03.25_Projectfiche Regio Deal Noordoost-Brabant_10 juni 2020.pdf
Tekst van het document
Projectfiche Regio Deal Noordoost-Brabant Projectfiche voor de onderbouwing van de voorstellen in het kader van de Regio Deal Noordoost Brabant met het Rijk NB Aan het invullen van deze projectfiche kunnen geen rechten ontleend worden voor een subsidiebijdrage, deze informatie is enkel bestemd als verkenning in het traject om te komen tot een definitief akkoord met het Rijk voor de regiogelden.
Versie 5.0 Projectnaam: GOED LEVEN: de leefbaarheid in het landelijk gebieden en de kleine kernen Aanvrager (projectleider): Richard Rongen Sander Groenen E-mailadres: Richard.Rongen@cuijk.nl sandergroenen@landvancuijk.nl Telefoonnummer: 06-23335087 (Richard) 06-20051434 (Sander) Datum: 10 juni 2020
Projectgegevens: 1. Doel van het project: Het doel van het project is: A. Om binnen meerdere gemeenten of gemeentelijke samenwerkingsverbanden in de regio Noordoost Brabant gemeenschappen / klein kernen te activeren om samen met de overheid, NGO’s en onderwijs en ondernemers op te trekken ten behoeve van: • het versterken van de leefbaarheid in landelijkgebied en de kleine kernen door: o het ontwikkelen van een passend voorzieningen niveau o vergroten van economische kansen na krimp van de agrarische sector o verduurzamen van het landelijk gebied en kleine kernen • het inhoudelijk organiseren van de krimp en vergrijzing in landelijk gebied • het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid B. Om binnen en met meerdere gemeenten of gemeentelijke samenwerkingsverbanden in de regio Noordoost Brabant ervaringen, kennis en kunde te delen t.a.v.: • het ontwikkelen, opzetten en continueren van de activatie van kleinen kernen/ gemeenschappen. • het ontwikkelen van de eigen organisatie om passend en adequaat ter reageren op initiatieven vanuit de gemeenschap en participatie vraagstukken. C. Een beweging op gang te brengen die bijdraagt aan een blijvende activatie van inwoners, ondernemers, NGO’s, overheden en onderwijs D. Het lokale proces ontwikkelen naar een regionaal proces
E. Door programmatisch aanpak een diversiteit aan voorbeelden creëren op basis van de beoogde drie programmalijnen. Altijd vanuit de insteek DOEN1! F. Breed uitdragen van de ervaringen, successen en lessen 1-DOEN is de focus en sluit aan bij de cultuur van de regio. Aan de slag gaan, hard werken en resultaten bereiken. Plannen zijn nodig om een gezamenlijk beeld te hebben en de grote lijnen te schetsen, overleg is enkel van toegevoegde waarde wanneer daar ook concrete acties uit voortkomen. De focus ligt op het realiseren, aan het werk zijn, realiseren van resultaten en al doende leren. Kenmerken van agile werken en het ontwikkelen van vakmanschap (kennis, vaardigheden ontwikkelen door te doen) passend in een rijnlandswerk en leefklimaat dat passend is bij de doelstellingen van Kernendemocratie en participatie.
Bovenal draagt dit projectfiche onlosmakelijk bij aan de projectfiches en de achterliggende programma’s van integrale gebiedsontwikkeling en de stallen aanpak van de methode Boekel. Dit is o.a. zichtbaar in het uitvoeringsagenda van de gemeente Sint Anthonis.
2. Aan welke pijler van de Regiodeal draagt het project bij (indien het aan meerdere onderdelen bijdraagt aangeven waar het zwaartepunt ligt): a. Goed Leven b. Fijn Wonen c. Anders Werken s.v.p. korte toelichting: Het draagt bij aan de pijler Goed Leven, omdat het de leefbaarheid in het landelijk gebied en de kleine kernen vergroot, inzicht geeft in hoe om te gaan met krimp & vergrijzing en bijdraagt aan de ontwikkeling van vitale lokale voorzieningen, een duurzame economie in het landelijkgebied. Dit wordt bereikt door meer eigen initiatief, sturing en participatie van de inwoners, betrokkenheid en nieuwe werkwijze van overheden, activeren en bieden van ontwikkelruimte voor ondernemers, betrokkenheid en participaties van NGO’s en onderwijs. Daarnaast draagt het bij aan de pijler Fijn Wonen, omdat de initiatieven die worden genomen en gestimuleerd veelal bijdragen aan de energietransitie, verduurzamen van het landelijk gebied en de kleine kernen, verbeteren van de bereikbaarheid en het voorkomen van de verloedering van de landelijkgebied en de kleine kernen door voorkomen van leegstand en ontwikkelen van passende nieuwe woonvormen. In mindere mate draagt het bij aan de pijler Anders Werken.
Maar door de ontwikkeling van de kleine kernen, de (agrarische) ondernemers te betrekken bij de ontwikkeling van het landelijk gebied en de directe omgeving van de klein kernen ontstaat er een breder draagvlak en de mogelijkheid voor nieuwe alternatieven voor de agrarische ondernemers. 3. Beoogde resultaten: De beoogde resultaten zijn: • Binnen Noordoost-Brabant zijn ruim 7 kernen waarin de gemeenschap van de betreffende kern zelf actief inzet op het verbeteren van de leefbaarheid in de kleine kern en het landelijk gebied daar omheen. • Binnen de betrokken kernen is een helder proces en een concreet plan hoe om te gaan met de krimp en vergrijzing. • Er is binnen de kleine kernen en het landelijk gebied daaromheen draagvlak voor het ontwikkelen van nieuwe initiatieven die bijdragen aan werkgelegenheid, (lokale) economie, energietransitie verduurzaming en transitie landbouw. • Door het gebruikmaken van de lokale leefbaarheidsmonitor hebben de kernen en betrokken organisaties zicht op de leefbaarheid in de betreffende kleine kern. • Door de monitor is het collectief leren versterkt: welke gebieden doen wat goed? en wat kunnen anderen daarvan leren? • Er is een blijvende verandering zichtbaar, door de inzet van de leefbaarheidsmonitor (0- & +1meeting), waaruit blijkt dat in de kernen en de regio inwoners een verbetering van de leefbaarheid ervaren.
• Er is een regionaal samenwerkingsverband in het Land van Cuijk ontwikkeld welke de activatie van gemeenschappen ondersteunt, aanjaagt en vertegenwoordigt.
• • •
Er is een advies ontwikkeld op welke wijze gemeenten, NGO’s en onderwijs kunnen participeren bij ontwikkelingen vanuit de gemeenschap. Er is een integrale werkwijze ontwikkeld – met lokale inkleuring per gebied – die leidt naar de activatie van gemeenschappen binnen de kleine kernen. Deze wordt gedeeld met de diverse regio’s. Er zijn middelen (kennis& tools) ontwikkeld welke in te zetten zijn bij en bijdragen aan de ontwikkeling van kleine kernen en het vergroten van de leefbaarheid.
4. Projectverantwoordelijke (trekker) en betrokken partijen (triple helix partners): Samenwerkende gemeenten Land van Cuijk (de gemeenten Grave, Mill - Sint Hubert, Cuijk, Boxmeer en Sint Anthonis) zijn dan de trekker van dit onderdeel van de Regio Deal. Zij dragen de verantwoordelijkheid met Regio Noordoost Brabant om in samenwerking met de provincie, de Vereniging Kleine Kernen Noord-Brabant en de gemeenten Heusden, Meierijstad en Landerd op de beoogde doelstellingen te halen. Binnen het Land van Cuijk triple helix vertegenwoordigd in het: • Het platform Mooi Maasvallei; Betreft een bestuurlijke samenwerking van Land van Cuijk (provincie Noord-Brabant) en Maasduinen (provincie Limburg) met deelname van overheden, welzijns-/ gezondheidsorganisaties, onderwijs en ondernemers • Het platform AgriFood Tech Land van Cuijk; Stimuleert en versterkt de welvaart van het Land van Cuijk door extra verdienvermogen en het aanjagen van innovatie t.b.v. van duurzame voedselproductie in de wereld. Hierin zitten vertegenwoordigers van overheid, onderwijs, MKB en internationale agrifood industrie.
• De Stichting Een Goei Leven; Stichting Een Goei Leven ontwikkelt projecten, verbind en activeert gemeenschappen in het Land van Cuijk ten behoeven van het verbeteren van het welzijn in de gemeenschap, op de pijlers: • Voeding, gezondheid en educatie • Wonen, ontmoeten en nieuwkomers • Recreatie, vieren en genieten Het stichtingsbestuur bestaat uit vertegenwoordigers van betrokken burgers, ondernemers, vertegenwoordigers van de industrie en heeft nauwe samenwerking met de overheid, onderwijs en NGO’s. Deze partijen worden betrokken bij het programma “goed leven” in het Land van Cuijk. Binnen de 8 gemeenten (Land van Cuijk, Heusden, Meierijstad en Landerd) worden de ervaringen vanuit Goed Leven in Land van Cuijk gedeeld en doorontwikkeld, ieder met een eigen accent en insteek. Hierin worden lokaal de triple helix betrokken (bijvoorbeeld in Heusden door de betrokkenheid van klimaatplein Heusden). Ook wordt de Vereniging Kleine Kernen Noord-Brabant en de Provincie Noord-Brabant betrokken bij de ontwikkeling van het programma Goed Leven. Daarmee ontstaat er een breed beeld van een “goed leven” in Noordoost-Brabant. Op het niveau van Regio Noordoost-Brabant worden deze ervaringen gedeeld met de andere gemeenten en vertegenwoordigers van de triple helix.
Middels de inzet van de provincie NoordBrabant, VNG en ministeries is het mogelijk om de kennis, ervaring, ontwikkelde tools en de concrete casus uit te dragen t.b.v. de ontwikkeling van leefbaarheid in andere (krimp-)regio’s. De Provincie en het Rijk ondersteunen in het ontwikkelen van lerend netwerk waarin de kennis en ervaring die in de projecten wordt opgedaan wordt geabstraheerd en gedeeld binnen de regio en daarbuiten in soortgelijke regio’s. Samenleving verbinden - Een Goei Leven (gebied gebonden triple helix initiatief) Verbinden met trots is het centrale punt van Een Goei Leven. Het is een initiatief van stichting Een Goei Leven (de stichting bestaat uit vertegenwoordigers van inwoners en ondernemers) ondersteund door de gemeenten in het Land van Cuijk. Een Goei Leven verbindt de verschillende initiatieven in het Land van Cuijk, welke bijdragen aan het welzijn, met elkaar. Daarmee zijn het niet enkele losse kernen die geactiveerd worden, maar door deze te verbinden ontstaat er een actieve regio die elkaar stimuleert en effectiever samenwerkt.
Daarmee ontwikkelt zich ook een sterke verbinding binnen de regio Land van Cuijk. Naast dat het dus meerwaarde heeft binnen de grenzen van het Land van Cuijk, draagt het ook bij aan een beter positionering binnen de regionale samenwerking. Eenduidig naar buiten vanuit 5 gemeenten, oftewel 32 dorpen en 1 stad. Vergelijkbaar initiatief is te zien in Heusden met het initiatief Klimaatplein Heusden. Het klimaatplein is een triple helix initiatief dat diverse activiteiten vanuit het oogpunt duurzaamheid verbind en inwoners en organisaties activeert. Organisatie: Programmaorganisatie welke zorgdraagt voor verbinding, afstemming en behalen van resultaten. Bestaande uit vertegenwoordiging van Een Goei Leven, samenwerkende gemeente Land van Cuijk, Vereniging Kleine Kernen Noord-Brabant en de Provincie Noord-Brabant / Regio Noordoost Brabant. Doel: De programmaorganisatie heeft als doel het ondersteunen van minimaal 5 pilot projecten binnen de 33 kernen van het Land van Cuijk. De projecten zijn in de basis het realiseren (DOEN) van activiteiten / oplossingen die bijdragen aan een goed leven in een kleine kern en het landelijkgebied daar omheen binnen het Land van Cuijk. Daarbij is het ontwikkelen van eigenaarschap en activeren van de gemeenschap essentieel.
De inzet van de projecten is dus vooral gericht op het activeren van groepen mensen welke een actieve rol kunnen spelen in het ontwikkelen van de leefbaarheid in hun kern of de lokale gemeenschap. Veelal ingestoken vanuit een overkoepelend en algemener thema Zoals voeding en gezondheid, klimaatneutraal, etc. Werkwijze: Om het DOEN centraal te laten staan is het van belang om geen overlegstructuren centraal te stellen, maar juist de betreffende kleine kernen en de activiteiten daarbinnen. Vandaar dat de programmaorganisatie enkel de 5 projecten op hoofdlijnen monitort, zorgdraagt voor de juiste ondersteuning, faciliteiten en middelen. Maar bovenal de ervaringen deelt binnen de eigen organisaties en de regio Noordoost Brabant. Het ontwikkelen van de eigen organisaties t.b.v. kernendemocratie en participatie is dan ook een belangrijk neveneffect. Iedere project kent de lokale verbinding tussen land van Cuijk en andere gemeenten die deelnemen. Hierin worden ervaringen vanuit projecten uit de gemeente Meierijstad, Landerd en Heusden over en weer gedeeld. Kernen nemen het initiatief – Kernendemocratie (in navolging van Eigen Kweek Langenboom en Omnipark Erp) Burgerparticipatie of burgerinitiatieven in de kleine kernen ontwikkelen zich veelal wanneer er een acute situatie is.
Bijvoorbeeld het verdwijnen van een lagere school, winkel, dorpshuis, sportvoorzieningen, of de ontwikkeling van leegstand van woningen, boerderijen, etc. Hoe ontwikkel je dit initiatief vanuit de samenleving? Hoe maak je van een negatieve ervaring, een positief gedragen toekomstplan? En hoe realiseer je dit plan voor de langer termijn? Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling in Langenboom (gemeente Mill zie https://www.eigenkweeklangenboom.nl ) en Erp (gemeente Meierijstad). De afgelopen jaren is in de Meierijstadse kern Erp vanuit de gemeenschap een initiatief gestart voor het ontwikkelen van een multifunctioneel park. Een multifunctioneel park biedt het dorp de kans om het voorzieningenaanbod voor de lokale samenleving op peil te houden. Bovendien geldt een dergelijke multifunctionele locatie als een ontmoetingsplek voor Erp. Op deze ontmoetingsplek zorgen de samenwerkende sportverenigingen in de vorm van een omnivereniging voor een goed georganiseerd en divers sportaanbod, maar waar zeker ook voorzieningen zijn die gericht zijn op cultuur, onderwijs, zorg en recreatie. Het gaat om een multifunctionele accommodatie die de basis vormt voor een leefbaar woonklimaat in Erp en mogelijk ook een regionale functie kan hebben.
Door 5 verschillende pilots te ondersteunen in het Land van Cuijk en deze ervaringen te koppelen aan vergelijkbare ontwikkelingen in Heusden, Meierijstad en Landerd ontwikkelen wij middels dit programma een antwoord op de voorliggende vragen. Organisatie: Programma-organisatie bestaande uit vertegenwoordigers van de 5 pilots in het Land van Cuijk, Vereniging Kleine Kernen Noord-Brabant, provincie Noord-Brabant, gemeenten in het Land van Cuijk
En vertegenwoordigers vanuit de gemeenten Heusden, Meierijstad en Landerd. Doel: Het in stand houden en waar mogelijk verbeteren van de leefbaarheid in kleine kernen, door het ontwikkelen van minimaal 5 businesscasus in het Land van Cuijk waarin duidelijk wordt wat de succesbepalende factoren zijn t.b.v. de ontwikkeling van de kleinen kernen en hoe daar vanuit de overheid, onderwijs en ngo’s adequaat op te reageren en hierin te participeren. Werkwijze: De leidraad zijn de eerste ervaringen in de kern Langenboom waar de inwoners zelf het initiatief hebben genomen (zie https://www.eigenkweeklangenboom.nl/het-plan/). Maar ook het initiatief in Erp waar de sportverenigingen en Stichting Beheer Gemeenschapshuizen Erp zich hebben verenigd in de stuurgroep ‘De Brug’. Zij zetten zich in om de sport samen te brengen zodat er meer verbindingen en uitwisselingen ontstaan tussen de sporten en daarmee de sportbeleving toeneemt. De initiatiefnemers hebben hiervoor een visie en een masterplan geschreven. In samenwerking met de gemeente Meierijstad en Waterschap Aa en Maas is een plan van aanpak opgesteld.
Het ontwikkelpad voor het Omnipark Erp is verbonden met het geven van een impuls aan de leefbaarheid van de dorpskern, met de wateropgaven in dat gebied en de ontwikkeling van het beekdal van de rivier de Aa in termen van klimaatadaptatie en ecologie (zie het fiche ‘Toekomstbestendig Aa-dal’). De eindoplevering van alle sport- en maatschappelijke voorzieningen is in 2030 voorzien. De inrichting en gebruik van het Beekdal wordt al begonnen in 2021. Daaromheen zijn veel koppelkansen te benutten, in termen van samen werken aan leefbaarheid in het dorp. Een dergelijke ontwikkeling geeft een enorme boost aan het gebied, maar ook aan de inwoners die – samen betrokken partijen – kansen kunnen en willen benutten om zelf initiatief te nemen en vorm te geven aan de openbare ruimte en aan versterking van het sociale weefsel in Erp. Door deze beide voorbeelden tot een blijvend succesvol initiatief te ontwikkelen en te leren wat daar voor noodzakelijk is en op welke wijze dit het beste kan worden ondersteund. Daarnaast worden er minimaal 4 andere pilots opgestart binnen het Land van Cuijk. Ieder met een eigen dynamiek. Juist dat maakt het inzichtelijk wat er nodig is, wat de verschillen en overeenkomsten zijn. Maar bovenal ook wat dit vraagt van de gemeenschappelijke diensten van overheden, onderwijs en ngo’s.
Hoe hierin te participeren? Welke rol aan te nemen? Daarvoor is het ontwikkelen van kernendemocratie een belangrijk middel.
Transitie landbouw, veranderend buitengebied - #MethodeSintAnthonis (de overheid initieert) Het Uitvoeringsprogramma Sint Anthonis (zie https://www.sintanthonis.nl/inwoners/uitvoeringsprogramma-sint-anthonis_42143/ m.n. Krachtige Kernen en Transitie Buitengebied) is de basis voor deze programmalijn. Hierin staat de transitie landbouw centraal. Een grote opgave voor de regio en veel impact voor de leefbaarheid in het buitengebied en de kleinen kernen daarin. Door actief de inwoners en ondernemers te betrekken bij de verandering en hen actief op te zoeken vanuit het initiatief van de gemeente. Deze werkwijze wordt kortweg #methodeSintAnthonis genoemd. Organisatie: Gemeente Sint Anthonis is leidend met haar programmaorganisatie. De ervaringen worden binnen de programmaorganisatie Goed Leven gedeeld en het programma team Goed Leven en de overige gemeenten dienen als klankbord. Doel: Ervaringen opdoen middels het programma #methodeSintAnthonis waarin het initiatief van de gemeente centraal staat. Met een focus op de opgaven transitie landbouw en krimp regio. Welke kansen biedt dit hoe daar vorm aan te geven en wat zijn de succesbepalende factoren. Werkwijze: De gemeente neemt initiatief voor een toekomstbestendig buitengebied en het vergroten van de leefbaarheid in de kleine kernen.
De gemeente Sint Anthonis gaat in gesprek met de agrariërs, ondernemers in het landelijk gebied om de ontwikkelingen van aankomende jaren in kaart brengt en kijkt waar deze versneld kunnen worden of omgebogen kunnen worden ter versnelling van de transitie
landbouw en verbeteren van de leefbaarheid in de kernen. Het tegengaan van armoede en verduurzamen van de samenleving spelen daarin een belangrijke rol.er is een directe koppeling tussen de keukentafelgesprekken en de WMO wanneer er ook op dat vlak extra ondersteuning nodig is. Daarnaast neemt de gemeente het initiatief om de gemeenschap te activeren samen plannen te ontwikkelen voor het vergroten van de leefbaarheid. Centraal staat het initiatief van de gemeente om per kern een dorps ontwikkel plan met de inwoners op te stellen. Hierbij ligt het initiatief dus niet bij de inwoners maar bij de gemeente. Deze ervaringen worden gedeeld op het niveau van de gemeentelijke samenwerking Land van Cuijk en op het niveau van Noordoost-Brabant.
5. Aansturing van het project (Governance): a. Hoe verloopt de aansturing binnen het project: Stuurgroep: • Vertegenwoordiging van de programma’s; o Samenleving verbinden - Een Goei Leven o Kernen nemen het initiatief – Eigen Kweek Langenboom o Transitie landbouw, veranderend buitengebied #MethodeSintAnthonisVertegenwoordiging van Regio Noordoost Brabant • Vertegenwoordiging provincie Noord-Brabant • Vertegenwoordiging Regio Noordoost Brabant • Vertegenwoordiging van de vereniging kleine kernen Noord-Brabant • Vertegenwoordiging werkorganisatie en bestuur samenwerkende gemeenten Land van Cuijk • Vertegenwoordigers van de gemeente Meierijstad, Heusden en Landerd Draagt de eindverantwoordelijkheid; Bewaken van proces, doelstellingen, resultaten, faciliteren en dragen zorg voor beheer budget en rapportage naar de Regio Deal Regio Noordoost Brabant. programmagroep Vertegenwoordigers (de doeners) van de programma’s; stichting Een Goei Leven, Klimaatplein Heusden, ambtelijke vertegenwoordiging en betrokken projectleiders uit de gemeente Meierijstad, Landerd en Heusden delen ervaringen en jagen op positieve wijze aan bij het realiseren van hun individuele doelen. Door afstemming op locatie, meedraaien met elkaars werkzaamheden en inspiratie bij andere vergelijkbare initiatieven. b.
Hoe is de relatie met het bestuur en beleid van de regio (Regio Noordoost Brabant, Agri Food Capital, Ondernemerslift+, Provincie, etc.) Regio Noordoost Brabant en provincie zijn vertegenwoordigd in de stuurgroep. AgriFood Capital en ondernemerslift+ worden actief geïnformeerd via de bestaande kanalen en relaties. 6. Bijdrage van het project aan de “Brede Welvaart” (hierbij zo mogelijk meetbare indicatoren aangeven) a. Wat is het positieve effect van het voorstel op de brede welvaart: wat merken inwoners/burgers ervan? (Bv. hoe verbetert de kwaliteit van leven, werken, wonen, veiligheid, ondernemen en recreëren voor de mensen in de regio?) Inwoners gaan ervaren dat de leefbaarheid verbetert, dat er initiatieven zijn om dat te verbeteren en dat er een beweging op gang is gezet waarin er integraal wordt gewerkt. Doordat de inwoners zelf het voorzieningen- en woningaanbod vormgeven en afstemmen op de wensen en behoeften van de gemeenschap wordt de betrokkenheid (sociale cohesie) leefbaarheid vergroot. Ook de algemene activatie draagt bij aan het vergroten van de social cohesie en dus de leefbaarheid in de regio.
Ook voor inwoners is het, middels de leefbaarheidsmonitor, zichtbaar dat de leefbaarheid is ontwikkeld. b. Hoe wordt de omgeving (bv. bewoners/boeren/anderen) betrokken bij het project? Inwoners worden actief betrokken bij het realiseren van de projecten binnen de programmalijnen. Daarnaast wordt gecommuniceerd bij start en afronding van dit programma, maar bovenal op projectniveau gedurende 2020-2022. Naast betrekken en activeren, zijn zij het centrum van de ontwikkeling. Zonder hen is er geen ontwikkeling. Uiteraard zijn er binnen de gemeenschap ook niet direct betrokken mensen (zogenaamde volgers) deze worden door de gemeenschap en middels diverse lokale kanalen geïnformeerd. De gemeenschap (lees de inwoners) de overheid en betrokken organisaties zijn de boodschapper. Zij communiceren over hun initiatief en hun betrokkenheid. Daarin worden ze ondersteund door de programmaorganisatie. c. Wat is de bijdrage aan de verbetering van de regionale/provinciale en nationale maatschappelijke opgave(n)? (Denk hierbij o.a. aan de relatie met klimaat en energie, circulaire economie, leefbaarheid, wonen, bereikbaarheid & mobiliteit, arbeidsparticipatie etc.). De resultaten dragen bij aan de integrale opgaven; ontwikkeling buitengebied, transitie landbouw, omgaan met krimp, ontwikkelen van woon-, werk- en leefklimaat in landelijkgebied, etc.
Provinciaal draagt het bij aan het verbeteren van de regionale samenwerking door concrete samenwerkingsprojecten op gemeentelijk niveau. Niet enkel op het niveau van bestuurders en ambtenaren, maar ook inwoners, belangengroepen en welzijnsorganisaties. De werkwijze van het klimaatplein draagt direct bij aan het realiseren van de SDG’s, daar deze de SDG’s centraal stelt in het stimuleringsprogramma om dit te vertalen naar concrete doelstellingen voor de lokale samenleving. Ook diverse projecten binnen Een Goei Leven dragen bij aan gezondheid, arbeidsparticipatie en wonen.
d. Hoe integraal is de aanpak: beschrijf svp kort de betrokkenheid vanuit het ecologische, economische en sociale domein (de 3 P’s “People, Planet, Profit)? Zoals eerder aangeven is de aanpak juist integraal. In transitie buitengebied van de gemeente Sint Anthonis is bijvoorbeeld ook het ecologische domein opgenomen, maakt het sociaal domein een onderdeel uit van de #methodeSintAnthonis en heeft het vooral ook een economisch doel naast de leefbaarheid. Idem bij de andere programmalijnen. Daarnaast is dit ook tevens een punt van aandacht. Juist door de programmatische aanpak willen wij leren en gaande weg ontwikkelen op welke wijze deze domeinen goed integraal ontwikkeld gaan worden. Rondom de dorpskern van Erp (omgeving Morsche Hoef) spelen tevens vraagstukken van leegkomende agrarische bebouwing(sconcentraties) en daarmee samenhangende herinrichting en transformatie van dit gebied. Hier liggen ook kansen voor het verstevigen van de leefbaarheid en voor dialoog met, en participatie van inwoners in deze transformatie. Hier liggen dwarsverbanden in termen van aanpak en kennisoverdracht met de #methodeSintAnthonis.
7. Betrokkenheid van het Rijk (welke ministerie(s) / eventuele contactpersonen bij de departementen) Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport t.a.v. de ervaringen die er zijn met vergroten van het welzijn, voorkomen van armoede, duurzaam inzetbaarheid van mensen in de kleine kernen ontwikkelen van projecten t.b.v., gezondheid en lokaal ontwikkelen van sport- en welzijnsactiviteiten en voorzieningen. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit t.a.v. programma vitaal platteland en transitie Landbouw. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat t.a.v. stimuleren van ondernemerschap en alternatieven voor stimuleren economie in landelijkgebied. Inzet op klimaat verbeterende maatregelen
specifiek in kleine kernen met beperkte bouw mogelijkheden, landbouw gerelateerde bedrijven en bij beperkte ontsluiting van infrastructuur (eventueel met het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat). Ministerie Binnenlandse zaken en koninkrijkrelaties t.a.v. het programma democratie en bestuur Daarnaast is er een behoefte aan het ontsluiten van • beschikbare onderzoeken en kennisinstituten • ervaringen andere regio’s (Regio Deals) • Regelruimte (-luwte) t.b.v. innovatie en initiatieven, zoals bijvoorbeeld de dorpscoöperatie Elsendorp • Beschikbare middelen en kennis op het gebied van ontwikkelen leefbaarheid, transitie buitengebied, woningbouw jonge gezinnen, nieuwe woonvormen in incourante huizen en panden (VAB’s) 8. Hoe is de doorwerking na afloop van het project geborgd zodat het een structureel effect heeft? Samenwerkingsverband Noordoost Brabant biedt een belangrijke borging voor de blijvende samenwerking tussen de partijen. Daarin zijn de diverse gemeenten vertegenwoordigd. Door het betrekken van de provincie en de Vereniging Klein Kernen Noord-Brabant wordt het structurele effect verder gedeeld en geborgd. Op lokaal niveau: Stichting Een Goei Leven, samenwerkende gemeenten Land van Cuijk betreft al een structurele samenwerking en eigen entiteit.
Daarnaast zijn de triple helix samenwerkingsverbanden als platform MooiMaasvallei en het platform AgriFood Tech Land van Cuijk al ontwikkeld en vormt dit een blijvende samenwerking. In Heusden is dit geborgd o.a. in het klimaatplein. In Erp hebben de sportverenigingen en Stichting Beheer Gemeenschapshuizen Erp zich verenigd in de stuurgroep ‘De Brug’. En de overige gemeenten kennen een vergelijkbare duurzame samenwerking Onderdeel van het programma is juist om te komen tot een duurzame en langdurig effect van de gedragen en zichtbaar integrale aanpak t.b.v. van gebiedsontwikkeling op regio en kernen niveau. Gedurende het programma vormt dit dan ook een constante factor om dit te realiseren en de wijze waarop breed uit te dragen. 9. Motivatie voor beroep op bijdrage vanuit de regio envelop (waarom is een bijdrage uit de Regio Deal nodig? Zijn er nog andere regelingen bij het Rijk waar dit project of onderdelen van het project uit gefinancierd kan worden?) Om de gefaseerde programmatische aanpak van Goed Leven in het Land van Cuijk te kunnen versnellen en breder inzetbaar te maken voor de brede regio is een bijdragen vanuit de regio envelop noodzakelijk. Daarnaast is het noodzakelijk om de aanpak te professionaliseren. Nu ligt een belangrijke basis bij de stichtingen, vrijwilligers en individuele initiatieven.
Waar het al professioneel is georganiseerd is dit veelal ontwikkeld naast of bovenop de regulieren werkzaamheden. Extra professionele kracht is meer dan gewenst. De Erpse situatie is vergelijkbaar. In de ontwikkeling van het Omnipark en de Dommeldal zijn veel koppelkansen te benutten en te versnellen, in termen van samen werken aan leefbaarheid in het dorp. Een bijdrage vanuit de regio envelop geeft een enorme boost aan het gebied, maar ook aan de inwoners die – samen betrokken partijen – kansen kunnen en willen benutten om zelf initiatief te nemen en vorm te geven aan de openbare ruimte en aan versterking van het sociale weefsel in Erp.. Het ontwikkelen van structuren die bijdragen aan het professionaliseren, versnellen, breder inzetten zijn ook noodzakelijk voor een goede overdraagbaarheid naar andere regio’s en gemeenten. Zonder de noodzakelijke bijdrage is er geen ruimte voor het uitdragen van de ervaringen en het creëren van overdraagbare middelen. De hefboom van kennis, regelruimte en middelen is noodzakelijk voor het verder ontwikkelen van de integrale gebiedsontwikkeling op kernenniveau. De programmatische aanpak die noodzakelijk is om te innoveren en te ontwikkelen is gebaad bij een structurele aanpak en structurele professionele ondersteuning. Deze toegevoegde waarde is vanuit de individuele gemeenten en vanuit de inwonersinitiatieven al helemaal niet mogelijk.
10. Planning: wat zijn de belangrijkste mijlpalen in de komende 2 jaar / welk concreet (zichtbaar) resultaat is er in 2022 bereikt? • Jaar 1 o Opzetten van de programma’s en bijbehorende projecten o Ontwikkelen van de programma-organisatie o Verbinden van de aanwezige kennis en ervaring op regionaal niveau • Jaar 2 o Projecten binnen de programmalijnen realiseren o Ervaringen delen binnen regionaal verband o Ervaringen overdraagbaar maken voor andere regio’s
11. Financiële gegevens: Begroting en Financiering Gevraagde bijdrage Rijk en beschikbare bijdrage vanuit de regio
Begroting Bedragen in €’s
Beschikbare bijdrage gemeenten
% van totaal 63,8%
Programma Kernendemocratie
€ 400.000
7,8%
Procesgelden ontwikkeling dorpsplan/ kernendemocratie Langenboom
€ 125.000
2,4%
Ontwikkelen en aanpassingen ICT t.b.v. kernendemocratie
€ 100.000
2,0%
Dorp ontwikkelingsplannen gem. Sint Anthonis
€ 2.000.000
39,1%
Onderzoek leefbaarheid Vierlingsbeek
€ 35.000
0,7%
Bijdrage stichting Een Goei Leven
€ 20.000
0,4%
Programma Goed Leven -Leefbaarheid land van Cuijk
€ 100.000
2,0%
Klimaatplein Heusden
€ 70.000
1,4%
Leefbaarheidsmonitor Meierijstad
€ 40.000
0,8%
Leefbaarheidsimpuls en koppelkansen Omnipark Erp
€ 60.000
1,2%
Leefbaarheidsinitiatieven en kernendemocratie Meierijstad
€ 70.000
1,4%
Gezond agrarisch productlandschap en innovatieve verdienmodellen Landerd
€ 15.000
0,3%
Krachtige Kernen in de Maashorst Landerd
€ 155.000
3,0%
Initiatief gemeenschap Schaijk Landerd
€ 75.000
1,5%
Beschikbare bijdrage provincie Programma samenleving gedurende twee jaar
2,9% € 150.000
Gevraagde bijdrage Rijk
2,9% 27,2%
Procesgelden kernendemocratie in 8 kernen
€ 500.000
9,8%
Ontwikkelen leefbaarheidsmonitor t.b.v. meerdere gemeenten
€ 100.000
2,0%
Versnellen en breder ontwikkeling programma Goed Leven – leefbaarheid LvC in samenhang met totaal 8 gemeenten
€ 342.000
6,7%
Aanvullend onderzoek en expertise t.b.v. overdraagbaarheid, onderbouwing en versnellen van ervaringen en kennis
€ 90.000
1,8%
Ontwikkelen toolbox en bundelen van kennis en ervaring
€ 30.000
0,6%
Programmamanager stg Een Goei Leven t.b.v. versnellen in professionaliseren en verbreden van werkzaamheden en impact
€ 80.000
1,5%
Versnellen leefbaarheidsinitiatieven en kernendemocratie Meierijstad
€ 45.000
0,9%
Versnellen Krachtige kernen in de Maashorst Landerd
€ 60.000
1,1%
Versnellen kernendemocratie Land van Cuijk (5 gemeenten)
€ 90.000
1,7%
Opzetten regionale samenwerking en netwerk ter bevordering van verbreding van programma Goed Leven
€ 65.000
1,3%
Mogelijke (Europese) cofinanciering Overige financiering (maatschappelijke organisaties, corporaties)
n.v.t. n.t.b.
Overige financiering (ondernemers)
5,9%
Bijdrage ondernemers aan stg. Een Goei Leven 2020-2021
€ 288.800
5,6%
Bijdrage ondernemers aan stg Een Goei Leven 2020
€ 15.000
0,3%
€ 5.120.800
100,0%
Totaal financiering
12. Is het mogelijk om een onderdeel van het project / gefaseerd uit te voeren (minimum variant)? Indien ja, wat is dan het minimaal benodigd bedrag? De beoogde werkwijze vraagt voornamelijk een investering vooraf (opstart fase) t.b.v. verbreding en regionale samenwerking. Een gefaseerde uitvoering betekent vooral een verlenging van het programma en daarmee een langere doorlooptijd met extra kosten.
13. Fasering van uitgaven (2020-2022) : Overzicht meerjarige kosten 2020: 2021: 2022: 14. Alternatieve scenario’s, indien geen financiering vanuit de Regiodeal verkregen wordt: Wanneer er geen financiering wordt verkregen. Vervalt de brede programmatische aanpak. De kernendemocratie zal worden ingezet enkel vanuit het Land van Cuijk. Initiatieven vanuit de kernen worden ontwikkeld wanneer deze passen binnen de begroting en daar in opgenomen zijn. Daarmee zal de doorlooptijd zeer beperkt zijn (minimaal 2 jaar vertraging t.a.v. behaalde resultaten). Tevens wordt de leefbaarheidsmontor niet ingezet, waardoor een bewijsvoering van de resultaten achterblijft. De kennisoverdracht wordt niet opgezet en kennis wordt slechts beperkt en fragmentarisch gedeeld. 15. Andere vragen aan het rijk of de regio: bijv. experimenteer-ruimte, kennisinbreng vanuit het Rijk, etc. Zie 7 16. Risico’s, beheersmaatregelen en aandachtspunten: Risico’s en beheersmaatregelen: • Te veel regionale focus • Primaire betrokkenheid is de eigen gemeenschap, het gezamenlijke belang is enkel van belang wanneer dit aan de eigen gemeenschap waarde toevoegt. • Te veel structuur en te weinig DOEN Aandachtspunten: • Professionaliseer zonder de initiatieven en de betrokken personen te overvragen • Primair belang is de eigen gemeenschap
•
Overdraagbaarheid en programmatische aanpak
Bijlage(n): (optioneel) Toe te voegen bijlagen: projectplan / projectorganisatie / gedetailleerde en meerjarige begroting, etc. 1) Meerjarenbegroting stichting Een Goei Leven 2) Meerjarenplan stichting een Goei Leven 3) Dorpsplan Langenboom 4) Ambitiedocument Klimaatplein Heusden 5) Subsidieaanvraag Klimaatplein Right 2 Challenge 6) “Uitvoeringsprogramma gemeente Sint Anthonis” 7) Plan en begroting Kernendemocratie Land van Cuijk