04k. Archeologische herbeoordeling 31 mei 2016.pdf
Tekst van het document
BEOORDELING EN ADVIES ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSRAPPORTEN ArchAeO Archeologische Advisering en Ondersteuning Titel rapport (rapportnr.)
Een omgreppelde nederzetting uit de dertiende eeuw met mogelijke landweer in Mill ’t Kavelt. Een archeologische opgraving. ADC Rapport XXXX (nummer nog onbekend)
Soort onderzoek
Opgraving (DO)
Onderzoeksmeldingnr. (OM.nr)
51.699
Omvang en aard plangebied
9.646 m2 opgegraven; voorafgaand aan de opgraving was het gebied in gebruik als weidegrond
Planprocedure, reden
Opstellen bestemmingsplan; woningbouwplannen
Versie rapport
Concept, oktober 2013
Herbeoordeling
Concept, mei 2016
Onderzoeksbureau
ADC ArcheoProjecten, Amersfoort
Auteur(s)
Drs. N. Bouma (ed.)
Opdrachtgever
Gemeente Mill en St. Hubert
Bevoegd gezag
Gemeente Mill en St. Hubert
Contactpersoon namens gemeente
Dhr. Gert Middel (contactpersoon voorheen was mevr. J. Zeeuwen)
Beoordeeld door
M. van der Weele en F.P. Kortlang (ArchAeO)
Projectnr. ArchAeO
P13191 / P16040
Beoordeeld d.d.
11-11-2013 / 19-12-2013
Herbeoordeeld
31-05-2016
Algemene indruk
De opgraving ‘t Kavelt is een aanwinst voor de archeologisch kennis en specifiek de inrichting van het Millse platteland in de Late Middeleeuwen.
Conformiteit KNA 3.2
Het onderzoek en de rapportage zijn KNA-conform uitgevoerd.
Overige opmerkingen beoordelaar
Zie hieronder
Kwaliteit onderzoek Opmerkingen, suggesties
<0000>
P 5/6 graag de samenvatting heroverwegen op basis van de nuanceringen die hieronder zijn aangebracht. P6 samenvatting: Een verdere voortzetting nederzetting zuidwestelijk en westelijk is op basis van het
Pagina 1 van 11
BEOORDELING EN ADVIES ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSRAPPORTEN ArchAeO Archeologische Advisering en Ondersteuning en aanvullingen
proefsleuvenonderzoek en de aanwezige (verstoorde) laagte niet erg waarschijnlijk. Waar is dit op gebaseerd? <0000>
Samenvatting en Synthese: Waarom wordt de historische weg niet vermeld.
<0000>
Algemeen: Wat opvalt is enerzijds de herhaling en anderzijds de grote verscheidenheid in beantwoording van de onderzoeksvragen. Ten eerste de herhaling. §1.3 Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen (onderzoeksvragen uit PvE worden alle opgesomd), §5.2.17 beantwoording van de onderzoeksvragen (vragen van toepassing op hoofdstuk 5 én 4!), §5.3.6 Beantwoording onderzoeksvragen, §6.2 beantwoording van de onderzoeksvragen (alle onderzoeksvragen passeren weer de revue). Zie ook derde bullet. Ten tweede de verschillen in antwoorden op exact dezelfde vraag. Sommige antwoorden uit de specialistische deelrapporten zijn niet goed te rijmen met die in de synthese. Wat is de reden voor dit verschil?
<0000>
Inleiding (p.8): mevr. J. Zeeuwen en mevr. A. Kruijzen. Graag toevoegen van onderstreepte delen.
<0000>
Onderzoeksvragen (p.9-10): Geadviseerd wordt om het integraal opnemen van alle onderzoeksvragen uit het PvE hier weg te laten. In een onderzoeksrapport is dit onnodige bladvulling en tevens worden alle vragen in §6.2 nog eens herhaald.
<0000>
§3.4, afb 3.1: Kunnen hierop met namen en lijnen de slenk en horsten en de Maas worden aangegeven?
<0000>
§3.4: De profielbeschrijving geeft niet aan op welke diepte onder maaiveld de lagen (zoals grijsgroene leemlagen) voorkomen. Op afb 3.2 zijn deze lagen niet te zien. Graag een schematische weergave van het bodemprofiel en de wat diepere ondergrond.
<0000>
Sporen en structuren (p.16-38): -
Op de overzichtskaarten ontbreken spoornummers (waarnaar in de tekst regelmatig wordt verwezen). Er dient een voldoende groot (A2? Minimaal A3- voor beide zones apart) totaaloverzicht te komen met alle sporen, spoornummers, profielputlocaties, structuren en fasering.
<0000>
Door
het
vergelijk
van
de
allesporenkaart
Een
catalogus
met
schaalafbeeldingen
structuren
((bij)gebouwen, waterputten, waterkuilen, mestkuilen) ontbreekt eveneens en is hier meer dan wenselijk. <0000>
Op (afb. 4.1) en het thematische overzicht (afb. 4.21) valt op dat op de thematische kaart een behoorlijk aantal sporen een lichtgrijze tint hebben gekregen. Sporen die in sommige gevallen deel lijken uit te maken van een structuur of sporencluster. Geef aan wat dit voor sporen zijn en geef ze een duidelijke
Pagina 2 van 11
BEOORDELING EN ADVIES ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSRAPPORTEN ArchAeO Archeologische Advisering en Ondersteuning kleur zodat ze opvallen. Verder is het van belang om aan te geven of een structuur al in het veld is herkend of tijdens de uitwerking is gereconstrueerd. Graag bij elke plattegrond dan ook aangeven wat de betrouwbaarheid ervan is: maak daarbij verschil tussen “herkend in het veld” en “gereconstrueerd op de tekentafel” (zie Fokkens, H./ R. Jansen 1999: 2000 jaar bewoningsdynamiek, 10). <0000>
In het algemeen zijn wij van mening dat er nog naar de reconstructie van de structuren moet worden gekeken op basis van kleur, vorm/grootte, diepte, vulling en datering (vondsten) van de paalkuilen. Het afbeelden van coupefoto’s of in ieder geval schematische “coupes” (blokjes) die een indicatie geven van de diepte van de paalkuilen, is wenselijk.
<0000>
P 19 en verder: over de gebouwplattegronden valt vast meer te zeggen dan de grootte en diepte van sporen. <0000>
Waarom zouden dit geen gebouwen/tjes uit de Late Prehistorie (bijv. Vroege, midden IJzertijd) kunnen zijn? Het is zeker niet zo dat op deze bodem prehistorische sporen lichter van kleur moeten zijn. Wat is de vulling van de sporen (graag omschrijven: vlekkkerig, brokstructuur, oorspronkelijke bodemvulling, uitgeloogd en B-horizont-achtige vulling aan rand, etc); uit alle sporen komt slechts één fragmentje Elmpt. Dat kan door postdepositionele processen in het spoor terecht zijn gekomen. Argumenten voor/tegen.
<0000>
Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de diverse gebouwtjes (bijv. 2 en 4) kan het zijn dat een interne structuur ontbreekt maar er wel heeft gezeten? Wat is de functie van de gebouwtjes (mogelijk geweest). Waarin wijken ze af van de gebruikelijke gebouwen uit deze periode?
<0000>
Ook de concentratie sporen ten zuiden van Spieker 4-5 (afb 4.8) lijken een deel van een gebouw (NWZO) te vormen. Helaas wordt de gelegenheid niet geboden om de dieptes te vergelijken.
<0000>
Zelfs bijgebouw 1 zou wel eens deel kunnen uitmaken van een grotere NOZW-structuur, waarbij de zuidoostelijke palenrij een centrale rij palen (middenstaanders) zou kunnen zijn. Helaas geen spoordiepten om dit verder te kunnen beoordelen.
<0000>
<0000>
Ook voor de spiekers is het de vraag of deze uit de Middeleeuwen stammen. Graag argumenten.
<0000>
De driepalenspieker is qua vorm en interpretatie zeer twijfelachtig. Dat waren ze ook al in Bakel!
Een omgreppeld erf met…(p.19-33): Graag afbeelden van: driepalige spieker, de mogelijke veekraal en de
Pagina 3 van 11
BEOORDELING EN ADVIES ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSRAPPORTEN ArchAeO Archeologische Advisering en Ondersteuning opvallende paalkuilenparen. Deze zijn nu niet terug te vinden. <0000>
P 26. Al jaren noemen we deze kuilen mestkuilen vanwege het aantreffen van een (heide)plaggenpakket onderin
de
kuil.
Er
is
nog
geen
enkele
keer
systematisch
onderzoek
gedaan
naar
eventuele
fosfaatconcentraties in deze kuilen. Het klakkeloos aan/overnemen van deze interpretatie is tricky, maar een betere verklaring hebben we nog niet. De mestschimmels alleen zijn niet overtuigend. Barst het er van of is het beperkt aangetroffen? <0000>
Eén waterput en…(p.33-36): Graag beter onderbouwen waarom de waterput in de zestiende eeuw gedateerd mag worden, dan in de dertiende eeuw. Een nadere specificering van de datering in het derde kwart van de zestiende eeuw lijkt als een konijn uit een hoge hoed te komen. Is dat op basis van het vondstmateriaal?
<0000>
Een duidelijke profieltekening van de waterput en afbeelding karrenwiel, ontbreken. Dit geldt overigens ook voor de diverse (vormen van) waterkuilen.
<0000>
Vondstmateriaal (p.38-62): Wat opvalt is dat het karrenwiel niet beter besproken wordt dan een relatief korte beschrijving van het spoor waarin het wiel is gevonden. De beschrijving van het karrenwiel zou iets uitgebreider mogen. Denk aan: houtsoort, aantal spaken, diameter e.d.
<0000>
Natuursteen (p.44–55) Een kloek deel en uitweiding is geschreven over stiepenbouw en de aangetroffen grote stenen in een kuil. Een vergelijking wordt gemaakt met een soortgelijke vondst te Uden. Voor wat betreft de geplaatste vraagtekens (p.54): De suggestie van Verspay wordt enigszins uit zijn context getrokken. Er is helemaal geen reden om aan te nemen dat stiepenbouw geassocieerd moet worden met laagten; Het grindhoudend pakket in deze ondergrond bevat dergelijke grote stenen. Waarom zouden deze niet redelijk makkelijk te verzamelen zijn als deze in deze laag in de nabijheid heeft gedagzoomd? De stenen kunnen geleidelijk verzameld zijn en zelfs zijn hergebruikt (zonder zichtbare sporen?).
<0000>
Aardewerk (p.39-44): De twee scherven die zouden wijzen op dat de bewoners moeten hebben toebehoord tot de rijkere elite in de regio, is een zeer wankele basis voor zo’n uitspraak. Waarom kan dit niet de meest bijzondere pot in een huishouden zijn? De aantallen bijzondere potten houden niet over. We hebben hier niet te maken met een stadse beerput en kunnen een dergelijke vondst daar ook niet mee vergelijken. Heeft naast het vondstmateriaal nog meer aanleiding tot het veronderstellen van een hogere sociale status van de
Pagina 4 van 11
BEOORDELING EN ADVIES ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSRAPPORTEN ArchAeO Archeologische Advisering en Ondersteuning bewoners? Graag beter onderbouwen. De suggestie wordt gewekt dat de vondst past in het beeld dat gevormd wordt door de aangetroffen greppelstructuren. Dat is geenszins het geval. <0000>
Het zou verhelderend zijn om een hoogtekaart te maken gebaseerd op de vlakhoogtes van zowel de opgraving als de omliggende proefsleuven in westelijke richting. Dit geeft beter het landschappelijke kader weer.
<0000>
Synthese (p.62-64): Dat er geen waterputten op het 13e-eeuwse erf zijn aangetroffen, hoeft niet meteen opvallend te zijn. Kan dit te maken hebben met het feit dat de vindplaats niet volledig (ca. 2/5 deel) onderzocht kon worden? De indruk is zelfs dat de belangrijkste componenten van het erf (boerderijen, schuren, waterputten) nog moeten worden opgegraven. Mogelijk zijn veel van de andere gebouwstructuren secundair (of op zijn minst uit een oudere of jongere periode)
<0000>
Beantwoording van de onderzoeksvragen (p.65-69): <0000>
De breedte van de greppels is niet uitzonderlijk te noemen en is op dit punt niet te vergelijken met de vindplaats Bakel-Neerakker. De vraag of Bakel Neerakker wel zo vergelijkbaar is. Onze inschatting is van niet.
<0000>
Er zou mogelijk sprake zijn van a) een tweede erf, dat b) volledig omsloten zou kunnen zijn. Kan dit onderbouwd worden aan de hand van de resultaten uit de opgraving of misschien de proefsleuven? Wat wordt hier eigenlijk verstaan onder een erf?
<0000> <0000>
Waarom duiden de greppeltjes op zandwinning en niet op grondverbetering?
Synthese, beantwoording onderzoeksvragen en conclusies (p.62-70): Om de aangetroffen vindplaats van Mill’t Kavelt te kunnen plaatsen, is er gezocht naar parallellen. Deze is onder andere gevonden in BakelNeerakker. Jammer genoeg zijn alleen de overeenkomsten besproken, maar blijven de verschillen buiten schot. Bij een vergelijk met (soortgelijke) vindplaatsen dienen niet alleen de overeenkomsten, maar juist ook de verschillen te worden besproken.
<0000>
Conclusie (en samenvatting) (p.69): <0000>
Er wordt in hoofdstuk 1 uitvoerig ingegaan op het voortraject en de vooraf gemaakte keuzes. Op zich prima om te concluderen dat de begrenzing van het opgravingsgebied in het PvE te krap is geweest, maar
Pagina 5 van 11
BEOORDELING EN ADVIES ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSRAPPORTEN ArchAeO Archeologische Advisering en Ondersteuning we zien dan ook graag een nuancering terug (advies Weterings en Miedema, BAAC; second opinion dr. A. Verhoeven, UvA, etc.), aangevuld met de melding van de uitbreidingssleuven waar de opdrachtgever toestemming voor heeft gegeven. Wij achten dit van belang omdat op de suggestie wordt gewekt dat het onderzoek bewust te krap is ingestoken. Dit is een onjuiste voorstelling, omdat er een goed onderbouwd advies/selectiebesluit aan ten grondslag lag om de beschikbare middelen (tijd en geld) te blijven richten rond het reeds door BAAC geduide omgreppelde nederzettingsareaal. Verder dient ook rekening te worden gehouden met de laagte van de Oude Wanroijse weg en verstoorde zone
ten (noord)westen van het
opgegraven areaal. Neem hierbij ook nog eens kritisch het proefsleuvenonderzoek door en geef de resultaten duidelijk weer op kaart. Ook een goede hoogtekaart geeft hierbij extra input. Conclusie is aangepast. <0000>
De hypothese dat op het opgravingsterrein een hof van de abdij van Echternach/Mariënweerd is teruggevonden is een eerdere ‘snelle’ suggestie vanuit het proefsleuvenonderzoek en is op weinig gebaseerd. Bij zo’n verstrekkende hypothese zou je dus mogen verwachten dat de historische gegevens wat verder nagetrokken zouden worden of uitgediept. Dat is niet het geval. Neem hiervoor vooral ook op Keunen e.a. 2011: Archeologisch erfgoed van Peelhorst en Maasdal (RAAP-rapport 2214), pag. 65 -67…
<0000>
Graag een advieskaart met het te beschermen/toekomstig te onderzoeken gebied (zie voorbeeld bijlage deze beoordeling).
<0000>
Literatuur (p.71-74): Graag de literatuurlijst nog eens nakijken. Jacobs 2008 en ook Keunen 2011 ontbreekt.
Conclusies
De opgraving heeft een zeer bijzondere middeleeuwse vindplaats aan het licht gebracht. Bijzonder aan dit erf of
onderzoeksbureau
deze nederzetting is dat er sprake is van een gefaseerd aangelegd greppelsysteem met palissade of hekwerk in het noordwesten die de bewoning omsloot. Duidelijke parallellen voor een dergelijke vindplaats uit het midden van de dertiende eeuw zijn vrijwel niet bekend. Vindplaatsen uit deze periode worden wel vaker aangetroffen in deze regio, maar nooit omsloten door een systeem van greppels met een palissade of hekwerk. Dat duidt erop dat we hier niet te maken hebben met een gewone boerennederzetting. Mogelijk heeft dit erf onderdeel uitgemaakt van een hof met één of meerdere hoeven. De vindplaats vertoont namelijk enige overeenkomst met een middeleeuwse vindplaats in Bakel die eveneens volledig omgreppeld is, maar die tevens een imposante
Pagina 6 van 11
BEOORDELING EN ADVIES ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSRAPPORTEN ArchAeO Archeologische Advisering en Ondersteuning toegangsweg heeft. Dit erf kan worden toegeschreven aan een hof met hoeven. Dit hof inde de belastingen voor klooster Echternach. Mogelijk heeft het erf in Mill een soortgelijke rol vervuld. De opgraving heeft aangetoond dat de vindplaats zich nog verder in zuidwestelijke tot westelijke richting uitstrekt buiten het huidige onderzoeksgebied. Hier is mogelijk sprake van een tweede omgreppelde zone of erf waarbinnen zich verschillende bijgebouwtjes bevinden. Er kan geconcludeerd worden dat de begrenzing van het opgravingsgebied in het PvE te krap is geweest. Aanbevelingen
ADC ArcheoProjecten adviseert de gemeente Mill en St. Hubert om de archeologische waarden in de zone ten
onderzoeksbureau
westen van het opgravingsgebied tot aan de Oude Wanroijseweg in situ te behouden. Als behoud in situ niet mogelijk is, dienen de archeologische waarden in dit deel van het plangebied ex situ door middel van een vlakdekkende opgraving veilig te worden gesteld. Dit om informatie te behouden die van belang is voor onze kennisvorming over het verleden.
Evaluatie beoordelaar
Het rapport ontbreekt op plaatsen aan de nodige diepgang. Zowel in analyse als interpretatie.
(ArchAeO)
Advies beoordelaar
Geadviseerd wordt de inhoud van het rapport mede op basis van voornoemde opmerkingen, kritisch te herzien en
(ArchAeO)
hier en daar te nuanceren. Er dient een duidelijke allesporenkaart met structuur en spoornummers te komen. Structuren dienen nauwkeuriger beschreven (vorm, functie). Hierbij dienen in de structuurbeschrijvingen en structuurtekeningen (die nog ontbreken) ook zo veel als mogelijk dieptes van sporen en spoorvullingen duidelijk aangegeven te worden. Aanbevolen wordt een duidelijke advieskaart op te nemen.
Herbeoordeling 30-05-‘16
Het aangepaste rapport is doorgenomen op aanvullingen en verbeteringen naar aanleiding van de eerste beoordeling. Afgevinkt zijn de opmerkingen/suggesties die door het ADC op een adequate manier zijn verwerkt.
Pagina 7 van 11
BEOORDELING EN ADVIES ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSRAPPORTEN ArchAeO Archeologische Advisering en Ondersteuning Voor de opmerkingen zonder een vinkje geldt dat het ADC daar in een e-mail een passende uitleg of oplossing voor heeft aangedragen. Op grond van het uitgevoerde proefsleuvenonderzoek en de daarop volgende opgraving wordt de gemeente Mill en Sint Hubert geadviseerd geen nader onderzoek te laten uitvoeren binnen het archeologisch onderzochte plangebied (zie ook bijlage 1 en 2 hieronder). Het plangebied kan derhalve voor wat betreft het aspect archeologie worden vrijgegeven. De dubbelbestemming – en daarmee de archeologische onderzoeksplicht - kan bij een nieuw bestemmingsplan voor het gebied komen te vervallen. Een belangrijke constatering is dat de vindplaats tot buiten de grenzen van het plangebied door loopt. Het uitgevoerde archeologisch onderzoek heeft vastgesteld dat de omgreppelde middeleeuwse vindplaats zich richting het noordwesten en noordoosten voortzet (gebied tussen Van Den Bogaardweg en Wanroijseweg). Om deze reden wordt aangeraden om dit gebied op een te herziene beleidskaart op te waarderen naar een categorie 1 (gemeentelijk monument) of 2. De ondergrens onderzoeksverplichting zou voor dat deel moeten worden teruggebracht tot bijvoorbeeld maximaal 10 m² en 40 cm diepte.
Aanvullend wordt de gemeente geadviseerd om bij toekomstige ontwikkelingen in de directe omgeving tijdig het archeologische onderzoekstraject in te zetten. Dit is iets om bij bodemingrepen in de nabijheid of direct grenzen aan het plangebied in de toekomst rekening mee te houden. De laatste versie van het rapport kan bij deze als definitief worden beschouwd. Wij (de gemeente en ArchAeO) zien het definitieve rapport graag tegemoet.
Pagina 8 van 11
BEOORDELING EN ADVIES ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSRAPPORTEN ArchAeO Archeologische Advisering en Ondersteuning Autorisatie beoordeling door senior-archeoloog
drs. Fokko P. Kortlang ArchAeO B.V., Archeologische Advisering en Ondersteuning Rapelenburglaan 9 5654 AP Eindhoven tel. 040-2519270 email: advies@archaeo.nl website: www.archaeo.nl datum: 31-05-2016
Pagina 9 van 11
BEOORDELING EN ADVIES ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSRAPPORTEN ArchAeO Archeologische Advisering en Ondersteuning Bijlage 1. Mill – ’t Kavelt. Advieskaart met de proefsleuven en opgravingsputten geplot op de huidige topografie (deels naar Bouma 2016, 83, fig. 7.1). Het archeologisch vrij te geven gebied is aangegeven met een blauwe contour. Paars omkaderd het gebied met een vastgestelde hoge archeologische waarde. Aangeraden wordt om dit gebied op een te herziene beleidskaart op te waarderen naar een categorie 1 (gemeentelijk monument) of 2. De ondergrens onderzoeksverplichting zou voor dat deel moeten worden teruggebracht tot bijvoorbeeld maximaal 10 m² en 40 cm diepte.
Pagina 10 van 11
BEOORDELING EN ADVIES ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSRAPPORTEN ArchAeO Archeologische Advisering en Ondersteuning Bijlage 2. Mill – ’t Kavelt. Advieskaart met de archeologische beleidskaart als onderlegger. Het archeologisch vrij te geven gebied is aangegeven met een blauwe contour. In rood het gebied met een vastgestelde hoge archeologische waarde. Aangeraden wordt om dit gebied op een te herziene beleidskaart op te waarderen naar een categorie 1 (gemeentelijk monument) of 2. De ondergrens onderzoeksverplichting zou voor dat deel moeten worden teruggebracht tot bijvoorbeeld maximaal 10 m² en 40 cm diepte.
Pagina 11 van 11