07 Bijlage 6i - Bijlage 9 Verkennend archeologisch onderzoek Merletcollege.pdf
Tekst van het document
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 19123 Merlet College, Cuijk Gemeente Cuijk Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
Richard Exaltus Joep Orbons
October 2020
ArcheoPro
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 2
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 19123 Merlet College, Cuijk Gemeente Cuijk Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam Versie Status Archis melding (OM nummer) Bevoegd gezag Opslagplaats documentatie ISSN Auteur Projectleider Projectmedewerkers Onderaannemers Autorisatie
The Missing Link,2e Daalsedijk 6a, 3551 EJ Utrecht 19-202 ArcheoPro Rapport Merlet College, Cuijk 2020 10 28 28-10-2020 Definitief 4756883100 Gemeente Cuijk Provincie Noord-Brabant 1569-7363 Richard Exaltus, Joep Orbons Richard Exaltus Richard Exaltus, Joep Orbons Niet van toepassing Drs R.P. Exaltus; senior-archeoloog
Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2019 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland
Versie: 28-10-2020
Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl
Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 3
Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................................................ 5 1.1 Algemeen........................................................................................................................................................................ 5 1.2 Locatiegegevens (LS02)....................................................................................................................................... 5 1.3 Aard van de ingreep (LS01) ................................................................................................................................ 5 1.4 Onderzoek (LS01) ............................................................................................................................................. 6 1.5 Doel- en vraagstelling ............................................................................................................................................... 6 1.6 Onderzoeksstrategie (LS05) .............................................................................................................................. 9 2 Veldonderzoek..............................................................................................................................................................
10 2.1 Verrichte werkzaamheden (VS03) ................................................................................................................ 10 2.2 Resultaten verkennend booronderzoek (VS03) ..................................................................................... 10 3 Conclusies en aanbevelingen
(VS07) .............................................................................................................. 14
Bijlage 1: Verklarende woordenlijst ........................................................................................................................ 15 Bijlage 2: Archeologische tijdschaal ........................................................................................................................ 15 Bijlage 3: Literatuurlijst ................................................................................................................................................ 16 Bijlage 4: Boorbeschrijving ......................................................................................................................................... 18
Versie: 28-10-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 4
Samenvatting In december 2019 is in opdracht van The Missing Link, vertegenwoordigd door de heer N. van den Berg, door ArcheoPro verkennend booronderzoek uitgevoerd op het terrein van het voormalige Merlet College te Cuijk. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing en vervanging hiervan door nieuwbouw. Hiervoor benodigde bodemingrepen kunnen tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden leiden. Het plangebied is momenteel nog bebouwd met de voormalige school en is verder bestraat of in gebruik als groenstroken. Het plangebied heeft een dubbelbestemming ‘waarde archeologie 3’. In het gebied geldt een onderzoeksplicht voor ingrepen met een oppervlakte groter dan 2500m2 en die dieper reiken dan een halve meter beneden het maaiveld. De voorgenomen ingrepen zullen deze grenzen overschrijden, waardoor archeologisch onderzoek vereist is. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor resten van bewoning uit de steentijd tot en met de nieuwe tijd. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied 18 verkennende boringen gezet in een dichtheid van tien boringen per hectare.
Uit de resultaten van het met een guts verrichte verkennende booronderzoek blijkt dat de bodem binnen het grootste deel van het plangebied uit een overstromingspakket bestaat dat is opgebouwd uit sterk kleiig zand en sterk zandige klei met daarboven een dik pakket geroerde grond dat waarschijnlijk is ontstaan bij het bouwrijp maken van het terrein voorafgaande aan de bouw van de schoolgebouwen. Langs de zuid- en de zuidoostrand van het plangebied bestaat de bodem echter uit dekzand waarin tenminste plaatselijk podzolvorming lijkt te hebben plaatsgevonden. Met name in de zuidoosthoek van het plangebied is een nog grotendeels intacte dekzandbodem aangetroffen waarin plaatselijk bovendien houtskool voorkomt. Hier is de bodem over het algemeen ook aanmerkelijk minder diep verstoord dan op de overige delen van het plangebied. Langs de zuidrand van het plangebied en binnen het zuidoostelijke deel hiervan moet derhalve rekening worden gehouden met de eventuele aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische resten. Voor deze delen van het plangebied wordt dan ook geadviseerd om graafwerkzaamheden die dieper reiken dan de huidige verstoringsdiepte, vooraf te laten gaan door nader archeologisch onderzoek. Het kan hierbij gaan om proefsleuvenonderzoek, eventueel nog vooraf gegaan door karterend booronderzoek.
Op de overige delen van het plangebied geven de resultaten van het verkennend booronderzoek geen aanleiding tot het adviseren van vervolgonderzoek.
Versie: 28-10-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 5
1. Inleiding
1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum uitvoeringveldwerk Archis onderzoeksmelding Bevoegd gezag: Bewaarplaats vondsten: Bewaarplaats documentatie
1.2 Locatiegegevens Provincie Gemeente Plaats Toponiem Globale ligging Hoekcoördinaten plangebied
Oppervlakte plangebied Eigendom Grondgebruik Hoogteligging Bepaling locaties
1.3 Aard van de ingreep Aard ingreep
Versie: 28-10-2020
The Missing Link,2e Daalsedijk 6a, 3551 EJ Utrecht Niels van den Berg December 2019 4756883100 Gemeente Cuijk Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant (LS02)
Noord-Brabant Cuijk Cuijk Merlet College, Cuijk Aan de zuidoostrand van Cuijk; tweehonderd meter ten westen van de Maas 189403 / 414806 189403 / 415010 189545 / 415010 189545 / 414806 1.54 Hectare Merlet College Bebouwing, bestrating en groenstroken Ca. 13 m +NAP GPS Garmin, meetlinten (LS01)
De sloop van de huidige bebouwing en vervanging door nieuwbouw
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
1.4 Onderzoek
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 6
(LS01)
In december 2019 is in opdracht van The Missing Link, vertegenwoordigd door de heer N. van den Berg, door ArcheoPro verkennend booronderzoek uitgevoerd op het terrein van het voormalige Merlet College te Cuijk. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing en vervanging hiervan door nieuwbouw. Hiervoor benodigde bodemingrepen kunnen tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden leiden. Het plangebied is momenteel nog bebouwd met de voormalige school en is verder bestraat of in gebruik als groenstroken. Het plangebied heeft een dubbelbestemming ‘waarde archeologie 3’. In het gebied geldt een onderzoeksplicht voor ingrepen met een oppervlakte groter dan 2500m2 en die dieper reiken dan een halve meter beneden het maaiveld. De voorgenomen ingrepen zullen deze grenzen overschrijden, waardoor archeologisch onderzoek vereist is. In 2017 is door BAAC een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied (P. Kimenal & E. A. G. Ball 2017). Op basis hiervan is het volgende geconcludeerd: Voor het gehele plangebied geldt een hoge verwachting voor archeologische resten uit de steentijd tot en met nieuwe tijd en voor allerlei complextypen (o.a. nederzetting, begraving, economie, depot, infrastructuur). Naar aanleiding hiervan is besloten om in eerste instantie een verkennend booronderzoek uit te voeren.
In dit rapport wordt verslag gedaan van de resultaten van het in december 2019 door ArcheoPro verrichte verkennende booronderzoek.
1.5 Doel- en vraagstelling Bureauonderzoek heeft tot doel om op basis van beschikbare informatie te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel op basis waarvan de volgende vragen beantwoord kunnen worden: -Kunnen binnen het plangebied (nog) archeologische resten verwacht worden? -Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? -Wat zijn de verwachte prospectieve kenmerken van dergelijke archeologische resten? -Welke vorm van veldonderzoek is geschikt om de verwachte resten op te sporen? Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Aan de hand van de resultaten hiervan kan worden vastgesteld of binnen het plangebied daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen. ArcheoPro voert haar onderzoeken uit conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.0 en SIKB BRL 4000) en is in het bezit van de daarvoor vereiste BRL 4000 certificaten 4002 en 4003. Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P. Exaltus (senior KNA-archeoloog), drs. ing. P.J. Orbons (senior KNA-archeoloog/senior vakspecialist) en H. Rik (veldtechnicus).
Versie: 28-10-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 7
Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 1
1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008.
Versie: 28-10-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 8
Figuur 2: Het plangebied op de bestemmingsplankaart 2 2 Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
Versie: 28-10-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 9
1.6 Onderzoeksstrategie
(LS05)
Tijdens het veldwerk moet allereerst worden vastgesteld hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze intact is en of hierin archeologische indicatoren aanwezig (kunnen) zijn. Om de bodemopbouw zo exact mogelijk te kunnen bestuderen kan het beste gebruik gemaakt worden van een guts. Binnen het plangebied zijn voor het verkennend booronderzoek in eerste instantie 18 boorpunten verdeeld over een zo gelijkmatig mogelijk netwerk. Hierdoor is binnen het 1.54 hectare grote plangebied een boordichtheid bereikt van ruim tien boringen per hectare. Een dergelijke boordichtheid voldoet als verkennend booronderzoek om de aard en opbouw van de bodem in kaart te brengen. Van alle boorpunten is de NAP-hoogte bepaald door middel van het AHN en de waterpas.
Figuur 3: Het plangebied gezien vanaf boorpunt 1 in zuidelijke richting
Versie: 28-10-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 10
2 Veldonderzoek
2.1 Verrichte werkzaamheden Positie boringen: Gebruikt boormateriaal: Totaal aantal boringen: Boordichtheid: Geboorde diepte: Inmeten boorlocaties: Boorbeschrijving:
(VS03)
Regelmatige verdeling over het plangebied (figuur 8). Guts met een diameter van 3 cm. Achttien Ruim tien boringen per hectare 1 – 1,6m –Mv GPS, meetlint en waterpas Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2)
Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktekartering: In verband met de begroeiing van het plangebied was geen oppervlaktekartering mogelijk. Evenmin waren bodemontsluitingen aanwezig die geïnspecteerd konden worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren.
2.2 Resultaten verkennend booronderzoek
(VS03)
Tijdens het verkennend booronderzoek zijn in het totaal achttien boringen gezet. De boringen zijn doorgezet tot ten minste enkele decimeters in de top van de natuurlijke pleistocene ondergrond. De ligging van de boorpunten is weergegeven op de boorpuntenkaart. De resultaten van het booronderzoek zijn opgesomd in Bijlage 1. Bovenin de boringen 1 en 2 is een humusrijke zandlaag aangetroffen die doorloopt tot ruim tachtig centimeter beneden het maaiveld. Tot onderin deze laag komt kachelslak voor (zie figuur 4). Hieruit blijkt dat dit zandpakket nog in de negentiende of de twintigste eeuw volledig doorgraven moet zijn.
Figuur 4: Foto van de humusrijke toplaag die op de boorpunten 1 en 2 is aangetroffen met tot onderin kachelslak (het zwarte deeltje midden op de foto). Bovenin de boorpunten 3 tot en met 18 is een sterk doorgraven pakket zandige klei/kleiig zand aangetroffen met daarin brokken klei (zie figuur 5). De dikte van dit pakket loopt uiteen ongeveer veertig centimeter in boring 10 tot bijna anderhalve meter in boring 9. Het lijkt om een pakket te gaan dat is ontstaan tijdens het bouwrijp maken van het terrein voor
Versie: 28-10-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 11
de bouw van de voormalige school. Dit verklaart ook het ontbreken van dit pakket in de boringen 1 en 2 die zijn gezet op een grasveldje ten noorden van het gebouwencomplex van de school.
Figuur 5: Foto van het sterk vergraven pakket zandige klei en kleiig zand met daarin brokken klei, zoals dit bovenin de boringen 3 tot en met 18 is aangetroffen. Op de boorpunten 1, 2, 3, 4, 8, 9, 12, 13 en 18 is onder de vergraven toplaag sterk zandige klei of sterk kleiig zand (leem) aangetroffen. Het betreft waarschijnlijk de laag van Wijchen die is gevormd als een overstromingsafzetting. Onderin boring 16 is een gelijksoortig kleipakket aangetroffen maar bleek tussen de vergraven toplaag en de klei nog een enkele decimeters dik pakket zand aanwezig te zijn. Ook op de boorpunten 7 en 11 zijn onder de vergraven toplaag rivierafzettingen aangetroffen. Deze bestaan hier uit uiterst grof zand met grind (zie figuur 6).
Figuur 6: Uiterst grof zand met grind (links) zoals dit op de boorpunten 7 en 11 onder de vergraven toplaag is aangetroffen. In tegenstelling tot de overige delen van het plangebied zijn langs de zuidrand en langs de zuidoostrand van het plangebied geen rivierafzettingen aangetroffen (behalve de in boring 16 onder het dekzand aangetroffen klei). Op de boorpunten 5, 6 en 15 is direct onder de vergraven toplaag het schone gele zand van de C-horizont aangetroffen. In boring 17 bleek tussen de vergraven toplaag en de C-horizont nog een pakket geoxideerd zand aanwezig dat naar beneden toe geleidelijk aan overgaat in het schone gele zand van de C-horizont. Het betreft waarschijnlijk een BC-horizont van een podzolbodem. In boring 10 is al vanaf veertig centimeter beneden het maaiveld dekzand aangetroffen dat door oxidatie en humus is verbruind en naar beneden toe geleidelijk aan lichter wordt. Een overeenkomend dekzandpakket is op boorpunt 14 vanaf zestig centimeter beneden het maaiveld aangetroffen. Hierin komt op beide boorpunten rond een diepte van zeventig centimeter beneden het maaiveld een enkele houtskoolspikkel voor.
Versie: 28-10-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 12
Figuur 7: Boorprofielen
Versie: 28-10-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 13
Figuur 8: Boorpunten met verstoringsdiepten
Versie: 28-10-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
3 Conclusies en aanbevelingen
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 14
(VS07)
Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor resten van bewoning uit de steentijd tot en met de nieuwe tijd. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied 18 verkennende boringen gezet in een dichtheid van tien boringen per hectare. Uit de resultaten van het met een guts verrichte verkennende booronderzoek blijkt dat de bodem binnen het grootste deel van het plangebied uit een overstromingspakket bestaat dat is opgebouwd uit sterk kleiig zand en sterk zandige klei met daarboven een dik pakket geroerde grond dat waarschijnlijk is ontstaan bij het bouwrijp maken van het terrein voorafgaande aan de bouw van de schoolgebouwen. Langs de zuid- en de zuidoostrand van het plangebied bestaat de bodem echter uit dekzand waarin tenminste plaatselijk podzolvorming lijkt te hebben plaatsgevonden. Met name in de zuidoosthoek van het plangebied is een nog grotendeels intacte dekzandbodem aangetroffen waarin plaatselijk bovendien houtskool voorkomt. Hier is de bodem over het algemeen ook aanmerkelijk minder diep verstoord dan op de overige delen van het plangebied. Langs de zuidrand van het plangebied en binnen het zuidoostelijke deel hiervan moet derhalve rekening worden gehouden met de eventuele aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische resten.
Voor deze delen van het plangebied wordt dan ook geadviseerd om graafwerkzaamheden die dieper reiken dan de huidige verstoringsdiepte, vooraf te laten gaan door nader archeologisch onderzoek. Het kan hierbij gaan om proefsleuvenonderzoek, eventueel nog vooraf gegaan door karterend booronderzoek. Op de overige delen van het plangebied geven de resultaten van het verkennend booronderzoek geen aanleiding tot het adviseren van vervolgonderzoek. In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11.
Versie: 28-10-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 15
Bijlage 1: Verklarende woordenlijst
Verklarende woordenlijst AHN Actueel Hoogtebestand Nederland AMK Archeologische Monumentenkaart ASB Archeologische Standaard Boorbeschrijving Archis Archeologisch Informatie Systeem BP Before Present (present=1950) GIS Geografische Informatie Systemen GPS Global Positioning System IKAW Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden IVO Inventariserend VeldOnderzoek KLIC Kabels en Leidingen Informatie Centrum KNA Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie -mv Onder maaiveld NAP Normaal Amsterdams Peil PVA Plan van Aanpak PVE Programma van Eisen RCE Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed SBB Standaard Boor Beschrijvingsmethode SIKB Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer
Bijlage 2: Archeologische tijdschaal Periode Midden- en Laat Paleolithicum (oude steentijd) Mesolithicum (midden steentijd) Neolithicum (nieuwe steentijd) Bronstijd IJzertijd Romeinse tijd Vroege middeleeuwen Volle middeleeuwen Late middeleeuwen Nieuwe tijd
Versie: 28-10-2020
Datering 250.000
- 9000
9000 4500 2000 800 12 v chr. 500 1000 1250 1500
-
4500 2000 800 12 v. chr. 500 n. chr. 1000 1250 1500 heden
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 16
Bijlage 3: Literatuurlijst Bronnen Encyclopedie van Noord-Brabant (red. A. van Oirschot, A.C. Jansen en L.S.A. Kroesen; Baarn 1985) Grote historische Provincie Atlas van Nederland; deel 4 Zuid-Nederland 1838-1857 1:50.000. Topografische dienst Wolters Noordhoff Groningen 1990 Grote historische topografische Provincie Atlas Noord-Brabant; 1905 1:25.000. Nieuwland Tilburg 2006 Grote topografische atlas van Nederland 1:50.000 Deel 4 Zuid-Nederland. Topografische dienst. Wolters Noordhoff Groningen 1997 Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008 Luchtfoto, http://maps.google.nl Provincie Noord-Brabant, brabant.nl/CHW)
Cultuurhistorische
waardekaart
(http://www.noord-
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, IKAW 2 (Indicatieve kaart Archeologische Waarden), Amersfoort. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, AMK (Archeologische monumentenkaart), Amersfoort. Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft. Stichting voor Bodemkartering, Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Stichting voor Bodemkartering: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, Staring Centrum, Wageningen, 1989 Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820 Twaalf provinciën 2007. Atlas van topografische kaarten. Nederland 1955-1965. Uitgeverij twaalf provinciën. Landsmeer.
Versie: 28-10-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 17
Digitale bronnen Ruimtelijke plannen http://www.ruimtelijkeplannen.nl Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - Archis III http://archis.cultureelerfgoed.nl
Literatuur Bont, Ch de., Cultuurhistorisch onderzoek Oost-Brabant, 1993. Cate, J. A. M. ten. A. F. van Holst, H. Kleijer en J. Stolp, 1995. Handleiding bodemgeografisch onderzoek; richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem. Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Cohen, K.M. & E. Stouthamer, 2012. Beknopte toelichting bij het digitaal basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta, Utrecht, 2012. Es. Van W.A., Sarfatij, H. & P.J. Woltering (red.) 1988. Archeologie in Nederland; De rijkdom van het bodemarchief. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Amersfoort. Kuiper, M. 2006/2007. Atlas van topografische kaarten Nederland, 1955-1965. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 2006)
Versie: 28-10-2020
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 18
Bijlage 4: Boorbeschrijving
Algemene boorgegevens Soort boring Projectnummer Projectnaam Deelgebied Organisatie Archis meldingsnummer Coördinaatsysteem Coördinaatsysteemdatum Locatiebepaling Referentievlak Bepaling maaiveldhoogte Boormethode Boordiameter Opdrachtgever
BAR 19-202 Merlet College, Cuijk NVT ArcheoPro 4756883100 RD2000 ETRS89 GPS en meetlint NAP AHN – Waterpas Guts en edelman 3 cm en 15 cm The Missing Link
Posities van boringen (boorlocaties) Boornummer XCO 1 189465.1 2 189506.0 3 189453.6 4 189479.5 5 189440.6 6 189459.8 7 189497.8 Versie: 28-10-2020
YCO 414983.3 414992.7 414933.8 414957.7 414877.8 414907.0 414932.9
Meters t.o.v. NAP 11.78 11.73 12.00 11.92 11.98 11.72 11.71 www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18
189519.0 189523.7 189432.1 189470.1 189488.7 189529.0 189419.1 189451.2 189483.9 189509.9 189529.0
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 19
414954.7 414928.8 414849.8 414887.5 414861.3 414880.2 414812.4 414825.9 414837.7 414848.9 414858.4
11.85 11.91 11.94 11.95 11.91 12.00 11.89 11.92 11.92 11.91 11.96
Boorbeschrijving volgens ASB 5.2 Boor Nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 9
LDO 85 100 82 100 123 150 68 100 70 100 77 100 94 115 118 140 142
Versie: 28-10-2020
Lithologie GD BK BS Z K Z K Z 1 Z 3 Z 1 K Z 1 Z 1 Z 1 Z 1 Z 1 Zgr Z 1 K Z 1
BZ
BG
BH 2
3 2 3 1 1
Kleur HK BR GR BR GR GE GR BR
3 1 1 1 2 1
BR GE BR GE BR Gr BR
3 1
BR
TK GR GE GR GE GR GE GR GR GR
IK
VLK GR
Overige kenmerken CO PLH VS
AIS SST
BHN
BI ROG
MST
GI FLUV
GR
ROG MST
FLUV
BR
VRG
GR
VRG
FLUV GE
MST
FLUV
GR
VRG BHC
GR
GR
GR
GR
DEZ VRG
BHC
DEZ VRG BED
GR GR GR
GR GE
VRG MST
GR
www.ArcheoPro.nl
FLUV VRG
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
10
11 12 13 14
15 16
17
18
170 42 70 100 130 85 110 96 120 88 120 62 70 90 120 94 130 65 87 130 42 104 130 107 130
Versie: 28-10-2020
K Z Z Z Z Z Zgr Z K Z K Z Z Z Z Z Z Z Z K Z Z Z Z K
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 20
3 1
1 1 1
1 1 1 1
1
BR BR BR GE BR Gr BR
1
BR
1 1 1
BR BR BR GE BR GE BR GE
1 2
1 3 1 3 1 1 1 1 1
1 1
1
1 1 3
1 1
1 1
1
1 3
BR OR GE BR
GR GR
GE
MST
FLUV
GR
VRG DEZ DEZ DEZ
LI BHC GR
GR
VRG
GR GR GR GR GR
GR
VRG
HK1
BED GE
MST
FLUV
GR GE
VRG MST
FLUV
GR
VRG DEZ DEZ DEZ
LI BHC GR
GR
VRG BHC
GR
GR
DEZ VRG
BHC GR GR GE GR GR
GE
DEZ FLUV
MST GR
VRG BHBC BHC
GR GE
DEZ DEZ VRG
MST
www.ArcheoPro.nl
FLUV
HK1
Archeologisch onderzoek Merlet College, Cuijk, Gemeente Cuijk.
ArcheoPro Rapport, 19123, Pagina 21
Betekenis van de afkortingen: LDO – Onderzijde boortraject Lithologie: GD – Onverharde sedimenten: G = grind, K = klei, L = leem, V = veen en Z = zand Bijmengsels: BK = bijmengsel klei, BS = bijmengsel silt, BZ =bijmengsel zand, BG= bijmengsel grind, BH = bijmengsel humus. Betekenis toegevoegde cijfers: 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk en 4 = uiterst. Gr = grof Kleur: HK = hoofdkleur, BL = blauw, BR = bruin, GE = geel, GN = groen, GR = grijs, OL = olijf, OR =oranje, PA = paars, RO = rood, RZ = roze, WI = wit, ZW = zwart. TK = Tweede kleur (kleurafkortingen als boven). IK = Intensiteit kleur: LI = licht en DO = donker VLK = Vlekken (V): 2e en 3e letter is kleurafkorting als boven, 1 = weinig, 2 = matig , 3= veel Overige kenmerken: CO = Consistentie (C ): ZSL-zeer slap, SLA-slap, MSL-matig slap, MST-matig stevig, STV-stevig PLH = plantenresten (PL0 = geen, PL1 = spoor, PL2 = weinig, PL3 = veel) VS = veensoorten SST = Sedimentaire structuren BHN = Bodemhorizont; BHC = C-horizont, BHBC = BC-horizont BI = Bodemkundige interpretaties; BOV = bouwvoor , ROG = rommelig, VRG = vergraven GI = Geologische interpretaties; DEZ = dekzand, Fluv = fluviatiel, Bed = Beddingafzetting AIS = Archeologische indicatoren: HK = Houtskool
Versie: 28-10-2020
www.ArcheoPro.nl