06 B1 Getekende brief en beschikking.pdf - B1 Getekende brief en beschikking.pdf
Tekst van het document
R. Kroesbergen Cuijk BV t.a.v. de heer A. Hoogendoorn Postbus 50 3794 MN DE GLIND
Geachte heer Hoogendoorn,
Datum 9 oktober 2018
U heeft op 26 september 2018 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het
Onderwerp Brief bij omgevingsvergunning
realiseren van een zonnepark. De aanvraag gaat over de locatie Hapsebaan 33 Vianen Nb. In deze brief leest u onze beslissing. Uw brief van
Besluit Wij hebben besloten u de omgevingsvergunning te verlenen. De vergunning is bijgevoegd. Aan de
Uw kenmerk
vergunning zijn voorschriften verbonden. Wij raden u aan om de vergunning met de bijbehorende bijlagen zorgvuldig door te nemen. Hierin kunt u lezen aan welke voorwaarden u moet voldoen. Dit kan veel misverstanden voorkomen. Overige toestemmingen en voorzieningen Als u tijdelijk bouwmaterialen of andere bouwobjecten op openbaar terrein wilt plaatsen, dan moet u
Ons kenmerk PHAE/C11039 Zaaknr.: Z/18/153429 Meer informatie 0485 396 600 ruimte@cgm.nl
dat aanvragen bij de gemeente (een "bouwobject" is bijvoorbeeld een steiger, hoogwerker, verhuislift, container, schaftkeet, mobiel toilet of pompinstallatie). Gaat het om méér dan 4 bouwobjecten en/of duurt de plaatsing langer dan 4 weken en/of voldoet u niet aan de nadere regels die vooral betrekking hebben op veiligheid? Dan heeft u, volgens artikel 2:10 van de APV, een Objectenvergunning nodig. Voor het doen van de aanvraag, verwijzen wij u door naar de website van de Digitale Balie van de gemeente Cuijk: https://www.cuijk.nl/inwoners-en-ondernemers/overzicht-inwoners-enondernemers/vergunningen/objectvergunning Burgerlijk wetboek In het Burgerlijk Wetboek (boek 5, titel 4) staan rechten en plichten van burgers vermeld, zoals rechten van derden. Soms zorgen die ervoor dat u geen gebruik kunt maken van uw omgevingsvergunning. Betaling leges Voor het in behandeling nemen van uw aanvraag voor een omgevingsvergunning bent u leges verschuldigd. Wij hebben de bouwkosten vastgesteld op € 381.150,00 (incl. BTW). De heffingsambtenaar heeft de leges vastgesteld op € 9.757,44. Voor betaling van dit bedrag wordt een gespecificeerde nota nagezonden. Op de factuur kunt u lezen hoe u eventueel bezwaar kunt maken tegen de hoogte van het legesbedrag en de gehanteerde grondslagen.
De gemeenten Cuijk, Grave en Mill en Sint Hubert werken samen in de Gemeenschappelijke regeling werkorganisatie CGM. www.cuijk.nl | www.grave.nl | www.gemeente-mill.nl
Gemeente Cuijk Louis Jansenplein 1 Postbus 7,5360 AA Grave Verzonden op 9 oktober 2018
Publicatie Wij publiceren ons besluit op www.officielebekendmakingen.nl. Een beknopte versie hiervan publiceren wij in Het Cuijks weekblad. Belanghebbenden kunnen bezwaar maken tegen het verlenen van een omgevingsvergunning.
Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders,
Peter de Greef Teamleider Veiligheid, Vergunningverlening en Handhaving Afschrift aan: Reland Adviseurs B.V. , t.a.v. de heer G. Peters, Postbus 186, 5830 AD BOXMEER Bijlage: Beschikking Aangevraagde omgevingsvergunningen in uw buurt gemakkelijk volgen? Download de gratis app Cuijk – Omgevingsalert in de App Store, de Windows Store of de Google Play Store.
Omgevingsvergunning kenmerk: OG-C11039 BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN CUIJK gezien de aanvraag van
:
R. Kroesbergen Cuijk bv
adres
:
Hapsebaan 33
postcode en woonplaats
:
5434 NC Vianen NB
ingekomen
:
26 september 2018
dossier- / zaaknummer
:
C11039 / Z/18/153429
waarbij omgevingsvergunning wordt gevraagd voor het realiseren van een zonnepark, op de percelen, kadastraal bekend gemeente Cuijk sectie
:
C
nummer(s)
:
2682 (ged.), 2683 en 2684
sectie
:
H
nummer(s)
:
3
plaatselijk bekend
:
Hapsebaan 33 te Vianen nb
BESLUIT Burgemeester en wethouders besluiten, gelet op artikel 2.1, 2.2 ,2.10 en 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de omgevingsvergunning te verlenen. De omgevingsvergunning wordt verleend onder de bepaling dat de gewaarmerkte stukken deel uitmaken van de vergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend voor de volgende activiteiten: -
Bouwen (Art.2.1 lid 1a Wabo)
-
Milieuneutraal veranderen van de inrichting (Art. 2.1 lid 1e Wabo)
LEGES Vastgestelde bouwkosten : € 381.150,00 (incl. BTW) Gehanteerde grondslagen conform de legesverordening: -
Hfdst 3 Activiteit Bouwen
: € 9.757,44
Totaal
: € 9.757,44
Voor betaling van dit bedrag ontvangt u separaat een gespecificeerde nota. Op de factuur kunt u lezen hoe u eventueel bezwaar kunt maken tegen de hoogte van het legesbedrag en de gehanteerde grondslagen. PROCEDURE De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.7 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De aanvraag is beoordeeld voor de activiteiten:
Bouwen (Art.2.1 lid 1a Wabo)
Milieuneutraal veranderen van de inrichting (Art. 2.1 lid 1e Wabo)
van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Voorts is de aanvraag getoetst aan het Besluit omgevingsrecht en de Ministeriele regeling omgevingsrecht. Gebleken is dat uw aanvraag voldoet en daarom verlenen wij u de gevraagde omgevingsvergunning. OVERIGE BIJGEVOEGDE DOCUMENTEN De volgende documenten worden meegezonden met het besluit en zijn als gewaarmerkt stuk bijgevoegd:
Aanvraagformulier,
indieningsdatum 26 september 2018
Overzicht tekening Zonnepark Hapsebaan,
indieningsdatum 4 oktober 2018
De gemeenten Cuijk, Grave en Mill en Sint Hubert werken samen in de Gemeenschappelijke regeling werkorganisatie CGM. www.cuijk.nl | www.grave.nl | www.gemeente-mill.nl
Pagina 1/6
Bijlage 2 Milieuneutrale melding,
indieningsdatum 4 oktober 2018
Bijlage 4 Toelichting op aanvraag,
indieningsdatum 4 oktober 2018
Machtiging,
indieningsdatum 4 oktober 2018
Tekening Activiteit milieu,
indieningsdatum 4 oktober 2018
NOG IN TE DIENEN GEGEVENS EN BESCHEIDEN Uiterlijk 3 weken voor aanvang van de betreffende werkzaamheden moeten de volgende bescheiden worden ingediend: 1.
de statische berekeningen en tekeningen dienen tenminste 3 weken voor aanvang van de werkzaamheden in tweevoud ter controle te worden ingediend;
BEZWAARCLAUSULE Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na verzenddatum bij ons een bezwaarschrift indienen. Een bezwaarschrift schort de werking van het besluit niet op. Degenen die bezwaar maken kunnen de voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant te `s-Hertogenbosch tevens verzoeken het besluit te schorsen. Dit verzoek dient vergezeld te gaan van het bij ons ingediende bezwaarschrift. Het postadres van de Rechtbank Oost-Brabant is: Postbus 90125, 5200 MA `s-Hertogenbosch. Cuijk, 9 oktober 2018 namens burgemeester en wethouders,
Peter de Greef Teamleider Veiligheid, Vergunningverlening en Handhaving
Pagina 2/6
INHOUDSOPGAVE De volgende onderdelen horen bij en maken deel uit van de omgevingsvergunning, verleend op 9 oktober 2018 aan R. Kroesbergen Cuijk bv, Hapsebaan 33, 5434 NC Vianen NB voor het realiseren van een zonnepark op de locatie Hapsebaan 33 te Vianen nb.
Bouwen (Art.2.1 lid 1a Wabo)
Milieuneutraal veranderen van de inrichting (Art. 2.1 lid 1e Wabo)
Pagina 3/6
Het (ver)bouwen van een bouwwerk. 1. Voorschriften De volgende voorschriften zijn van toepassing: Specifieke nadere eisen en voorwaarden • de statische berekeningen en tekeningen dienen tenminste 3 weken voor aanvang van de werkzaamheden in tweevoud ter controle te worden ingediend;
Wij wijzen u erop dat we toezien dat de bovenstaande voorwaarden worden verwerkt tijdens de uitvoering van uw bouwplan. Indien u deze voorwaarden niet nakomt kunnen wij conform art 5.19 van de Wabo achteraf uw verleende vergunning intrekken. Algemene eisen en voorwaarden •
het gemeentelijk bouwtoezicht / afdeling VVH dient schriftelijk in kennis te worden gesteld van: a.
verandering van het adres van degene onder wiens leiding het werk wordt uitgevoerd;
b.
de aanvang van de werkzaamheden, ontgravingswerkzaamheden daaronder begrepen, ten minste twee dagen;
c.
de aanvang van de grondverbeteringswerkzaamheden ten minste twee dagen tevoren;
d.
de aanvang van het storten van beton, tenminste een dag tevoren;
e.
de voltooiing van de grondleidingen en afvoerputten van de riolering onmiddellijk na de voltooiing voordat de sleuven zijn gedicht;
f.
het gereed zijn voor ingebruikgeving of ingebruikneming van het bouwwerk of een gedeelte daarvan;
g.
het gereedkomen van de bouwactiviteiten.
U kunt hiervoor een e-mail sturen naar bouwtoezicht@cgm.nl.
2. Overwegingen In artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is bepaald dat, voorzover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a, een omgevingsvergunning wordt geweigerd indien: a.
het bouwwerk niet voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit;
b.
het bouwwerk niet voldoet aan de voorschriften van de Bouwverordening;
c.
het bouwwerk in strijd is met de voorschriften van een bestemmingsplan;
d.
het bouwwerk naar ons oordeel niet voldoet aan daaraan te stellen redelijke eisen van welstand;
e.
de activiteit een wegtunnel betreft als bedoeld in de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels en niet wordt voldaan aan artikel 6, eerste lid, van die wet.
Daarom zijn de door u ingediende gegevens getoetst aan deze bepalingen. Ten aanzien van het gestelde onder a. Het bouwwerk en de uitvoering daarvan voldoen onder voorwaarden aan de bepalingen van het Bouwbesluit. Ten aanzien van het gestelde onder b. Het bouwwerk en de uitvoering daarvan voldoen aan de bepalingen van de Bouwverordening. Uitzetten van -en controle op- de rooilijnen, bebouwingsgrenzen en peilmaten: Het advies luidt om tenminste 2 werkdagen vóór de gewenste datum contact op te nemen met het bevoegd gezag wanneer u voornemens bent uitzet werkzaamheden uit te gaan voeren. U kunt hiervoor een e-mail sturen naar bouwtoezicht@cgm.nl onder vermelding van het kenmerk van de omgevingsvergunning. Tevens verzoeken Pagina 4/6
wij u de autocadbestanden van de plattegronden bij het verzoek tot uitzetten mee te sturen. De landmeter gebruikt deze gegevens ter voorbereiding van het uitzetten. Het bevoegd gezag zal voor het vaststellen van de peilmaat (=bovenkant begane grondvloer) van uw voorstel, de peilmaten van belendende bebouwing, aansluitende openbare ruimte of openbare weg (kruin van de weg) moeten afwegen alvorens de peilmaat vastgesteld kan worden. Het uitzetten van de bouw doet u in eigen beheer (of door de aannemer). Het bevoegd gezag zal dit controleren tijdens het uitzetten. Indien u de bouw gaat uitvoeren voordat deze controle is uitgevoerd, is dit geheel voor eigen risico.
Ten aanzien van het gestelde onder c. Het bouwplan is in overeenstemming met het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2010, herziening 2016”. Ten aanzien van het gestelde onder d. Het bouwplan is niet door ons voorgelegd aan de welstandcommissie, omdat het plan in een beheersgebied gesitueerd is waardoor een advies van de welstandscommissie niet noodzakelijk is. Ten aanzien van het gestelde onder e. De aanvraag betreft geen tunnel.
Pagina 5/6
Milieuneutraal veranderen van de inrichting.
Pagina 6/6
INHOUDSOPGAVE BIJLAGE I.
PROCEDURELE OVERWEGINGEN ................................................................................................. 2
BIJLAGE II.
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN ................................................................................................. 6
1
IN WERKING HEBBEN VAN EEN INRICHTING .......................................................................................................... 6
BIJLAGE III. 1 2 3 4 5 6 7
TOETSINGSDOCUMENTEN........................................................................................................... 7
BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN .......................................................................................................................... 7 VERGUNDE EN AANGEVRAAGDE DIEREN ............................................................................................................... 8 IPPC-INSTALLATIE ................................................................................................................................................... 8 GEUR, AMMONIAK, LUCHT EN VOLKSGEZONDHEID .............................................................................................. 9 GELUID .................................................................................................................................................................... 9 ENERGIE .................................................................................................................................................................. 9 OVERIGE MILIEUASPECTEN .................................................................................................................................. 10
BIJLAGE IV.
DIERTABEL ................................................................................................................................. 11
BIJLAGE V.
BEGRIPPEN................................................................................................................................. 12
R. Kroesbergen Cuijk BV, Hapsebaan 33 Vianen NB
1/13
BIJLAGE I.
PROCEDURELE OVERWEGINGEN
PROCEDURELE ASPECTEN Gegevens aanvrager Op 26 september 2018 hebben wij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wabo ontvangen. Het betreft een aanvraag van R. Kroesbergen Cuijk BV, die betrekking heeft op de inrichting gelegen aan Hapsebaan 33 te Vianen (NB), kadastraal bekend als gemeente Cuijk, sectie H, nummer 3 en sectie C, nummers 2682 (ged.), 2683 en 2684. De aanvraag is geregistreerd onder nummer Z/18/153429. Projectbeschrijving Het project waarvoor vergunning wordt aangevraagd is als volgt te omschrijven: het milieuneutraal veranderen en het in werking hebben van een varkens- en schapenhouderij. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in het aanvraagformulier bij deze beschikking. Gelet op bovenstaande omschrijving wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten: het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1, lid 1 onder a van de Wabo); het veranderen of het veranderen van de werking en het in werking hebben van een inrichting, (artikel 2.1, lid 1 onder e, sub 2 en 3, juncto artikel 3.10, lid 3 van de Wabo). IPPC-installatie Binnen de inrichting bevind zich een bestaande IPPC-installatie. Onder een IPPC-installatie wordt een installatie verstaan als bedoeld in bijlage 1 van de EG-richtlijn geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (Europese richtlijn industriële emissies: IPPC-installaties).
Onderdelen aanvraag De aanvraag bestaat uit: een aanvraagformulier, inclusief bijlagen; een plattegrondtekening, inclusief situatieschets, kenmerk 3411-33, d.d. 25 september 2018. Aanvullende gegevens De aanvraag is aangevuld op 4 oktober 2018 en bestaat uit: een plattegrondtekening, inclusief situatieschets, milieuneutrale melding met kenmerk 3411-33, d.d. 4 oktober 2018; een overzichtstekening Zonnepark Hapsebaan, met kenmerk AO-3.112.966, gewijzigde datum 4 oktober 2018; bijlage 2 milieuneutrale melding, welke de bijlage 2 van 26 september 2018 vervangt. Vergunde situatie Op 21 september 2010 hebben wij voor de inrichting een revisievergunning verleend in het kader van de Wet milieubeheer (Wm). De vergunning is onherroepelijk en in werking getreden. Dit betekent dat de inrichting over een omgevingsvergunning beschikt conform artikel 1.2, lid 1 van de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Tevens is op 11 juli 2013 een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen van en bouwwerk en milieuneutraal veranderen verleend. Daarna is op 29 oktober 2014 een omgevingsvergunning milieuneutraal veranderen verleend.
R. Kroesbergen Cuijk BV, Hapsebaan 33 Vianen NB
2/13
Verandering van de inrichting De aanvraag heeft betrekking op de volgende verandering van de inrichting: Verdeeld over de gehele inrichting worden zonnepanelen geplaatst. Ontvankelijkheid Artikel 2.8 van de Wabo biedt de grondslag voor een geharmoniseerde regeling van de indieningvereisten. Dit betreft de gegevens en bescheiden die bij een aanvraag van een omgevingsvergunning moeten worden gesteld om tot een ontvankelijke aanvraag te komen. De regeling is uitgewerkt in paragraaf 4.2 van het Bor, met een nadere uitwerking in de Regeling omgevingsrecht. Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze aan de hand van de Regeling omgevingsrecht getoetst op volledigheid. Daarbij is gebleken dat een aantal gegevens ontbrak. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag alsmede de latere aanvulling daarop voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook ontvankelijk en in behandeling genomen. Bevoegd gezag Gelet op bovenstaande projectbeschrijving, alsmede op het bepaalde in artikel 2.4 van de Wabo, artikel 3.3 van het Bor en categorie 1, 4, 5, 7, 8 en 9 uit onderdeel C bij de bijbehorende bijlage I zijn wij het bevoegd gezag om de omgevingsvergunning te verlenen of (gedeeltelijk) te weigeren.
Daarbij dienen wij ervoor zorg te dragen dat de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften op elkaar zijn afgestemd. Advies In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, heeft de aanvraag geen betrekking op een categorie waarvoor een advies moet worden aangevraagd. Milieueffectrapportage In het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is in onderdeel C van de bijlage onder categorie 14 opgenomen wanneer voor de activiteit het fokken, mesten of houden van dieren een plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport geldt. Dit is het geval bij het oprichten en/of uitbreiden en/of wijzigen van een installatie met meer dan: 3.000 dierplaatsen voor vleesvarkens; 900 dierplaatsen voor zeugen. Verder is in onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. onder categorie 14 opgenomen dat, in de aangegeven situaties, een milieueffectrapport moet worden opgesteld wanneer de voorgenomen activiteit leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
Dit geldt voor het oprichten en/of uitbreiden en/of wijzigen van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren met meer dan: 2.000 dierplaatsen voor vleesvarkens; 750 dierplaatsen voor zeugen; 3.750 dierplaatsen voor gespeende biggen; 2.000 dierplaatsen voor schapen en geiten. Daarnaast is in het Besluit m.e.r. bepaald dat, wanneer de oprichting en/of uitbreiding en/of wijziging van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren niet leidt tot een overschrijding van de drempelwaarden van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r., ook moet worden
R. Kroesbergen Cuijk BV, Hapsebaan 33 Vianen NB
3/13
vastgesteld of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling aangegeven omstandigheden. Indien uit deze afweging volgt dat er geen sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, dan moet het niet nodig zijn van een mer-beoordeling worden gemotiveerd in het moederbesluit (het besluit op de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit inrichting). Wanneer er wel sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, moet toch een milieueffectrapport worden opgesteld wanneer de voorgenomen activiteit daadwerkelijk leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Binnen de inrichting zijn 7.708 vleesvarkens, 1.037 zeugen, 2.976 gespeende biggen en 30 schapen vergund. De drempelwaarde van onderdeel C 14 en D 14 van de bijlage van het Besluit m.e.r. worden overschreden. De aanvraag heeft geen betrekking op het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren. In de huidige aanvraag is geen sprake van het wijzigen van een installatie, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Ten opzichte van de vigerende vergunning vindt geen wijziging van dieraantallen plaats. De aangevraagde activiteit is niet aangewezen in het Besluit mer.
Dit betekent dat geen rekening hoeft te worden gehouden met de in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling aangegeven criteria. Activiteitenbesluit milieubeheer In het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) zijn voor bepaalde activiteiten die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, algemene regels opgenomen. Deze regels zijn direct werkend en mogen niet in de omgevingsvergunning worden opgenomen. In artikel 2.1, lid 2 van het Bor wordt aangegeven of voor een inrichting een vergunningplicht geldt. Binnen de inrichting bevindt zich een IPPC-installatie waardoor sprake is van een vergunningplichtige inrichting. De vergunningaanvraag heeft betrekking op een inrichting die wordt aangemerkt als een type Cinrichting en vergunningsplichtig is. Een aantal voorschriften uit het Activiteitenbesluit zijn rechtstreeks, dus zonder dat deze in deze vergunning expliciet zijn opgenomen, mogelijk van toepassing . Voor zover dit het geval is, is dit elders in deze beschikking aangegeven. Zoals blijkt uit de aanvraag vinden binnen de inrichting de volgende, in het Activiteitenbesluit genoemde, activiteiten plaats: Afdeling 2.1 2.2 2.4 3.1 § 3.1.3 3.2 § 3.2.1
Artikel 2.1 2.2 en 2.3 2.9 en 2.11, met uitzondering van lid 1 3.3 3.7 t/m 3.10p
3.2 § 3.2.6 3.4 § 3.4.5 3.4 § 3.4.9
3.16c en 3.16d 3.46 t/m 3.49 3.54d
3.5 § 3.5.4 3.5 § 3.5.8
3.91 3.122 t/m 3.127
Omschrijving Zorgplicht Lozingen Bodem Het lozen van hemelwater Het in werking hebben van een stookinstallatie, niet zijnde een grote stookinstallatie In werking hebben van een koelinstallatie Opslaan van agrarische bedrijfsstoffen Opslaan van gasolie, smeerolie of afgewerkte olie in een bovengrondse opslagtank Waterbehandeling voor agrarische activiteiten Houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven
R. Kroesbergen Cuijk BV, Hapsebaan 33 Vianen NB
4/13
Tabel 2 Binnen de inrichting vinden geen wijzigingen plaats waarop, ingevolge artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit, voor deze activiteiten een melding gedaan moet worden. Daarnaast gelden de bepalingen en voorschriften uit hoofdstuk 1 van het Activiteitenbesluit voor zover deze betrekking hebben op de bovengenoemde activiteiten.
R. Kroesbergen Cuijk BV, Hapsebaan 33 Vianen NB
5/13
BIJLAGE II. 1
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN
IN WERKING HEBBEN VAN EEN INRICHTING
1.1
Inleiding De aanvraag heeft betrekking op het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 onder e, sub 2 en 3 van de Wabo. De veranderingen leiden volgens de aanvraag alleen tot milieuneutrale effecten als bedoeld in artikel 3.10, lid 3 van de Wabo. De Wabo omschrijft in artikel 2.14 het milieuhygiënische toetsingskader van de aanvraag. Een toetsing aan deze aspecten heeft plaatsgevonden.
1.2
Toetsing milieuneutraal veranderen De Wabo bepaalt in artikel 2.14, lid 5 dat een omgevingsvergunning voor een milieuneutrale verandering kan worden verleend als voldaan wordt aan de voorwaarden uit artikel 3.10, lid 3 van de Wabo. Hieruit volgt dat de gevraagde vergunning kan worden verleend als de realisering van de met deze aanvraag beoogde verandering van de inrichting of verandering van de werkwijze binnen de inrichting: niet zal leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning zijn toegestaan; niet zal leiden tot het ontstaan van een andere inrichting dan waarvoor vergunning is verleend; geen aanleiding geeft tot het opstellen van een milieueffectrapport. Ad 1. De veranderingen kunnen mogelijk van invloed zijn op het aspect energie. De overwegingen hierover zijn opgenomen in de bijlage ‘Toetsingsdocumenten’. Wij stellen vast dat de veranderingen niet leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunningen zijn toegestaan. Ad 2. Voor de genoemde activiteiten hebben wij op 21 september 2010 een revisievergunning en op 11 juli 2013 en op 19 oktober 2014 een milieuneutrale veranderingsvergunning verleend. Onderhavige aanvraag betreft het plaatsen van zonnepanelen. De gevolgen blijven binnen het reeds vergunde kader. Van een andere inrichting is dan ook geen sprake. Ad 3.
Daarnaast bestaat er geen verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Er wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 3.10, lid 3 van de Wabo. Hiermee kan de aangevraagde omgevingsvergunning voor een milieuneutrale verandering worden verleend.
1.3
Conclusie Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op de activiteit inrichting, zijn er geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren.
R. Kroesbergen Cuijk BV, Hapsebaan 33 Vianen NB
6/13
BIJLAGE III. 1
TOETSINGSDOCUMENTEN
BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN
1.4
Algemeen In het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu moeten aan de vergunning voorschriften worden verbonden, die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk – bij voorkeur bij de bron – te beperken en ongedaan te maken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken (BBT) worden toegepast. Vanaf januari 2013 moet bij het bepalen van BBT rekening worden gehouden met BBT-conclusies en bij ministeriele regeling aangewezen informatiedocumenten over BBT. BBT-conclusies is een document met de conclusies over BBT, vastgesteld overeenkomstig artikel 13, vijfde en zevende lid van de Richtlijn industriële emissies (RIE). Het vijfde lid verwijst naar BBTconclusies vastgesteld na 6 januari 2011 onder het regime van de RIE. Het zevende lid verwijst naar de BBT-referentiedocumenten (BREFs: Best available techniques Reference documents). Het hoofdstuk uit deze BREF’s waarin de BBT-maatregelen staan (hoofdstuk Best available techniques (BAT)), geldt als BBT-conclusies, totdat nieuwe BBT-conclusies zijn vastgesteld.
BBT-conclusies worden door de Europese commissie vastgesteld en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (een uitvoeringsbesluit van de Europese commissie dat gericht is tot de lidstaten). Zij worden daarom niet meer apart aangewezen in de Mor. De BBT-conclusies voor de intensieve veehouderij zijn op 21 februari 2017 gepubliceerd.
1.5
BBT-documenten Er moet worden voldaan aan de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit en aan andere relevante BBTconclusies. Daar deze aanvraag om een veranderingsvergunning geen wijzigingen in het aantal dieren en stalsysteem tot gevolg heeft is verder niet ingegaan op de beoordeling van de BBT installaties Op grond van bijlage 1 van de Mor moet voor het bepalen van BBT voor de installaties en processen binnen de inrichting aanvullend een toetsing plaatsvinden aan relevante aangewezen informatiedocumenten over BBT. Uit jurisprudentie met betrekking tot het bepalen van BBT bij het toetsen aan BBT-conclusies bij vergunningverlening is gebleken dat het bevoegd gezag bij het toetsen aan BBT-conclusies de actualiteit hiervan moet nagaan ten aanzien van de ontwikkelingen van BBT die sinds het vaststellen van de BBT-conclusies hebben plaatsgevonden. Bronnen voor ontwikkelingen ten aanzien van BBT zijn onder andere de concepten van de herziene BREFs. Wij hebben rekening gehouden met de volgende BBT-conclusies: Categorie in bijlage 1 RIE Belangrijkste BBT-conclusies 6.6 Intensieve pluimvee- of varkenshouderij: a. met meer dan 40 000 plaatsen voor pluimvee b. met meer dan 2 000 plaatsen voor mestvarkens (van meer dan 30 kg), of c. met meer dan 750 plaatsen voor zeugen.
BBT conclusies voor intensieve pluimvee- of varkenshouderij
R. Kroesbergen Cuijk BV, Hapsebaan 33 Vianen NB
Ook van belang zijnde BBTconclusies / BREF’s BREF op- en overslag bulkgoederen (BREF ESB) BREF Energie-efficiëntie
7/13
2
VERGUNDE EN AANGEVRAAGDE DIEREN
2.1
Algemeen De gevraagde verandering heeft geen betrekking op het houden van dieren. In de bijlage Diertabel een overzicht opgenomen van het aantal vergunde dieren.
3
IPPC-INSTALLATIE
3.1
Algemeen De RIE geeft milieueisen voor de installaties die genoemd staan in de bij de richtlijn horende bijlage I. Wanneer een installatie daar genoemd is, spreken we van een IPPC-installatie. Voor veehouderijen vallen onder andere de volgende installaties onder de werking van de RIE: meer dan 2.000 plaatsen voor vleesvarkens (van meer dan 30 kg) of meer dan 750 plaatsen voor zeugen. Op grond van de vergunde situatie mogen 7.708 vleesvarkens (plaatsen) en 1.037 zeugen (plaatsen) gehouden worden. Hiermee wordt de ondergrenswaarde van 2.000 en 750 plaatsen voor vleesvarkens en zeugen overschreden waardoor de installatie moet worden aangemerkt als een IPPC-installatie. Het toetsingskader wordt gevormd door de betreffende artikelen van de Wabo waarin de RIE is geïmplementeerd. Dit toetsingskader houdt in dat alle dierenverblijven moeten voldoen aan de eis van het toepassen van de BBT. Rekening houdend met de technische kenmerken en de geografische ligging van de inrichting en de plaatselijke milieuomstandigheden kan het nodig zijn om voorschriften te stellen die niet met toepassing van de BBT kunnen worden gerealiseerd. Als dit het geval is moeten emissiereducerende technieken worden toegepast die verder gaan dan de BBT. Deze aanvraag heeft geen betrekking op het wijzigingen van het aantal dieren of de dierenverblijven.
Er wordt vergunning gevraagd voor het plaatsen van zonnepanelen. Bij het bepalen van de plaatselijke milieuomstandigheden in relatie tot de ammoniak-, geur-, stof- en geluidemissie dient bekeken te worden of als gevolg van de oprichting, uitbreiden of wijzigen van de installatie er sprake is van een ‘belangrijke verontreiniging’ die negatieve en/of significante gevolgen voor de omgeving kan hebben. De aspecten geur, ammoniak, lucht en volksgezondheid hebben ten opzichte van de huidige vergunning geen extra of andere milieubelastende gevolgen.De dierenverblijven liggen niet in een zeer kwetsbaar gebied, zoals bedoeld in de Wet ammoniak en veehouderij (Wav), dan wel in een zone van 250 meter daaromheen. De voorschriften die aan een omgevingsvergunning voor dit bedrijf zijn verbonden, zijn voldoende om de kans op calamiteiten te beperken. Indien door het in werking zijn van een inrichting risico’s voor de volksgezondheid kunnen ontstaan, moeten deze risico’s gelet op artikel 1.1, lid 2 aanhef en onder a, van de Wm als gevolg voor het milieu bij de beoordeling van de aanvraag worden betrokken. Alle varkens worden binnen de inrichting inpandig gehouden. Binnen de inrichting gelden hygiënemaatregelen deze worden door de initiatiefnemer opgevolgd en dienen door bezoekers te worden nageleefd.
R. Kroesbergen Cuijk BV, Hapsebaan 33 Vianen NB
8/13
3.2
Conclusie Uit toetsing van de aanvraag blijkt dat het voorgestelde voldoet aan de eisen uit de RIE die zijn geïmplementeerd in de Wabo. Gezien de gevraagde verandering ten opzichte van de al vergunde situatie kan worden overwogen dat de negatieve effecten op mens en milieu niet als significant zijn aan te merken.
4
GEUR, AMMONIAK, LUCHT EN VOLKSGEZONDHEID
4.1
Algemeen Door het plaasten van zonnepanelen wijzigen geen dierenverblijven. De aspecten geur, ammoniak, lucht en volksgezondheid hebben ten opzichte van de huidige vergunning geen extra of andere milieubelastende gevolgen.
5
GELUID
5.1
Algemeen De uitgangssituatie zijn de geldende geluidsvoorschriften in de geldende vergunning, omdat het hier een omgevingsvergunning milieuneutraal veranderen betreft.
5.2
Beschrijving van de activiteiten De bedrijfsactiviteiten van de onderhavige inrichting veranderen niet met deze aanvraag. Er worden zonnepanelen geplaatst verdeeld over de gehele inrichring. Dit heeft niet of nauwelijks effect op de geluidsbijdrage.
5.3
Conclusie Ten aanzien van de langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, maximale geluidsniveaus en indirecte hinder is de situatie milieuhygiënisch aanvaardbaar en passen binnen de geldende geluidsvoorschriften.
6
ENERGIE
6.1
Energieverbruik Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag is rekening gehouden met het aspect zuinig omgaan met energie. In deze vergunningaanvraag worden zonnepanelen geplaatst. Met deze zonnepanelen wordt elektriciteit opgewekt uit zonne-energie. Er zullen ongeveer 26.500 panelen worden geplaatst wat een vermogen geeft voor de opwekking van 8,5 MWp. Het huidige verbruik is ongeveer 7% van de op te wekken energie. Het overige gedeelte wordt teruggeleverd aan het net. Wij hebben getoetst of deze wijze van energiebesparing voldoet aan het Nederlandse voorstel ten aanzien van energie-efficiency, de Dutch BREF-notes. Naar aanleiding hiervan zijn wij van mening dat het bedrijf zich voldoende inspant om het energieverbruik te verminderen. Daarom zijn in deze vergunning geen aanvullende voorschriften opgenomen over energiebesparing.
6.2
Conclusie Onderhavige aanvraag voldoet voor wat betreft energie aan BBT.
R. Kroesbergen Cuijk BV, Hapsebaan 33 Vianen NB
9/13
7
OVERIGE MILIEUASPECTEN
7.1
Algemeen De wijzigingen die worden aangevraagd met onderhavige veranderingsvergunning hebben een zeer geringe tot geen invloed op de milieuaspecten Afval, Bodem en Veiligheid.
7.2
Conclusie De aspecten Afval, Bodem en Veiligheid zijn voldoende ondervangen door de voorschriften uit vigerende revisievergunning of uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In deze veranderingsvergunning worden daarom geen voorschriften gesteld voor deze aspecten.
R. Kroesbergen Cuijk BV, Hapsebaan 33 Vianen NB
10/13
BIJLAGE IV.
DIERTABEL
Diersoort (Rav juli 2018, Rgv juli 2018 en fijn stof 2018)
Kraamzeugen (incl. biggen tot spenen), overige huisvestingssystemen (D 1.2.100) Gespeende biggen, overige huisvestingssystemen (D 1.1.100) Guste en dragende zeugen, zeugen in groepshuisvesting, overige huisvestingssystemen (D 1.3.100) Dekberen, 7 maanden en ouder, overige huisvestingssystemen (D 2.100) Vleesvarkens > 25 kg, overige huisvestingssystemen (D 3.100) Vleesvarkens > 25 kg, gedeeltelijk roostervloer, gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser (lamellenfilter) en waterwasser, BWL 2006.14.V7 (D 3.2.15.1) Schapen ouder dan 1 jaar,incl. lammeren tot 45 kg, overige huisvestingssystemen (B 1.100) Totaal
R. Kroesbergen Cuijk BV, Hapsebaan 33 Vianen NB
ouE / dier / sec 27,9 7,8 18,7
Omrekenfactor Vergunningssituatie kg NH3 / g / dier aantal ouE / sec kg NH3 / g / jaar dier / jaar / jaar jaar 8,3 0,69 4,2
160 74 175
252 2 976 785
7 030,8 23 212,8 14 679,5
2 091,6 40 320 2 053,4 220 224 3 297,0 137 375
18,7 23 16,1
5,5 3 0,45
180 153 31
2 37,4 78 1 794,0 7 708 124 098,8
11,0 360 234,0 11 934 3 468,6 238 948
7,8
0,7
0
11/13
30
234,0 171 087,3
21,0 0 11 176,6 649 161
BIJLAGE V.
BEGRIPPEN
Voor zover in een voorschrift verwezen wordt naar een DIN-, DIN-ISO, NEN-, NEN-EN-, NEN-ISO-, NVN-norm, AI-blad, BRL, CPR, PGS of NPR, wordt de uitgave bedoeld die voor de datum waarop de vergunning is verleend het laatst is uitgegeven met tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen. Indien er sprake is van reeds bestaande constructies, toestellen, werktuigen en installaties is -de norm, BRL, CPR, PGS, NPR of het AI-blad van toepassing die bij de aanleg of installatie van die constructies, toestellen, werktuigen en installaties is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald. Alle onderstaande verklaringen en definities zijn van toepassing op de in de voorschriften gebruikte benamingen en termen, aangevuld met, dan wel in afwijking van de in NEN 5880 (Afval en afvalverwijdering, Algemene termen en definities) en de NEN 5884 (Afval en afvalverwerking, termen en definities voor bouw- en sloopafval) gegeven verklaringen en definities. BESTELADRESSEN: publicaties zijn in ieder geval verkrijgbaar bij de onderstaande instanties: AI-bladen bij: SDU Service, afdeling Verkoop Postbus 20025 2500 EA DEN HAAG telefoon (070) 378 98 80 telefax (070) 378 97 83 www.sdu.nl
PGS-richtlijnen zijn digitaal verkrijgbaar via www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl
DIN, DIN-ISO, NEN, NEN-EN, NEN-ISO, NVN-normen en NPR-richtlijnen bij: Nederlands Normalisatie-instituut (NEN), Afdeling verkoop Postbus 5059 2600 GB DELFT telefoon (015) 269 03 91 telefax (015) 269 01 90 www.nen.nl
BRL-richtlijnen bij: KIWA Certificatie en Keuringen Postbus 70 2280 AB RIJSWIJK telefoon (070) 414 44 00 telefax (070) 414 44 20
InfoMil is het informatiecentrum in Nederland over milieu wet- en regelgeving. www.infomil.nl
BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN (BBT): Voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die - kosten en baten in aanmerking genomen - economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede
R. Kroesbergen Cuijk BV, Hapsebaan 33 Vianen NB
12/13
begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld. BREF: Referentiedocument waarin over een onderwerp o.a. de beste beschikbare technieken zijn beschreven. GELUIDBELASTING: De etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau. GELUIDSNIVEAU IN DB(A): Het niveau van het ter plaatse optredende geluid, uitgedrukt in dB(A), overeenkomstig de door de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC) terzake opgestelde regels, zoals neergelegd in de IEC-publicatie no. 651, uitgave 1989. LANGTIJDGEMIDDELDE BEOORDELINGSNIVEAU (LAr,LT): Het A-gewogen gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid en zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, tonaal geluid of muziekgeluid, vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai’, uitgave 1999. MAXIMAAL GELUIDSNIVEAU (LAmax): Het hoogste A-gewogen geluidsniveau, afgelezen in de meterstand ‘fast’, verminderd met de meteocorrectieterm Cm. De meterstand ‘fast’ komt overeen met een tijdconstante van 125 ms.
REPRESENTATIEVE BEDRIJFSSITUATIE: Toestand waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode. WONING: Een gebouw of deel van een gebouw dat voor bewoning gebruik wordt of daartoe is bestemd.
R. Kroesbergen Cuijk BV, Hapsebaan 33 Vianen NB
13/13