03.8 Bijlagen toelichting_Bijlage 6 Saneringsplan.pdf
Tekst van het document
Saneringsplan Beerseweg 26 te Mill
samen onze omgeving creëren VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken.
AGEL adviseurs 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
Projectdossier Titel
:
Saneringsplan Beerseweg 26 te Mill
Opdrachtgever
:
Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte
Projectnummer
:
20200335 (fase 05.0)
Versie / status
:
D01
Datum
:
16 maart 2021
Opgesteld door
:
Ing. J. Brunink
Gecontroleerd door
:
Ing. C. van den Broek
Akkoord Projectcoördinator
:
Ing. J. Brunink
Paraaf:
AGEL adviseurs Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout Postbus 4156 4900 CD Oosterhout 0162 - 456481 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl
VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken. AGEL adviseurs 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
INLEIDING ................................................................................................................... 1 1.1
Algemeen .................................................................................................................1
1.2
Onafhankelijkheid .....................................................................................................1
1.3
Opbouw van het rapport ............................................................................................1
ALGEMENE GEGEVENS SANERINGSLOCATIE ............................................................... 2 2.1
Locatiegegevens .......................................................................................................2
2.2
Verontreinigingssituatie .............................................................................................3
2.3
Zonering bodemkwaliteitskaart ...................................................................................4
2.4
Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................5
2.5
Toekomstig gebruik ...................................................................................................5
2.6
Gevalsdefinitie en bepaling spoedeisendheid................................................................5
KADER, UITGANGSPUNT EN RANDVOORWAARDEN .................................................... 7 3.1
Wettelijk kader .........................................................................................................7
3.2
Saneringsaanpak immobiele verontreinigingen .............................................................8
3.3
Randvoorwaarden en uitgangspunten .........................................................................9
DOELSTELLING, RANDVOORWAARDEN EN UITGANGSPUNTEN ................................ 10 4.1
Saneringsdoelstelling ............................................................................................... 10
4.2
Kwalibo vereisten .................................................................................................... 10
4.3
Voorbereiding ......................................................................................................... 10
4.4
V&G aspecten ......................................................................................................... 11
4.5
Ontgraving ............................................................................................................. 11
4.6
Aanvullen en afwerken ............................................................................................ 12
ORGANISATIE EN MILIEUKUNDIGE BEGELEIDING................................................... 13 5.1
Betrokken partijen ................................................................................................... 13
5.2
Vergunningen en meldingen..................................................................................... 13
5.3
Milieukundige begeleiding ........................................................................................ 14
5.4
Communicatie ......................................................................................................... 16
5.5
Duur en planning van de werkzaamheden ................................................................. 17
5.6
Kosten ................................................................................................................... 17
5.7
Evaluatieverslag ...................................................................................................... 17
5.8
Nazorg en gebruiksbeperkingen................................................................................ 17
Bijlagen BIJLAGE 1 LOCATIEKAART BIJLAGE 2 KADASTRALE GEGEVENS MET CONTOUR BIJLAGE 3 TEKENINGEN BIJLAGE 4 VOORLOPIGE VEILIGHEIDSKLASSE BIJLAGE 5 RISICO BEOORDELING BIJLAGE 6 BODEMONDERZOEK (VIA SEPARATE DOWNLOADLINK) BIJLAGE 7 KOSTENRAMING (LOSBLADIG)
1
Inleiding
1.1
Algemeen In opdracht van Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte heeft AGEL adviseurs een saneringsplan opgesteld voor het verwijderen van een bodemverontreiniging met PCB’s en asbest op de locatie Beerseweg 26 te Mill. De locatie in kwestie staat kadastraal bekend als gemeente Mill sectie R nummers 1006 en 1185. De locatie was in gebruik als veehouderij, de bebouwing bestaat uit inmiddels leegstaande stallen. Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte Ontwikkelingsmaatschappij is voornemens om op de locatie bouwkavels voor woningbouw te realiseren. Voor de voorgenomen ontwikkeling van de locatie zijn op de locatie diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Uit deze bodemonderzoeken is vastgesteld dat er op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, enerzijds met PCB’s en anderzijds met asbest. Tevens is plaatselijk een sterke verontreiniging met kobalt aangetroffen, gezien de omvang van deze kobaltverontreiniging, wordt deze niet als een geval van ernstige bodemverontreiniging beoordeeld. Het doel van het saneringsplan is het aangegeven van de technische, organisatorische, milieuhygiënische en financiële aspecten van de voorziene saneringsmaatregelen. Met de sanering wordt de bodem geschikt gemaakt voor het beoogde gebruik en worden eventuele risico’s en gebruiksbeperkingen op een doelmatige wijze weggenomen.
1.2
Onafhankelijkheid AGEL adviseurs heeft geen zakelijke belangen bij de gesaneerde percelen en/of de perceelseigenaren. Daarmee is de onafhankelijkheid van AGEL adviseurs in deze sanering gewaarborgd.
1.3
Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: Algemene gegevens locatie, verontreinigingssituatie en toekomstig gebruik (hoofdstuk 2); Wettelijk kader en randvoorwaarden (hoofdstuk 3); Doestelling en beschrijving sanering (hoofdstuk 4); Organisatie, milieukundige begeleiding en planning (hoofdstuk 5).
20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 1 van 17
2
Algemene gegevens saneringslocatie
2.1
Locatiegegevens Onderstaand zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2.1: Locatiegegevens Aspect Adres Kadastraal Topografie en RD-coördinaten (bijlage 1) Eigenaar Opdrachtgever sanering Grondwaterbeschermingsgebied Oppervlakte kadastraal perceel(-en)
Gegevens Beerseweg 36 te Mill Gemeente: Mill Sectie: R Nummer(s): 1006 en 1185 x: 102.770 y: 411.465 Mevrouw Van den Hoek Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte Nee 3.267 m² Ontgravingslocatie (Wbb): circa 426 m²
De initiatiefnemer van de sanering is Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte. De kadastrale percelen zijn in (nog) eigendom van mevrouw Van den Hoek. Van de eigenaar is toestemming gevraagd om de saneringswerkzaamheden ter plaatse uit te voeren. In figuur 2.1 is de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Een situatietekening met begrenzing van de onderzoekslocatie is tevens opgenomen in bijlage 2. Figuur 2.1: Saneringslocatie (te saneren gebied in het rood aangegeven)
De vlek aan de zuidzijde betreft het niet-ernstig geval van kobaltverontreiniging.
20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 2 van 17
2.2
Verontreinigingssituatie De rapporten van de op de saneringslocatie uitgevoerde bodemonderzoeken zijn in tabel 2.2. vermeld. Tabel 2.2: Beschikbare bodemonderzoeken Titel Verkennend bodem- en asbestonderzoek Beerseweg 26 te Mill Nader bodemonderzoek asbest Beerseweg 26 te Mill
Bureau Tritium Advies
Kenmerk rapport 1905/242/MIB-01
Datum rapport 18 mei 2020
Tritium Advies
2002/177/KB-01
8 juni 2020
Een kopie van beide rapporten is opgenomen in bijlage 6. Uit de resultaten van de onderzoeken blijkt dat op het terrein sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, enerzijds met een sterke verontreiniging aan PCB’s en anderzijds een sterke verontreiniging met asbest. Opgemerkt wordt dat de PCB-verontreiniging een deel van de verontreiniging met asbest overlapt. Tevens is een kleine spot met een sterke kobaltverontreiniging aangetroffen. Toelichting De contouren van de verontreinigingen zoals opgenomen in de rapportages van Tritium zijn in een tekening verwerkt met daaronder de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie). Op basis van deze BGT-tekening zijn de hoeveelheden vastgelegd, berekend en in voorliggend document beschreven. De alhier vermelde hoeveelheden wijken in die zin iets af van de hoeveelheden vermeld in de rapportage van Tritium.
PCB-verontreiniging
Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond ter plaatse van boring A01 – tussen de twee grote stallen - sterk verontreinigd is met PCB. Naar aanleiding hiervan zijn aanvullende boringen (100 t/m 106 en 110 t/m 113) geplaatst om de omvang van de verontreiniging in beeld te brengen. Hieruit is gebleken dat er sprake is van twee spots met een sterke grondverontreiniging met PCB. De sterke grondverontreiniging met PCB is aanwezig vanaf het maaiveld tot 0,5 m-mv en is binnen de onderzoekslocatie aanwezig over een oppervlakte van circa 68 m2. De sterke grondverontreiniging heeft een omvang van circa 34 m3. Voor de onderhavige onderzoekslocatie is de oorzaak van de bodemverontreiniging met PCB niet bekend. Er is echter geen aanleiding om te veronderstellen dat de verontreiniging na 1987 is ontstaan. De twee individuele spots hebben onderling een technische (waarschijnlijk dezelfde oorzaak), organisatorische (bij hetzelfde bedrijf) en ruimtelijke samenhang (op hetzelfde perceel). Er is dus sprake van één geval van bodemverontreiniging met PCB. Het totale bodemvolume in de grond dat verontreinigd is met gehalten boven de interventiewaarde bedraagt meer dan 25 m3, waardoor er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Uit de analyseresultaten bleek verder dat de bovengrond plaatselijk sterk verontreinigd is met kobalt.
De sterke grondverontreiniging met kobalt is aanwezig over een oppervlakte van circa 26 m2. De grondverontreiniging heeft een omvang van circa 4 m3. De verontreiniging hangt vermoedelijk samen met de aanwezige puinbijmengingen in de grond onder de betonverharding. Ook hiervoor geldt dat er geen reden is om aan te nemen dat de verontreiniging na 1987 is ontstaan. Deze verontreiniging met kobalt wordt derhalve beoordeeld als een niet-ernstig geval van bodemverontreiniging.
Asbest
In het verkennend bodemonderzoek is ter plaatse van de aanwezige opstallen met asbestverdachte dakbedekking zintuiglijk op zowel het maaiveld als in de grond geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In de grond werd echter analytisch een maximaal gewogen asbestgehalte aangetoond van 1.700 mg/kg d.s. In alle monsters werd een gewogen gehalte groter dan 50 mg/kg d.s. aangetoond. 20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 3 van 17
Om het daadwerkelijke asbestgehalte in de grond alsmede de omvang van een eventuele asbestverontreiniging vast te stellen is nader onderzoek uitgevoerd. Tijdens de uitvoering van het veldwerk bleek dat er bij meerdere sleuven asbestverdacht plaatmateriaal werd aangetroffen. Uit het nader onderzoek is naar voren gekomen dat de bodem onder de dakranden sterk verontreinigd is met asbest. De asbestverontreiniging wordt op een diepte aangetroffen varierend van 0,2 tot 0,6 m-mv. De totale asbestverontreiniging, binnen de onderzoekslocatie, heeft een oppervlakte van circa 426 m2. De totale omvang bedraagt minimaal 204 m3 (321 m2 x 0,6m en 105 m2 x 0,1m). De verontreiniging is deels te relateren aan erosie van de asbesthoudende daken en deels te relateren aan een aanwezige ophooglaag in de grond. Vermoedelijk is de verontreiniging hoofdzakelijk voor 1 juli 1993 ontstaan. In onderstaand overzicht is de verontreinigingssituatie van de aangetroffen sterke verontreinigingen samengevat. Hierbij wordt nogmaals aangehaald dat de PCB-verontreiniging zich bevindt binnen de contouren van de asbestverontreiniging. Tabel 2.3: Verontreinigingssituatie (sterke verontreinigingen) samengevat Aard vd Oppervlakte Gem.traject Volume verontreiniging (m2) (m) (m3) PCB’s > I 68 0,5 34
Asbest > I
Verontreiniging en max. gehalten (mg/kg d.s.) PCB’s 1,4 (boring 105 0,0-0,5 m-mv)
426
0,2 tot 0,6
204
Asbest 3.675 (sleuf SL11 0,0-0,1 m-mv)
26
0,15
4
Kobalt 219 (boring A18 0,13-0,30 m-mv)
Niet ernstig
Kobalt > I
Kwaliteit overig terrein
Zintuiglijk zijn heterogeen verdeeld over de locatie in de bovengrond bijmengingen aangetroffen met puin, baksteen en plaatselijk asfalt. De bodemkwaliteit van het overige terrein bevat lichte verontreinigingen met kobalt, PAK, PCB en plaatselijk is cadmium, koper, lood en zink aangetoond. De gehalten zijn indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit, veelal is hier sprake van kwaliteit industrie. De ondergrond en het grondwater blijken niet verontreinigd te zijn. Daarnaast wordt buiten de als sterk verontreinigde aangemerkte contouren met asbest in de bodem op het overig terrein weliswaar geen asbest aangetroffen boven de norm, maar is asbest wel (visueel) aanwezig in gehalten die uiteenlopen van tot 87 mg/kg ds. In onderstaand overzicht zijn de geschatte hoeveelheden samengevat. Tabel 2.4: Verontreinigingssituatie asbest < interventiewaarde (geschat) Aard vd Oppervlakte Gem.traject Volume verontreiniging (m2) (m) (m3) Asbest visueel Ca. 1.325 0,5 663
aanwezig (< 100 mg kg ds.)
Indicatieve beoordeling Verwachte kwaliteit industrie
In de tekening in bijlage 3 zijn de verontreinigingscontouren opgenomen. 2.3
Zonering bodemkwaliteitskaart Voor de gemeente Mill en Sint Hubert is een bodemkwaliteitskaart beschikbaar (Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost-Brabant). Op basis van deze bodemkwaliteitskaart wordt ter plaatse van de onderzoekslocatie de volgende bodemkwaliteit verwacht: Bovengrond (0,0-0,5 m-mv) : klasse achtergrondwaarden; Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) : klasse achtergrondwaarden.
20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 4 van 17
Op de bodemfunctieklassenkaart is de onderzoekslocatie gelegen in de zone klasse wonen. 2.4
Bodemopbouw en geohydrologie Het maaiveld bevindt zich op ongeveer 11 m+NAP. Van de locatie is de volgende regionale bodemopbouw bekend. Tabel 2.2: Bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m –mv Formatie 0,0-0,5 Formatie van Boxtel
0,5-4,4
Formatie van Kreftenheye
4,4-10,0
Formatie van Beegden
Samenstelling Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken
Geohydrologische eenheid Deklaag
Deklaag
Watervoerende laag
De grondwaterstand bevond zich in februari 2020 op ca. 0,64 m-mv. De freatische grondwaterstroming is niet bekend. Opgemerkt wordt dat de freatische grondwaterstromingsrichting lokaal kan worden beïnvloed door de aanwezigheid van oppervlaktewater, kabels en leidingen, cunetten, funderingen en dergelijke. De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Op basis van de beschikbare informatie is niet bekend of het grondwatersysteem is beïnvloed door menselijk handelen als bemalingen en onttrekkingen. 2.5
Toekomstig gebruik In het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling zal ter plaatse van de onderzoekslocatie woningen met tuin worden gerealiseerd. Van deze nieuwe situatie is nog geen ontwerp bekend.
2.6
Gevalsdefinitie en bepaling spoedeisendheid Gesteld kan worden dat sprake is van twee gevallen van ernstige bodemverontreiniging: één met een PCB-verontreiniging waarvan de oorzaak onbekend is en één met asbest als gevolg van erosie van de asbesthoudende daken. De verontreinigingskernen bevinden zich binnen de kadastrale percelen sectie R, nummer 1006 en 1185). De kleine spot met kobaltverontreiniging bevindt zich binnen het kadastrale perceel sectie R nummer 1007. In de Circulaire bodemsanering (1 juli 2013) is het criterium uitgewerkt waarmee wordt vastgesteld of een spoedige sanering van een bodemverontreiniging noodzakelijk is. Het criterium is alleen van toepassing op verontreinigingen die voor 1987 zijn ontstaan en voor asbest indien deze verontreiniging is ontstaan voor 1993. Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld, dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Voor deze gevallen moet worden bepaald of sprake is van onaanvaardbare risico’s bij het huidige of toekomstig gebruik, zodat spoedig moet worden gesaneerd. Of er sprake is van onaanvaardbare risico’s wordt bepaald door
20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 5 van 17
middel van een generieke modelberekening met het programma Sanscrit (versie 2.7.0). Deze modelberekening bestaat uit 3 stappen: stap 1 : vaststellen geval van ernstige verontreiniging; stap 2 : standaard risicobeoordeling; stap 3 : locatiespecifieke risicobeoordeling. Voor een verontreiniging met asbest geldt het “Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, protocol asbest” (bijlage 3 van de Circulaire bodemsanering). Op basis van de resultaten van de recent uitgevoerde bodemonderzoeken is door Tritium een risicobepaling uitgevoerd. Deze risicobeoordeling is separaat opgenomen in bijlage 5. Uit de risicobeoordeling blijkt dat voor het huidige gebruik er geen sprake is van onaanvaardbare risico's. Bij het toekomstige gebruik van de locatie is wel sprake van onaanvaardbare (humane) risico’s op basis van de aangetroffen PCB verontreiniging. Dit betekent dat voor het huidige gebruik door het bevoegde gezag Wet bodembescherming geen saneringstijdstip zal worden vastgesteld in de beschikking ernst en spoed. Voor het toekomstige gebruik zal wel een saneringstijdstip worden vastgesteld. Opgemerkt wordt dat de humane risico’s bij het toekomstige gebruik worden veroorzaakt door de blootstellingsroute ‘ingestie gewas’.
20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 6 van 17
3 Kader, uitgangspunt en randvoorwaarden 3.1
Wettelijk kader
Het wettelijke kader voor de aanpak van gevallen van bodemverontreiniging is de Wet bodembescherming (Wbb). Het hierin genoemde saneringscriterium en de saneringsdoelstelling zijn verder uitgewerkt in de Circulaire bodemsanering 2013 (Staatscourant, Nr. 16675 d.d. 27 juni 2013). Artikel 38 van de Wbb stelt dat de sanering van verontreinigingen moet leiden tot een kwaliteit van grond en grondwater die het gewenste gebruik van de boven- en ondergrond mogelijk maakt, de risico’s van de verspreiding van (rest)verontreinigingen na sanering zo veel mogelijk beperkt en zo min mogelijk nazorg vereist. In de Circulaire bodemsanering is dit als volgt samengevat: De bodem moet geschikt worden gemaakt voor de functie die hij na de sanering krijgt; De humane en ecologische risico’s als gevolg van blootstelling aan verontreiniging moeten zoveel mogelijk worden beperkt; De verspreidingsrisico’s van de verontreiniging moeten zoveel mogelijk worden beperkt; De noodzaak tot het nemen van nazorgmaatregelen na sanering moeten zoveel mogelijk worden beperkt en beperkingen van het bodemgebruik na sanering moeten zoveel mogelijk worden voorkomen; De nazorg moet niet leiden tot een vermindering van de na de sanering bereikte bodemkwaliteit.
Binnen het bodemsaneringsbeleid wordt ruimte gegeven voor saneringsvarianten die zo goed mogelijk aansluiten bij het bestaande of geplande bodemgebruik en de lokale situatie en waarbij sprake is van een goede verhouding tussen kosten en effecten. Uitgangspunt blijft dat humane en ecologische risico’s (die afhankelijk zijn van het bodemgebruik in combinatie met de verontreinigingssituatie) tot aanvaardbare niveaus moeten worden teruggebracht en dat nazorg zoveel mogelijk dient te worden beperkt. ‘Zoveel mogelijk’ betekent dat de kosten in goede relatie moeten staan tot het resultaat van de sanering. In het algemeen kan sanering van de bodem als volgt plaatsvinden: het afgraven van de verontreinigde grond; het verwijderen van de verontreinigende stoffen uit de grond of het grondwater; het toepassen van technieken die biologische afbraak/omzetting of chemische omzetting tot niet schadelijke eindproducten tot gevolg hebben; het isoleren van de verontreinigingssituatie door middel van het aanbrengen van een leeflaag of andere duurzame afdeklaag. Vanuit de betekenis van een te maken saneringsdoelstelling is een onderscheid naar immobiele en mobiele verontreinigingssituaties van belang (in het vervolg kortweg aangeduid met immobiele en mobiele verontreinigingen).
Bij immobiele verontreinigingen ligt de nadruk op het functiegericht saneren, terwijl bij mobiele verontreinigingen de kosteneffectiviteit van de sanering een centrale rol speelt. Bij immobiele verontreinigingen wordt de saneringsdoelstelling primair bepaald door de geschiktheid van de bodem voor de aanwezige of voorgenomen functie, c.q. het gebruik van de bodem. Bij voorkeur wordt daarbij door het bevoegd gezag Wbb aangesloten bij het Besluit bodemkwaliteit (Bbk)1. De bodemfunctieklasse is dan leidend voor het bepalen van de terugsaneerwaarde in geval van verwijderen, herschikken en/of bewerken op de saneringslocatie. 1 Besluit bodemkwaliteit heeft betrekking op de kwaliteit van grond en baggerspecie en stelt eisen aan de leeflaag. Voor het toepassen van grond en baggerspecie kan worden aangesloten bij het landelijke generieke beleid. Het Besluit bodemkwaliteit biedt ook de mogelijkheid om op gebiedsniveau maatwerkbeleid te formuleren in de vorm van gebiedsspecifiek beleid.
20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 7 van 17
3.2
Saneringsaanpak immobiele verontreinigingen
Omdat binnen de locatie uitsluitend sprake is van een immobiele verontreinigingssituatie wordt in deze paragraaf nader ingegaan op de aanpak van een immobiele verontreiniging. Functiegericht saneren heeft betrekking op (veelal in de bovengrond) aanwezige immobiele verontreinigingen (verontreinigingen die zich niet verspreiden met het grondwater of uitdampen naar de lucht). Functiegericht saneren houdt in dat de saneringsdoelstelling wordt afgestemd op het toekomstig gebruik van de bodem en wel in die zin dat de risico’s van een verontreiniging zodanig worden verminderd of weggenomen dat de restrisico’s acceptabel zijn voor het beoogde gebruik van de bodem. De aanpak van immobiele verontreiniging hangt dus samen met de (toekomstige) bodemfuncties. Er zijn zeven bodemfuncties (waarvan drie met subfuncties) onderscheiden waarvoor generieke beschermingsniveaus voor blijvende geschiktheid zijn afgeleid. Deze zijn: a. Wonen met tuin; b. Plaatsen waar kinderen spelen i met een gemiddelde ecologische waarde; ii met weinig ecologische waarde; c. Moestuinen en volkstuinen i met veel gewasconsumptie (grote moestuinen) ii met een gemiddelde gewasconsumptie (kleinere moestuinen) d. Landbouw; e. Natuur; f. Groen met natuurwaarden; g.
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie met i niet (nagenoeg) geheel verhard ii (nagenoeg) geheel verhard Voor elk van de bodemfuncties zijn risicoscenario’s afgeleid op basis van mate van contact van de mens met de bodem, mate van gewasconsumptie, bescherming van landbouwproductie, bescherming ecologie. Deze bodemfuncties zijn geclusterd tot drie bodemfunctieklassen. Voor elke bodemfunctieklasse is één generieke norm afgeleid voor blijvende geschiktheid, op basis van het meest gevoelige scenario binnen de bodemfunctieklasse. De indeling van de bodemfuncties in bodemfunctieklassen is onderstaand weergegeven. Tabel 3.1: Indeling in bodemfunctieklassen en naam bodemnorm Achtergrondwaarden Landbouw, natuur, moestuinen, volkstuinen Maximale waarden wonen Wonen met tuin, plaatsen waar kinderen spelen, groen met natuurwaarden Maximale waarden Industrie Ander groen, bebouwing, Infrastructuur en Industrie
In veel gevallen volstaat het aanbrengen van een leeflaag. Voor de bodemfuncties ‘wonen met tuin’, ‘plaatsen waar kinderen spelen’, ‘groen met natuurwaarden’, en ‘ander groen’ geldt als standaardaanpak het aanbrengen van een leeflaag. Indien, veelal in het geval van de bodemfuncties ‘bebouwing, infrastructuur en industrie’, sprake is van verharding en/of bebouwing is de verontreinigingssituatie automatisch geïsoleerd. Deze isolatie wordt dan gevormd door een afdeklaag bestaande uit de verharding. Voor de bodemfuncties ‘natuur’, ‘landbouw’ en ‘moes- en volkstuinen’ is geen standaardaanpak uitgewerkt. Als sanering aan de orde is zullen per geval de benodigde saneringsmaatregelen worden vastgesteld.
20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 8 van 17
3.3
Randvoorwaarden en uitgangspunten
Ruimte voor Ruimte is voornemens als sanerende maatregel het terrein op de kadastrale percelen sectie R nummers 1006, 10072 en 1185 vrij van bodemverontreiniging op te leveren. Dit om de toekomstige ontwikkeling en eventuele overdracht voor wonen mogelijk te maken. Om tot sanering van de locatie te komen geldt een aantal uitgangspunten en randvoorwaarden: Sanering vindt plaats vanuit de Wet bodembescherming waarbij alle bodemverontreiniging beschouwd wordt als een immobiele situatie en een historisch geval. De wijze van uitvoering dient in overeenstemming te zijn met het saneringsbeleid van Omgevingsdienst Zuidoost Brabant3; Er wordt gekozen voor een functiegerichte sanering waarbij de bodem binnen het plangebied vanuit het bestemmingsplan ten minste geschikt is voor de functie Wonen zonder dat sprake is van een gebruiksbeperking of nazorgmaatregelen; Het heeft de voorkeur afvoeren van grond te beperken tot het strikt nodige; De maximale diepte van ontgraving wordt geschat op 0,6 m-mv. Bemalingswerkzaamheden worden daarom niet noodzakelijk geacht; De aanwezige bebouwing op de locatie wordt voorafgaand aan de sanering gesloopt tot aan de fundering.
De fundering wordt tijdens de saneringswerkzaamheden verwijderd om zo versmering van de verontreiniging te voorkomen; Bij graafwerkzaamheden dient de stabiliteit van ontgravingsputten gewaarborgd te zijn; Aanvulling van de ontgraving vindt plaats met grond welke voldoet aan klasse wonen; Op de uitvoering van de sanerende werkzaamheden is BRL 7000 met protocol 7001 van toepassing. De uitvoerend aannemer dient voor deze werkzaamheden erkend te zijn; Bij de ontgraving van de verontreinigde grond dient milieukundige begeleiding conform protocol 6001 plaats te vinden; De veiligheidsmaatregelen bij de uitvoering van de werkzaamheden dienen overeenkomstig publicatie 400 van CROW ‘Werken in en met verontreinigde bodem’ plaats te vinden. De werkzaamheden ter plaatse van de verontreinigde asbestdelen vinden plaats onder asbestcondities zijnde zwart niet-vluchtig. De PCB verontreiniging bevindt zich binnen de asbestcontour hiervoor geldt derhalve dezelfde klasse. Voor de verontreiniging met kobalt dient rekening te worden gehouden met oranje niet-vluchtig; Behoudens de milieukundig begeleider en het personeel saneringsaannemer bevinden zich geen andere personen binnen de saneringslocatie gedurende het ontgraven van asbesthoudende grond.
2
Het niet ernstig geval van bodemverontreiniging met kobalt bevindt zich op perceelnummer 1007. De Omgevingsdienst Zuidoost Brabant voert de vergunningverlening, toezicht en handhaving in het kader van de Wet bodembescherming uit namens de gemeente Eindhoven, de provincie Noord-Brabant voor Zuidoost-Brabant en BrabantNoord (exclusief Helmond; en ‘s-Hertogenbosch). 3
20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 9 van 17
4
Doelstelling, randvoorwaarden en uitgangspunten
4.1
Saneringsdoelstelling De ontgraving heeft als doel de sterke verontreiniging met PCB’s en asbest in de grond alsook de sterke verontreiniging met kobalt zoveel als mogelijk weg te nemen zodanig dat voldaan wordt aan de maximale waarde voor klasse Wonen. Voor asbest zou dit neerkomen op een terugsaneerwaarde < 100 mg/kg ds. Vanwege het beoogde gebruik als wonen met tuin is de aanwezigheid van visueel asbest niet wenselijk. Aanvullend geldt voor asbest daarom het verwijderen van asbest tot visueel schoon. Als terugsaneerwaarden gelden daarom: PCB’s, maximaal klasse Wonen, is < 0,04 mg/kg ds; Asbest, < 100 mg/kg ds. en zoveel als visueel schoon Kobalt maximaal klasse Wonen, is < 35 mg/kg ds.
4.2
Kwalibo vereisten Op de bodemsanering is voor de sanerend aannemer BRL 7000 met protocol 7001 van toepassing (‘Uitvoering van landbodemsanering met conventionele methoden Protocol 7001, 12 december 2013’). Milieukundige begeleiding vindt plaats conform BRL 6000 met protocol 6001 (Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden en nazorg Protocol 6001, d.d. 13 december 2012). Verwerking van te reinigen en afgevoerde grond dient plaats te vinden overeenkomstig BRL SIKB protocol 7500.
4.3
Voorbereiding Door de milieukundige begeleider worden voorafgaand aan de ontgraving de ontgravingsgrenzen uitgezet en gemarkeerd. De ontgravingscontour is weergegeven in bijlage 3. Alvorens met de ontgravingswerkzaamheden kan worden begonnen, dient de aannemer een aantal voorbereidende werkzaamheden uit te voeren: Het verrichten van de benodigde meldingen (zie 5.2); Het afzetten en inrichten van het terrein. Het terrein is reeds afgesloten voor derden en ingericht voor sloopwerkzaamheden. Binnen het terrein dienen schone en verontreinigde werkzones duidelijk zichtbaar afgezet (bijvoorbeeld met waarschuwingslint) te worden; Het werkterrein zal worden ingericht rekening houdend met de veiligheidsvoorschriften en arbo-wetgeving voor grondwerk en bodemsanering. De beoordeling hiervan geschiedt door een veiligheidskundige overeenkomstig CROW 400; Het inventariseren van de aanwezige kabels en leidingen via de betreffende nutsbedrijven (KLIC) en de eigenaar.
20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 10 van 17
4.4
V&G aspecten Het doel van deze paragraaf is het aangeven van de veiligheidsaspecten voor de personen en partijen die bij de ontgraving van de sterk verontreinigde grond betrokken zijn. De aannemer is verantwoordelijk voor: Het voorkomen van ongevallen en incidenten alsmede het beschermen van de gezondheid van eigen medewerkers, medewerkers van onderaannemers of leveranciers en derden; Het voorkomen van milieuschade ten gevolge van de uit te voeren activiteiten. De werkzaamheden dienen overeenkomstig CROW publicatie 400 “Werken in of met verontreinigde bodem” getoetst te worden. Deze toetsing dient door een Hogere veiligheidskunde (HVK-er) te worden beoordeeld. Op basis van de bekende gegevens dienen de werkzaamheden binnen de contour van de asbestverontreiniging plaats te vinden volgens de veiligheidsklasse ‘zwart nietvluchtig'. De werkzaamheden die plaatsvinden binnen de contour van de kobalt-verontreiniging dienen plaatsvinden volgens de veiligheidsklasse ’oranje niet-vluchtig’. Een CROW toetsing voor beide verontreinigingen is opgenomen in bijlage 4.
4.5
Ontgraving De grond wordt op aangeven van de milieukundig begeleider ontgraven. De milieukundige begeleider beoordeelt in hoeverre de contouren van de verontreiniging overeenkomen met de verwachte contouren. De daarna vrijkomende verontreinigde grond wordt direct geladen voor afvoer naar een erkend verwerker. Door de milieukundig begeleider wordt de bodem visueel beoordeeld waarna controlemonsters worden genomen (zie deel milieukundige begeleiding). Op basis van de resultaten wordt getoetst of voldaan is aan de doelstelling. De voorziene ontgravingscontour voor het wegnemen van de verontreiniging is weergegeven in bijlage 3. In tabel 4.1 zijn de geraamde hoeveelheden vrijkomend materiaal weergegeven. Tabel 4.1: Grondbalans Deellocatie
Oppervlakte (m2)
Te ontgraven grond Asbest > I en Ca. 105 PCB > T Asbest > I en Ca. 36 PCB > T PCB > T Ca. 36 Asbest > I Ca. 216 m2 Asbest > I Ca. 105 Kobalt > I Ca. 32 m2 Asbest < 100 mg/kg
Ca. 1.325 m2
Traject (m-mv)
Geraamde hoeveelheid m3 (ton1)
Kwaliteit / klasse
Bestemming
0,0 – 0,6
105 (184)
Niet toepasbaar
Erkende verwerker
0,0 – 0,1
4 (7)
Niet toepasbaar
Erkende verwerker
0,1 -0,5 0,0 – 0,6 0,0 – 0,1 Bovengrens 0,1 Ondergrens 2,8 Gemiddeld 2,0 0,0-0,5
14 (25) 130 (228) 11 (19) 4 (7)
Niet toepasbaar Niet toepasbaar Niet toepasbaar Niet toepasbaar
Erkende verwerker Erkende verwerker Erkende verwerker Erkende verwerker
663 (1.160)
Bevat visueel asbest, meer geschikt voor industrie
Erkende verwerker/ hergebruikslocatie
Te leveren grond voor aanvulling
Opmerking: ivm later uit te voeren bouwrijp werkzaamheden kan ervoor gekozen worden geen grond voor aanvulling te gebruiken Grond 1 2
Ca 426 m2
Variërend van 0,1 tot 268 Klasse wonen Nader te bepalen ca. 0,6 Voor grond is een soortelijk gewicht van 1.750 kg/m3 per vaste m3 aangehouden. De hoeveelheden kunnen afwijken van de theoretische in onderzoek bepaalde hoeveelheden.
20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 11 van 17
Voor de afvoer worden vrachtauto’s gebruikt die voorzien zijn van vloeistofdichte en afdekbare laadbakken. Bij het verlaten van het werkterrein dienen de wielen van de auto’s vrij te zijn van verontreinigingen. 4.6
Aanvullen en afwerken Na afloop van de saneringswerkzaamheden vinden bouwrijp werkzaamheden plaats. Indien gewenst wordt de ontgraving aangevuld met grond. Mocht hiervan sprake zijn dan vindt aanvulling van grond plaats welke geschikt is voor aanvulling, puinvrij en voldoet aan kwaliteitsklasse wonen.
20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 12 van 17
5
Organisatie en milieukundige begeleiding
5.1
Betrokken partijen In tabel 5.1 zijn de bij de werkzaamheden betrokken partijen weergegeven. Tabel 5.1: Betrokken partijen Partij Naam Opdrachtgever Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte
Adres Brabantlaan 3 Postbus 79 5201 AB Den Bosch Postbus 8035 5601KA EINDHOVEN Postbus 8035 5601KA EINDHOVEN
Contactgegevens Dhr. G. Kersten T: 06-23606249 E: g.kersten@ruimtevoorruimte.com T: 088 369 03 69 E: info@odzob.nl T: 088 369 03 69 E: info@odzob.nl
Nader te bepalen
-
-
Nader te bepalen
-
-
Milieukundige begeleiding
AGEL adviseurs
Postbus 4156 4900 CD Oosterhout
V&G coördinatie / HVK
Nader te bepalen
-
PL: Mevrouw J. Brunink MKB-er: nader te bepalen T: 0162 – 456481 jbrunink@ageladviseurs.nl -
Arbeidsinspectie
Inspectie SZW
Postbus 820 3500 AV Utrecht
Bevoegd gezag Handhaving en toezicht Aannemer bodemsanering (BRL 7000) Verwerker verontreinigde grond Transport grond
5.2
Omgevingsdienst Zuidoost Brabant Omgevingsdienst Zuidoost Brabant Nader te bepalen
T: 0800-5151
Vergunningen en meldingen Op de werkzaamheden zijn de volgende meldingen van toepassing. Tabel 5.2: Meldingen en vergunningen Vergunning/melding Bevoegd gezag / verantwoordelijke
Partij
Procedure tijd
Meldingen Wbb Instemming saneringsplan
ODZOB
AGEL adviseurs
8 - 15 weken
Melding start sanering
ODZOB
AGEL adviseurs
2 weken voor aanvang
Einddiepte ontgraving Melding einde sanering Wijziging saneringsplan en melding onvoorziene verontreiniging Evaluatieverslag
2 dagen voor bereiken Binnen 1 week na gereed Uiterlijk 2 weken voor aanvang 8 weken na beëindigen
Meldingen overige wetgeving Melding kabels en leidingen, WION Melding toepassen grond voor aanvulling Transport en verwerking afvalstoffen
Kabels- en leidingen Aannemer eigenaren, (KLIC via kadaster) www.meldpuntbodemkwaliteit Aannemer .nl Provincie Noord Brabant Aannemer of acceptant (nader te bepalen)
5 dagen voor start 5 dagen voor toepassing
Voor het transport naar een erkend verwerker dienen door de acceptant/aannemer PMVformulieren te worden. Na afloop wordt een kopie van de weegbon aan de milieukundige begeleider overhandigd. 20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 13 van 17
5.3
Milieukundige begeleiding Gedurende de saneringswerkzaamheden zal continue een milieukundig begeleider aanwezig zijn. De milieukundige begeleider dient gecertificeerd te zijn volgens BRL 6000, protocol 6001. De milieukundig begeleider richt zich tijdens de sanering zowel op de processturing als op de verificatie van de behaalde resultaten. De milieukundige begeleiding tijdens de uitvoering van de bodemsanering bestaat uit de volgende werkzaamheden: Toezicht of de sanering volgens het saneringsplan wordt uitgevoerd; Sturen van de bodemsaneringwerkzaamheden, zoals het aangeven van de ontgravingsgrenzen; Vastleggen van de uitgevoerde werkzaamheden en vastleggen van de eventuele afwijkingen ten behoeve van het evaluatieverslag; Controleren of het resultaat van de sanering overeenkomt met de gestelde saneringsdoelstelling in de beschikking of een andere goedkeuring; Vastleggen in het evaluatieverslag van de resultaten van het verwijderen van de verontreinigingen in grond (middels eindbemonstering); Vastleggen van de eventuele restverontreinigingen in grond (middels eindbemonstering).
Onderdelen van deze taken zijn o.a.: Verrichten van monsterneming en analyses ten behoeve van controle op naleving van voor de sanering afgegeven vergunningen en ontheffingen; Het houden van dagelijks toezicht op de saneringswerkzaamheden en het aangeven van verontreinigingsgrenzen; Het aangeven van het depot waarin ontgraven grond en afvalstoffen op basis van vermoedelijke verontreinigingsklasse moeten worden opgeslagen; Aangeven van de bestemming van de grond en afvalstoffen op basis van depotkeuringen; Bijhouden van al de verzamelde gegevens in een logboek en rapportages; Rapporteren aan de directie van alle afwijkingen; Rapportage van de verzamelde gegevens. Monsterneming en analyse van grond in het kader van de eindcontrole, de wijze van eindcontrole is beschreven in het saneringsplan of wordt uitgewerkt in een afzonderlijk verificatieplan; Monsterneming en analyse van grond in het kader van de vastlegging van eventuele restverontreinigingen; Rapportage van de gegevens en de resultaten in het evaluatieverslag. Controlemonsters ontgraving grond Het nemen van de controlemonsters ten behoeve van de verificatie van de grondsanering vindt plaats volgens onderstaande systematiek uit protocol 6001.
A. Eindbemonstering ontgraving niet mobiele verontreiniging (tbv PCB’s en kobalt)
Putbodem: per 100 m2 ontgravingsvlak 10 gutssteken samenvoegen tot 1 controlemonster. indien het oppervlak kleiner is dan 100 m2 dan is het aantal steken proportioneel kleiner met het oppervlak, met een minimum van 5 gutssteken. bemonstering per te onderscheiden bodemtextuur. steekdiepte 0,1 tot 0,3 meter achter het ontgraven oppervlak.
20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 14 van 17
Putwand: per 50 m2 ontgravingsvlak 10 gutssteken samenvoegen tot 1 controlemonster. indien het oppervlak kleiner is dan 50 m2 dan is het aantal steken proportioneel kleiner met het oppervlak, met een minimum van 5 gutssteken. bemonstering per te onderscheiden bodemtextuur. separate bemonstering boven en onder gemiddelde grondwaterstand. steekdiepte 0,1 tot 0,3 meter achter het ontgraven oppervlak.
B. Eindbemonstering ontgraving asbest
Putbodem: per 200 m2 ontgravingsvlak. visuele inspectie op aanwezigheid van grove asbestverdachte materialen (>16 mm) van totale ontgravingsvlak. steekdiepte 0,1 tot 0,3 meter achter het ontgraven oppervlak. monsterneming op basis van 10 ondiepe grepen conform NEN 5707 voor het maken van een mengmonster. analyse van een mengmonster samengesteld uit minimaal 20 grepen van 0,5 kg uit het oorspronkelijke mengmonster na monstervoorbehandeling op locatie conform NEN 5707. analyse van verzamelde asbestverdachte materialen conform NEN 5707. bemonstering per te onderscheiden deelgebied met een vergelijkbare dichtheid aan asbestverdachte stukjes. Bij duidelijk afwijkende dichtheid van asbestplaatjes moet de indeling van deelgebieden worden herzien. Putwand: per 50 m2 ontgravingsvlak met een maximale laagdikte van 1 meter. visuele inspectie op aanwezigheid van grove asbestverdachte materialen (>16 mm) van totale ontgravingsvlak. steekdiepte 0,1 tot 0,3 meter achter het ontgraven oppervlak. monsterneming op basis van 10 ondiepe grepen conform NEN 5707 voor het maken van een mengmonster. analyse van een mengmonster samengesteld uit minimaal 20 grepen van 0,5 kg uit het oorspronkelijke mengmonster na monstervoorbehandeling op locatie conform NEN 5707. analyse van verzamelde asbestverdachte materialen conform NEN 5707.
bemonstering per te onderscheiden deelgebied met een vergelijkbare dichtheid aan asbestverdachte stukjes. In de navolgende tabel 5.3 is een inschatting gemaakt van de voorziene controlemonsters weergegeven. Hierin is rekening gehouden met : Bij de maximale ontgravingsdiepten van 0,1 m-mv is wandbemonstering technisch niet mogelijk. Hierin wordt rekening gehouden met een “kombemonstering”; Daarnaast is wandbemonstering richting de fundering niet mogelijk.
20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 15 van 17
Tabel 5.3: Controlemonsters saneringswerkzaamheden (Deel-)locatie/ oppervlakte Controlemonsters
Chemische analyses
Aantal
Te plaatsen peilbuis
Aantal monsternamen
Parameters pakket
spoedtermijn
Ontgravingsbodems asbest
7
-
-
Asbest
24 uur
Ontgravingswanden asbest
6
-
-
Asbest
24 uur
Ontgravingsbodem PCB
2
-
-
PCB en os
overnight
Ontgravingswanden PCB
5
-
-
PCB en os
overnight
Ontgravingsbodem/wand kobalt
3
-
-
Kobalt en sp
overnight
-
-
Grondsanering > I
Grondontgraving tbv visueel schoon (asbest < I, maar visueel nog aanwezig) Overig terrein (asbest < 100)
Maaiveldinspectie conform NEN 5707
Hett laboratoriumonderzoek zal worden uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium conform de AS3000. 5.4
Communicatie
Algemeen
Om doelmatige samenwerking tussen alle betrokken partijen te bevorderen is formeel overleg tijdens de uitvoering op diverse niveaus noodzakelijk. De volgende partijen dienen hierbij te worden betrokken: Directie (opdrachtgever of gevolmachtigde van de opdrachtgever); Milieukundig begeleider; Medewerkers (incl. MVK/HVK/RAH en R-DLP). De communicatie met de opdrachtgever wordt verzorgd door de directievoering. De communicatie met bevoegd gezag vindt plaats door de milieukundig begeleider.
Bevoegd gezag
De melding ‘start sanering’ wordt minstens 2 weken voor aanvang van de werkzaamheden verricht. Voorafgaand aan en gedurende de saneringsperiode kunnen (onvoorziene) afwijkingen ontstaan van hetgeen ten tijde van het deelsaneringsplan als uitgangspunt is gehanteerd. Dit kan zijn als gevolg van een wijziging in het ontwerp of een toe te passen techniek. Wijzigingen hierin mogen nooit leiden tot een wijziging van de saneringsdoelstelling en beoogde aanpak en maatregelen. Een afwijking van de maatregelen en het beoogde resultaat dienen te worden gemeld bij het bevoegd gezag. Procedure en wijze van melden: Initiatiefnemer meldt afwijking met onderbouwing bij milieukundige begeleider; Milieukundig begeleider stelt een afwijkingsmelding op en meldt deze bij de OMWB namens opdrachtgever.
Omgeving
Gelet op de aard van de werkzaamheden zal de omgeving hier enige invloed van ondervinden. Ondanks dat de ervaring leert dat bij een herontwikkeling het aspect ‘bodemsanering’ ondergeschikt is (“men geloofd dat wel”), is het een taak van initiatiefnemer om de omgeving proactief te informeren. 20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 16 van 17
5.5
Duur en planning van de werkzaamheden De werkzaamheden worden uitgevoerd na instemming door het bevoegd gezag op het saneringsplan. Naar verwachting worden de werkzaamheden medio 2021 uitgevoerd. De werkzaamheden vinden plaats op werkdagen tussen 7:00 en 16:30 uur. De werkzaamheden bedragen maximaal 8 uur per dag. De duur van de werkzaamheden wordt geraamd op 4 werkdagen.
5.6
Kosten In bijlage 7 is een raming opgenomen (losbladig) van de saneringskosten specifiek voor de in dit plan beschreven werkzaamheden.
5.7
Evaluatieverslag Na het uitvoeren van de grondsanering wordt een evaluatieverslag opgesteld. In de evaluatie komen aan de orde: De situatie bij aanvang en oplevering van de uitgevoerde ontgraving; De hoeveelheden grond die zijn ontgraven en verwerkt; De locaties van de ontgravingen en ontgravingsdiepten inclusief een overzichtstekening met bemonsteringslocaties; Afvoerbewijzen grond; Gegevens aangebrachte grond en voorzieningen; De beschikbaar gekomen analyseresultaten; De resultaten van overleg met de opdrachtgever en het bevoegd gezag; Het behaalde resultaat van de ontgraving; De organisatorische aspecten bij de ontgraving; Meldingen en/of overige communicatie met het bevoegd gezag; Eventuele bijzonderheden tijdens de werkzaamheden op het gebied van veiligheid, communicatie en omwonenden; Een fotorapportage van de werkzaamheden; Nazorg en gebruiksbeperkingen. Het evaluatieverslag wordt binnen 8 weken na het gereedkomen van de ontgraving ingediend bij het bevoegd gezag.
5.8
Nazorg en gebruiksbeperkingen Na afloop van de sanering is er geen sprake van nazorg of gebruiksbeperkingen.
20200335 (05.0)| Beerseweg 26 te Mill Saneringsplan
| 17 van 17
Bijlage 1 Locatiekaart
Bijlage 1- Locatiekaart Saneringsplan Beerseweg 26 te Mill
N
schaal 1: 5000 0
40
80
120m
Auteur: ageladviseurs - Datum: 17-03-2021 - Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.
Bijlage 2 Kadastrale gegevens met contour
I-Contour asbest tot 0,6m-mv I-contour asbest tot 0,1 m-mv
I-contour PCB's tot 0,5 m-mv
BETREFT
Mill R 1006 UW REFERENTIE
20200335 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
17-03-2021 - 13:42
S11093438465
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
16-03-2021 - 14:59
16-03-2021 - 14:59
BLAD
1 van 2
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Mill R 1006 Kadastrale objectidentificatie : 043230100670000
Kadastrale grootte 2.347 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 182741 - 411489 Omschrijving Bedrijvigheid (industrie)
Terrein (akkerbouw) Ontstaan uit Mill R 345
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster
RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/2 Afkomstig uit stuk Hyp4 57704/179
Ingeschreven op 30-12-2009 om 14:09
Naam gerechtigde Mevrouw Wilhelmina Petronella Maria van den Hoek Adres Diedenweg 9
6717 KR EDE GLD Geboren 01-11-1968
te NIJMEGEN
Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Burgerlijke staat Gehuwd (ten tijde van verkrijging) 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/2 Afkomstig uit stuk Hyp4 57704/179
Ingeschreven op 30-12-2009 om 14:09
Naam gerechtigde Mevrouw Johanna Maria Egberta van den Hoek Adres Drielseweg 12
5321 NC HEDEL Geboren 19-05-1964
te MILL EN SINT HU-
BERT Geboorteland Nederland Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
BETREFT
Mill R 1006 UW REFERENTIE
20200335 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
17-03-2021 - 13:42
S11093438465
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
16-03-2021 - 14:59
16-03-2021 - 14:59
BLAD
2 van 2
Burgerlijke staat Ongehuwd en geen geregistreerd partnerschap (ten tijde van verkrijging)
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
BETREFT
Mill R 1185 UW REFERENTIE
20200335 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
17-03-2021 - 13:44
S11093438713
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
16-03-2021 - 14:59
16-03-2021 - 14:59
BLAD
1 van 2
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Mill R 1185 Kadastrale objectidentificatie : 043230118570000
Kadastrale grootte 920 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 182785 - 411445 Omschrijving Bedrijvigheid (agrarisch) Herinrichtingsrente € 34,05
Eindjaar 2027
Ontstaan uit Mill R 346
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster
RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/2 Afkomstig uit stuk Hyp4 57704/179
Ingeschreven op 30-12-2009 om 14:09
Naam gerechtigde Mevrouw Wilhelmina Petronella Maria van den Hoek Adres Diedenweg 9
6717 KR EDE GLD Geboren 01-11-1968
te NIJMEGEN
Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Burgerlijke staat Gehuwd (ten tijde van verkrijging) 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/2 Afkomstig uit stuk Hyp4 57704/179
Ingeschreven op 30-12-2009 om 14:09
Naam gerechtigde Mevrouw Johanna Maria Egberta van den Hoek Adres Drielseweg 12
5321 NC HEDEL Geboren 19-05-1964
te MILL EN SINT HU-
BERT Geboorteland Nederland Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
BETREFT
Mill R 1185 UW REFERENTIE
20200335 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
17-03-2021 - 13:44
S11093438713
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
16-03-2021 - 14:59
16-03-2021 - 14:59
BLAD
2 van 2
Burgerlijke staat Ongehuwd en geen geregistreerd partnerschap (ten tijde van verkrijging)
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
Bijlage 3 Tekeningen
A
A'
beton
D beton
Gebouw 0,0m-mv 0,1m-mv 0,6m-mv
D' 0,0m-mv 0,13m-mv 0,3m-mv
B
B'
beton 0,0m-mv 0,1m-mv 0,6m-mv
C'
beton 0,0m-mv 0,1m-mv 0,5m-mv
D'
beton 0,0m-mv
beton C beton 0,6m-mv D beton
B'
C'
0,6m-mv
A
A'
D
D'
I-Contour asbest tot 0,6m-mv
I-contour asbest tot 0,1 m-mv
I-contour PCB's tot 0,5 m-mv
T-contour PCB's tot 0,5 m-mv
I-contour kobalt 0,13 - 0,3 m-mv
C
B
Ontgraven en afvoeren als PCB- en asbesthoudend
Ontgraven en afvoeren als asbesthoudend
0m
a 7 2 -
27
26
5m
10m
Ontgraven en afvoeren als PCB-houdend
SCHAAL 1:200
E
Ontgraven en afvoeren als kobalthoudend
E' project
opdrachtgever onderdeel
Saneringsplan Beerseweg 26 te Mill Ruimte voor Ruimte situatietekening met doorsnedes
A2 schaal 1:200 getekend door P. van Beveren gecontroleerd door ing. J. Brunink
status
D.01
werknr.
20200335
formaat
Kolkweg 5
bladnr.
Bijlage 2
par.
datum
par.
doc. type
15-12-2020 Tekening
postbus 4156 4900 cd oosterhout hoevestein 20b 4903 sc oosterhout 0162 - 45 64 81 www.ageladviseurs.nl
bestandsnaam: O:\20200335-00 Bredaseweg 152 en 160 te Oosterhout en Beerseweg 26 te Mill\3 tekeningen\3 terrein\20200335_XXX_40UO_001_TEK_SP_MILL.dwg
LEGENDA
Bijlage 4 Voorlopige veiligheidsklasse
Bepaling veiligheidsklasse datum: 14-12-2020 versie: 2.3 locatie: Beerseweg 26 te Mill kadastraalnummer: Mill, R, nrs 1006 en 1185 uitvoerende partij: AGEL Adviseurs-Stantec op basis van CROW-publicatie 400
Bepaling veiligheidsklasse zwart niet vluchtig Kobalt concentratie bodem:219 mg/kg SRC grond oranje,75%: 213.75 mg/kg SRC grond rood, 100%: 285 mg/kg carcinogeen: nee mutageen: nee veiligheidsklasse grond: oranje niet vluchtig Asbest mg/kg d.s. g.g. concentratie bodem:3675 mg/kg interventiewaarde: > 100 mg/kg carcinogeen: ja mutageen: nee veiligheidsklasse grond: zwart niet vluchtig
Ingevulde stoffen Stof
Concentratie bodem (mg/kg ds)
Concentratie grondwater (ug/l)
Carcinogeen Mutageen
Kobalt
219
0
nee
nee
Stof
Concentratie bodem (mg/kg ds)
Concentratie grondwater (ug/l)
Carcinogeen Mutageen
PCB101
0.137
0
nee
nee
PCB118
0.034
0
nee
nee
PCB138
0.45
0
nee
nee
PCB153
0.42
0
nee
nee
PCB180
0.34
0
nee
nee
Asbest mg/kg 3675 d.s. g.g.
0
ja
nee
Bepaling veiligheidsklasse datum: 14-12-2020 versie: 2.3 locatie: Beerseweg 26 te Mill kadastraalnummer: Mill, R, nrs 1006 en 1185 uitvoerende partij: AGEL Adviseurs-Stantec op basis van CROW-publicatie 400
Bepaling veiligheidsklasse Geen veiligheidsklasse van toepassing.
Ingevulde stoffen Stof
Concentratie bodem (mg/kg ds)
Concentratie grondwater (ug/l)
Carcinogeen Mutageen
PCB101 0.137
0
nee
nee
PCB118 0.034
0
nee
nee
PCB138 0.45
0
nee
nee
PCB153 0.42
0
nee
nee
PCB180 0.34
0
nee
nee
Bepaling veiligheidsklasse datum: 14-12-2020 versie: 2.3 locatie: Beerseweg 26 te Mill kadastraalnummer: Mill, R, nrs 1006 en 1185 uitvoerende partij: AGEL Adviseurs-Stantec op basis van CROW-publicatie 400
Bepaling veiligheidsklasse oranje niet vluchtig Kobalt concentratie bodem:219 mg/kg SRC grond oranje,75%: 213.75 mg/kg SRC grond rood, 100%: 285 mg/kg carcinogeen: nee mutageen: nee veiligheidsklasse grond: oranje niet vluchtig
Ingevulde stoffen Stof
Concentratie bodem (mg/kg ds)
Concentratie grondwater (ug/l)
Carcinogeen Mutageen
Kobalt
219
0
nee
nee
PCB101 0.137
0
nee
nee
PCB118 0.034
0
nee
nee
PCB138 0.45
0
nee
nee
PCB153 0.42
0
nee
nee
Stof
Concentratie bodem (mg/kg ds)
PCB180 0.34
Concentratie grondwater (ug/l)
Carcinogeen Mutageen
0
nee
nee
Bijlage 5 Risico beoordeling
GRFXPHQWNHQPHUN.%YHUVLH
5LVLFREHRRUGHOLQJ
,QGH&LUFXODLUHERGHPVDQHULQJ MXOL LVKHWFULWHULXPXLWJHZHUNWZDDUPHHZRUGW YDVWJHVWHOGRIHHQVSRHGLJHVDQHULQJYDQHHQERGHPYHURQWUHLQLJLQJQRRG]DNHOLMNLV9RRUDVEHVWLV KHWFULWHULXPDOOHHQYDQWRHSDVVLQJRSYHURQWUHLQLJLQJHQGLHYRRUMXOL]LMQRQWVWDDQ$OVHHQ JHYDOYDQHUQVWLJHYHURQWUHLQLJLQJLVYDVWJHVWHOGGDQLVVSUDNHYDQHHQSRWHQWLHHOULVLFRGDW DDQOHLGLQJJHHIWWRWHHQYRUPYDQVDQHUHQRIEHKHUHQ9RRUGH]HJHYDOOHQPRHWZRUGHQEHSDDOGRI VSUDNHLVYDQRQDDQYDDUGEDUHULVLFR¶VELMKHWKXLGLJHRIWRHNRPVWLJJHEUXLN]RGDWVSRHGLJPRHW ZRUGHQJHVDQHHUG2IHUVSUDNHLVYDQRQDDQYDDUGEDUHULVLFR¶VZRUGWEHSDDOGYROJHQVKHW ³0LOLHXK\JLsQLVFK6DQHULQJVFULWHULXP%RGHPSURWRFRODVEHVW´ ELMODJHYDQGH&LUFXODLUH ERGHPVDQHULQJ +HWSURWRFROEHVWDDWXLWVWDSSHQ x VWDS YDVWVWHOOHQJHYDOYDQHUQVWLJHYHURQWUHLQLJLQJ x VWDS VWDQGDDUGULVLFREHRRUGHOLQJ x VWDS ORFDWLHVSHFLILHNHULVLFREHRRUGHOLQJ 'HFULWHULDYRRUGHWRHWVLQJRIVSUDNHLVYDQRQDDQYDDUGEDUHULVLFR¶VHQUHVXOWDDWYDQGH ULVLFREHRRUGHOLQJ]LMQZHHUJHJHYHQLQGHQDYROJHQGHWDEHO+LHUELMLVXLWJHJDDQYDQGHKRRJVW DDQJHWURIIHQFRQFHQWUDWLHPHWDVEHVWYRRUGHJHKHOHORFDWLH 7DEHOULVLFREHRRUGHOLQJDVEHVWYHURQWUHLQLJLQJJHKHOHRQGHU]RHNVORFDWLH RQGHUGHHO
DQWZRRUG
PRWLYDWLH
6WDSYDVWVWHOOHQJHYDOYDQHUQVWLJHYHURQWUHLQLJLQJ
MD
]LHWDEHOLQSDUDJUDDI
6WDSVWDQGDDUGULVLFREHRRUGHOLQJ
MD
*HKDOWHDVEHVWLQGHERGHPJURWHUGDQPJNJGV HQGH]RUJSOLFKWLVQLHWYDQWRHSDVVLQJ"
&RQWDFWPRJHOLMNPHWGHDVEHVWYHURQWUHLQLJLQJ DIGHNNLQJYHJHWDWLHDFWXHOHFRQWDFW]RQH
GHYHURQWUHLQLJLQJEHYLQGW]LFKLQGH ERYHQVWHPHQGHORFDWLHOLJWEUDDN FRQWDFWLVGHUKDOYHPRJHOLMN
*HKDOWHKHFKWJHERQGHQDVEHVW!PJNJGV"
MD
]LHWDEHOHQLQSDUDJUDDI
*HKDOWHQLHWKHFKWJHERQGHQDVEHVW!PJNJGV"
MD
]LHWDEHOHQLQSDUDJUDDI
6WDSORFDWLHVSHFLILHNHULVLFREHRRUGHOLQJ
*HKDOWHUHVSLUDEHOHDVEHVWYH]HOVFRQWDFW]RQH!
QHH
]LHWDEHOLQSDUDJUDDI
PJNJGV"
8LWGHEHRRUGHOLQJEOLMNWGDWHUJHHQVSUDNHLVYDQRQDDQYDDUGEDUHULVLFR¶V'LWEHWHNHQWGDWJHHQ WLMGVWLSYRRUGHVWDUWYDQGHVDQHULQJZRUGWYDVWJHVWHOG
SDJLQDYDQ
GRFXPHQWNHQPHUN0,%YHUVLH
*URQGYHURQWUHLQLJLQJPHWNREDOW ,QGHJURQG]LMQELMPHQJLQJHQZDDUJHQRPHQPHWSXLQ'HDDQJHWURIIHQJHKDOWHVDDQNREDOW KDQJHQYHUPRHGHOLMNVDPHQPHWGHZDDUJHQRPHQSXLQELMPHQJLQJHQLQGHJURQG2SJURQGYDQGH DQDO\VHUHVXOWDWHQLVGHRPYDQJYDQGHYHURQWUHLQLJLQJDIJHOHLGELQQHQGHJUHQ]HQYDQGH RQGHU]RHNVORFDWLH]RDOVZHHUJHJHYHQLQGHQDYROJHQGHWDEHO 7DEHORYHU]LFKWVWHUNHJURQGYHURQWUHLQLJLQJNREDOW
VWHUNHYHURQWUHLQLJLQJ
RPYDQJ
RSSHUYODN
P
ERYHQJUHQV
PPY
RQGHUJUHQV
PPY
JHPLGGHOGHGLNWH
P
RPYDQJ
P
!LQWHUYHQWLHZDDUGH
SDUDPHWHU
FRQFHQWUDWLHV
NREDOW
PD[LPDOHFRQFHQWUDWLHYHURQWUHLQLJLQJ
PJNJGV
2RU]DDNHQJHYDOVGHILQLWLH
*URQGYHURQWUHLQLJLQJPHW3&% 9RRUGHRQGHUKDYLJHRQGHU]RHNVORFDWLHLVGHRRU]DDNYDQGHERGHPYHURQWUHLQLJLQJPHW3&%QLHW EHNHQG(ULVHFKWHUJHHQDDQOHLGLQJRPWHYHURQGHUVWHOOHQGDWGHYHURQWUHLQLJLQJQDLV RQWVWDDQ 'HWZHHLQGLYLGXHOHVSRWVKHEEHQRQGHUOLQJHHQWHFKQLVFKH ZDDUVFKLMQOLMNGH]HOIGHRRU]DDN RUJDQLVDWRULVFKH ELMKHW]HOIGHEHGULMI HQUXLPWHOLMNHVDPHQKDQJ RSKHW]HOIGHSHUFHHO (ULVGXV VSUDNHYDQppQJHYDOYDQERGHPYHURQWUHLQLJLQJPHW3&%+HWWRWDOHERGHPYROXPHLQGHJURQGGDW YHURQWUHLQLJGLVPHWJHKDOWHQERYHQGHLQWHUYHQWLHZDDUGHEHGUDDJWPHHUGDQPZDDUGRRUHU VSUDNHLVYDQHHQJHYDOYDQHUQVWLJHERGHPYHURQWUHLQLJLQJ *URQGYHURQWUHLQLJLQJPHWNREDOW 'HYHURQWUHLQLJLQJKDQJWYHUPRHGHOLMNVDPHQPHWGHDDQZH]LJHSXLQELMPHQJLQJHQLQGHJURQG RQGHUGHEHWRQYHUKDUGLQJ(ULVJHHQUHGHQRPDDQWHQHPHQGDWGHYHURQWUHLQLJLQJQDLV RQWVWDDQ *H]LHQGHPDWHHQRPYDQJ P YDQGHYHURQWUHLQLJLQJLQGHJURQGNDQZRUGHQDIJHOHLGGDW JHHQVSUDNHLVYDQHHQJHYDOYDQHUQVWLJHERGHPYHURQWUHLQLJLQJ
5LVLFREHRRUGHOLQJ
,QGH&LUFXODLUHERGHPVDQHULQJ MXOL LVKHWFULWHULXPXLWJHZHUNWZDDUPHHZRUGW YDVWJHVWHOGRIHHQVSRHGLJHVDQHULQJYDQHHQERGHPYHURQWUHLQLJLQJQRRG]DNHOLMNLV+HWFULWHULXP LVDOOHHQYDQWRHSDVVLQJRSYHURQWUHLQLJLQJHQGLHYRRU]LMQRQWVWDDQ$OVHHQJHYDOYDQ HUQVWLJHYHURQWUHLQLJLQJLVYDVWJHVWHOGGDQLVVSUDNHYDQHHQSRWHQWLHHOULVLFRGDWDDQOHLGLQJJHHIW WRWHHQYRUPYDQVDQHUHQRIEHKHUHQ
SDJLQDYDQ
GRFXPHQWNHQPHUN0,%YHUVLH
9RRUGH]HJHYDOOHQPRHWZRUGHQEHSDDOGRIVSUDNHLVYDQRQDDQYDDUGEDUHULVLFR¶VELMKHWKXLGLJHRI WRHNRPVWLJJHEUXLN]RGDWVSRHGLJPRHWZRUGHQJHVDQHHUG2IHUVSUDNHLVYDQRQDDQYDDUGEDUH ULVLFR¶VZRUGWEHSDDOGGRRUPLGGHOYDQHHQJHQHULHNHPRGHOEHUHNHQLQJPHWKHWSURJUDPPD 6DQVFULW YHUVLH 'H]HPRGHOEHUHNHQLQJEHVWDDWXLWVWDSSHQ x VWDS YDVWVWHOOHQJHYDOYDQHUQVWLJHYHURQWUHLQLJLQJ x VWDS VWDQGDDUGULVLFREHRRUGHOLQJ x VWDS ORFDWLHVSHFLILHNHULVLFREHRRUGHOLQJ 8LWJDQJVSXQWHQ 9RRUGHEHRRUGHOLQJYDQGHULVLFR¶VYDQGH3&%YHURQWUHLQLJLQJ]LMQGHYROJHQGHXLWJDQJVSXQWHQ JHEUXLNW 'HYHURQWUHLQLJLQJVVLWXDWLHLV]RDOVEHVFKUHYHQLQKRRIGVWXN (ULVVSUDNHYDQHHQJHYDOYDQHUQVWLJHERGHPYHURQWUHLQLJLQJRPGDWGHRPYDQJYDQGHVWHUNH JURQGYHURQWUHLQLJLQJPHHUGDQPEHGUDDJW 0RPHQWHHOLVGHORFDWLHLQJHEUXLNDOVDJUDULVFKHUI ZRQHQPHWWXLQ ,QGHWRHNRPVW]DOGH ORFDWLHJHEUXLNWZRUGHQDOVZRQHQPHWWXLQ2PGDWGHWRHNRPVWLJHLQULFKWLQJQRJQLHWEHNHQG LV]LMQLQVWDSYDQGHULVLFREHRRUGHOLQJJHHQEORRWVWHOOLQJVURXWHVXLWJHVFKDNHOGELMKHW WRHNRPVWLJHJHEUXLN +HWRSSHUYODNYDQKHWRQEHGHNWHGHHOYDQGHYHURQWUHLQLJLQJZRUGWJHUDDPGRSP x 2QGHUGHEHERXZLQJLVJHHQJURQGYHURQWUHLQLJLQJDDQZH]LJ 'HYHURQWUHLQLJLQJLQGHJURQGLVDDQZH]LJYDQDIKHWPDDLYHOG
'HJHPLGGHOGHJURQGZDWHUVWDQGRSGHORFDWLHEHGUDDJWFLUFDPPY(UOLJJHQJHHQ GULQNZDWHUOHLGLQJHQELQQHQGHYHURQWUHLQLJLQJ 9RRUGHEHRRUGHOLQJYDQGHKXPDQHHQHFRORJLVFKHULVLFR¶VLVXLWJHJDDQYDQKHWJHPLGGHOGHYDQ GHFRQFHQWUDWLHVERYHQGHLQWHUYHQWLHZDDUGH (HQRYHU]LFKWYDQGHEHUHNHQGHFRQFHQWUDWLHVDDQYHURQWUHLQLJHQGHVWRIIHQGLHYRRUGH ULVLFREHRRUGHOLQJ]LMQJHEUXLNWLVZHHUJHJHYHQLQGHQDYROJHQGHWDEHO 7DEHOJHEUXLNWHFRQFHQWUDWLHVYRRUKXPDQHULVLFREHRRUGHOLQJJURQG SDUDPHWHU