07 Bijlage 6r - Bijlage 18 Ontheffingsbesluit vleermuizen.pdf
Tekst van het document
Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
op de op 28 november 2019 door ons ontvangen aanvraag voor een ontheffing ingevolge artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming van gemeente Cuijk voor de herontwikkeling van het voormalige Merletcollege gelegen aan de Grotestraat 144, 5431 DM Cuijk, in de gemeente Cuijk.
INHOUDSOPGAVE
Besluit .............................................................................................................................. 3 Procedurele aspecten ....................................................................................................... 4 Toetsing en overwegingen ................................................................................................ 5 1.1 1.2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Beschermingsregimes..............................................................................................................................5 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ......................................................................................5 Aangevraagde activiteiten .......................................................................................................................5 Mogelijke effecten...................................................................................................................................6 Alternatievenafweging ............................................................................................................................6 Belang van de aanvraag...........................................................................................................................6 Mitigerende maatregelen en staat van instandhouding .........................................................................7 Conclusie .................................................................................................................................................8
Bijlage 1. Voorschriften ..................................................................................................... 9 Bijlage 2. Locatie activiteiten............................................................................................ 11 Bijlage 3. Meldingsformulier start uitvoering (voorbereidende) werkzaamheden ............. 12
ODBN, Kenmerk
2 Z/108630
BESLUIT 1
Onderwerp
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 28 november 2019 van gemeente Cuijk een aanvraag ontvangen voor een ontheffing ingevolge artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. De aanvraag betreft een verzoek tot ontheffing voor het overtreden van verboden ten aanzien van beschermde soorten, dit als gevolg van de sloop en herontwikkeling van het voormalige Merletcollege, gelegen aan de Grotestraat 144, 5431 DM Cuijk in de gemeente Cuijk. 2
Besluit
Gelet op de bepalingen van de Wet natuurbescherming besluiten wij: I. aan gemeente Cuijk, Louis Janssenplein 1, 5431 BV te Cuijk, ontheffing te verlenen, op grond van artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, van de bepalingen als bedoeld in: • artikel 3.5, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, voor de: gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus); • artikel 3.5, vierde lid, van de Wet natuurbescherming, voor de: gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus); voor de periode tot en met 2 maart 2025; met de in bijlage 1 genoemde voorschriften, voor de herontwikkeling van het voormalige Merletcollege, aan de Grotestraat 144, 5431 DM te Cuijk, in de gemeente Cuijk; II. dat de beschrijving van de activiteiten, in het activiteitenplan, voor zover deze betrekking heeft op de soort, en bijlagen 1 en 2, deel uitmaken van het besluit als bedoeld onder I;
Bijlage 1: voorschriften Bijlage 2: locatie activiteiten Bijlage 3: meldingsformulier start werkzaamheden (zie voorschrift 1) 's-Hertogenbosch, 17 april 2020
Met vriendelijke groet, Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,
De heer J. Reijnen Teammanager Omgevingsdienst Brabant Noord
ODBN, Kenmerk
3 Z/108630
PROCEDURELE ASPECTEN 1
Aanvraag
Op 28 november 2019 hebben wij van gemeente Cuijk een aanvraag voor een ontheffing ingevolge artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) ontvangen. De aanvraag is op 12 maart 2020 en 24 maart 2020 aangevuld. Een omschrijving van de activiteiten is opgenomen in hoofdstuk 2 van het Activiteitenplan gewone dwergvleermuis Grotestraat 144 te Cuijk en in bijlage 2. De aanvraag is geregistreerd onder nummer Z/108630. 2
Bevoegd gezag
Omdat de activiteiten verricht worden in de provincie Noord-Brabant, zijn wij op grond van artikel 1.3 van de Wnb bevoegd om op de aanvraag te beslissen. Indien aan de orde betrekken wij tevens gevolgen van de activiteiten voor de soorten buiten onze provinciegrens en buiten Nederland bij ons besluit. 3
Reguliere voorbereidingsprocedure
In deze procedure wordt de reguliere voorbereidingsprocedure overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht toegepast. 4
Ontvankelijkheid
Ten aanzien van de aspecten van de aanvraag waarvoor een ontheffing ingevolge de Wnb is vereist, hebben wij beoordeeld of de aanvraag volledig is en voldoende gegevens bevat. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van die aspecten waarvoor een ontheffing is gevraagd. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag in combinatie met bovenstaande gegevens en documenten voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van die aspecten waarvoor een ontheffing ingevolge de Wnb is gevraagd. 5
Overige regelgeving
Bij de beoordeling van onderhavige aanvraag zijn andere aspecten dan gerelateerd aan soortenbescherming op grond van de Wnb en de daarbij behorende regelgeving niet betrokken. Een toestemming op basis van andere wet- en regelgeving kan derhalve aan de orde zijn, onder andere voor ruimtelijke ordening of bouwen.
ODBN, Kenmerk
4 Z/108630
TOETSING EN OVERWEGINGEN 1
Wettelijk kader - Wet natuurbescherming
1.1 Beschermingsregimes Op basis van de Wet natuurbescherming zijn er drie beschermingsregimes. Het eerste regime geldt voor vogels op grond van de Vogelrichtlijn. Artikelen 3.1, 3.2 en 3.4 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor vogelsoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. De artikelen 3.3 en 3.4 geven de voorwaarden voor het kunnen verlenen van de ontheffing. Het tweede beschermingsregime geldt voor planten en dieren op basis van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn. Artikelen 3.5 en 3.6 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. De artikelen 3.8 en 3.9 geeft de voorwaarden voor het kunnen verlenen van een ontheffing. Het derde regime beschrijft de bepalingen voor andere (nationaal beschermde) soorten. Artikel 3.10 van de Wnb heeft betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten en geeft de voorwaarden waaronder GS ontheffing kunnen verlenen. Voor alle soorten geldt in alle gevallen de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb). Het gaat dan zowel om beschermde als onbeschermde dier- en plantensoorten. De zorgplicht geldt ongeacht of er een vrijstelling geldt of een ontheffing is verleend.
Hierin wordt bepaald dat eenieder zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, schade aan deze soorten dient te voorkomen. In artikel 5.4 van de Wnb zijn gronden opgenomen waarop een verleende ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd. De ontheffing kan in elk geval worden ingetrokken indien blijkt dat de ontheffinghouder zich niet houdt aan de voorschriften. 1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten hebben ten aanzien van soortbescherming aanvullende kaders vastgesteld. Deze zijn neergelegd in paragraaf 2.6.1 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor bepaalde soorten en handelingen zijn vrijstellingen opgenomen.
2
Toetsing effecten ruimtelijke ingreep
2.1 Aangevraagde activiteiten De aangevraagde activiteiten betreffen de herontwikkeling van het voormalige Merletcollege, waaronder de sloop van de aanwezige gebouwen en het rooien van de aanwezige beplanting. Hierna zullen nieuwbouwwoningen gerealiseerd worden op het terrein. De start van de werkzaamheden is voorzien in het voorjaar van 2020. De exacte planning voor de nieuwbouw is nog niet bekend. De nieuwe woningen zullen bebouwing van 1 tot 2 bouwlagen met kap zijn. Een omschrijving van de activiteiten is opgenomen in hoofdstuk 2 van het activiteitenplan.
ODBN, Kenmerk
5 Z/108630
2.2 Mogelijke effecten In het plangebied zijn drie paarverblijfplaatsen en één gecombineerde zomer- en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen met telkens één individu. De verblijfplaatsen bevinden zich verdeeld over het gebouw. Eén paarverblijfplaats en de gecombineerde zomer- en paarverblijfplaats bevinden zich in de spouwmuur van de gymzaal. De andere twee verblijfplaatsen bevinden zich in de noordzijde en zuidoostzijde van het schoolgebouw. De aanvrager geeft aan dat door het uitvoeren van de sloop van de aanwezige gebouwen paarverblijfplaatsen en de gecombineerde zomer- en paarverblijfplaats van de soort worden beschadigd of vernield. Door het uitvoeren van de activiteiten worden exemplaren de gewone dwergvleermuis verstoord. Dit is een overtreding van de bepalingen zoals bedoeld in artikel 3.5, tweede en vierde lid van de Wnb. De landelijke en lokale staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis is gunstig. 2.3 Alternatievenafweging Het project is locatiespecifiek. Het betreft een bestaand schoolgebouw, dat gesloopt zal worden om nieuwe woningen te realiseren. Een herbestemming of hergebruik van het gebouw is overwogen, maar dit zou leiden tot oplopende onderhoudskosten, en technische en sociale onveiligheid. Daarnaast is er een toenemende woningbehoefte.
Door het pand niet te slopen kunnen er geen woningen gebouwd worden om in deze woningbehoefte te voorzien. Het gefaseerd slopen, waarbij deels gesloopt wordt en deels nieuwbouw plaatsvindt waar direct permanente voorzieningen in aangebracht worden, is niet mogelijk doordat dit problemen geeft met het aanleggen van de nutsvoorzieningen. Daarnaast kan de stabiliteit van delen van de bestaande gebouwen niet gegarandeerd worden, doordat de verblijfplaatsen hoog in het gebouw zitten. Voorafgaand aan de werkzaamheden zijn voldoende alternatieve verblijfplaatsen aangebracht, wordt het te slopen gebouw ongeschikt gemaakt en zal ter controle onderzoek plaatsvinden of er, voorafgaand aan de sloop, vleermuizen aanwezig zijn in het gebouw. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd in de minst kwetsbare periode van de gewone dwergvleermuis, in dit geval de actieve periode van de gewone dwergvleermuis. Op deze manier wordt maximaal ingezet op mitigatie. Een planning met minder negatieve effecten op de gewone dwergvleermuis is derhalve niet mogelijk. Gezien het bovenstaande is ons gebleken dat er geen redelijke alternatieven mogelijk zijn, die zouden leiden tot een kwalitatief gelijkwaardig resultaat. De alternatievenafweging is hiermee dan ook voldoende onderbouwd.
2.4 Belang van de aanvraag De ontheffing is gevraagd op grond van het belang ‘de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’ zoals genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, onder b, van de Wnb. In de gemeente Cuijk is er een toenemende woningbehoefte. Uit het woningmarktonderzoek van 8 december 2017 komt naar voren dat er voor de komende jaren een woningbouwopgave van meer dan 1.500 woningen ligt. Uit het onderzoek is gebleken dat 46% interesse heeft in een woonmilieu in het centrum, waar het terrein van het voormalige Merletcollege is gelegen. Dit betekent een nieuwbouwbehoefte van 700 woningen voor in de wijk Centrum in de periode tot en met 2029. Om ODBN, Kenmerk
6 Z/108630
aan deze woningbehoefte te voorzien zullen op het terrein van het voormalige Merletcollege meerdere (24) nieuwbouwwoningen gerealiseerd worden met de nadruk op grondgebonden, 1-2 laags woningen met kap. Wanneer er geen nieuwe woningen gerealiseerd zouden worden is er geen doorstroming mogelijk wat kan leiden tot leegloop en een onaantrekkelijk vestigingsklimaat. Gelet op de naar voren gebrachte omstandigheden zijn wij van oordeel dat het groot openbaar belang voldoende onderbouwd is om de ontheffing te kunnen verlenen. 2.5 Mitigerende maatregelen en staat van instandhouding In hoofdstuk 8 het activiteitenplan (Ekoza Ecologisch advies, 20 november 2019) is omschreven welke maatregelen worden genomen om de effecten voor de gewone dwergvleermuis zoveel mogelijk te voorkomen. In grote lijnen gaat het om de volgende maatregelen: • Tijdig voorafgaand aan het ongeschikt maken van de huidige verblijfplaatsen worden 16 vleermuiskasten type Chillon van Vivara binnen een straal van 200 meter van het plangebied aangebracht. De kasten hangen op 3 tot 4 meter hoogte en vrij van lantaarnpalen of andere felle verlichtingsbronnen. • Het in de minst kwetsbare periode van de gewone dwergvleermuis ongeschikt maken van de huidige bebouwing door tochtgaten van minimaal 50 bij 50 centimeter in de muren aan te brengen.
Daarnaast zullen er ook om de 5 meter gaten van 50 centimeter in de boeiborden gezaagd worden. • Het controleren op aanwezigheid van vleermuizen de dag voorafgaand aan de sloop van de aanwezige bebouwing en nadat is vastgesteld dat er geen vleermuizen in het pand aanwezig zijn. • Bij de sloop als eerste de plekken van de uitvliegopeningen (m.n. boeiborden) ongeschikt maken, zodat (zo veel mogelijk) voorkomen wordt dat gedurende de meerdaagse sloop alsnog vleermuizen de overige delen van het gebouw in gebruik nemen. • Het realiseren van minimaal 16 permanente verblijfplaatsen door het inbouwen van 16 inmetselkasten Vivara IB VL 01. De voorgestelde maatregelen zijn in grote lijnen voldoende. Wij nemen ter aanvulling op deze maatregelen extra voorschriften op. Het betreft de volgende aanvullende mitigerende maatregelen: • Wanneer uit het onderzoek voorafgaand aan de sloop blijkt dat er nog vleermuizen in het gebouw aanwezig zijn, dienen aanvullende maatregelen getroffen te worden om er voor te zorgen dat de aanwezige vleermuizen alsnog het gebouw verlaten. Aanvullend dient voorafgaand aan de sloop nogmaals een onderzoek plaats te vinden om vast te stellen of er nog vleermuizen in het gebouw aanwezig zijn. • In de huidige situatie is er nog geen ontwerp- en inrichtingplan van de toekomstige bebouwing aanwezig is.
Hierdoor is het onzeker in welke mate de toekomstige voorzieningen bijdragen aan de functionaliteit van de verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis. Om de functionaliteit van de toekomstige zomerverblijfplaats en paarverblijfplaatsen te borgen nemen wij dan ook een extra voorschrift op, te weten dat er voor elke verblijfplaats die verloren gaat, zes inbouwvoorzieningen getroffen moeten worden in de te realiseren nieuwbouw. In totaal zullen er dus 24 permanente inbouwvoorzieningen gerealiseerd moeten worden. Door het nemen van mitigerende maatregelen en de inrichting van het gebied na afloop van de werkzaamheden komt de gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis niet in het geding door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden.
ODBN, Kenmerk
7 Z/108630
2.6 Conclusie Gelet op het voorgaande verlenen wij gevraagde ontheffing als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. De ontheffing wordt slechts voor de in het besluit genoemde soorten en beschreven activiteiten verleend. Deze ontheffing geldt alleen voor de activiteiten conform de aanvraag worden uitgevoerd, voor zover in deze ontheffing zelf niet anders is aangegeven. Aan deze ontheffing zijn algemene en specifieke voorschriften verbonden.
ODBN, Kenmerk
8 Z/108630
BIJLAGE 1. VOORSCHRIFTEN
Algemene voorschriften 1. De ontheffinghouder dient, zodra de datum waarop de werkzaamheden aanvangen bekend is, maar uiterlijk 2 weken voor aanvang van de activiteiten, het bijgevoegde meldingsformulier volledig in te vullen en op te sturen naar info@odbn.nl. 2. De ontheffinghouder dient onmiddellijk contact op te nemen via info@odbn.nl indien bij het uitvoeren van de activiteiten andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen, of andere handelingen als bedoeld in onderdeel I en II van het besluit noodzakelijk zijn. 3. Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van de aan deze ontheffing verbonden voorschriften. 4. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze ontheffing op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op eerste verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouder of opsporingsambtenaar. Specifieke voorschriften 5. De ontheffinghouder dient, met inachtneming van de hiergenoemde voorschriften, de mitigerende maatregelen uit te voeren zoals beschreven in hoofdstuk 8 van het activiteitenplan van 20 november 2019. 6.
De ontheffinghouder dient een ecologisch werkprotocol op te stellen op basis van de aanvraag en de hier genoemde voorschriften. Alle betrokken partijen, met name ook de uitvoerenden op de initiatieflocatie, dienen, voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden, van de inhoud van het werkprotocol op de hoogte gesteld te worden en dienen dit aantoonbaar na te leven. 7. Voor de start van de sloopwerkzaamheden dient middels een onderzoek te worden vastgesteld of er vleermuizen in het gebouw aanwezig is. Als uit het onderzoek blijkt dat er nog vleermuizen in het gebouw aanwezig zijn, dienen aanvullende maatregelen te worden getroffen om er voor te zorgen dat de aanwezige vleermuizen alsnog het pand verlaten. Aanvullend dient nogmaals een onderzoek te worden uitgevoerd om vast te stellen of er nog vleermuizen in het gebouw aanwezig zijn. 8. Indien de tijdelijke vleermuiskasten verwijderd worden, dient dit plaats te vinden onder ecologische begeleiding. De tijdelijke vleermuiskasten mogen verwijderd worden nadat is vastgesteld dat er geen vleermuizen in verblijven en/of in de minst kwetsbare periode en wanneer is voldaan aan de gewenningsperiode van de permanente verblijfplaatsen. 9.
In de toekomstige nieuwbouwwoningen dienen minimaal 24 permanente inbouwvoorzieningen (Vivara IB VL 01 of gelijkwaardig) aangebracht te worden geschikt als zomer- en paarverblijf voor de gewone dwergvleermuis. Deze verblijfplaatsen moeten: a. Zich inwendig in het gebouw bevinden. b. Verschillende microklimaten aanbieden. c. Niet naast elkaar gehangen worden of binnen een afstand van 5 meter van elkaar. Het betreft onder meer mitigerende maatregelen voor met name territoriale mannetjes. d. Zoveel mogelijk dezelfde eigenschappen hebben als de oorspronkelijke verblijfplaats. e. De uitvliegopening moet vrij van obstakels en verlichting zijn en op minimaal drie meter hoogte worden geplaatst. ODBN, Kenmerk
9 Z/108630
Het definitieve ontwerp, met op een plattegrond waarop aangegeven wordt waar de inbouwvoorzieningen worden gerealiseerd, dient te worden opgestuurd naar info@odbn.nl, onder vermelding van ‘inrichtingsplan nieuwbouw voormalig Merletcollege, Grotestraat Cuijk Z/108630’. Dit ontwerp dient uiterlijk 31 december 2024 in ons bezit te zijn. 10. De activiteiten en bovengenoemde voorschriften dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van de soorten waarvoor ontheffing is verleend.
ODBN, Kenmerk
10 Z/108630
BIJLAGE 2. LOCATIE ACTIVITEITEN
Figuur 1. Locatie Grotestraat 144 te Cuijk, gemeente Cuijk. De activiteiten vinden plaats binnen het omlijnde gebied.
Figuur 2. De locaties van de vleermuiskasten voor de zomerverblijfplaats en paarverblijfplaatsen.
ODBN, Kenmerk
11 Z/108630
BIJLAGE 3. MELDINGSFORMULIER START UITVOERING (VOORBEREIDENDE) WERKZAAMHEDEN Meldingsformulier start werkzaamheden Ontheffing Wet natuurbescherming ex artikel 3.8, eerste lid. Gegevens Aanvraagnummer
Z/108630
Naam initiatief Ontheffingsperiode
voor de periode tot en met 2 maart 2025
Ontheffinghouder Naam aanvrager Adres PC-Woonplaats Gegevens werkzaamheden Contactpersoon uitvoering werkzaamheden Telefoonnummer (vast)
Gemeente Cuijk T.G.A.J. Hendriks Postbus 7 5360 AA Grave
Telefoonnummer (mobiel)
……………………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………
Locatie(s) werkzaamheden …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… Datum gereedkomen …………………………………………………………………………………………………………… compensatiemaatregelen Datum start ongeschikt …………………………………………………………………………………………………………… maken pand Datum start …………………………………………………………………………………………………………… werkzaamheden Overzicht planning …………………………………………………………………………………………………………… werkzaamheden …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… Dit formulier dient zodra de aanvang van de werkzaamheden bekend is, uiterlijk 2 weken van tevoren, te worden ingediend bij de Omgevingsdienst Brabant Noord Retouradres
ODBN, Kenmerk
Omgevingsdienst Brabant Noord Email: info@odbn.nl
12 Z/108630