CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

04. BP Parapluplan Ke-contouren.pdf

Mill - raadsvergadering 9 december 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren'7.195 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren Gemeente Mill en Sint Hubert Vastgesteld

Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren Gemeente Mill en Sint Hubert Vastgesteld

Rapportnummer BRO:

P03324

Identificatienummer:

NL.IMRO.0815.BPMiKecontouren-VA01

Datum:

19 oktober 2021

Opdrachtgever:

Gemeente Mill en Sint Hubert

Projectleider BRO:

HLe

Ontwerp:

20 juli 2021

Vaststelling:

9 december 2021

Bron foto kaft:

BRO 17

Beknopte inhoud:

Paraplubestemmingsplan ten behoeve van het juridischplanologisch verankeren van de Ke-contouren rondom militaire luchthaven Volkel en bijbehorende regels uit het Besluit militaire luchthavens binnen de gemeente Mill en Sint Hubert.

BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave 1. INLEIDING 1.1 Inleiding

2 2

1.1.1 Aanleiding 1.1.2 Doel 1.1.3 Achtergrond luchtvaartlawaai 1.2 Het plangebied 1.3 Leeswijzer

2 2 3 4 4

2. RUIMTELIJK BELEIDSKADER 2.1 AMvB Ruimte 2.2 Wet luchtvaart 2.2.1 2.2.2 2.2.3

5 5 7

Wet luchtvaart Besluit militaire luchthavens Luchthavenbesluit Volkel

7 7 9

3. JURIDISCHE VORMGEVING 3.1 Inleiding 3.2 Systematiek bestemmingen 3.2.1 3.2.2

10 10 10

Uitleg paraplubestemmingsplan De regels

10 10

4. ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 4.1 Economische uitvoerbaarheid 4.2 Maatschappelijk uitvoerbaarheid 4.2.1 4.2.2 4.2.3

Inhoudsopgave

13 13 13

Bestuurlijk overleg Inspraak Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

13 13 13

1

1.

INLEIDING 1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding Even ten westen van Mill is de militaire luchthaven Volkel gelegen. Al vele decennia vindt er luchtvaart plaats vanaf deze locatie in het buitengebied van de gemeente Uden. Dit betreft vliegtuigbewegingen door de militaire luchtvaart en in zeer beperkte mate niet-commerciële burgerluchtvaart. De militaire luchthaven Volkel is op de huidige locatie door de Minister van Defensie aangewezen bij besluit van 1 juni 1960 (Staatscourant 112). In de daarop volgende jaren zijn enkele wijzigingen doorgevoerd in de functies en taken van militaire luchtvaartterreinen. Een toonaangevende ontwikkeling is de sluiting van de militaire vliegbasis Twente in 2007 en het besluit een van de squadrons F-16 jachtvliegtuigen van Twente te verplaatsen naar vliegbasis Volkel. De jachtvliegtuigen hebben als thuisbases (Main Operating Bases, MOB) de vliegbasis Leeuwarden en Volkel. Op Volkel vindt niet enkel militaire luchtvaart plaats. Sinds enkele jaren vindt er ook burgermedegebruik plaats. Dit bestaat uit recreatief burgerluchtverkeer en vluchten met een algemeen maatschappelijk belang. Vliegbasis Volkel is een van de twee Nederlandse F-16-bases. In de loop van 2020 arriveren de eerste F-35’s op Vliegbasis Volkel. De F-35 vervangt op den duur alle F-16’s. De belangrijkste taak van Vliegbasis Volkel is het leveren van luchtsteun en luchtverdediging.

Sinds 1 januari 2017 bewaken Nederland en België afwisselend het luchtruim van Nederland, België en Luxemburg (Benelux). F-16’s onderscheppen vliegtuigen die zich niet identificeren. Voor deze zogeheten Quick Reaction Alert staan de Nederlandse F-16’s de ene keer in Volkel, de andere keer in Leeuwarden klaar. Op 4 september 2015 is daarom een nieuw Luchthavenbesluit genomen. In dit besluit worden het terrein van de luchthaven (het Luchthavengebied) en het beperkingengebied buiten de luchthaven vastgelegd. De beperkingen zijn vastgelegd in verband met de veiligheid van het luchthavenverkeer, internationaal vastgelegd in de NATO Standardization Agreement nr. 3759. De beperkingen van het vastgestelde beperkingengebied zijn destijds niet volledig op de juiste wijze overgenomen in de bestemmingsplannen van de gemeente Mill en Sint Hubert. Dit betreft in hoofdzaak de bestemmingsplannen Mill-Zuid en Buitengebied Mill en Sint Hubert 2018. Zo is Mill-Zuid enkele maanden voorafgaand aan het nieuwe Luchthavenbesluit vastgesteld. Het oorspronkelijke bestemmingsplan Buitengebied Mill en Sint Hubert dateert uit 2013. Bij de latere herzieningen zijn de beperkingen uit het Luchthavenbesluit niet volledig op de juiste wijze overgenomen, met name met betrekking tot de Ke-geluidcontouren. 1.1.2 Doel Met het voorliggende paraplubestemmingsplan worden deze omissies hersteld.

Het doel is te komen tot een juiste planologisch-juridische borging van de Ke-contouren en de bijbehorende voorschriften in de bestemmingsplannen van Mill en Sint Hubert, waar de Ke-contouren overheen gelegen zijn. De betreffende bestemmingsplannen staan benoemd in deze toelichting en

Hoofdstuk 1

2

de bijbehorende regels. De voorschriften behorende bij de contouren worden met dit parapluplan als addendum aan de regels van deze bestemmingsplannen toegevoegd. De vigerende bestemmingsplannen blijven voor het overige van kracht. 1.1.3 Achtergrond luchtvaartlawaai De Kosteneenheid, afgekort Ke, is een eenheid waarin de geluidbelasting veroorzaakt door vliegverkeer wordt uitgedrukt. Het betreft de geluidbelasting buitenshuis en het gaat om het vliegverkeer van een heel jaar en van het hele etmaal. De Kosteneenheid is genoemd naar prof. dr. ir. C.W. Kosten (voorzitter van een adviescommissie van de regering), die in de jaren zestig onderzocht hoe geluidbelasting als maat voor de geluidshinder van vliegverkeer het beste te berekenen is. Bij de berekening van de geluidbelasting in Ke gaat men uit van het piekniveau op het waarneempunt tijdens een vliegtuigpassage, bepaald op een hoogte van 1.2 meter boven een met gras bedekte bodem. In het wettelijk vastgestelde berekeningsvoorschrift staan regels over de wijze van berekenen van de geluidbelasting door landende en opstijgende vliegtuigen.

Er is een formule in opgenomen die de geluidbelasting in een waarnemingspunt bepaalt, gegeven de aantallen vliegtuigpassages in één jaar, het maximale geluidsniveau in het waarnemingspunt tijdens iedere vliegtuigpassage en gegeven de nachtstraffactor, een weegfactor die afhankelijk is van de dagperiode waarin de vliegtuigpassage plaats heeft gevonden. Voor de berekening van de geluidbelasting in Ke worden de volgende vliegtuigen meegenomen:  vaste-vleugelvliegtuigen met schroefaandrijving met een minimaal totaalgewicht van 390 kg en een maximaal toegelaten totaalgewicht van 6.000 kg, vliegend onder IFR condities;  vaste-vleugelvliegtuigen met schroefaandrijving met een maximaal toegelaten totaalgewicht van 6.000 kg of meer;  helikopters;  vaste-vleugelvliegtuigen met straalaandrijving. De formule voor de geluidbelasting luidt als volgt:

Waarbij geldt dat: B = de geluidbelasting in Kosteneenheden (Ke). n = de nachtstraffactor (waarde 1 tot en met 10 afhankelijk van het tijdstip van de vlucht). ∑ = het totaal van de bijdragen van de vliegtuigen in één jaar. L max = het maximale geluidsniveau buitenshuis ten gevolge van iedere vliegtuigpassage.

Hoofdstuk 1

3

1.2 Het plangebied Dit paraplubestemmingsplan geldt binnen de gezamenlijke omtrek van de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Mill en Sint Hubert, Herziening 2018’ en ‘Mill-Zuid’ en alle daarbinnen vigerende bestemmingsplannen. Uiteraard heeft dit plan enkel betrekking op de gronden die ook feitelijk gelegen zijn binnen de geluidscontouren als weergegeven op de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan. In de navolgende tabel zijn de vigerende bestemmingsplannen binnen de gemeente Mill en Sint Hubert opgenomen, waarop dit paraplubestemmingsplan van toepassing wordt verklaard. Naam bestemmingsplan

Vaststellings-

Identificatienummer

datum Buitengebied Mill en Sint Hubert, Herziening 2018 Buitengebied Mill en Sint Hubert

26-09-2019

NL.IMRO.0815.BPLherzbuiteng2018-VA02

20-06-2013

NL.IMRO.0185.BPL12022HBU-VA01

Mill-Zuid

23-04-2015

NL.IMRO.0815.BPL13057HMI-VA01

1.3 Leeswijzer Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 de relevante wet- en regelgeving beschreven. In hoofdstuk 3 is een toelichting gegeven op de regels. Tot slot wordt in het vierde en laatste hoofdstuk ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Hoofdstuk 1

4

2.

RUIMTELIJK BELEIDSKADER 2.1 AMvB Ruimte Op 30 december 2011 is de AmvB Ruimte in werking getreden, bestaande uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Voortaan moeten gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsof uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. De Wet ruimtelijke ordening zoals die sedert 1 juli 2008 geldt, geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels te stellen over onder andere de inhoud van bestemmingsplannen. Dat zijn regels waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen in het vervolg rekening moeten houden. Het gaat dan niet alleen om procedurele regels, maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen. De autonomie van gemeenten op het gebied van bestemmingsplannen, die met de Wet ruimtelijk ordening per 1 juli 2008 zou moeten worden vergroot, werd daarmee voor een deel weer ingeperkt. De regering kan immers inhoudelijk aanwijzingen geven waar gemeenten zich aan hebben te houden. Met de AMvB Ruimte, bestaande uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening, heeft de regering van die bevoegdheid gebruik gemaakt.

De bedoeling van het besluit is, dat een aantal projecten die de regering van Rijksbelang vindt, dwingend worden geborgd in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke plannen van lagere overheden. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn, met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. In het Barro zijn de volgende projecten van Rijksbelang benoemd.              

Rijksvaarwegen Project Mainportontwikkeling Rotterdam Kustfundament Grote rivieren Waddenzee en waddengebied Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Ruimtereservering parallelle Kaagbaan

Voor dit bestemmingsplan is het hoofdstuk Defensie van belang. In artikel 2.6.2 van het Barro staat in lid 4 het volgende.

Hoofdstuk 2

5

Als geluidzones voor het militaire luchtvaartterrein worden aangewezen de in de ministeriële regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, genoemde geluidzones waarvan de geometrische plaatsbepaling is vervat in het daarachter genoemde GMLbestand bij dit besluit en is verbeeld op de daarachter genoemde kaart. In artikel 2.6.4. is vervolgens het volgende opgenomen ten aanzien van de geluidzones. Bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan ter zake van gronden gelegen in het beperkingengebied van een militair luchtvaartterrein worden de voor het betrokken militaire luchtvaartterrein op grond van de Luchtvaartwet en de Wet geluidhinder vastgestelde geluidzones en de beperkingen, bedoeld in het vierde en vijfde lid, in acht genomen. De regeling waar in artikel 2.6.2 wordt verwezen, betreft de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. Artikel 2.1 lid 4 van de Rarro bepaalt dat de geluidzones zoals zijn vastgelegd in bijlage 4, kaartblad 3.8 van de Rarro moeten worden overgenomen.

Figuur 1. Bijlage 4, kaartblad 3.8 Rarro: Kaart militair luchtvaartterrein – Vliegbasis Volkel

De 35 Ke-contour is hier als een rode lijn weergegeven. De Wet luchtvaart en onderliggende besluiten maakt hier een verdere verfijning in.

Hoofdstuk 2

6

2.2 Wet luchtvaart 2.2.1 Wet luchtvaart De Wet luchtvaart is van toepassing op militaire en burgerluchthavens. In artikel 10.12 en volgende is bepaald dat bij AMvB militaire luchthavens kunnen worden aangewezen. In die AMvB kan vervolgens ook worden vastgelegd voor welke militaire luchthavens een luchthavenbesluit noodzakelijk is. Volkel is zo`n luchthaven (artikel 2, lid 1 Besluit militaire luchthavens). Bij algemene maatregel van bestuur zijn voor deze luchthaven uniforme grenswaarden vastgesteld voor de maximaal toegelaten geluidbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen. Bij die maatregel zijn verder bijvoorbeeld ook uniforme grenswaarden vastgesteld voor het externe-veiligheidsrisico en voor lokale luchtverontreiniging en zijn regels gesteld met betrekking tot geluidbelasting en de maximale hoogte van objecten. Bij de regels met het oog op de geluidsbelasting en het externe-veiligheidsrisico worden in ieder geval gronden aangewezen die niet bestemd of gebruikt worden voor woningen of andere in het besluit aangewezen gebouwen, zo bepaalt de Wet luchtvaart. 2.2.2 Besluit militaire luchthavens De hierboven bedoelde AMvB betreft het Besluit militaire luchthavens. Hoofdstuk 2 van dit besluit bevat de regels voor geluidsbelasting als gevolg van militaire luchthavens.

Voor zowel bestaande als nieuwe situaties bevat het besluit regels voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en stand- en ligplaatsen. Het zijn deze regels die betrekking hebben op het toegestane gebruik binnen de Ke-contouren, die moeten worden vertaald in een passende bestemmingsplanregeling. Uit hoofdstuk 2 ‘Geluidsbelasting als gevolg van militaire luchthavens’ van het Besluit militaire luchthavens komen de volgende eisen naar voren. De grenswaarde voor de toelaatbare geluidsbelasting buiten de geluidszone van luchthaven Volkel bedraagt 35 Kosteneenheden. Nieuwe situaties Voor nieuwe woningen en nieuwe stand- en ligplaatsen binnen de geluidszone geldt eveneens een maximaal toelaatbare geluidsbelasting van 35 Ke.

Voor nieuwe woningen of nieuwe andere geluidsgevoelige gebouwen geldt een maximale geluidsbelasting van 45 Ke, indien het een van de volgende situaties betreft:  er wordt een open plek in de bestaande, te handhaven bebouwing opgevuld;  ze dienen ter vervanging van op die plaats reeds aanwezige bebouwing, niet zijnde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of standplaatsen;  ze worden binnen het desbetreffende gebied verplaatst naar een locatie waar de geluidsbelasting ten gevolge van het luchthavenluchtverkeer minder is, met dien verstande dat aan de oude woning of het andere geluidsgevoelige gebouw de bestemming wordt onttrokken; of  de woningen zijn ter plaatse dringend noodzakelijk om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid. Daarnaast is vervangende nieuwbouw van bestaande woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen toegestaan.

Hoofdstuk 2

7

In deze nieuwbouwsituaties is de standaard maximale geluidsbelasting van 35 Ke dus verhoogd naar 45 Ke. De maximale geluidsbelasting voor nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen is echter 65 Ke, wanneer sprake is van de volgende situaties:  wanneer een open plek in de bestaande, te handhaven bebouwing binnen de bebouwde kom wordt opgevuld;  voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die zullen dienen ter vervanging van op die plaats reeds binnen de bebouwde kom aanwezige bebouwing, niet zijnde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of standplaatsen;  voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die binnen de bebouwde kom worden verplaatst naar een locatie waar de geluidsbelasting ten gevolge van het luchthavenluchtverkeer minder is, met dien verstande dat aan de oude woning of het andere geluidsgevoelige gebouw de bestemming wordt onttrokken;  voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, indien vaststaat dat de geluidsbelasting ter plaatse binnen een termijn van twee jaren zal afnemen tot 35 Kosteneenheden of minder; of  voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of standplaatsen vervangen die reeds aanwezig zijn.

Naast regels voor nieuwe situaties bevat het Bml ook regels ten aanzien van de maximale geluidsbelasting in reeds bestaande situaties, waarbij onderscheid wordt gemaakt in woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en stand- en ligplaatsen. Bestaande situaties Zo bedraagt de maximale geluidsbelasting voor bestaande of vergunde woningen 40 Ke. In de volgende situaties wordt dit echter verhoogd naar 65 Ke:  Indien de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de geluidsgevoelige ruimten ten minste gelijk is aan wettelijk aangegeven waarden (vastgelegd in de Regeling luchtvaart);  Indien de woning gebouwd is krachtens een vergunning voor het bouwen waarvoor de aanvraag bij burgemeester en wethouders is ingediend na 14 februari 1983, en de geluidsbelasting in Kosteneenheden volgens de geluidscontouren niet zodanig hoger is dan de geluidsbelasting in Kosteneenheden op de datum waarop de vergunning voor het bouwen is verleend, dat krachtens de eerder genoemde regeling een zwaardere eis aan de geluidwering zou gelden dan de eis die op de laatstbedoelde datum gold bij toepassing van artikel 8 van het Besluit geluidwering gebouwen, dan wel van afdeling 3.1 van het Bouwbesluit 2012;  Indien door Onze Minister een aanbod wordt gedaan voor het treffen van zodanige geluidwerende voorzieningen dat voldaan wordt aan de in de Regeling bedoelde waarden, of;  Indien door de

eigenaar of bewoner geen toestemming wordt gegeven voor het uitvoeren van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek als bedoeld in de genoemde regeling. Voor andere geluidsgevoelige gebouwen dan woningen geldt een maximaal toelaatbare geluidsbelasting van 35 Ke. Dit wordt echter verhoogd naar 65 Ke indien:

Hoofdstuk 2

8

 

 

de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de geluidsgevoelige ruimten ten minste gelijk is aan de wettelijk aangegeven waarden; het andere geluidsgevoelige gebouw gebouwd is krachtens een vergunning voor het bouwen waarvoor de aanvraag bij burgemeester en wethouders is ingediend na 14 februari 1983, en de geluidsbelasting in Kosteneenheden volgens de geluidscontouren niet zodanig hoger is dan de geluidsbelasting in Kosteneenheden op de datum waarop de vergunning voor het bouwen is verleend, dat krachtens de hierboven bedoelde regeling een zwaardere eis aan de geluidwering zou gelden dan de eis die op de laatstbedoelde datum gold bij toepassing van artikel 8 van het Besluit geluidwering gebouwen, dan wel van afdeling 3.1 van het Bouwbesluit 2012; door Onze Minister een aanbod wordt gedaan voor het treffen van zodanige geluidwerende voorzieningen dat voldaan wordt aan de eerder bedoelde waarden; of door de eigenaar geen toestemming wordt gegeven voor het uitvoeren van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek als bedoeld in de eerder genoemde regeling.

Voor bestaande lig- en standplaatsen geldt een maximale geluidsbelasting van 40 Ke. 2.2.3 Luchthavenbesluit Volkel Op 4 september 2015 is het Luchthavenbesluit Volkel vastgesteld. In dit besluit worden het terrein van de luchthaven (het Luchthavengebied) en het beperkingengebied buiten de luchthaven vastgelegd, alsmede de exacte ligging van de Ke-contouren.

Figuur 2. Ke-contouren Luchthaven Volkel

Bovenstaande figuur toont de begrenzing van de Ke-contouren, zoals vastgelegd in bijlage 3 ‘Kaart geluidszone’ van het Luchthavenbesluit Volkel. Hier is goed te zien welk deel van de contouren overlappen met de het grondgebied van de gemeente Mill en Sint Hubert.

Hoofdstuk 2

9

3.

JURIDISCHE VORMGEVING 3.1 Inleiding Met dit paraplubestemmingsplan worden de geldende bestemmingsplannen, zoals genoemd in paragraaf 1.2 van deze toelichting en artikel 3.3 van de regels, aangevuld met de nieuwe regeling voor de Ke-contouren, zoals opgenomen in de bij het bestemmingsplan behorende verbeelding. Daarmee gaat voor alle in paragraaf 1.2 van deze toelichting genoemde bestemmingsplannen dezelfde regeling voor de Ke-geluidscontouren gelden. Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de verbeelding, de regels en de toelichting. De verbeelding omvat een groot deel van het westelijk deel van het grondgebied van de gemeente Mill en Sint Hubert, en ziet op de gezamenlijke omtrek van de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Mill en Sint Hubert, Herziening 2018’ en ‘Mill-Zuid’. Op de verbeelding zijn de Ke-contouren uit het Luchthavenbesluit (zie ook paragraaf 2.2.3) overgenomen als gebiedsaanduidingen. In de regels zijn de verschillende contouren als gebiedsaanduiding juridisch-planologisch verankerd. De verbeelding en regels vormen samen het bindende deel van het bestemmingsplan. In deze toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.

3.2 Systematiek bestemmingen 3.2.1 Uitleg paraplubestemmingsplan Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld als een parapluplan waarmee voor alle bestemmingsplannen binnen het plangebied in Mill en Sint Hubert dezelfde regeling voor de Kegeluidscontouren gaat gelden. In bestemmingsplannen waarin nog geen regeling voor Ke-geluidcontouren is opgenomen, wordt dit nieuw toegevoegd. In bestemmingsplannen waarin reeds een regeling voor Ke-contouren is opgenomen, zal dit bestemmingsplan de betreffende regeling vervangen. Het bestemmingsplan heeft alleen betrekking op de regeling voor Ke-contouren en beoogt geen wijziging aan te brengen in de overige regels van de vigerende bestemmingsplannen. Zo behoeft er geen verder onderzoek plaats te vinden, en is een nadere verantwoording van bijvoorbeeld waterhuidhouding, milieu of archeologie en cultuurhistorie niet noodzakelijk. De komende jaren zal de regeling voor de Ke-contouren worden opgenomen in de actualisaties van de bestemmingsplannen (of omgevingsplan in het kader van de nieuwe Omgevingswet). Hierdoor zal de werking van dit paraplubestemmingsplan uiteindelijk komen te vervallen. 3.2.2 De regels Het bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten.

Voor de opbouw van de regels is aangesloten bij de geldende Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).

Hoofdstuk 3

10

De regels bestaan uit drie hoofdstukken:  Inleidende regels (hoofdstuk 1)  Algemene regels (hoofdstuk 2)  Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 3) Inleidende regels (hoofdstuk 1) Bij de inleidende regels wordt ingegaan op de begrippen. Bij de begrippen zijn alleen de begrippen opgenomen die betrekking hebben op de Ke-geluidscontouren en in het kader van de aanduidingsregeling nadere definitie behoeven. Voor de overige begrippen zijn de begrippen uit de vigerende bestemmingsplannen van toepassing. De wijze van meten is niet opgenomen. Hiervoor zijn de bepalingen uit de vigerende bestemmingsplannen van toepassing. Hiervoor in de plaats is een artikel met het toepassingsgebied opgenomen, waarin wordt beschreven op welke vigerende bestemmingsplannen de in dit bestemmingsplan opgenomen regels ten aanzien van de Ke-geluidscontouren van toepassing zijn. De lijst met vigerende bestemmingsplannen is opgenomen in artikel 3.3 van de regels. Algemene regels (hoofdstuk 2) Anti-dubbeltelregel Het opnemen van de anti-dubbeltelregel in de regels is verplicht gesteld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Deze standaardbepaling (artikel 3.2.4 Bro) strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt. Van toepassingverklaring Met de van toepassing verklaring wordt een tweeledig doel gediend. Enerzijds worden de regels uit het voorliggende bestemmingsplan van overeenkomstige toepassing verklaard op de in het artikel opgenomen bestemmingsplannen van de gemeente Mill en Sint Hubert. Anderzijds worden de huidige regels uit die bestemmingsplannen met betrekking tot de Ke-geluidscontouren buiten werking gesteld. Algemene aanduidingsregels De Ke-geluidscontouren zijn als gebiedsaanduiding ‘Geluidzone - luchtvaart’ opgenomen in de regels van het bestemmingsplan, waarbij er per onderscheidenlijke contour een specifieke regeling is opgenomen. Het betreft de volgende gebiedsaanduidingen:    

Geluidzone – luchtvaart 35 – 40 Ke Geluidzone – luchtvaart 40 – 45 Ke Geluidzone – luchtvaart 45 – 50 Ke Geluidzone – luchtvaart 50 – 55 Ke

De regels uit het Besluit militaire luchthavens, zoals beschreven in paragraaf 2.2.2, zijn per contour vertaald in een bestemmingsplanregeling, die verwijst naar het relevante artikel van het Bml. Zo bestaat iedere regeling uit een omschrijving van de betreffende aanduiding, gevolgd door de relevante bouwregels. De bouwregels maken onderscheid in nieuw te bouwen woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, verandering of gedeeltelijke vernieuwing van bestaande woningen, en verandering of gedeeltelijke vernieuwing van andere geluidsgevoelige gebouwen.

Hoofdstuk 3

11

Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 3) Hierin wordt ingegaan op het overgangsrecht voor gebouwen en gebruik (wettelijk verplicht op grond van artikel 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening) en de slotregels (naam van het bestemmingsplan).

Hoofdstuk 3

12

4.

ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 4.1 Economische uitvoerbaarheid Het voorliggende plan voorziet niet in een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening. Het is daarom niet nodig een exploitatieplan op te stellen en kostenverhaal is hier niet aan de orde.

4.2 Maatschappelijk uitvoerbaarheid 4.2.1

Bestuurlijk overleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg plegen met andere betrokken overheden en overheidsdiensten. Aangezien slechts sprake is van het juridisch-planologische verankeren van reeds bestaande wettelijke regelingen in de bestemmingsplannen van de gemeente Mill en Sint Hubert is geen vooroverleg gevoerd. De Veiligheidsregio/Brandweer Brabant-Noord heeft per e-mailbericht d.d. 21 juli 2021 met bijbehorende advies d.d. 19 juli 2021 aangegeven, dat zij afziet van het geven van advies omdat het bestemmingsplan geen voor de veiligheidsregio relevante zaken bevat die worden aangepast. Het Waterschap Aa en Maas/Planadvies heeft per e-mailbericht d.d. 4 augustus 2021 aangegeven, dat het bestemmingsplan hen geen aanleiding geeft tot het indienen van een zienswijze of reactie omdat het planvoornemen niet direct een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt en geen raakvlak heeft met hun waterbelangen. 4.2.2

Inspraak

Aangezien slechts sprake is van het juridisch-planologisch verankeren van reeds bestaande wettelijke regelingen in de bestemmingsplannen van de gemeente Mill en Sint Hubert, is voor dit bestemmingsplan geen inspraakprocedure doorlopen. 4.2.3

Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen, vanaf 29 juli 2021 tot en met 8 september 2021. Tijdens deze periode konden zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Er is gedurende deze periode één zienswijze ontvangen. Deze zienswijze is in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’1 in de separate bijlage samengevat en voorzien van een reactie. Naast de uit de zienswijze voortvloeiende

1

Gemeente Mill en Sint Hubert, Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren’, d.d. 9 december 2021

Hoofdstuk 4

13

aanpassingen zijn enkele ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Deze zijn eveneens in voornoemde Nota opgenomen”.

Hoofdstuk 4

14

Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1

Begrippen

4

Hoofdstuk 2

Algemene regels

5

Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4

Anti-dubbeltelregel Van toepassingverklaring Algemene aanduidingsregels

5 6 7

Hoofdstuk 3

Overgangs- en slotregels

12

Artikel 5 Artikel 6

Overgangsrecht Slotregel

12 13

2

Bestemmingsplan "Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren" (vastgesteld)

Regels

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

het bestemmingsplan Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren met identificatienummer NL.IMRO.0815.BPMiKecontouren-VA01 van de gemeente Mill en Sint Hubert. 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

bebouwing

gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.6

bestaand

de bebouwing en het gebruik, zoals aanwezig op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.7

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.8

geluidsgevoelige gebouwen

gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidsgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder. 1.9

Onze Minister

Onze Minister van Defensie, zoals gedefinieerd in het Besluit militaire luchthavens.

4

Bestemmingsplan "Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 Artikel 2

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan "Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren" (vastgesteld)

5

Artikel 3 3.1

Van toepassingverklaring

Regels

De regels in onderhavig bestemmingsplan zijn van toepassing op alle bestemmingsplannen zoals zijn opgenomen in artikel 3.3. Het bepaalde in de daar genoemde bestemmingsplannen blijft van toepassing, met dien verstande dat aan de voorschriften of regels van deze bestemmingsplannen artikel 4 van dit bestemmingsplan wordt toegevoegd en in deze plannen de regels die betrekking hebben op de Ke-geluidscontouren vervallen. Bij strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit bestemmingsplan voor op de regels die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 3.2

Verbeelding

Aan de verbeelding van elk van de in artikel 3.3 genoemde bestemmingsplannen wordt de gebiedsaanduiding 'geluidzone - luchtvaart' toegevoegd. In deze plannen vervallen de daarin opgenomen aanduidingen of bestemmingen die betrekking hebben op de geluidszones luchtvaart, voorzover deze vallen binnen de grens van het voorliggende bestemmingsplan. 3.3

Overzicht bestemmingsplannen

Buitengebied Mill en Sint Hubert, Herziening 2018 Buitengebied Mill en Sint Hubert Mill-Zuid

6

Vastgesteld op 26 september NL.IMRO.0815.BPLherzbuiteng2018-VA02 2019 Vastgesteld 20 juni 2013 NL.IMRO.0815.BPL12022HBU-VA01 Vastgesteld op 23 april 2015

NL.IMRO.0815.BPL13057HMI-VA01

Bestemmingsplan "Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren" (vastgesteld)

Artikel 4

Algemene aanduidingsregels

4.1

Geluidzone - luchtvaart 35 - 40 Ke

4.1.1

Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding Geluidzone - luchtvaart 35 - 40 Ke zijn de gronden mede aangeduid voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op geluidgevoelige gebouwen vanwege de militaire luchthaven.

4.1.2

Bouwregels

Ter plaatse van de aanduiding Geluidzone - luchtvaart 35 - 40 Ke gelden, met inachtneming van het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, de volgende bepalingen met betrekking tot de bouw van geluidsgevoelige gebouwen: a. Nieuwbouw, niet zijnde vervangende nieuwbouw, van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen is toegestaan: 1. indien sprake is van invulling van een open plek in de bestaande, te handhaven bebouwing; 2. indien deze dienen ter vervanging van op dezelfde locatie reeds aanwezige bebouwing, niet zijnde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of standplaatsen; 3. indien sprake is van verplaatsing naar een locatie waar de geluidsbelasting ten gevolge van het luchthavenverkeer minder is, met dien verstande dat aan de oude woning of het andere geluidsgevoelige gebouw de geluidsgevoelige bestemming wordt onttrokken. b. Naast het bepaalde in lid a., is nieuwbouw van woningen eveneens toegestaan indien sprake is van dringend noodzakelijke redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid; c. Vervangende nieuwbouw van bestaande woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen is toegestaan. 4.2

Geluidzone - luchtvaart 40 - 45 Ke

4.2.1

Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding Geluidzone - luchtvaart 40 - 45 Ke zijn de gronden mede aangeduid voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op geluidgevoelige gebouwen vanwege de militaire luchthaven.

4.2.2

Bouwregels

Ter plaatse van de aanduiding Geluidzone - luchtvaart 40 - 45 Ke gelden, met inachtneming van het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, de volgende bepalingen met betrekking tot de bouw of verbouw van geluidsgevoelige gebouwen:

a. Nieuwbouw, niet zijnde vervangende nieuwbouw, van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen is toegestaan: 1. indien sprake is van invulling van een open plek in de bestaande, te handhaven bebouwing; 2. indien deze dienen ter vervanging van op dezelfde locatie reeds aanwezige bebouwing, niet zijnde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of standplaatsen; 3. indien sprake is van verplaatsing naar een locatie waar de geluidsbelasting ten gevolge van het luchthavenverkeer minder is, met dien verstande dat aan de oude woning of het andere geluidsgevoelige gebouw de geluidsgevoelige bestemming wordt onttrokken. b. Naast het bepaalde in lid a., is nieuwbouw van woningen eveneens toegestaan indien sprake is van

Bestemmingsplan "Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren" (vastgesteld)

7

dringend noodzakelijke redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid; c. Vervangende nieuwbouw van bestaande woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen is toegestaan. d. Woningen die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen reeds aanwezig zijn, of nog niet aanwezig zijn maar waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, mogen gedeeltelijk worden veranderd of gedeeltelijk worden vernieuwd waarbij moet worden voldaan aan het volgende: 1. de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de geluidsgevoelige ruimten, bedoeld in de in artikel 10.24 j° 8.32 van de Wet luchtvaart bedoelde regeling, is ten minste gelijk aan de in die regeling aangegeven waarden; 2. de woning is gebouwd krachtens een vergunning voor het bouwen waarvoor de aanvraag bij burgemeester en wethouders is ingediend na 14 februari 1983, en de geluidsbelasting in Kosteneenheden volgens de geluidscontouren is niet zodanig hoger dan de geluidsbelasting in Kosteneenheden op de datum waarop de vergunning voor het bouwen is verleend, dat krachtens de onder 1 bedoelde regeling een zwaardere eis aan de onder 1 bedoelde geluidwering zou gelden dan de eis die op de laatstbedoelde datum gold bij toepassing van artikel 8 van het Besluit geluidwering gebouwen, dan wel van afdeling 3.1 van het Bouwbesluit 2012; 3.

door Onze Minister wordt een aanbod gedaan voor het treffen van zodanige geluidwerende voorzieningen dat voldaan wordt aan de onder 1 bedoelde waarden, of 4. door de eigenaar of bewoner wordt geen toestemming gegeven voor het uitvoeren van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek als bedoeld in de onder 1 bedoelde regeling. e. Andere geluidsgevoelige gebouwen die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen reeds aanwezig zijn, of nog niet aanwezig zijn maar waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, mogen gedeeltelijk worden veranderd of gedeeltelijk worden vernieuwd waarbij moet worden voldaan aan het volgende: 1. de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de geluidsgevoelige ruimten, bedoeld in de in artikel 10.24 j° 8.32 van de Wet luchtvaart bedoelde regeling, is ten minste gelijk aan de in die regeling aangegeven waarden; 2.

het andere geluidsgevoelige gebouw is gebouwd krachtens een vergunning voor het bouwen waarvoor de aanvraag bij burgemeester en wethouders is ingediend na 14 februari 1983, en de geluidsbelasting in Kosteneenheden volgens de geluidscontouren is niet zodanig hoger dan de geluidsbelasting in Kosteneenheden op de datum waarop de vergunning voor het bouwen is verleend, dat krachtens de onder 1 bedoelde regeling een zwaardere eis aan de onder 1 bedoelde geluidwering zou gelden dan de eis die op de laatstbedoelde datum gold bij toepassing van artikel 8 van het Besluit geluidwering gebouwen, dan wel van afdeling 3.1 van het Bouwbesluit 2012; 3. door Onze Minister wordt een aanbod gedaan voor het treffen van zodanige geluidwerende voorzieningen dat voldaan wordt aan de onder 1 bedoelde waarden; of 4. door de eigenaar wordt geen toestemming gegeven voor het uitvoeren van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek als bedoeld in de onder 1 bedoelde regeling.

4.3

Geluidzone - luchtvaart 45 - 50 Ke

4.3.1

Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding Geluidzone - luchtvaart 45 - 50 Ke zijn de gronden mede aangeduid voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op geluidgevoelige gebouwen vanwege de militaire luchthaven.

8

Bestemmingsplan "Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren" (vastgesteld)

4.3.2

Bouwregels

Ter plaatse van de aanduiding Geluidzone - luchtvaart 45 - 50 Ke gelden, met inachtneming van het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, de volgende bepalingen met betrekking tot de bouw of verbouw van geluidsgevoelige gebouwen: a. Nieuwbouw, niet zijnde vervangende nieuwbouw, van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen is toegestaan: 1. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die een open plek in de bestaande, te handhaven bebouwing binnen de bebouwde kom opvullen; 2. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die zullen dienen ter vervanging van op die plaats reeds binnen de bebouwde kom aanwezige bebouwing, niet zijnde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of standplaatsen; 3. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die binnen de bebouwde kom worden verplaatst naar een locatie waar de geluidsbelasting ten gevolge van het luchthavenverkeer minder is, met dien verstande dat aan de oude woning of het andere geluidsgevoelige gebouw de bestemming wordt onttrokken; 4. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, indien vaststaat dat de geluidsbelasting ter plaatse binnen een termijn van twee jaren zal afnemen tot 35 Kosteneenheden of minder; of 5. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of standplaatsen vervangen die reeds aanwezig zijn. b.

Woningen die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen reeds aanwezig zijn, of nog niet aanwezig zijn maar waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, mogen gedeeltelijk worden veranderd of gedeeltelijk worden vernieuwd waarbij moet worden voldaan aan het volgende: 1. de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de geluidsgevoelige ruimten, bedoeld in de in artikel 10.24 j° 8.32 van de Wet luchtvaart bedoelde regeling, is ten minste gelijk aan de in die regeling aangegeven waarden; 2. de woning is gebouwd krachtens een vergunning voor het bouwen waarvoor de aanvraag bij burgemeester en wethouders is ingediend na 14 februari 1983, en de geluidsbelasting in Kosteneenheden volgens de geluidscontouren is niet zodanig hoger dan de geluidsbelasting in Kosteneenheden op de datum waarop de vergunning voor het bouwen is verleend, dat krachtens de onder 1 bedoelde regeling een zwaardere eis aan de onder 1 bedoelde geluidwering zou gelden dan de eis die op de laatstbedoelde datum gold bij toepassing van artikel 8 van het Besluit geluidwering gebouwen, dan wel van afdeling 3.1 van het Bouwbesluit 2012; 3. door Onze Minister wordt een aanbod gedaan voor het treffen van zodanige geluidwerende voorzieningen dat voldaan wordt aan de onder 1 bedoelde waarden, of 4.

door de eigenaar of bewoner wordt geen toestemming gegeven voor het uitvoeren van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek als bedoeld in de onder 1 bedoelde regeling. c. Andere geluidsgevoelige gebouwen die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen reeds aanwezig zijn, of nog niet aanwezig zijn maar waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, mogen gedeeltelijk worden veranderd of gedeeltelijk worden vernieuwd waarbij moet worden voldaan aan het volgende: 1. de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de geluidsgevoelige ruimten, bedoeld in de in artikel 10.24 j° 8.32 van de Wet luchtvaart bedoelde regeling, is ten minste gelijk aan de in die regeling aangegeven waarden; 2. het andere geluidsgevoelige gebouw is gebouwd krachtens een vergunning voor het bouwen waarvoor de aanvraag bij burgemeester en wethouders is ingediend na 14 februari 1983, en de geluidsbelasting in Kosteneenheden volgens de geluidscontouren is niet zodanig hoger dan de geluidsbelasting in Kosteneenheden op de datum waarop de vergunning voor het bouwen is verleend, dat krachtens de onder 1 bedoelde regeling een zwaardere eis aan de onder 1 bedoelde geluidwering zou gelden dan de eis die op de laatstbedoelde datum gold bij toepassing van artikel 8 van het Besluit geluidwering gebouwen, dan wel van afdeling 3.1 van het Bouwbesluit 2012; 3.

door Onze Minister wordt een aanbod gedaan voor het treffen van zodanige geluidwerende

Bestemmingsplan "Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren" (vastgesteld)

9

voorzieningen dat voldaan wordt aan de onder 1 bedoelde waarden; of 4. door de eigenaar wordt geen toestemming gegeven voor het uitvoeren van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek als bedoeld in de onder 1 bedoelde regeling.

4.4

Geluidzone - luchtvaart 50 - 55 Ke

4.4.1

Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding Geluidzone - luchtvaart 50 - 55 Ke zijn de gronden mede aangeduid voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting op geluidgevoelige gebouwen vanwege de militaire luchthaven.

4.4.2

Bouwregels

Ter plaatse van de aanduiding Geluidzone - luchtvaart 50 - 55 Ke gelden, met inachtneming van het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, de volgende bepalingen met betrekking tot de bouw of verbouw van geluidsgevoelige gebouwen: a. Nieuwbouw, niet zijnde vervangende nieuwbouw, van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen is toegestaan: 1. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die een open plek in de bestaande, te handhaven bebouwing binnen de bebouwde kom opvullen; 2. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die zullen dienen ter vervanging van op die plaats reeds binnen de bebouwde kom aanwezige bebouwing, niet zijnde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of standplaatsen; 3. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die binnen de bebouwde kom worden verplaatst naar een locatie waar de geluidsbelasting ten gevolge van het luchthavenverkeer minder is, met dien verstande dat aan de oude woning of het andere geluidsgevoelige gebouw de bestemming wordt onttrokken; 4. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, indien vaststaat dat de geluidsbelasting ter plaatse binnen een termijn van twee jaren zal afnemen tot 35 Kosteneenheden of minder; of 5. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of standplaatsen vervangen die reeds aanwezig zijn. b.

Woningen die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen reeds aanwezig zijn, of nog niet aanwezig zijn maar waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, mogen gedeeltelijk worden veranderd of gedeeltelijk worden vernieuwd waarbij moet worden voldaan aan het volgende: 1. de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de geluidsgevoelige ruimten, bedoeld in de in artikel 10.24 j° 8.32 van de Wet luchtvaart bedoelde regeling, is ten minste gelijk aan de in die regeling aangegeven waarden; 2. de woning is gebouwd krachtens een vergunning voor het bouwen waarvoor de aanvraag bij burgemeester en wethouders is ingediend na 14 februari 1983, en de geluidsbelasting in Kosteneenheden volgens de geluidscontouren is niet zodanig hoger dan de geluidsbelasting in Kosteneenheden op de datum waarop de vergunning voor het bouwen is verleend, dat krachtens de onder 1 bedoelde regeling een zwaardere eis aan de onder 1 bedoelde geluidwering zou gelden dan de eis die op de laatstbedoelde datum gold bij toepassing van artikel 8 van het Besluit geluidwering gebouwen, dan wel van afdeling 3.1 van het Bouwbesluit 2012; 3. door Onze Minister wordt een aanbod gedaan voor het treffen van zodanige geluidwerende voorzieningen dat voldaan wordt aan de onder 1 bedoelde waarden, of 4.

door de eigenaar of bewoner wordt geen toestemming gegeven voor het uitvoeren van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek als bedoeld in de onder 1 bedoelde regeling. c. Andere geluidsgevoelige gebouwen die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen reeds aanwezig zijn, of nog niet aanwezig zijn maar waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, mogen gedeeltelijk worden veranderd of gedeeltelijk worden vernieuwd

10

Bestemmingsplan "Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren" (vastgesteld)

waarbij moet worden voldaan aan het volgende: 1. de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de geluidsgevoelige ruimten, bedoeld in de in artikel 10.24 j° 8.32 van de Wet luchtvaart bedoelde regeling, is ten minste gelijk aan de in die regeling aangegeven waarden; 2. het andere geluidsgevoelige gebouw is gebouwd krachtens een vergunning voor het bouwen waarvoor de aanvraag bij burgemeester en wethouders is ingediend na 14 februari 1983, en de geluidsbelasting in Kosteneenheden volgens de geluidscontouren is niet zodanig hoger dan de geluidsbelasting in Kosteneenheden op de datum waarop de vergunning voor het bouwen is verleend, dat krachtens de onder 1 bedoelde regeling een zwaardere eis aan de onder 1 bedoelde geluidwering zou gelden dan de eis die op de laatstbedoelde datum gold bij toepassing van artikel 8 van het Besluit geluidwering gebouwen, dan wel van afdeling 3.1 van het Bouwbesluit 2012; 3. door Onze Minister wordt een aanbod gedaan voor het treffen van zodanige geluidwerende voorzieningen dat voldaan wordt aan de onder 1 bedoelde waarden; of 4. door de eigenaar wordt geen toestemming gegeven voor het uitvoeren van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek als bedoeld in de onder 1 bedoelde regeling.

Bestemmingsplan "Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren" (vastgesteld)

11

Hoofdstuk 3 Artikel 5 5.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

5.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

5.3

Hardheidsclausule

Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan c.q. de voorheen geldende beheersverordening kan het bevoegd gezag ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.

12

Bestemmingsplan "Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren" (vastgesteld)

Artikel 6

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren'.

Bestemmingsplan "Mill, Parapluplan Ke-geluidscontouren" (vastgesteld)

13

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl

Hoofdstuk 4

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=83c668f7-7aee-4473-9e7b-41170a879205