05 Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat december 2020 compleet ont 4 januari 2021 - ruimtelijke on.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke Onderbouwing Woning Keizerstraat ongenummerd Beers
IDN:
NL.IMRO.1684………-ON01
Status: definitief juli 2020 gewijzigd december 2020
Inhoudsopgave
2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4.
Inleiding ............................................................................................................................3 Aanleiding .................................................................................................................3 Plangebied ................................................................................................................4 Vigerend bestemmingsplan ......................................................................................4 Leeswijzer .................................................................................................................5
3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.
Planologisch kader ...........................................................................................................6 Algemeen .................................................................................................................6 Rijksbeleid en Europese richtlijnen ...........................................................................6 Provinciaal en regionaal beleid .................................................................................7 Gemeentelijk beleid ................................................................................................11
4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6.
Planbeschrijving .............................................................................................................13 Locatie ....................................................................................................................13 Omschrijving plangebied ........................................................................................13 Toelichting planvoornemen en stedenbouw ...........................................................13 Beeldkwaliteit en architectuur .................................................................................14 Landschappelijke inpassing ....................................................................................16 Duurzaamheid ........................................................................................................17
5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7. 5.8. 5.9. 5.10. 5.11. 5.12. 5.13.
Uitgangspunten en effecten ...........................................................................................18 Inleiding ..................................................................................................................18 M.e.r. ............................................................................................................................18 Verkeer en parkeren ...............................................................................................18 Geluidhinder ...........................................................................................................18 Geurhinder ..............................................................................................................19 Externe Veiligheid ...................................................................................................19 Waterberging en infiltratie .......................................................................................21 Luchtkwaliteit ..........................................................................................................21 Bodem ....................................................................................................................22 Natuur .....................................................................................................................22 Cultuurhistorie en Archeologie
................................................................................24 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid ..............................................25 Conclusie ................................................................................................................26
6. Procedure .......................................................................................................................27 6.1. Overleg ...................................................................................................................27 6.2. Van ontwerp naar definitieve vergunning ...............................................................27 Bijlagen: 1 Bouwtitel Ruimte voor Ruimte 2 Inrichtingsplan 3 Akoestisch onderzoek 4 Bodem en asbestonderzoek 5 Ecologisch onderzoek 6 Tekening besluitvlak
Pagina 2 van 19
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
2.
Inleiding
2.1. Aanleiding Aan de Keizerstraat ligt perceel dat behoorde bij de woning aan de Keizerstraat 22. Het perceel was in gebruik als opslag voor het ter plaatse gevestigde bouwbedrijf. Nu het bedrijf niet meer ter plaatse is gevestigd is het plan opgepakt op het perceel een woning te bouwen.
Afbeelding 1.1. locatie plangebied Omdat het plan niet binnen het vigerende bestemmingsplan past, wordt voor de ontwikkeling met een omgevingsvergunning afgeweken van de regels in het bestemmingsplan. Deze omgevingsvergunning moet voorzien zijn van een goede ruimtelijke onderbouwing. Deze treft u hierbij aan.
Pagina 3 van 19
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
2.2. Plangebied Het plangebied ligt tussen de dorpskernen Vianen en Beers, aan de Keizerstraat.
Afbeelding 1.2. Globaal plangebied 2.3. Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan Buitengebied 2010, vastgesteld op 19 september 2011 door de gemeenteraad van Cuijk. Op grond van dit bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming Agrarisch met waarden – Landschapswaarden. Het bouwen van een woning op deze bestemming is niet toegestaan. Daarom wordt met omgevingsvergunning afgeweken van het bestemmingsplan.
Afbeelding 1.3. Uitsnede plankaart
4
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
2.4. Leeswijzer In Hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt het rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskader beschreven dat op het plangebied van toepassing is. Dit geeft een impressie van het planologisch kader van onderhavig bestemmingsplan. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de uitgangspunten van het plangebied besproken. Hierbij gaat het om de milieutechnische randvoorwaarden in het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt de planontwikkeling verder toegelicht. In hoofdstuk 5 wordt aangegeven of het plan economisch en maatschappelijk uitvoerbaar is. In hoofdstuk 6 wordt de procedure weergegeven.
5
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
3.
Planologisch kader
3.1. Algemeen In dit hoofdstuk wordt het relevante rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk beleid ten aanzien van de ruimtelijke structuur en de functionele structuur opgenomen. 3.2.
Rijksbeleid en Europese richtlijnen
3.2.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De SVIR benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. Het rijksbeleid is juridisch verankerd in het Barro. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. In de structuurvisie worden, naast de onderwerpen van nationaal belang, accenten geplaatst op het gebied van bestuurlijke verantwoordelijkheden. Het beleid betekent een decentralisatie van rijkstaken en bevoegdheden. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en lagere overheden, burgers en bedrijven krijgen, zolang het nationaal belang niet in het geding is, de ruimte om oplossingen te creëren. Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de SVIR en het Barro. Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is "duurzame verstedelijking". Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken.
Het gebruik van deze ladder is opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Hieronder wordt het volgende verstaan: 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Het initiatief betreft slechts het bouwen van een woning op een locatie dat in gebruik was als opslag voor een bouwbedrijf. Dit is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de ladder voor duurzame ontwikkeling. De ladder als zodanig hoeft daarom niet te worden doorlopen voor dit initiatief. Defensie In het Barro zijn regels opgenomen om een veilig en doelmatige gebruik van defensieterreinen te waarborgen. Het gaat bijvoorbeeld om veiligheidszones rond munitiedepots, obstakelvrije aanvliegroutes en radarverstoringsgebieden.
6
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
De gehele gemeente Cuijk heeft te maken met het radarverstoringsgebied en de funnel van militair vliegveld Volkel. In het vigerende bestemmingsplan (zie uitsnede bestemmingsplan hiervoor) is dit gebied beschermd op grond van artikel 36.2 (funnel) en 36.6 (radarverstoringsgebied). Op grond van deze artikelen mag niet hoger worden gebouwd dan 65 meter boven NAP (Radarverstoring). Met het onderhavige bouwplan wordt deze hoogte niet bereikt. 3.3.
Provinciaal en regionaal beleid
3.3.1.
Provinciale Omgevingsvisie
Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet (die naar verwachting in 2021 in werking treedt) en beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De provincie streeft in de omgevingsvisie naar het creëren van meerwaarde. Het handelen van de provincie is daarom gericht op het verknopen en verweven van opgaven en het zoeken naar synergie. Daarbij vindt de provincie het belangrijk om vanuit meerdere richtingen naar een ontwikkeling te kijken: • Een ‘diepe’ manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. • Een ‘ronde’ manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit.
• Een ‘brede’ manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie zijn één basisopgave en vier hoofdopgaven benoemd. De basisopgave is het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven zijn: • werken aan de Brabantse energietransitie; • werken aan een klimaatproof Brabant; • werken aan Brabant als slimme netwerkstad; • werken aan een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Het (sectorale) beleid wordt verder uitgewerkt in programma’s en de op te stellen omgevingsverordening. Het initiatief past binnen de Brabantse Omgevingsvisie. Met het initiatief wordt een bijdrage geleverd aan de hoofdopgave om te werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit door middel van het landschappelijk inpassen van het plangebied. 3.3.2.
Verodening Ruimte (Interim Omgevingsvisie Noord-Brabant).
De provincie Noord-Brabant heeft op 25 oktober 2019 de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant opgesteld. De Interim omgevingsverordening geeft aan (artikel 3.80) dat een ruimte voor ruimte woning in het landelijk gebied kan worden gerealiseerd als: • sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit zoals bepaald in artikel 3.80 lid 2; • de ruimte voor ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; • een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; • er geen aanzet is voor een stedelijke ontwikkeling in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Het initiatief voldoet aan deze uitgangspunten.
7
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
1. De bouw van een woning is toegestaan wanneer sprake is van aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit. Het initiatief voldoet aan lid 3 van artikel 3.80. Op grond van dit artikel hoeft niet voldaan te worden aan het vereiste van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit wanneer een bouwtitel is verworven bij de Ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte. Voor het initiatief is een titel aangekocht. Deze titel is opgenomen in bijlage 1. Daarbij kan gesteld worden dat sprake is van een winst van de omgevingskwaliteit omdat de woning wordt gerealiseerd op een perceel dat (deels) in gebruik was als opslagterrein voor een aannemersbedrijf. 2. De ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; Het plangebied is gelegen in een bebouwingsconcentratie, zie hiervoor paragraaf 3.4.2. Tevens wordt met de bebouwing aangesloten bij bestaande bebouwing. 3. Een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; De woning wordt gebouwd op een perceel gelegen tussen bestaande bebouwing. Het perceel is momenteel in gebruik als tuin en opslag voor een aannemersbedrijf. Het opslagterrein is omheind. Deze omheining wordt verwijderd en het terrein rondom de woning wordt een tuin aangelegd. 4.
Er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking Afweegbaar. De locatie ligt niet binnen het gebied Verstedelijking Afweegbaar (provinciale aanduiding). Conclusie Onderhavige ontwikkeling betreft de bouw van een woning middels de ruimte voor ruimte regeling op basis van een verkregen bouwtitel. Hiermee is voldaan aan het vereiste van winst voor omgevingskwaliteit. Er is sprake van landschappelijke inpassing en het plangebied ligt niet binnen het gebied Verstedelijking Afweegbaar.. Het initiatief voldoet daarmee aan het provinciaal beleid. 3.3.3
Water
Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat water zoveel mogelijk bovenstrooms • wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien nodig wordt overtollig water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen niet meer mogelijk is wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk • schoon wordt gehouden.
Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke
8
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Keur 2015 Waterschap Aa en Maas De Keur is een aanvulling op regels uit de Waterwet en is van toepassing op de rivieren, beken, sloten, grondwater en waterkeringen die in beheer zijn bij het waterschap. Maar ook op alle sloten en watergangen die eigendom zijn van anderen (o.a. agrariërs en tuinders). De voorschriften in de Waterwet en de Keur geven aan wat wel en niet mag en welke plichten er zijn.
Denk aan activiteiten zoals het lozen in oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater, het dempen van een sloot, of het plaatsen van een duiker of brug. Medewerkers van het waterschap controleren de naleving van de Keur en overtredingen worden bestraft. In de keur wordt er een algemene (reken)regel voor verhardingstoename van 2.000 t/m 10.000 m² gehanteerd en geldt een vrijstelling voor een verhardingstoename onder de 2.000 m² (zie ook hierna bij de watertoets). Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek. De watertoets bestaat uit twee onderdelen: de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder • vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoor• ding af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan.
Het waterschap Aa en Maas hanteert bij ruimtelijke ontwikkelingen een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. 1 Wateroverlastvrij bestemmen Bij de locatiekeuze voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de norm uit het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). In eerste instantie zal bij de locatiekeuze van een ontwikkeling gezocht moeten worden naar een plek 'die hoog en droog genoeg' is. Mocht dit echter niet mogelijk of wenselijk zijn, dan zal in de compenserende of mitigerende sfeer gezocht moeten worden naar maatregelen die het gewenste beschermingsniveau tegen wateroverlast helpen realiseren. Liever nog dan mitigeren of compenseren, wordt bij voorkeur gebouwd op locaties die als gevolg van hun ligging nú al voldoen aan de NBW-norm voor de toekomstige functie. 2 Gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater Het streefbeeld is het afvoeren van het vuile water via de riolering en het binnen het plangebied verwerken van het schone hemelwater. Afhankelijk van de omstandigheden ter plaatse kan een compromis gesloten worden, waarbij de minimale inzet (in bestaand bebouwd gebied) is om het
9
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
vuile en het schone water gescheiden aan te bieden op het (reeds aanwezige) gemengde rioolstelsel. Het waterschap zal echter niet akkoord gaan met de aanleg van nieuwe gemengde rioolstelsels. 3 Doorlopen van de afwegingsstappen: “hergebruik - infiltratie - buffering -afvoer” In aansluiting op het landelijke beleid (NW4, WB21) hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht dient te worden hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater. Hierbij worden de afwegingsstappen “hergebruik - infiltratie - buffering afvoer” (afgeleid van de trits “vasthouden - bergen - afvoeren”) doorlopen. Hergebruik van hemelwater wordt voornamelijk overwogen bij grootschalige voorzieningen als scholen, kantoorgebouwen ed. Voor particuliere woningen wordt dit, ook gezien de landelijke ervaringen met grijswatersystemen, niet gestimuleerd. Binnen grondwaterbeschermingsgebieden kunnen door de grondwaterbeheerder (provincie) aanvullende kwalitatieve eisen gesteld worden in de Provinciale Milieu Verordening. Ook kan een vergunning nodig zijn van de grondwaterbeheerder. 4 Hydrologisch neutraal ontwikkelen Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie.
Hierbij mag de natuurlijke GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) niet verlaagd worden en mag bijvoorbeeld bij transformatie van landelijk naar bebouwd gebied de oorspronkelijke landelijke afvoer in de normale situatie niet overschreden worden. Het waterpeil sluit aan bij optimale grondwaterstanden en in poldergebieden worden seizoensfluctuaties toegestaan. 5 Water als kans ”Water” wordt door stedenbouwkundigen bij inrichtingsvraagstukken vaak benaderd als een probleem (“er moet ook ruimte voor water gecreëerd worden, en m2 zijn duur”). Dat is erg jammer, want “water” kan ook een meerwaarde geven aan het plan, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de belevingswaarde van water. Zo is 'wonen aan het water' erg gewild, een mooie waterpartij met bijbehorend groen wordt door vele inwoners gewaardeerd etc. 6 Meervoudig ruimtegebruik “Er moet ruimte voor water gecreëerd worden, en m2 zijn duur”. Maar door bij de inrichting van een plangebied ruimte voor twee of meer doeleinden te gebruiken, is het “verlies” van m2 als gevolg van de toegenomen ruimtevraag vanuit water te beperken. Zo is het in bepaalde gevallen mogelijk om het flauwe talud ook te gebruiken als onderhoudsstrook. Flauwe taluds geven veel ruimte voor buffering van water, maar zijn ook te gebruiken voor recreatieve doeleinden (een fietspad dat af en toe niet te gebruiken is).
7 Voorkomen van vervuiling Bij de inrichting, het bouwen en het beheer van gebieden wordt het milieu belast. Vanuit zijn wettelijke taak ten aanzien van het waterkwaliteitsbeheer streeft het waterschap ernaar om nieuwe bronnen van verontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen. Deze bronaanpak is ook verwoord in het Emissiebeheersplan. Het waterschap besteedt hier reeds aandacht aan in de fase van de watertoets, zodat dit aspect als randvoorwaarde kan worden meegenomen in het verdere ontwerpproces. 8 Waterschapsbelangen Er zijn 'waterschapsbelangen' met een ruimtelijke component. Dit betreft het volgende: ruimteclaims voor waterberging • ruimteclaims voor de aanleg van natte EVZ's en beekherstel • aanwezigheid en ligging watersysteem • aanwezigheid en ligging waterkeringen • aanwezigheid en ligging van infrastructuur en ruimteclaims tbv de afvalwaterketen in • beheer van het waterschap. Indien deze belangen een rol spelen in het ruimtelijke plan dan zou hieraan in de toelichting, de regels en de verbeelding aandacht besteed moeten worden.
10
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
Het beleid van Waterschap Aa en Maas is van toepassing op plannen die voorzien in een toename van het verhard oppervlak met meer dan 2.000 m². Verplichte waterberging is voor plannen die hier niet aan voldoen niet van toepassing. 3.3.4
Cultuurhistorische waarden
Op het plangebied is artikel 3.29 cultuurhistorische waarden van toepassing. Een bestemmingsplan dat van toepassing is op een gebied met deze waarden is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart. Op grond van deze Waardenkaart is het plangebied onderdeel van het gebied Maasvallei. Het gebied ontleent zijn cultuurhistorische betekenis aan de landschappelijke zonering van laag-, midden- en hoogterras. De verschillen in inrichting en het gebruik van deze zones zijn nog redelijk goed herkenbaar in het huidige landschap. Bijzondere cultuurhistorische waarde heeft het Maasheggengebied. Voor het gebied is een ontwikkelingsstrategie bepaald. Deze houdt het volgende in. 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2. De cultuurhistorische waarden van de Maasvallei in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen: “Maasterrasseni” en “ Beerse en Baardwijkse Overlaat” (grotendeels in gebiedspaspoort Maaskant).
Dit kan door:;bij de uitbreiding van dorpen en steden meer aandacht te geven aan het beeld van het dorp of de stad vanuit het landschap;rekening te houden met belangrijke, vaak kwetsbare details, zoals steilranden en geulen, oude verkavelingen, sporen van oude wegen, oude heggen die karakteristiek zijn voor het landschap van de Maasvallei;alleen ruimte te geven aan de ontwikkeling van teelten die het bodemarchief in de archeologische en aardkundig waardevolle gebieden niet aantasten;afwisseling van kernen en open akkers op Maasterrasrug; 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van het archeologisch landschap: “Maasvallei” In het plangebied zijn geen bijzondere cultuurhistorische details aanwezig. Ook zijn er geen archeologische waarden aanwezig. Zie hiervoor ook hoofdstuk 4. 3.4.
Gemeentelijk beleid
3.4.1. Strategische visie Cuijk 2030 In de strategische Visie Cuijk 2030 wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven in de doelen die het gemeentebestuur wil bereiken op sociaal-maatschappelijk en ruimtelijk-economisch terrein. De visie bevat geen gedetailleerd eindplaatje, maar geeft wel de koers aan voor verschillende beleidsthema's op de middellange termijn. In de visie ligt de nadruk op het versterken van de toeristisch-recreatieve kwaliteiten. Met name De Maas, De Kraaijenbergse Plassen en het verrassende buitengebied bieden, in combinatie met het aantrekkelijke voorzieningenniveau, een unieke kans om een nieuw en sterke economische sector tot stand te brengen. Gelijktijdig wordt gewerkt aan een toekomst waarin goed wonen, ontwikkeling voorop staan. Vanuit het besef dat we ''samen sterker zijn'' wordt waar mogelijk ingezet op (regionale) samenwerking. In de strategische visie wordt niet specifiek ingegaan op solitaire woningbouw in het buitengebied. De strategische visie staat de uitvoer van het initiatief niet in de weg. 3.4.2. Beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties in het buitengebied van Cuijk De gemeente Cuijk heeft op 4 oktober 2010 de beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties in het buitengebied van Cuijk vastgesteld. In 2017 is deze notitie geactualiseerd. Deze nota is een uitwerking van het provinciale beleid om meer ontwikkelingsmogelijkheden in het buitengebied
11
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
mogelijk te maken. De beleidsnota geeft de gemeente de mogelijkheid om voor bepaalde bebouwingsconcentraties in het buitengebied een ruimer ontwikkelingskader op te stellen en tegelijkertijd de landschappelijke kwaliteit en de leefbaarheid behouden en waar mogelijk versterken. De beleidsnotitie omvat een gebiedsgerichte visie, die benut kan worden als ontwikkelingskader voor concrete initiatieven. De daarbij beoogde kwaliteitswinst (onder andere sloop, gewenste beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing) dient de gemeente vast te leggen in projectbesluiten, partiële bestemmingsplanherzieningen en eventueel privaatrechtelijke overeenkomsten. Nieuwe activiteiten moeten passen binnen het karakter en de schaal van het landelijk gebied. De notitie dient als inspiratiekader, ontwikkelingskader en toetsingskader voor ruimtelijke initiatieven in bebouwingsconcentraties, welke via een aparte planologische procedure kunnen worden afgewikkeld. Het is dus richtinggevend. Vanuit dit ‘basisproduct’ zal dus voor de initiatieven maatwerk plaats moeten vinden. Het doel van de beleidsnotitie is een ontwikkelingskader en toetsingskader te bieden voor ruimtelijke initiatieven in bebouwingsconcentraties. De visie dient als ontwikkelingskader en toetsingskader voor specifieke verzoeken.
Daarbij biedt de notitie een beleid voor vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen (VAB’s), Ruimte-voor-Ruimte-woningen (RvR-woningen) en sloop-bonus- en plant-bonusregelingen dient deze beleidsnotitie ook als kader voor initiatieven in het overig buitengebied.
Afbeelding 2.5. bebouwingsconcentratie nr. 3 Vianen
Conclusie Het planvoornemen voldoet aan het gemeentelijk beleid. Er is sprake van realisatie van 1 ruimte voor ruimte woning op een perceel met een agrarische bestemming dat feitelijk in gebruik is als tuin en opslag voor een aannemer. Het bouwen van van deze woning speelt in op de gegeven kansen beschreven in de gebiedsvisie. Doordat met een landschappelijk inrichtingsplan wordt gewerkt, versterkt dit het karakter van het landelijk gebied. Dit inrichtingsplan is als bijlage 2 toegevoegd. Hierdoor sluit het plan aan bij de gebiedsvisie Beers - Vianen De woning voldoet aan de regeling Ruimte voor Ruimte en wordt landschappelijk ingepast. Door middel van het verkrijgen van een Ruimte voor Ruimte titel kan deze woning in het plangebied worden gerealiseerd. Dit zorgt voor voor een verdere concentratie van woningen.
12
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
4.
Planbeschrijving
4.1. Locatie Het plangebied ligt aan de Keizerstraat naast huisnummer 22, ten westen van de kern Vianen. De omgeving kenmerkt zicht door een afwisseling van woningen, kleinschalige bedrijven en open ruimten. Het gebied is aangewezen als bebouwingsconcentratie. 4.2. Omschrijving plangebied Aan de Keizerstraat 22 ligt een woning waar een bouwbedrijf gevestigd was. Het perceel waar de woning gepland is, maakte onderdeel uit van deze woning en diende deels voor opslag.
4.3. Toelichting planvoornemen en stedenbouw Op het perceel wordt een woning gebouwd met een landelijk karakter. De woning voldoet aan de bouwregels zoals deze gelden voor de bestemming Wonen in het vigerende bestemmingsplan. De woning wordt conform de volgende stedenbouwkundige randvoorwaarden gebouwd: • 1 bouwlaag + kap • Goothoogte maximaal 3,5 meter en maximale nokhoogte 10 meter • Afstand hoofdgebouw tot zijdelingseperceelsgrenzen minimaal 2.5 meter • Voorgevelrooilijn minimaal 10 meter vanaf de weg • Grootte maximaal 1000m3 De woning wordt op de kavel gesitueerd in lijn met de naaste woningen. Zie hiervoor onderstaande situatieschets. Het betreft een woning met inpandige garage. De woning is het enige gebouw op het perceel. Ten behoeve van de omgevingsvergunning wordt een besluitvlak (bijlage 6) vastgesteld.
13
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
4.4.
Beeldkwaliteit en architectuur
Het initiatief voldoet aan de beleidsuitgangspunten van de beleidsvisie bebouwingsconcentratie en gebiedsvisie Beers-Vianen.De woning is gelegen in een bestaande bebouwingsconcentratie. Door het bouwen van de woning worden geen zichtlijnen belemmerd. Er is geen sprake van enige belemmering voor bijzondere zichten of plekken zoals een historische boerderij of markante boom of knik in de weg. De architectuur van de woning sluit aan bij de omliggende woningen en past met zijn landelijke karakter uitstekend in de omgeving. Ook de keuze en situering van de kap sluiten aan bij de naastgelegen percelen. Het materiaalgebruik en de kleuren van bouwplan passen in de omgeving. Het bouwplan is door de welstandscommissie goed gekeurd.
14
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
De realisatie van de woning biedt ruimte voor versterking van van de kwaliteit op zowel kavel- als gebiedsniveau. Op kavelniveau wordt het mogelijk om de niet ingepaste schuur op het perceel behorende bij Keizerstraat 18 in te passen. Zie uitsnede beleidsvisie hiernaast. Tevens wordt de erfbeplanting van de woningen aan de Keizerstraat 14 versterkt met het inrichtingsplan. Zie foto hieronder en verder paragraaf 4.5.
15
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
Zicht achterzijde bouwkavel, versterken groene inpassing
Op gebiedsniveau biedt de realisatie van de woning de gemeente de mogelijkheid om coulissen aan te leggen. Op grond van de ruimte voor ruimte regeling met de provincie, wordt een ca. 100.000 euro gestort (door de provincie) in het fonds Reserve Kwaliteitsverbetering buitengebied. 4.5.
Landschappelijke inpassing
De woning wordt gerealiseerd op een perceel tussen bestaande bebouwing. De landschappelijke inpassing wordt daarom verzorgd door aanleg van en tuin met groene terreinafscheiding. Aan de achterzijde van de kavel grenst een groenstrook aan de kavel. Deze zal worden versterkt op eigen terrein in plaats van het aanwezige met doek beklede hekwerk.
16
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
In de groenstrook aan de achterzijde van het perceel worden enkele notenbomen geplaatst. tevens worden enkele leilinden geplaatst ter afscheiding van de bedrijfslocatie aan de oostzijde van het perceel. Het inrichtingsplan is opgenomen in bijlage 2.
4.6.
Duurzaamheid
De gemeente heeft in haar structuurvisie innoveren en duurzaamheid als een van de leidende principes om te komen tot het totaalbeeld van de toekomstige ruimtelijke structuur opgenomen. In het kader van dit principe wordt de woning gasloos gebouwd en wordt het hemelwater op het eigen terrein geïnfiltreerd. De woning wordt verder voorzien van akoestische maatregelen zoals voorgeschreven in het akoestisch onderzoek (Bijlage 3). Hierdoor wordt voldaan aan de wettelijke geluidsnormen.
17
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
5.
Uitgangspunten en effecten
5.1. Inleiding Op grond van de Wro moet een voor initiatief waarvoor op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo wordt afgeweken van het bestemmingsplan worden vastgesteld of het initiatief redelijkerwijs uitvoerbaar en aanvaardbaar is, mede gelet op ruimtelijke randvoorwaarden vanuit andere wet- of regelgeving en bindend beleid op het terrein van bodem, water, natuur, landschap, milieu en veiligheid. In het bijzonder mag daarbij geen onevenredige aantasting plaatsvinden van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en in de omgeving aanwezige (agrarische) bedrijven, waarbij wat betreft mogelijke hinder of overlast voor gevoelige functies en/of belemmeringen voor ontwikkelingsmogelijkheden van de (agrarische) bedrijven, rekening gehouden dient te worden met relevante milieuhygiënische aspecten (geur, geluid, luchtkwaliteit en veiligheid).
5.2.
M.e.r.
Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten die (uiteindelijk) kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Een m.e.r.-procedure staat nooit op zichzelf maar is altijd gekoppeld aan de procedure die moet worden doorlopen voor het betreffende plan of besluit, de zogenoemde 'moederprocedure' of 'hoofdprocedure'. Naast de eisen van de 'moederprocedure' moet ook worden voldaan aan de eisen van de m.e.r.-procedure, bijvoorbeeld bij het opstellen van een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunningaanvraag. De bouw van 1 woning is niet zelfstandig m.e.r.-plichtig. De activiteit komt niet voor op de C-lijst van het besluit Milieueffectrapportage. De bouw van 1 woning kan niet gezien worden als een stedelijk ontwikkelingsproject. Een m.e.r.-beoordeling is derhalve niet nodig. 5.3. Verkeer en parkeren In het plangebied wordt 1 extra woning gerealiseerd. Het extra verkeer is derhalve te verwaarlozen. Parkeren vindt op eigen perceel plaats. Het perceel is zijn ruim genoeg voor voldoende parkeerplaatsen (minimaal 2) op eigen terrein. 5.4.
Geluidhinder De Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat elke weg een geluidszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur en wegen waarvan op grond van een vastgestelde geluidsniveaukaart vaststaat. Dit betekent dat bij het bouwen van de woning rekening gehouden moet worden met het geluidsniveau van de weg. Het plangebied gelegen binnen een wettelijke geluidszone van een weg en aan de Keizerstraat. De Keizerstraat ter plaatse betreft een smalle, weg in het buitengebied die nagenoeg uitsluitend gebruikt wordt door de aanwonenden. Slechts zeer sporadisch wordt de weg door gemotoriseerd verkeer gebruikt als verbinding tussen grotere doorgaande wegen in het buitengebied. Omdat aan de weg slechts enkele zijn gelegen is er niet of nauwelijks verkeer op de Keizerstraat. Hoewel formeel binnen de geluidszone op grond van de Wgh 1 nieuwe woning wordt gerealiseerd, kan op basis van de lokale situatie en het feit dat de woning op 10 meter van de
18
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
weg wordt gerealiseerd, worden gesteld dat de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai ter hoogte van de woning niet wordt overschreden. De ruimte voor ruimte woning wordt opgericht tussen twee bestaande woningen en wordt verder omringd door bestaande woningen. Voor wat betreft het wegverkeer is geen akoestisch onderzoek noodzakelijk Bedrijfshinder Naast het perceel zijn bedrijven gevestigd. Het betreft een zeer kleinschalig autobedrijf en een bloemenhandel. Omdat de te bouwen woning binnen 30 meter van de inrichtingen wordt gerealiseerd is door Tritium een akoestisch onderzoek uitgevoerd. (zie bijlage 3). In het onderzoek is op de gevels van de beoogde woning de geluidbelasting bepaald ten gevolge van alle geluidrelevante activiteiten van de bloemenhandel (maatgevend bedrijf). Aan de hand hiervan is bepaald of er in de toekomstige situatie sprake is van een akoestisch verantwoord woon- en leefklimaat en dus van een goede ruimtelijke ordening ter plaatse van de beoogde woning. Tevens is onderzocht of door de komst van de woning, de bloemenhandel niet wordt beperkt in haar bedrijfsvoering. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • De beschouwde situatie voldoet aan het BBT principe daar er redelijkerwijs geen maatregelen te treffen zijn.
• De gehele voorgevel en rechter zijgevel en de eerste verdieping van de achtergevel zullen als 'dove' gevel worden uitgevoerd. • Onder de voorwaarde van voornoemde 'dove' gevels kan met betrekking tot het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) worden gesteld dat ter plaatse van de beoogde woning voldaan wordt aan de eis van 45 dB(A) etmaalwaarde behorende bij stap 2 uit de VNG-uitgave. • Onder de voorwaarde van voornoemde 'dove' gevels kan met betrekking tot de maximale geluidniveaus (LAmax) worden gesteld dat ter plaatse van de beoogde woning wordt voldaan aan de geluideis van 65 dB(A) etmaalwaarde behorende bij stap 2 uit de VNG-uitgave. • Met betrekking tot indirecte hinder van het verkeer van en naar de inrichting kan worden gesteld dat wordt voldaan aan de eis van 50 dB(A) etmaalwaarde overeenkomstig stap 2 van de VNG-uitgave. In het rapport zijn de geluidniveaus op de beoogde woning tijdens de representatieve situatie berekend, inzichtelijk gemaakt en tevens getoetst aan de gestelde geluideisen. Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat met het uitvoeren van voornoemde 'dove' gevels ter plaatse van de beoogde woning een akoestisch goed woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd en er derhalve akoestisch gezien sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Tevens blijkt uit het akoestisch onderzoek dat onderhavige bloemenhandel akoestisch gezien niet wordt ingeperkt door de nieuwe woonfunctie. Voor wat betreft het aspect geluid zijn er derhalve geen bezwaren de woning te realiseren. Met de eigenaren van de bedrijven is een overeenkomst gesloten waarin is opgenomen dat de maatregelen aan de woning wordt uitgevoerd. De overeenkomst is overlegd bij de gemeente. 5.5. Geurhinder Er is geen sprake van nieuwe objecten die ingevolge de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) kunnen worden aangemerkt als een geurhinder veroorzakende inrichting of als geurgevoelige bebouwing aan de wettelijke regels ingevolge die wet moet voldoen. 5.6. Externe Veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Per 1 januari 2010 moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan
19
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); • de Regeling externe veiligheid (Revi); • de Registratiebesluit externe veiligheid; • het Besluit risico's Zware Ongevallen (Brzo); • het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (cRvgs). Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is om de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.6.1.
(Beperkt) kwetsbare objecten Onder beperkt kwetsbare objecten wordt onder andere verstaan verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal 2 woningen per hectare en dienst- en bedrijfswoningen van derden, hotels, restaurants, kantoren en winkels voor zover deze objecten niet tot de kwetsbare objecten behoren en bedrijfsgebouwen en vergelijkbare objecten. Kwetsbare objecten zijn onder andere woningen (met uitzondering van de beperkt kwetsbare objecten) en andere objecten waar zich gedurende een groot deel van de dag grote groepen mensen bevinden of een deel van de dag kwetsbare groepen mensen bevinden. 5.6.2. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon dodelijk getroffen wordt door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag en gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting. De grenswaarde voor het PR is voor nieuwe kwetsbare objecten (op enkele uitzonderingssituaties na) gesteld op een niveau van 10-6 per jaar op het object. Voor beperkt kwetsbare objecten is deze waarde een richtwaarde, wat wil zeggen dat hiervan alleen om gewichtige redenen van afgeweken kan worden.
De norm 10-6 per jaar betekent dat de kans op een dodelijke situatie door een ongeval met gevaarlijke stoffen op een te bebouwen plek maximaal één op de miljoen per jaar mag zijn. 5.6.3. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) drukt de cumulatieve kans per jaar uit dat tenminste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting, waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. Dit wordt vertaald in een dichtheid van personen binnen het invloedsgebied van de inrichting. De normen voor het GR hebben een oriënterende waarde. 5.6.4. Situatie in en bij het plangebied Aan hand van de Risicokaart Noord-Brabant is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In de volgende afbeelding is een uitsnede van de Risicokaart weergegeven.
20
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
Afbeelding 4.1. Overzicht risicokaart
Uitsnede Graafsedijk 7
Uit deze kaart blijkt dat er in de directe omgeving geen risicovolle inrichtingen zijn. De dichtstbijzijnde inrichting is gelegen aan de Graafsedijk 7. De terreingrens van deze inrichting is gelegen op ca. 350 meter van het plangebied. Uit onderstaande uitsnede blijkt dat de risicocontour van dit bedrijf niet verder gaan dan de eigen terreingrens. 5.7. Waterberging en infiltratie Er is geen sprake van vergroting of nieuwbouw van meer dan 2.000 m², zodat er geen substantieel grotere water(piek)afvoer veroorzaakt wordt dan in de bestaande/voorafgaande situatie het geval is. Vooraf overleg met Waterschap Aa en Maas is derhalve niet noodzakelijk. Gelet op de grondwaterstand in het gebied zijn er op de percelen voldoende mogelijkheden om het hemelwater af te koppelen. Het hemelwater zal derhalve op eigen terrein worden opgevangen. Hiermee wordt derhalve voldaan aan het waterschapsbeleid. 5.8. Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer. Hiermee is het Besluit luchtkwaliteit 2005 (Blk 2005) vervallen. Met de nieuwe bepalingen inzake luchtkwaliteit wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De kern van de bepalingen bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen.
Rijk, provincies en gemeenten werken samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De bestuursorganen dienen bij de uitoefening van bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit grenswaarden in acht te nemen. De vaststelling van een bestemmingsplan wordt in de jurisprudentie aangemerkt als de uitoefening van een bevoegdheid die gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Een belangrijke wijziging ten opzichte van het Besluit luchtkwaliteit 2005 is introductie van het begrip 'niet in betekenende mate' (NIBM). Dit begrip maakt ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk in overschrijdingssituaties. Elk project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit kan uitgevoerd worden. Binnen gestelde omvangsgrenzen is geen toetsing aan de grenswaarden van de luchtkwaliteit noodzakelijk. Wel blijven de begrippen goede ruimtelijke ordening en blootstelling van kwetsbare groepen van belang. In de Wet milieubeheer (Wm) zijn luchtkwaliteitseisen (hoofdstuk 5) opgenomen met daarbij behorende regelgeving. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005 (BLK 2005). Op grond van de Wm en bijbehorende regelgeving is onderzoek naar luchtkwaliteit noodzakelijk tenzij vaststaat dat een project Niet in Betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het Besluit NIBM en de Regeling NIBM (die beide onderdeel uitmaken van de
21
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
Wet luchtkwaliteit) geven aan wanneer een initiatief in betekenende mate bijdraagt. Projecten die minder bijdragen dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2), worden geacht niet in betekenende mate bij te dragen. Voor dergelijke projecten hoeft geen luchtkwaliteitsonderzoek te worden uitgevoerd. Voor bepaalde projecten is expliciet bepaald dat deze niet in betekenende mate bijdragen. Zo ook voor woningbouw projecten. Hiervoor is in de regeling bepaald dat maximaal 3000 woningen in een overbelaste situatie gebouwd kunnen worden, zonder dat getoetst hoeft te worden of de bijdrage van de woningen de luchtkwaliteit ter plaatse verslechterd. De bouw van 1 woning draagt derhalve in niet betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. 5.9.
Bodem
Op basis van de bodemfunctiekaart van de gemeente Cuijk heeft het plangebied de bodemfunctie natuur en landbouw. Voor het plangebied kan worden aangenomen dat de kwaliteit van de bodem vergelijkbaar is met de omgeving. Tijdens een bodemonderzoek is bodemvreemd materiaal aangetroffen. Dit heeft aanleiding gegeven tot nader onderzoek. Uit dit onderzoek (zie bijlage 4) blijkt dat op een klein deel van het perceel een te hoge concentratie asbest in de bodem aanwezig. is. De asbest is aanwezig in een diepere laag en niet bekend is waardoor deze in de bodem is gekomen. De locatie zal in het kader van de grondwerkzaamheden voor het bouwrijpmaken van het perceel worden gesaneerd. Hiervoor zal te zijner tijd een BUS-melding worden gedaan. Na de sanering is de bodemkwaliteit van het perceel geschikt voor het gebruik als tuin en wonen. 5.10. Natuur De wet- en regelgeving voor natuur is in Nederland onderverdeeld in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming en soortenbescherming is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Voor wat betreft de gebiedsbescherming kan worden vastgesteld dat er geen beschermde natuurgebieden in de nabijheid liggen.
22
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
Overzicht Natura 2000 gebieden Het Natura 2000 gebied Oeffelter Meent is het meest nabijgelegen Natura 2000 gebied. Dit gebied ligt op ca. 7 kilometer van het plangebied. Op voorhand kan worden gezegd dat de bouw van 1 woning, zonder gasaansluiting, geen negatieve effecten heeft op dit natuurgebied. Voor wat betreft stikstofdepositie is dit gebied ook niet overbelast. Als gevolg van de bouwactiviteiten zal zeker geen overschrijding van de kritische depositiewaarde plaatsvinden. De achtergronddepositie ligt ca. 60 mol/ha onder der kritische depositiewaarde. Soortenbescherming De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel I. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep moge- lijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soort- gericht nader onderzoek of vergunningtrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodza kelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
23
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
Op bais van het onderzoek wordt de volgende conclusie Ten aanzien van algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen. Daarnaast dient er bij verlichting van de bouwlocatie rekening gehouden te worden bij eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen in naastgelegen bebouwing, als ook met eventuele zware trillingen als gevolg van de bouwwerkzaamheden. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Dieren dienen veilig weg te kunnen komen. Ten aanzien van gebiedsbescherming worden er ten aanzien van de Wet natuurbescherming vanwege de afstand tot beschermde gebieden, in combinatie met de aard van de ingreep, geen overtredingen verwacht. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 5 5.11. Cultuurhistorie en Archeologie Voor het plangebied geldt op grond van het vigerende bestemmingsplan geen archeologische verwachting.
24
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
Afbeelding 4.3.Uitsnede verbeelding Buitengebied 2010. Dubbelbestemming Waarde archeologie 5
5.11.1. Beeldbepalende en beschermde monumenten De naastgelegen bestaande bebouwing is niet aangemerkt als rijks- of gemeentelijk monument. De nieuw te bouwen woning zal voldoen aan de criteria van welstand en zal daarom het gebied niet aantasten. 5.12. Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: 1. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; 2. het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; 3. het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer.
Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de anterieure overeenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
25
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
5.13. Conclusie Op basis van voorgaande kan worden vastgesteld dat het voorgenomen plan voldoet aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Er ontstaat een goed woon- en leefklimaat en er geen belemmeringen zijn uit oogpunt van milieu, landschap of anderszins.
26
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
6.
Procedure
6.1. Overleg Onderhavig initiatief is door middel van de digitale watertoets in het kader van het wettelijk overleg voorgelegd aan waterschap Aa en Maas. Het waterschap heeft aangegeven dat zij geen opmerkingen heeft op de voorgenomen ontwikkeling 6.2. Van ontwerp naar definitieve vergunning De omgevingsvergunning is voorbereid met toepassing van een uitgebreide procedure ex artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3° Wabo juncto artikel 3.10 Wabo. Het ontwerpbesluit met bijbehorende stukken zal als ontwerp voor een termijn van zes weken ter inzage liggen. Een ieder kan hierop zienswijzen indienen. Bij het vaststellingsbesluit wordt hierop nader ingegaan.
27
Ruimtelijke onderbouwing Keizerstraat Beers
Bijlage 1
Bouwtitel Ruimte voor Ruimte
28
Definitieve versie ,Y (Alg, nttro), 27-06-2019
OVERDRACHT BOUWTITEL De ondergetekenden:
1, DE COMMANDITAIRE VENNOOTSCHAP RUIMTE VOOR RUIMTE II C.V., te dezer zake vertegenwoordigd door haar beherend vennoot, qE BESLOTEN VENNOOTSCHAP RUIMTE VOOR RUIMTE BEHEER 8.V., welke te dezer zake vertegenwoordigd wordt door DE HEE& W\.G. VAN DE KERKHOF, hierna te noemen, RvR; en
2.
Naam de heer Hendriks Voornamen L.A.A. Geboorteplaats Cuijk Geboortedatum 1 6-07-1 963 Adres Korte Spruit 8 Postcode en plaats 5437 BV BEERS E-mailadres r.hendriks@renehendriksbouw. nl Telefoon thuis Telefoon mobiel 06-12408007 hierna te noemen "de verkrijgef'.
RvR en de verkrijger hierna ook te noemen "paftijen",
zijn op grond van de navolgende overwegingen'.
1.
De verkrijger is eigenaar van een perceel grond, gelegen te Beers aan de
Keizerstraat ongenummerd tussen 20 en 22 bekend als gemeente Cuijk sectie Q nummer 1836 en 1834. De verkrijger wenst op dit perceel een woning te bouwen. 2.
De gemeente Cuijk heeft aan de verkrijger te kennen gegeven dat op deze locatie alleen woningbouw wordt toegestaan als deze plaatsvindt ter uitvoering van de zogeheten "Ruimte-voor-Ruimteregeling" als omschreven in artikel 6.8 en 7.8 van de "Verordening ruimte Noord-Brabant2014" vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Brabant bij besluit van 1 januari 2017.
3.
Deze regeling beoogt te komen tot een sanering van de intensieve veehouderij ten einde een aantal belangrijke doelen in het landelijk gebied te kunnen realiseren, zoals de vermindering van mestoverschot en geuroverlast, alsmede de verbetering in de landschappelijke kwaliteiten in het door de sloop van leegstaande stallen en het wegnemen van
(Paraaf verkoper)
Definitieve yersie X (Alg, nwro), 27-06-2019
RvR is de in de provincie Noord-Brabant opererende ontwikkelingsmaatschappr.l die de op de provincie rustende verplichting tot financiering van de stallensloop heeft overgenomen en uit dien hoofde aanspraak kan maken op de ontwikkeling van Ruimte voor Ruimte-kavels. 5.
De verkrijger heeÍt zich tegen die achtergrond tot RvR gewend met het verzoek of zij bereid is een of meer van haar rechten tot het ontwikkelen van Ruimte voor Ruimte-kavels, hierna te noemen bouwtitel(s), aan hem over te dragen.
6.
Paftijen hebben daarover overeenstemming bereikt en verklaren daartoe te zijn.
overeengekomen als volgt:
TERB ESCH I KKI N G STELLI N G BO UWTITEL ARTIKEL 1 1.1
RvR verkoopt aan de verkrijger ten behoeve van de ontwikkeling van een woningbouwkavel op de locatie Beers aan de Keizerstraat ongenummerd tussen 20 en 22 (kadastraal bekend als gemeente Cuijk sectie Q nummer 1836 en 1834)eén (1)bouwtitel.
1.2
De bouMitel is bestemd voor eigen gebruik door de verkrijger en mag uitsluitend worden gebruikt voor de bouwkavel waarover de verkrijger, de gemeente en RvR overeenstemming hebben bereikt.
1.3
De bouwtitel wordt verkocht voor een koopsom van € 125.000,- per bouwtitel en met de daarover verschuldigde omzetbelasting (21%) en is per heden verschuldigd. Wijzigingen in het BTW-tarief worden doorberekend.
OVERDRACHT EN BETALING VAN DE VERGOEDING ARTIKEL 2
2.1
2.2
Op het moment van overdracht dient de verkrijger de verschuldigde bedragen, zoals in artikel 1 omschreven, te hebben voldaan hetgeen dient te worden aangetoond door bijschrijving van het desbetreffende bedrag op de rekening van Ruimte voor Ruimte ll CV via NL 57 BNGH 0285138685. De overdracht van de verkochte bouwtitel door RvR aan de verkrij ter vindt plaats door middel van een daartoe strekkende verklaring (het Cej ificaat
(Paraaf verkoper)
Definitiew yer.sie X (Alg, nwro), 27-06-2019
Bouwtitel) van RvR dat zij haar aanspraken op de onderhavige bouwtitel aan de verkrijger heeft overgedragen. 2.3
RvR is jegens de verkrijger tot geen verdere verplichting gehouden dan tot overdracht van de bouwtitel door afgifte van het Certificaat Bouwtitel als bedoeld in lid 2. Het risico met betrekking tot en de kosten voor het verkrijgen van planologische medewerking van de zijde van de gemeente, alsmede het risico en de kosten ten aanzien van het verkrijgen van bouwvergunning en alle overige voor de realisatie van de door de verkrijger beoogde woning(en) noodzakelijke besluiten, berust volledig bij de verkrijger.
2.4
RvR is, zo lang nog geen volledige betaling heeít plaatsgevonden van de in adikel 1 bedoelde koopsom, ger:echtigd om aan de gemeente kenbaar te maken dat er voor het onderhavige perceel nog geen sprake is van een situatie die de vestiging van een woonfunctie op dit perceel mogelijk maakt.
VERPLI CHTI N G EN VERKRI J G ER ARTIKEL 3 3.1
Uiterlijk vier (4) weken voor het begin van de planologische procedure, waaronder in het kader van deze overeenkomst wordt verstaan de tervisielegging door het ter zake bevoegde gezag van de (voor)ontwerp besluiten die voor de realisatie van het door de verkrijger beoogde bouwplan dienen te worden verleend, informeerl de verkrijger RvR.