07 B10 Rapportage bodemonderzoek Hapsebaan 33 Vianen AM20011.pdf
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek Hapsebaan 33 te Vianen
Verkennend bodemonderzoek Hapsebaan 33 te Vianen Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM20011 : Definitief (versie 1) : 6 november 2020
Opdrachtgever
: Reland Burg. Verdijkplein 1 5835 AR Beugen
Opgesteld door Paraaf
: ing. T.K.P.G. Thijssen :
Gecontroleerd door Paraaf
: ing. J.M.G. Reuver :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002 + 2018
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2
AM20011
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING................................................................................................................................................................... 4 2.
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................................... 6 2.1
Inleiding ........................................................................................................................................................... 6
2.2
Topografische beschrijving .............................................................................................................................. 6
2.3
Historisch overzicht en omgeving ................................................................................................................... 6
2.4
Dossieronderzoek ............................................................................................................................................ 7
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie ................................................................................................................. 9
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie ............................................................................................................ 9
2.7
Bodemkwaliteitskaart ..................................................................................................................................... 10
2.8
Onderzoekshypothese ................................................................................................................................... 10
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................................................................. 11 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................... 11
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740 .................................................................................................................... 11
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707 .................................................................................................................... 12
4.
VELDWERKZAAMHEDEN ................................................................................................................................ 13 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................... 13
4.2
Grondbemonstering ....................................................................................................................................... 13
4.3
Grondwatermonstername .............................................................................................................................. 14
5.
LABORATORIUMONDERZOEK ....................................................................................................................... 15 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................... 15
5.2
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie) ..................................................................................................... 15
5.3
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket...................................................................................................... 15
5.4
Grondwatermonster(s) ................................................................................................................................... 17
5.5
Toetsing van de gestelde hypothese ............................................................................................................. 17
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................... 18
Bijlagen: 1 2a 2b 3 4 5 6 7 8
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie woonbestemming Foto’s en fotopuntenkaart overig deel onderzoeksgebied, zonnepark Situatietekening met boorpunten en asbestinspectiegaten Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten Verklaring veldmedewerker Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters
Pagina | 3
AM20011
1. INLEIDING In opdracht van Reland heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Hapsebaan 33 in Vianen (gemeente Cuijk). Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven. De onderzoekslocatie voor het vooronderzoek is weergegeven met de rode omlijning. Binnen het geel omlijnde gebied (ca. 5.000 m2) is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. De stallen binnen de rode contour zijn gesloopt.
Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: pdokviewer )
Aanleiding Dit bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingswijzing van de locatie naar wonen (geel omlijnde gebied in afbeelding 1) en de aanleg van een zonnepark.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Pagina | 4
AM20011
In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden
(grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden en de onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in september-oktober 2020. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 5
AM20011
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
de opdrachtgever;
•
het kadaster;
•
topotijdreis.nl;
•
het dinoloket;
•
gemeente Cuijk;
•
omgevingsdienst Brabant Noord;
•
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
Het plangebied ligt buiten de bebouwde ten zuiden van de kern van Vianen. Circa 850 meter ten oosten ligt de autosnelweg A73. Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente, Cuijk sectie C nummers 2682, 2683, 2684 en 3593 en sectie H nummer 3. De beoogde woonbestemming is voorzien ter plaatse van een deel van het kadastrale perceel C nummer 2682. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 187.661/ Y = 413.700. Zie bijlage 1 voor een topografische en kadastrale kaart.
2.3
Historisch overzicht en omgeving
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. De ontwikkeling van het plangebied en de directe omgeving is weergegeven op onderstaande topografische kaarten. Uit het kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie tot de jaren zestig van de vorige eeuw onbebouwd was. Het plangebied bestond uit bos en later uit agrarisch bouwland/weiland. Op de kaart van 1970 is bebouwing waar te nemen, het betreft agrarische opstallen. Op de kaart van 1980 is het gebouw binnen de toekomstige woonbestemming waar te nemen. Tevens zijn op het overige terrein nieuwe stallen te zien. Op de kaart van 1990 zijn een deel van de stallen niet meer aanwezig.
Pagina | 6
AM20011
jaartal 1920
jaartal 1940
jaartal 1970 jaartal 1980 Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
jaartal 1960
jaartal 1990
Dossieronderzoek
Via de website van de omgevingsdienst Brabant Noord is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. Uit de rapportage blijkt dat bij de omgevingsdienst geen bodeminformatie beschikbaar is van de locatie en omgeving. Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 17 augustus 2020 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Cuijk. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX. Door een medewerker van de werkorganisatie CGM (samenwerkingsverband Cuijk, Grave en Mill) zijn op 27 augustus 2020 bouwvergunningdossiers digitaal beschikbaar gesteld. In het gemeentelijk archief is geen bodeminformatie (bodemonderzoeken, brandstoftanks e.d.), sloopvergunninginformatie en milieuvergunninginformatie bekend of niet beschikbaar gesteld. Op 23 juli 1971 is een bouwvergunning verleend voor realisatie van een kantoorgebouw. Het betreft het gebouwd gelegen binnen de toekomstige woonbestemming.
Pagina | 7
AM20011
Uit de beschikbaar gestelde vergunningstukken blijkt dat de dakbedekking bestaat uit aluminium golfplaten. De ventilatiekanalen zijn van Eternit. Op 24 mei 1974 is een bouwvergunning verleend voor het uitbreiden van het kantoorgebouw met een kleedruimte en rijwielstalling. Uit vergunningstukken blijkt dat de dakbedekking bestaat uit Eternit golfplaten. Ook de ventilatiekanalen zijn van Eternit. Op 8 april 2010 is een vergunning verleend voor veranderen van de functionaliteit van het kantoorgebouw naar kantoorgebouw en woning. Voor het overige deel van het onderzoeksgebied zijn in de periode 1962 tot 2010 circa 45 bouwvergunningen verleend voor de bouw van stallen en loodsen. Uit de vergunningstukken blijkt dat de dakbedekking van veel van de gebouwen bestaat uit Eternit golfplaten. In afbeelding 3 is een plattegrond weergegeven van het varkensbedrijf medio 1974.
Afbeelding 3: plattegrondtekening varkensbedrijf 1974 (bron: bouwvergunning uitbreiding kantoorgebouw 24-05-1974)
Bij een grote stalbrand in 2005 is asbest op het terrein vrijgekomen. Het bedrijf lag hierdoor al enkele jaren stil. Nadien zijn de stallen/loodsen gesloopt. In 2019 is de sloop stilgelegd omdat enkele stallen met asbest zonder toestemming waren gesloopt. Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Er is geen informatie bekend dat binnen het onderzoeksgebied ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden.
Pagina | 8
AM20011
Er is geen informatie bekend dat in directe omgeving van het onderzoeksgebied (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX. De stalbrand die in 2005 heeft gewoed zal met water zijn geblust (blusschuim voor het blussen van vloeistofbranden kon PFOA bevatten). Uit informatie van de provincie Noord Brabant (bodematlas) blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen bekend zijn.
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.1. Diepte [m-mv]
Hydrogeologische eenheid
Lithologie
0 – 3,5
Holocene afzettingen
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden
3,5 – 1,0
Formatie van Kreftenheye
10 – 12,3
Formatie van Beegden
en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken 12,3 – 16,5
Formatie van Waalre
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind
16,5 – 23,5
Formatie van Peize en Formatie
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met
van Waalre
weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
Tabel 2.1: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B46A0009)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 11,2 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 10 meter +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 29 september 2020 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. De onderzoekslocatie waar de toekomstige woonbestemming is voorzien is bebouwd met het kantoorgebouw. Het buitenterrein aan de voorzijde van het gebouw is verhard met asfalt. Het buitenterrein aan de achterzijde is grotendeels onverhard. Het dak van het gebouw bestaat uit asbestverdachte golfplaten. Het dak is voorzien van een dakgoot voor de opvang en afvoer van hemelwater. In de noordwesthoek van het geasfalteerd voorterrein ligt een klein depot beton- en asfaltbrokken. Het overige deel van het onderzoeksgebied (buiten de toekomstige woonbestemming) ligt braak. Met uitzondering van een trafohuisje is alle bebouwing (stallen en loodsen) gesloopt. Ook is een deel van de verharde wegen verwijderd. Verspreidt over dit terrein liggen enkele hopen zand, stenen en asfaltbrokken. Ten noorden van het kantoor ligt een depot gebroken puin, afkomstig van de gesloopte stallen.
Pagina | 9
AM20011
Het onderzoeksgebied wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door agrarisch bouwland, aan de zuidzijde door Graafseweg en aan de westzijde door de Hapsebaan. Een fotoreportage van de onderzoeksgebied is opgenomen in bijlage 2a en 2b.
2.7
Bodemkwaliteitskaart
Uit de bodemkwaliteitskaart van de Omgevingsdienst Brabant Noord blijkt dat het plangebied voor de bovengrond (0-0,5 m-mv) is ingedeeld in bodemkwaliteitszone ‘uitbreidingsgebieden bebouwde kom en buitengebieden’ en voor de ondergrond (0,5-2,0 m-mv) in de bodemkwaliteitszone ‘overig gebied’. Voor de bovengrond en de ondergrond geldt de ontgravingsklasse ‘landbouw/natuur’. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘Overig (natuur en Landbouw)’.
2.8
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de toekomstige woonbestemming als “onverdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Door de aanwezigheid van asbestverdachte materialen op en in het kantoorgebouw kan de aanwezigheid van asbest in de bodem niet worden uitgesloten. De locatie is derhalve als verdacht beschouwd op het voorkomen van asbest in de grond. Het overig deel van het onderzoeksgebied (voormalige stallen/loodsen en wegen) dient als verdacht beschouwd te worden op het voorkomen van bodemverontreiniging. Gelet op de voormalige activiteiten (bedrijfsactiviteiten, sloop en brand) ter plaatse dient rekening gehouden te worden met verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en asbest in de grond.
Pagina | 10
AM20011
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese voor de toekomstige woonbestemming, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (Bodem-Landbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) en NEN 5707 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740
Het bodemonderzoek ter plaatse van de toekomstige woonbestemming is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV' Aantal boringen
Aantal te onderzoeken (meng)monsters
oppervlakte (m²)
tot 0,5 m
èn tot 2 m
èn met peilbuis
bovengrond
ondergrond
grondwater
5.000
12
3
1
2
2<analyses og>
1
NEN-grond incl. lutos
NENgrondwater
Analysepakket
NEN-grond incl. lutos Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV’ Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m.
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
Pagina | 11
AM20011
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707
Voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in bodem ter plaatse van de toekomstige woonbestemming is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit het uitvoeren van een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. In principe worden de asbestgaten willekeurig verspreid over het asbestverdachte gedeelte van de onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van een eventuele verontreiniging met asbest in de bodem zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Indien noodzakelijk blijkt bij de uitvoering, worden aanvullende (meng)monsters genomen. oppervlakte (m²)
5.000
Minimaal aantal te
Gaten in de verdachte laag
Gaten tot onderzijde
Aantal te analyseren
inspecteren punten
tot maximaal 0,5 m in de
verdachte laag met een
(meng)monsters
van het maaiveld
verdachte laag
maximum van 2 m
15
15
3
3
Tabel 3.2: Onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest
Pagina | 12
AM20011
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 29 september 2020 zijn de boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven conform protocol 2001 en 2018. Een deel van de asbestinspectiegaten en boringen zijn gecombineerd. Zie bijlage 3 voor de situering van de geplaatste asbestinspectiegaten en boringen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar en L. Koomen. Beiden zijn erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de inspectie was het zwaar bewolkt weer met lichte neerslag. De onderzoekslocatie is grotendeels bebouwd en verhard. De inspectie efficiëntie van het terrein is ingeschat op 40-50%. Tijdens de inspectie zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Verdeeld over de locatie zijn in totaal 15 asbestinspectiegaten gegraven van minimaal 30 x 30 cm tot 50 cm-mv. In de asbestinspectiegaten 1, 8 en 10 is met behulp van de Edelmanboor (ø 12 cm) een boring verricht tot 2,0 m-mv. Het uitkomende materiaal is voorbehandeld (gezeefd) en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. In het uitgegraven materiaal van alle asbestinspectiegaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen.
Op basis van de visuele waarnemingen zijn in het veld 3 mengmonsters samengesteld. De boringen voor het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis . Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 7. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt. Zie bijlage 3 voor een situatietekening met de boorpuntlocaties en asbestinspectiegaten.
Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal van de bovengrond en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.
Pagina | 13
AM20011
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen. Zie bijlage 4 voor de boorprofielen en foto’s van de asbestinspectiegaten.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuis is op 9 oktober 2020 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer L. Koomen. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.1 samengevat. Peilbuis 7
Filterdiepte (m-mv.) 3,7 - 3,8
Grondwaterstand (m-mv.) 2,4
pH (-) 6,2
Ec (µS/cm) 345
Troebelheid (NTU) 85
Tabel 4.1: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden. In het grondwater is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter verhoogd (zie 5.4 grondwateranalyse). De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.
Pagina | 14
AM20011
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie)
Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) is een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg. Het mengmonster is genomen door per asbestinspectie gat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.2 is de samenstelling van het mengmonster weergegeven. Mengmonster
Inspectiegat
Traject (m-mv.)
Visuele waarnemingen (%>20 mm)
Asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen
Geselecteerd voor analyse
ABM1
7 en 10
0,05 – 0,2
geen bijmengingen
nee
ja
ABM2
7 en 10
0,2 – 0,5
geen bijmengingen
nee
nee
ABM3
1, 2, 4, 5 en 8
0,12 – 0,5
geen bijmengingen
nee
ja
ABM4
9 t/m 12
0 – 0,5
geen bijmengingen
nee
nee
ABM5
13, 14 en 15
0 – 0,5
geen bijmengingen
nee
ja
Tabel 5.1: Schemagrond(meng)monster fijne fractie
De berekende concentratie is bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d.s.) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d.s. voor het geschouwd volume), gecorrigeerd voor het drooggewicht grond. Zie bijlage 7 voor het analyserapport. Monster
Visuele waarneming
Vastgestelde hoeveelheid asbest
Indicatieve asbestconcentratie [mg/kg d.s.kg]
grove fractie [mg/kg d.s.]
fijne fractie [mg/kg d.s.]
serpentijn
amfibool
serpentijn
amfibool
ABM1
geen bijmengingen
n.a.
n.a.
<2
<2
<2
ABM3
geen bijmengingen
n.a.
n.a.
<2
<2
<2
ABM5
geen bijmengingen
n.a.
n.a.
<2
<2
<2
Tabel 5.2: Analysemonsters grondmonsters fijne fractie n.a. = niet aangetroffen/aangetoond
In het onderzochte mengmonsters van de fijne fractie is geen verhoogde asbestconcentratie aangetoond.
5.3
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie.
Pagina | 15
AM20011
Analysemonster MM1
Traject (m -mv) 0,1 – 0,5
Deelmonsters
Analysepakket
1-1
Standaardpakket incl. lu/os
2-2 3-1 4-1 5-1 8-1 0 – 0,5
MM2
9-1
Standaardpakket incl. lu/os
10-1 12-1 15-1 0,5 – 1,0
MM3
1-2
Standaardpakket incl. lu/os
7-2 10-2 1,0 – 2,0
MM4
1-4
Standaardpakket incl. lu/os
7-3 7-4 10-3 10-4 Tabel 5.3: samenstelling analysemonsters en analysepakket
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 9 voor de toetsingstabellen en het analyserapport. (Meng)monster
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
MM1
Traject (m -mv) 0,1 – 0,5
geen bijmengen/afwijkingen
Kobalt
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 16,2 *
MM2
0 – 0,5
geen bijmengen/afwijkingen
--
-
-
MM3
0,5 – 1,0
geen bijmengen/afwijkingen
--
-
-
MM4
1,0 – 2,0
geen bijmengen/afwijkingen
--
-
-
Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM1 (dieptetraject 0,1 – 0,5 m-mv.) licht verhoogd is met kobalt. In de grondmengmonster MM2, MM3 en MM4 zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden.
Pagina | 16
AM20011
5.4
Grondwatermonster(s)
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 8 voor de toetsingstabel en het analyserapport.
Peilbuis
Filtertraject [m-mv] 2,8 – 3,8
7
Grondwaterstand [m-mv.]
Verhoogde component
2,4
--
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing -
Tabel 5.5: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat in het freatisch grondwater geen van de onderzochte componenten zijn gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de streefwaarden.
5.5
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters grotendeels in overeenstemming zijn met de zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie (toekomstige woonbestemming) als onverdacht beschouwd kan worden. Uitzondering vormt het licht verhoogde gehalte aan kobalt in grondmengmonster MM1. De gemeten concentratie ligt beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond). In de grond is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond.
Pagina | 17
AM20011
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie van de toekomstige woonbestemming zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het uitgegraven materiaal van de asbestinspectiegaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verhoogd is met kobalt. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het freatisch grondwater zijn geen van de onderzochte componenten gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de streefwaarden. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de toekomstige woonbestemming. Voor de aanleg van het zonnepark op het overig deel van het onderzoeksgebied wordt vooralsnog geen bodem- en asbestonderzoek nodig geacht. Indien ter plaatse van dit deel van het onderzoeksgebied herontwikkeling is gepland, bijvoorbeeld bestemmingsplanwijziging naar een gevoeliger gebruik of wanneer er grondroerende activiteiten plaats zullen vinden dan is het uitvoeren van een verkennend bodem- en asbestonderzoek noodzakelijk.
Hierbij geldt dan de hypothese zoals opgesteld en weergegeven in paragraaf 2.9. Indien in het onderzoeksgebied werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing.
Pagina | 18
AM20011
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale situatie
AM20011
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM20011-TT
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2800
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Cuijk H 3
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 6 november 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2a Foto’s onderzoekslocatie woonbestemming
AM20011
AM20011
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM20011
Foto 7
Foto 8
aeres milieu
Bijlage 2b Foto’s en fotopuntenkaart overig deel onderzoeksgebied, zonnepark
AM20011
AM20011
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM20011
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM20011
Foto 13
Foto 14
Foto 15
Foto 16
Foto 17
Foto 18
AM20011
Foto 19
Foto 20
Foto 21
Foto 22
Foto 23
Foto 24
AM20011
Foto 25
Foto 26
Foto 27
Foto 28
Foto 29
Foto 30
AM20011
Foto 31
Foto 32
Foto 33
Foto 34
Foto 35
Foto 36
AM20011
Foto 37
Foto 39
Foto 38
187701
187801
187901
188001
188101
413700 413600 413500
413500
413600
413700
413800
187601
413800
187501
Fotopuntenkaart (A4) AM20011 Vianen Hapsebaan 33
Legenda Plangebied
N v1.0_6-11-2020_LK
413400
Plangebied historisch onderzoek Foto's Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
187501
187601
187701
187801
187901
188001
188101
413400
Schaal
Plangebied VBO
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening met boorpunten en asbestinspectiegaten
AM20011
413700
187701
413700
187601
Legenda Foto's Plangebied Plangebied VBO
Boorpuntenkaart (A4)
Plangebied historisch onderzoek
AM20011 Vianen Hapsebaan 33
boringen
Schaal
asbestinspectiegat
N
boring tot 0,5 m-mv
v1.0_5-11-2020_LK
boring tot 2,0 m-mv peilbuis Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
187601
187701
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten
AM20011
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
0
Boring: 0
asfalt
13
Asfaltboor
0
0
50
50
13 20
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, grijsgeel, Graven
1
02 Asfaltboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, grijsgeel, Graven
2 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal witgeel, Graven
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal witgeel, Edelmanboor
2
asfalt
100
100 3
140
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, neutraal oranjebeige, Edelmanboor
150 4 200
200
Boring:
03
Boring: 0 10
0
asfalt
50
50
Boring:
0
Asfaltboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, grijsgeel, Graven
1
Boring: 0 12
Asfaltboor
50
50
Boring:
30
2
Boring: 0 5
50
50 2 3
asfalt Asfaltboor
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, sporen asfalt, grijsoranje, Graven
70 80
100 3
150
150 4
200
200
Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor Zand, zeer fijn, siltig, zwak roesthoudend, grijsgeel, Edelmanboor
6 200
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk grindhoudend, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
5
150
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, grijsgeel, Graven
12
4 100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Graven
0
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal oranjebeige, Edelmanboor
2
50
gras
08
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk grindhoudend, neutraal grijsgeel, Graven
1 50
0
1
07
0
06
50
tegel
Asfaltboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, grijsgeel, Graven
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, grijsgeel, Graven
1
asfalt
12
50
50
asfalt
0
1
05
0
04
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbeige, Zuigerboor handmatig 250
300
350 380
Projectnaam: Hapsebaan 33, Vianen Projectcode: AM20011
Opdrachtgever: Reland
getekend volgens NEN 5104
Boring:
09
Boring: 0 8
0
tegel
0 8
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, grijsoranje, Graven
1 50
50
10
1 50
50
tegel Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraal grijsgeel, Graven Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, neutraaloranje, Edelmanboor
2 100 3 150 4 200
200
Boring:
11
Boring: 0
0
braak
50
50
Boring:
Boring: 0
0
50
50
0
50
50
Boring: 0
braak
1 50
16 0 5
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, grijsgeel, Graven
tegel Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor
1 50
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, sporen grind, oranjebruin, Edelmanboor
1
15
50
14
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen wortels, sporen grind, beigebruin, Graven
1
0
50
50
braak
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, grijsgeel, Graven
1
13
Boring:
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, sporen wortels, neutraal bruinbeige, Graven
1
12
50
Projectnaam: Hapsebaan 33, Vianen Projectcode: AM20011
Opdrachtgever: Reland
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
AM20011
Asbestinspectiegat 1
Asbestinspectiegat 2
Asbestinspectiegat 3
Asbestinspectiegat 4
Asbestinspectiegat 5
Asbestinspectiegat 6
AM20011
Asbestinspectiegat 7
Asbestinspectiegat 8
Asbestinspectiegat 9
Asbestinspectiegat 10
Asbestinspectiegat 11
Asbestinspectiegat 12
AM20011
Asbestinspectiegat 13
Asbestinspectiegat 15
Asbestinspectiegat 14
aeres milieu
Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker
AM20011
VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000. Projectnummer
AM20011
Onderzoekslocatie
Hapsebaan 33 in Vianen (gem. Cuijk)
Opdrachtgever
Reland
Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)
Nee
Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven
Protocol:
Datum uitvoering veldwerkzaamheden:
2001 en 2018
29 september 2020
2002
9 oktober 2020
Gecertificeerd monsternemer
H. van den Tillaar
L. Koomen
aeres milieu
Bijlage 6 Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie)
AM20011
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
Aeres Milieu BV Tom Thijssen Postbus 1015 6040 KA ROERMOND
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 6
: Hapsebaan 33, Vianen : AM20011 : 13325134, versienummer: 1. : 5I66M2AP
Rotterdam, 08-10-2020
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AM20011. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SYNLAB ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 6 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support.
Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Tom Thijssen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 6
Analyserapport Hapsebaan 33, Vianen
Orderdatum 30-09-2020 Startdatum 30-09-2020 Rapportagedatum 08-10-2020
AM20011 - 1
13325134
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001
Asbestverdachte grond AS3000 Asbestverdachte grond AS3000 Asbestverdachte grond AS3000
ABM1 ABM1
002 003
Analyse
ABM3 ABM3 ABM5 ABM5
Eenheid
Q
VOORBEREIDENDE RESULTATEN totaal aangeleverd monster kg in behandeling genomen kg gewicht Mengmonster samengesteld totaal gewicht <20 mm na g drogen droge stof gew.-% KWANTITATIEF ASBESTONDERZOEK gemeten totaal mg/kgds asbestconcentratie gemeten hechtgebondenmg/kgds asbestconcentratie gemeten nietmg/kgds hechtgebondenasbestconcentratie ondergrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) bovengrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) gemeten hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte berekende bepalingsgrens mg/kgds gewogen asbestconcentratie mg/kgds
001
002
003
15.49 15.49
14.42 14.42
13.62 13.62
nee 14281
nee 13824
nee 13013
92.3
95.9
95.5
S
<2
<2
<2
S
<2
<2
<2
S
<2
<2
<2
S
<2
<2
<2
S
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
<2
0.61 <2
0.8 <2
1.0 <2
S S
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Tom Thijssen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 6
Analyserapport Hapsebaan 33, Vianen
Orderdatum 30-09-2020 Startdatum 30-09-2020 Rapportagedatum 08-10-2020
AM20011 13325134
- 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
totaal aangeleverd monster
Asbestverdachte grond AS3000
totaal gewicht <20 mm na drogen
Asbestverdachte grond AS3000
droge stof
Asbestverdachte grond AS3000
gemeten totaal asbestconcentratie ondergrens (95% betrouwb.interval) bovengrens (95% betrouwb.interval) gemeten hechtgebonden Serpentijn-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden Serpentijn-asbestgehalte gemeten hechtgebonden Amfibool-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden Amfibool-asbestgehalte berekende bepalingsgrens
Asbestverdachte grond AS3000
Conform AS3070-1 en conform NEN 5898 Idem Idem Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Asbestverdachte grond AS3000
Idem
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 002 003
E1901790 E1901791 E1901793
30-09-2020 30-09-2020 30-09-2020
29-09-2020 29-09-2020 29-09-2020
ALC291 ALC291 ALC291
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
SYNLAB rapportnummer
13325134 - 1
Blad 4 van 6
SYNLAB rapportnummer
13325134 - 1
Blad 5 van 6
SYNLAB rapportnummer
13325134 - 1
Blad 6 van 6
aeres milieu
Bijlage 7 Analyseresultaten grond(meng)monsters met achtergrond en interventiewaarden
AM20011
Projectnaam Projectcode
Hapsebaan 33, Vianen AM20011
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
MM1 1 or
MM2 2 or
br
AW 1/2(AW+I)
Ja 92.8 <1 Geen
-----
Ja 93.3 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies) (% vd DS)
0.5
--
0.6
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) <1
--
<1
--
<20 <0.2 4.6 <5 <0.05 <10 <0.5 4.2 <20
54.2 0.241 16.2 7.24 0.0503 11 0.35 12.2 33.2
*
<20 <0.2 1.6 <5 <0.05 <10 <0.5 4.2 <20
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen 0.01 -<0.01 fenantreen <0.01 -<0.01 antraceen <0.01 -<0.01 fluoranteen <0.01 -<0.01 benzo(a)antraceen <0.01 -<0.01 chryseen <0.01 -<0.01 benzo(k)fluoranteen <0.01 -<0.01 benzo(a)pyreen <0.01 -<0.01 benzo(ghi)peryleen <0.01 -<0.01 indeno(1,2,3-cd)pyreen <0.01 -<0.01 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.073 0.073 0.07 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<5 <5 <5 <5 <20
-------24.5
a
----70
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9
RBK eis
br
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
I
54.2 0.241 5.62 7.24 0.0503 11 0.35 12.2 33.2
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
1.5
21
40
0.35
20
510
1000
4.9
190
2595
5000
35
----------0.07
-------24.5
<5 <5 <5 <5 <20
Monstercode en monstertraject 1 13325131-001 MM1 01(1) 02(2) 03(1) 04(1) 05(1) 08(1) 2 13325131-002 MM2 09(1) 10(1) 12(1) 15(1)
a
----70
De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr.
22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 1 0.5% 1% 2 0.6% 1%
Projectnaam Projectcode
Hapsebaan 33, Vianen AM20011
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
MM3 1 or
MM4 3 or
br
AW 1/2(AW+I)
Ja 89.4 <1 Geen
-----
Ja 87.8 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies) (% vd DS)
<0.5
--
<0.5
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) <1
--
5.3
--
<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 <20
54.2 0.241 3.69 7.24 0.0503 11 0.35 6.12 33.2
<20 <0.2 2.4 <5 <0.05 <10 <0.5 4.3 <20
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen 0.01 -<0.01 fenantreen <0.01 -<0.01 antraceen <0.01 -<0.01 fluoranteen <0.01 -<0.01 benzo(a)antraceen <0.01 -<0.01 chryseen <0.01 -<0.01 benzo(k)fluoranteen <0.01 -<0.01 benzo(a)pyreen <0.01 -<0.01 benzo(ghi)peryleen <0.01 -<0.01 indeno(1,2,3-cd)pyreen <0.01 -<0.01 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.073 0.073 0.07 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<5 <5 <5 <5 <20
-------24.5
a
----70
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9
<5 <5 <5 <5 <20
Monstercode en monstertraject 1 13325131-003 MM3 01(2) 07(2) 10(2) 2 13325131-004 MM4 01(4) 07(3) 07(4) 10(3) 10(4)
RBK eis
br
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
I
38.4 0.229 6.2 6.5 0.0477 10.4 0.35 9.84 28.4
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
1.5
21
40
0.35
20
510
1000
4.9
190
2595
5000
35
----------0.07
-------24.5
a
----70
De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr.
22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 1 0.5% 1% 3 0.5% 5.3%
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
Aeres Milieu BV Tom Thijssen Postbus 1015 6040 KA ROERMOND
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 6
: Hapsebaan 33, Vianen : AM20011 : 13325131, versienummer: 1. : 9W71KJ95
Rotterdam, 06-10-2020
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AM20011. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SYNLAB ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 6 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support.
Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Tom Thijssen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 6
Analyserapport Hapsebaan 33, Vianen
Orderdatum 30-09-2020 Startdatum 30-09-2020 Rapportagedatum 06-10-2020
AM20011 - 1
13325131
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 01(1) 02(2) 03(1) 04(1) 05(1) 08(1) MM2 09(1) 10(1) 12(1) 15(1) MM3 01(2) 07(2) 10(2) MM4 01(4) 07(3) 07(4) 10(3) 10(4)
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 92.8 <1 geen
Ja 93.3 <1 geen
Ja 89.4 <1 geen
Ja 87.8 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
0.5
0.6
<0.5
<0.5
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
<1
<1
<1
5.3
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
<20 <0.2 4.6 <5 <0.05 <10 <0.5 4.2 <20
<20 <0.2 1.6 <5 <0.05 <10 <0.5 4.2 <20
<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 <20
<20 <0.2 2.4 <5 <0.05 <10 <0.5 4.3 <20
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07
0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.073
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S 0.01 fenantreen mg/kgds S <0.01 antraceen mg/kgds S <0.01 fluoranteen mg/kgds S <0.01 benzo(a)antraceen mg/kgds S <0.01 chryseen mg/kgds S <0.01 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S <0.01 benzo(a)pyreen mg/kgds S <0.01 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S <0.01 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S <0.01 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.073 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds
S S S S S S S
002
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
003
004
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286