CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

06. Toelichting bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek Hertsweg 8 te Mill.pdf

Mill - raadsvergadering 21 oktober 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Bestemmingsplan Hertsweg 63.684 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

Vooronderzoek Hertsweg 8 te Mill (2010/092/CB-01, versie 0)

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

Verkennend bodemonderzoek

in opdracht van S.W.J. van Strijp Beheer B.V. T.a.v. de heer S. van Strijp Hertsweg 8 5451 GS Mill betreffende locatie Hertsweg 8 te Mill documentkenmerk 2010/092/CB-01 versie 0 vestiging Nuenen datum 2 februari 2021

opgesteld door:

gecontroleerd door:

C. Bartsen

S. Roijen

Projectleider bodem

Projectleider bodem

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies. Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/bodem-disclaimer/

Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

Inhoudsopgave pagina Samenvatting 1.

Inleiding

1

2.

Vooronderzoek

2

2.1

Locatiegegevens

3

2.2

Eerder uitgevoerd onderzoek

5

2.3

Bodemopbouw

9

2.4

Terreinverkenning

9

3.

Conclusie vooronderzoek

Bijlagen Bijlage 1:

Kadastrale gegevens

Bijlage 1.1:

Topografische kaart

Bijlage 1.2:

Kadastrale kaart

Bijlage 1.3:

Eigendomsinformatie

Bijlage 2:

Situatietekening

Bijlage 3:

Foto’s onderzoekslocatie

10

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

1. Inleiding In opdracht van S.W.J. van Strijp Beheer B.V. heeft Tritium Advies een vooronderzoek uitgevoerd op de locatie Hertsweg 8 te Mill. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie in verband met de voorgenomen bestemmingswijziging. Tritium Advies heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau.

pagina 1 van 10

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

2. Vooronderzoek Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (oktober 2017). De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.1: overzicht geraadpleegde bronnen tijdens vooronderzoek categorie

bron

geraadpleegd datum

contactpersoon

26-01-2021

n.v.t.

28-12-2020 & 27-01-2021

Dhr. Peeters

14-01-2021

Mevr. Zavelyeva

internet kadastrale gegevens

kadastralekaart.com Kadaster online

actuele terreinsituatie

BAG Viewer - Kadaster Google Maps ruimtelijkeplannen.nl

historische gegevens

Topotijdreis

bodeminformatie

Actueel Hoogte Bestand Bodemloket DINOloket bodematlas en stortplaatsenkaart Provincie Noord-Brabant Omgevingsrapportage Noord-Brabant

archieven gemeente Mill en Sint Hubert bodeminformatie

bodemkwaliteitskaart bodeminformatiesysteem

historische gegevens

bouwvergunningen tankenbestand

archieven omgevingsdienst Brabant Noord bodeminformatie

bodeminformatiesysteem

historische gegevens

bouwvergunningen Hinderwet-/milieuarchief/Wabo

overig -

opdrachtgever

01-02-2021

Dhr. van Strijp

terreinverkenning

Tritium Advies (mevrouw Bartsen)

01-02-2021

n.v.t.

pagina 2 van 10

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

2.1 Locatiegegevens Op basis van de geraadpleegde bronnen, is een overzicht opgesteld van de locatiegegevens. Het overzicht is weergegeven in de volgende tabel. De ligging van de locatie is weergegeven in figuur 2.1. Tabel 2.2: overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens adres straat

Hertsweg

huisnummer

8

plaats

Mill

kadastraal gemeente

Mill

sectie

D

nummer(s)

2219

locatie oppervlak

totaal 1.156 m2

bebouwd 0 m2

huidig gebruik

braakliggend

voormalig gebruik

De onderzoekslocatie is vermoedelijk nooit bebouwd geweest. Het is echter niet uit te sluiten dat de onderzoekslocatie in het verleden (deels) verhard is geweest. In het verleden heeft de onderzoekslocatie mogelijk een agrarisch gebruik gekend. Tot 2019 stonden er op de locatie (naald)bomen. Vanaf 2019/2020 is de locatie braakliggend.

toekomstig gebruik

De eigenaar van het perceel heeft het voornemen om op de locatie bedrijfsbebouwing met een bedrijfswoning te realiseren. Voor het realiseren van de bedrijfswoning is een bestemmingsplan wijziging nodig.

dempingen, ophogingen,

geen bekend

bijmengingen met puin bodembedreigende activiteiten

geen bekend

en calamiteiten PFAS

Op 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het ‘tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van toepassing verklaard. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) inmiddels in Nederland (en breder in de wereld), niet alleen bij puntbronnen, maar ook als diffuse verontreinigingen in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetoond. Derhalve zijn de bovengrond (tot 1,0 m-mv) en geroerde bodems verdacht op PFAS.

bodemkwaliteitskaart

•

bron: Omgevingsdienst Brabant Noord

•

ontgravingskaart boven- en ondergrond: ‘landbouw/natuur)’

•

toepassingskaart boven- en ondergrond: ‘landbouw/natuur’

•

bodemfunctiekaart: ‘industrie’

terreinsituatie bebouwing

geen

maaiveld

braak

verhardingen

bebouwing:

n.v.t.

overig:

n.v.t.

installaties

geen ondergrondse en bovengrondse brandstoftanks bekend op de onderzoekslocatie bij de desbetreffende gemeente

omgeving gebruik belendende percelen

wonen met tuin, bedrijven, openbare weg

bodembedreigende activiteiten

Op het adres Hertsweg 3 (ten oosten van de huidige locatie, aan de overzijde van de

en calamiteiten

Hertsweg) bevonden zich in het verleden twee ondergrondse HBO-tanks (5.000 liter). In 1991 werd een van deze tanks verwijderd, waarbij zintuiglijk een verontreiniging werd

pagina 3 van 10

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

actuele locatiegegevens waargenomen. Hierop werd een onbekende hoeveelheid grond afgegraven en afgevoerd. In 1992 werd de andere tank verwijderd. Vermoedelijk werd hierbij zintuiglijk een verontreiniging waargenomen, waarna er afgraving van een onbekende hoeveelheid grond heeft plaatsgevonden. Op de Parallelweg 4, het bedrijfspand direct ten westen van de huidige onderzoekslocatie, waren in het verleden twee ondergrondse HBO-tanks aanwezig (5.000 en 3.000 liter). De tanks waren gelegen op een afstand van circa 50 meter ten noordwesten en 60 meter ten westen van de onderhavige onderzoekslocatie. Beide tanks zijn in 1998 gesaneerd en verwijderd.

De kadastrale gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in bijlage 1. Een situatietekening is weergegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn toegevoegd in bijlage 3. De ligging van de locatie is weergegeven in de volgende figuur. Figuur 2.1: luchtfoto onderzoekslocatie

pagina 4 van 10

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

Tabel 2.3: bedrijfsactiviteiten locatie

activiteit

beginjaar

eindjaar

bron

Parallelweg 4, bedrijfspand direct ten westen

houtverduurzaming

onbekend

1991

[14]

Hertsweg 3, bedrijfspand ten oosten van de

Metaal stralen

1964

medio 1980

[2 t/m 5]

huidige onderzoekslocatie (aan de overzijde

verfspuiterij

1964

medio 1980

van de Hertseweg)

spuitcabine

medio 1970

medio 1980

Zaag- en straalactiviteiten

1970-1980

medio 1980

Machinale metaalbewerking

1970-1980

medio 1980

Opslag metaalkrullen en olie in vaten

1980

onbekend

Opslag verf en wasbenzine

onbekend

onbekend

Opslag olie en booremulsie in vaten

onbekend

onbekend

machinefabriek

1982

onbekend

constructiewerkplaats

onbekend

onbekend

Hout- en staalopslag

onbekend

onbekend

van de huidige onderzoekslocatie

Op de Parallelweg 4 vond in het verleden in een bedrijfsgebouw houtverduurzaming plaats in een dompelbad. Hierbij werd hout behandeld met houtverduurzamingsmiddel wat wegvloeide op de grond. Gegevens over de gebruikte middelen zijn niet meer voorhanden. In het verleden heeft op de Hertsweg 3 een calamiteit plaatsgevonden waarbij een vat olie is omgevallen op de toenmalige klinkerverharding. Verder werden gedurende een aantal jaren met boor- en snijolie besmeurde metaalkrullen zonder voorzieningen ten oosten van het bedrijfspand opgeslagen. Bij een gemeentelijke controle in 1990 werd geconstateerd dat boor- en snijoliën, afkomstig van de metaalkrullen, uitvloeiden op het open terrein waardoor een oppervlakte van circa 90 m2 verontreinigd was. Een gedeelte van de grond ter plaatse van de olie-opslag is in 1990 verwijderd en afgevoerd. De olie-opslag werd verplaatst naar de oostgevel van het bedrijfspand. In 1992 werd ter plaatse van de voormalige opslag voor staalkrullen een hoeveelheid met boor- en snijolie verontreinigde grond verwijderd. Er werd circa 0,30 m-mv ontgraven. De verontreinigde grond werd afgevoerd. Van geen van de saneringswerkzaamheden is een evaluatierapport opgesteld.

2.2 Eerder uitgevoerd onderzoek Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd. Wel is bekend dat er in de directe omgeving in het verleden een aantal bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Voor zover relevant voor dit vooronderzoek is een overzicht van deze rapporten weergeven in de volgende tabel en zijn de gegevens weergegeven in dit hoofdstuk. Voor de volledige gegevens wordt verwezen naar de desbetreffende rapportages.

pagina 5 van 10

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

Tabel 2.4: eerder uitgevoerd onderzoek en overige documenten nr.

titel

locatie

opgesteld door

datum

Hertsweg 3

Geo Survey Nederland B.V.

24 juni 1996

directe omgeving 1.

Bodemsanering bedrijven (BSB)

2.

Inventariserend onderzoek (BSB)

3.

Nader onderzoek

3 december 1996 CONSULMIJ Milieuadviezen

1 april 1999

B.V. 4.

Verkennend onderzoek

Oko-Care B.V.

25 november 2002

5.

Verkennend onderzoek

Econsultancy B.V.

31 januari 2014

6.

Indicatief onderzoek

Econsultancy

29 september 2014

7.

Saneringsplan

Econsultancy

30 september 2014

8.

Brf (briefrapport)

ODZOB

17 oktober 2014

9.

ASB – asbest onderzoek

Econsultancy

6 januari 2015

10.

Saneringsevaluatie

Econsultancy

14 april 2015

11.

Meldingsformulier saneringsverslag

ODZOB

7 mei 2015

12.

Avr (aanvullend rapport)

Econsultancy

5 juni 2015

13.

Verkennend onderzoek

Econsultancy

8 mei 2019

14.

Verkennend onderzoek

Hertsweg

Agrarisch Advies- en

17 augustus 1993

(ongenummerd)

bemiddelingsburo HJ

Parallelweg 4

Oko-Care B.V.

15.

Verkennend onderzoek

16.

Nul- of eindsituatieonderzoek

20 oktober 1995

17.

Verkennend onderzoek

Bijvelds milieutechnisch

12 juni 2003

18.

Nader onderzoek

onderzoek

4 oktober 2003

30 juli 1998

Uit de documenten in de voornoemde tabel blijkt het volgende. Ad 2 t/m 5, 7, 9 t/m 11 De locaties van de onderzoeken betroffen de percelen ter plaatse van de Hertsweg 3 en de Tweede Industrieweg 2, gelegen op afstand van circa 25 – 75 meter ten oosten van de onderhavige onderzoekslocatie. Op de percelen zijn diverse bodemonderzoeken [2 t/m 5] uitgevoerd. Bij deze onderzoeken zijn bijmengingen met puin, kolen en metaalresten waargenomen. Plaatselijk werd een puinfundering waargenomen evenals asbestverdachte golfplaten. In de grond werden sterke verontreinigingen aangetoond met zink, PCB en lood en matige verontreinigingen met lood en minerale olie. In de grond werden tevens diverse lichte verontreinigingen aangetoond met zware metalen, PAK, EOX en minerale olie. De verontreinigingen bevonden zich voornamelijk in het traject 0,00 – 1,00 m-mv. Bij het asbestonderzoek [9] werd analytisch in de bovengrond een asbestgehalte aangetoond van 2,6 mg/kg d.s. (chrysotiel). De sterke verontreinigingen werden gerelateerd aan het gebruik van het terrein als industrieterrein in combinatie met de zintuiglijke bijmengingen. De sterke verontreinigingen betroffen een ernstig geval van bodemverontreiniging (niet spoedeisend) waarop een saneringsplan opgesteld werd [7].

In het saneringsplan werd een functiegerichte (deel)saneringsvariant uitgewerkt waarbij circa 640 m3 (1.150 ton) verontreinigde grond zou worden afgegraven en afgevoerd worden naar een erkend verwerker. De sanering betrof 400 m2 sterk verontreinigde grond met zink (120 m3) en 100 m2 sterk verontreinigde grond met lood (30 m3). Uiteindelijk is er 220 m3 sterk verontreinigde grond afgegraven waarbij 352 ton verontreinigde grond is afgevoerd naar een erkend verwerker.

pagina 6 van 10

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

De saneringsdoelstelling (functioneel) werd behaald. De verontreiniging was tot onder de Maximale waarde Industrie verwijderd. Er zijn geen restverontreinigingen groter dan de interventiewaarden achtergebleven. Ten aanzien van het gesaneerde geval van bodemverontreiniging is geen sprake van nazorgmaatregelen. Ad 13 Na de sanering is op de locatie nog een verkennend bodemonderzoek [13] uitgevoerd in verband met de voorgenomen verkoop van de locatie. Zintuiglijk werden bijmengingen met puin en resten asfalt waargenomen. Daarnaast werd een puindepot met asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen. In de bovengrond werd een sterke verontreiniging met lood aangetoond en werden lichte verontreinigingen met lood, minerale olie, PAK en PCB aangetoond. In de ondergrond werden geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater werd een lichte verontreiniging met cadmium aangetoond. Naar aanleiding van de aangetoonde sterke verontreiniging met lood werd geadviseerd een nader onderzoek uit te voeren. Daarnaast werd geadviseerd een asbestonderzoek uit te voeren. Ad 15 De locatie van het onderzoek was gelegen direct ten westen van de onderhavige onderzoekslocatie. Aanleiding voor het onderzoek betrof het vastleggen van de nulsituatie. Zintuiglijk werd ter plaatse van het voormalige dompelbad voor houtverduurzaming een sterke geur van verfoplosmiddelen waargenomen.

In de bovengrond werd plaatselijk een lichte verontreiniging met PAK aangetoond. Echter bij de huidige norm voor PAK’s komt de concentratie niet boven de achtergrondwaarde. In de ondergrond werd plaatselijk een sterke verontreiniging met minerale olie en PAK aangetoond. Bij de huidige norm voor PAK’s komt de concentratie niet boven de interventiewaarde. In het grondwater werden lichte verontreinigingen aangetoond met zink, tolueen, xylenen en EOX. De aangetoonde verontreinigingen bevonden zich ter plaatse van het voormalige dompelbad. Aanbevolen werd een nader onderzoek uit te voeren naar deze verontreiniging. Aangenomen werd dat het geen ernstig geval van bodemverontreiniging betrof. Aangenomen werd dat de verontreiniging zich beperkte tot de grond aangezien in het grondwater ter plaatse geen verontreiniging met minerale olie werd aangetoond. De verontreiniging bevond zich circa 20 meter ten westen van de onderhavige onderzoekslocatie. Ad 16 Om redenen die niet bekend zijn bij Tritium Advies, is na voorgaand onderzoek [15] nogmaals op exact dezelfde locatie een nulsituatie onderzoek uitgevoerd. Zintuiglijk werd ter plaatse van het voormalige dompelbad een sterke geur van verfoplosmiddelen waargenomen. In de bovengrond werd een lichte verontreiniging met PAK aangetoond.

In de ondergrond ter plaatse van de voormalige houtverduurzaming werden sterke verontreinigingen met minerale olie en koper aangetoond, een matige verontreiniging met PAK en een lichte verontreiniging met EOX aangetoond. Op het overige terreindeel werden geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater werden lichte verontreinigingen met zink en EOX aangetoond. Geschat werd dat de verontreiniging ter plaatse van het voormalige dompelbad een omvang had van circa 100 m2. Aangenomen werd dat de verontreiniging zich bevond in het traject 0,00 – 1,50 m-mv. Aanbevolen werd een nader onderzoek uit te voeren naar de exacte omvang van de verontreiniging. De verontreiniging bevond zich circa 20 meter ten westen van de onderhavige onderzoekslocatie. pagina 7 van 10

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

Figuur 2.2: uitsnede tekening onderzoek [16]

Ad 17 & 18 Aanleiding voor de onderzoeken betrof de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen en de eerder aangetoonde verontreinigingen ter plaatse van het voormalige dompelbad. Zintuiglijk werden bijmengingen met puin waargenomen. Ter plaatse van het voormalige dompelbad werd bij boring 1 een onbekende sterke geur waargenomen. Deze boring is echter niet geanalyseerd. Ter plaatse van het voormalige dompelbad werden in het traject 0,00 – 1,50 m-mv lichte verontreinigingen aangetoond met cadmium, koper, lood, zink en minerale olie. In een mengmonster van een deel van het overige terrein werd een lichte verontreiniging met PAK aangetoond. In de overige mengmonsters werden geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater werd een sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond en werden lichte verontreinigingen met chroom, koper, naftaleen en xylenen aangetoond. De aangetoonde verontreinigingen ter plaatse van het dompelbad (grond en grondwater) werden gerelateerd aan de voormalige houtverduurzamingsactiviteiten. De lichte PAK verontreinigingen werd gerelateerd aan de waargenomen puinsporen. Aangenomen werd dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Aanbevolen werd een nader onderzoek uit te voeren naar de aangetoonde olieverontreiniging in het grondwater.

Bij het nader onderzoek [18] werden zintuigelijk plaatselijk scherpe geuren waargenomen. In de grond werd een matige verontreiniging met minerale olie en lichte verontreinigingen met PAK, minerale olie en EOX aangetoond. In het grondwater werden matige verontreinigingen met zink en kwik en lichte verontreinigingen met zware metalen, minerale olie en PAK aangetoond. Naar aanleiding van de analyseresultaten werd de omvang van de grondverontreiniging geschat op ca. 10 m3. De omvang van de grondwaterverontreiniging met minerale olie, koper en PAK wordt geschat op circa 8 m3. Aanbevolen wordt de verontreinigde grond te ontgraven en af te voeren naar een erkend verwerker.

pagina 8 van 10

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

2.3 Bodemopbouw In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van de regionale bodemopbouw en de geohydrologische situatie. Tabel 2.4: bodemopbouw en geohydrologie bodemopbouw maaiveldhoogte

15.8 m+NAP

deklaag

dikte

5m

samenstelling

middelgrof zand en grind met sporen klei

doorlatendheid

matig

dikte

134 m

samenstelling

middelfijn zand en kleiig zand met sporen klei, bruinkool, grind

1e watervoerende pakket

en schelpen doorlatendheid

matig

stijghoogte

12 m+NAP

stromingsrichting

noordoostelijk

stijghoogte

13.7 m+NAP

stromingsrichting

noordoostelijk

geohydrologie freatisch grondwater

1e watervoerende pakket

waterhuishouding oppervlaktewater

Op een afstand van 440 m ten noordwesten van de onderzoekslocatie stroomt het Defensiekanaal.

grondwaterbeschermingsbied

De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

grondwateronttrekking

Op de onderzoekslocatie vindt geen grondwateronttrekking plaats. Van de omgeving zijn geen gegevens bekend.

boringvrije zone

De onderzoekslocatie is niet gelegen in een boringsvrije zone.

2.4 Terreinverkenning Op 1 februari 2021 is door mevrouw C. Bartsen van Tritium Advies een terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreinverkenning is gesproken met de heer van Strijp (van de firma S.W.J. van Strijp Beheer B.V.). Tijdens de terreinverkenning bleek dat de locatie volledig onbebouwd is en de bomen op de onderzoekslocatie, op vier bomen na, reeds gekapt zijn. De gekapte bomen liggen nog op de onderzoekslocatie. Het maaiveld was braakliggend en deels bedekt met gras, bladeren en naalden van de bomen. Op het maaiveld werden plaatselijk sporen grind waargenomen en drie bakstenen. Volgens de heer van Strijp heeft de onderzoekslocatie voor zover bekend nooit bebouwing gekend en hebben er geen (verdachte) activiteiten plaatsgevonden op de onderzoekslocatie. Zowel op de onderzoekslocatie zelf als op het zuidelijk aangrenzende perceel hebben volgens de heer van Strijp geen boven- en ondergrondse brandstoftanks gelegen. De loods direct ten zuiden van de onderzoekslocatie is tevens van de heer van Strijp en wordt gebruikt voor de opslag van huis- tuin en keukengerei en voor de opslag van gereedschap voor het uitvoeren van loodgieterswerkzaamheden. Het dak van deze loods bestaat uit asbestverdachte golfplaten welke circa 40 jaar oud zijn. De loods is voorzien van een dakgoot.

pagina 9 van 10

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

3. Conclusie vooronderzoek De onderzoekslocatie wordt als “verdacht” beschouwd. Op basis van eerder uitgevoerde onderzoeken en (voormalige) bedrijfsactiviteiten in de nabije omgeving wordt aangenomen dat op de onderzoekslocatie maximaal lichte verontreinigingen aanwezig zijn in de grond en het grondwater. Opgemerkt wordt dat gezien de stromingsrichting van het grondwater (noordoostelijk) niet verwacht wordt dat de voormalige bedrijfsactiviteiten op de locatie Hertsweg 3 en de (voormalige) verontreinigingen op deze locatie van invloed zijn (geweest) op de bodemkwaliteit van de onderhavige onderzoekslocatie. Voor de Parallelweg 4 geldt dat alleen een eventuele verontreiniging op het uiterst zuidoostelijke deel van die locatie geleid kan hebben tot een verontreiniging op de huidige locatie. In de eerder uitgevoerde onderzoeken [15 t/m 18] is echter geen (verdere) verspreiding aangetoond van de sterke verontreinigingen ter plaatse van de Parallelweg 4 naar de huidige onderzoekslocatie. Wel wordt opgemerkt dat niet met zekerheid gesteld kan worden dat op alle ‘verdachte parameters’ is geanalyseerd aangezien niet bekend is welke producten zijn toegepast voor de houtverduurzaming. PFAS De bovengrond en geroerde bodems in heel Nederland zijn verdacht op het (diffuus) voorkomen van PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen).

Deze verbindingen zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. De stoffen zijn door mensen gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen, zoals brandwerendheid en vuil- en waterafstotendheid. Zij worden al decennia gebruikt in industriële processen en in vele producten. Ze worden gebruikt in allerlei alledaagse toepassingen, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Aangenomen kan worden dat verontreinigingen met PFAS welke veroorzaakt zijn door diffuse verspreiding over het algemeen geen risico’s met zich meebrengen (uitgaande van de risicogrenzen zoals opgenomen in de rapportage ‘risicogrenzen PFOA voor grond en grondwater’ met kenmerk 2018-0060 van het RIVM). Op de huidige onderzoekslocatie of in de directe omgeving zijn geen specifieke bronnen voor PFAS bekend. De locatie is dan ook niet verdacht op de aanwezigheid van PFAS, anders dan de verdenking op het diffuus voorkomen van PFAS zoals dat geldt voor heel Nederland. Indien grond van de locatie wordt afgevoerd, kan gebruik worden gemaakt van de PFAS bodemkwaliteitskaart Noord-Brabant. Hieruit blijkt dat de ontgravingsklasse voor onverdachte locaties ‘landbouw/natuur’ is.

pagina 10 van 10

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

Bijlage 1:

Kadastrale gegevens

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

Bijlage 1.1:

Topografische kaart

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

Bijlage 1.2:

Kadastrale kaart

Kadastrale kaart

Uw referentie: 2010092CB

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Mill D 2219

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 29 januari 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

Bijlage 1.3:

Eigendomsinformatie

BETREFT

Mill D 2219 UW REFERENTIE

2010092CB GELEVERD OP

PRODUCTIEORDERNUMMER

29-01-2021 - 15:18

S11088422933

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

28-01-2021 - 14:59

28-01-2021 - 14:59

BLAD

1 van 1

Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Mill D 2219 Kadastrale objectidentificatie : 043120221970000

Kadastrale grootte 1.156 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 182062 - 410291 Omschrijving Terrein (grasland) Koopsom € 23.606

Koopjaar 1996

Ontstaan uit Mill D 1977

AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster

RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 12158/47 Eindhoven

Ingeschreven op 14-05-1996

Naam gerechtigde De heer Servatius Wilhelmus Johannes van Strijp Adres Hertsweg 8

5451 GS MILL Geboren 04-04-1950 Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen

Burgerlijke staat Zie akte(n)

Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.

te MILL EN SINT HU-

BERT

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

Bijlage 2:

Situatietekening

documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

Bijlage 3:

Foto’s onderzoekslocatie

Documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie 0

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Pagina: 1

Documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie

Foto 4

Foto 5

Foto 6

Pagina: 2

Documentkenmerk: 2010/092/CB-01, versie ,

Foto 7

Foto 8

Foto 9

Pagina: 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=a49c2c07-ca30-4258-b0da-a37977441cf6