03.6 Bijlagen toelichting_Bijlage 4 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Verkennend- en aanvullend bodemonderzoek Beerseweg 26 te Mill (1905/242/MIB-01, versie A)
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Verkennend- en aanvullend bodemonderzoek
in opdracht van Ruimte voor Ruimte Ontwikkelingsmaatschappij De heer G. Kersten Postbus 79 5201 AB S’ HERTOGENBOSCH betreffende locatie Beerseweg 26 te Mill documentkenmerk 1905/242/MIB-01 versie A vestiging Nuenen datum 21 december 2020
opgesteld door:
gecontroleerd door:
K. Belemans
S. Roijen
Projectleider bodem
Projectleider bodem
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.
Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Arkel >> Neer >> Nuenen >>
I.
www.tritium.nl
Prinsenbeek >> Rijkevoort
Kvk-nr.
17108024
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Samenvatting In opdracht van Ruimte voor Ruimte heeft Tritium Advies een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Beerseweg 26 te Mill. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging naar “wonen” en de aanvraag van een omgevingsvergunning voor woningbouw op de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of er op de locatie sprake is van bodemverontreiniging en een indicatieve uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem. Het doel van het onderzoek naar de funderingslaag is indicatief bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de steenachtige funderingslaag onder de uitpandige betonvloeren. Doel van het aanvullend onderzoek is het bepalen van de ernst en omvang van een aangetroffen grondverontreinigingen met kobalt en PCB. Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende deellocaties onderscheiden:
deellocatie A :
gehele locatie;
deellocatie B :
grond bij bebouwing met asbestverdachte dakbedekking.
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende. deellocatie A: gehele locatie Zintuiglijk zijn heterogeen verdeeld over de locatie in de bovengrond bijmengingen aangetroffen met puin, baksteen en plaatselijk asfalt. Onder de aanwezige betonverharding is geen puinfundering aangetroffen. Wel zijn er bijmengingen met puin onder de betonverharding aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk sterk verontreinigd is met PCB. Naar aanleiding hiervan zijn aanvullende boringen geplaatst om de omvang van de verontreiniging in beeld te brengen. Hieruit is gebleken dat er sprake is van twee spots met een sterke grondverontreiniging met PCB. De sterke grondverontreiniging met PCB is aanwezig vanaf het maaiveld tot 0,5 m-mv en is binnen de onderzoekslocatie aanwezig over een oppervlakte van circa 83 m2. De grondverontreiniging heeft een omvang van circa 42 m3. De twee individuele spots hebben onderling een technische (waarschijnlijk dezelfde oorzaak), organisatorische (bij hetzelfde bedrijf) en ruimtelijke samenhang (op hetzelfde perceel). Er is dus sprake van één geval van bodemverontreiniging met PCB. Het totale bodemvolume in de grond dat verontreinigd is met gehalten boven de interventiewaarde bedraagt meer dan 25 m3, waardoor er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Voor de onderhavige onderzoekslocatie is de oorzaak van de bodemverontreiniging met PCB niet bekend. Er is echter geen aanleiding om te veronderstellen dat de verontreiniging na 1987 is ontstaan. Uit de risicobeoordeling blijkt dat bij het huidige gebruik geen sprake is van onaanvaardbare risico's. Bij het toekomstige gebruik van de locatie is wel sprake van onaanvaardbare (humane) risico's. Dit betekent dat voor het huidige gebruik door het bevoegde gezag Wet bodembescherming geen saneringstijdstip zal worden vastgesteld in de beschikking ernst en spoed. Voor het toekomstige gebruik zal wel een saneringstijdstip worden vastgesteld.
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Uit de analyseresultaten blijkt verder dat de bovengrond plaatselijk sterk verontreinigd is met kobalt. Naar aanleiding hiervan zijn aanvullende boringen geplaatst om de omvang van de verontreiniging in beeld te brengen. De sterke grondverontreiniging met kobalt is aanwezig vanaf de onderzijde van de betonverharding 0,13 m-mv tot 0,3 m-mv en is binnen de grenzen van de onderzoekslocatie aanwezig over een oppervlakte van circa 26 m2. De grondverontreiniging heeft een omvang van circa 4 m3. Gezien de mate en omvang van de verontreiniging in de grond kan worden afgeleid dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De verontreiniging hangt vermoedelijk samen met de aanwezige puinbijmengingen in de grond onder de betonverharding. Er is geen reden om aan te nemen dat de verontreiniging na 1987 is ontstaan. Tevens zijn er in de bovengrond van het overige terrein lichte verontreinigingen met kobalt, PAK, PCB en plaatselijk cadmium, koper, lood en zink aangetoond. De ondergrond en het grondwater blijken niet verontreinigd te zijn met de onderzochte stoffen. De aangetoonde lichte verontreinigingen in de bovengrond zijn in tegenspraak met de hypothese dat de onderzoekslocatie niet-verdacht is. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht.
De gehalten aan PFAS zijn niet verhoogd ten opzichte van de risicogrenswaarden. Bij eventueel hergebruik van de grond, dient er rekening mee gehouden te worden dat niet alle grond zondermeer herbruikbaar is. Op basis van een indicatieve toetsing blijkt dat de zowel boven- als de ondergrond voldoet aan de toepassingsnormen voor de functieklasse “landbouw/natuur”. deellocatie B: grond bij bebouwing met asbestverdachte dakbedekking Zintuiglijk zijn ter plaatse van alle geplaatste inspectiegaten bijmengingen met puin aangetroffen. Zintuiglijk is zowel op het maaiveld als in de grond geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In de grond is analytisch een maximaal gewogen asbestgehalte aangetoond van 1.700 mg/kg d.s. In alle monsters is een gewogen gehalte groter dan 50 mg/kg d.s. aangetoond. Het aangetoonde asbest betreft zowel niet-hechtgebonden als hechtgebonden chrysotiel. Omdat er sprake is van een verkennend bodemonderzoek betreft het een indicatief gehalte. Omdat het aangetoonde gehalte groter is dan de helft van interventiewaarde, kan niet worden uitgesloten dat de grond verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt noodzakelijk geacht voor het vaststellen van het daadwerkelijke asbestgehalte in de grond ter plaatse van deze afwateringszijdes.
Resumé Voor het bepalen van het formele asbestgehalte en het in beeld brengen van de omvang van de asbestverontreiniging in de grond ter plaatse van de aanwezige opstallen met asbestverdachte dakbedekking (elke afwateringszijde bij deellocatie B) is een nader asbestonderzoek noodzakelijk. Indien tijdens het nader asbestonderzoek een asbestverontreiniging wordt aangetoond, dan levert dit beperkingen op ten aanzien van eventuele toekomstige graafwerkzaamheden of het gebruik van de locatie. De aangetroffen grondverontreinigingen met PCB en kobalt leveren beperkingen op ten aanzien van eventuele toekomstige graafwerkzaamheden of de herontwikkeling van de locatie. Geadviseerd wordt om de sterke grondverontreinigingen met PCB en kobalt voorafgaand aan de herontwikkeling van de locatie te saneren. Hiertoe dient een saneringsplan te worden opgesteld, welke goedgekeurd moet worden door het bevoegd gezag (in dezen de Provincie Noord-Brabant).
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
De sanering dient uitgevoerd te worden onder milieukundige begeleiding door een gecertificeerde aannemer. De overige onderzoeksresultaten (van deellocatie A) leveren geen beperkingen op ten aanzien van het huidige en voorgenomen gebruik van de locatie en vormen naar mening van Tritium Advies geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging naar “wonen” en de aanvraag van een omgevingsvergunning voor woningbouw. Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen.
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Inhoudsopgave pagina Samenvatting 1.
Inleiding
1
2.
Vooronderzoek
2
2.1
Locatiegegevens
3
2.2
Eerder uitgevoerd onderzoek
4
2.3
Bodemopbouw
5
2.4
Terreinverkenning
6
2.5
Conclusies vooronderzoek
6
3.
Onderzoeksstrategie
7
4.
Uitvoering
9
4.1
Kwalibo
9
4.2
Maaiveldinspectie
9
4.3
Inspectiegaten en boorwerk
10
4.4
Bemonstering grondwater
11
4.5
Analyses
12
5.
Analyseresultaten
14
5.1
Toetsingskader
14
5.2
Asbest
16
5.3
Overige parameters grond
19
5.4
Grondwater
21
6.
Verontreinigingssituatie
22
6.1
Grond
22
6.2
Oorzaak en gevalsdefinitie
23
6.3
Risicobeoordeling
23
7.
Conclusie en aanbevelingen
26
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Bijlagen aantal pagina's (excl. voorblad) 1.
kadastrale kaart
1
2.
situatietekening
1
3.
profielbeschrijvingen
7
4.
analyseresultaten asbest
39
5.
analyseresultaten overige parameters grond
35
6.
analyseresultaten grondwater
5
7.
omrekeningstabellen asbest
2
8.
toetsingstabellen grond
10
9.
toetsingstabellen grondwater
2
10.
foto’s onderzoekslocatie
3
11.
tekening verontreinigingssituatie
1
12.
rapportages Sanscrit
12
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
1. Inleiding Verkennend bodemonderzoek In opdracht van Ruimte voor Ruimte Ontwikkelingsmaatschappij te ‘s-Hertogenbosch heeft Tritium Advies een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Beerseweg 26 te Mill. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging naar “wonen” en de aanvraag van een omgevingsvergunning voor woningbouw op de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of er op de locatie sprake is van bodemverontreiniging en een indicatieve uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem. Daarnaast wordt indicatief de milieuhygiënische kwaliteit van de steenachtige funderingslaag onder de uitpandige betonvloeren bepaald. Aanvullend bodemonderzoek Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend onderzoek is direct een aanvullend onderzoek uitgevoerd. Doel van het aanvullend onderzoek is het bepalen van de aard en omvang van de aangetroffen grondverontreinigingen met kobalt en PCB. Tritium Advies heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Kwalibo Op een deel van de werkzaamheden die in het voorliggende rapport worden beschreven is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Onder de naam Kwalibo regelt het Besluit de kwaliteitsborging in het bodembeheer.
Voor deze kwaliteitsborging zijn onderdelen van het onderzoek onder Kwalibo uitgevoerd. Indien dit het geval is, dan is dit bij het betreffende onderdeel expliciet vermeld. Onderdelen zonder vermelding van Kwalibo, zijn niet onder Kwalibo uitgevoerd.
pagina 1 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
2. Vooronderzoek Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (oktober 2017). Voor het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de gegevens die zijn aangeleverd door de opdrachtgever. De overige geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: overzicht geraadpleegde bronnen tijdens vooronderzoek vooronderzoek type
“aanleiding A” opstellen hypothese milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van bodemonderzoek
categorie
bron
geraadpleegd datum
contactpersoon
24-05-2019
n.v.t.
internet kadastrale gegevens
kadastralekaart.com
actuele terreinsituatie
bagviewer kadaster
historische gegevens
topotijdreis
bodeminformatie
actueel hoogte bestand
google maps
dinoloket omgevingsrapportage Noord-Brabant archieven gemeente Mill en Sint Hubert (CGM) bodeminformatie
bodeminformatiesysteem
historische gegevens
tankenbestand
20-01-2020
mevrouw G. Berkers (gemeente Mill en Sint Hubert, CGM)
Hinderwet-/milieuarchief/Wabo overig algemene informatie
contactpersoon namens opdrachtgever
21-05-2019 en
dhr. R. van Hest (Bureau Verkuylen)
28-10-2019
mevrouw H. Griensven (Bureau Verkuylen)
De terreinverkenning is voorafgaand aan het veldwerk uitgevoerd. De resultaten van de terreinverkenning zijn weergegeven in paragraaf 2.4.
pagina 2 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
2.1 Locatiegegevens Een overzicht van de locatiegegevens is weergegeven in tabel 2.2. Tabel 2.2: overzicht onderzoekslocatie actuele locatiegegevens adres straat
Beerseweg
huisnummer
26
plaats
Mill
kadastraal gemeente
Mill
sectie
R
nummer(s)
1006, 1007, 1185 en 1186 (gedeeltelijk)
locatie oppervlak
totaal circa 4.905 m2
huidig gebruik
veehouderij (stallen zijn leegstaand)
voormalig gebruik
bebouwd 1.465 m2
tot omstreeks 1849 kende de locatie een agrarisch gebruik als weiland of landbouwgrond. Op historische kaarten is te zien dat de eerste bebouwing omstreeks 1850 is ontstaan. Sinds die tijd is de locatie in gebruik geweest ten behoeve van agrarische doeleinden. De huidige stallen met asbestverdachte dakbedekking zijn in de jaren ‘60 en ‘70 van de vorige eeuw gerealiseerd.
toekomstig gebruik
het voornemen bestaat om de stallen te slopen en op de locatie 2 of 3 woningen met bijgebouwen te realiseren.
dempingen, ophogingen,
opdrachtgever heeft aangegeven dat uitpandig, onder de betonverharding, een
bijmengingen met puin
puinfundering aanwezig is.
bodembedreigende activiteiten
van de locatie is bekend dat de bebouwing voorzien is van een asbestverdachte
en calamiteiten
dakbedekking zonder dakgoot. Derhalve vindt er afwatering plaats op het onverharde maaiveld.
PFAS
op 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het ‘tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van toepassing verklaard. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) inmiddels in Nederland (en breder in de wereld), niet alleen bij puntbronnen, maar ook als diffuse verontreinigingen in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetoond. Derhalve zijn de bovengrond (tot 1,0 mmv) en geroerde bodems verdacht op PFAS.
kabels en leidingen
voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is door Tritium Advies een KLIC-melding uitgevoerd.
bodemkwaliteitskaart
bron: Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost-Brabant
datum: 28-02-2019
ontgravingskaart boven- en ondergrond: ‘landbouw/natuur’
toepassingskaart boven- en ondergrond: ‘landbouw/natuur’
bodemfunctiekaart: ‘wonen’
asbestaspecten jaartallen
toepassing
opstallen
bouwjaar 1955 en 1971
terrein
aanleg circa 1850
van de locatie is bekend dat de bebouwing voorzien is van een asbestverdachte dakbedekking zonder dakgoot. Het terrein rondom het gebouw is onverhard.
pagina 3 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Tabel 2.2: overzicht onderzoekslocatie, vervolg van pagina 3 terreinsituatie bebouwing
stallen
maaiveld
braak, verhard
verhardingen
installaties
bebouwing:
beton
overig:
betonverharding, gedeeltelijk onverhard
geen bekend
omgeving gebruik belendende percelen
wonen met tuin, bedrijven, openbare weg, agrarisch
De topografische ligging en de kadastrale gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in bijlage 1. Een situatietekening is weergegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn toegevoegd in bijlage 10. De ligging van de locatie is weergegeven in figuur 2.1. Figuur 2.1: luchtfoto onderzoekslocatie
2.2 Eerder uitgevoerd onderzoek Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd. In de directe omgeving zijn eerder de in de navolgende tabel vermelde bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor zover relevant voor het onderhavig onderzoek zijn de gegevens weergegeven in dit hoofdstuk. Voor de volledige gegevens wordt verwezen naar de desbetreffende rapportages. Tabel 2.3: eerder uitgevoerd onderzoek nr.
titel
locatie
opgesteld door
kenmerk
datum
directe omgeving 1.
indicatief onderzoek
Öko-care
Beerseweg (ong.)
2003/RS4379A.DOC/1RS/JvK
21-11-2003
2.
verkennend onderzoek
Öko-care
Beerseweg 29
2009/RS8534A/HVH
01-07-2009
pagina 4 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Uit de documenten in de voornoemde tabel blijkt het volgende. Ad 1 De locatie was gelegen op circa 15 meter ten zuidwesten van de onderhavige onderzoekslocatie. De aanleiding voor het onderzoek is niet bekend. Doel van het onderzoek was het vaststellen van de bodemkwaliteit. Zintuiglijk zijn tijdens het plaatsen van de boringen bijmengingen aangetroffen met puin, teer, glas, plastic en ijzer. Tevens werd er een stukje asbesthoudend materiaal aangetroffen. In de bovengrond werden lichte verontreinigingen aangetoond met lood, zink, PAK, EOX en minerale olie. De ondergrond en het grondwater werden niet onderzocht. De bovengrond bleek niet asbesthoudend te zijn. Geconcludeerd werd dat de resultaten van het onderzoek geen aanleiding gaven tot het uitvoeren van nader onderzoek en dat er geen belemmeringen waren voor het gebruik van de locatie. Ad 2 De locatie was gelegen op circa 25 meter ten noordwesten van de onderhavige onderzoekslocatie. Aanleiding voor het onderzoek was de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek was het vaststellen van de bodemkwaliteit. Zintuiglijk zijn tijdens het plaatsen van de boringen geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. De boven- en ondergrond bleken licht verontreinigd te zijn met kobalt. Het grondwater bleek niet verontreinigd te zijn met de onderzochte stoffen.
Geconcludeerd werd dat de resultaten van het onderzoek geen aanleiding gaven tot het uitvoeren van nader onderzoek en dat er geen belemmeringen waren voor het gebruik van de locatie.
2.3 Bodemopbouw Tabel 2.4: bodemopbouw en geohydrologie bodemopbouw maaiveldhoogte
11 m+NAP
deklaag
dikte
0,5 m
samenstelling
zeer fijn tot zeer grof zand, lokaal kleiig, grindig of humeus
doorlatendheid
matig
1e watervoerende pakket
dikte
14 m
samenstelling
matig fijn tot uiterst grof zand, lokaal grindig
doorlatendheid
goed
geohydrologie freatisch grondwater 1e watervoerende pakket
stijghoogte
10 m+NAP
stromingsrichting
noordoostelijk
onbekend
noordoostelijk
waterhuishouding oppervlaktewater
niet aanwezig
grondwaterbeschermingsbied
de locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
grondwateronttrekking
op de onderzoekslocatie vindt geen grondwateronttrekking plaats. Van de omgeving zijn geen gegevens bekend.
boringvrije zone
de onderzoekslocatie is niet gelegen in een boringsvrije zone.
pagina 5 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
2.4
Terreinverkenning
Voorafgaand aan de monstername is een terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreinverkenning bleek dat er meer afwateringszijdes vanaf de asbestverdachte daken aanwezig waren ter plaatse van deellocatie B dan in eerste instantie verwacht. Naar aanleiding hiervan is de onderzoeksstrategie gewijzigd en zijn meer asbestinspectiegaten gegraven en zijn meer analyses asbest in grond uitgevoerd. Ter plaatse van deellocatie A zijn meer betonboringen geplaatst in verband met een grotere oppervlakte van de betonverharding dan in eerste instantie voorzien.
2.5 Conclusies vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek worden de in de navolgende tabel vermelde deellocaties onderscheiden. Tabel 2.5: deellocaties deel-
omschrijving
afmeting
gehele locatie
circa 4.905 m2
hypothese
motivatie
verdacht
puinfundatie onder
locatie A
verdachte stoffen
betonverharding, agrarische
NEN-pakket en asbest
activiteiten B
grond langs bebouwing met
7 zijdes,
verdacht
ontbreken van dakgoten,
asbestverdachte
lengtes: 14, 9,
mogelijk asbest in de bodem als
dakbedekking
39, 41, 41, 41,
gevolg van eroderende
41 m
asbest
dakbedekking
Verklaring bij de tabel: NENpakket
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (9 metalen, PAK, PCB en minerale olie) pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie).
PFAS De bovengrond en geroerde bodems in heel Nederland zijn verdacht op het (diffuus) voorkomen van PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen). Deze verbindingen zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. De stoffen zijn door mensen gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen, zoals brandwerendheid en vuil- en waterafstotendheid. Zij worden al decennia gebruikt in industriële processen en in vele producten. Ze worden gebruikt in allerlei alledaagse toepassingen, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Aangenomen kan worden dat verontreinigingen met PFAS welke veroorzaakt zijn door diffuse verspreiding over het algemeen geen risico’s met zich meebrengen (uitgaande van de risicogrenzen zoals opgenomen in de rapportage ‘risicogrenzen PFOA voor grond en grondwater’ met kenmerk 2018-0060 van het RIVM). Voor hergebruik van grond zijn in het geactualiseerde ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (d.d. 29 november 2019) striktere regels opgesteld waardoor voorafgaand aan hergebruik van grond wel onderzoek nodig is. Derhalve is onderzoek naar PFAS in de bodem meegenomen in het onderhavig onderzoek.
pagina 6 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
3. Onderzoeksstrategie Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 (december 2017) en de NEN 5740+A1 (april 2016). De puinfundering bestaat naar verwachting voor meer dan vijftig procent uit bodemvreemde materialen waardoor dit geen bodem betreft. Het onderzoek hiervan wordt uitgevoerd conform de NEN 5897+C2 (december 2017). In afwijking op de strategie VEDHO-NL wordt het grondwater niet op PFAS onderzocht en wordt geboord tot 1,0 m-mv (verdachte bodemlaag). De te volgen strategie is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.1: strategie verkennend bodemonderzoek strategie 1)
(chemische) analyses 2)
veldwerkzaamheden maaiveld-
inspectie-
boringen 5)
inspectie
gaten 3)
(diepte in
(diepte in
m-mv)
peilbuizen
asfalt- of
grond
grondwater
3 x asb-g
1 x NEN-gw
betonboringen
m-mv)
(diameter)
deellocatie A: gehele locatie (circa 4.905 m2) VED-HE(-NL)
2 richtingen,
14 x (0,5)
11 x (0,5)
/ K-FUND /
stroken 1,5 m
3 x (o.g.) 3)
3 x (1,0)
2 x asb-p
3 x (2,0)
4 x NEN- g 4)
VED-HO-NL
1
7 x ø 35 cm
(PFAS)
1 x org. parameters + uitloog 2 x PFAS (30)
deellocatie B: grond bij bebouwing met asbestverdachte dakbedekking (7 zijdes, lengtes: 14, 9, 39, 41, 41, 41, 41 m) VEP
2 richtingen
13 x (0,1)
-
-
-
7 x asb-g
-
stroken 1,5 m Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring strategie: VEP
:
onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern;
VED-HE(-NL)
:
onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming, (niet lijnvormig);
VED-HO-NL
:
onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, homogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig;
K-FUND 2)
:
onderzoeksstrategie voor een afgedekte funderingslaag (NEN 5897).
verklaring analyses: asb-g
:
asbest in grond NEN 5898;
asb-p
:
asbest in puin NEN 5898;
asb-p
:
asbest in puin NEN 5898;
org. parameters
:
PAK, PCB en minerale olie;
uitloog
:
schudproef met eluaatanalyse op 15 metalen en 4 anionen;
NEN-g
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en
NEN-gw
:
minerale olie); pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie); PFAS (30)
:
uitgebreid analysepakket met 30 perfluorverbindingen volgens de advieslijst d.d. 12 juli 2019 van het Tijdelijk handelingskader.
3)
o.g.
:
de gaten worden uitgevoerd tot aan de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 meter. Indien blijkt dat vanaf een bepaalde diepte het graven van gaten niet meer mogelijk is, worden boringen uitgevoerd met een diameter van tenminste 12 cm.
4)
conform de strategie voor een verdachte locatie, dienen 3 analyses van de verdachte laag te worden uitgevoerd. Om ook een uitspraak te kunnen doen over de ‘onverdachte’ ondergrond is één extra analyse opgenomen.
pagina 7 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Opmerkingen bij de tabel, vervolg van pagina 7: 5)
alle boringen worden in principe uitpandig geplaatst, indien technisch mogelijk wordt er één boring inpandig geplaatst om de aan- of afwezigheid van een puinfundatie vast te stellen.
De analyses worden door een geaccrediteerd laboratorium uitgevoerd. De monsters worden voor zover mogelijk conform AS3000 voorbewerkt. Aanvullend bodemonderzoek Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd om een sterke grondverontreiniging met kobalt en een sterke grondverontreiniging met PCB binnen de onderzoekslocatie af te perken. De onderzoeksstrategie daarvoor is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 3.2: strategie aanvullend bodemonderzoek strategie 1)
boorwerk (diepte in m-mv)
grondanalyses 2)
boringen
peilbuizen
MW (PCB-verontreiniging)
11 x (1,0)
n.v.t.
9 x PCB
MW (kobaltverontreiniging)
3 x (1,0)
n.v.t.
5 x kobalt
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring strategie: MW
2)
:
de onderzoeksstrategie betreft maatwerk.
:
polychloorbifenylen.
verklaring analyses: PCB
pagina 8 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
4. Uitvoering 4.1 Kwalibo De coördinatie en planning van het veldwerk heeft plaatsgevonden vanuit de onder BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) gecertificeerde vestiging van Tritium Advies te Nuenen. De boringen en peilbuis zijn geplaatst conform protocol 2001 (versie 6.0, 1 februari 2018). De peilbuis is bemonsterd conform protocol 2002 (versie 6, 1 februari 2018). Het asbestonderzoek is uitgevoerd conform protocol 2018 (versie 6, 1 februari 2018). Deze protocollen zijn opgesteld door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Opgemerkt wordt dat wanneer meer dan 50% bodemvreemde materialen worden aangetroffen, het protocol 2018 niet van toepassing is. Dit heeft geen invloed op de onderzoeksstrategie en de resultaten van het onderzoek. In de navolgende tabel zijn de namen van de erkende veldwerkers weergegeven, die voor onderhavig onderzoek het veldwerk hebben uitgevoerd. Tabel 4.1: erkende veldwerkers Tritium Advies veldwerker
datum uitvoering
nummers
28-01-2020
maaiveld
Anne van Eijkeren
28-01-2020
A01 t/m A19
Victor Loderus
03-04-2020
100 t/m 109, A20, A21
Anne van Eijkeren
05-05-2020
110 t/m 113
05-02-2020
A01
28-01-2020
A01 t/m A18
29-01-2020
B01 t/m B13
03-04-2020
A20, A21
maaiveldinspectie Anne van Eijkeren boorwerkzaamheden (protocol 2001)
monstername grondwater (protocol 2002) Anne van Eijkeren inspectiegaten (protocol 2018) Anne van Eijkeren Victor Loderus
Conform BRL-SIKB 2000 zijn de veldwerkzaamheden getoetst op partijdigheid. De uitvoerder van het veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als dat van een onafhankelijk onderzoeksbureau.
4.2 Maaiveldinspectie Het maaiveld van de locatie was tijdens de maaiveldinspectie bedekt met vegetatie (lang gras, onkruid) en gedeeltelijk verhard met beton. Vanwege de toestand van het maaiveld wordt de efficiëntie van de maaiveldinspectie geschat op 70 - 90 %. Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld.
pagina 9 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
4.3 Inspectiegaten en boorwerk De locaties van de inspectiegaten, boringen en peilbuis zijn weergegeven in bijlage 2. Tijdens de uitvoering van het veldwerk bleek dat er geen puinfundering onder de betonverharding aanwezig was. Derhalve is er geen uitloogmonster genomen. Ter plaatse van boring A01 is analytisch een sterke grondverontreiniging met PCB aangetoond. Aanvullend zijn 11 boringen (100 t/m 106 en 110 t/m 113) geplaatst ter inkadering van deze verontreiniging. Ter plaatse van boring A18 is analytisch een sterke grondverontreiniging met kobalt aangetoond. Aanvullend zijn 3 boringen (107 t/m 109) geplaatst ter inkadering van deze verontreiniging. Op verzoek van de opdrachtgever is de oppervlakte van de onderzoekslocatie tijdens de uitvoering van het onderzoek uitgebreid met een kleine strook grond aan de westzijde van de onderzoekslocatie. Omdat de toename in oppervlakte gering was, was het volgens de NEN 5740 en NEN 5707 niet nodig om extra boringen of inspectiegaten te plaatsen. Op verzoek van de opdrachtgever zijn toch twee aanvullende asbestinspectiegaten en boringen (A20 en A21) geplaatst om de bodemkwaliteit ter plaatse vast te stellen. Tevens zijn extra analyses uitgevoerd. De bij de werkzaamheden vrijkomende grond is in het veld zintuiglijk beoordeeld.
Hierbij zijn de in de navolgende tabel weergegeven waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Voor de bodemopbouw wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. Tabel 4.2: waarnemingen en bijzonderheden inspectiegat
traject
of boring
(m-mv)
asbestverdacht materiaal 1)
overige waarnemingen en bijzonderheden
einddiepte (m-mv)
deellocatie A: gehele locatie A02
0,14 - 0,25
-
sporen puin
2,00
A03
0,12 - 0,25
-
matig puinhoudend
1,00
0,25 - 0,40
-
matig puinhoudend
A04
0,05 - 0,50
-
sporen puin
1,00
A05
0,00 - 0,50
1 stukje, 5 gram
sporen puin
1,00
A06
0,08 - 0,13
-
sporen puin
1,00
0,13 - 0,50
-
sporen puin
0,09 - 0,20
1 stukje asbest <20 mm, zit in het
uiterst puinhoudend
1,00
A07
mengmonster A08
0,21 - 0,50
-
matig puinhoudend
1,00
A15
0,16 - 0,30
1 stukje, 8 gram
sporen baksteen, zwak puinhoudend
2,00
A17
0,12 - 0,50
-
sporen baksteen
1,00
A18
0,13 - 0,30
-
sterk puinhoudend
1,00
A20
0,14 - 0,50
-
matig asfalthoudend, sporen puin
1,00
A21
0,00 - 0,50
-
matig asfalthoudend, sporen puin
1,00
aanvullend onderzoek kobalt- en PCB-verontreiniging 107
0,15 - 0,50
n.v.t.
sterk baksteenhoudend
1,00
109
0,15 - 0,50
n.v.t.
sterk baksteenhoudend
1,00
110
0,15 - 0,25
n.v.t.
matig baksteenhoudend
1,10
112
0,14 - 0,20
n.v.t.
volledig puin
1,00
113
0,14 - 0,50
n.v.t.
sporen baksteen
1,00
pagina 10 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Tabel 4.2: waarnemingen en bijzonderheden, vervolg van pagina 10 inspectiegat
traject
of boring
(m-mv)
asbestverdacht materiaal 1)
overige waarnemingen en
einddiepte
bijzonderheden
(m-mv)
deellocatie B: grond bij bebouwing met asbestverdachte dakbedekking (7 zijdes) B01
0,00 - 0,10
-
zwak puinhoudend
0,10
B02
0,00 - 0,10
-
zwak puinhoudend
0,10
B03
0,00 - 0,10
-
matig puinhoudend
0,10
B04
0,00 - 0,10
-
zwak puinhoudend
0,10
B05
0,00 - 0,10
-
zwak puinhoudend
0,10
B06
0,00 - 0,10
-
zwak puinhoudend
0,10
B07
0,00 - 0,10
-
zwak puinhoudend
0,10
B08
0,00 - 0,10
-
zwak puinhoudend
0,10
B09
0,00 - 0,10
-
zwak puinhoudend
0,10
B10
0,00 - 0,10
-
zwak puinhoudend
0,10
B11
0,00 - 0,10
-
zwak puinhoudend
0,10
B12
0,00 - 0,10
-
zwak puinhoudend
0,10
B13
0,00 - 0,10
-
zwak puinhoudend
0,10
Opmerkingen bij de tabel: 1)
Dit betreft het gewicht van de aangetroffen materialen zoals gemeten in het veld. De gewogen materialen zijn niet gedroogd, waardoor de vermelde gewichten kunnen afwijken van de analysecertificaten.
4.4 Bemonstering grondwater Tijdens de grondwatermonstername zijn in het veld de zuurgraad (pH), de troebelheid en de elektrische geleidbaarheid (Ec) van het grondwater bepaald. De peilbuisspecificaties en meetresultaten zijn weergegeven in de navolgende tabel. De plaats van de peilbuis is weergegeven in bijlage 2. Tabel 4.3: peilbuisspecificaties peilbuis
A01
datum
filtertraject
grondwaterstand
pH
Ec
troebelheid
bemonstering
(m-mv)
(m-mv)
(-)
(µS/cm)
(ntu)
05-02-2020
1,50 - 2,50
0,64
6,5
537
14,1
belucht
nee
Tijdens de bemonstering van het grondwater heeft zich de volgende afwijking op de NEN5744 voorgedaan:
de troebelheid van het grondwater is groter dan 10 ntu. Hierdoor kunnen concentraties van organische parameters hoger uitvallen.
De betrouwbaarheid van de analyseresultaten wordt in hoofdstuk 5 besproken.
pagina 11 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
4.5 Analyses De monsters zijn volgens de navolgende tabel geanalyseerd. Naar aanleiding van de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten zijn enkele aanvullende analyses uitgevoerd. Tabel 4.4: geanalyseerde monsters (asbest) vindplaats of
monster-
inspectiegat
code
traject
analyses 2) toelichting
(m-mv) 1)
deellocatie A: gehele locatie A11, A12, A13, A14
MMasbA01
0,00 - 0,50
asb-g
zintuiglijk schone grond ter plaatse van akker
A09, A10, A16, A17
MMasbA02
0,00 - 0,50
asb-g
zintuiglijk schone grond 3)
A02, A04, A06
MMasbA03
0,05 - 0,50
asb-g
sporen puinhoudende grond
A03, A08, A18
MMasbA04
0,12 - 0,50
asb-g
matig tot sterk puinhoudende grond
A20, A21
MMasbA05
0,00 - 0,50
asb-g
sporen puin- en matig asfalthoudende grond
A05
asbA05-1
0,00 – 0,50
asb-g
sporen puinhoudende grond, 1 stukje asbestverdacht
asbA05-1av
0,00 – 0,50
asb-m
asbestverdacht plaatmateriaal
A07
asbA07-1
0,09 – 0,20
asb-g
uiterst puinhoudende grond, 1 stukje asbestverdacht
A15
asbA15-1
0,16 – 0,30
asb-g
plaatmateriaal aangetroffen
materiaal <20mm aangetroffen sporen baksteen en zwak puinhoudende grond, 1 stukje asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen asbA15-1av
0,16 – 0,30
asb-m
asbestverdacht plaatmateriaal
deellocatie B: grond bij bebouwing met asbestverdachte dakbedekking B01, B02
MmasbB01
0,00 – 0,10
asb-g
B04, B05
MmasbB02
0,00 – 0,10
asb-g
toplaag onder dakrand asbestverdachte dakbedekking toplaag onder dakrand asbestverdachte dakbedekking
B06, B07
MmasbB03
0,00 – 0,10
asb-g
toplaag onder dakrand asbestverdachte dakbedekking
B08, B09
MmasbB04
0,00 – 0,10
asb-g
toplaag onder dakrand asbestverdachte dakbedekking
B10, B11
MmasbB05
0,00 – 0,10
asb-g
toplaag onder dakrand asbestverdachte dakbedekking
B12, B13
MmasbB06
0,00 – 0,10
asb-g
toplaag onder dakrand asbestverdachte dakbedekking
B03
asbB03-1
0,00 – 0,10
asb-g
toplaag onder dakrand asbestverdachte dakbedekking
Opmerkingen bij de tabel: 1)
in geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters, betreft het aangegeven traject de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster.
2)
3)
verklaring analyses: asb-m
:
asbest in materiaal (verzamelmonster);
asb-g
:
asbest in grond NEN 5898.
per abuis is een inspectiegat met sporen baksteen opgemengd met zintuiglijk schone grond. Gezien het feit dat er analytisch geen asbest is aangetoond in het monster, wordt aangenomen dat dit geen invloed heeft gehad op het resultaat.
Tabel 4.5: geanalyseerde monsters (overig, grond) monstercode
traject (m-mv)
deelmonsters
analyses 2) toelichting
1)
deellocatie A: gehele locatie mmA01
0,00 – 0,50
A02 (0,14 - 0,25), A04 (0,05 - 0,50),
NEN-g
sporen puinhoudende bovengrond
A05 (0,00 - 0,50), A06 (0,13 - 0,50) mmA02
0,12 – 0,50
A03 (0,12 - 0,25), A08 (0,21 - 0,50),
NEN-g
mmA03
0,09 – 0,30
A07 (0,09 - 0,20), A18 (0,13 - 0,30)
NEN-g
mmA04
0,00 – 0,50
A11 (0,00 - 0,50), A12 (0,00 - 0,50),
NEN-g
A13 (0,00 - 0,50), A14 (0,00 - 0,50)
sporen baksteen en zwak tot matig puinhoudende bovengrond 3)
A15 (0,16 - 0,30)
sterk tot uiterst puinhoudende bovengrond zintuiglijk schone bovengrond ter plaatse van akker
pagina 12 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Tabel 4.5, vervolg: geanalyseerde monsters (overig, grond) monster-
traject
deelmonsters
analyses 2) toelichting
(m-mv) 1)
code
deellocatie A: gehele locatie mmA05
0,00 – 0,50
A01 (0,00 - 0,50), A09 (0,00 - 0,50),
NEN-g
zintuiglijk schone bovengrond
NEN-g
zintuiglijk schone ondergrond
A10 (0,00 - 0,50), A19 (0,14 - 0,50) mmA06
0,50 – 1,50
A01 (1,00 - 1,50), A02 (0,75 - 1,00), A11 (0,50 - 1,00), A17 (0,50 - 1,00)
mmA07
0,00 - 0,50
A20 (0,14 - 0,50), A21 (0,00 - 0,50)
NEN-g
matig asfalthoudend en sporen puinhoudende bovengrond
A01-1
0,00 – 0,50
A01 (0,00 – 0,50)
PCB
uitsplitsing mmA05
A01-2
0,50 – 0,90
A01 (0,50 – 0,90)
PCB
verticale afperking boring A01
A07-1
0,09 – 0,20
A07 (0,09 – 0,20)
kobalt
uitsplitsing mmA03
A09-1
0,00 – 0,50
A09 (0,00 – 0,50)
PCB
uitsplitsing mmA05
A10-1
0,00 – 0,50
A10 (0,00 – 0,50)
PCB
uitsplitsing mmA05
A10-2
0,50 – 0,80
A10 (0,50 – 0,80)
PCB
verticale afperking boring A10
A18-1
0,13 – 0,30
A18 (0,13 – 0,30)
kobalt
uitsplitsing mmA03
A18-2
0,30 – 0,50
A18 (0,30 – 0,50)
kobalt
verticale afperking boring A18
A19-1
0,14 – 0,50
A19 (0,14 – 0,50)
PCB
uitsplitsing mmA05
mm01-
0,00 – 0,50
A05 (0,00 – 0,50), A10 (0,00 – 0,50),
PFAS (30)
meest verdachte laag PFAS
PFAS (30)
meest verdachte laag PFAS
A11 (0,00 – 0,50), A16 (0,00 – 0,50)
PFAS mm02-
0,50 – 1,00
A01 (0,50 – 0,90), A05 (0,50 – 1,00), A13 (0,50 – 0,70), A16 (0,50 – 0,80)
PFAS aanvullend onderzoek 100-1
0,00 – 0,50
100 (0,00 – 0,50)
PCB
horizontale afperking boring A01
101-1
0,00 – 0,50
101 (0,00 – 0,50)
PCB
horizontale afperking boring A01
102-1
0,14 – 0,50
102 (0,14 – 0,50)
PCB
horizontale afperking boring A01
103-1
0,14 – 0,64
103 (0,14 – 0,64)
PCB
horizontale afperking boring A01
104-1
0,00 – 0,50
104 (0,00 – 0,50)
PCB
horizontale afperking boring A01
105-1
0,00 – 0,50
105 (0,00 – 0,50)
PCB
horizontale afperking boring A10
106-1
0,00 – 0,50
106 (0,00 – 0,50)
PCB
horizontale afperking boring A10
107-1
0,15 – 0,50
107 (0,15 – 0,50)
kobalt
horizontale afperking boring A18
108-1
0,00 – 0,50
108 (0,00 – 0,50)
kobalt
horizontale afperking boring A18
109-1
0,15 – 0,50
109 (0,15 – 0,50)
kobalt
horizontale afperking boring A18
110-2
0,25 – 0,50
110 (0,25 – 0,50)
PCB
horizontale afperking boring 106
111-2
0,25 – 0,50
111 (0,25 – 0,50)
PCB
horizontale afperking boring 106
112-1
0,20 – 0,50
112 (0,20 – 0,50)
PCB
horizontale afperking boring 100
113-1
0,14 – 0,50
113 (0,14 – 0,50)
PCB
horizontale afperking boring 100
Opmerkingen bij de tabel: 1) 2)
het aangegeven traject betreft de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster. verklaring analyses: NEN-g
:
pakket NEN 5740 voor grondparameters (organische stof en lutum, 9 metalen, PAK, PCB en minerale olie);
PFAS (30)
:
uitgebreid analysepakket met 30 perfluorverbindingen volgens de advieslijst d.d. 12 juli 2019 van het Tijdelijk handelingskader;
PCB 3)
:
polychloorbifenylen.
in dit mengmonster is matig puinhoudende grond opgemengd met zwak puinhoudende en sporen baksteenhoudende grond. Dit is gedaan omdat door de veldwerker is beoordeeld dat dit eenzelfde laag betreft. Dit is echter niet geheel conform de norm. De betrouwbaarheid van de analyseresultaten wordt in hoofdstuk 5 besproken.
pagina 13 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Tabel 4.6: geanalyseerde monsters (grondwater) peilbuis-
monster-
filtertraject
nummer
code
(m-mv)
A01
A01-1-1
1,5 - 2,5
analyses 1)
NEN-gw
motivatie
onderzoek grondwater
Opmerkingen bij de tabel: 1)
verklaring analyses: NEN-gw
:
pakket NEN 5740 voor grondwaterparameters (9 metalen, vluchtige aromatische koolwaterstoffen en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie).
5. Analyseresultaten 5.1 Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn vergeleken met de toetsingstabel 'Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater' uit de circulaire bodemsanering (Nederlandse Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013). Asbest De interventiewaarde voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. gewogen asbest. Het te toetsen gehalte wordt berekend uit de som van het gewogen gehalte aan asbest in asbesthoudend materiaal (fractie >20 mm) en het gewogen gehalte aan asbest in de grond (fractie < 20 mm). Indien de resultaten van het verkennend bodemonderzoek leiden tot het vermoeden dat er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging dient nader onderzoek plaats te vinden. Conform de NEN 5707+C2 (december 2017) worden hiervoor de volgende criteria gehanteerd: voor asbestinspectiegaten
:
(0,3 x 0,3 m) voor boringen
als het gewogen gehalte aan asbest groter is dan de helft van de interventiewaarde;
:
(diameter < 0,35 m)
als in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring asbest wordt aangetoond.
Verder kan nader onderzoek worden aanbevolen als de analyseresultaten van de visuele inspectie van het maaiveld (gehalte aan asbest in de toplaag met een dikte van 2 cm) niet overeenkomen met de gehaltes in de inspectiegaten. Overige stoffen grond en grondwater Bij onderhavig onderzoek zijn van de grondmonsters het organische stof- en lutumgehalte analytisch bepaald en weergegeven op het analysecertificaat. Met behulp van de bodemtypecorrectieformules uit de Regeling bodemkwaliteit zijn de meetwaarden van de grond omgerekend naar waarden voor standaardbodem (met een lutum percentage van 25 % en een organische stof percentage van 10 %). Voor de grond en het grondwater worden respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde beschouwd als het niveau waaronder sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De interventiewaarde betreft het niveau waarboven voor zowel de grond als het grondwater sprake kan zijn van risico's voor het milieu en de volksgezondheid. Een sanering van de bodem kan dan noodzakelijk zijn.
pagina 14 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Normaliter wordt als criterium voor het uitvoeren van nader onderzoek de tussenwaarde gehanteerd. De tussenwaarde voor grond betreft het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde en voor het grondwater het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde. Opgemerkt wordt dat de tussenwaarde geen formele status heeft. De aanduiding van de mate van verontreiniging in het rapport is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 5.1: aanduiding mate van verontreiniging aanduiding in rapport
betekenis voor grond
-
=
niet verontreinigd
De toetsingswaarden worden niet overschreden.
betekenis voor grondwater
>AW of >S
=
licht verontreinigd
Het aangetoonde gehalte ligt tussen de
Het aangetoonde gehalte ligt tussen de
achtergrond- en tussenwaarde.
streef- en tussenwaarde.
>T
=
matig verontreinigd
Het aangetoonde gehalte ligt tussen de tussen- en interventiewaarde.
>I
=
sterk verontreinigd
Het aangetoonde gehalte ligt boven de interventiewaarde.
Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Overige stoffen grond en grondwater Om een indicatie te verkrijgen van de hergebruiksmogelijkheden van de grond voor een toepassing als landbodem, zijn de analyseresultaten van de grondmonsters aanvullend vergeleken met de tabellen 1 en 2 in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 247, 20 december 2007 en de daaropvolgende wijzigingen). De aanduiding van de milieuhygiënische classificering is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 5.2: aanduiding bodemkwaliteitsklasse aanduiding in rapport
betekenis
achtergrondwaarde (AW)
grond kan vrij worden toegepast bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit.
wonen (Wo)
grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader worden toegepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten "wonen" of "industrie".
industrie (Ind)
grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader enkel worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit "industrie".
niet-toepasbaar (NT)
grond kan elders niet worden toegepast. Indien deze grond vrijkomt moet deze worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Voor grond met asbest is deze grens gelijk aan de interventiewaarde (100 mg/kg d.s. gewogen).
PFAS (toetsingskader Tijdelijk handelingskader) De resultaten (met bodemtypecorrectie bij een percentage organische stof > 10% d.s.) zijn getoetst aan de normen uit het geactualiseerde ‘Tijdelijke Handelingskader voor hergebruik PFAShoudende grond en baggerspecie’ van 2 juli 2020. In de volgende tabel is een overzicht weergegeven van de toetsingscriteria voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven het grondwaterniveau. Voor toepassingen in een grondwaterbeschermingsgebied, onder de grondwaterstand en in oppervlaktewater gelden andere normen. Voor deze normstellingen wordt verwezen naar het tijdelijk handelingskader. Voor een groot aantal toepassingslocaties is een lokaal bodembeleid opgesteld. Bij het toepassen van de partij dient hiermee rekening te worden gehouden. In de onderhavige rapportage is uitsluitend getoetst aan het Tijdelijk Handelingskader PFAS. Opgemerkt wordt dat de toepassingsmogelijkheden mede afhankelijk zijn van de PFASconcentraties van de ontvangende bodem.
pagina 15 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Tabel 5.3: Toepassingsnormen voor toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau - categorie 4.1 functieklasse in de zin van
PFOS (som)
PFOA (som)
overige PFAS
het Besluit bodemkwaliteit
(μg/kg d.s.)
(μg/kg d.s.)
(μg/kg d.s.)
1,4
1,9
1,4
landbouw/natuur landbouw/natuur, bij hogere
de gemeten
de gemeten
de gemeten
achtergrondwaarde dan 1,4 en
achtergrondwaarde, ten
achtergrondwaarde, ten
achtergrondwaarde, ten
1,9 1)
hoogste 3,0
hoogste 7,0
hoogste 3,0
wonen
3,0
7,0
3,0
industrie Opmerkingen bij de tabel: 1)
regio afhankelijk.
Toetsingskader risicogrenzen De analyseresultaten worden tevens getoetst aan de door het RIVM opgestelde risicogrenzen. Zoals vermeld in het document ‘Risicogrenzen PFOA voor grond en grondwater’, met kenmerk 20180060. Hierin zijn de in de navolgende tabel weergegeven risicogrenzen afgeleid. Tabel 5.4: risicogrenzen PFOA humane risicogrenzen wonen met (moes) tuin
risicogrens grond
risicogrens grondwater
(µg/kg d.s.)
(µg/l)
Scenario ‘wonen met tuin’
900
130
Scenario ‘wonen met moestuin’
86
12
3.100
449
Humane risico’s, scenario wonen met siertuin’ Humane risico’s, scenario ‘ander groen, infrastructuur en industrie’
4.195
607
Humane risico’s, scenario groen met natuurwaarden
4.200
608
-
0,39
Levenslange consumptie van 2 liter ongezuiverd grondwater per dag
5.2 Asbest De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 4. De omrekening van de analyseresultaten van het asbesthoudende materiaal naar een gehalte in de bodem is weergegeven in bijlage 7. Een samenvatting is weergegeven in navolgende tabel. De berekening van het totale gewogen gehalte asbest is weergegeven in tabel 5.7. Omdat er sprake is van een verkennend onderzoek, is er conform NEN 5707 sprake van een indicatie.
pagina 16 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Tabel 5.6: analyseresultaten vindplaats of
monster-
traject
inspectiegat
code
(m-mv) 1)
monster- omschrijving
percen-
soort
hecht-
tage
asbest 3)
gebonden?
type 2)
(%)
(ja/nee)
deellocatie A: gehele locatie A11, A12, A13,
MMasbA01
0,00 - 0,50
g
geen asbest aangetroffen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
MMasbA02
0,12 - 0,50
g
geen asbest aangetroffen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
A02, A04, A06
MMasbA03
0,09 - 0,50
g
geen asbest aangetroffen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
A03, A08, A18
MMasbA04
0,00 - 0,50
g
geen asbest aangetroffen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
A20, A21
MMasbA05
0,00 - 0,50
g
losse bundel
60-100
chrysotiel
nee
A05
asbA05-1
0,00 – 0,50
g
geen asbest aangetroffen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
asbA05-1av
0,00 – 0,50
m
vlakke plaat
5-10
chrysotiel
nee
A07
asbA07-1
0,09 – 0,20
g
plaatmateriaal
2-5
chrysotiel
ja
A15
asbA15-1
0,16 – 0,30
g
geen asbest aangetroffen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
asbA15-1av
0,16 – 0,30
m
golfplaat
10-15
chrysotiel
ja
nee
A14 A09, A10, A16, A17
deellocatie B: grond bij bebouwing met asbestverdachte dakbedekking B01, B02
MMasbB01
B04, B05
MMasbB02
0,00 – 0,10
0,00 – 0,10
g
g
B06, B07
MMasbB03
0,00 – 0,10
g
B08, B09
MMasbB04
0,00 – 0,10
g
B10, B11
MMasbB05
B12, B13
MMasbB06
B03
asbB03-1
0,00 – 0,10
0,00 – 0,10
0,00 – 0,10
g
g
g
losse vezelmassa
10-15
chrysotiel
losse vezelbundels
60-100
chrysotiel
losse vezelmassa
10-15
chrysotiel
losse bundels
60-100
chrysotiel
losse vezelmassa
15-30
chrysotiel
losse bundels
60-100
chrysotiel
plaatmateriaal
10-15
chrysotiel
vezelmassa
30-60
chrysotiel
losse bundels
60-100
chrysotiel
losse vezelmassa
15-30
chrysotiel
losse bundels
60-100
chrysotiel
plaatmateriaal
10-15
chrysotiel
vezelmassa
30-60
chrysotiel
losse bundels
60-100
chrysotiel
vezelmassa
60-100
chrysotiel
losse bundels
60-100
chrysotiel
nee
nee
beide
nee
beide
nee
Opmerkingen bij de tabel: 1)
in geval er sprake is van een monster dat samengesteld is uit deelmonsters, betreft het aangegeven traject de minimale en maximale diepte van de deelmonsters in het betreffende mengmonster.
2)
3)
verklaring monstertype: m
:
materiaal (fractie > 20 mm);
g
:
grond (fractie < 20 mm);
soorten asbest:
chrysotiel (wit asbest);
:
serpentijnasbest;
amosiet (bruin asbest), crocidoliet (blauw asbest), tremoliet (grijs
:
amfiboolasbest.
asbest), actinoliet (groen asbest) of anthofyliet (geel asbest)
pagina 17 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Tabel 5.7: berekening gewogen gehalte vindplaats of
monster-
traject
inspectiegat
code
(m-mv)
omschrijving
gehalte asbest (mg/kg d.s.) fractie < 20 mm
fractie
totaal
> 20 mm 1) gewogen 2)
deellocatie A: gehele locatie A11, A12, A13, A14
MMasbA01
0,00 - 0,50
zintuiglijk schone grond ter
<1
n.a.
<1
plaatse van akker A09, A10, A16, A17
MMasbA02
0,00 - 0,50
zintuiglijk schone grond
<1
n.a.
<1
A02, A04, A06
MMasbA03
0,00 - 0,50
sporen puinhoudende grond
<1
n.a.
<1
A03, A08, A18
MMasbA04
0,00 - 0,50
matig tot sterk puinhoudende
<1
n.a.
<1
grond A20, A21
MMasbA05
0,00 - 0,50
sporen puinhoudende grond
0,68 3)
n.a.
0,68
A05
asbA05-1
0,00 – 0,50
sporen puinhoudende grond, 1
<1
3
<1
15
n.a.
15
<1
44
44
220 3)
n.a.
220
110 3)
n.a.
110
85 3)
n.a.
85
1.000 3)
n.a.
1.000
190 3)
n.a.
190
1.700 3)
n.a.
1.700
1.500 3)
n.a.
1.500
stukje asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen A07
asbA07-1
0,09 – 0,20
uiterst puinhoudende grond, 1 stukje asbestverdacht materiaal <20mm aangetroffen
A15
asbA15-1
0,16 – 0,30
sporen baksteen en zwak puinhoudende grond, 1 stukje asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen
deellocatie B: grond bij bebouwing met asbestverdachte dakbedekking B01, B02
MmasbB01
0,00 – 0,10
toplaag onder dakrand asbestverdachte dakbedekking
B04, B05
MmasbB02
0,00 – 0,10
toplaag onder dakrand asbestverdachte dakbedekking
B06, B07
MmasbB03
0,00 – 0,10
toplaag onder dakrand asbestverdachte dakbedekking
B08, B09
MmasbB04
0,00 – 0,10
toplaag onder dakrand asbestverdachte dakbedekking
B10, B11
MmasbB05
0,00 – 0,10
toplaag onder dakrand asbestverdachte dakbedekking
B12, B13
MmasbB06
0,00 – 0,10
toplaag onder dakrand asbestverdachte dakbedekking
B03
asbB03-1
0,00 – 0,10
toplaag onder dakrand asbestverdachte dakbedekking
Opmerkingen bij de tabel: 1)
gehaltes asbest berekend uit het gehalte in het materiaal en het bemonsterde bodemvolume.
2)
dit gehalte is bepaald op basis van een verkennend onderzoek en betreft derhalve een indicatieve waarde.
3)
bij deze monsters zijn tevens in de fractie < 0,5 mm met de optische lichtmicroscoop meer dan 3 asbestverdachte vezels aangetoond.
n.a.:
niet aangetoond
pagina 18 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
5.3 Overige parameters grond De analyseresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 5. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 8. Een samenvatting is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 5.8: samenvatting toetsingsresultaten grond monster-
traject
code
(m-mv)
deelmonsters
toetsingsresultaten Wbb 1)
motivatie
indicatie
> AW
>T
>I
Bbk 2)
-
-
Ind
kobalt
-
-
Ind
PCB
kobalt
-
Ind
-
-
Wo
PAK
PCB
-
NT
-
-
-
AW
-
-
NT
deellocatie A: gehele locatie mmA01
0,00 - 0,50
A02 (0,14 - 0,25)
sporen puinhoudende
PCB
A04 (0,05 - 0,50)
bovengrond
kobalt
A05 (0,00 - 0,50)
PAK
A06 (0,13 - 0,50) mmA02
mmA03 mmA04
0,12 - 0,50
0,09 - 0,30 0,00 - 0,50
A03 (0,12 - 0,25)
sporen baksteen en zwak
A08 (0,21 - 0,50)
tot matig puinhoudende
A15 (0,16 - 0,30)
bovengrond 3)
A07 (0,09 - 0,20)
sterk tot uiterst
A18 (0,13 - 0,30)
puinhoudende bovengrond
A11 (0,00 - 0,50)
zintuiglijk schone
PCB
A12 (0,00 - 0,50)
bovengrond ter plaatse van
PAK
A13 (0,00 - 0,50)
akker
A14 (0,00 - 0,50) mmA05
0,00 - 0,50
A01 (0,00 - 0,50)
zintuiglijk schone
A09 (0,00 - 0,50)
bovengrond
A10 (0,00 - 0,50) A19 (0,14 - 0,50) mmA06
0,50 - 1,50
A01 (1,00 - 1,50)
zintuiglijk schone
A02 (0,75 - 1,00)
ondergrond
A11 (0,50 - 1,00) A17 (0,50 - 1,00) mmA07
0,00 - 0,50
A20 (0,14 - 0,50)
matig asfalthoudend en
PCB, m.o.,
A21 (0,00 - 0,50)
sporen puinhoudende
koper, zink,
bovengrond
cadmium, lood, PAK
A01-1
0,00 - 0,50
A01 (0,00 - 0,50)
A01-2
0,50 - 0,90
A01 (0,50 - 0,90)
uitsplitsing mmA05
-
-
PCB
NT
verticale afperking boring
PCB
-
-
n.v.t.
A01 A07-1
0,09 - 0,20
A07 (0,09 - 0,20)
uitsplitsing mmA03
kobalt
-
-
n.v.t.
A09-1
0,00 - 0,50
A09 (0,00 - 0,50)
uitsplitsing mmA05
PCB
-
-
n.v.t.
A10-1
0,00 - 0,50
A10 (0,00 - 0,50)
uitsplitsing mmA05
-
PCB
-
NT
A10-2
0,50 - 0,80
A10 (0,50 - 0,80)
verticale afperking boring
PCB
-
-
n.v.t.
A10 A18-1
0,13 – 0,30
A18 (0,13 – 0,30)
uitsplitsing mmA03
-
-
kobalt
NT
A18-2
0,30 - 0,50
A18 (0,30 - 0,50)
verticale afperking boring
-
-
-
n.v.t.
-
-
-
n.v.t.
A18 A19-1
0,14 - 0,50
A19 (0,14 - 0,50)
uitsplitsing mmA05
pagina 19 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Tabel 5.8: samenvatting toetsingsresultaten grond, vervolg van pagina 19 monster-
traject
code
(m-mv)
deelmonsters
toetsingsresultaten Wbb 1)
motivatie
indicatie
> AW
>T
>I
Bbk 2)
-
PCB
-
NT
PCB
-
-
n.v.t.
-
-
-
n.v.t.
-
-
-
n.v.t.
-
PCB
-
NT
-
-
PCB
NT
-
-
PCB
NT
-
-
-
n.v.t.
-
-
-
n.v.t.
-
-
-
n.v.t.
-
-
-
n.v.t.
-
-
-
n.v.t.
-
-
-
n.v.t.
-
-
-
n.v.t.
aanvullend onderzoek 100-1
0,00 - 0,50
100 (0,00 - 0,50)
horizontale afperking boring A01
101-1
0,00 - 0,50
101 (0,00 - 0,50)
horizontale afperking boring A01
102-1
0,14 - 0,50
102 (0,14 - 0,50)
horizontale afperking boring A01
103-1
0,14 - 0,64
103 (0,14 - 0,64)
horizontale afperking boring A01
104-1
0,00 - 0,50
104 (0,00 - 0,50)
horizontale afperking boring A01
105-1
0,00 - 0,50
105 (0,00 - 0,50)
horizontale afperking boring A10
106-1
0,00 - 0,50
106 (0,00 - 0,50)
horizontale afperking boring A10
107-1
0,15 - 0,50
107 (0,15 - 0,50)
horizontale afperking boring A18
108-1
0,00 - 0,50
108 (0,00 - 0,50)
horizontale afperking boring A18
109-1
0,15 - 0,50
109 (0,15 - 0,50)
horizontale afperking boring A18
110-2
0,25 - 0,50
110 (0,25 - 0,50)
horizontale afperking boring 106
111-2
0,25 - 0,50
111 (0,25 - 0,50)
horizontale afperking boring 106
112-1
0,20 - 0,50
112 (0,20 - 0,50)
horizontale afperking boring 100
113-1
0,14 - 0,50
113 (0,14 - 0,50)
horizontale afperking boring 100
Opmerkingen bij de tabel: 1)
2) 3)
verklaring afkortingen: PAK
:
polycyclische aromatische koolwaterstoffen;
PCB
:
polychloorbifenylen;
m.o.
:
minerale olie.
de toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit betreft een indicatie van de hergebruiksmogelijkheden. in het betreffende mengmonster is een sporen baksteen en zwak puinhoudend grondmonster opgemengd met matig puinhoudende grondmonsters omdat deze monsters dezelfde laag betreffen. Het mengmonster is licht verontreinigd met kobalt. Ook indien het kobalt gehalte uit één deelmonster afkomstig zou zijn (hetgeen niet aannemelijk is) dan zou er geen sprake zijn van een overschrijding van de interventiewaarde. De overige parameters uit dit monster zijn in dermate laag gehalte aanwezig dat deze, indien ze enkel uit één deelmonster kwamen, niet de achtergrondwaarde zouden overschrijden. Het mengmonster en de analyseresultaten wordt derhalve als voldoende betrouwbaar beoordeeld.
Tabel 5.9: samenvatting resultaten PFAS mengmonster
traject
analyseresultaten PFAS
(m-mv)
gestandaardiseerd gehalte (μg/kg d.s.)
classificatie
PFOS(som)
PFOA(som)
overige PFAS
mm01-PFAS
0,00 - 0,50
0,57
0,82
PFBA: 0,2
landbouw / natuur
mm02-PFAS
0,50 - 1,00
0,14
0,54
< 0,2
landbouw / natuur
pagina 20 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Toetsing risico’s PFOA Na vergelijking van de analyseresultaten met de risicogrenswaarden van het RIVM blijkt dat in géén van de onderzochte grondmonsters de humane risicogrenzen voor PFOA in grond en grondwater (scenario ‘wonen met tuin’) worden overschreden.
5.4 Grondwater De analyseresultaten van het grondwatermonster zijn weergegeven in bijlage 6. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 9. Een samenvatting is weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 5.10: samenvatting toetsingsresultaten grondwater peilbuis-
monster-
filtertraject
nummer
code
(m-mv)
A01-1-1
1,50 – 2,50
A01
motivatie
onderzoek grondwater
toetsingsresultaten Wbb >S
>T
>I
-
-
-
Vanwege de verhoogde troebelheid van het grondwater is aan de hand van de verwachtingen volgens het vooronderzoek, de overige waarnemingen tijdens de uitvoering van het veldwerk en de overige analyseresultaten beoordeeld of de resultaten voor organische parameters in het totale beeld van het onderzoek passen. Dit is wel het geval, omdat er geen verhoogde organische parameters zijn aangetoond. Derhalve zijn de resultaten als betrouwbaar beoordeeld.
pagina 21 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
6.
Verontreinigingssituatie
Bij het op de locatie uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is ter plaatse van de boringen A01, 105 en 106 een sterke verontreiniging met PCB in de grond aangetoond (tot 0,5 m-mv). Daarnaast is ter plaatse van boring A18 een sterke verontreiniging met kobalt aangetoond in de grond (tot 0,3 m-mv). De omvang van de beide verontreinigingen is middels onderhavige onderzoek afdoende vastgesteld binnen de grenzen van de onderzoekslocatie. De verontreinigingssituatie en de omvang van de twee grondverontreinigingen zijn weergegeven in bijlage 11.
6.1
Grond
Grondverontreiniging met PCB Op grond van de analyseresultaten kan worden afgeleid dat er sprake is van twee spots met sterke verontreinigingen met PCB: I
ter plaatse van boring A01
II
ter plaatse van boringen 105 en 106
In de verontreinigde grond zijn geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. Er is derhalve geen samenhang te constateren tussen de grondverontreiniging met PCB en eventuele bodemvreemde bijmengingen. Op grond van de analyseresultaten is de omvang van de verontreiniging afgeleid, zoals weergegeven in de navolgende tabel. De totale omvang van de verontreiniging, dus inclusief de matige en lichte verontreinigingen, is groter. Tabel 6.1: overzicht matige en sterke grondverontreiniging PCB (spot I en II)
omvang
matige verontreiniging
sterke verontreiniging
(> tussenwaarde)
(> interventiewaarde)
m2
83
m2
bovengrens
0,0
m-mv
0,0
m-mv
ondergrens
0,5
m-mv
0,5
m-mv
oppervlak
175
gemiddelde dikte
0,5
m
0,5
m
omvang
87,5
m3
42
m3
parameter
maximale concentratie verontreiniging
concentraties
PCB
0,53
mg/kg d.s.
pagina 22 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Grondverontreiniging met kobalt In de grond zijn bijmengingen waargenomen met puin. De aangetroffen gehaltes aan kobalt hangen vermoedelijk samen met de waargenomen puinbijmengingen in de grond. Op grond van de analyseresultaten is de omvang van de verontreiniging afgeleid, binnen de grenzen van de onderzoekslocatie, zoals weergegeven in de navolgende tabel. Tabel 6.2: overzicht sterke grondverontreiniging kobalt sterke verontreiniging (> interventiewaarde) omvang
oppervlak
26
m2
bovengrens
0,13
m-mv
ondergrens
0,3
m-mv
gemiddelde dikte
0,15
m
omvang
4
m3
parameter concentraties
6.2
maximale concentratie verontreiniging
kobalt
63
mg/kg d.s.
Oorzaak en gevalsdefinitie
Grondverontreiniging met PCB Voor de onderhavige onderzoekslocatie is de oorzaak van de bodemverontreiniging met PCB niet bekend. Er is echter geen aanleiding om te veronderstellen dat de verontreiniging na 1987 is ontstaan. De twee individuele spots hebben onderling een technische (waarschijnlijk dezelfde oorzaak), organisatorische (bij hetzelfde bedrijf) en ruimtelijke samenhang (op hetzelfde perceel). Er is dus sprake van één geval van bodemverontreiniging met PCB. Het totale bodemvolume in de grond dat verontreinigd is met gehalten boven de interventiewaarde bedraagt meer dan 25 m3, waardoor er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Grondverontreiniging met kobalt De verontreiniging hangt vermoedelijk samen met de aanwezige puinbijmengingen in de grond onder de betonverharding. Er is geen reden om aan te nemen dat de verontreiniging na 1987 is ontstaan. Gezien de mate en omvang (4 m3) van de verontreiniging in de grond kan worden afgeleid dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
6.3
Risicobeoordeling
In de Circulaire bodemsanering (1 juli 2013) is het criterium uitgewerkt waarmee wordt vastgesteld of een spoedige sanering van een bodemverontreiniging noodzakelijk is. Het criterium is alleen van toepassing op verontreinigingen die voor 1987 zijn ontstaan. Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld, dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren.
pagina 23 van 27
documentkenmerk: 1905/242/MIB-01, versie A
Voor deze gevallen moet worden bepaald of sprake is van onaanvaardbare risico’s bij het huidige of toekomstig gebruik, zodat spoedig moet worden gesaneerd. Of er sprake is van onaanvaardbare risico’s wordt bepaald door middel van een generieke modelberekening met het programma Sanscrit (versie 2.7.1). Deze modelberekening bestaat uit 3 stappen:
stap 1 :
vaststellen geval van ernstige verontreiniging;
stap 2 :
standaard risicobeoordeling;
stap 3 :
locatiespecifieke risicobeoordeling.
Uitgangspunten Voor de beoordeling van de risico’s van de PCB-verontreiniging zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: •
De verontreinigingssituatie is zoals beschreven in hoofdstuk 6.
•
Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging omdat de omvang van de sterke grondverontreiniging meer dan 25 m3 bedraagt.
•
Momenteel is de locatie in gebruik als agrarisch erf (wonen met tuin). In de toekomst zal de locatie gebruikt worden als wonen met tuin. Omdat de toekomstige inrichting nog niet bekend is, zijn in stap 3 van de risicobeoordeling geen blootstellingsroutes uitgeschakeld bij het toekomstige gebruik.