CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Beleidskader participatie bij grondgebonden energieopwekking.pdf

Mill - raadsvergadering 10 juni 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Beleidskader grondgebonden energieopwekking1.323 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidskader Participatie grondgebonden zonne-energie Participatie en 50% lokaal eigendom Lusten- en lastenverdeling is een belangrijk discussiepunt bij duurzame-energieprojecten. De ontwikkeling van zon- en windenergie is zichtbaar in het landschap en heeft een ruimtelijke en maatschappelijke impact. Het is daarbij belangrijk om te zorgen voor een goede lusten- en lastenverdeling, om te voorkomen dat deze verdeling scheef groeit. Direct omwonenden en de lokale gemeenschap zouden dus zoveel mogelijk moeten kunnen profiteren van een project dat wordt ontwikkeld in hun directe leefomgeving. Daarom onderschrijft de gemeente Mill en Sint Hubert de participatieparagraaf uit het Klimaatakkoord, waarin de afspraak is opgenomen om bij wind en grondgebonden zonprojecten die niet voor eigen gebruik zijn, 50% lokaal eigendom na te streven. Met eigendom wordt zeggenschap aan financiële participatie gekoppeld. Die koppeling is van belang, vanuit het idee dat draagvlak en betrokkenheid worden vergroot als inwoners niet alleen kunnen delen in de lusten, maar ook zeggenschap hebben over de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van het wind- of zonproject. Hierdoor ben je als bewoner nauw betrokken bij het betreffende project.

Millse definitie van 50% lokaal eigendom Lokaal eigendom is een combinatie van zeggenschap vanaf de planfase, tijdens de ontwikkelfase en bij de exploitatiefase in combinatie met de mogelijkheid om financieel deel te nemen aan het project als gelijkwaardige partner. Bij voorkeur wonen deelnemers in de directe omgeving van het wind- of zonnepark en verenigen ze zich in een entiteit zoals een lokale energie coöperatie. Het uitgangspunt is dat iedereen die mee wil doen, mee kan doen. Inspanningsverplichting Als gemeente leggen wij de inspanningsverplichting op aan initiatiefnemers die binnen onze gemeente een project voor grondgebonden zonne- of windenergie wil realiseren, om 50% lokaal eigendom na te streven. Indien de 50% lokaal eigendom niet wordt gehaald, dient de initiatiefnemer te kunnen aantonen dat hij zich voldoende heeft ingespannen. Wij zullen om het volgende vragen: De stappen te volgen die hieronder worden omschreven bij procesparticipatie en financiële participatie. Van belang daarbij is om:  samen met de omgeving te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om ten minste 50% lokaal eigendom mogelijk te maken (al dan niet in coöperatieve vorm) vanaf het begin van de projectontwikkeling tot en met de exploitatie;  de hierover met de omgeving gemaakte afspraken vast te leggen in een omgevingsovereenkomst, participatie- en profijtplan.

We vragen om deze inspanning grotendeels te leveren vóórdat de planologische procedure wordt gestart. Wie behoort tot de omgeving Er is niet vooraf bepaald wie bij de omgeving hoort, dat is maatwerk per project. De initiatiefnemer zal de definitie voor het betreffende project in overleg met de gemeente, en eventuele lokale initiatiefnemers, vaststellen.

Procesparticipatie Met procesparticipatie kan zeggenschap vanaf de planvorming van het project worden vormgegeven, en ook tijdens de ontwikkel- en exploitatiefase. We vragen initiatiefnemers om zich in te spannen daarvoor een omgevingsdialoog met de omgeving te voeren, grotendeels voordat wij het plan planologisch in procedure nemen. De initiatiefnemer stelt daarvoor een communicatieplan op waarin de volgende elementen worden meegenomen: a) stakeholders (wie wordt betrokken);

b) communicatiemomenten (wanneer wordt informatie verstrekt); c) communicatievorm (welke middelen worden hiervoor ingezet) De procesparticipatie en het communicatieplan daarvoor wordt met de gemeente afgestemd. Concreet vragen we om dat op minimaal de volgende manier vorm te geven: 1. Minimaal twee informatieavonden te organiseren, waarvan minstens 2 weken van te voren de uitnodiging vd informatieavond in de lokale krant gepubliceerd wordt. 2. Iedereen persoonlijk uit te nodigen die mogelijk zicht heeft op de beoogde locatie én de lokale energiecoöperatie uit te nodigen. 3. Op de eerste informatieavond het gesprek wordt gevoerd over 50% lokaal eigendom (zie inspanningsverplichting). En ook met de omgeving daarover gemaakte afspraken dan ter plekke of naderhand worden vastgelegd (zie inspanningsverplichting). 4. Het duidelijk is waarop de omgeving wel en geen invloed heeft en hoe de omgeving financieel kan profiteren. 5. Toelichting te geven op welke manier diezelfde omgeving kan reageren op de plannen. De gevraagde inspanningsverplichting is dat: a. Naast de informatieavond er meerdere manieren zijn om te reageren op de plannen. b. Er een terugkoppeling aan de bewoners plaatsvindt naar aanleiding van de reactie van bewoners. En de gemeente daarover geïnformeerd wordt. c.

Er één of meerdere gesprekken plaatsvinden (afhankelijk van de reactie op de informatieavond) met de bewoners over waar de bewoners invloed op hebben en hoe dat verder vormgegeven wordt. 6. Er zo veel mogelijk informatie wordt opgehaald. Denk daarbij aan: Wat zijn de zorgen? En welke groep zegt wat? 7. De tweede informatieavond voor alle geïnteresseerden in de gemeente wordt georganiseerd. Deze zal pas plaatsvinden na een positief principebesluit.

Financiële participatie Op welke manier de omgeving financieel kan participeren. De inspanningsverplichting is dat: 1. Het project open staat voor tenminste 50% lokaal eigendom uit de omgeving. 2. Er getrapt vorm wordt gegeven aan de participatie vanuit de omgeving. We gaan uit van de volgende schaalgroottes in volgorde van waar te starten: omwonenden, buurt, kern/dorp, gemeente. Investeerders buiten de gemeente zien wij niet als lokaal. 3. Er getrapt gekeken wordt naar de constructies voor financiële participatie. We volgen de participatiewaaier van links naar rechts en daarbij is van belang dat de verschillende vormen ook naast elkaar kunnen bestaan De voorkeur gaat dus uit naar gelijkwaardige participatie van een energiecoöperatie, daarna constructies zoals aandelen en obligaties. Een omwonendenregeling mag altijd, maar vervangt de inspanningsverplichting voor 50% lokaal eigendom niet.. 4. We willen dat er in ieder geval wordt verkent of er een samenwerking met een lokale energiecoöperatie mogelijk is, voordat er naar een andere constructie wordt gekeken. 5. Er wordt een afdracht gedaan aan het omgevingsfonds, zoals hieronder wordt beschreven.

Bron: Participatiewaaier, 2019

Omgevingsfonds en kwaliteitsfonds Voor niet coöperatieve projecten geldt dat de initiatiefnemer zich verplicht tot het leveren van een substantiële bijdrage aan de lokale gemeenschap door middel van een bijdrage aan het ‘energietransitiefonds’. Om dit fonds ook daadwerkelijk ten goede te laten komen aan de verduurzaming van de samenleving, wordt dit fonds gebruikt voor concrete duurzaamheidsprojecten (bijvoorbeeld de lokale school verduurzamen, leefbaarheidsproject ondersteunen, of een zonnepanelen regeling voor particulieren ondersteunen). Doel is om een maximale terugvloeiing naar de lokale gemeenschap te verwezenlijken. En ook mensen die niet financieel kunnen deelnemen in het project, mee te laten profiteren van de lusten. Indien projecten in het buitengebied worden gerealiseerd is een bijdrage aan de kwaliteitsverbetering landelijk gebied vereist, teneinde gebiedsontwikkeling te ondersteunen. Dit kan middels een kwaliteitsfonds voor de ruimte. Om de hoogte van de bijdrage te bepalen kan aansluiting gezocht worden bij de systematiek van de ‘gedragscode windenergie op land’1. In deze gedragscode is afgesproken dat windenergie-ontwikkelaars een bijdrage leveren aan een fonds, naar rato van de geproduceerde hoeveelheid elektriciteit. Hiermee loopt de hoogte van de bijdrage gelijk op met de hoogte van de energieproductie.

De hoogte van de bijdrage moet echter wel redelijk zijn in relatie tot de investering, operationele kosten en rendement van een project. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat deze bijdrage een negatieve invloed heeft op de ontwikkelingsperspectieven van zonnepark projecten. Daarom wordt voorgesteld de hoogte van de bijdrage tussen € 0,20 - € 0,40 per Mwh per jaar te laten zijn2. Per project worden hier concrete maatwerkafspraken over gemaakt. Uiteraard ontvangt de gemeente naast bovengenoemde bijdrage ook de jaarlijkse opbrengsten uit de onroerendzaak belasting, die voor het zonnepark van toepassing zijn3. Voorkeur voor lokale projecten De gemeente Mill en Sint Hubert heeft de voorkeur dat lokale projecten ontwikkelt worden met een zo hoog mogelijk coöperatief gehalte. Indien er een keuze gemaakt moet worden tussen verschillende projecten, zullen deze projecten de voorkeur hebben, indien de projecten voldoen aan het gestelde beleid.

1

In deze gedragscode is door ontwikkelaars van windenergieprojecten en de brancheorganisatie NWEA afgesproken dat door windontwikkelingen een bijdrage van € 0.50 per Mwh geproduceerde elektriciteit wordt afgedragen aan de lokale gemeenschap. 2 Aangezien windenergie andere rendementen kent dan grondgebonden zonne-energie, is de bijdrage voor zonneparken lager. De impact en milieueffecten van een zonnepark zijn, mits zorgvuldig ontworpen en ingepast, echter ook lager. 3 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2016:3469

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=003d5561-9c12-4125-8bf1-1bbec3c02573