05. Beukenlaan 4 Velp_Toelichting.pdf
Tekst van het document
De kwaliteit van de aansluitende delen van het NNB wordt hierdoor gekwalificeerd als 'Midden' en de kwaliteit van het plangebied als 'Laag'. Het plangebied zelf, dat is gekwalificeerd als 'Laag', maakt geen onderdeel meer uit van het NNB. Het plangebied wordt wel aan drie zijden omringd door het NNB, dat is gekwalificeerd als 'Midden'. Het gaat om terrein dat is aangewezen als natuurbeheertype "N16.03 Droog bos met productie". In de omgeving van het plangebied wordt incidenteel gebruik door twee kwalificerende soorten verwacht. De kwaliteit van het omringende NNB kan worden verhoogd door bepaalde ecologische maatregelen te treffen rondom het nieuwe woonzorggebouw. Daarmee kan het voornemen een positief effect hebben op de natuurwaarden. Met het voornemen wordt het bestaande NNB, direct aangrenzend aan het plangebied, gerespecteerd en eventueel versterkt door beheer en toepassing van aanbevelingen van de ecoloog, die worden benoemd in de quickscan (Bijlage 6). Het voornemen heeft geen negatief effect op het NNB. 5.7.2 Beschermde soorten Om in beeld te brengen of de ontwikkeling in strijd is met natuurwetgeving en hoe eventuele strijdigheid met de wet voorkomen kan worden, is in de quickscan flora an fauna van ecologisch bureau 'De Bouwecoloog' (rapportnr. 19018, d.d. 19 juli 2019, zie Bijlage 6) onderzocht wat de effecten zijn op beschermde soorten.
Resultaten quickscan flora en fauna: Op basis van het bronnenonderzoek en het oriënterend locatiebezoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied geen beschermde planten aanwezig zijn. Op basis van deze quickscan kan echter niet geheel worden uitgesloten dat vaste rust- of verblijfplaatsen of essentiële leefgebieden van beschermde diersoorten aanwezig zijn, namelijk van vleermuizen. Andere beschermde soorten zonder een vrijstelling worden niet verwacht. Nadere bepaling of het plangebied geschikt is voor vleermuizen kan worden uitgevoerd door middel van een onderzoek met endoscoop. Met deze quickscan wordt daarom geconcludeerd dat voor de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied een vervolgonderzoek naar geschiktheid voor vleermuizen nodig is, maar dat indien geen verblijfplaatsen van vleermuizen worden aangetroffen geen ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig zal zijn. Aanbevelingen - algemene maatregelen zorgplicht en mitigatie: Schade aan beschermde waarden moet altijd zo veel mogelijk vermeden en beperkt worden (mitigatie). Hiernaast is in de Wet natuurbescherming echter ook een algehele zorgplicht opgenomen, waarmee alle soorten worden beschermd. Deze zorgplicht houdt in dat zorgvuldig omgegaan moet worden met de omgeving, nadelige gevolgen voor planten en dieren moeten zo veel mogelijk worden voorkomen. Deze zorgplicht geldt altijd en voor iedereen.
De volgende maatregelen worden in het kader van de zorgplicht en mitigatie aanbevolen: Werkzaamheden vanaf één kant beginnen, zodat dieren veilig weg kunnen komen.
32
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
Bij de start van de werkzaamheden rekening houden met het broedseizoen (indicatie: half maart t/m juli), zodat eventuele broedende vogels niet verstoord worden. Werkzaamheden bij daglicht laten plaatsvinden en het gebruik van kunstlicht zo veel mogelijk beperken, eventueel aangepaste armaturen gebruiken zodat lichtbronnen alleen het strikt noodzakelijke verlichten. Het ontstaan van plassen zoveel mogelijk tegengaan, als preventieve maatregel zodat amfibieën het plangebied niet koloniseren; Tijdens de werkzaamheden alert zijn op (beschermde) dieren en deze de ruimte en tijd geven om te vluchten. Indien nodig, zoals wanneer het beschermde soorten betreft, het advies van een deskundige inwinnen. Nader onderzoek vleermuizen en mitigatieplan: Door Miecon B.V., dat gespecialiseerd is in het voorkomen en verzachten van negatieve effecten voor vleermuizen door middel van ecologisch onderzoek, is met hoogwerker en endoscoop de gehele buitenkant van het zwembadgebouw en de bomen in het plangebied onderzocht (rapportnr. 2019-706, d.d. 20 augustus 2019). Op basis van de resultaten van dit onderzoek is door ecologisch bureau 'De Bouwecoloog' een mitigatieplan opgesteld, waarmee de functionaliteit van twee paaren zomerverblijfplaatsen in stand zal worden gehouden. De rapporten zijn gezamenlijk toegevoegd als Bijlage 7 bij deze toelichting (rapportnr. 20024, d.d. 17 juli 2020).
Tijdens deze inspectie door Miecon B.V. is op twee locaties vastgesteld dat er sporen van vleermuizen aanwezig waren. Uit overleg met de specialist is gebleken dat dit slechts een geringe hoeveelheid uitwerpselen betrof, die aanwezig waren in open stootvoegen die toegang bieden tot een geringe ruimte in de spouw. Op basis van de sporen en de geringe grootte van de ruimtes kan worden geconcludeerd dat dit zomeren/of paarverblijven van één of enkele exemplaren van een van de dwergvleermuissoorten betreft. Het betreft in ieder geval geen kraam- of (massa)winterverblijfsfunctie. Het mitigatieplan, dat is opgesteld door 'De Bouwecoloog', is opgesteld conform de Kennisdocumenten Soorten van BIJ12. Er zullen 8 tijdelijke kasten voor vleermuizen worden geplaatst en er zullen in de nieuwbouw tenminste 8 inbouwkasten (of vergelijkbaar) worden toegepast. Op deze manier blijft de ecologische functionaliteit permanent behouden, waardoor conform het huidige beleid van de provincie Noord-Brabant geen sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming. Indien het technisch mogelijk is, zullen bovendien maatregelen worden getroffen om meer verblijfsfuncties voor de vleermuizen mogelijk te maken. Hierdoor zullen de voorgenomen werkzaamheden geen negatieve effecten op beschermde soorten hebben.
Door het toepassen van voldoende mitigatie zijn de beschermde waarden van vleermuizen in het plangebied aan de Beukenlaan 4 te Velp te behouden en te versterken. In lijn met het huidige beleid van de provincie Noord-Brabant blijft de functionaliteit van beschermde waarden hiermee te allen tijde gehandhaafd. Tevens zijn in de nieuwe situatie voldoende mogelijkheden om een verbetering ten opzichte van de oude situatie te realiseren. Er is géén ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Met inachtneming van de voorliggende maatregelen is het bestemmingsplan uitvoerbaar. 5.7.3 Conclusie Het plan zal niet leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming, mits de bovenstaande adviezen en aanbevelingen in acht worden genomen. Met inachtneming van het door de ecoloog opgestelde mitigatieplan en de aanbevelingen, kan worden gesteld dat sprake is van een uitvoerbaar planvoornemen. Met het planvoornemen wordt natuurinclusief gebouwd (permantente inbouwkasten vleermuizen) en is geen sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming. Uit het bovenstaande kan worden opgemaakt dat het aspect natuur geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
33
5.8
Verkeer en parkeren
5.8.1 Verkeer Het CROW hanteert geen vaste normen voor verkeersbewegingen bij zorgwoningen, verpleeghuizen of verzorgingstehuizen. Het aantal verkeersbewegingen wordt met name bepaald door het aantal bezoekers (deze nemen ook 60% van de parkeerbehoefte in). Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is uitgegaan van de verkeerscijfers voor serviceflats. Voor deze categorie hanteert de CROW in het gebied 'overige bebouwde kom', uitgaande van niet stedelijk gebied, de norm van minimaal 2,2 en maximaal 3,0 verkeersbewegingen per etmaal per woning. Omdat het planvoornemen voorziet in het realiseren van (intramurale) zorgeenheden voor mensen met een zwaardere zorgindicatie (dagverzorging; niet-mobiele bewoners), hoeft niet te worden uitgegaan van het maximum aan verkeersbewegingen. Voor het planvoornemen wordt daarom uitgegaan van het gemiddelde van 2,6 verkeersbewegingen per etmaal per woning. Het planvoornemen bestaat uit het realiseren van 26 woonzorgeenheden. De verkeersgeneratie bestaat daarom uit 26 * 2,6 = 68 verkeersbewegingen per etmaal. Het zorgterrein maakt onderdeel uit van de kern Velp, zij het dat het terrein voor gemotoriseerd verkeer beperkt ontsloten is met de rest van dorp. Motorvoertuigen van en naar de nieuwe woonzorgvoorziening zullen gebruik gaan maken van de hoofdingang van Residentie Mariëndaal aan de Tolschestraat en zullen niet over de Beukenlaan rijden.
Naast het dagelijkse personenverkeer van en naar de woonzorgvoorziening, vindt ook in beperkte mate bevoorrading plaats van de locatie. De bestaande toegangspoort naar de Beukenlaan aan de noordzijde van het plangebied, die reeds wordt gebruikt voor de bevoorrading van de bestaande woonzorgvoorzieningen in het klooster, kan ook worden gebruikt voor de bevoorrading van het nieuwe woonzorggebouw. De bestaande ontsluiting is toereikend voor het beoogde aantal verkeersbewegingen. Het planvoornemen heeft geen negatieve effecten op de verkeersafwikkeling of de verkeersveiligheid. Daarmee kan worden gesteld dat het aspect verkeer geen belemmering vormt voor het planvoornemen. 5.8.2 Parkeren De gemeente Grave hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte bij ruimtelijke ontwikkelingen de Nota Parkeernormen Grave 2018. Deze nota is vastgelegd als toetsingskader voor nieuwe bestemmingsplannen en vergunningaanvragen in het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Parkeren' (vastgesteld, 16 september 2019). In de Nota Parkeernormen Grave 2018 is onderscheid gemaakt in gebieden met een verschillende verstedelijkingsgraad. De kern van Velp, waar het plangebied deel van uitmaakt, behoort bij het gebied 'Overige bebouwde kom'. In de nota zijn meerdere parkeernormen opgenomen voor zorgwoningen.
Omdat de term 'zorgwoning' breed kan worden geïnterpreteerd, is in de nota onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van zorgwoningen. Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende vormen: Intramurale zorgwoningen voor mensen met een zwaardere zorgindicatie (dagverzorging). Deze zorgwoningen vallen onder de categorie verpleeg-/verzorgingshuis. Extramurale zorgwoningen voor zorgbehoevenden met behoefte aan zorg op afroep. Dit type zorgwoningen valt onder de categorie aanleunwoning. Extramurale zorgwoningen voor vitale bewoners. Voor dit type zorgwoningen gelden de parkeernormen voor reguliere woningen. Het planvoornemen bestaat uit intramurale zorgwoningen voor mensen met een zwaardere zorgindicatie. De
34
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
bewoners van het woonzorgcentrum hebben intensieve zorg nodig en hebben één gemeenschappelijke woonkamer en keuken. Daarom kan gebruik worden gemaakt van de parkeernorm voor de categorie 'verpleeg-/verzorgingshuis'. Voor deze categorie hanteert de gemeente Grave in het gebied 'Overige bebouwde kom' de norm 0,60 parkeerplaatsen per eenheid. Conform de CROW-publicatie 381 is dit inclusief parkeren voor personeel. Het planvoornemen bestaat uit het realiseren van 26 zorgeenheden. De parkeerbehoefte bestaat daarom uit 26 * 0,60 = 15,6 parkeerplaatsen. Er worden 16 halfverharde parkeerplaatsen gerealiseerd aan de oostzijde van het plangebied, langs de bestaande ontsluiting (zie afbeelding toekomstige inrichting planlocatie bij paragraaf 3.2). Voor deze parkeerplaatsen is op de verbeelding van het voorliggend bestemmingsplan de aanduiding 'parkeerterrein' opgenomen. Daarmee voorziet het plan in de parkeerbehoefte.
5.9
Archeologie
In Europees verband is als wettelijk toetsingskader het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin worden meegewogen in de besluitvorming. In de Erfgoedwet is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met het aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen. Om de bescherming op gemeentelijk niveau te borgen heeft de gemeente Grave een gemeentelijke 'Nota Archeologie Grave' opgesteld (2012). Deze nota vormt de basis voor het bestemmingsplan 'Archeologie' dat is vastgesteld op 21 april 2015. De bestemmingsregels in het bestemmingsplan 'Archeologie' zijn een directe doorvertaling van de archeologische drempelwaarden. In het bestemmingsplan is één dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen, waarbinnen een gradatie is opgenomen in de archeologische bescherming door middel van gebiedsaanduidingen. Het plangebied is voorzien van de gebiedsaanduiding 'overige zone - archeologie categorie 5'.
Binnen deze aanduiding mogen gebouwen en bouwwerken worden opgericht, met dien verstande dat het verstoringsoppervlak ten hoogste 2.500 m² bedraagt. Het plangebied bedraagt ruim 1.950 m². Binnen het plangebied wordt een nieuw woonzorgcomplex met 26 woonzorgappartementen opgericht met een grondvlak van 712 m². Daarmee is verzekerd dat het verstoringsoppervlak onder de drempelwaarde van 2.500 m² blijft. Een archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. De archeologische bescherming uit het bestemmingsplan 'Archeologie' wordt overgenomen in het voorliggend bestemmingsplan. Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het het aspect archeologie geen belemmering vormt voor het planvoornemen.
5.10
Cultuurhistorie
Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. In een bestemmingsplan dient op grond van het Bro artikel 3.1.6 een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, rekening is gehouden. Ook de facetten historische bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Bij de opstelling en uitvoering van ruimtelijke plannen moet met de cultuurhistorische (landschaps)waarden van bovenlokaal belang rekening worden gehouden. De provincie heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant cultuurhistorisch waardevolle gebieden aangeduid. Deze gebieden zijn aangewezen op de kaart 'Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed'. Het plangebied is niet aangeduid als een cultuurhistorisch waardevol gebied in de Interim omgevingsverordening.
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
35
Wel is het gebied als cultuurhistorisch waardevol vlak op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie. Deze vlakken verdienen specifieke aandacht vanwege de onvervangbaarheid van de aanwezige waarden. Gemeenten dienen de cultuurhistorische waarden en kenmerken van deze gebieden te behouden, herstellen en/of duurzaam te ontwikkelen. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hier enkel worden toegestaan, indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied niet aantasten.
Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant met ligging planlocatie De belangrijkste cultuurhistorische elementen en objecten, die zijn terug te vinden op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant in en in de directe omgeving zijn: Rijksmonument Jezuïtenklooster Laanbeplanting N324 Laanbeplanting Klooster de Binkhof Cultuurhistorisch landschap 'Beerse en Baardwijkse Overlaat' Regio Maaskant Rijksmonument Jezuïtenklooster (Tolschestraat 2, Velp): Direct ten oosten ligt het kloostercomplex 'Mariëndaal'. Het Monumentenregister meldt over dit complex het volgende: "Het hoofdgebouw van De Binckhof is een uit drie blokvormige vleugels bestaand pand, dat op korte afstand van de oude doorgaande weg tussen Nijmegen en Bergen op Zoom is gebouwd. Het in neo-gotische stijl uitgevoerde ontwerp dateert uit 1862-'65 en is van de hand van A. Slootmaekers. Het gebouw is nog nagenoeg geheel in oorspronkelijke staat. In 1924-'25 is de bekroning van de geveltoren vervangen.(...) Het object heeft algemeen belang als bijzondere uitdrukking van een geestelijke en typologische ontwikkeling.
Het heeft een bijzonder belang voor de geschiedenis van de architectuur; is van belang wegens het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek; en is van belang wegens de architectonische gaafheid van het ex- en interieur." "Ten oosten van het hoofdgebouw staat een langgerekt dienstgebouw met onder meer de keuken en (aan de
36
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
oostelijke zijde) een door het gebouw voerende poort, die leidt naar het achterterrein. Het pand ontneemt het zicht vanaf de openbare weg op het achtererf van het voormalige klooster. Dit gebouw maakt deel uit van het oorspronkelijke bouwplan en is dus naar ontwerp van A. Slootmaekers tussen 1862-'65 gerealiseerd." Tussen het plangebied en het Rijksmonumentencomplex ligt een grote bomenrij. Deze bomenrij blijft met het voornemen behouden. Daardoor verandert de beleving van de directe omgeving aan de westzijde van het monument niet significant. De laan tussen het plangebied en het woonzorggebouw blijft omgeven door grote boompartijen. De architectuur van het woonzorggebouw is bescheiden en past goed in de natuurlijke omgeving. Het voornemen heeft daarom geen gevolgen voor de oorspronkelijke staat van het monument. Laanbeplanting N324: Langs de provinciale weg ligt een opvallend lange en gave laan van eiken, daterend van omstreeks 1890. Het voornemen heeft geen negatieve invloed op de instandhouding van deze eikenlaan, omdat deze zich buiten het plangebied bevindt. Laanbeplanting Klooster de Binkhof: De laanstructuren zijn al op kaarten van het begin van de 19e eeuw terug te vinden. De oude eiken- en beukenlanen zijn nog duidelijk herkenbaar en geven de oude structuur van het voormalige kloosterlandgoed weer.
Het voornemen heeft geen negatieve invloed op de instandhouding van deze bomenlanen, omdat deze zich buiten het plangebied bevindt. Cultuurhistorisch landschap 'Beerse en Baardwijkse Overlaat': Het gebied van de Beerse Overlaat weerspiegelt 700 jaar waterstaatgeschiedenis. Het systeem van de Beerse Maas was het meest uitgebreide overlaatstelsel van ons land. De inrichting en het gebruik van het gebied waren geheel op deze functie afgestemd. De vele landschapselementen vertellen het verhaal van deze bijzondere vorm van waterbeheer. Het gebied wordt momenteel onder andere gekenmerkt door het open landschap, dijken, waterlopen en terpen. Dit landschap is nog te beleven ten zuiden van Escharen en tussen Nieuw-Velp, Oud-Velp en Grave. Een gedeelte van de Beerse is bebouwd met uitbreidingswijken van Grave. Tussen Nieuw-Velp en de provinciale weg bestaat het landschap uit dichte beplanting en zijn de kenmerken van de Beerse Overlaat niet meer terug te vinden. Het voornemen heeft daarom geen effect op de beleving van dit cultuurhistorisch landschap. Regio Maaskant: De regio Maaskant maakt onderdeel uit van het jonge rivierkleilandschap van de Maas met zandige oeverwallen en donken en lager gelegen open komgronden. Aan de zuidzijde wordt het gebied begrensd door een brede dekzandrug die de overgang met het Brabant van het zand markeert.
De oude dorpen en steden in de regio liggen op de oeverwallen en donken en op de flanken van de dekzandrug in het zuiden. De laaggelegen komgebieden werden extensief gebruikt. In het gebied liggen verdedigingswerken uit verschillende perioden. We vinden er vestingsteden als Heusden, 's-Hertogenbosch, Ravenstein en Grave. Bij Grave staan diverse kazematten van de Peel-Raamstelling en de Maaslinie. De buitendijkse gebieden zijn grotendeels als landbouwgrond in gebruik, maar de uiterwaarden worden steeds belangrijker voor natuurontwikkeling en recreatie. De kloostercomplexen worden genoemd als één van de essentiële aspecten van de regio Maaskant. Het bestaande kloostercomplex als woonzorgcluster wordt met de komst van een nieuw woonzorggebouw extra versterkt. Het Rijksmonument wordt met het voornemen gerespecteerd. Daarmee heeft het voornemen geen gevolgen voor de beleving van de cultuurhistorische kenmerken van de regio Maaskant. Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor het planvoornemen.
5.11
Leidingen
Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. Het aspect leidingen vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
37
5.12
Waterhuishouding
5.12.1 Algemeen Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De waterparagraaf geeft een beschrijving van de beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie en wateropgaven in het plangebied, (motivering van) meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. 5.12.2 Beleid en regelgeving Kaderrichtlijn water (KRW): De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW maakt het mogelijk om verontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal en stroomgebiedsgericht aan te pakken. De uit de KRW voortkomende milieudoelstellingen en maatregelen zijn verwerkt in de waterbeheerplannen van de waterschappen. Waterwet: Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Hierbij moet worden gedacht aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers.
Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd. Voor een aantal activiteiten is sprake van een meldingsplicht in plaats van een vergunningsprocedure. Provinciaal Milieu- en Waterplan: In het Provinciaal Milieu- en Waterplan (PMWP) is te lezen hoe de provincie Noord-Brabant de komende jaren gaat werken aan een veilig en gezond milieu. Het doel is een goed, veilig en gezond woon- en vestigingsklimaat voor huidige en toekomstige bewoners en bedrijven creëren, met behoud van voldoende natuurlijke hulpbronnen voor toekomstige generaties. Binnen het plangebied zijn geen specifieke thema's uit het PMWP aan de orde. Keur Waterschap Aa en Maas: De Keur is de verordening van het waterschap over activiteiten bij watergangen en dijken.
Voor het werken in (of in de buurt van) een watergang of dijk geldt vaak een vergunningsplicht. In de Keur zijn verschillende geboden en verboden opgenomen, waarop echter door het waterschap ontheffing kan worden verleend. De legger is een openbaar register van het waterschap en dient als uitwerking van de Keur. Gemeentelijk Rioleringsplan: In het gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) van de gemeente Grave wordt ingegaan op de invulling van de hemelwater-, vuilwater- en grondwaterzorgplichten. Vanuit hemelwater is er een apart hemelwaterbeleid ontwikkeld. Daarnaast wordt in het vGRP aandacht besteed aan een klimaatbestendig Land van Cuijk. De hemelwatervisie van de gemeente Grave is gericht op de volgende principes: beperking van de hoeveelheid ingezameld hemelwater; scheiding van schone en vuile waterstromen; verwerking van hemelwater zoveel mogelijk lokaal en bovengronds (vasthouden waar het water valt); afvoeren indien nodig; beperking van de risico's tijdens extreme neerslag.
38
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
5.12.3 Kenmerken van het plangebied Het plangebied heeft grondwatertrap VII en kan worden gekenmerkt als een goed afgewaterd gebied. De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) zit op meer dan 80 cm onder het maaiveld. Voor de toename en afkoppelen van verhard oppervlak hanteert het waterschap Aa en Maas drie verschillende gevoeligheidsfactoren. Vanwege de ligging in of binnen 200 meter van de bebouwde kom van Velp heeft het plangebied de gevoeligheidsfactor 1 (hoog). Dit blijkt ook uit de kaart 'Gevoeligheidsfactor' die als bijlage onderdeel is van de Keur. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede weergegeven van de legger oppervlaktewateren van het waterschap. Daarop is te zien dat in de nabijheid van het plangebied geen waterlopen of andere waterwerken liggen.
Uitsnede vastgestelde Legger oppervlaktewater Waterschap Aa en Maas met ligging planlocatie 5.12.4 Plan in relatie tot het waterschapsbelang Het planvoornemen bestaat uit het oprichten van een woonzorggebouw met een grondvlak van circa 712 m². Er wordt een zwembadgebouw gesloopt met een verhard oppervlak van circa 440 m². In de huidige situatie wordt volledige verharding van de maatschappelijke bestemming in de planregels niet uitgesloten. Aangezien de maatschappelijke bestemming niet wordt vergroot is er planologisch gezien geen sprake van een toename van de mogelijkheden om oppervlakteverhardingen aan te brengen. Feitelijk neemt de bebouwing toe met circa 272 m². Daarnaast wordt een gemeenschappelijk buitenterras aangelegd. Voor plannen van maximaal 2.000 m² geldt een vrijstelling voor de realisatie van de compensatie. Dat betekent dat de lichte toename van verhard oppervlak niet hoeft te worden gecompenseerd. De hemelwaterafvoer (HWA) van het nieuwe woonzorggebouw wordt afgekoppeld en zal door middel van een infiltratievoorziening worden geïnfiltreerd in de bodem. De droogweerafvoer (DWA) zal worden aangesloten
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
39
op de bestaande riolering. 5.12.5 Digitale watertoets Voor het voorliggend plan is een digitale watertoets uitgevoerd. Deze watertoets is als Bijlage 8 toegevoegd bij deze toelichting. De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen meer waterbestendig te maken, waarbij wateraspecten vroegtijdig en expliciet worden meegenomen in ruimtelijke plannen en bij locatiekeuzen. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl). Uit de ingevoerde gegevens volgt dat er sprake is van een ruimtelijk plan met invloed op de taken en belangen van het waterschap. Met het uitvoeren van de digitale watertoets is een kaartlaag uit de Keur van het Waterschap Aa en Maas geraakt. Het gaat om de kaartlaag waarin alle beschermde gebieden zijn opgenomen. Het betreffende perceel is door het waterschap aangewezen als beschermd gebied, omdat het plangebied vóór 8 december 2020 deel uitmaakte van het provinciale Natuurnetwerk Brabant (NNB). Deze beschermde gebieden zijn onder andere de beekherstelgebieden, ecologische verbindingszones en alle gronden in het NNB. De provincie heeft onlangs aangegeven dat het plangebied foutief is aangewezen als NNB en heeft daarom een grenscorrectie uitgevoerd (zie ook paragraaf 4.2.4 Herbegrenzing Natuurnetwerk Brabant). Deze grenscorrectie is niet doorgevoerd op de kaart 'beschermde gebieden' van de Keur.
Voor het doorvoeren van een grenscorrectie van de Keur dient het waterschap een separaat besluit te nemen. Aangezien de gronden momenteel deel uitmaken van de kaartlaag beschermde gebieden, dient rekening te worden gehouden met het waterschapsbelang. Initiatiefnemer zal in overleg treden met het waterschap Aa en Maas in het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen. Indien noodzakelijk zal een watervergunning worden aangevraagd voor het bouwen binnen de kaartlaag beschermde gebieden en/of de herbegrenzing van deze kaartlaag. 5.12.6 Conclusie Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het waterschapsbelang voldoende is afgewogen en het aspect waterhuishouding geen belemmering vormt voor het planvoornemen.
40
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische toelichting
Algemeen
Het bestemmingsplan 'Beukenlaan 4, Velp' bestaat uit een verbeelding met de bijbehorende regels en gaat vergezeld van de voorliggende toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen weergegeven. De verbeelding is getekend op een actuele digitale ondergrond, samengesteld uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en kadastrale begrenzingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bouwwerken (wat mag waar?) en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels kunnen niet los worden gezien van de verbeelding. De verbeelding geeft aan waar welke bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen gelden, waaraan vervolgens de regels zijn gekoppeld. De verbeelding en regels vormen daarom samen het voor eenieder bindende deel van het bestemmingsplan. Voor de opzet en inhoud van de regels is aansluiting gezocht bij het 'Sjabloon regels' dat onderdeel uit maakt van het Handboek ruimtelijke plannen van de gemeente Heerlen.
Het geheel voldoet aan de randvoorwaarden die voortvloeien uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening 2012 (RSRO2012), waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). De toelichting heeft geen bindende werking; deze maakt juridisch gezien ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de (ruimtelijke) onderbouwing en motiviering van het bestemmingsplan en bij uitleg van de opzet van het plan en de daarin opgenomen regels.
6.2
Opbouw van de regels
Voor de planopzet van de juridische regeling is aangesloten op de regels uit het geldend bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Kerkdorpen, Grave'. De regels van dit bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de Inleidende regels, de Bestemmingsregels, de Algemene regels en de Overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hieronder zullen de verschillende onderdelen van de regels nader worden toegelicht. De bestemmingsregels zullen ter illustratie worden besproken aan de hand van de bestemming 'Wonen'.
6.3
Artikelsgewijze toelichting
6.3.1 Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen: In de begrippen worden omschrijvingen gegeven van in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsbepalingen zijn opgenomen die worden gebruikt in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Artikel 2 Wijze van meten: Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg aangegeven hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
41
6.3.2 Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de betreffende bestemming met inachtneming van de bestemmingsregels direct mogelijk is. De oprichting van gebouwen is direct mogelijk indien het voldoet aan de bouwregels van de bestemming, en nadat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verleend. Een bouwwerk dient daarvoor naast de bestemmingsplanregels ook te voldoen aan onder meer de regels van het Bouwbesluit en de Bouwverordening. In het plan zijn de volgende bestemmingen opgenomen: Artikel 3 Maatschappelijk: Het gehele plangebied is voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk'. Binnen deze bestemming worden de zorgwoningen en voorzieningen voor maatschappelijke doeleinden mogelijk gemaakt. Daarnaast worden ook bijbehorende voorzieningen zoals erven, tuinen, paden en ontsluitingswegen mogelijk gemaakt. Het realiseren van parkeervoorzieningen en terrasverharding is slechts mogelijk ter plaatse van een daarvoor bestemde aanduiding. Conform de systematiek van het voorgaande bestemmingsplan 'Kerkdorpen, Grave', is in de verbeelding een bouwvlak opgenomen, en wordt het bouwen van gebouwen ingekaderd door op de verbeelding aangeduide maatvoering.
Daarnaast worden er soortgelijke regels gesteld aan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen en lantaarnpalen. Artikel 4 Waarde - Archeologie: Voor de regels ten aanzien van archeologie is aangesloten op de regels uit het geldend bestemmingsplan 'Archeologie'. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van op of in die gronden aanwezige archeologische waarden. Bescherming van de archeologische waarden is geregeld doordat voor een aantal grondverstorende werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning benodigd is. De dubbelbestemming kent een ondergrens van 2.500 m2. Indien de oppervlakte van de grondverstoring onder deze oppervlakte blijft, is geen archeologisch onderzoek nodig. Dit geldt tevens voor bodemingrepen, die niet dieper gaan dan 50 cm beneden maaiveld. 6.3.3 Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 5 Overige regels: In de Overige regels zijn conform de systematiek van het 'Paraplubestemmingsplan Parkeren' regels ten aanzien van parkeernormen opgenomen. Indit artikel is bepaald, dat bij bouwen of gebruikswijziging van bouwwerken en gronden ook voldoende parkeermogelijkheden worden gerealiseerd.
De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de 'Nota Parkeernormen Grave 2018', vastgesteld op 13 maart 2018 en in werking getreden op 11 maart 2018. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota. Artikel 6 Algemene bouwregels: In dit artikel is een regeling opgenomen voor ondergeschikte bouwdelen. Artikel 7 Anti-dubbeltelregel: De anti-dubbeltelregel voorkomt dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning is meegenomen niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning mag worden meegenomen. Deze standaardregel is rechtstreeks overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening. De anti-dubbeltelregel zorgt er bijvoorbeeld voor dat op eenzelfde perceel de onbebouwde ruimte niet voor een tweede keer wordt betrokken in de planologische toets van een bouwplan. Een voorbeeld om de werking van deze regel te illustreren is de mogelijkheid om op een bedrijfsperceel één bedrijfswoning te realiseren. Wanneer deze woning na afsplitsing en verkoop in gebruik wordt genomen door een burger zonder functionele binding met het bedrijf, wordt deze niet meer als bedrijfswoning gebruikt, maar als reguliere woning.
Mocht er weer behoefte ontstaan voor de realisatie van een bedrijfswoning op het bedrijfsperceel, dan kan dit op grond van de anti-dubbeltelregel niet nogmaals worden toegestaan, omdat voor dit perceel reeds eerder een bedrijfswoning is gerealiseerd.
42
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
6.3.4 Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 8 Overgangsrecht: In dit artikel is een regeling opgenomen voor bestaande zaken en rechten die niet in overeenstemming zijn met de overige regelingen in dit bestemmingsplan. De regels voor het overgangsrecht zijn overgenomen uit paragraaf 3.2 van het Besluit ruimtelijke ordening, waarin standaard overgangsrecht voor bestemmingsplannen is opgenomen. Artikel 9 Slotregel: Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Dit artikel bevat de titel van het bestemmingsplan. Elk bestemmingsplan is daarnaast te onderscheiden door een uniek identificatienummer. Dit bestemmingsplan is geregistreerd en vindbaar op het landelijke portaal www.ruimtelijkeplannen.nl, onder nummer NL.IMRO.0786.BPVeBeukenln4-VA01
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
43
44
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet onderzocht worden of het plan economisch uitvoerbaar is. In een aantal gevallen moet een exploitatieplan worden vastgesteld. De ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt betreft een particulier initiatief waarbij alle kosten voor rekening komen van de initiatiefnemer. Daarnaast houdt de initiatiefnemer rekening met de financiële lasten voor het saneren van het grondwater, zoals omschreven in paragraaf 5.2 Bodem. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst afgesloten betreffende verhaal van exploitatiekosten en eventuele planschade. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Het opstellen van een exploitatieplan is niet nodig. Het plan is economisch uitvoerbaar en heeft verder geen financiële consequenties voor de gemeente.
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
45
46
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
Hoofdstuk 8 8.1
Overleg, inspraak en procedure
Omgevingsdialoog
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn de omwonenden geïnformeerd en is een omgevingsdialoog gehouden. Het bouwplan en het concept-ontwerpbestemmingsplan zijn gepresenteerd. In verband met coronamaatregelen heeft geen fysieke omgevingsdialoog plaatsgevonden, maar heeft het concept-bestemmingsplan gedurende twee weken online ter inzage gelegen. De online omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden van 29 juni 2020 tot en met 13 juli 2020. Een verslag van de omgevingsdialoog is toegevoegd als Bijlage 9 bij de toelichting. De omgevingsdialoog is aanleiding geweest om deze toelichting op het punt van de verkeersontsluiting van het nieuwe woonzorggebouw te verduidelijken (paragraaf 5.8.1). Er zijn naar aanleiding van de omgevingsdialoog geen wijzigingen aangebracht in het plan.
8.2
Vooroverleg
In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het plan besproken met volgende partijen: Provincie Noord-Brabant (overleg herbegrenzing); Waterschap Aa en Maas; Brandweer Brabant-Noord. De opmerkingen uit het vooroverleg zijn voorzien van een reactie in een Nota vooroverleg die is toegevoegd als Bijlage 10 bij deze toelichting. Waar nodig zijn de opmerkingen verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan.
8.3
Ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Eenieder is in de gelegenheid gesteld om gedurende deze periode een zienswijze in te dienen. Tijdens de inzagetermijn zijn geen zienswijzen ingediend. Tijdens de inzagetermijn is een nader bodemonderzoek uitgevoerd om de bodemkwaliteit nader inzichtelijk te maken. Dit onderzoek is ambtshalve toegevoegd aan de toelichting (zie ook paragraaf 5.2 Bodem en Bijlage 3).
bestemmingsplan Beukenlaan 4, Velp
47