05 Transitievisie Warmte Cuijk.pdf
Tekst van het document
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
[Company name]
Transitievisie Warmte Cuijk
Titel
[Document subtitle]
OP WEG NAAR EEN AARDGASVRIJE GEMEENTE
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
Verantwoording Titel Opdrachtgever
Transitievisie Warmte Cuijk: Op weg naar een aardgasvrije gemeente Gemeente Cuijk
Auteur(s)
Eefje van Empel en Jannet Leeuwdrent
Technisch Adviseur
Rianne Raat
Aantal pagina’s
41
Datum
5 februari 2021
Status
Definitief
Australiëlaan 5 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com
Hogepad 85 7462 TB Rijssen T + 31 88 163 53 00 E dwa@dwa.nl
Wapenrustlaan 11 7321 DL Apeldoorn T +31 55 2000 253 E info@buroloo.nl
9
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
Inhoudsopgave
5.5
Match bronnen en warmtevraag .............................................. 18
5.6
Lokale kansen en beperkingen .................................................. 20
5.7
Techniekkeuze ........................................................................... 21
5.7.1 Collectieve aanpak ................................................................... 21 Inleiding........................................................................................... 3 1.1
Waarom de warmtetransitie? ..................................................... 3
1.2
Een visie voor de regio Land van Cuijk ........................................ 3
1.3
Positie en doel van de Transitievisie Warmte............................. 4
1.4
Leeswijzer.................................................................................... 4 Uitgangspunten ............................................................................... 5 Samenwerken aan de warmtetransitie........................................... 7
3.1
De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden ................. 7
3.2
Samenwerking............................................................................. 7 Alternatieven voor aardgas............................................................. 9
4.1
De isolatieopgave ........................................................................ 9
4.2
Temperatuur van de warmtebron ............................................ 10
4.3
Wat zijn de alternatieven voor aardgas? .................................. 11
4.4
Hoe bepaal je welke techniek waar komt? ............................... 14 De transitieopgave in Cuijk ........................................................... 15
5.1
Naar een aardgasvrij Cuijk ........................................................ 15
5.2
De warmtevraag........................................................................ 15
5.3
Besparingspotentie ................................................................... 15
5.4
Beschikbare bronnen in de gemeente ...................................... 16
5.7.2 Individuele aanpak naar woningtypologie ............................... 21 Vervolgstappen ............................................................................. 24 6.1
In drie stappen toewerken naar aardgasvrij gereed ................. 24
6.2
Starten met besparen ............................................................... 25
6.3
Technische en financiële haalbaarheid onderzoeken ............... 26
6.4
Initiatieven ondersteunen en stimuleren ................................. 27
6.5
Kans op een aardgasvrije wijk voor 2030? ................................ 27 Financieringsmogelijkheden ......................................................... 28
7.1
Een betaalbare transitie ............................................................ 28
7.2
Betaalbaarheid van de warmtetransitie ................................... 29
7.3
Financiering en kosten nog onduidelijk .................................... 30
Bijlage I – Begrippenlijst ........................................................................ 31 Bijlage II – Toelichting warmtetechnieken ............................................ 35 Bijlage III – Kaart bouwjaren ................................................................. 40 Bijlage IV – Investeringen per alternatief.............................................. 41 Bijlage V – Wat levert isoleren (naast milieuwinst) op? ....................... 41
2
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
Inleiding In 2016 ondertekende Nederland het Klimaatakkoord van Parijs. Vanaf dat moment werken we nog intensiever aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2. In 2030 dient de CO2 uitstoot met 49% teruggebracht te zijn ten opzichte van 1990 en in 2050 moet dit zelfs 95% zijn. Eén van de manieren om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen is het verminderen van het aardgasgebruik. Aardgas gebruiken we voor het verwarmen van ons huis, warm water en koken. De Rijksoverheid heeft als doel gesteld dat uiterlijk in 2050 alle gebouwen in Nederland van het aardgas af zijn. Deze overgang naar een aardgasvrije leefomgeving is onderdeel van de energietransitie. Het is de overgang van energiegebruik uit fossiele brandstoffen zoals aardgas, naar volledig duurzame energie uit zon, wind, water, bodem en biomassa.
1.1 Waarom de warmtetransitie? Voor u ligt de Transitievisie Warmte (TVW) van Cuijk. In deze visie beschrijven we de route naar een aardgasvrij Cuijk in 2050. Deze visie moet door alle gemeenten in Nederland uiterlijk in 2021 worden opgesteld en vormt het startpunt van de warmtetransitie. Het terugdringen van het aardgasgebruik heeft een positief effect op de uitstoot van broeikasgassen. Maar er zijn nog twee belangrijke redenen waarom Nederland in 2050 aardgasvrij moet zijn volgens de Rijksoverheid. Ten eerste is Nederland met lokaal opgewekte warmte minder afhankelijk van andere landen. Door te kiezen voor lokale bronnen houden we zelf de regie in handen. Ten tweede speelt de aardbevingsproblematiek in Groningen een rol. Door het aardgasgebruik in ons land terug te dringen, kan de aardgaswinning in Groningen verder worden afgebouwd.
Warmte- & energietransitie Binnen de energietransitie zijn twee sporen te onderscheiden. De energie die we in Nederland gebruiken is grofweg te verdelen in warmte en elektriciteit. Uiteraard hebben deze sporen wel raakvlakken. Zo kan elektriciteit ook worden omgezet in warmte. We spreken daarom van de warmtetransitie als we spreken over het toewerken naar aardgasvrije woningen en gebouwen. De energietransitie is een breder begrip en heeft betrekking op de gehele energievoorziening, en gaat dus zowel over warmte als elektriciteit.
1.2 Een visie voor de regio Land van Cuijk Ondanks dat de transitie naar een opgave voor heel Op Op regionaal niveau wordt deaardgasvrij energietransitie breed isbehandeld. Nederland grotendeels is de regio Land van Cuijk gemeente-enendaardoor wijkniveau kijken we generiek eerst naaris,de warmtetransitie. uniek en vraagt de transitie om maatwerk. De regio Land van Cuijk bestaat Keuzes voor bepaalde bronnen van warmte kunnen de energievraag uit de gemeenten Boxmeer,maar Cuijk,als Grave, Mill en Sint Hubert en Sint namelijk nog beïnvloeden, dat gelijktijdig meegenomen moet Anthonis. Deze gemeenten zijn samen goed voor meer dan dertig kernen worden wordt de opgave te groot. en wijken, zoals Vierlingsbeek, Vianen, Escharen, Langenboom en Landhorst. Elk van die kernen en wijken heeft een eigen ontstaansgeschiedenis en een eigen karakter. Dat zien we terug in de verscheidenheid aan historische gebouwen en unieke musea, maar ook aan de afwisselende natuurgebieden. De inwoners van de regio Land van Cuijk zijn gastvrij en zorgen graag voor anderen en elkaar. De Transitievisie Warmte sluit aan op de kenmerken van de verschillende gemeentes en inwoners in de regio Land van Cuijk, en zoekt oplossingen die het beste zijn voor deze mooie regio.
3
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
In deze Transitievisie Warmte voor de regio Land van Cuijk, en meer specifiek de gemeente Cuijk geven we richting aan hoe woningen en gebouwen in Cuijk in de toekomst verwarmd kunnen worden zonder aardgas. Daarnaast wordt er beschreven welke stappen hiervoor gezet moeten worden vóór 2030. Het gaat hierbij om uitgangspunten en potentiële oplossingen, niet om definitieve beslissingen. Bij het zetten van stappen focussen we dus niet op wijken. In het volgende hoofdstuk (uitgangspunten) gaan we in op de uitgangspunten die bepalen waar we wel willen starten.
1.3 Positie en doel van de Transitievisie Warmte In het Klimaatakkoord is afgesproken dat elke gemeente voor het eind van 2021 een TVW heeft opgesteld. Een TVW is een beleidsdocument dat een eerste richting geeft aan de aanpak van het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. In de TVW beschrijft de gemeente hoe zij toewerkt naar dit doel. De TVW is geen star document en wordt elke vijf jaar of zoveel eerder als nodig is, herzien. Dit geeft ook de mogelijkheid om nieuwe technieken te overwegen en te kiezen als die beter passen. Ook kunnen ervaringen uit wijken waar al is gestart in deze herziening worden meegenomen. Bij elke update wordt de planning voor de komende vijf jaar gemaakt, gekoppeld aan een lange termijn doorkijk naar 2050. Het document biedt bewoners en eigenaren perspectief en geeft de netbeheerder een indicatie van de te verwachten veranderingen in netbelasting.
1.4 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk bekijken we de door de vijf gemeenten gezamenlijk opgestelde uitgangspunten. Deze zijn belangrijk voor het bepalen van de techniekkeuze per wijk. In hoofdstuk 3 gaan we in op het participatietraject van de warmtetransitie en de rol die de gemeente hierin
TVW, WUP & RES Deze TVW maakt onderdeel uit van drie documenten die we in het kader van het nationale Klimaatakkoord moeten opstellen, namelijk de Regionale Energiestrategie (RES), de Transitievisie Warmte (TVW) en de Wijkuitvoeringsplannen (WUP). In de RES komt de bovenregionale afstemming om warmtebronnen te verdelen tussen regio’s en gemeenten aan bod. Daarnaast geeft de RES aan hoe gemeenten kunnen samenwerken voor de opwekking van duurzame elektriciteit en bevat het inzicht in hoe de regio de energieproductiecapaciteit voor de regio kan realiseren. Voor wijken (of kleine kernen) waar de gemeente de komende 10 jaar aan de slag gaat, worden na de TVW wijkuitvoeringsplannen opgesteld. In de WUP’s staat in detail wanneer woningen precies van het aardgas af gaan, welke alternatieve warmtebron(nen) er zijn, wat de technisch-financiële aspecten zijn, wat afstappen van aardgas betekent voor bewoners en andere belanghebbenden. En er staat ook in hoe het participatieproces eruit ziet.
heeft. In hoofdstuk 4 gaan we in op de alternatieven van aardgas: welke warmtebronnen zijn er nog meer en wat kenmerkt deze bronnen? In hoofdstuk 5 nemen we u mee in de opgave voor Cuijk. We analyseren de warmtevraag en bronnen in de gemeente. Vervolgens bespreken we de oplossingsrichtingen per deelgebied. Hierbij bekijken we het mogelijke alternatief voor aardgas op basis van bouwjaar en woningdichtheid. In hoofdstuk 6 staan we stil bij de te doorlopen vervolgstappen op weg naar een aardgasvrije gemeente. Tot slot wordt de betaalbaarheid van de warmtetransitie voor de verschillende doelgroepen en mogelijke instrumenten om de financiering te verbeteren, besproken in hoofdstuk 7. Voor de leesbaarheid is in bijlage I een begrippenlijst met daarin veel voorkomende begrippen opgenomen.
4
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
Uitgangspunten Binnen de samenwerking in de regio Land van Cuijk zijn gezamenlijke uitgangspunten geformuleerd. De uitgangspunten voor de warmtetransitie die we in dit hoofdstuk presenteren, vormen de basis voor de transitie van de gemeente en zijn richtinggevend. Energie besparen staat voorop Er zijn verschillende technische mogelijkheden om te komen tot een aardgasvrij Cuijk in 2050. Hoe deze mix aan technische mogelijkheden er in 2050 uit komt te zien, weten we op dit moment nog niet precies. Isoleren is echter, ongeacht de techniekkeuze per woning, altijd een goede keuze. Hiermee brengen we de warmtevraag en de energierekening omlaag, hoeven we minder duurzame energie op te wekken en gaan we comfortabeler wonen. We gaan van start Om in 2050 aardgasvrij te zijn, moeten we nu starten. Alleen dan hebben inwoners en andere belanghebbenden voldoende tijd om op logische momenten over te stappen van aardgas op een duurzame warmtebron. We gaan van start met het aardgasvrij gereed maken van woningen: isoleren en het nemen van andere maatregelen zoals het koken op inductie. Daarnaast wordt er gestart met een aantal onderzoeken en worden meekoppelkansen in beeld gebracht.
Deze meekoppelkansen zijn mogelijkheden waarbij aangehaakt wordt op ontwikkelingen in de omgeving, zoals renovaties van corporatiewoningen en/of de openbare ruimte, vervanging van riolering, aanpassingen van het openbaar groen en klimaatadaptatie. Dit soort mogelijkheden kunnen kosten en overlast van de transitie verminderen. Door deze meekoppelkansen in beeld te brengen, onderzoeken uit te voeren en van inwoners te horen waar men
al aardgasvrij wil worden, kunnen tussen nu en vijf jaar een aantal gebieden worden aangewezen waar middels een (wijk)uitvoeringsplan concreet wordt toegewerkt naar een aardgasvrije omgeving. We kiezen voor haalbare technieken en luisteren naar bewoners Om te starten in een wijk, dorp of kern is het belangrijk dat het technisch en financieel uitvoerbaar is. We zetten daarom op de korte termijn in op bewezen technieken, waarbij de maatschappelijke en eindgebruikerskosten in balans zijn. Nu nog niet haalbare technieken (zoals waterstof) geven we daarom nu nog geen concrete plek in de warmtetransitie, maar nemen we wel mee in onze afwegingen. Elke vijf jaar, als de visie wordt herzien, kijken we welke nieuwe technieken in beeld zijn gekomen en welke woningen hier in de toekomst gebruik van zouden kunnen maken. De TVW is hiermee een langetermijnvisie, maar met voldoende momenten om tussendoor bij te sturen waar wenselijk of noodzakelijk. Daarnaast staan we als gemeente open voor goede ideeën van inwoners, maar moeten ook deze ideeën technisch en financieel uitvoerbaar zijn. Betaalbaar, betrouwbaar en goed voor de lokale economie Ons uitgangspunt is een energievoorziening die betaalbaar en toegankelijk is voor alle bewoners, ondernemers en andere gebruikers. Het streven daarbij is dat de woonlasten zoveel mogelijk gelijk blijven in vergelijking met het huidige aardgasverbruik.
Om dit mogelijk te maken moet er per techniek gekeken worden naar de meest wenselijke financieringsconstructie. Zodat de maatschappelijke en eindgebruikerskosten zoveel mogelijk in balanszijn. Daarnaast dient de alternatieve warmte beschikbaar te zijn gedurende het hele jaar. Ons
5
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
streven is dat de warmtetransitie een bijdrage levert aan de lokale economie. Door te kiezen voor lokale bronnen en lokale aannemers en leveranciers kunnen we de geldstromen die voortvloeien uit de warmtetransitie binnen de regio houden. Samenwerken Om alle gebouwen anders te gaan verwarmen, is samenwerking nodig. Samenwerken met onder meer de gebouweigenaren, het Waterschap Aa en Maas, woningcorporatie Mooiland en netbeheerder Enexis. We willen er voor zorgen dat deze visie het startpunt is om over te gaan op uitvoering, dat we samen aan de slag kunnen. Daarom is het belangrijk in de visie samen te werken, zodat alle partijen de visie kennen en dragen. Alleen zo kunnen we het doel halen om in 2050 geheel aardgasvrij te zijn. De gemeente heeft in de samenwerking de regie en daarmee een sturende en vooral verbindende rol.
6
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
Samenwerken aan de warmtetransitie 3.1 De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden Alle inwoners, bedrijven, instellingen en andere partijen krijgen met de warmtetransitie te maken. De gemeente neemt de regie in het proces om de warmtetransitie met zowel deze partijen als de samenwerkingspartners te doorlopen. Want geen enkele partij kan deze transitie zelf en onafhankelijk van elkaar doorlopen. Haar rol is om te luisteren, adviseren, informeren en partijen samen te brengen. Er zijn een aantal belangrijke keuzes die de gemeente daarbij maakt. Ten eerste bedenkt de gemeente hoe zij haar inwoners en andere stakeholders gaat betrekken bij het proces en welke mate van invloed zij aan de inwoners en de andere stakeholders gaat geven. Ten tweede bepaalt de gemeente in welk tempo de gebouwde omgeving aardgasvrij moet worden. Ten slotte beslist de gemeente in hoeverre zij de warmtetransitie integraal aanpakt en de warmtetransitie laat samenhangen met andere maatschappelijke opgaven. De Transitievisie Warmte geeft door antwoord te geven op voorgaande vragen de gezamenlijke focus en richting die nodig is om aan de slag te gaan. Het maakt keuzes inzichtelijk, borgt een zorgvuldige politieke besluitvorming en plaatst lopende en nieuwe initiatieven in een centraal kader.
Dat vraagt om schakelen en verbinden: tussen overheid, bewoners en bedrijven, tussen individuele en collectieve mogelijkheden, en tussen schaalniveaus van regio tot woning. Het doel van de warmtetransitie mag dan duidelijk zijn, de weg ernaar toe is dat niet. Transities verlopen niet lineair en vragen om flexibiliteit, maatwerk en veel van elkaar leren. Er is geen beste of kant-en-klare oplossing. Kennis en techniek ontwikkelen snel en er zijn veel
onbeantwoorde vragen, zowel op technisch als maatschappelijk vlak. We bundelen diverse losse projecten om deze vervolgens te kunnen koppelen aan een gezamenlijke ambitie en een gedeeld belang. Dit schalen we vervolgens op, tot een visie voor de gemeente.
3.2 Samenwerking Omdat afstemming en samenwerking in de warmtetransitie belangrijk is, is er ook in de aanloop naar de Transitievisie Warmte samengewerkt met verschillende partijen. Niet alleen is er sprake van een samenwerking tussen de vijf gemeenten, ook andere partijen zijn bij het proces betrokken geweest. Zo hebben de gemeenten samen met de woningbouwcorporatie Mooiland, de netbeheerder Enexis en het waterschap Aa en Maas tijdens een digitale sprintsessie nagedacht over de technische mogelijkheden per type woning en gebied. De woningcorporaties hebben veel woningen in het Land van Cuijk en daarmee een bijzondere positie in dit traject. De corporaties hebben veel kennis over hun woningen en al veel ervaring met het reduceren van CO2-uitstoot. Bovendien kunnen de corporaties een grote bijdrage leveren om de verduurzaming in buurten en wijken op gang te krijgen. Er zijn afspraken gemaakt om intensief met elkaar te gaan samenwerken. Mooiland gaat net als de gemeente de komende jaren inzetten op isoleren en besparen. Energiebesparing is een leidend principe in onze gedeelde warmtetransitie. We gaan de komende jaren samen optrekken in onze besparingsopgave, hiervoor worden afspraken gemaakt in een duurzaamheidsakkoord. Zo heeft Mooiland de ambitie om in 2030 een
7
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK gemiddeld woonbestand met label A te hebben. In bijlage VI staat een nadere uitwerking van de samenwerking. Veel alternatieven voor aardgas leiden tot een hoger verbruik van elektriciteit. Een verhoogd verbruik van elektriciteit kan gevolgen hebben voor het elektriciteitsnetwerk. Daarom is Enexis vanaf het begin betrokken bij deze TVW. Door onze kennis te bundelen en het gesprek aan te gaan willen we voorkomen dat er onnodige maatschappelijke kosten worden gemaakt. Warmte halen uit afvalwater of oppervlakte water is een alternatief voor aardgas. Indien deze technieken worden ingezet is het waterschap een belangrijke partner. De regierol ligt bij de gemeente en de gemeente wil deze rol ook nadrukkelijk pakken. De gemeente onderhoudt contacten met alle partijen. Indien er sprake is van de aanleg van een warmtenet ligt er een belangrijke rol voor de gemeente. Het is dan aan de gemeente om te
zorgen dat alle partijen vertegenwoordig zijn. Dat het einddoel een betaalbaar alternatief voor aardgas voor inwoners bovenaan staat. Het is aan de gemeente om er voor te zorgen dat een eventuele warmtebron optimaal wordt benut en er niet gedaan wordt aan “cherry picking”. Nu deze Transitievisie Warmte is opgesteld, wordt hiermee het startsein afgegeven voor een verdere en intensievere samenwerking met reeds betrokken partijen en inwoners. Samen wordt de route naar een aardgasvrije gemeente in 2050 uitgestippeld. Een route die door onderlinge gesprekken en meer inzichten in de loop van de jaren steeds duidelijker wordt. We starten met het inkleuren van de aardgasvrijroute door gesprekken met de inwoners te voeren. Beginnend met gesprekken met de wijk- en dorpsraden en bestaande energiecoöperaties. Dit geeft de gemeente een beeld van wat er leeft, waarna er gericht op wijk- of dorpsniveau aanvullende informatie verstrekt kan worden of gesprekken gevoerd kunnen worden.
8
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
Alternatieven voor aardgas In Cuijk werken we toe naar een aardgasvrije toekomst, waarin we als het buiten koud is onze huizen comfortabel kunnen verwarmen. Maar hoe gaan we dat doen? Welke alternatieven zijn er voor aardgas? Hoeveel warmte is er eigenlijk nodig per woning en wat betalen we daarvoor?
4.1 De isolatieopgave De eerste stap die we zetten in de warmtetransitie is het verminderen van de warmtevraag. Dit is belangrijk, want voor alle warmte die we kunnen besparen hoeft geen duurzaam alternatief gevonden te worden. Isoleren staat centraal bij het verminderen van de warmtevraag. Isolatie zorgt voor besparing en is daarmee op termijn terug te verdienen. We beschouwen isoleren als een noregret- of ‘geen spijt’-maatregel. Welke alternatieve warmtebron er ook komt, het is altijd een maatregel die positief bijdraagt aan de warmtetransitie en de portemonnee.
Ondanks dat isoleren maandelijks geld kan opleveren, kan niet elke woning geschikt gemaakt worden voor een lage temperatuurverwarming. In oudere woningen moet soms zoveel gebeuren dat dit financieel niet langer opweegt tegen de baten. Dit geldt met name voor oudere huizen, waar de buitengevel volledig vervangen moet worden om een voldoende isolatiewaarde te bereiken. Vanaf 1992 is in het Bouwbesluit een eis opgenomen voor de isolatiewaarde van een nieuwbouwwoning. Bij woningen gebouwd voor 1992 varieert de isolatiewaarde aanzienlijk en moet deze per woning worden vastgesteld. In deze visie is daarom een onderscheid gemaakt bij een techniekkeuze tussen woningen gebouwd na 1992 en woningen gebouwd voor 1992. In realiteit hoeft deze grens niet zo scherp te zijn en zijn ook veel woningen gebouwd na 1980 geschikt voor lage temperatuurwarmte wanneer vloer, ramen en dak zijn geïsoleerd.
Hoeveel er per woning in isolatie geïnvesteerd kan worden, hangt sterk af van de soort woning en de renovaties die reeds hebben plaatsgevonden. Zo zijn woningen gebouwd vanaf de jaren ‘90 al behoorlijk energiezuinig. Maatregelen zoals extra isolatie om de energiezuinigheid van de woning te verbeteren hebben in die gevallen een relatief klein effect in vergelijking met het effect van de maatregelen bij oudere woningen. Woningen in de gemeente Cuijk zijn van verschillende bouwjaren. Een groot deel van de woningen is gebouwd in de periode voor 1975. De verwachting is dat een groot deel van deze woningen een grote isolatieopgave heeft. Door aan deze isolatieopgave te werken wordt veel minder CO2 uitgestoten. Zoals zichtbaar is in Figuur 1. Figuur 1: CO2 besparing per jaar door isolatiemaatregelen of de aanschaf van zonnepanelen, bron Milieu Centraal
9
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
4.2 Temperatuur van de warmtebron Nadat de isolatie-graad in kaart is gebracht, moet er bepaald worden welke alternatieve warmtebronnen er gebruikt gaan worden voor het verwarmen van de woningen. Een van de belangrijkste onderscheidende kenmerken om te bepalen of een warmtebron geschikt is voor het verwarmen van een woning, is de temperatuur. In figuur 2 zijn de beschikbare warmtebronnen grafisch uiteengezet ten opzichte van het temperatuurniveau. De temperatuur van een warmtebron bepaalt namelijk welke isolatie en warmteafgifte maatregelen de woning moet hebben. Hoge temperatuur (HT) warmtebronnen zijn vaak makkelijker in te passen in bestaande huizen; er hoeven minder aanpassingen plaats te vinden.
Bij lage temperatuur (LT) warmtebronnen moet de warmteafgifte infrastructuur intensiever worden aangepast en moet de woning goed geïsoleerd zijn. Denk daarbij aan vloerverwarming en boilervaten voor het warme tapwater. Omdat er vaak onvoldoende HT-warmtebronnen voor handen zijn, is het een logische keuze om te beginnen met het toepassen van LT-warmtebronnen in nieuwere gebouwen die al een betere isolatiegraad hebben.
Figuur 2: Bronnen onderverdeelt van lage temperatuur (LT) naar hoge temperatuur (HT)
10 Figuur 2 Figuur 3
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
4.3 Wat zijn de alternatieven voor aardgas? Technisch gezien zijn er drie oplossingsrichtingen om van het aardgas af te stappen in de gebouwde omgeving: individuele oplossingen, warmtenetten of duurzame gassen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om meerdere technieken te combineren. We spreken dan over een hybride alternatief voor aardgas. Elke techniek maakt gebruik van andere bronnen en heeft unieke eigenschappen die bepalen waar welke techniek in te zetten is. De technieken die mogelijk kunnen zijn in de regio Land van Cuijk worden hier besproken. In bijlage II wordt een uitgebreide toelichting gegeven per techniek. Individueel Woningeigenaren die op een individuele oplossing over gaan, kiezen voor een alternatief voor aardgas dat in of rondom de woning wordt gerealiseerd. Ze zijn hiermee niet afhankelijk van wat hun buren doen en kunnen op een voor hen wenselijk moment overstappen van aardgas op een duurzamere techniek. Individuele oplossingen zijn een elektrische warmtepomp, houtpelletketels en innovatieve oplossingen. (Elektrische) warmtepomp – een (elektrische) warmtepomp maakt gebruik van omgevingswarmte (lucht-, bodem- of water) die ze middels elektriciteit naar een temperatuur van ongeveer 35 graden brengen. De warmtepomp is hiermee een veel gekozen individuele oplossing voor goed geïsoleerde woningen.
Wanneer er door een warmtepomp warmte uit de bodem wordt gehaald, gebeurt dit middels bodemlussen die warmte uit de bodem onttrekken. Warmte uit de lucht wordt middels een buitenunit een soort grote omgekeerde ventilator - aan de lucht onttrokken. Omdat elektrische warmtepompen gebruik maken van omgevingswarmte die overal voorkomt, zijn warmtepompen in elke gemeente te gebruiken. Een aandachtspunt is echter dat ze alleen geschikt zijn voor goed geïsoleerde
woningen. De techniek is daarom niet geschikt voor alle woningen in de regio Land van Cuijk. Hybride warmtepomp – een alternatief voor de volledig elektrische warmtepomp is een hybride warmtepomp. Dit is een warmtepomp die naast een traditionele gas cv-ketel wordt gehangen. Hierbij verwarmt de warmtepomp de woning het grootste deel van het jaar, maar wordt de woning tijdens de koudste dagen verwarmd door de gas cv-ketel. Daarnaast zorgt deze gas cv-ketel voor de verwarming van het water. Deze techniek is in principe voor elke woning waar voldoende ruimte naast de cv-ketel aanwezig is geschikt, mits er voor 2050 voldoende duurzaam gas aanwezig is om in deze gasvraag te voorzien. Ook is deze techniek met name geschikt om in de overgangsperiode tot 2050 te gebruiken. Houtpelletketels - in houtpelletketels worden speciale houtpellets verbrand. De ketels staan der discussie omdat de duurzaamheid ervan beperkt is als het hout niet uit de regio komt, het lang duurt voordat de CO2 die vrijkomt bij verbranding weer is opgenomen door de natuur en ze de luchtkwaliteit beïnvloeden. Houtpelletketels moeten daarom alleen in bepaalde woningen in het buitengebied van de regio Land van Cuijk worden ingezet.
Innovatieve oplossingen - naast de genoemde oplossingen wordt er nu nog gewerkt aan andere oplossingen zoals een volledig elektrische warmtepomp die geschikt is voor slechter geïsoleerde huizen of het terugwinnen van warmte uit melk bij melkveebedrijven. Deze en andere technieken worden de komende jaren in de gaten gehouden en indien relevant in een volgende versie van de Transitievisie Warmte meegenomen.
11
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK Warmtenetten Warmtenetten zijn collectieve netwerken van warm water waarmee woningen en andere gebouwen verwarmd worden. Warmtenetten komen voor in verschillende temperaturen, namelijk hoge temperatuur (> 70 C), midden temperatuur (tussen 40 C en 70 C) en lage temperatuur (< 40 C). Of een warmtenet geschikt is als alternatief voor aardgas, hangt af van de bebouwingsdichtheid in een gebied en of er voldoende warmte-afnemers zijn. Het afzetgebied van een warmtenet wordt bepaald door de hoeveelheid warmte die een bron kan leveren, de temperatuur van de bron en de kosten van het verkrijgen van warmte uit de bron. Mogelijke bronnen voor warmtenetten zijn restwarmte, geothermie en aquathermie.
bebouwingsdichtheid en/of voldoende warmte-afnemers. En daarmee mogelijk alleen interessant voor delen van Boxmeer en Cuijk.
Restwarmte - bij industriële processen ontstaat er soms warmte die een bedrijf zelf niet meer nuttig kan gebruiken. Deze restwarmte kan een warmtenet van warmte voorzien. Voorwaarde hierbij is dat er altijd een alternatieve bron beschikbaar moet zijn, mocht het bedrijf weggaan. De temperatuur van een warmtenet op restwarmte is afhankelijk van de temperatuur van de bron. In de regio Land van Cuijk komen niet veel geschikte restwarmtebronnen voor. Alleen in Cuijk en Boxmeer liggen er mogelijk goede kansen. In de andere gemeenten komen er geen of nauwelijks bedrijven voor met restwarmte geschikt voor een warmtenet.
Aquathermie - is een overkoepelende term voor warmte uit oppervlakte(TEO), afval- (TED) en drinkwater (TED). Warmte uit drinkwater ontstaat bij het afkoelen van drinkwater, voordat het in het net gaat. Warmte uit oppervlaktewater en afvalwater kan direct uit de bron (rivier, rioolwaterzuivering) worden gewonnen. De warmte van deze drie bronnen zorgt voor de verwarming van een lage temperatuur warmtenet. Voor bronnen met een lagere temperatuur, zoals de Maas, kan vaak een kleiner warmtenet gerealiseerd worden. Dat betekent dat deze techniek ook voor kleinere kernen geschikt kan zijn. Een warmtenet op aquathermie is daarom voor een aantal kernen binnen de regio Land van Cuijk een geschikte optie, waaronder voor Boxmeer, Cuijk en Grave. Alleen in de gemeenten Sint Anthonis en Mill en Sint Hubert liggen weinig kansen voor aquathermie.
Geothermie – warmte afkomstig uit de bodem en aarde kan middels verschillende technieken een woning van warmte voorzien. Met geothermie bedoelt men het gebruik van warmte uit diepe aardlagen(dieper dan 500 meter) die gebruikt kan worden voor de verwarming van water in een warmtenet. In diepe aardlagen wordt de aarde niet langer verwarmd door de zon, maar door de kern van de aarde. Warmte met geothermie als bron heeft een hogere temperatuur en een grote potentie, maar de winning brengt ook hoge kosten met zich mee. Deze techniek is hierdoor alleen geschikt voor gebieden met een hoge
Ondiepere vormen van bodemwarmte zoals een warmte-koude opslag (WKO) zijn in principe wel binnen alle vijf de gemeenten mogelijk, mits de bodemgesteldheid dit toelaat. Hierbij wordt de bodem gebruikt als opslag van warmte in de zomer en als opslag van kou in de winter. Deze warmte en koude kan vervolgens via een warmtenet naar goed geïsoleerde woningen en bedrijven gevoerd worden. Omdat dit een lage temperatuur betreft, is deze techniek niet als enkelvoudige bron voor alle woningen geschikt
12
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK Duurzaam gas Via bestaande of nieuwe gasnetten kunnen duurzame en hernieuwbare gassen worden vervoerd. De toekomstige beschikbaarheid van deze hernieuwbare gassen is nog grotendeels onbekend. Zo zijn duurzame gassen op dit moment schaars. Er zijn drie vormen van duurzaam gas: biogas, groengas en waterstofgas. Een overzicht van de verschillende soorten gassen en de bijbehorende specificaties van deze gassen is gegeven in Figuur 3. Biogas – biogas en groengas worden beide van biomassa zoals mest, groente-, fruit- en tuinafval en slib gemaakt. Door deze biomassa te vergisten, ontstaat biogas: een gas van goede maar andere kwaliteit dan aardgas. Dit gas kan daardoor niet worden gemengd met aardgas, waardoor het niet aan onze bestaande gasnetwerken kan worden toegevoegd. Biogas is daarom een gas dat niet snel in wordt gezet om woningen te verwarmen. Alleen daar waar een gasleiding makkelijk afgesloten kan worden van het hoofdnetwerk en zo een eigen netwerk kan vormen, is biogas een geschikte oplossing. Op vakantieparken is dit vaak het geval en zou biogas mogelijk een geschikt alternatief zijn. Groengas – als biogas opgewaardeerd wordt, wordt het groengas genoemd. Dit is een gas dat wel met aardgas gemengd kan worden en dus in ons bestaande gasnet ingevoerd kan worden.
Om groengas op grote schaal te produceren, is er veel biomassa nodig en dient er een grote vergistingsinstallatie te worden geplaatst. Wanneer wordt besloten op grote schaal in te zetten op groengas, dient rekening gehouden te worden met mogelijke toekomstige veranderingen in de landbouwsector, waardoor het aanbod aan biomassa kan afnemen. Daarnaast speelt de vraag of groengas regionaal wordt toebedeeld of dat dit, net als aardgas, over heel Nederland wordt verdeeld. En of de techniek wel in grote hoeveelheden beschikbaar komt voor de woningbouw. Het is echter een
techniek die naar alle waarschijnlijkheid voor een aantal oudere en minder goed te isoleren woningen in de regio Land van Cuijk interessant is. Waterstofgas – waterstofgas is een product dat ontstaat door een molecuul water te splitsen in een waterstofdeeltje en een zuurstofdeeltje. Voor het splitsen van water is veel energie nodig. Veel waterstof dat nu wordt geproduceerd, is daarom nog niet duurzaam. We spreken daarbij van grijze waterstof. Dit is waterstof die met behulp van aardgas wordt geproduceerd en waarbij CO2 in de atmosfeer terechtkomt. Als deze CO2 wordt opgevangen en onder de grond wordt opgeslagen, spreken we van blauwe waterstof. Waterstof is echter pas echt een duurzame bron wanneer deze niet met aardgas maar met duurzaam opgewekte elektriciteit wordt gecreëerd. Op dit moment wordt hier hard aan gewerkt, maar deze techniek is niet op grote schaal beschikbaar. Of en in welke mate waterstofgas beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving, is dan ook nog niet bekend. Als het beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving, is dit naar verwachting voor een aantal woningen dat echt niet op een andere manier verwarmd kan worden.
Figuur 3: Overzicht van de verschillende soorten gas en het verschil hiertussen
13
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
4.4 Hoe bepaal je welke techniek waar komt? In tegenstelling tot aardgas, dat bijna elke woning in Nederland gebruikt, ziet onze toekomstige warmtevoorziening eruit als een mix aan warmtetechnieken. In de basis zal gelden dat hoge temperatuurbronnen schaars zijn en daar worden ingezet waar de woningen niet zonder deze bronnen kunnen. Daar waar woningen goed geïsoleerd zijn, kunnen lagere temperatuur bronnen worden gekozen. Welke techniek waar kan worden ingezet hangt daarom af van zowel de beschikbare bronnen als de energievraag, maar ook de bebouwingsdichtheid van een gebied heeft hier invloed op. 1. Woning- en wijktypologie – aspecten als hoogbouw/laagbouw en de woningdichtheid bepalen of een individuele of collectieve techniek voor de hand ligt. 2. Bouwjaar en isolatiegraad – het bouwjaar van een woning geeft vaak inzicht in de mate van isolatie en daarmee de geschiktheid voor HT of LT. De bouwjaren voor de gebouwen in de gemeente Cuijk zijn weergegeven in Bijlage III. Hetzelfde kan gezegd worden over energielabels; deze geven accurater weer wat de isolatiewaarde is. Echter is niet van alle woningen in Nederland het energielabel bekend of bijgewerkt na het treffen van maatregelen. 3. Beschikbare bronnen – er moet gekeken worden welke bronnen er in de omgeving beschikbaar zijn.
Zo is bijvoorbeeld de potentie voor thermische energie uit oppervlaktewater sterk afhankelijk van de aanwezige hoeveelheid oppervlaktewater en stroomsnelheid en verschilt per gebied de mogelijkheid voor geothermie
14
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
De transitieopgave in Cuijk 5.1 Naar een aardgasvrij Cuijk De gemeente Cuijk is op weg om in 2050 aardgasvrij te zijn, in lijn met de nationale doelstelling. Om deze doelstelling te behalen, moeten we de warmtevraag omlaag brengen en woningen anders gaan verwarmen. In dit hoofdstuk gaan we in op wat deze transitieopgave voor Cuijk inhoudt en welke bronnen er binnen de gemeente aanwezig zijn om in de warmtevraag te voorzien.
5.2 De warmtevraag Cuijk telt circa 25.000 inwoners die wonen in circa 11.000 woningen. Deze woningen zijn verspreid over het dorp Cuijk, de zes kleine kernen Beers, Haps, Katwijk, Linden, Sint Agatha en Vianen en omliggend buitengebied. Ongeveer 70% van alle woningen liggen in het dorp Cuijk. Hier is ook de grootste warmtevraag van de gemeente. Daarna volgt Haps, onder andere door de warmtevraag van de hier gelegen industrie (zie figuur 4). De totale warmtevraag van alle gebouwen, inclusief kantoorpanden, winkels en scholen, maar exclusief de proceswarmte gebruikt door de industrie, ligt rond de 500 TJ. Hiervan is ongeveer 90% afkomstig van de woningen.
5.3 Besparingspotentie
Figuur 4: Warmtevraag gemeente Cuijk, per buurt.
In deze Transitievisie Warmte zoeken we naar het meest optimale pakket aan energiemaatregelen. Dat wil zeggen een combinatie van isolatie en een bijpassende warmtevoorziening. Minder energie gebruiken is vaak de eerste en belangrijkste stap. De komende jaren zullen er daarom op grote schaal woningen geïsoleerd moeten worden. Sommige woningen zijn al goed geïsoleerd of nog goed na te isoleren en daardoor geschikt voor zowel lage als hoge temperatuur warmtebronnen. Andere woningen zijn mogelijk niet goed na te isoleren om ze geschikt te maken voor bijvoorbeeld laagtemperatuurwarmtebronnen. Dat betekent niet dat daar geen grote besparingspotentie is. Vaak is dat juist wel het geval. De besparingspotentie – dat wat je kunt besparen door te isoleren - verschilt 15
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
5.4 Beschikbare bronnen in de gemeente De theoretische potentie van warmtebronnen in Cuijk is in figuur 5 weergegeven, uitgedrukt in woningequivalenten. Een woningequivalent is een inschatting van de hoeveelheid warmte-energie die nodig is om een gemiddelde Nederlandse woning van ruimteverwarming en warm water te voorzien. De warmte vanuit de bodem en water is theoretisch gezien vrijwel onbeperkt, maar zal in de praktijk een stuk lager liggen. Ook voor de andere warmtebronnen geldt dat de theoretische potentie niet altijd technisch of economisch toepasbaar is als warmtebron. De warmtebronnen en hun toepasbaarheid voor de gemeente Cuijk zullen in deze paragraaf achtereenvolgend worden besproken. TEO is kansrijk De potentie van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) biedt in theorie veel kansen voor de gemeente Cuijk. De Kraaijenbergse plassen bij
Theoretische warmtepotentie vs. totale vraag 15.000 13.000
Woningequivalenten
sterk per buurt. In buurten gebouwd tussen 1940 en 1975 is vaak de meeste winst te behalen door te isoleren. Woningen die in de jaren ’80 werden gebouwd, hebben tijdens de bouw al een zekere mate van isolatie meegekregen, volgens de toen geldende bouwnormen. Woningen van na 2005 zijn dusdanig goed geïsoleerd dat het over het algemeen niet zinvol is om extra isolatie toe te voegen. Voor de gemeente Cuijk zorgt inzetten op isolatie in met name Katwijk en Cuijk de Valuwe daarom naar verwachting voor de grootste daling in de warmtevraag. Dit betekent echter niet dat er in de andere buurten geen maatregelen genomen dienen te worden op het gebied van isolatie. Daar waar isolatie mogelijk is, is het altijd verstandig om dit te doen. Dit geldt zeker ook voor de industrie in de gemeente Cuijk.
11.000 9.000 7.000 5.000 3.000 1.000 -1.000
Potentie
Totaal weq in Cuijk
Figuur 5: Theoretische warmtepotentie in de gemeente Cuijk, afgezet tegen de totale vraag uitgedrukt in woningequivalenten. Lichtblauw=theoretisch gezien onbeperkt
Linden bieden een hoeveelheid warmte tot 6 TJ/jaar. De warmtepotentie uit de Maas is nog omvangrijker. De relatief lage temperatuur van deze warmte is inzetbaar voor de aanleg van één of meerdere warmtenetten. De warmte kan door een warmtewisselaar onttrokken worden uit het rivierwater en via een warmtenet worden geleverd aan woningen en gebouwen voor direct gebruik of worden opgeslagen in de bodem, in een WKO-systeem. De WKO kan dienen als buffer: in de winterperiode kan
16
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK warmte worden gebruikt die in de zomerperiode uit het rivierwater is onttrokken. Om de daadwerkelijke toepasbaarheid en dus warmtepotentie van TEO ten bate van warmtevoorziening voor de gemeente te kunnen bepalen, zal nader onderzoek nodig zijn. Diepe geothermie mogelijk kansrijk De bodemgesteldheid in de gemeente lijkt slechts deels geschikt voor diepe geothermie. De warmtecontour met goede tot mogelijke warmtepotentie beslaat slechts een deel van de gemeente Cuijk, namelijk het gebied rondom Cuijk de Valuwe, Cuijk kern en Katwijk. Hoewel de economische rendabiliteit relatief laag zal zijn, is diepe geothermie voor Cuijk een kansrijke techniek om te onderzoeken. Potentie voor restwarmte In de gemeente Cuijk kan restwarmte een belangrijke rol gaan spelen in een deel van de warmtevraag. Er zijn op dit moment enkele bedrijven bekend die mogelijk significante lage temperatuur restwarmte kunnen leveren, waaronder Danone. Ook is bekend dat de BECC aanzienlijk veel restwarmte kan leveren, zowel op hoge, midden als lage temperatuur. Dit biedt mogelijkheden voor enkele kleine warmtenetten. Biogas heeft potentie In de gemeente is biogas beschikbaar met een potentie tot circa één derde deel van de warmtevraag in de gemeente.
Er is nog wel enige onduidelijkheid over de beschikbaarheid van biogas voor de gebouwde omgeving: na 2030 wordt naar verwachting een groeiende vraag naar groen gas verwacht vanuit industrie en mobiliteit (zwaar verkeer), omdat er voor deze sectoren beperkte andere mogelijkheden zijn om te verduurzamen.
Mogelijke potentie riothermie Ook uit de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) en twee gemalen in de gemeente kan restwarmte worden gewonnen. Voordeel van riothermie/TEA is dat het een constante warmtebron is die zowel ‘s zomers als ’s winters beschikbaar is. Het is een lage temperatuurbron, die collectief (via een warmtenet) ingezet kan worden. Nader onderzoek is nodig om de daadwerkelijke toepasbaarheid en dus warmtepotentie van TEA ten bate van warmtevoorziening voor de gemeente te kunnen bepalen. Biomassa wordt al benut In Cuijk wordt in de Bio Energie Centrale Cuijk (BECC) regionale biomassa uit reststromen al omgezet in duurzame warmte, en in groene stroom. De warmtepotentie die is weergegeven in figuur 5 geeft de situatie weer waarin alle beschikbare biomassa zou worden omgezet in warmte. Op dit moment is er veel discussie gaande over de duurzaamheidsaspecten van biomassa, onder andere gericht op de uitstoot van fijnstof en roet en de herkomst van het organisch materiaal. Dat betekent dat we zorgvuldig moeten kijken naar de daadwerkelijke potentie van deze bron. Potentie voor bodemlussen en beperkte rendabiliteit WKO In een groot deel van Cuijk is bodemenergie mogelijk. In de gemeente is er allereerst veel potentie voor bodemlussen. Bodemlussen zijn mogelijk wanneer woningen niet te dicht op elkaar staan, zoals in het buitengebied.
Voor warmte-koudeopslagsystemen (WKO) zijn er enkele belemmeringen in de gemeente. Met name rond Beers en Vianen kan waarschijnlijk geen bodemwarmte worden onttrokken naar aanleiding van de aandachtsgebieden aardkundige waarden en archeologie. Hetzelfde geldt voor ondiepe geothermie. Ondiepe geothermie zit qua diepte en daarmee 17
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK ook qua potentie tussen een WKO en diepe geothermie in. Voor ondiepe geothermie geldt dus ook dat slechts een gedeelte van de gemeente Cuijk hier vanuit technisch oogpunt verwarmd mee kan worden (dezelfde warmtecontour als bij diepe geothermie). De economische haalbaarheid is naar verwachting wel groter dan diepe geothermie. De vraag is echter of dit voldoende is voor een rendabele businesscase.
5.5 Match bronnen en warmtevraag In theorie kan de warmtevraag van de gemeente Cuijk worden gedekt met de potentiële hoeveelheid beschikbare warmte uit de gemeente (zie figuur 5). Dit is grotendeels warmte van lage temperatuur, en deels ook van midden en hoge temperatuur. In tabel 1 is een aantal aspecten per buurt weergegeven dat richting geeft aan de warmtetransitie. De buurten zijn aflopend gerangschikt op aantal woningequivalenten per buurt. De buurten met de grootste aantallen woningen zullen ook de grootste warmtebehoefte hebben. Deze staan bovenaan. Het bouwjaar van de woningen is kenmerkend voor de mate van isolatie. Voor woningen met matige tot slechte isolatie is het meest voor de hand liggende om, na afdoende isolatie, aan te sluiten op een hoge temperatuur warmtenet. Aansluiten op een warmtenet met lagere temperatuur is voor deze woningen vaak economisch gezien niet rendabel. Een andere mogelijkheid voor deze woningen is het inzetten van individuele warmtebronnen. Voor woningen met redelijke tot goede isolatie is het, afhankelijk van de situatie, mogelijk om aan te sluiten op een lage temperatuur warmtenet, of om te kiezen voor een individuele warmte-oplossing.
De mate van stedelijkheid geeft de bebouwingsdichtheid in een buurt aan:
Matig stedelijk (1000-1500 adressen/km2) Weinig stedelijk (500-1000) Niet stedelijk (<500).
Hoe stedelijker de buurt, hoe haalbaarder het is om te kiezen voor een collectieve aanpak richting het aardgasvrij maken van de woningen De buurten met de hoogste mate van stedelijkheid en een hoog aantal woningequivalenten hebben een warmtevraag die voldoende groot is om een warmtenet haalbaar te maken. Concreet gaat het om de buurten Cuijk kern, Heeswijkse kampen en De Valuwe en industriegebied, en mogelijk Padbroek. Voor deze buurten geldt dat de woningen van ná 1991 mogelijk verwarmd kunnen worden middels een warmtenet op basis van lage temperatuur. Voor de woningen van vóór 1991 is een warmtenet op basis van hogere temperaturen vereist. Voor alle andere buurten is het minder waarschijnlijk dat de aanleg van een warmtenet haalbaar is. Hier liggen individuele of collectieve maatwerkoplossingen meer voor de hand.
De in tabel 1 weergegeven opdeling in isolatiegraad, is gebaseerd op de verwachte isolatie bij een woning uit een bepaalde categorie bouwjaren. De daadwerkelijke isolatie van een huis kan hier echter van afwijken.
18
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
Tabel 1: karakterisering buurten gemeente Cuijk, cijfers PBL en CBS (2020).
Percentage woningen Percentage woningen Percentage woningen Woning<1946 tussen 1946-1975 1975-1991 Buurtnaam equivalenten Stedelijkheid Slechte isolatie Matige isolatie Redelijke isolatie Cuijk kern 3097 matig 12 29 Cuijk Heeswijkse K. 3022 matig 0 1 Cuijk Padbroek 1637 weinig 0 49 Cuijk De Valuwe 1578 matig 0 77 Haps kern 1020 niet 8 33 Cuijk industriegebied 668 matig 39 19 Beers kern 606 niet 10 39 Vianen kern 421 niet 6 43 Haps buitengebied 279 niet 50 19 Beers buitengebied 198 niet 47 27 Sint Agatha kern 185 niet 21 33 Katwijk havengebied 143 niet 31 31 Katwijk kern 140 weinig 15 56 Vianen buitengebied 112 niet 26 53 Linden kern 103 niet 29 37 Sint Agatha buiteng. 68 niet 47 29 Katwijk buitengebied 43 weinig 58 21 Cuijk buiteng. ten ZW 31 niet 56 35 Linden buitengebied 26 niet 44 20 Cuijk buiteng. ten W 19 niet 65 21
Percentage woningen na 1991 Goede isolatie 19 40 44 1 31 13 32 22 10 17 17 23 18 10 22 5 12 6 33 6
36 59 7 19 20 20 15 25 11 6 14 6 3 7 9 17 7 0 0 5 19
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
5.6 Lokale kansen en beperkingen Binnen de gemeente Cuijk zijn er warmtespecifieke, maar ook sociale kansen waarop ingespeeld kan worden ten behoeve van de warmtetransitie. In figuur 6 zijn deze kansen weergegeven, en deze worden vervolgens kort toegelicht. Kansen Hiernaast is een visuele weergave te zien van de warmtekansen die er zijn binnen de gemeente Cuijk. Hierbij geldt dat de lage temperatuur warmte uit oppervlaktewater en uit de Maas in potentie voor veel buurten inzetbaar is. Verder kan de gemeente Cuijk mogelijk gebruik maken van relatief veel restwarmte, van zowel lage, midden als hoge temperatuur. Deze warmtebronnen zijn verspreid door heel de gemeente. Mogelijk zal ook het RBL-bedrijventerrein restwarmte genereren, maar dat is nu nog onduidelijk. Naast de warmtekansen zijn er ook mogelijke aanjagers van de warmtetransitie binnen de gemeente Cuijk. Binnen de gemeente is het Cuijks Energiecollectief in samenwerking met de bewoners al actief bezig om gezamenlijk energie te besparen en op te wekken. Daarnaast is het verstandig om met lokale gemeenschappen in gesprek te gaan om mogelijkheden voor warmteoplossingen te verkennen. Bedreigingen De lage bebouwingsdichtheid in het buitengebied en de kleine kernen beperken de mogelijkheden voor een gezamenlijke transitie richting aardgasvrij.
Op deze plekken is het vaak economisch niet rendabel om te gaan voor een collectieve warmteoplossing op buurtniveau.
Maas
BECC
Gemaal
Gemaal Kraaijenbergse plassen
RBL terrein RWZI
Figuur 6: kansen voor de warmtetransitie in de gemeente Cuijk (blauw=LT, oranje=MT, rood=HT, lampje=energiecollectief)
Er kan echter wel gekeken worden naar manieren om op kleinere schaal collectief te verwarmen.
20
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
5.7 Techniekkeuze De woningtypes en bouwjaren in Cuijk zijn zeer divers. Er is daarom niet één alternatief voor aardgas aan te wijzen als meest geschikt. In 2050 worden de gebouwen in Cuijk naar verwachting dan ook verwarmd middels een mix aan warmtebronnen en technieken. Voor inwoners van sommige buurten betekent dit dat deze techniek gelijk is aan de techniek van de buren. In andere buurten – daar waar veel verschillende type woningen naast elkaar staan – is het logisch dat de techniek kan verschillen met de techniek die je buren gebruiken. Om de buurten van de gemeente Cuijk te verduurzamen en op termijn van het aardgas af te laten gaan, zijn er twee verschillende aanpakken denkbaar. Per aanpak staat een uitwerking van de buurt(typ)en die doorgaans onder die aanpak vallen.
5.7.1 Collectieve aanpak De nabijheid van een potentiële warmtebron verhoogt voor buurten de mogelijkheid om collectief te worden verwarmd. Hierbij kan het gaan om restwarmte van de industrie, goede mogelijkheden voor de winning van aardwarmte of een kans om dichtbij thermische energie uit oppervlaktewater te winnen. Op basis van deze warmtebronnen kunnen warmtenetten worden aangelegd. Hoe hoger de bevolkingsdichtheid en hoe groter de warmtevraag, hoe meer de buurt (of een deel daarvan) zich leent voor de aanleg van een warmtenet. Uit tabel 1 en figuur 6 valt af te leiden voor welke buurten een collectieve inzet van warmtebronnen het meest haalbaar lijkt:
Cuijk De Valuwe: ligging aan de Maas (LT warmtebron) Cuijk Heeswijkse Kampen: ligging aan de Kraaijenbergse plassen (LT warmtebron), mogelijk inzet restwarmte BECC (MT of HT warmtebron)
Cuijk kern: ligging aan de Maas (LT warmtebron), mogelijk inzet gemaal (LT warmtebron) Haps kern: geen hoge stedelijkheid, maar ligging dichtbij RWZI en bedrijventerrein RBL.
Naast de woningdichtheid, warmtevraag en de aanwezigheid van de warmtebronnen, is de isolatiegraad van de woningen belangrijk voor de daadwerkelijke mogelijkheid om woningen of buurten collectief te verwarmen middels een warmtenet. Hierin geldt dat een betere isolatiegraad een lagere temperatuur van het warmtenet aan kan.
5.7.2 Individuele aanpak naar woningtypologie Voor de overige buurten is er geen directe aanleiding om voor te sorteren op een collectieve warmteoplossing door middel van een warmtenet. De mogelijkheden die er wel zijn, worden hieronder per woningtypologie toegelicht. Hierbij wordt op grote lijnen de categorisering van tabel 2 gevolgd. De buurten met een mix aan bouwjaren, of die een specifieke aanpak vragen, komen daarna aan de orde. Buurten met woningen gebouwd na 1992 In 1992 is het bouwbesluit ingevoerd. Dit houdt in dat woningen gebouwd na deze periode aan een bepaalde isolatienorm moesten voldoen. Deze woningen zijn daarom grotendeels geschikt te maken voor lage temperatuur verwarming. De woningen in deze buurten zijn in de meeste gevallen relatief eenvoudig en goedkoop te isoleren naar het niveau waarop kan worden overgeschakeld van een cv-ketel naar een moderne luchtwarmtepomp. In de buurt Heeswijkse Kampen en Cuijk Kern zijn warmtepompen daarom een mogelijke oplossing. Een luchtwarmtepomp waarbij warmte uit de lucht onttrokken wordt, lijkt voor de buurten de meest logische keuze vanwege de beperkte ruimte rondom de woning. Voor nieuwere woningen in het buitengebied is een bodemwarmtepomp mogelijk een geschiktere oplossing. Een goed moment voor het installeren 21
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK van een warmtepomp is een natuurlijk moment, bijvoorbeeld als de ketel aan vervanging toe is. Buurten met gelijksoortige woningen tussen 1940 en 1992 Deze woningen hebben op dit moment een hoge warmtevraag en een hoge temperatuur techniek ligt daarom voor de hand. Voor de buurten waar de kansen voor de aanleg van een gezamenlijk warmtenet lager zijn (zie 5.7.1), ligt een hybride warmtepomp met duurzaam gas op dit moment het meest voor de hand. Isolatie is in buurten met deze woningen kostbaar. In de buurten waar er veel gelijksoortige woningen naast elkaar voorkomen, kan gezamenlijk de isolatieopgave worden aangepakt, waardoor de kosten omlaag gaan. Een oplossing waarbij de woningen door middel van midden- of lage temperatuur worden verwarmd, wordt hiermee in principe ook mogelijk. Afhankelijk van daadwerkelijke mogelijkheden hiervoor, is in dit geval een warmtepomp een wenselijke optie. Buurten met een mix aan oude, veelal vooroorlogse woningen In buurten, buurten of straten met veel oude woningen, staan woningen die veelal lastig geïsoleerd kunnen worden. Als spouwmuren ontbreken en een aantal panden een monumentale status heeft, is isoleren (bijna) niet mogelijk of erg kostbaar. Dit geldt uiteraard ook voor de vooroorlogse woningen die verspreid door de gemeente staan.
Na mogelijke isolatie hebben deze woningen daarom behoefte aan een hoge temperatuur oplossing. Bij gebrek aan warmtenet mogelijkheden, ligt het gebruik van duurzaam gas, waar mogelijk in combinatie met een hybride warmtepomp, in deze gebieden op de korte termijn het meest voor de hand. Buurten met een mix aan bouwjaren Daar waar een mix aan bouwjaren voorkomt is het waarschijnlijk dat een
mix aan verschillende oplossingen het eindbeeld in 2050 vormt. Warmtepompen, hybride warmtepompen en gasketels komen hier waarschijnlijk allemaal voor. Voorbeelden van deze buurten zijn de kernen van de meeste dorpen. Voor deze buurten geldt daarom sturing op de volgende route: 1. Isolatie heeft te allen tijde prioriteit (voor de oudere én de nieuwere woningen). 2. Indien mogelijk wordt vervolgens gekozen voor een all-electric oplossing met warmtepomp of een kleinschalig collectieve oplossing. 3. Als dit kostentechnisch niet haalbaar is, wordt op de korte termijn ingezet op hybridewarmtepompen waarmee de aardgasvraag flink zal dalen. 4. Op de lange termijn kunnen woningen met nieuwe technieken mogelijk alsnog all-electric worden gemaakt of wordt het aardgas vervangen met een duurzaam gas. Als er in een buurt geen warmtebron aanwezig is of een collectieve oplossing haalbaar blijkt, kan er natuurlijk wel gezamenlijk worden opgetrokken. Bijvoorbeeld door isolatiemateriaal of warmtepompen gezamenlijk in te kopen. Buitengebied In het buitengebied staan woningen veelal verder uit elkaar en zijn er veel oudere, soms monumentale boerderijen. Afhankelijk van het bouwjaar en het huidige energielabel van de woning, dient hier een keuze gemaakt te worden voor een techniek. Naast warmtepompen, hybride warmtepompen en duurzaam gas zijn hier vaak nog meer technieken mogelijk.
Zo zijn er allerlei innovaties om op boerderijen warmte te creëren. Bijvoorbeeld middels de ECO2000 die warmte uit melk haalt.
22
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK Daarnaast behoren pelletketels tot de mogelijkheid in het buitengebied, mits hier een goed koolstoffilter op zit en er lokaal hout wordt gebruikt. Bedrijventerrein In Katwijk havengebied en Cuijk industriegebied zijn met name bedrijven gevestigd. Omdat deze vaak zowel een warmte- als een koudevraag hebben, ligt een (collectief) WKO-systeem voor de hand. Individueel aan de slag kan uiteraard ook. Een warmtepomp is hierbij de meest geziene oplossing.
Tabel 2: Buurten Cuijk in alfabetische volgorde met het voorkeursalternatief
Buurten
Katwijk kern
Cuijk Heeswijkse Kampen
Cuijk de Valuwe, Padbroek en Kern Katwijk havengebied en Cuijk industriegebied Beers kern en buitengebied, Linden kern en buitengebied, Haps kern en buitengebied, Sint Agatha kern en buitengebied, Vianen kern en buitengebied, Katwijk buitengebied, Cuijk buitengebied ten westen en ten zuid-westen. Buitengebieden (totaal)
Voorkeursalternatief Uitgangspunt is individueel maatwerk. Isolatie heeft prioriteit. Inzetten op all-electric, anders hybride met op termijn duurzaam gas. mogelijkheden onderzoeken voor gebruik maken restwarmte BECC. Afhankelijk van nieuw aangebrachte warmtevoorziening in groot deel van de woningen: warmtenet o.b.v. restwarmte van de plassen en/of restwarmte BECC. Mogelijkheden collectieve aanpak door homogene buurtopbouw benutten. Hybride oplossing voor oudere woningen. LT/MT warmtenet o.b.v. LT warmte uit de Maas. Benut mogelijkheden voor gezamenlijke aanpak. Collectief WKO systeem met warmtepomp. Of individueel, per bedrijf.
Uitgangspunt is individueel maatwerk. Isolatie heeft prioriteit, wellicht collectief. Indien noodzakelijk en rendabel mogelijkheid van duurzaam gas bekijken.
23
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
Vervolgstappen 6.1 In drie stappen toewerken naar aardgasvrij gereed In hoofdstuk 2 is aangegeven dat we nog geen startwijken aanwijzen. Oftewel op de korte termijn worden inwoners niet verplicht om hun woning aardgasvrij te maken. In plaats daarvan werken we de komende jaren toe naar het aardgasvrij gereed maken van de gebouwde omgeving in Cuijk. Dit doen we in drie stappen die parallel lopen aan elkaar:
Onderzoeken Besparen We verlagen de CO2 uitstoot door het isoleren van woningen en het nemen van energiebesparende maatregelen te stimuleren.
Om een beter beeld te krijgen van de technisch en financieel haalbare mogelijkheden richten we ons de komende jaren op een aantal onderzoeken om zo de potentie van groen gas beter in beeld te brengen.
Inwoners en bedrijven betrekken De warmtetransitie moeten we gezamenlijk doorlopen. De gemeente gaat daarom het gesprek aan met de inwonersen bedrijven en staat open voor nieuwe ideeën.
Samenvattend zijn dit de stappen die binnen de gemeente Cuijk nu gezet kunnen worden om de transitie richting aardgasvrij te beginnen. Besparen: no-regret (geen spijt)-maatregelen Door in te zetten op maximaal isoleren van woningen en gebouwen, kunnen uiteindelijk complete buurten (langzamerhand) transitie gereed worden gemaakt. Dit zijn maatregelen waar nu al mee kan worden gestart. Onderzoeken: technieken met hoge potentie Het is van belang om gezamenlijk een onderzoek te starten naar de inzet van diepe of ondiepe geothermie op de langere termijn en de onttrekking van warmte uit de Maas op kortere termijn. Verder is er baat bij een gezamenlijk onderzoek naar de daadwerkelijke beschikbaarheid van biogas binnen de gemeenten in de regio Land van Cuijk en welke potentie er is om in elk geval op korte termijn biogas in te kunnen inzetten voor woningen. Door nu binnen de gemeente Cuijk te starten met een onderzoek naar de daadwerkelijke toepasbaarheid van restwarmtebronnen met grote potentie, kan beter in beeld worden gebracht welke woningen hier mogelijk gebruik van kunnen gaan maken, en welke technieken passend zijn om de beschikbare warmte te distribueren. Hierbij gaat het om restwarmte van Nutricia en BECC en warmte afkomstig van de RWZI (TEA).
Figuur 7: Overzicht van de drie stappen richting aardgasvrij gereed
24
TRANSITIEVISIE WARMTE CUIJK
Betrek inwoners: benut het sociaal kapitaal Verduurzaming van de gebouwde omgeving begint niet altijd met beslissingen van bovenaf. Soms hebben buurtbewoners bijvoorbeeld zelf al initiatieven ontwikkeld om hun woningen te verduurzamen. Het is belangrijk om op de hoogte te zijn van zulk soort initiatieven, en ze maximaal te ondersteunen, of juist te stimuleren als ze er nog niet zijn. In gesprek blijven met wijk- en dorpsraden is hierin onmisbaar. Betrek bedrijven: zoek het initiatief met bedrijven en op het bedrijventerrein Het is van belang om met bedrijven in het haven- en industriegebied in gesprek te gaan over enerzijds hun warmte- en koudevraag en anderzijds hun aanbod van restwarmte. Daardoor kan in kaart worden gebracht wat a) de collectieve mogelijkheden per gebied zijn om met collectieve WKOsystemen de warmte- en koudevraag aan te pakken, en b) welke hoeveelheid restwarmte er daadwerkelijk is.