). Op een later moment wordt een selectieprocedure bekendgemaakt, waarmee mogelijke projecten worden gekozen waarvoor een vergunningprocedure wordt
7.
gestart. Buiten deze selectieprocedure worden voorlopig geen grootschalige projecten in behandeling genomen; Indien blijkt dat er concrete initiatieven of initiatiefnemers zich aandienen voor zowel windals grondgebonden zonne-energie projecten, kunnen die alleen worden gerealiseerd onder randvoorwaarden (zie paragraaf 2.2 en 2.3). Er wordt gestreefd naar 50% lokaal eigendom in de te realiseren projecten. Dit wordt
8.
getoetst bij aanmelding van de initiatieven. De gemeente Cuijk ziet meerwaarde in een regionale aanpak van de energietransitie en
6.
pleit voor het uitwisselen van kennis en ervaring met de gemeenten binnen het ‘Land van 9.
Cuijk’ en de RES regio Noordoost Brabant. Bedrijfslocaties waarbij het van maatschappelijke belang is dat de activiteiten stoppen en mogelijkheden worden verkend voor de ontwikkeling van een zonnepark, zullen altijd maatwerk zijn.
Bij de ontwikkelingen hoort ook een routekaart met een aantal mijlpalen.
717145 | Energievisie 25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
9
Figuur 1.3 Routekaart
Start 2021
Belangrijk is dat de energietransitie geen statisch gegeven is, maar een dynamisch proces dat constant aan verandering en bijsturing onderhevig zou moeten zijn.
Energievisie
| 717145
25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
10
BELEIDSKADER ZONNEPARKEN De gemeente Cuijk wil eisen stellen aan de ontwikkeling van grondgebonden zonneparken in de gemeente zodat deze projecten geoptimaliseerd worden ten aanzien van zowel ruimtelijke aspecten en (duurzaamheids- en energie-) beleid, als voor wat betreft betrokkenheid van de omgeving en mogelijkheid van de omgeving voor deelname in de projecten. Onderstaand is dit nader uitgewerkt, dit is ingedeeld in drie subcategorieën: 1. 2. 3.
Ruimtelijke randvoorwaarden Procesmatige randvoorwaarden Financiële randvoorwaarden
Gecombineerd met de visie, de kansenkaart en dit afwegingskader kunnen projecten beoordeeld worden en kan aan initiatiefnemers die zich melden aangegeven worden welke aspecten zij dienen uit te werken teneinde de kansrijkheid van hun projecten te vergroten. Het kader is daarmee richtinggevend, maar maatwerk moet altijd mogelijk blijven. Naarmate beter aan de criteria wordt voldaan, kan een project als meer kansrijk worden aangemerkt. Ook wordt de invulling van bepaalde aspecten als randvoorwaardelijk of als minimaal vereist voorgeschreven, teneinde de kwaliteit te waarborgen. Achterliggend doel van het hanteren van een afwegingskader is te komen tot optimale projecten die draagvlak hebben in de samenleving en waarbij de lusten en lasten zo goed mogelijk verdeeld zijn.
Ruimtelijke randvoorwaarden Maat en schaal Omvang project Hoe groter een project, hoe groter de ruimtelijke impact hiervan is. In de gemeente Cuijk wordt in principe geen maximum voorgeschreven aan de omvang van projecten, echter passendheid bij het landschap en omgeving is essentieel. Dit dient daarom per project te worden onderbouwd in een locatieonderbouwing, waarin de passendheid bij het landschap en de directe omgeving aan bod komt. Gezien de karakteristieken van de gemeente worden projecten tot circa 30 hectare gezien als mogelijk inpasbaar. In andere gebieden is dit kleiner, maar zowel voor grote als kleine project is altijd maatwerk vereist. Dit getal kan als richtlijn worden gehanteerd. Hierbij wordt opgemerkt dat het de bruto plangebiedomvang betreft, ofwel alle ruimte die nodig is, inclusief wegen, tussenruimte tussen panelen, randvoorzieningen en mogelijke maatregelen voor de landschappelijke inpassing. Dit betekent dat het netto oppervlak aan zonnepanelen kleiner zal zijn dan de genoemde grens. Hoogte Om de visuele impact van een zonnepanelenveld te beperken is het wenselijk hiervoor kaders te hanteren. In algemene zin geldt: hoe hoger een opstelling en hoe dichter deze bij de
717145 | Energievisie 25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
11
aanschouwer staat, hoe groter de visuele invloed. Daarom zijn de volgende randvoorwaarden van toepassing: 1. Een maximale bouwhoogte van 2 meter, tenzij kan worden aangetoond dat een grotere hoogte ter plekke passend is en gecombineerd kan worden met andere landgebruiksvormen zoals natuurontwikkeling of een combinatie met landbouw (houden 2.
van dieren of het verbouwen van gewassen); Om de overgang geleidelijk te maken, wordt een afstand van minimaal 10 meter tot de rand van een perceel (perceelgrens) aangehouden.
Figuur 2.1 hoogte en afstand
Figuur 2.2 geleidelijke overgang
Afstand tot woonbebouwing Met name in het buitengebied is regelmatig sprake van een redelijk vrij zichtveld vanuit aanwezige woningen. Dit geeft bewoners een gevoel van vrijheid. Om voldoende rekening te houden met de belangen van omwonenden en een gevoel van insluiting te voorkomen, wordt tot woningen niet zijnde deelnemers of initiatiefnemers in een zonnepark project, een minimale afstand tot woonbebouwing aangehouden van 100 meter tussen de rand van het zonnepark en de gevel van de woning. Deze afstandseis geldt niet, wanneer in de huidige situatie geen sprake is van een vrij uitzicht op de planlocatie, bijvoorbeeld doordat reeds sprake is van afscherming door aanwezige bebouwing, erfscheiding of dichte bosschages. Zie Figuur 2.3
Energievisie
| 717145
25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
12
Figuur 2.3 Afstand tot woonbebouwing en voorkomen insluiting
Bovendien mag een woning niet worden ingesloten door een zonnepark. Dit betekent dat slechts aan één zijde van de woning een zonnepark zichtbaar mag zijn op 100 meter afstand (zie Figuur 2.3) tenzij de bewoner en eigenaar akkoord gaan met het ontwerp.
Beveiliging Beveiliging van een zonnepark is noodzakelijk. Enerzijds is dit nodig ter bescherming van de eigendommen van de initiatiefnemer. Anderzijds om te voorkomen dat onbevoegden gevaarlijke situaties laten ontstaan door betreding van het terrein. De spanningsniveaus op de installatie zijn substantieel (> 1.000 volt). Deze beveiliging kan op meerdere manieren worden gerealiseerd. Om de landschappelijke impact te beperken wordt dit bij voorkeur gerealiseerd door (in volgorde van voorkeur): 1. Het aanleggen van landschapselementen rond het zonnepark2. Hierbij valt bijvoorbeeld 2.
3.
4.
te denken aan hagen, houtwallen of –singels, grondlichamen of ha-ha’s; Het aanleggen van een watergang rond het zonnepark3. Om voldoende beveiliging te bieden dienen deze wel voldoende breed te zijn (> 3 meter), aangezien het anders te eenvoudig is om deze over te steken; Indien een watergang of het toepassen van landschapselementen niet mogelijk of ongewenst is, kan een hekwerk worden geplaatst, waarbij dit hekwerk wordt afgestemd op de lokale situatie en een zo open en landelijk mogelijk karakter krijgt (bijvoorbeeld door toepassing van een grotere maaswijdte gaas en houten palen). Combinaties van bovenstaande maatregelen zijn ook denkbaar, afhankelijk van de (bestaande) landschappelijke situatie ter plaatse van het voorgenomen zonne-energie initiatief.
Infrastructuur Om de geproduceerde elektriciteit van de zonnepanelen naar het elektriciteitsnet af te voeren is infrastructuur nodig in de vorm van kabels, omvormers en inkoopstation(s). Daarnaast kan bij grotere zonneparken een transformatorstation nodig zijn om de aansluiting op het net op het juiste spanningsniveau aan te leveren. De relatief kleine inkoopstations worden veel toegepast bij (agrarische) ondernemingen en staan reeds op diverse locaties in het buitengebied. Het is zaak de locatie, omvang en kleurstelling van deze bouwwerken zorgvuldig af te stemmen. Bij 2
Ook hierbij geldt dat de lokale situatie van belang is. Een landschapsanalyse van de (omgeving van de) beoogde locatie dient inzichtelijk te maken welke middelen ingezet kunnen worden ter beveiliging van de locatie. 3 Hierbij is ook de lokale situatie van belang. In geval van archeologische waarden of aanwezigheid van kabels en leidingen, is deze optie minder geschikt.
717145 | Energievisie 25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
13
voorkeur worden deze binnen in het zonnepark geplaatst, tussen de panelenrijen, of nabij het toegangspunt tot het zonnepark, maar binnen de omheining. Losse bouwwerken buiten het terrein worden zoveel mogelijk voorkomen. Voor de afstanden tussen eventuele transformatorhuisjes en omliggende bebouwing wordt aangesloten bij de VNGrichtlijnen uit de Handreiking Bedrijven en milieuzonering. Daarin is opgenomen dat, afhankelijk van het spanningsniveau, een afstand van 30-50 meter in acht moet worden genomen tot omliggende bebouwing. Daarnaast verwachten wij van een initiatiefnemer dat deze in een vroegtijdig stadium contact legt met netbeheerder Enexis, zodat tijdig duidelijk is of een netaansluiting kan worden gerealiseerd voor het beoogde project.
Motiveringsplicht Overkoepelend aan de voorgenoemde randvoorwaarden geldt dat een project landschappelijk passend moet zijn. Dit betekent feitelijk dat gemotiveerd wordt waarom deze locatie geschikt is, hoe een project eruit gaat zien, waarom dit passend is in de omgeving en hoe rekening wordt gehouden met landschappelijke en cultuurhistorische waarden die lokaal van toepassing zijn. Ook dient aandacht te worden besteed aan de kwaliteit van de grond (laagwaardige gronden hebben immers de voorkeur) Uiteraard verschilt de impact en daarmee ook de zwaarte van de motiveringsplicht van locatie tot locatie. Op of nabij industrieterreinen of nabij grootschalige infrastructuur is de impact van een zonnepark veelal kleiner dan in een kleinschalige agrarische omgeving naast een natuur/ en recreatiegebied. De onderbouwing kan op sommige punten daarom beperkter danwel uitgebreider kan zijn, afhankelijk van de situatie. Ook de omvang van projecten heeft effect op de motiveringsplicht. Een relatief klein project (tot 3 hectare) kan volstaan met een beperktere landschappelijke onderbouwing, dan een grootschalig project. Dit laatste heeft vanwege de omvang vanzelf een meer industrieel karakter en vereist dus een zorgvuldigere afweging4.
Landschappelijke inpassingsstudie Van initiatiefnemers wordt verwacht dat zij een landschappelijke inpassingstudie opstellen, waarin in ieder geval aandacht wordt besteed aan: 1. 2. 3. 4. 5.
Cultuurhistorische waarden van het plangebied en de omgeving; De inpassing van een zonnepark op de het schaalniveau van de omgeving (inpassing en zichtlijnen) en op de locatie zelf (vormgeving van de opstelling) Lokale flora- en fauna en de effecten van het project hierop (zowel in positieve als negatieve zin); De benodigde infrastructuur en beveiliging uitwerken; Enkele visualisaties, waaruit in ieder geval vanuit de directe omgeving de huidige en toekomstige situatie in beeld wordt gebracht. Deze visualisaties moeten een goed beeld geven van de daadwerkelijke situatie (bij voorkeur middels waarheidsgetrouwe fotovisualisaties vanaf maaiveld). Een vogelvluchtperspectief of 3D animatie is daarvoor niet voldoende, omdat dit in onvoldoende mate de beleving vanaf het maaiveld weergeeft.
4
Opknippen van projecten om deze motiveringsplicht te ontlopen is ongewenst. Indien twee of meer projecten binnen 2 km van elkaar door dezelfde initiatiefnemer worden ontwikkeld geldt een uitgebreide motiveringsplicht, ook wanneer het kleine(re) projecten betreft.
Energievisie
| 717145
25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
14
Deze inpassingsstudie maakt deel uit van de ruimtelijke onderbouwing en vergunningaanvraag. De in de energieverkenning genoemde beleidsdocumenten bieden handvatten voor het opstellen van dergelijke inpassingsstudies.
Levensduur project Een zonnepark heeft een gemiddelde exploitatietermijn van circa 20 tot 25 jaar. Na afloop van deze termijn moeten alle opstallen worden verwijderd en moet de grond in oude staat worden hersteld. In een privaatrechtelijke overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer zal een voorwaardelijke verplichting daartoe worden opgenomen. Van de initiatiefnemer wordt verwacht dat deze gedurende de eerste tien jaar van exploitatie van het project jaarlijks een bedrag op een daarvoor te openen derdenrekening stort. Dit bedrag wordt gereserveerd om de kosten van de sanering van het project en het herstel van de gronden in oorspronkelijke staat af te dekken. Details hierover worden afgesproken in de anterieure overeenkomst
Archeologisch onderzoek Indien de gemeentelijke archeologische waardenkaart of het geldende bestemmingsplan daartoe aanleiding geeft en er grondroering van > 30 cm diep zal plaatsvinden, zal een archeologisch (bureau)onderzoek moeten worden uitgevoerd, als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. Hierin wordt beschreven of archeologische waarden te verwachten zijn in het plangebied en zo ja, hoe hiermee wordt omgegaan.
Ecologisch onderzoek Om de mogelijke effecten op beschermde soorten en gebieden goed inzichtelijk te hebben, is het wenselijk een ecologische verkenning uit te voeren voor concrete projectlocaties, door een terzake deskundig ecoloog. Omdat plaatsing in natuurgebieden reeds is uitgesloten worden geen grote effecten voorzien, echter in het kader van een goede ruimtelijke ordening (en het kader van de Wet natuurbescherming) is een gedegen onderzoek vereist. Hierbij moet vooral gedacht worden aan de aanwezigheid van (jaarrond) beschermde nesten, beschermde plantensoorten, dieren of amfibieën. Volstaan kan worden met een veldbezoek en beschrijving van effecten en eventueel noodzakelijke mitigerende maatregelen. Dit onderzoek maakt onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing. De aanleg van een zonnepark kan ook positieve effecten ten aanzien van natuur met zich mee brengen. Doordat de gronden veelal 20 jaar relatief rustig blijven, vormt dit een goede voedingsbodem voor beschermde soorten planten en (kleine) dieren die hier kunnen verblijven.
717145 | Energievisie 25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
15
Procesmatige randvoorwaarden Participatie en 50% lokaal eigendom Lusten- en lastenverdeling is een belangrijk discussiepunt bij duurzame-energieprojecten. De ontwikkeling van zon- en windenergie is zichtbaar in het landschap en heeft een ruimtelijke en maatschappelijke impact. Het is daarbij belangrijk om te zorgen voor een goede lusten- en lastenverdeling, om te voorkomen dat deze verdeling scheef groeit. Direct omwonenden en de lokale gemeenschap zouden dus zoveel mogelijk moeten kunnen profiteren van een project dat wordt ontwikkeld in hun directe leefomgeving. In hoeverre dat ook bij andere duurzameenergieprojecten speelt, is afhankelijk van de ruimtelijke en maatschappelijke impact en daarmee in hoeverre er sprake is van lusten- en lastenverdeling. Dat zal per nieuwe energiebron bekeken moeten worden. Daarom onderschrijft de gemeente Cuijk de participatieparagraaf uit het Klimaatakkoord, waarin de afspraak is opgenomen om bij wind en grootschalige zonprojecten (>15 kWp) 50% lokaal eigendom na te streven. Met eigendom wordt zeggenschap aan financiële participatie gekoppeld. Die koppeling is van belang, vanuit het idee dat draagvlak en betrokkenheid worden vergroot als inwoners niet alleen kunnen delen in de lusten, maar ook zeggenschap hebben over de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van het wind- of zonproject.
Hierdoor ben je als bewoner nauw betrokken bij het betreffende project. Cuijkse definitie van 50% lokaal eigendom Lokaal eigendom is een combinatie van zeggenschap vanaf de planfase, tijdens de ontwikkelfase en bij de exploitatiefase in combinatie met de mogelijkheid om financieel deel te nemen aan het project als gelijkwaardige partner. Bij voorkeur wonen deelnemers in de directe omgeving van het wind- of zonnepark en verenigen ze zich in een entiteit zoals een lokale energiecoöperatie. Het uitgangspunt is dat iedereen die mee wil doen, mee kan doen. Huidige juridische context5 Is het mogelijk om 50% lokaal eigendom af te dwingen? Voor een antwoord op deze vraag is het belangrijk om te kijken naar het gemeentelijk proces dat een wind- of zonnepark doorloopt:
In de blauwe fase van het proces – de vergunningsprocedure – kan 50% lokaal eigendom niet als voorwaarde worden opgelegd. Een gemeente mag de omgevingsvergunning voor een zonne- of windpark niet weigeren enkel en alleen op de grond dat de initiatiefnemer geen 50% lokaal eigendom heeft gerealiseerd. De groene fase biedt meer mogelijkheden. De gemeente moet dan in haar beleid duidelijk omschrijven wat zij wil bereiken met participatie en welke vormen zij daarvoor wilt inzetten. Ook moet zij zo concreet mogelijk aangeven welke concrete inspanningen zij in dit kader van een initiatiefnemer verwacht en hoe deze kan aantonen dat hij hieraan heeft voldaan. Als de 5 Bronnen: Handreiking 50% lokaal eigendom van de RES NOB, Oplegger & factsheet Bevoegdheden
overheden bij procesparticipatie en financiële participatie, 2020 en het IBR-rapport Lokaal eigendom en omgevingsbijdragen voor zonneparken.
Energievisie
| 717145
25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
16
initiatiefnemer niet aan deze inspanningsverplichting voldoet, kan dat volgens de huidige rechtspraak van de Raad van State een reden zijn voor de gemeente om géén planologische medewerking te verlenen aan het initiatief. De gemeente heeft dus het recht om die inspanningsverplichting op te leggen, mits dat goed vastgelegd ligt in haar beleid. Of de gemeente ook het recht heeft om een bepaalde uitkomst af te dwingen, of op grond van de uitkomst planologische medewerking te weigeren, is nog niet expliciet in de jurisprudentie beantwoord. Het is te verwachten dat op korte termijn de eerste uitspraak van de RvS hierover zal verschijnen. In een private overeenkomst, ook wel anterieure overeenkomst genoemd, kan de geleverde inspanning worden omgezet tot een concrete afspraak tussen initiatiefnemer en gemeente. In hoeverre dit mogelijk is, is dus afhankelijk van de inspanning die de initiatiefnemer heeft geleverd en de uitkomst daarvan. Het maken van afspraken en het sluiten van deze overeenkomst vindt plaats in de blauwe fase. Naleving van deze overeenkomst kan vervolgens privaatrechtelijk worden afgedwongen in de oranje fase (zie afbeelding). De gemeente Cuijk sluit altijd met initiatiefnemers van zonneparken een anterieure overeenkomst waarin afspraken worden vastgelegd.
Inspanningsverplichting Als gemeente leggen wij de inspanningsverplichting op aan initiatiefnemers die binnen onze gemeente een project voor grondgebonden zonne- of windenergie wil realiseren, om 50% lokaal eigendom na te streven. Indien de 50% lokaal eigendom niet wordt gehaald, dient de initiatiefnemer te kunnen aantonen dat hij zich voldoende heeft ingespannen. De gemeente zal om het volgende vragen: De stappen te volgen die hieronder worden omschreven bij procesparticipatie en financiële participatie. Van belang daarbij is om:
samen met de omgeving te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om ten minste 50% lokaal eigendom mogelijk te maken (al dan niet in coöperatieve vorm) vanaf het begin van de projectontwikkeling tot en met de exploitatie; de hierover met de omgeving gemaakte afspraken vast te leggen in een omgevingsovereenkomst, participatie- en profijtplan.
Wie behoort tot de omgeving Er is niet vooraf bepaald wie bij de omgeving hoort, dat is maatwerk per project. De initiatiefnemer zal de definitie voor het betreffende project in overleg met de gemeente, en eventuele lokale initiatiefnemers, vaststellen. Procesparticipatie Met procesparticipatie kan zeggenschap vanaf de planvorming van het project worden vormgegeven, en ook tijdens de ontwikkel- en exploitatiefase. Er wordt aan initiatiefnemers gevraagd om zich in te spannen daarvoor een omgevingsdialoog met de omgeving te voeren, grotendeels voordat het plan planologisch in procedure is, maar wel nadat de initiatiefnemer van de gemeente de zekerheid heeft gekregen dát het plan in procedure wordt genomen. De initiatiefnemer stelt daarvoor een communicatieplan op waarin de volgende elementen worden meegenomen: a) stakeholders (wie wordt betrokken); b) communicatiemomenten (wanneer wordt informatie verstrekt); c) communicatievorm (welke middelen worden hiervoor ingezet)
717145 | Energievisie 25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
17
De procesparticipatie en het communicatieplan daarvoor wordt met de gemeente afgestemd. Concreet wordt gevraagd om dat op minimaal de volgende manier vorm te geven: 1. Minimaal twee informatieavonden te organiseren, waarvan minstens 2 weken van te voren de uitnodiging voor deze informatieavond in de lokale krant gepubliceerd wordt. 2.
3.
4.
Iedereen persoonlijk uit te nodigen die mogelijk zicht heeft op de beoogde locatie én de lokale energiecoöperatie uit te nodigen (zoals het Cuijks Energie Collectief die op het moment van schrijven de enige actieve energiecoöperatie in Cuijk is). Op de eerste informatieavond het gesprek wordt gevoerd over 50% lokaal eigendom (zie inspanningsverplichting). En ook met de omgeving daarover gemaakte afspraken dan ter plekke of naderhand worden vastgelegd (zie inspanningsverplichting). Het duidelijk is waarop de omgeving wel en geen invloed heeft en hoe de omgeving financieel kan profiteren.
5.
Toelichting te geven op welke manier diezelfde omgeving kan reageren op de plannen. De gevraagde inspanningsverplichting is dat: a. Naast de informatieavond er meerdere manieren zijn om te reageren op de plannen. b. Er een terugkoppeling aan de bewoners plaatsvindt naar aanleiding van de reactie van bewoners. En de gemeente daarover geïnformeerd wordt. c. Er één of meerdere gesprekken plaatsvinden (afhankelijk van de reactie op de informatieavond) met de bewoners over waar de bewoners invloed op hebben en hoe dat verder vormgegeven wordt.
6.
Er zo veel mogelijk informatie wordt opgehaald. Denk daarbij aan: Wat zijn de zorgen? En welke groep zegt wat? De tweede informatieavond voor alle geïnteresseerden in de gemeente wordt georganiseerd. Deze zal pas plaatsvinden na een positief principebesluit.
7.
Financiële participatie Op welke manier de omgeving financieel kan participeren. De inspanningsverplichting is dat: 1. Het project open staat voor tenminste 50% lokaal eigendom uit de omgeving. 2.
3.
4.
5.
Er getrapt vorm wordt gegeven aan de participatie vanuit de omgeving. Uitgaande van de volgende schaalgroottes in volgorde van waar te starten: omwonenden, buurt, kern/dorp, gemeente. Investeerders buiten de gemeente worden niet gezien als lokaal. Er getrapt gekeken wordt naar de constructies voor financiële participatie. Daarvoor kan de participatiewaaier worden gevolgd van links naar rechts en daarbij is van belang dat de verschillende vormen ook naast elkaar kunnen bestaan De voorkeur gaat dus uit naar gelijkwaardige participatie van een energiecoöperatie, daarna constructies zoals aandelen en obligaties en als laatste een omwonendenregeling. Er wordt verkend of er een samenwerking met een lokale energiecoöperatie mogelijk is (op het moment van schrijven is het Cuijks Energie Collectief de enige actieve energiecoöperatie in Cuijk), voordat er naar een andere constructie wordt gekeken. Er wordt een afdracht gedaan aan het omgevingsfonds, zoals hieronder wordt beschreven.
Energievisie
| 717145
25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
18
Bron: Participatiewaaier, 2019
Omgevingsfonds en kwaliteitsfonds Voor niet coöperatieve projecten geldt dat de initiatiefnemer zich verplicht tot het leveren van een substantiële bijdrage aan de lokale gemeenschap door middel van het opzetten van een omgevingsfonds. Om dit fonds ook daadwerkelijk ten goede te laten komen aan de verduurzaming en leefbaarheid van de omgeving, wordt dit fonds gebruikt voor concrete duurzaamheidsprojecten (bijvoorbeeld de lokale school verduurzamen, leefbaarheidsproject ondersteunen, of een zonnepanelen regeling voor particulieren ondersteunen). Doel is om een maximale terugvloeiing naar de lokale gemeenschap te verwezenlijken. En ook mensen die niet financieel kunnen deelnemen in het project, mee te laten profiteren van de lusten. De initiatiefnemer van het project is verantwoordelijk voor het organisatorisch inrichten van het omgevingsfonds. Indien projecten in het buitengebied worden gerealiseerd is een bijdrage aan de kwaliteitsverbetering landelijk gebied vereist, teneinde gebiedsontwikkeling te ondersteunen. Dit kan middels een kwaliteitsfonds voor de ruimte. Om de hoogte van de bijdrage te bepalen kan aansluiting gezocht worden bij de systematiek van de ‘gedragscode windenergie op land’6. In deze gedragscode is afgesproken dat windenergie-ontwikkelaars een bijdrage leveren aan een fonds, naar rato van de geproduceerde hoeveelheid elektriciteit.
Hiermee loopt de hoogte van de bijdrage gelijk op met de hoogte van de energieproductie. De hoogte van de bijdrage moet echter wel redelijk zijn in relatie tot de investering, operationele kosten en rendement van een project. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat deze bijdrage een negatieve invloed heeft op de ontwikkelingsperspectieven van zonnepark projecten. Daarom wordt voorgesteld de hoogte van de bijdrage tussen € 0,20 - € 0,40 per Mwh per jaar te laten zijn7. Per project worden hier concrete maatwerkafspraken over gemaakt.
6
In deze gedragscode is door ontwikkelaars van windenergieprojecten en de brancheorganisatie NWEA afgesproken dat door windontwikkelingen een bijdrage van € 0.50 per Mwh geproduceerde elektriciteit wordt afgedragen aan de lokale gemeenschap. 7 Aangezien windenergie andere rendementen kent dan grondgebonden zonne-energie, is de bijdrage voor zonneparken lager. De impact en milieueffecten van een zonnepark zijn, mits zorgvuldig ontworpen en ingepast, echter ook lager.
717145 | Energievisie 25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
19
Uiteraard ontvangt de gemeente naast bovengenoemde bijdrage ook de jaarlijkse opbrengsten uit de onroerendzaak belasting, die voor het zonnepark van toepassing zijn 8. Voorkeur voor lokale projecten De gemeente Cuijk heeft de voorkeur dat lokale projecten ontwikkelt worden met een zo hoog mogelijk coöperatief gehalte. Indien er een keuze gemaakt moet worden tussen verschillende projecten, zullen deze projecten de voorkeur hebben, indien de projecten voldoen aan het gestelde beleid.
Omgevingswet en handreikingen Over procesparticipatie is de nodige theorievorming ontstaan en praktijkervaring opgebouwd in tal van sectoren. Als het gaat om energieprojecten hoeft het wiel niet geheel opnieuw uitgevonden te worden. Voortgebouwd kan worden op ervaringen met eerdere energieprojecten en op ervaringen met andersoortige projecten die eveneens een behoorlijke impact op de leefomgeving hebben zoals infrastructuurprojecten. In het kader van de Omgevingswet - waarin procesparticipatie een belangrijke rol krijgt - zijn tal van hulpmiddelen op een rij gezet. Het voert te ver om in dit rapport alle mogelijkheden en werkvormen te benoemen of uit een te zetten. Voor het verkrijgen van een overzicht kunnen de volgende websites genoemd worden:
http://www.participatiewijzer.nl/De-Participatiewijzer Op deze site worden meer dan 40 methoden beschreven die toegepast kunnen worden bij omgevingsparticipatie. Onderscheid wordt gemaakt in mate van invloed, de fase waarin projecten verkeren (bijvoorbeeld planvorming, voorbereiding, uitvoering) en doel van de participatie. Het gaat op deze site niet alleen om concrete projecten maar ook om beleidsvorming. https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/aandeslag/thema/participatie/inspiratiegids/ Hier staan tal van praktijkvoorbeelden, ideeën en aanpakken over samenwerken en participeren.
Financiële randvoorwaarden Planschade Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan planschade ontstaan. Dit kan ook bij een zonnepark het geval zijn. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) voorziet in een regeling voor vergoeding van planschade. Op basis van artikel 6.1 Wro wordt aan degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van de afwijking van het bestemmingsplan, tegemoet gekomen, wanneer de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet anderszins is verzekerd. Een aanvraag voor een tegemoetkoming in schade ten gevolge van de afwijking van het bestemmingsplan, kan bij het bevoegd gezag van dat plan (in dit geval de gemeente Cuijk) worden ingediend binnen de periode van 5 jaar na het onherroepelijk worden van het besluit tot afwijking of wijziging van het bestemmingsplan. Eventuele planschade zal in alle gevallen worden verhaald op de initiatiefnemer van een project. Daartoe wordt een planschadeovereenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer en de
8 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:3469
Energievisie
| 717145
25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
20
gemeente, voorafgaand aan het starten van de vergunningprocedure. Dit vormt onderdeel van de anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Leges Voor de bouw van een grondgebonden zonnepark is een omgevingsvergunning onderdeel bouwen nodig. Dit betekent dat de initiatiefnemer bouwleges moet betalen. De te betalen leges voor planologisch strijdig gebruik en leges voor de verklaring van geen bedenkingen (VVGB) uit de bestaande legesverordening moeten eveneens betaald worden. De bouwleges die betaald moeten worden bestaan momenteel uit een percentage van de totale bouwsom. Door de hoge bouwkosten kan dit bedrag bij zonneparken sterk oplopen tot een niveau dat een project niet meer realiseerbaar is en de leges ook niet meer in verhouding staan tot de kosten die de gemeente maakt om een project te faciliteren. Bovendien is het doel om duurzame energieontwikkeling te stimuleren. Om te voorkomen dat bouwleges een drempel vormen voor projectontwikkeling, zal de gemeente de bouwleges baseren op de kosten voor de constructieve werken, bestaande uit de stellingen waarop de zonnepanelen worden geplaatst, de onderstations en eventuele andere bouwwerken, maar uitgezonderd de zonnepanelen zelf en de elektrische installaties (omvormers en schakelingen in de onderstations).
De te verwachten inkomsten van de leges zijn op dat moment nog steeds kostendekkend voor de te verwachten werkzaamheden. De leges voor een ruimtelijk besluit en overige vergunningen of toestemmingen blijven ongewijzigd van toepassing.
Procedure voor concrete projecten De verwachting is dat na vaststelling van de hernieuwde visie in de gemeenteraad concrete projecten zich zullen aandienen. Op basis van reeds gevoerde geprekken is de verwachting dat er animo zal zijn van partijen die een project willen realiseren. Daarom zal een selectieproces nodig zijn om te bepalen welke projecten wel en niet een vergunningprocedure kunnen starten. Ook in de buurgemeenten Boxmeer, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis lopen dergelijke trajecten. Vanwege de aanstaande herindeling onderzoekt de gemeente Cuijk in nauw overleg met haar buurgemeenten hoe zij een selectieprocedure het beste kan doorlopen. Hierbij worden de geleerde lessen uit de buurgemeenten meegenomen. De verwachting is dat de uiteindelijke selectieprocedure pas na de herindeling zal worden gestart.
717145 | Energievisie 25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
21
BELEIDSKADER WINDENERGIE (VOORLOPIG) Windenergie is nog minder concreet in de gemeente Cuijk. Er lijken weliswaar een paar mogelijkheden te zijn, zoals in de haven van Cuijk en op een of twee andere locaties, maar die moeten nog nader worden onderzocht. Er spelen 3 zaken die ervoor zorgen dat er nu nog geen compleet beleid ligt: 1. Onduidelijkheid over de vliegbasis in de buurt, en dan met name bij het opstijgen en landen van de vliegtuigen en in hoeverre de radar verstoord wordt door hoge obstakels. Hierover worden gesprekken gevoerd met defensie vanuit de regionale energiestrategie Noord-Oost Brabant. 2. Provinciaal beleid, waarin een clustering van minimaal 3 windmolens is opgenomen. Dit zou de locaties in de gemeente Cuijk verder beperken, tot waarschijnlijk alleen het noordelijk gebied langs de Maas. Vanuit het oogpunt dat we als gemeente een energiemix
3.
willen toepassen, omdat de maatschappelijke kosten van windenergie lager zijn en het elektriciteitsnet daarmee beter in balans is, willen we deze optie open houden om daarover in gesprek te gaan. Gezien de gevoeligheid van windenergie, is het verstandig om aan de voorkant de locaties verder te onderzoeken, om zo de wenselijkheid te bepalen. Hierin zal er samen opgetrokken worden met de gemeente Boxmeer. De verwachting is dat er in 2022 meer duidelijkheid hierover is.
Veel randvoorwaarden voor windprojecten zijn vergelijkbaar met de randvoorwaarden voor zonneparken, zeker ten aanzien van participatie en communicatie. Om te voorkomen dat opportunistisch projecten worden gestart, met mogelijk maatschappelijke onrust ten gevolg, stelt de gemeente op voorhand al enkele algemene randvoorwaarden aan mogelijke ontwikkelingen, die eventueel nader worden aangescherpt indien uit de haalbaarheidsstudie blijkt dat er concrete projecten mogelijk zijn: 1. Omwonenden en omliggende bedrijven spelen een actieve rol bij de ontwikkeling van windturbines. Dit betekent dat zij vroegtijdig (voorafgaand aan de indiening van een vergunningaanvraag) worden geïnformeerd en betrokken. 2.
3.
4.
5.
De opbrengsten moeten maximaal terugvloeien naar de omgeving. Daarom hebben lokale coöperatieve projecten de voorkeur en streven we naar 50% lokaal eigendom. Een initiatiefnemer conformeert zich minimaal aan de NWEA gedragscode en stelt minimaal 50% van het project ter beschikking voor omgevingsparticipatie. Windturbines moeten vanzelfsprekend voldoen aan de wettelijke eisen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Daarnaast zijn projecten voorzien van een zorgvuldige landschappelijke afweging, waarbij goede visualisaties essentieel zijn. Specifiek aandachtspunt vormt de mogelijke radarverstoring van de defensieradar op vliegbasis Volkel. Van initiatiefnemers wordt verwacht dat uit een radarverstoringstoets aan de voorkant blijkt dat een project binnen de wet- en regelgeving op dit punt uitvoerbaar is. Grondspeculatie en concurrentie tussen partijen moet worden voorkomen, door projecten in elkaars nabijheid verplicht te bundelen/gezamenlijk te ontwikkelen. Een evenredige verdeling van de vergoedingen over de grondeigenaren (gebiedscontract model) heeft hierbij de voorkeur. Buurgemeenten worden geïnformeerd en betrokken indien locaties nabij de gemeentegrens worden ontwikkeld.
Energievisie
| 717145
25 maart 2021 | Update - maart 2021
Pondera Consult
22
Daarnaast geldt natuurlijk ook voor windenergieprojecten dat een zorgvuldige ruimtelijke inpassing vereist is. Dit ziet onder meer op een zorgvuldige (landschappelijke) plaatsingsstrategie en aandacht voor de inrichting van benodigde civiele infrastructuur op de locatie zelf. Gezien de maat en schaal van windenergie is, in tegenstelling tot zonneparken, geen sprake van landschappelijke ‘inpassing’ in de klassieke zin. Voor windenergieprojecten ligt de nadruk op ‘herkenbaarheid van de opstelling’, logica en navolgbaarheid van de locatiekeuze (waarom hier?) en interferentie met andere windturbines of hoge gebouwen. Ieder project is tenslotte maatwerk: dit betekent dat per project wordt beschouwd of en zo ja onder welke specifieke condities eventueel medewerking kan worden verleend.
717145 | Energievisie 25 maart 2021 | Update - maart 2021