CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Aanbieding Rapport accommodaties sport en cultuur.pdf

Cuijk - commissie Samenleving 19 januari 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: (ter advisering) Voorstel inzake rapport rekenkamercommissie Land van Cuijk - Ruimte voor ontmoeting en activiteit15.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aan de raden van de gemeenten in het Land van Cuijk

uw brief

ons kenmerk

datum

bijlagen

-

Z/20/723325 D/20/983085

18 december 2020

1

Onderwerp

doorkiesnummer

behandeld door

Aanbieding rapport ‘Ruimte voor ontmoeting en activiteit’

0485 - 585 795

A. Gerrits

Geachte mevrouw, heer, Hierbij bieden wij u ons onderzoeksrapport ‘Ruimte voor ontmoeting en activiteit’ aan. Het betreft een inventariserend onderzoek naar accommodaties voor sport en cultuur in het Land van Cuijk. In het kader van de hoor en wederhoorprocedure is het rapport op 19 oktober jl. aangeboden aan de Land van Cuijk-gemeenten met het verzoek aan de bestuurders om een zienswijze op het concept-rapport en aan de ambtelijke medewerkers om de feitelijke bevindingen te checken. De ambtelijke opmerkingen hebben geleid tot enkele feitelijke en redactionele aanpassingen in de eindtekst. De bestuurlijke reacties zijn integraal als bijlage in dit rapport opgenomen. Dit onderzoeksrapport wordt, ter kennisneming, eveneens aangeboden aan de colleges en de gemeentesecretarissen van de Land van Cuijk-gemeenten en het Regieteam raden Land van Cuijk.

Met vriendelijke groet, De Rekenkamercommissie Land van Cuijk,

A.G. Hengeveld

Secretariaat Rekenkamercommissie Land van Cuijk: Raadhuisplein 1, Boxmeer

E-mail: a.gerrits@boxmeer.nl

Ruimte voor ontmoeting en activiteit Inventariserend onderzoek naar accommodaties voor sport en cultuur in het Land van Cuijk.

Rapport December 2020 (definitieve versie)

Inhoudsopgave 1

Samenvatting .......................................................................................................................................... 2

2

Het onderzoek......................................................................................................................................... 3

3

2.1

Keuze van het thema ................................................................................................................................ 3

2.2

Onderzoeksopzet en onderzoeksvraag ..................................................................................................... 3

2.3

Leeswijzer .................................................................................................................................................. 3

Bevindingen ............................................................................................................................................ 5 3.1

Algemeen overzicht................................................................................................................................... 5

3.2

Bevindingen: beleidsvorming .................................................................................................................... 5

3.3 Bevindingen: Accommodaties in het Land van Cuijk: een overzicht ......................................................... 7 3.3.1 Eigendom, beheer en onderhoud ................................................................................................... 7 3.3.2 Privatisering en verantwoordelijkheden ......................................................................................... 8 3.3.3 Binnensport: een overzicht ............................................................................................................. 9 3.3.4 Buitensport: een overzicht ............................................................................................................ 10 3.3.5 Sociaal-culturele accommodaties: een overzicht .......................................................................... 11 3.4

Geografische spreiding van accommodaties .......................................................................................... 12

3.5

Bemoeienis van gemeenten met sociaal-culturele en sportaccommodaties .......................................... 13

3.6

Keuzes voor accommodaties met een cultureel aanbod ......................................................................... 14

3.7 Bevindingen: Financiële en politieke sturing ........................................................................................... 15 3.7.1 Financiële ondersteuning accommodaties.................................................................................... 16 3.7.2 Politieke sturing............................................................................................................................. 17 4

Zaken die opvallen en aandacht vragen ................................................................................................ 18

5

Conclusies en aanbevelingen ................................................................................................................ 19 5.1

Conclusies ............................................................................................................................................... 19

5.2

Aanbevelingen: ....................................................................................................................................... 20

6

Nawoord ............................................................................................................................................... 21

7

Bijlagen ................................................................................................................................................. 22 7.1

BIJLAGE 1: Beleidsteksten college-/bestuursprogramma ’s gemeenten ................................................. 22

7.2

BIJLAGE 2: Overzicht beleidsnota’s gemeenten ...................................................................................... 23

7.3

BIJLAGE 3: Overzicht accommodaties naar kerngrootte ......................................................................... 24

7.4 BIJLAGE 4: Accommodaties per gemeente.............................................................................................. 25 7.4.1 Accommodaties in de gemeente Boxmeer ................................................................................... 25 7.4.2 Accommodaties in de gemeente Sint Anthonis ............................................................................ 26 7.4.3 Accommodaties in de gemeente Grave ........................................................................................ 28 7.4.4 Accommodaties in de gemeente Mill en Sint Hubert ................................................................... 29 7.4.5 Accommodaties in de gemeente Cuijk .......................................................................................... 30 7.5

BIJLAGE 5: Memo overleg sportverenigingen Gemeente Mill en Sint Hubert ......................................... 32

7.6

BIJLAGE 6: Ringenmodel culturele infrastructuur in gemeenten ............................................................ 34

7.7

BIJLAGE 7: Geraadpleegde documenten en personen ............................................................................ 35

7.8

BIJLAGE 8: Bestuurlijke reacties .............................................................................................................. 37

1

1 Samenvatting Het Land van Cuijk omvat 5 gemeenten en 36 kernen. In de inventarisatie voor dit rapport zijn 114 sportaccommodaties en 63 sociaal-culturele accommodaties1 opgenomen. De inventarisatie laat zien dat in bijna alle kernen, ook in de hele kleine, accommodaties zijn waar sport en sociaal-culturele activiteiten door de inwoners kunnen worden beoefend. De belangrijkste functie van deze accommodaties is het faciliteren van ontmoeting en sociale cohesie. Dit netwerk van voorzieningen is door de jaren heen gegroeid in een samenspel van initiatieven uit de bevolking en voorwaardenscheppende gemeenten die daarbij een ondersteunende rol vervulden. Ook nu is de rol van gemeenten vooral faciliterend. Naast dit netwerk zijn er enkele accommodaties en voorzieningen tot stand gekomen, waarbij te denken valt aan de grotere sporthallen met zwembaden en culturele voorzieningen zoals theater en bibliotheken, waarbij de gemeente een meer initiërende rol heeft gehad. Vier gemeenten hebben beleidsnota’s over dit onderwerp die recent of al wat langer geleden zijn vastgesteld. Het geheel aan ontwikkelingen heeft geleid tot een organisch gegroeid en divers aanbod dat behoorlijk gelijkmatig over het Land van Cuijk verspreid is.

In de loop van de jaren negentig is vooral bij buitensport, maar ook bij culturele accommodaties en gemeenschapshuizen een trend ingezet naar privatisering en overdracht van verantwoordelijkheden naar gebruikers. Sinds die tijd zijn ook enkele private ondernemingen actief geworden, met name bij sportcomplexen met zwembaden en een cultureel centrum. In dit rapport is inzichtelijk gemaakt hoe de verdeling van eigendom, beheer en onderhoud nu is voor binnensport, buitensport, en sociaal-culturele voorzieningen. Ook is er een globaal beeld gemaakt van de financiële inbreng van gemeenten, inclusief een vergelijking van de kosten per inwoner. Het laat zien dat de gemeenten verschillende methodieken gebruiken en dat er ook kostenverschillen zijn. Het rapport signaleert dat er per inwoner aanmerkelijk meer accommodaties in kleine kernen zijn dan in de grotere dorpen. Ook wordt aangestipt dat veranderingen in bevolkingsopbouw en gedragskeuzes leiden tot een veranderende vraag en dat er grenzen zijn aan hetgeen van vrijwilligers en besturen verwacht kan worden. Enkele gemeenten hebben nu culturele accommodaties die eigenlijk de schaal van die gemeente overstijgen en er zal nagedacht moeten worden over de profilering van de grotere kernen in het gebied en de accommodaties die daarbij passen.

Het is een beschrijvend rapport dat de situatie in het Land van Cuijk als geheel en in de verschillende gemeenten in beeld brengt. Het wil een bijdrage bieden aan de beleidsvorming en samenwerking van de gemeenten in de nieuwe constellatie in het Land van Cuijk.

Verder in dit rapport wordt in de regel de term “culturele accommodaties” gebruikt voor schouwburg, museum of bibliotheek en worden dorps- en wijkaccommodaties of MFA “gemeenschapshuizen” genoemd. “Sociaal-culturele accommodaties” wordt gebruikt als koepelbegrip voor deze accommodaties samen. 1

2

2 Het onderzoek 2.1 Keuze van het thema De keuze voor het thema voorzieningen is begin 2020 bepaald na consultatie van raadsleden van de vijf gemeenten. Zeker omdat naar verwachting het gemeentelijk landschap in het Land van Cuijk door herindeling een wijziging ondergaat, is het interessant om vast te stellen welke rol de gemeenten vervullen bij de instandhouding van voorzieningen. Hierbij gaat het om allerlei vrijetijdsvoorzieningen zoals sport, cultuur en recreatie. Dit onderzoek beperkt zich tot een selectie van twee typen voorzieningen, namelijk de accommodaties op het gebied van sport en cultuur. Er wordt gekeken naar de accommodaties en niet naar de activiteiten die daarin plaatsvinden. Het college van B&W van Cuijk heeft de Rekenkamercommissie in april 2020 gevraagd waarom voor dit thema gekozen is en hoe dit onderzoek zich verhoudt tot het eerder door de Rekenkamercommissie uitgevoerde onderzoek naar gemeenschapsaccommodaties in Cuijk. De Rekenkamercommissie heeft namelijk in 2015 onderzoek gedaan naar de betekenis van gemeenschapsaccommodaties voor het behoud van leefbaarheid in wijken en dorpen van de gemeente Cuijk, getiteld “Kansen voor Cuijk”. Er is verschil tussen het onderzoek uit 2015 en het onderzoek nu uit 2020.

Het voorliggende onderzoek gaat over het gehele Land van Cuijk; het onderzoek uit 2015 betrof in het bijzonder de gemeente Cuijk, en dan uitsluitend de zogenaamde gemeenschapsaccommodaties in die gemeente, dus niet de sportaccommodaties. Bovendien richt het onderzoek nu zich niet op het gevoerde beleid met betrekking tot accommodaties; het heeft veel meer een inventariserend karakter.

2.2 Onderzoeksopzet en onderzoeksvraag Bij brief van 23 maart 2020 is de onderzoeksopzet toegezonden aan de gemeenteraden en colleges van B&W en de gemeentesecretarissen van de Land van Cuijk-gemeenten en aan het Regieteam raden Land van Cuijk.

De hoofdvraag van het onderzoek is welke verschillen in eigendom en beheer er zijn tussen de huidige gemeenten in hun relatie tot sport- en sociaal-culturele accommodaties. Om daar inzicht in te krijgen formuleert het onderzoeksplan vragen voor een inventarisatie van de huidige accommodaties, welke vorm en doel zij hebben, wie er gebruik van maken en hoe het beheer en exploitatie geregeld zijn. Met die inventarisatie komen overeenkomsten en verschillen in beeld. Tijdens het onderzoek zijn er vragen naar voren gekomen over deelaspecten van de onderzoeksmaterie. Niet alle gerezen vragen zijn in dit onderzoek van een antwoord voorzien, hetzij omdat dit de strekking of omvang van het onderzoek te buiten ging, hetzij omdat de vraag niet belangrijk genoeg leek om daar nader onderzoek naar te doen. Daar komt bij dat de corona-periode het onderzoek, met name het leggen van contact en het aangaan van gesprekken met betrokkenen, heeft bemoeilijkt. Het verzamelde materiaal biedt echter voldoende basis om een rapportage uit te brengen.

2.3 Leeswijzer De bevindingen, ofwel de informatie die we verzameld hebben, presenteren we hier als volgt.

3

-

3.2 geeft een overzicht van de beleidsvorming bij de gemeenten, zowel voor de sportaccommodaties, als voor de sociaal-culturele gebouwen. We geven een kader aan dat gebruikt is om de gegevens te interpreteren. - 3.3 beschrijft eigendom, beheer en onderhoud, en vertaalt dat in een overzicht naar alle accommodaties, gegroepeerd naar binnensport, buitensport en cultuur-accommodaties. - 3.4 beschrijft de geografische spreiding van accommodaties. - 3.5 gaat in op de bemoeienis die gemeenten bij het onderwerp hebben. - 3.6 behandelt keuzes voor specifieke culturele accommodaties. - 3.7 schetst financiële keuzes (3.7.1) en politieke sturing (3.7.2). Na de bevindingen worden nog enkele punten genoemd die opvallen en volgen de conclusies en aanbevelingen. In de bijlagen zijn gedetailleerde overzichten opgenomen.

4

3 Bevindingen 3.1 Algemeen overzicht De bevindingen zijn beschreven als een algemeen overzicht voor het gehele Land van Cuijk. Er is ook een beschrijving per gemeente van het accommodatiebestand, inclusief een overzicht met naam en gegevens over eigendom, beheer en onderhoud. Vanwege omvang en leesbaarheid is dat opgenomen in bijlage 4.

3.2 Bevindingen: beleidsvorming - Beschikbare nota’s sport- en cultuurbeleid, inclusief accommodaties De Rekenkamercommissie constateert dat niet alle vijf gemeenten op het gebied van accommodaties voor sport en cultuur recente beleidsnota’s hebben. Mill en Sint Hubert heeft een recente een nota over toekomstbestendige gemeenschapsaccommodaties. Cuijk heeft in 2019 een cultuurvisie vastgesteld, waarin nieuwe lijnen voor de organisatie binnen het cultuurveld zijn vastgelegd en de gevolgen voor accommodaties (bibliotheek huisvesten in de schouwburg) zijn benoemd. Cuijk beschikt over een recente sportnota met kaders voor het sportbeleid in het algemeen en de accommodaties in het bijzonder en heeft een beleidsnota voor gemeentelijke accommodaties uit 2011. Boxmeer heeft een oudere beleidsnota ‘kunst en cultuur’ en een beleidskader instandhouding sociaal-culturele voorzieningen. Grave heeft een kadernota gemeenschapsaccommodaties uit 2010 en heeft het voornemen om een sportnota op te stellen. Sint Anthonis heeft geen nota’s en ook geen plannen daartoe. In bijlage 2 is een overzicht van relevante nota’s opgenomen per gemeente. - Beleidsteksten in de coalitieprogramma’s In alle bestuurs- of coalitieprogramma’s die na de laatste raadsverkiezingen in de vijf gemeenten zijn opgesteld is aandacht besteed aan sport en cultuur en het beschikbaar stellen van accommodaties.

De algemene lijn daarin is dat de gemeentebesturen sport en cultuur met name zien als een belangrijke factor voor het gemeenschapsleven in de verschillende dorpen. Sport wordt ook gekoppeld aan gezondheid en beweging. De gemeenten kiezen een volgende rol en faciliteren de verenigingen om het gewenste aanbod te kunnen bieden. In bijlage 1 zijn de betreffende teksten opgenomen. - Sport en cultuur in de afweging inzake komende herindeling Binnen de analyse die is gemaakt voor het ingezette proces tot herindeling binnen de Land van Cuijk-gemeenten is niet apart aandacht besteed aan het voorzieningenniveau op het terrein van sport, cultuur en recreatie in de verschillende kernen. Wel zijn er rondetafelgesprekken gevoerd in de verschillende dorpen. Daarbij zijn de thema’s sport en cultuur aan de orde geweest. Hieruit blijkt dat de inwoners van de kernen de instandhouding van het huidige voorzieningenniveau bepleiten. Anderzijds waren er ook geluiden te horen waaruit blijkt dat er kanttekeningen worden geplaatst bij het huidige voorzieningenniveau met de vraag of dit in het kader van de schaalvergroting op termijn nog wel haalbaar zal zijn. - Soorten accommodaties en gemeentelijke bemoeienis Hoewel er geen dekkend overzicht van actueel vastgesteld beleid is te maken, is er toch een beeld te schetsen van de manier waarop de bemoeienis van de gemeenten vorm krijgt en uitgevoerd wordt.

Daartoe maken we een globale indeling in categorieën. Het belang van accommodaties in de dorpen wordt, zoals gesteld, meestal gekoppeld aan leefbaarheid en 5

Primair voor sociale cohesie

Primair andere doelen

Sport

a) accommodaties die primair bedoeld zijn voor sportieve activiteiten die gericht zijn op sociale cohesie en algemene gezondheid (breedtesport).

b) accommodaties die primair bedoeld zijn voor sportieve activiteiten die gericht zijn op bovengemiddelde prestatie (bovenlokale training en wedstrijden).

Cultuur

sociale cohesie. De accommodaties zijn daarbij een randvoorwaarde voor ontmoeting tussen de dorpsgenoten, op en om het veld of het podium of de koffietafel. Daar houden we bij de gekozen indeling rekening mee. We onderscheiden accommodaties die primair bedoeld zijn om de sociale cohesie te faciliteren en accommodaties waarbij andere doelen voorop staan.

c) accommodaties die primair bedoeld zijn voor sociale ontmoeting en het samen beoefenen van amateurkunst (sociaalculturele accommodaties).

d) accommodaties die primair bedoeld zijn om (professioneel) cultureel aanbod te consumeren, gericht op persoonlijke ontwikkeling en (samen) ervan genieten.

De sportaccommodaties waarmee de vijf gemeenten bemoeienis hebben vallen bijna allemaal onder de eerste groep a). De gebruikers (verenigingen) presteren op een lokaal of regionaal niveau. Alleen de turnhal van ’t Hoogkoor in Boxmeer is geoutilleerd voor training of wedstrijden op een hoger niveau of ontwikkeling naar topsport (groep b). Bij de culturele accommodaties zijn wel de twee genoemde categorieën vertegenwoordigd. In bijna elke kern zijn accommodaties voor ontmoeting en gezamenlijk cultuurbeoefening (groep c). Daarnaast zijn er verspreid over de gemeenten accommodaties voor het bezoeken van voorstellingen en tentoonstellingen en is er een aanbod van bibliotheken (groep d). - Beleidsvrijheid gemeenten Gemeenten hebben, buiten de bibliotheken, geen wettelijke plicht om voorzieningen of accommodaties voor sport, kunst of cultuur op te richten of in stand te houden. Bij de verdelingssytematiek van het gemeentefonds is de instandhouding daarvan wel een factor. Voor bibliotheken geldt dat de gemeente wettelijk ervoor moet zorgen dat elke inwoner gebruik kan maken van een openbare bibliotheek, maar er is geen plicht tot instandhouding daarvan. Grosso modo hebben de gemeenten dus een grote beleidsvrijheid.

- Activiteiten en accommodaties zonder gemeentelijke bemoeienis Dit onderzoek gaat alleen over de accommodaties waarbij de gemeenten een rol spelen bij de instandhouding ervan. Daarnaast zijn er steeds meer accommodaties die wel van belang zijn voor het halen van gemeentelijke doelen, maar die geheel voor eigen rekening en risico door marktpartijen worden geëxploiteerd, zoals sport-/zwemscholen, maneges en filmzalen. Met het verdwijnen van centra voor de kunsten (Meander) is ook een groot deel van de creatieve en muzieklessen naar het particuliere circuit verplaatst. Daarnaast groeien de individuele sporten (lopen, fietsen) die geen accommodatie nodig hebben. We signaleren dit, maar besteden daar verder geen aandacht aan.

6

- Algemene maatschappelijke context Dit onderzoek richt zich niet op de organisatie en het beheer van de accommodaties, maar we merken wel op dat het goed besturen en beheren een punt van aandacht is voor het hebben en behouden van accommodaties. Op diverse plaatsen wordt gesignaleerd dat door demografische (vergrijzing) en sociaal-culturele (individualisering) ontwikkelingen het steeds moeilijker wordt om voldoende vrijwilligers te vinden die zich langdurig willen inzetten voor het reilen en zeilen van accommodaties. Tegelijkertijd nemen de eisen die aan beheer en bestuur worden gesteld eerder toe dan af. Ook de betrokken vrijwillige besturen realiseren zich dat. Illustratief is een memo van de gemeente Mill en Sint Hubert uit 2017 waarin de bevindingen van evaluatiegesprekken met verenigingen over de voor- en nadelen van privatisering worden weergegeven. Dit memo is opgenomen in bijlage 5. Ook in andere gemeenten waren er in de afgelopen jaren soms felle discussies over de haalbaarheid van het realiseren en in stand houden van accommodaties als ontmoetingsfunctie voor het dorp, bijvoorbeeld in 2019 rond de multifunctionele accommodatie in Sint Anthonis. Uiteindelijk zullen ook deze organisatorische randvoorwaarden meewegen bij de vraag waar en onder welke condities accommodaties in de dorpen beschikbaar kunnen blijven.

3.3 Bevindingen: Accommodaties in het Land van Cuijk: een overzicht Om een eenvormig beeld te krijgen van de accommodaties in de vijf gemeenten heeft de Rekenkamercommissie met een vast vragenformat de gegevens via de ambtelijke organisaties opgevraagd. Op basis daarvan is een breder overzicht ontstaan waarmee globale vergelijkingen gemaakt zijn. Het beeld dat daaruit voortkomt beschrijven we in deze paragraaf. In 3.3.1 en 3.3.2 geven we een algemeen beeld voor accommodaties voor cultuur en sport in het Land van Cuijk. In 3.3.3 en 3.3.4 wordt ingegaan op binnen- en buitensport. 3.3.5 beschrijft gemeenschapshuizen en overige culturele accommodaties. 3.3.1 Eigendom, beheer en onderhoud In de inventarisatie zijn 114 sportaccommodaties en 63 culturele accommodaties opgenomen. Het totaaloverzicht is vanwege leesbaarheid niet in het rapport opgenomen, maar in de beschrijving per gemeente (bijlage 4) zijn de naam en belangrijkste gegevens van alle accommodaties terug te vinden. Dit rapport geeft inzicht in de verdeling van eigendom, beheer en onderhoud tussen gemeenten en andere betrokken partijen. Hiervoor is gekozen, omdat deze factoren de verantwoordelijkheid die gemeenten nemen weerspiegelen. Het begrip “eigendom” spreekt voor zich.

De eigenaar heeft altijd de laatste zeggenschap over het goed, ook al zijn het feitelijke gebruik en verantwoordelijkheid om het in stand te houden bij een andere partij gelegd. Het begrip “onderhoud” wordt gesplitst in groot en klein onderhoud. Groot onderhoud is een eerste voorwaarde om de waarde van het eigendom te behouden. Dit wordt vaak bij de eigenaar gehouden, maar in meerdere gevallen ook aan de beheerder gelaten. Klein onderhoud is meestal een taak van de beheerder. In de volgende overzichten gaat het om groot onderhoud. Het begrip “beheer” omvat alles om het gebruik van een accommodatie mogelijk te maken, zoals schoonmaak, verhuur, klein onderhoud, sleutelbeheer, toezicht et cetera.

7

We zien dat beheer van accommodaties vaak wordt gecombineerd met het uitbaten van horeca. Dit laatste aspect behandelen we in dit rapport echter niet. 3.3.2 Privatisering en verantwoordelijkheden Sinds de jaren negentig hebben veel gemeenten kerntakendiscussies gehouden, meestal ingegeven door de noodzaak tot bezuinigen. Dat heeft bij veel gemeenten geleid tot privatisering2 van accommodaties, met name in de sport. Eigendom en of het onderhoud zijn daarbij overgedragen van de gemeente naar de gebruikers (verenigingen) en marktpartijen. Bij het herijken of ontwikkelen van gemeentelijk sportbeleid is privatiseren een vast thema. Kostenbesparing is daarbij vaak een argument, maar ook principiële overwegingen zijn redenen om de verantwoordelijkheid voor het beheer en exploitatie van sportaccommodaties bij de gebruikers te leggen. Gemeenten hebben gemerkt dat een vereniging vaak doelmatiger en sneller handelt dan zijzelf. Uitgangpunt is dus niet alleen het financiële motief, maar ook de gedachte dat verenigingen het beheer en onderhoud zelf beter kunnen uitvoeren dan de gemeente, dit vanwege allerlei praktische redenen. Een van de redenen is dat leden van verenigingen ook ’s avonds en in het weekend actief zijn. In de jaren negentig zijn ook ondernemers zich gaan richten op openbare voorzieningen voor sport.

Met name zwembaden ontwikkelden zich van accommodaties voor zwemles en sportbeoefening naar bredere recreatieve voorzieningen. De opwaardering van gemeentelijke zwembaden die hiervoor nodig was, is vaak aanleiding geweest voor gemeenten om commerciële exploitanten daarbij te gaan betrekken. In die periode zijn de firma’s Laco en Optisport ook in deze regio actief geworden. Bij deze keuzes is vaak ook kostenbesparing leidend geweest, maar onderzoeken maken niet goed inzichtelijk of die effecten (landelijk) ook bereikt zijn3. In Cuijk en Grave is de laatste tijd meermalen politieke discussie geweest over afspraken met de ondernemer over noodzakelijke of gewenste investeringen om de accommodatie up-to-date te houden. Privatisering is ook aan de orde bij culturele accommodaties, maar heeft in dat geval een andere verschijningsvorm. Hier is geen sprake van overdracht van eigendom naar de gebruikers van accommodaties, maar het beheer is nagenoeg overal neergelegd bij 2

Privatisering kent in de praktijk vele verschijningsvormen. De grondvorm is dat de gemeente beschikt over een accommodatie, bestaande uit een perceel grond met sportvelden/tennisbanen, installaties, gebouwen, opstallen, kleedlokalen en aanverwante voorzieningen. Zij geeft deze accommodatie om niet in gebruik aan een vereniging. Zij draagt het eigendom over aan de vereniging door vestiging van een recht van erfpacht (voorbeeld: contract met SES in Mill) en/of opstal. Een recht van opstal wordt gevestigd om te voorkomen dat de eigenaar van de grond (in dit geval de gemeente) ook eigenaar wordt (door zogenaamde natrekking) van wat er op die grond is of wordt gebouwd. De ondergrond blijft eigendom van de gemeente. De vereniging neemt het onderhoud inclusief herstel en vernieuwingen van de accommodatie op zich, uitgaande van een normale bedrijfsvoering. Zij ontvangt daarvoor van de gemeente een eenmalige afkoopsom en een jaarlijkse bijdrage. De voorwaarden voor het gebruik van het recht van opstal dienen in een overeenkomst tot vestiging van het recht van opstal te zijn opgenomen. Heeft men iets niet geregeld waarvan achteraf blijkt dat het wel geregeld had moeten zijn, dan geldt wat daarover in de wet is geregeld. 3

Bakker, S. (2013). Effecten van het privatiseren van zwembaden.

8

beheerstichtingen die voor die accommodatie zijn opgericht en die vanuit de gemeenschap bestuurd worden. Een aantal stichtingen is zelf eigenaar, meestal in situaties waar in de vorige eeuw de gemeenschap gebruik maakte van gebouwen van de kerk. In de loop der jaren is het eigendom overgegaan van de kerk naar een stichting (bijv. De Pit Overloon) en met geld uit de gemeenschap verder uitgebreid (o.a. De Viersprong in Gassel). Bij de sociaal-culturele accommodaties die eigendom zijn van de gemeenten wordt de verdeling van verantwoordelijkheden voor beheer en onderhoud vastgelegd in een huur- of gebruiksovereenkomst met een zogenaamde “demarcatielijst” waarin precies is bepaald wie waarvoor verantwoordelijk is. Deze lijst is ook de basis voor de (financiële) planning van het programmatisch onderhoud. In dit onderzoek is niet nagegaan of deze afspraken voor alle accommodaties compleet en actueel zijn. De overdracht van beheer en onderhoud van gemeenschapshuizen naar gebruikers heeft ook financiële gronden. Zo stelt het college van Mill en Sint Hubert in het licht van de toekomst van sociaal-culturele accommodaties “dat het voornemen is om de kosten voor gebruikersonderhoud daar waar mogelijk te verleggen naar de gebruikers.

Dit betekent dat bij een geleidelijk lagere bijdrage aan het gebruikersonderhoud in de toekomst er een grotere storting in de voorziening mogelijk wordt zonder dat de kosten voor de gemeente stijgen”.4 Tot zover de grote lijn. Toch zijn er - naar zeggen van de betrokken ambtenaren - historisch gegroeide, net iets van elkaar verschillende situaties. Door verschillende beleidskeuzes van gemeenten en door particulier initiatief is er in de loop van de tijd uiteenlopend maatwerk ontstaan. In de volgende paragrafen geven we een getalsmatig overzicht van de verdeling van eigendom, beheer en onderhoud voor sport- en culturele accommodaties. Er is een verschil te tussen binnensport en buitensport en voor culturele accommodaties is de situatie weer anders. Er is duidelijk verschil in beleid tussen de gemeenten waar te nemen. 3.3.3 Binnensport: een overzicht Binnensport omvat sporthallen, gymzalen en zwembaden. Dit zijn de enige typen sportaccommodaties waar ook ondernemingen een rol spelen. Sporthallen zijn vooral een aangelegenheid van gemeenten. Een flink deel van de gymzalen is verbonden aan onderwijsorganisaties.

-

Binnensport: sporthal

Gemeente

Eigendom Onderhoud Beheer

12 12 5

Stichting/ Vereniging 0 0 7

Onderneming

Totaal

3 3 3

15 15 15

80% van de sporthallen is eigendom van een gemeente, 20% van een onderneming (Laco in Cuijk en Grave en Optisport in Boxmeer). Bij ondernemingen is er altijd sprake van een sporthal met een zwembad. De ondernemingen verzorgen altijd zelf het beheer en onderhoud van hun eigendom. De gemeenten Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis voeren als enige het beheer over hun eigen hallen zelf uit. In Boxmeer is het beheer van gemeentelijke hallen overgedragen aan stichtingen of verenigingen. In Cuijk beheert de gemeente een eigen hal zelf en

Gemeente Mill en Sint-Hubert: Raadsvoorstel: vaststellen nota “Op weg naar toekomstbestendige gemeenschapsaccommodaties” (behandeld in gemeenteraad 5-10-2017). 4

9

wordt er een beheerd door een stichting. Onderhoud wordt in Cuijk altijd door de gemeente gedaan. Grave bezit zelf geen sporthal.

-

-

Binnensport: gymzaal

Gemeente

Eigendom Onderhoud Beheer

14 13 10

Stichting/ Vereniging 13 14 17

Onderneming

Totaal

1 1 1

28 28 28

Boxmeer bezit geen gymzalen, terwijl in Mill en Sint Hubert alle gymzalen van de gemeente zijn en in Sint Anthonis alle op een na. In Cuijk en Grave zijn zowel de gemeente als stichtingen en verenigingen eigenaar. Gymzalen die niet van gemeenten zijn behoren toe aan een onderwijsinstelling5, behalve een gymzaal in Grave die van de onderneming Laco is. Alle gymzalen worden onderhouden door de eigenaar, behalve de gymzaal in Sint Agatha die van de gemeente is, maar waar MFA De Agaat onderhoud verzorgt.

3.3.4 Buitensport: een overzicht Buitensport gaat om sportparken, vooral voetbal en tennis, en om overige accommodaties, variërend van hengel- en hondensport tot jeu de boules, motorcross en ruitersport. Vooral bij sportparken zijn veel verschillen tussen gemeenten te zien.

-

-

Buitensport: parken

Gemeente

Eigendom Onderhoud Beheer

25 12 0

Stichting/ Vereniging 26 49 51

Onderneming

Totaal

0 0 0

51 51 51

Ondernemingen zijn niet actief in buitensportaccommodaties. Ongeveer de helft van alle sportparken is eigendom van gemeenten6. Van de 25 gemeentelijke sportparken worden er 12 door de gemeente zelf onderhouden. Deze liggen allemaal in de gemeenten Cuijk en Sint-Anthonis. In Boxmeer zijn alle sportparken eigendom van de gemeente, maar zijn beheer en onderhoud geheel uitbesteed/geprivatiseerd. De gemeenten Grave en Mill en Sint Hubert bezitten juist geen sportparken; alles is geprivatiseerd. Cuijk en Sint Anthonis laten een gevarieerd beeld zien. Buitensport: overig

Gemeente

Stichting/ Vereniging

Onderneming

Totaal

Eigendom Onderhoud Beheer

8 2 2

12 18 18

0 0 0

20 20 20

“Overig” omvat allerlei accommodaties van hengel- en hondensport tot jeu de boules, motorcross en ruitersport. Alle gemeenten bezitten dit soort accommodaties.

5 Volgens de onderwijswetgeving is een gemeente is economisch eigenaar van schoolgebouwen inclusief gymzalen en is het schoolbestuur juridisch eigenaar; de schoolbesturen zijn belast met instandhouding en klein en groot onderhoud. Uitbreiding en renovatie is aan de gemeente. 6 Bij alle sportparken is de ondergrond waarop de velden zijn aangelegd en clubgebouwen staan, eigendom van de gemeenten. Deze grond is in erfpacht uitgegeven of er is een opstalrecht gevestigd.

10

-

Als de gemeente onderhoud verzorgt is dit vooral groenonderhoud (bijv. visvijvers).

3.3.5 Sociaal-culturele accommodaties: een overzicht Bij sociaal-culturele accommodaties gaat het om de gemeenschapshuizen en de jeugdcentra die we in de vorige paragraaf hebben benoemd als “primair gericht op sociale ontmoeting” (categorie c) en daarnaast om culturele accommodaties die primair bedoeld zijn voor zelfontplooiing en om cultuur te consumeren (categorie d). Dat onderscheid houden we hier aan. Er is overigens overlap binnen deze indeling. Behalve bij een enkel bibliotheekgebouw maken overal ook verenigingen gebruik van categorie-d-accommodaties. Een apart gebouw exclusief voor theater, zoals in een grote stad is hier niet. Myllesweerd in Mill is een tussenvorm tussen een gemeenschapshuis en een klein theater. Gemeenschapshuizen/ Jeugdcentra (c) Eigendom Onderhoud Beheer

-

-

-

-

-

Gemeente 37 37 1

Stichting/ Vereniging 5 5 41

Onderneming

Totaal

3 3 3

45 45 45

90% van de gemeenschapshuizen en jeugdaccommodaties is in gemeentelijk bezit; deze gebouwen worden ook allemaal door de gemeenten onderhouden. Vijf gemeenschapshuizen zijn van een stichting of vereniging; vier in de gemeente Boxmeer (Overloon, Vortum-Mullem, Oeffelt en Maashees) en een in de gemeente Grave (Gassel). De ondernemingen die een gemeenschapshuis hebben zijn allemaal eigenaar van het grotere complex waar dit deel van uitmaakt (Brabant Zorg, Mooiland, vastgoedbedrijf). Het beheer van bijna alle gemeenschapshuizen is overgedragen aan stichtingen of verenigingen. Alleen Brabant Zorg beheert de gemeenschapsruimtes in het eigen gebouw (Catharinahof in Grave). Twee beherende instellingen zijn een onderneming (Sociom in Cuijk en Capax in Boxmeer). Een steunpunt in Haps wordt door de gemeente beheerd. Cultuur: overig (d)

Gemeente

Eigendom Onderhoud Beheer

14 12 1

Stichting/ Vereniging 4 6 16

Onderneming

Totaal

0 0 1

18 18 18

Deze categorie geeft een heel gevarieerde samenstelling, van de schouwburg, musea en bibliotheken tot kleine tentoonstellingsruimtes. Bijna alle gebouwen zijn gemeentelijk eigendom. Twee gebouwen zijn van Biblioplus (Cuijk, Grave) en een tentoonstellingsruimte is van een Heemkundekring. Boxmeer huurt museumruimte in een klooster/kasteel. Twee gemeentelijke accommodaties worden door een stichting onderhouden: een groot gebouw, de schouwburg in Cuijk, en het kleine opluchttheater in Oploo. Het beheer is bijna overal overgedragen aan particuliere rechtspersonen, meestal stichtingen, maar ook aan een onderneming (Capax, De Weijer). Gemeente Grave beheert de carrillontoren, maar daarin worden (nog) geen activiteiten georganiseerd. In alle gemeenten is een bibliotheek van BiblioPlus. De grotere vestigingen zijn vaak ondergebracht in een multi-functionele accommodatie (Myllesweerd, De Weijer, MFA

11

Oelbroeck). In Cuijk en Grave heeft de bibliotheek een eigen gebouw. Daarnaast zijn er steunpunten in enkele dorpen en collecties in basisscholen.

3.4 Geografische spreiding van accommodaties Alle dorpen en dorpjes in het Land van Cuijk beschikken over meerdere accommodaties die gericht zijn op de ontmoeting van inwoners. Alleen de allerkleinste kernen hebben geen accommodatie (Katwijk, Groeningen), behalve Linden (270 inwoners) dat een gemeenschapshuis heeft. Om een beeld te geven is hier een indeling gemaakt naar grootte van de kern: tot 2.500; tussen 2.500 en 10.000 en meer dan 10.000 inwoners. In bijlage 3 is het complete overzicht opgenomen. Inwonertal kern

Kernen7

Inwoners totaal

Sportaccommod.8

< 2.500 2.500 < 10.000 > 10.000

25 7 2 34

25.820 31.221 30.330 87.371

60 34 20 114

Sociaalcultureleaccommod. 27 18 18 63

Sport+cult. samen 87 52 38 177

Gemiddeld inwonertal per accomm. 297 600 798 494

Uit dit overzicht blijkt dat naarmate de kern kleiner wordt het aantal accommodaties per inwoner sterk stijgt. Het overzicht gaat uit van aantallen accommodaties, ongeacht hun grootte. Feitelijk zijn veel accommodaties zoals sportparken in kerkdorpen kleiner dan in de centrumdorpen. Daar staat tegenover dat vooral binnen de dorpen Cuijk en Boxmeer voorzieningen zijn die een groter verzorgingsgebied hebben dan deze kernen zelf. Maar ook in Sint Agatha is een groot sportpark dat een veel ruimer gebied dan de eigen kern bedient. Daarnaast zal er een uitwisseling tussen kernen zijn, doordat inwoners ook sporten of een gemeenschapshuis bezoeken in een van de omliggende dorpen. De constatering is dat het aanbod in de kleine dorpen zeker zo goed is als in de grotere kernen. Ook zijn er verschillen waar te nemen in het aanbod van accommodaties tussen de vijf gemeenten. Voor culturele accommodaties beschikken we niet over een vergelijkingsmethode, maar voor sportaccommodaties is er onderzoek gedaan door het Centrum Gezondheid en Maatschappij, verbonden aan Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu9. Hieruit blijkt dat het aanbod van sportaccommodaties in het Land van Cuijk vrij normaal is voor een landelijk gebied met meerdere woonkernen. Uit hetzelfde onderzoek blijkt voorts dat het aanbod aan sportaccommodaties kwantitatief nogal verschilt per gemeente.

Dit wordt berekend aan de hand van het aantal voorzieningen per 10.000 inwoners. Daaruit volgt een getal, een indicator, die de volgende verhouding aangeeft tussen de vijf gemeenten. Sint Anthonis: 43,1, Mill en Sint Hubert: 38,9, Boxmeer: 31, Cuijk: 24,3, Grave: 23,4. Het aanbod in de eerste drie gemeenten scoort ruim boven het landelijke gemiddelde.

7

De twee kernen zonder accommodaties (Groeningen, Katwijk) zijn hier niet meegeteld. Private sportscholen (Fitland en overige fitnessbedrijven) zijn hier niet meegeteld. 9 (bron: (https://www.volksgezondheidenzorg.info/sport/sportopdekaart/sportaccommodaties#nodesportaccommodaties-gemeente) 8

12

3.5 Bemoeienis van gemeenten met sociaal-culturele en sportaccommodaties Uit de vorige paragraaf blijkt dat er diverse vormen, afspraken en uitwerkingen voor het in stand houden van accommodaties zijn ontstaan. Hier gaan we in op de rol die de gemeenten daarbij gespeeld hebben, met name voor de accommodaties in de vele kernen. De bemoeienis van gemeenten is erop gericht dat in alle dorpen sociaal-culturele ruimtes zijn waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten en samen dingen doen. Op een vergelijkbare manier zorgen de gemeenten ervoor dat er voldoende sportaccommodaties zijn die goed beheerd worden en die voldoen aan de eisen van de landelijke sportkoepels. Deze accommodaties vormen een netwerk ten dienste van sociale samenhang. Daarnaast worden accommodaties in stand gehouden, zoals de schouwburg, bibliotheek en musea die er zijn voor persoonlijke ontwikkeling en die een cultuuraanbod bieden met film, boeken, muziek en toneel. Het huidige aanbod is grotendeels gegroeid door samenspel van inwonersgroepen en de gemeentebesturen. In deze paragraaf beschrijven we het beeld van dat samenspel zoals wij dat voor de verschillende typen accommodaties waarnemen. Bij buitensportaccommodaties zijn de gemeenten vooral de faciliterende en meedenkende partij. Aanpassingen of uitbreiding van een complex worden in de regel ingegeven door concrete vragen vanuit de gebruikende verenigingen.

Ook in processen voor samenwerking en fusie, zoals recent bij de voetbalclubs in Grave, zetten de verenigingen meestal zelf de eerste stappen; de gemeente denkt mee. Bij zulke ingrijpende keuzes is het van belang dat de gebruikers bij de buitensport ook altijd een eigen verantwoordelijkheid voor het beheer hebben en dus ook de vruchten van fusie of samenwerking plukken. Alleen als een bestaande sportaccommodatie (veld, sportpark) op een locatie ligt die van belang is voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw, is de gemeente initiërend voor de gewenste veranderingen. Doordat er veelal faciliterend in samenspraak met verenigingen is gehandeld, is er een geschakeerd beeld van maatwerk ontstaan. Bij binnensportaccommodaties hebben gemeenten meer een sturende rol. We zien daar ook dat gemeenten vaker eigenaar en beheerder zijn of dat een ondernemer de accommodatie exploiteert. De verenigingen hebben meer dan op een sportpark de rol van gebruiker en zijn niet direct bij de instandhouding van de accommodatie betrokken. Er zijn ook meer verschillende gebruikers naast elkaar, die ieder apart hun sport beoefenen. Bij de sociaal-culturele accommodaties zoals gemeenschapshuizen (groep c) nemen de gemeenten een faciliterende rol die vergelijkbaar is met de sport.

Er is door de jaren heen een dekkend aanbod gegroeid met een grote diversiteit aan accommodaties in de dorpen en wijken. Wijzigingen daarin komen vooral voort uit vragen vanuit de gebruikers in het betreffende gebied. Daar kunnen verschillende oorzaken voor zijn, zoals de mogelijke sluiting van een dorpscafé, een uitbreidingsvraag of het leegkomen van ander maatschappelijk vastgoed. De gemeente kan wel een gesprek op gang brengen over samenwerking of herschikking van accommodaties als er een nieuwe voorziening in een wijk of kern wordt gerealiseerd die iets toevoegt, bijvoorbeeld zalen die voor alle inwoners gebruikt kunnen worden. Dat kan tot gezamenlijke winst leiden, maar dan nog is het vaak lastig om tot overeenstemming en effectuering van de plannen te komen. De door de gemeente Grave ingezette gesprekken bij

13

de komst van verzorgingshuis Catharinahof met grote zaal in de stad Grave, hebben uiteindelijk niet geleid tot de beoogde herschikking in de verschillende wijken. Ook als gemeenten ervoor zorgen dat er een nieuwe accommodatie in een wijk komt, brengt dat niet automatisch het gewenste doel, namelijk sociale activiteit. Zo heeft de wijk de Nielt in Cuijk een mooie accommodatie in een wooncomplex, maar was het in eerste instantie moeilijk om een nieuwe organisatie met bewoners op te bouwen. Per saldo is het beeld dat de ontwikkeling van het breed verspreide aanbod van sport- en gemeenschapsaccommodaties min of meer organisch gegroeid is als resultaat van een samenspel tussen (groepjes) inwoners en de gemeenten. De wortels van de situatie van dit moment in de verschillende kernen zijn vaak nog van voor 1994, toen de huidige gemeenten gevormd werden.

3.6 Keuzes voor accommodaties met een cultureel aanbod De bemoeienis van gemeenten bij groep d) biedt een gemengd beeld. Enerzijds faciliteren de gemeenten initiatieven uit de bevolking (kleinschalige tentoonstellingen, concerten, film) en hebben zij daarbij in de regel ook een volgende houding, vergelijkbaar met de accommodaties voor sport en sociaal-culturele ontmoeting. Anderzijds willen gemeenten actief een zeker professioneel aanbod in stand houden (m.n. theater) en zorgen dat daarvoor accommodaties zijn10. Het beeld is dat alle gemeenten de maatschappelijk verbindende functie van cultuur en sport heel belangrijk vinden. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de teksten in de bestuur- en collegeprogramma’s in bijlage 1. We zien dat enkele gemeenten daarnaast ook de gelegenheid willen bieden om kennis te nemen van bovenlokale of bovenregionale cultuur (theater, film, muziek, beeldende kunst, historie). Zij moeten daartoe ook zorgen dat er accommodaties zijn om dit aanbod te kunnen presenteren. Op het punt van deze actieve instandhouding onderscheiden gemeenten zich. Het is ook regelmatig onderwerp van debat in gemeenteraden, zoals we zien bij de schouwburg in Cuijk. Daarom gaan wij daar hier wat dieper op in. De gemeente Boxmeer heeft nog een oude kunst- en cultuurnota uit 2007 en in Cuijk is vorig jaar een nieuwe nota vastgesteld. De overige gemeenten hebben geen brede beleidsnota.

In beide genoemde nota’s wordt ook de brede basis van cultuur in de samenleving ten behoeve van sociale cohesie en identiteit als uitgangspunt genomen. Gemeenschapshuizen in de dorpen spelen daarin dus zeker een rol, maar daarnaast wordt er ook voor gekozen om cultureel aanbod te presenteren voor de inwoners die daar belangstelling voor hebben. Ook wordt onderkend dat de gemeente zich met een goed cultureel aanbod kan onderscheiden. Beide nota’s maken gebruik van een analysemodel van de VNG om het eigen aanbod te spiegelen aan de infrastructuur die in Nederland gebruikelijk is voor gemeenten van een zekere omvang. Ter illustratie is dat model opgenomen in bijlage 6. Globaal past het beeld van beide gemeenten in de categorie “kernachtig gemeentelijk cultuurbeleid” dat aansluit bij gemeenten tot 30.000 inwoners. Het aanbod van de andere drie gemeenten is ook

10

De bibliotheek heeft een aparte positie vanwege de landelijke wetgeving en provinciale ondersteuningsstructuur.

14

‘kernachtig’. Cuijk en Boxmeer ontstijgen echter op een enkel punt de categorie “kernachtig” door de aanwezigheid van voorzieningen voor podiumkunsten, waarbij Boxmeer in 2007 zelf stelt dat het aanbod van de Weijer en diverse poppodia past bij een categorie grotere gemeenten (tot 90.000 inwoners) en ook voor Cuijk geldt dat de schouwburg eigenlijk de maat van de gemeente te boven gaat (beide refererend aan het VNG-model). Interessant in dit verband is dat de gemeente Mill en Sint-Hubert bij de besluitvorming over oprichting van de nieuwe accommodatie Myllesweerd ook aangeeft dat de theatervoorziening daarin een bovenlokale functie kan vervullen. Aanvullend geldt dat de gemeente Boxmeer met het Oorlogsmuseum in Overloon nog een culturele voorziening heeft met een bovenlokale/regionale uitstraling. De bemoeienis daarmee is beperkt en er is geen actief gemeentelijk beleid. Cuijk heeft aspiraties om het Romeinse verleden beter te profileren en zich daarmee museaal bovenregionaal te profileren. Dit is wel een voornemen tot actief gemeentelijk beleid, maar er zijn nu nog geen keuzes gemaakt die effect hebben op accommodaties. Daarom besteedt de Rekenkamercommissie daar nu geen aandacht aan.

We zien dus dat er enkele accommodaties in het Land van Cuijk zijn die wel verbonden zijn met de lokale samenleving, maar die bedoeld zijn voor een functie die beduidend verder gaat dan de meeste gemeenschapshuizen.

3.7 Bevindingen: Financiële en politieke sturing In het onderzoek is geprobeerd een beeld te krijgen van financiële ondersteuning die gemeenten leveren voor instandhouding of gebruik van accommodaties (sport en cultuur). Het gaat met name om bijdragen in het onderhoud en in de exploitatie. Los hiervan staan subsidies voor gebruikers van de accommodaties, zoals subsidies voor jeugdsport of activiteiten voor bepaalde doelgroepen. Door het rijk is vastgesteld hoe gemeenten kosten per taakveld in de begroting moeten opnemen, maar dit besluit laat wel ruimte om bepaalde kosten op verschillende manieren te verwerken. Uit onderzoek door bijv. NOC/NSF en de VNG blijkt ook dat de kosten van sporten accommodatiebeleid bij gemeenten niet altijd duidelijk in beeld zijn. Zij zijn verdeeld over veel verschillende posten binnen de gemeentelijke begroting, en over begrotingen van verschillende afdelingen en/of diensten. Daarnaast spelen onder andere kapitaalslasten, interne doorbelasting, indirecte compensaties en reserveringen een belangrijke rol. In dit onderzoek is niet nagegaan of de gesignaleerde verschillen daardoor voor een deel zijn te verklaren. Ook met dit in het achterhoofd blijven bepaalde verschillen opvallend.

Alle vijf gemeenten hebben meerdere kernen en ontvangen daarom via de algemene uitkering uit het Gemeentefonds een bijdrage voor de bekostiging van voorzieningen in de verschillende kernen. Onder een kern wordt hierbij verstaan een deel van de gemeente met meer dan 500 adressen (circa 1.000 inwoners). Veruit het grootste deel van de gemeentelijke budgetten voor sport en cultuur wordt aangewend voor accommodaties. Gemeenten hebben ook inkomsten uit de verhuur van gemeentelijke accommodaties. Geen onderzoek is gedaan naar de hoogte van de inkomsten of een dekkingspercentage.

15

3.7.1 Financiële ondersteuning accommodaties In de gemeentebegrotingen staat wat de gemeenten uitgeven aan sportaccommodaties. Dit zijn conform de begroting 2020 de volgende bedragen:

Boxmeer Cuijk Grave Mill en Sint Hubert Sint Anthonis

Bron Overzicht taakveld begroting 2020-2023 (opgave Boxmeer december 2020) Programmabegroting Cuijk 2020-2023, bijlage 5, punt 5.2 Programmabegroting Grave 2020-2023, bijlage 4, punt 5.2 Programmabegroting Mill & Sint Hubert, bijlage 4, punt 5.2 Programmabegroting 2020-2023 Sint Anthonis, punt 5.2

Netto last € 1.480.000

Per inwoner € 51

€ 730.000

€ 29

€ 121.000

€ 32

€ 343.000

€ 31

€ 969.000

€ 83

De wijze waarop de kosten voor sportaccommodaties in de begroting zijn opgenomen kan per gemeente verschillen, onder andere door toerekening van personeelskosten of kapitaallasten van investeringen voor aanleg en renovatie. De geboekte kosten voor instandhouding van de sportaccommodaties in de gemeenten Cuijk, Grave en Mill & Sint Hubert komen redelijk met elkaar overeen op een niveau van rond de € 30 per inwoner. Waarom de bedragen per inwoner in de begrotingen van de gemeenten Sint Anthonis en Boxmeer van dit niveau afwijken is niet onderzocht. Meer gedetailleerde gegevens over onderhoud en exploitatie van buiten- en binnensportaccommodaties per gemeente staan in bijlage 4 van dit rapport. Onderstaand een samenvatting hiervan:

Boxmeer

Cuijk

Buitensport - Buitensportaccommodaties (voetbal, tennis etc.) geprivatiseerd met jaarlijkse instandhoudingssubsidie en compensatie OZB -

Grave

-

-

Mill en Sint Hubert Sint Anthonis

-

-

Gemeente verhuurt en onderhoudt sportvelden. Tennisbanen zijn geprivatiseerd. Na fusie is het nieuwe sportpark Kranenhof eigendom van vereniging. Geen jaarlijkse subsidie. Velden in Gassel zijn eigendom van vereniging met jaarlijkse subsidie. Tennis is geprivatiseerd. Geen subsidie. Buitensportaccommodaties zijn geprivatiseerd met jaarlijkse privatiseringsbijdrage. Deels verhuur aan verenigingen, deels geprivatiseerd.

Binnensport - ’t Hoogkoor wordt geëxploiteerd door Optisport met jaarlijkse exploitatiebijdrage (2020: € 208.965). - Gemeente onderhoudt sporthallen in kerkdorpen. - Sportcentrum wordt geëxploiteerd door Laco (2020: € 137.492). - Het beheer en onderhoud van sporthallen is divers. - Sportcentrum wordt geëxploiteerd door Laco (2020: € 277.905)

-

Sporthallen ontvangen een gemeentelijke exploitatiesubsidie.

-

Gemeente exploiteert en onderhoudt sporthallen.

16

Sociaal-culturele accommodaties Ook bij de sociaal-culturele accommodaties blijken alle gemeenten verschillende methodieken te hanteren. Het is niet mogelijk gebleken om een goed samenhangend inzicht te krijgen en een vergelijking te maken van de kosten van sociaal-culturele accommodaties. De reden hiervan is dat de meeste accommodaties eigendom zijn van de gemeenten, maar onder verschillende condities worden verhuurd aan een beheerstichting. Deze stichtingen ontvangen van de gemeenten soms wel en soms niet een bijdrage voor onderhoud of instandhoudingssubsidie. Deze verschillen naar aard en de omvang sterk. Onderstaande tabel geeft summier een beeld van de verschillende methoden van financiering.

Boxmeer

Cuijk

Grave

Mill en St. Hubert Sint Anthonis

Bijdrage onderhoud Niet

Voor de schouwburg, bibliotheek en ‘het Pakhuis’ (tentoonstellingen en MFC) Voor Graafs Museum, Catharinahof, Gemeenschapshuis Gassel. Niet Niet

Bijdrage exploitatie Bij gemeentelijke gebouwen subsidie gelijk aan de huur; 1x beheervergoeding*; Verder niet. Voor de schouwburg, bibliotheek en de museum en archief. Voor enkele gemeenschaps-huizen (deels aflopend), tentoonstellingsruimte Hampoort en klein bedrag bibliotheek Voor de gemeenschapshuizen en Myllesweerd Alleen bijdrage voor bibliotheek

*) Capax BV beheert De Weijer (theater, bibliotheek, MFC) en De Morgenster (MFC). Alleen voor de laatste wordt een beheervergoeding gegeven.

Niet onderzocht is of de budgetten en vergoedingen voldoende zijn om de huidige accommodaties te onderhouden en deze op langere termijn in stand te houden. 3.7.2 Politieke sturing Wij constateren dat de gemeenteraden de instandhouding van accommodaties vooral via de jaarlijkse begroting en jaarstukken op hoofdlijnen sturen. De begrotingsbehandeling leidt in de regel niet tot discussies over dit onderwerp. We zien wel dat er politieke aandacht uitgaat naar de instandhouding van het voorzieningenniveau. De gemeente Mill en Sint Hubert heeft bijvoorbeeld onderzoek laten doen naar toekomstbestendigheid van de accommodaties en de Rekenkamercommissie heeft daar op verzoek naar het systematisch onderhoud gekeken. Maar ook deze onderzoeken leiden niet tot geprofileerde politieke stellingnames. De politieke aandacht gaat meer uit naar projecten die flinke investeringen vragen, zoals de schouwburg in Cuijk of de fusie van sportparken in Grave. In dit kader hebben wij niet gekeken naar politieke aandacht voor (regionale) instandhouding van organisaties die een aanbod van sportieve of culturele activiteiten bevorderen. Dat zijn immers de gebruikers van de accommodaties en deze staan min of meer los van de instandhouding.

17

4 Zaken die opvallen en aandacht vragen Bij de onderzoeksvraag is ook opgenomen ‘zaken die opvallen’. Onder die noemer brengen wij nog twee punten naar voren. Het zijn korte beschouwingen die opkomen bij het schrijven van het rapport. Zij kunnen een achtergrond vormen voor de stappen die de huidige en de nieuwe gemeente(n) zetten. Demografie, vraag en inzet De ontwikkeling van de omvang en samenstelling van de bevolking heeft invloed op de vraag naar accommodaties. Een citaat uit een rapport van de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG): “Wanneer de trendmatige ontwikkelingen in sportdeelname en accommodatiegebruik worden doorgetrokken naar de toekomst, zijn bij veel regio’s in 2030 grote verschuivingen te zien ten opzichte van 2014. In de stedelijke gebieden in het westen van het land kan de vraag naar specifieke accommodaties met 10-20 procent toenemen, terwijl die in perifere landelijke gebieden (Limburg, Zeeland, Gelderland, Groningen) met dezelfde percentages kan afnemen”. 11 Ook als er geen krimp van de bevolking optreedt zal er toch een verschuiving van vraag naar beschikbare accommodaties zijn. Gedrag en voorkeuren veranderen. Dat geldt voor sport en cultuurbeoefening, voor dorpshuizen en schouwburgen. Dat geldt ook voor de bereidheid, plezier en betrokkenheid om bestuurlijk werk te doen.

En ook voor de eisen die gebruikers stellen aan kwaliteit en organisatie en dus ook aan de vrijwilligers die de tent draaiend moeten houden. Grote plattelandsgemeente Na de gemeentelijke herindeling ontstaat een uitgestrekte plattelandsgemeente met daarin meerdere kernen met eigen karakter. Aannemelijk is dat het wenselijk gevonden wordt om in de vele dorpen het dekkende aanbod van basisvoorzieningen voor ontmoeting, cultuur en sport zo goed mogelijk in stand te houden. De voorzieningen in de grotere kernen Cuijk en Boxmeer vragen aparte aandacht. Als Grave aansluit heeft ook het oude stadje een aparte positie met een heel eigen uitstraling en aantrekkingskracht. Tot nu toe lag elk van die kernen in een afzonderlijke gemeente, maar de samenvoeging vraagt keuzes voor profilering van de centrale kernen die tot op heden niet gemaakt hoefden te worden. De aanwezigheid van voorzieningen met een bovenlokale of regionale uitstraling voor sport en cultuur hoort daarbij. Met een groter aantal inwoners zal een vraag naar dergelijke accommodaties waarschijnlijk eerder manifest worden. Uit dit rapport komt naar voren dat gemeenten bij accommodaties voor cultuur (categorie d), meer dan bij sport, actief en initiërend kunnen sturen. Hier ligt een opgave voor de nieuwe gemeenteraad.

11

bron: https://sportengemeenten.nl/vijfde-brancherapport-sport-biedt-zicht-op-sportaccommodaties-innederland/

18

5 Conclusies en aanbevelingen 5.1 Conclusies 1. Alle gemeenten hebben veel kleine kernen die bijna allemaal beschikken over accommodaties voor sociaal-culturele ontmoeting (gemeenschapshuizen), binnensport (hallen en gymzalen) en buitensport (m.n. sportparken). Deze accommodaties zijn voor de eigen inwoners. Een sportaccommodatie (turnhal) heeft een bovenlokale functie en uitstraling. Boxmeer en Cuijk hebben culturele accommodaties die ook een functie voor het omliggende gebied vervullen. 2. Voor de sportaccommodaties en de gemeenschapshuizen spelen de gemeenten een terughoudende, voorwaardenscheppende rol. Accommodaties zijn tot stand gekomen en worden aangepast in samenspraak met, en veelal op initiatief van de betrokken inwoners, vrijwilligers en besturen. 3. Er zijn gemiddeld per inwoner meer accommodaties in de kleine kernen dan in de grotere dorpen. 4. In alle gemeenten zijn in de loop der jaren sociaal-culturele en sportaccommodaties geprivatiseerd. De vijf gemeenten hebben een verschillende aanpak gevolgd voor de overdracht van eigendom, onderhoud en beheer, veelal gebaseerd op historische afspraken. Daardoor is een gevarieerd landschap ontstaan. 5. Er is ook de nodige variatie in de manier waarop de gemeenten financieel ondersteuning geven aan de verenigingen, stichtingen en ondernemingen die de accommodaties beheren en onderhouden. 6.

Doordat de uitgaven voor sport- en sociaal-culturele accommodaties op verschillende wijze door gemeenten worden geadministreerd, kunnen de keuzes van gemeenten voor verschillende voorzieningenniveaus niet vertaald worden in een financiële vergelijking per inwoner. 7. Enkele accommodaties zijn overgedragen aan bedrijven. Het zijn de drie sporthallen met een zwembad plus een multifunctioneel centrum met theater. De afspraken met deze ondernemingen zijn ook maatwerk. 8. Met de instandhouding van een accommodatie met een bovenlokaal cultureel aanbod (schouwburg) en initiatieven voor een nieuw museaal gebouw onderscheidt de gemeente Cuijk zich. De overige gemeenten acteren op een kleinere schaal (Myllesweerd) of hebben het initiatief overgedragen aan een onderneming (Boxmeer, de Weijer). 9. De meeste gemeenten hebben geen recent vastgesteld beleid voor sport en cultuur en voor de beschikbaarheid van accommodaties. Gemeenteraden sturen met name via de jaarlijkse vaststelling van begroting en rekening en met afzonderlijke besluiten bij extra investeringen.

19

5.2 Aanbevelingen: Vooraf: In het licht van de komende herindeling doet de Rekenkamercommissie nu geen aanbeveling meer voor de huidige gemeenteraden. Er is geen noodzaak om nu acuut te handelen. Onderstaande aanbevelingen kunnen meegenomen worden bij het bepalen van een beleids- en werkagenda voor de raad van de nieuwe gemeente. Voor Grave heeft de Rekenkamercommissie geen aparte aanbevelingen. 1. Streef naar harmonisatie van de afspraken over eigendom, onderhoud en beheer van de sociaal-culturele en sportaccommodaties die van belang zijn voor de sociale cohesie in de vele kernen. Respecteer bijzondere, historisch gegroeide situaties, maar een gelijke basisaanpak lijkt belangrijk voor draagvlak. 2. Begin met het inventariseren van de verschillen en overeenkomsten in de wijze waarop de privatisering in de verschillende gemeenten vorm is gegeven. 3. Onderzoek welke sport- en sociaal-culturele accommodaties in de verschillende kernen in de toekomst levensvatbaar zijn tegen de achtergrond van de demografische ontwikkeling en veranderend gedrag. 4. Maak een afweging van voorzieningen met een gemeentebrede of bovenregionale uitstraling die gewenst zijn en bepaal in welke kern die het beste ontwikkeld kunnen worden. 5. Zorg voor een goed proces waarbij de vrijwilligers, professionals en besturen actief betrokken zijn.

Zij vormen de kurk waarop het brede aanbod aan accommodaties drijft en kunnen ook realistisch kijken naar toekomstige kansen en beperkingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=fb040cd4-bc17-4877-9d54-952e6189d10a