CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

07-53 Toelichting en Regels Cuijk Graafschap 40 vastgesteld.pdf

Cuijk - raadsvergadering 4 oktober 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (A-stuk) Voorstel 2021-53 Voorstel tot vaststelling Bestemmingsplan Graafschap 40 te Cuijk17.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Cuijk, Graafschap 40

37

1.12 bedrijf / bedrijfsmatige activiteiten een inrichting gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel bedrijfsmatige dienstverlening, aan-huis-verbonden-beroep/-bedrijf niet meegerekend. 1.13 bedrijf, ambachtelijkeen bedrijf dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsmede het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van ter plaatse vervaardigde goederen verband houdend met het ambacht. 1.14 bedrijf, escortde natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in een seksinrichting wordt uitgeoefend. 1.15 bedrijf, prostitutieeen bedrijf waarin het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding uitgeoefend wordt. 1.16 bedrijf-aan-huis het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk en waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende gebouwen met behoud van de woonfunctie kunen worden uitgeoefend. 1.17 begane grond de eerste bouwlaag volledig gelegen boven het peil.

1.18 bergbezinkbassin een bijzondere vorm van een riooloverstort, om het onder bepaalde omstandigheden geloosde afvalwater te verminderen en/of de samenstelling van dit afvalwater te wijzigen. 1.19 beroep het uitoefenen van een bedrijfsmatige activiteit waarmee in het levensonderhoud wordt voorzien. 1.20 beroep-aan-huis een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner(s) wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat en een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, zoals juridische, administratieve, (para-)medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerptechnische of daarmee vergelijkbare beroepen. 1.21 bestaand a. de bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning; b. het gebruik van grond en bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen. 1.22 bestemming / bestemmen het hoofdgebruik van gronden en bouwwerken dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel.

38

Cuijk, Graafschap 40

Bijvoorbeeld bij een woning is het hoofdgebruik herkenbaar aan een woonkamer, slaapkamer, keuken, serre, studeerkamer, ruimte voor een beroep/bedrijf-aan-huis et cetera. 1.23 bestemming, mede- / medebestemmen het medegebruik van gronden ten behoeve van het hoofdgebruik en/of de openbare ruimte. 1.24 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.25 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.26 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.27 bingohal een gebouw dat gedeeltelijk is ingericht of gebruikt voor het beoefenen van het bingospel of een daarmee vergelijkbaar spel. 1.28 bouwen / bebouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.29 bouwen, ondergrondshet plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een bouwwerk onder het ter plaatse vastbepaalde peil. 1.30 bouwgrens de grens van een bouwvlak.

1.31 bouwgrens, voorstede naar het openbaar toegankelijk gebied gerichte grens van een bouwvlak of, indien meerdere bouwgrenzen naar een openbaar toegankelijk gebied gericht zijn, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen bouwgrens. 1.32 bouwlaag of verdieping(slaag) een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op gelijk of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren en balklagen/plafonds, met inbegrip van de begane grond, en met uitsluiting van kruipruimte, zolder en vliering. 1.33 bouwmassa een complex van aaneengebouwde bouwwerken. 1.34 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan.

Cuijk, Graafschap 40

39

1.35 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. 1.36 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.37 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct steun vindt in of op de grond. 1.38 bouwwerk geen gebouw zijnde (ander bouwwerk) elk bouwwerk, dat of ontoegankelijk is, of onoverdekt is, of geen wanden heeft. 1.39 bouwwerk, bijbehorenduitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of bouwwerk geen gebouw zijnde, met een dak. 1.40 dak elke bovenbeëindiging van een gebouw. 1.41 dakvlak een vlak van het dak. 1.42 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, alsmede anders dan voor gebruik ter plaatse. 1.43 dienstverlening het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden.

1.44 dienstverlenend bedrijf/instelling bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waarbij direct contact met de klant centraal staat, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting. 1.45 discotheek/dancing een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse waarbij het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek en het gelegenheid geven tot dansen een wezenlijk onderdeel vormen. 1.46 erf al dan niet bebouwd bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat hoofdgebouw, voor zover de regels van dit bestemmingsplan deze inrichting niet verbieden.

40

Cuijk, Graafschap 40

1.47 erf, achterhet erf dat 1 meter achter de voorgevelrooilijn ligt. 1.48 erf, voorhet erf dat geen achtererf is. 1.49 extensief recreatief medegebruik extensieve vormen van dagrecreatie die ondergeschikt zijn aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, die een kortstondig karakter hebben en in de openlucht plaatsvinden, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, paramotorvliegen en kleinschalige recreatieve luchtvaart voor zover het starten en landen betreft. 1.50 funnel obstakelvrije zone rond een start- en landingsbaan voor de vliegveiligheid. 1.51 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.52 geluidhinder gevaar, schade of hinder, als gevolg van geluid. 1.53 geluidsgevoelige functies geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen, zoals woningen, onderwijsgebouwen (met uitzondering van gymnastieklokalen), ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken of medische kleuterdagverblijven.

1.54 geluidsgevoelige objecten gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen. 1.55 grond(en) de onder- en bovengrond op verschillende niveaus, alsmede water, de territoriale zee en de exclusieve economische zone daaronder begrepen. 1.56 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een bouwperceel en, indien meer gebouwen op het bouwperceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming het belangrijkst is. 1.57 hoofdverblijf de woning waar:  naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen door een huishouden overnacht wordt, en  als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van dat huishouden aan te merken is, en  waar dat huishouden staat ingeschreven in de BAG.

Cuijk, Graafschap 40

41

1.58 huishouden, huisgenoten personen (of persoon) die ieder het hoofdverblijf in een woning hebben en blijk geven duurzaam zorg te dragen voor elkaar door middel van een bijdrage in de kosten te leveren van de huishouding dan wel anderszins, en waarbij geen sprake is van intensieve therapeutische of medische verzorging/behandeling anders dan voor mantelzorg. 1.59 inrichting elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht. 1.60 inrichting, sekseen bedrijf met een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.61 installatie één of een aantal bij elkaar behorende technische en/of mechanische hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld een hijsinstallatie, antenneinstallatie, waterzuiveringsinstallatie en dergelijke.

1.62 instelling organisatie met niet-economische doelen (sociaal, politiek, ecologisch) met als juridische vorm de vereniging of de stichting, of met een bestuursrechtelijk karakter, zoals instellingen voor liefdadigheid, hoger onderwijs en wetenschap en kunst. 1.63 kampeermiddel een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.64 kap een dak met een helling. 1.65 maaiveld het grensvlak tussen de ondergrond en de lucht. 1.66 mantelzorg langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. 1.67 milieusituatie ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van milieuaspecten c.q. belasting van het milieu, zoals hinder voor omwonenden en verkeersaantrekkende werking, niet gewenst is, dient rekening te worden gehouden met:  de toegelaten gebruiksmogelijkheden in de bestemmingen;

42

Cuijk, Graafschap 40

strijdigheid met de regels, voortvloeiend uit wettelijke bepalingen, zoals de Wet milieubeheer dan wel een Algemene Maatregel van Bestuur op grond van de Wet milieubeheer.

1.68 NAP Normaal Amsterdams Peil. 1.69 nadere eis een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder d van de Wet ruimtelijke ordening. 1.70 omgevingsvergunning omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.71 onderbouw een geheel of grotendeels onder peil gelegen deel van een gebouw. 1.72 ondergeschikt bouwdeel bouwdeel van beperkte afmetingen, dat buiten de gevel of het dakvlak van een bouwwerk uitsteekt en niet gericht is op vergroting van het oppervlakte, zoals dakgoten, dakoverstekken, regenafvoerpijpen, rookgasafvoeren, schoorstenen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftopbouwen, lichtkappen, gevel- en kroonlijsten, luifels en balkons. 1.73 onderkomen voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, kampeerauto's, als ook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van recreatief buitenverblijf voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken. 1.74 onevenredige aantasting de situatie dat een ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een afbreuk van bestaande ruimtelijke belangen en waarden, die redelijkerwijs niet in verhouding staat tot de ruimtelijke belangen en waarden van de ontwikkeling.

1.75 openbaar toegankelijk gebied weg, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van bouwpercelen door langzaam verkeer; 1.76 overkapping een bouwwerk geen gebouw zijnde toegankelijk voor mensen, voorzien van een dak maar zonder wanden. 1.77 paardenbak een onoverdekte voorziening bedoeld voor het berijden, africhten en laten bewegen van paarden (Cuijk). 1.78 peil een denkbeeldig horizontaal vlak dat gebruikt wordt om de verticale maatvoering mee te bepalen. 1.79 plangebied alle gronden gelegen binnen de aanduiding 'plangebied' op de verbeelding.

Cuijk, Graafschap 40

43

1.80 prostituee degene (v/m) die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling. 1.81 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling. 1.82 prostitutie, raameen seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken. 1.83 prostitutie, straathet in openbaar toegankelijk gebied door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken. 1.84 radarverstoringsgebied gebied waar beperkingen gelden ten aanzien van het bouwen ten behoeve van een goede werking van de radar op een radarstation. 1.85 recreatie / recreatieve activiteit alle activiteiten die in de vrije tijd plaatsvinden en ontspanning als doel hebben. 1.86 ruimtelijke eenheid complex van bij elkaar behorende bouwwerken. 1.87 sociale veiligheid het instandhouden c.q. tot stand brengen van een ruimtelijke situatie die overzichtelijk, herkenbaar en sociaal controleerbaar is. 1.88 speelautomatenhal een (gedeelte van een) gebouw dat gebruikt wordt voor of is ingericht om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen.

1.89 stedenbouwkundig beeld ruimtelijke verschijningsvorm van de bestaande bebouwing, die wordt bepaald door de situering, de aansluitende terreinen, de bouwmassa's, de gevelindeling en de dakvormen. 1.90 straat- en bebouwingsbeeld het instandhouden c.q. tot standbrengen van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, waarbij gelet wordt op de volgende aspecten:  een goede verhouding tussen bouwmassa, gevelbeeld en openbare ruimte;  een goede hoogte/breedte verhouding tussen de bebouwing onderling;  een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is;  de hoogtedifferentatie. 1.91 twee-aaneen twee hoofdgebouwen die aan elkaar zijn gebouwd en geen interne verbindingen hebben.

44

Cuijk, Graafschap 40

1.92 verkeersveiligheid het instandhouden c.q. tot stand brengen van een goede verkeersveilige situatie, in het bijzonder het benodigde uitzicht op hoeken van wegen. 1.93 vliering het gedeelte van een gebouw gelegen onder het hellende dak en dat niet voor bewoning te gebruiken is. 1.94 voorgevel de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien meerdere gevels naar het openbaar toegankelijk gebied gericht zijn, de als zodanig door het bevoegd gezag aan te wijzen gevel. 1.95 voorgevelrooilijn de denkbeeldige lijn waarin de oorspronkelijke voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan voor zover gelegen binnen het bouwperceel. 1.96 voorkeursgrenswaarde de bij het bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen. 1.97 voorziening, groenvoorziening voor de inrichting, het onderhoud en het beheer van flora en fauna, zoals boomgeleiders, wortelkratten, bloembakken, drainage- en sproeisystemen, faunatunnels, nestkastjes en dergelijke.

1.98 voorziening, nutsvoorziening voor de distributie en ontsluiting van producten en diensten van openbaar nut, zoals bushokjes, kleine pompgemalen, verkeersregelinstallaties, verdeelstations voor stroom, water en gas, telefooncellen en dergelijke. 1.99 voorziening, verkeersvoorziening voor de geleiding, beveiliging en regeling van verkeersbewegingen, zoals bankjes, verkeersremmers, brughoofden, lichtmasten, bewegwijzering, plantenbakken, parkeerautomaten, parkeerplaatsen, fietsklemmen, fietsenstallingen en dergelijke. 1.100 voorzieningen, waterhuishoudkundigevoorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede waterkering, wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, waterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan infiltratievoorzieningen (zoals infiltratiekratten, wadi's, infiltratiegreppels, doorlatende bestrating en infiltratieen transportriolen), dijken, dammen, grondwallen, duikers, stuwen, gemalen, inlaten en dergelijke. 1.101 vrijstaand bouwwerk dat geheel los staat van andere bouwwerken. 1.102 vrijwaringszone gebied waar beperkingen gelden ten aanzien van het bouwen en/of gebruik ten behoeve van een goed functioneren van bijvoorbeeld een weg of molen.

Cuijk, Graafschap 40

45

1.103 waarden, aardkundigelandschapswaarden die samenhangen met (abiotische) milieukenmerken, zoals geologie, geomorfologie, reliëf, steilranden, grondwaterhuishouding (kwelgebieden), bodemtypen/bodemopbouw/bodemsamenstelling, afzonderlijk of in onderlinge samenhang. 1.104 waarden, archeologischeactuele waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen. 1.105 waarden, cultuurhistorischewaarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden. 1.106 waarden, hydrologischegronden met een betekenis binnen het watersysteem van het plangebied als infiltratiegebied, intermediar gebied en/of kwelgebied. 1.107 waarden, landschappelijkehet geheel van waarden in verband met bijzonder landschappelijke kenmerken van een gebied of object, in de zin van karakteristieke verschijningsvorm, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit, dat bestaat uit aardkundige, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang.

1.108 waarden, natuurwaarden in verband met de aanwezigheid van bijzondere planten, dieren en leefgemeenschappen in onderlinge samenhang en in samenhang met hun leefomgeving (biotoop) en welke verband houden met zaken als verscheidenheid/zeldzaamheid, natuurlijkheid/ongestoordheid en kenmerkend voor het gebied. 1.109 water alle water dat zichtbaar (oppervlaktewater) aanwezig is in bijvoorbeeld waterlopen, poelen, vijvers, meren en zeeën, of onzichtbaar (grondwater) aanwezig is zoals freatisch grondwater direct beneden het maaiveld. 1.110 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen. 1.111 werk een constructie geen bouwwerk zijnde, zoals bestrating, drainage, kabels en leidingen en dergelijke. 1.112 werkzaamheid op zich staande activiteiten al dan niet ter uitvoering van een werk, zoals bestraten, beplanten, dempen van sloten, ploegen, heien en dergelijke. 1.113 woning een voor het wonen bestemd (gedeelte van een) hoofdgebouw, bestaande uit ruimtes met primair aan het wonen verbonden functies, zoals een woonkamer, slaapkamer, keuken en natte cel. Aan het wonen ondergeschikte functies worden niet tot de woning gerekend.

46

Cuijk, Graafschap 40

1.114 woonsituatie het instandhouden c.q. garanderen van een goede woonomgeving, in het bijzonder met het oog op:  de lichttoetreding/bezonning ten opzcihte van (bebouwing op) aangrenzende gronden;  het uitzicht;  de aanwezigheid van voldoende privacy.

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 Meten a. Bij de toepassing van deze regels wordt loodrecht gemeten tot of vanuit het hart van de lijn, tenzij anders aangegeven. b. De afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2 Maatvoering Alle maten zijn, tenzij anders aangegeven: a. voor lengten in meters (m); b. voor oppervlakten in vierkante meters (m²); c. voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³); d. voor verhoudingen in procenten (%); e. voor hoeken/hellingen in graden (°). 2.3 Bestaande maten Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer dan wel minder bedragen dan ingevolge regels hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal, respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden; b. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid a. alleen van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 2.4 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van de bouwregels worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, onder voorwaarde dat: a.

de overschrijding van de bouwregels in het horizontale vlak maximaal 1,5 m is; b. de overschrijding van de bouwregels in het verticale vlak maximaal 3 m is; c. de oppervlakte mag maximaal 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak zijn. 2.5 Bouwwerken de bepaling van het peil  op droge grond is het peil: de hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer van het hoofdgebouw gelegen binnen maximaal 0,5 m van de hoogte van de weg waarop het bouwperceel ontsloten wordt, dan wel de hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer van het bestaande hoofdgebouw;  op of in het water is het peil: het gemiddeld jaarlijks waterpeil ter plaatse van het bouwperceel.

Cuijk, Graafschap 40

47

de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee te vergelijken constructiedeel. de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. de bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het laagste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals rioleringen, kabels, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren. de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. de afstand tot de bouwperceelgrens vanaf de bouwperceelgrens tot aan het gevelvlak van een bouwwerk.

het bebouwingspercentage het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming.

48

Cuijk, Graafschap 40

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Wonen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de huisvesting van huishoudens; en mede bestemd voor: b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. groenvoorzieningen; d. paden, wegen en verkeersvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; en de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouw zijnde, werken en werkzaamheden. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Hoofdgebouwen Het bouwen van een hoofdgebouw is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', onder voorwaarde dat: a. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' één vrijstaand hoofdgebouw mag worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' twee hoofdgebouwen aan elkaar moeten worden gebouwd; c. in de gevallen dat de aanduidingen 'vrijstaand' en 'twee-aaneen' gecombineerd voorkomen in een bouwvlak, dan mag slechts één aanduiding uitgevoerd worden; d. de voorgevel in de voorste bouwgrens moet worden gebouwd; e. de goothoogte maximaal 6 m mag zijn; f. de bouwhoogte maximaal 10 m mag zijn; 3.2.2 Bijbehorende bouwwerken Het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen is toegestaan, onder de algemene voorwaarden dat: a. de afstand tot de voorste bouwgrens minimaal 3 m moet zijn; b. de bouwhoogte van overkappingen maximaal 3 m mag zijn; c. de gezamenlijke oppervlakte maximaal 60 m² zijn, onder voorwaarde dat: 1.

een functionele uitbreiding van een hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' niet wordt meegerekend bij de gezamenlijke oppervlakte; 2. de gezamenlijke oppervlakte van het achtererf, exclusief het hoofdgebouw voor zover gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', voor maximaal 50% mag worden bebouwd; 3. indien de gezamenlijke oppervlakte van het achtererf, exclusief het hoofdgebouw, groter is dan 120 m², de norm van 60 m² verhoogd mag worden met 10% van het meerdere tot een maximum van 90 m², onverlet het bepaalde onder 2.; In aanvulling op de algemene voorwaarden geldt voor: d. aangebouwde bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' dat de goot- en bouwhoogte maximaal gelijk mag zijn aan de goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw; e. aangebouwde bijbehorende bouwwerken gelegen buiten de aanduiding 'bouwvlak' dat: 1. de goothoogte maximaal 3,25 m mag zijn; 2. de bouwhoogte maximaal 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw mag zijn, met een

Cuijk, Graafschap 40

49

f.

maximum van 6 m; vrijstaande bijbehorende bouwwerken dat: 1. de onderlinge afstand tussen vrijstaande bijbehorende bouwwerken minimaal 3 m moet zijn; 2. de oppervlakte van een vrijstaand bijbehorende bouwwerk maximaal 45 m² mag zijn; 3. de goothoogte maximaal 3 m mag zijn; 4. de bouwhoogte maximaal 5 m mag zijn;

In afwijking van lid a. geldt dat: g. een aangebouwd bijbehorend bouwwerk aan de voorgevel mag worden gebouwd, onder voorwaarde dat: 1. de breedte maximaal 40% van de breedte van de voorgevel mag zijn; 2. de diepte maximaal 1/3 van de breedte mag zijn, met een maximum van 1 m; 3. de bouwhoogte minimaal de kozijnhoogte van de entreepui moet zijn en maximaal de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag mag zijn, onder voorwaarde dat de bouwhoogte minimaal 0,5 meter onder de goothoogte van de woning blijft. 3.2.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde Het bouwen van een bouwwerk geen gebouw zijnde is toegestaan, onder voorwaarde dat: a. de bouwhoogte op het voorerf maximaal 1 m mag zijn; b. de bouwhoogte op het achtererf maximaal 3 m mag zijn, met uitzondering van: 1. een whirlpool of jacuzzi, waarvan de bouwhoogte maximaal 1,5 m mag zijn; 2. tuinverlichting en erf- en perceelsafscheidingen, waarvan de bouwhoogte maximaal 2 m mag zijn. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, met inachtneming van de regels en het bepaalde lid 11.1, nadere eisen te stellen aan: a. de bouw- en goothoogte van bouwwerken; b. de afmetingen van bouwwerken; c. de situering van bouwwerken; d. het aantal en de situering van parkeerplaatsen.

3.4 Afwijking van de bouwregels 3.4.1 Hoofdgebouwen Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde lid 12.1, bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 voor: a. een kap op een hoofdgebouw met een kleinere of grotere dakhelling. b. het verhogen van de goothoogte van het hoofdgebouw tot maximaal 10 m, onder voorwaarde dat: 1. de afstand tot de aangrenzende hoofdgebouwen minimaal 6 m moet zijn; 2. de bouwhoogte van het hoofdgebouw maximaal 11 m is. c. het bouwen van het hoofdgebouw tot maximaal 5 m achter de voorste bouwgrens wordt gebouwd, onder voorwaarde dat dit welstandstechnisch en stedenbouwkundig verantwoord is. 3.4.2 Gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde lid 12.1, bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 voor het vergoten van de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen tot maximaal 75 m², onder voorwaarde dat een onbebouwde en onoverdekte aaneengesloten ruimte van minimaal 25 m² overblijft.

50

Cuijk, Graafschap 40

3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor: a. het gebruiken van een bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; c. detailhandel of andere handels- en/of bedrijfsdoeleinden; d. horeca-activiteiten. 3.5.2 Bijbehorende bouwwerken a. Een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag alleen functioneel ondergeschikt aan de woning worden gebruikt. b. Een aangebouwd bijbehorend bouwwerk dat geheel of gedeeltelijk buiten de aanduiding 'bouwvlak' ligt, mag alleen functioneel verbonden aan de woning worden gebruikt, onder voorwaarde dat: 1. de minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens 3 m moet zijn, of zoveel minder als de afstand van de oorspronkelijke zijgevel van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens; 2. de overschrijding van het bouwvlak maximaal 3 m is. 3.5.3 Voorwaardelijke verplichting groene erfafscheiding Gebruik van gronden overeenkomstig de bepalingen in artikel 3.1 is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat: a.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - groene erfafscheiding' aan de achterzijde van de woning(en) een groene erfafscheiding van minimaal 2 meter hoog aanwezig moet zijn, met dien verstande dat deze voor de voorgevelrooilijn 1 meter hoog mogen zijn en deze vervolgens in stand worden gehouden. 3.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn, met inachtneming van het bepaalde lid 12.1 bevoegd om het plan te wijzigen in die zin dat: a. de situering, de grootte en de vorm van de aanduiding 'bouwvlak' wordt aangepast, dan wel bouwvlakken worden toegevoegd of komen te vervallen, onder voorwaarde dat; 1. de maatvoeringseisen en de bouwwijze niet mogen worden veranderd; 2. het aantal woningen op het bouwperceel gelijk blijft; 3. een goede ruimtelijke ordening is gewaarborgd.

Cuijk, Graafschap 40

51

Artikel 4

Waarde - Archeologie 3

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve bestemd voor het bepaalde in de ter plaatse geldende bestemmingen, ook bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Omgevingsvergunning Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50 m² en dieper dan 0,5 m, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. 4.2.2 Voorwaarden Indien uit het in lid 4.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 4.2.3 Bouwverbod Indien uit het in lid 4.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 4.2.2 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd.

4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren ter plaatse van de aanduiding "Waarde - Archeologie 3": a. het ophogen van de bodem, zulks indien de oppervlakte 50 m² of meer bedraagt; b. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte 50 m² of meer bedraagt; c. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, zulks indien de oppervlakte 50 m² of meer bedraagt; d. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, zulks indien de oppervlakte 50 m² of meer bedraagt waarbij de breedte van deze werken tenminste 1,25 m bedraagt; f. het bebossen van gronden die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als bos zijn bestemd, zulks indien de oppervlakte 50 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 m;

52

Cuijk, Graafschap 40

g. h. i. j.

het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, zulks indien de oppervlakte 50 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 m; het aanleggen van bos of boomgaard, zulks indien de oppervlakte 50 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 m; het scheuren van grasland, zulks indien de oppervlakte 50 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 m; het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,5 m, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, zulks indien de oppervlakte 50 m² of meer bedraagt.

Het verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden welke: k. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden; l. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: m. de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; n. is gebleken dat de in lid 4.3 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal; o. de in lid 4.3 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3.

de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 4.4 Omgevingsvergunning voor het slopen Ter plaatse van de aanduiding 'Waarde - Archeologie 3' kan in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het slopen de volgende voorschriften worden verbonden: a. de sloopwerken met een oppervlakte groter dan 50 m² en dieper dan 0,5 m vanaf 0,30 m boven het maaiveld en minder worden begeleid door een gekwalificeerd deskundige; b. indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarde worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning. 4.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn, met inachtneming van het bepaalde lid 36.1 bevoegd om het plan te wijzigen in die zin dat: a. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk komt te vervallen, onder voorwaarde dat op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;

Cuijk, Graafschap 40

53

b.

de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' alsnog aan gronden wordt toegekend, onder voorwaarde dat: 1. uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft; 2. de regels van de reeds aanwezige bestemming(en) onverkort van toepassing blijven.

54

Cuijk, Graafschap 40

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6

Algemene bouwregels

6.1 Ondergronds bouwen a. Ondergonds bouwen in combinatie met een bovengronds gebouw is toegestaan, onder voorwaarde dat: 1. de onderbouw binnen het bouwvlak moet liggen; 2. de onderbouw niet groter is dan de maatvoering van de buitenzijde van de gevels op de begane grond; 3. de bovenzijde van de begane grondvloer maximaal 0,5 m boven peil mag liggen; 4. de bouwdiepte maximaal 4 m onder peil mag zijn, met uitzondering van ondergrondse parkeergarages waarvan de bouwdiepte maximaal 7 mag zijn; 5. inritten en andere toegangspartijen naar de ondergrondse bouwlaag zijn vrijgesteld van de punten 1 t/m 4. b. Ondergronds bouwen van een zwembad of vergelijkbare constructie is toegestaan, onder voorwaarde dat: 1. het achter de achtergevel of het verlengde daarvan moet worden gebouwd; 2. de afstand tot de perceelgrenzen minimaal 3 meter moet zijn; 3. de bouwdiepte maximaal 2,5 meter mag zijn en de bouwhoogte maximaal 1 meter mag zijn; 4. de oppervlakte maximaal 100 m² mag zijn; 5. het bouwwerk niet overdekt is, tenzij de overdekking voldoet wordt aan de regeling voor bijbehorende bouwwerken bij een woning; 6. per bouwperceel maximaal één zwembad mag worden gebouwd. c. Ondergronds bouwen van bergbezinkbassins, infiltratiebakken en vergelijkbare waterhuishoudkundige voorzieningen in alle bestemmingen is toegestaan, tenzij in een (dubbel)bestemming specifieke regels zijn opgenomen.

6.2 Bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouw zijnde a. Een bijbehorend bouwwerk mag niet worden voorzien van een dakterras, balkon of een andere niet op de grond gelegen buitenruimte. b. Een bijbehorend bouwwerk of bouwwerk geen gebouw zijnde mag gelijktijdig, maar niet eerder dan het hoofdgebouw worden gebouwd, met uitzondering van een perceelsafscheiding met een bouwhoogte van maximaal 1 m.

Artikel 7

Algemene gebruiksregels

7.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor: a. het gebruiken van een bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; c. het uitbaten van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie; d. het uitbaten van een smartshop, een growshop en een headshop, alsmede het gebruik van opstallen voor het telen, bewerken en verhandelen van soft- en harddrugs; e. het uitbaten van een speelautomatenhal, een casino of een discotheek/dancing;

Cuijk, Graafschap 40

55

f.

de opslag van grote obstakels als boten, caravans e.d. alsmede als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van bruikbare en/of onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens als zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; g. het recreatief nachtverblijf; h. het plaatsen van kampeermiddelen, andere onderkomens of als dagcamping; i. paardenbakken; tenzij dit gebruik in de regels uitdrukkelijk is toegestaan. 7.2 Mantelzorg Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.5.1 en lid 7.1 voor het gebruiken van een bijbehorend bouwwerk bij een woning als afhankelijke woonruimte, onder voorwaarde dat: a. door de aanvrager aangetoond wordt dat inwoning in het hoofdgebouw redelijkerwijs niet tot de mogelijkheden behoort; b. bewoning van een bijbehorend bouwwerk noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg, hetgeen onder andere dient te blijken uit een positief advies van de onafhankelijke deskundige instantie; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven; d. de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijbehorende bouwwerken wordt ingepast met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 80 m²; e.

de afhankelijke woonruimte wordt gerealiseerd in een bestaand bijbehorend bouwwerk dat op maximaal 20 m afstand is gelegen van de achtergevel van het hoofdgebouw; f. nieuwbouw of plaatsing van een verplaatsbaar bouwwerk is alleen toegestaan als op het erf van het hoofdgebouw geen sprake is van reeds aanwezige bijbehorende bouwwerken die zonder ingrijpende verbouwingen geschikt kunnen worden gemaakt voor het bieden van mantelzorg; g. bij nieuwbouw of plaatsing van een verplaatsbaar bouwwerk mag de afstand tot de achtergevel van het hoofdgebouw maximaal 10 m zijn; De afwijking, verleend op grond van lid 7.2, wordt ingetrokken, indien de bij het verlenen van de afwijking bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is. Het gebruik van het bijbehorende bouwwerk moet vervolgens worden teruggebracht naar de gebruiksituatie van voor verlening van de afwijking en tijdelijke bouwwerken moeten worden verwijderd van het bouwperceel. 7.3 Beroep- of bedrijf-aan-huis 7.3.1 Gebruiks- en bouwregels In de bestemmingen waarin een woning is toegestaan of na een omgevingsvergunning mogelijk kan worden gemaakt, is - in afwijking van het bepaalde in lid 3.5.1 - ondergeschikt aan deze bestemmingen de uitoefening van een beroep-aan-huis of een bedrijf-aan-huis toegestaan als medegebruik, onder voorwaarde dat: a.

het een dienstverlenend of ambachtelijk beroep of bedrijf is met een ruimtelijke uitwerking en uitstraling in overeenstemming met de functie wonen, zoals administratieve, juridische, (para-)medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerptechnische of daarmee vergelijkbare beroepen en bedrijven; b. het medegebruik van ondergeschikte betekenis blijft en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft; c. het medegebruik niet is toegestaan in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk; d. het geen beroep of bedrijf betreft met een milieucomponent waarvoor een omgevingsvergunning vereist is; e. er geen sprake is van detailhandel, waaronder in ieder geval begrepen de verkoop over de toonbank en het ophalen van goederen na elektronische betaling; f. het beroep of bedrijf alleen incidentele en geen structurele verkeersbewegingen tot gevolg heeft, veroorzaakt door bezoekers en het laden en lossen;

56

Cuijk, Graafschap 40

g. h. i. j.

de benodigde parkeervoorzieningen voor de woning en het beroep of bedrijf op eigen terrein worden gerealiseerd; het medegebruik beperkt blijft tot de bewoners van de woning; het medegebruik beperkt blijft tot maximaal 35% van de bruto-vloeroppervlakte van de woning, met een maximum van 50 m²; de reclame-uitingen onverlicht zijn, een maximale oppervlakte van 0,20 m² en een maximale bouwhoogte hebben van 1,20 m.

7.3.2 Afwijking van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde lid 12.1, bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.3.1 voor: a. een beroep of bedrijf met een milieucomponent waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, onder voorwaarde dat de milieucomponent van de omgevingsvergunning verleend kan worden; b. detailhandel, onder voorwaarde dat: 1. het om producten gaat die specifiek ten dienste staan of voortkomen uit het beroep of bedrijf en daarmee direct verband houden; 2. de detailhandel in economische en ruimtelijke zin ondergeschikt is aan het beroep of bedrijf; c. parkeren op de openbare weg ten behoeve van het beroep of bedrijf, onder voorwaarde dat: 1. het fysiek niet mogelijk is te parkeren op eigen terrein; 2. het stedenbouwkundig niet verantwoord is te parkeren op eigen terrein; 3. uit de verkeerssituatie ter plaatse is af te leiden dat de verkeersaantrekkende werking en het parkeren niet tot structurele problemen in de verkeersafwikkeling zal leiden; d. maximaal één personeelslid die niet als bewoner staat ingeschreven.

Artikel 8

Algemene aanduidingsregels

8.1 vrijwaringszone - radar Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar' geldt, in aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 2, een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, voor een hogere bebouwing dan 65 m boven NAP, in verband met het obstakelvrij kunnen functioneren van een radarinstallatie voor vliegbewegingen. 8.2 funnel Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overig - funnel' geldt, in aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 2, ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, voor een hogere bebouwing dan 150 m boven NAP, in verband met het beschermingsgebied van een in- en uitvliegfunnel voor vliegtuigen.

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde lid 12.1 bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels en de verbeelding voor: a. het maximaal 10% afwijken van de gegeven maatvoering en percentages; b. het bouwen van gebouwen buiten het bouwvlak, onder voorwaarde dat: 1. de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer bij geluidsgevoelige gebouwen niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde; 2. het gebouw geheel binnen het bestemmingsvlak moet worden gebouwd; 3. het gezamenlijke oppervlak van de gebouwen maximaal gelijk is aan het oppervlak van het bouwvlak vermeerderd met 10%; 4. het gebouw maximaal 3 m buiten het bouwvlak mag worden gebouwd;

Cuijk, Graafschap 40

57

c.

d.

5. de stedenbouwkundige structuur in acht wordt genomen; het in geringe mate overschrijden van de bestemmingsgrenzen of het bestemmingsvlak, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, waarbij geldt dat de natuurlijke, landschappelijke, hydrologische en archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast; het bouwen van gebouwen van openbaar nut, zoals openbare nutsgebouwen, wachthuizen voor het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwen voor de bediening van waterhuishoudkundige voorzieningen, toiletgebouwen, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen, onder voorwaarde dat: 1. de inhoud per gebouw niet meer mag bedragen dan 50 m³; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 m.

Artikel 10

Algemene wijzigingsregels

10.1 Wettelijke regeling Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de planregels met verwijzingen naar wettelijke regelingen te wijzigen, in het geval dat deze wettelijke regelingen na het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan worden gewijzigd. 10.2 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen voor de overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein, onder voorwaarde dat: a. de overschrijdingen niet meer dan 5 m zijn; b. het bestemmingsvlak met niet meer dan 10% wordt vergroot; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de sociale veiligheid; 2. het stedenbouwkundige beeld; 3. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 4. de verkeersveiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. d. burgemeester en wethouders schriftelijk advies inwinnen bij de waterbeheerder, als het wijzigingsplan naar verwachting gevolgen heeft voor de waterhuishouding.

Artikel 11

Algemene procedureregels

11.1 Procedure bij nadere eisen Burgemeester en wethouders stellen belanghebbenden in de gelegenheid om hun zienswijzen omtrent een voorgenomen nadere eis naar voren te brengen. De wijze van in gelegenheid stellen is vormvrij, onder voorwaarde dat in het besluit wordt vastgelegd: a. de wijze van in gelegenheid stellen; b. de samengevatte zienswijze(n) van de belanghebbende(n); c. de afweging van deze zienswijze(n). Burgemeester en wethouders leggen alleen een nadere eis op, onder voorwaarde dat: d. de nadere eisen niet op onevenredige wijze aan een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan; e. de nadere eisen alleen worden gesteld in de specifieke situatie dat de regels leiden tot een onevenredige aantasting van:

58

Cuijk, Graafschap 40

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

een goede woonsituatie; de sociale veiligheid; het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld; het straat- en bebouwingsbeeld; de karakteristieke hoofdvorm en kenmerken; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

Artikel 12

Overige regels

12.1 Afweging bij afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden Het bevoegd gezag weegt in aanvulling op overig bepaalde voorwaarden in ieder geval af, of bij een omgevingsvergunning met afwijking, of bij het gebruik van een wijzigingsbevoegdheid, het verlenen van medewerking niet leidt tot een onevenredige aantasting van: a. een goede woonsituatie; b. de sociale veiligheid; c. het stedenbouwkundige en landschappelijke beeld; d. het straat- en bebouwingsbeeld; e. de karakteristieke hoofdvorm en kenmerken; f. de verkeersveiligheid; g. de milieusituatie; h. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. Strijdigheid van belangen In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, met name aan de orde bij wijzigingsbevoegdheden, heeft het belang van de dubbelbestemming prioriteit. De dubbelbestemming vormt het toegevoegde na te streven nieuwe beleid, en levert als zodanig extra criteria op voor de uit te voeren toetsing bij de wijzigingsbevoegdheid. Kan bij wijziging niet aan deze criteria worden voldaan en/of wordt op enig vlak onevenredige schade aangebracht, dan kan geen gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid.

12.2 Wettelijke en gemeentelijke regelingen Voor zover in deze regels verwezen wordt naar andere wettelijke en gemeentelijke regelingen, worden deze regelingen bedoeld zoals deze luidden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan. 12.3 Parkeerregels 12.3.1 Algemene parkeerregels Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde parkeernormen. 12.3.2 Specifieke parkeerregels bij bouwplannen Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota.

Cuijk, Graafschap 40

59

12.3.3 Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen Indien het geheel of gedeeltelijk veranderen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte worden voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota. 12.3.4 Specifieke gebruiksregels Ruimte(n) voor het parkeren van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.

60

Cuijk, Graafschap 40

Hoofdstuk 4 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Cuijk, Graafschap 40'.

Cuijk, Graafschap 40

61

62

Cuijk, Graafschap 40

Verbeelding

Cuijk, Graafschap 40

63

64

Cuijk, Graafschap 40

Cuijk, Graafschap 40

65

66

Cuijk, Graafschap 40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=65775202-db13-4286-bbbb-432f302edf94