CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

03.11 Bijlagen toelichting_Bijlage 9 Geuronderzoek.pdf

Mill - raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: BP Beerseweg 265.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ONDERZOEK GEURHINDER VEEHOUDERIJEN WONINGBOUW BEERSEWEG 26 MILL

1

De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T 073 594 10 11 F 073 594 11 20 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 NL21 INGB 0001 0833 26 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01

Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:

Onderzoek geurhinder veehouderijen Beerseweg 26 Mill 20191402.v02 20 februari 2020 Bureau Verkuylen

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

2

INHOUDSPGAVE 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 4

1.1. 1.2.

Situatie ......................................................................................................................................... 4 Vraagstelling ................................................................................................................................ 5

2.

WETTELIJK KADER ...................................................................................................................... 6

2.1. 2.2. 2.3.

Wet geurhinder en veehouderij ................................................................................................... 6 Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten .......................................... 6 Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen ............................................................... 6

3.

UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN .............................................................................. 8

3.1. Uitgangspunten veehouderijen .................................................................................................... 8 3.2. Geuremissie en geurimmisie ....................................................................................................... 8 3.3. Verschillende beoordelingen ....................................................................................................... 8 3.3.1. Voorgrondbelasting.............................................................................................................. 8 3.3.2. Afstanden ............................................................................................................................. 9 3.4. 3.5. 3.6. 3.7.

Achtergrondbelasting ................................................................................................................. 10 Geurbelasting versus geurhinder .............................................................................................. 11 Geurgevoelig object ................................................................................................................... 11 Bebouwde kom .......................................................................................................................... 12

4.

GEURBEREKENINGEN ............................................................................................................... 14

4.1. 4.2. 4.3.

Afstanden ................................................................................................................................... 14 Voorgrondbelasting ................................................................................................................... 17 Achtergrondbelasting ................................................................................................................. 17

5.

CONCLUSIE.................................................................................................................................. 19

BIJLAGE BIJLAGE BIJLAGE BIJLAGE

I. II. III. IV.

KAART AFSTANDEN ............................................................................................... 20 KAART AFSTANDEN WORST-CASE ..................................................................... 21 KAART ACHTERGRONDBELASTING .................................................................... 22 VEEHOUDERIJGEGEVENS .................................................................................... 23

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

3

1.

INLEIDING

1.1.

Situatie

De initiatiefnemer heeft het voornemen om drie woningen te realiseren op het perceel aan Beerseweg 26 in Mill. Het plangebied is aangegeven op afbeelding 1.

Afbeelding 1. Plangebied Bron: PDOK

In de omgeving van het plangebied liggen enkele veehouderijen. Nagegaan moet worden of het aspect geur ten aanzien van de veehouderijen van invloed is op het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van te bestemmen geurgevoelige objecten. Verder moet worden nagegaan of te realiseren geurgevoelige objecten een belemmering vormen voor de veehouderijen. In dit rapport wordt het onderzoek naar de ligging van de geur- en afstandscontouren en naar de overige geuraspecten voor de ruimtelijke ontwikkeling beschreven.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

4

1.2.

Vraagstelling

Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: 1. Is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat gegarandeerd? 2. Worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Het onderzoek dat in dit kader is uitgevoerd beperkt zich tot geur afkomstig van veehouderijbedrijven. De meest recente milieuhygiënische inzichten liggen vast in de Wet geurhinder en veehouderij. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten en achtergronden die in dit onderzoek worden gebruikt. De beoordeling van de geursituatie wordt beschreven in hoofdstuk 4. Ten slotte volgen in hoofdstuk 5 de conclusies.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

5

2.

WETTELIJK KADER

2.1.

Wet geurhinder en veehouderij

In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten. De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. Dit verspreidingsmodel geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Enkele begrippen uit de Wgv die relevant zijn en gebruikt worden in dit rapport, zijn nader toegelicht in hoofdstuk 3.

2.2.

Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten

Op 1 januari 2013 is een grote wijziging van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling in werking getreden. Met de wijziging zijn meer veehouderijen onder de regels van het Activiteitenbesluit komen te vallen. Daarbij is onder meer de beoordeling van geur conform de Wet geurhinder en veehouderij (zoals toegelicht in hoofdstuk 3 van dit rapport) meegenomen. De toetsing aan middels geurverordeningen aangepaste geurnormen en afstanden geldt ook voor veehouderijen die onder de regels van het Activiteitenbesluit vallen.

2.3.

Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet worden gewaarborgd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat op plaatsen waar het vestigen van een (geur)gevoelig object mogelijk wordt gemaakt. Verder moet worden voorkomen dat bestaande veehouderijen onevenredig in hun belangen worden geschaad. Om de milieucontouren te bepalen moet worden uitgegaan van de ‘omgekeerde werking’ van de milieuregelgeving. In de bestemmingsplantoets wordt daartoe getoetst of ter plaatse van de te bestemmen geurgevoelige objecten voldaan wordt aan de eisen die de milieuregelgeving stelt. Voor het aspect geur van veehouderijen moet een toets op grond van de Wgv worden uitgevoerd. De geplande geurgevoelige objecten moeten zijn gelegen buiten de wettelijk geldende geur- en afstandscontouren van de aanwezige veehouderijen. Bij de toets moet worden uitgegaan van de omvang van de veestapel volgens de verleende vergunning of ingediende melding. Uit jurisprudentie1 blijkt dat voor de geurcontouren of aan te houden afstanden in principe moet worden uitgegaan van de randen van het bouwvlak. De rand van het bouwvlak wordt aangehouden omdat de veehouderij in principe het recht heeft om overal binnen het bouwvlak te bouwen. In sommige gevallen kan niet het volledige bouwvlak

1

ABRvS 201205174/1/R4, 22 januari 2014

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

6

worden benut, vanwege de ligging ten opzichte van reeds bestaande geurgevoelige objecten. In dergelijke gevallen wordt uitgegaan van het reëel te benutten bouwvlak. Alleen in het geval dat sprake is van een overbelaste situatie (in de betreffende richting), kan van deze werkwijze worden afgeweken. Van een overbelaste situatie is sprake als in de vergunde situatie niet wordt voldaan aan de geurnorm of afstand. In dat geval kan een veehouderij de ‘geurrechten’ in de betreffende richting niet anders gebruiken dan in de vergunde situatie het geval is (het gaat daarbij om stallen en emissiepunten). Voor het bepalen van de geur- en afstandscontouren kan dan worden uitgegaan van de ligging van de vergunde stallen en emissiepunten. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat een bestaande veehouderij niet onevenredig in haar belangen mag worden geschaad. Deze werkwijze staat ook beschreven in de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij. Een te bestemmen geurgevoelig object moet buiten de wettelijk geldende geurcontouren van de omliggende veehouderijen liggen, om niet blootgesteld te worden aan te veel geurhinder. Bij veehouderijen met dieren waarvoor afstanden gelden moet het nieuwbouwplan buiten de wettelijk geldende minimale afstand plaatsvinden.

Binnen de geur- en afstandscontouren rondom de (bouwvlakken van de) veehouderijen, is geen sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Dit houdt in dat binnen deze contouren geen nieuwe bestemming mag worden vastgelegd, die het realiseren van geurgevoelige objecten mogelijk maakt. Op die manier wordt een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat gewaarborgd en wordt voorkomen dat het veehouderijbedrijf in haar mogelijke ontwikkeling belemmerd wordt. Het woon- en verblijfsklimaat in een gebied wordt behalve door de geurbelasting per veehouderij (voorgrondbelasting) ook bepaald door de achtergrondbelasting, de geurbelasting ten gevolge van alle veehouderijen samen. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de geurbelasting en geurhinder in een specifiek gebied acceptabel zijn.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

7

3.

UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN

3.1.

Uitgangspunten veehouderijen

Het onderzoek naar de geursituatie gaat uit van de aanwezige veehouderijen en de bestaande geurgevoelige objecten. In het onderzoek wordt zowel de vergunde geursituatie als de worst-case geursituatie beschouwd. De geurbelasting wordt bepaald op grond van geurberekeningen voor de voor- en achtergrondbelasting. Aan de hand hiervan kan ook het woon- en verblijfsklimaat bepaald worden. Voor de huidige situatie worden de vergunde of gemelde bedrijfssituaties gehanteerd. In de worst-case situatie wordt aangehouden dat alle bestaande bebouwing wordt afgebroken en zodanig wordt teruggebouwd dat de geur- en afstandscontouren zo veel mogelijk richting het te bestemmen geurgevoelige object komen te liggen.

3.2.

Geuremissie en geurimmisie

De geuremissies worden uitgedrukt in Europese odour units (Europese geureenheden) per tijdseenheid: ouE/s. Deze geuremissies zijn bepaald op basis van metingen aan de geurconcentraties uit stallen. De emissiefactoren per dier staan weergegeven in bijlage 1 van de Rgv. De geurbelastingen (geurimissies) worden uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht: ouE/m3. Hiermee wordt het 98-percentiel van de geurconcentratie bedoeld. Dat is de geurconcentratie, berekend met een verspreidingsmodel, welke gedurende 2 procent van een jaar wordt overschreden.

3.3.

Verschillende beoordelingen

3.3.1.

Voorgrondbelasting

Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). De standaardnormen uit de Wgv zijn in tabel 1 opgenomen. Tabel 1. Geurnormen volgens de Wet geurhinder en veehouderij 2

Ligging geurgevoelig object *

Binnen bebouwde kom

Concentratiegebied 3 ouE/m3 Geen concentratiegebied 2 ouE/m3 * de gemeente Mill en Sint Hubert ligt in een concentratiegebied.

2

Buiten bebouwde kom 14 ouE/m3 8 ouE/m3

gebied als aangegeven in bijlage I bij de Meststoffenwet

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

8

De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt in een gebied waarvoor de gemeente Mill en Sint Hubert in haar ‘Verordening geurhinder en veehouderij 2007’ een geurnorm van 12 ouE/m3 heeft vastgesteld. De percelen direct ten zuiden van het plangebied (onder andere Beerseweg 24) behoren volgens de geurverordening tot de bebouwde kom, waarvoor een geurnorm van 2 ouE/m3 is vastgesteld. Dit is toegelicht op afbeelding 2.

Afbeelding 2. Geurnormen Bron: PDOK

Bij het beoordelen van vergunningaanvragen is voor het bepalen van de geurbelasting het gebruik van het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning 2010 voorgeschreven. Hiermee kan op vooraf ingegeven locaties de geurbelasting worden berekend. Om een goed beeld van de geurbelasting te verkrijgen is het wenselijk om geurcontouren te kunnen berekenen en tekenen. Dit is mogelijk met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De berekende waarden voor de geurbelasting zijn bij beide verspreidingsmodellen gelijk (sinds versie 2010). Hiertoe moeten alle parameters, inclusief de rekennauwkeurigheid (20%) en ruwheid in V-Stacks Gebied gelijk worden gesteld aan de parameters in V-Stacks Vergunning.

3.3.2.

Afstanden

Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er gehouden wordt en worden gemeten

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

9

vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden. De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaard afstandseisen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt in een gebied waarvoor de gemeente Mill en Sint Hubert in haar ‘Verordening geurhinder en veehouderij 2007’ een afstand van 50 meter heeft vastgesteld. De percelen direct ten zuiden van het plangebied (onder andere Beerseweg 24) behoren volgens de geurverordening tot de bebouwde kom, waarvoor een afstand van 100 meter is vastgesteld. Dit is toegelicht op afbeelding 2. De afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf (onafhankelijk van de diersoort die er gehouden wordt) minimaal 25 meter bedragen tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 50 meter bedragen tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom (gevel-gevel afstand). De bedrijfswoning die tot dezelfde veehouderij behoort wordt overigens niet aangemerkt als geurgevoelig object. Ten slotte geldt voor een geurgevoelig object dat deel uitmaakt van een veehouderij een afstand van 50 meter als deze is gelegen buiten de bebouwde kom en een afstand van 100 meter als deze is gelegen binnen de bebouwde kom. Voor geurgevoelige objecten die deel uitmaken van een veehouderij wordt dus niet getoetst aan de normen voor de voorgrondbelasting, zoals weergegeven in paragraaf 3.3.1.

3.4.

Achtergrondbelasting

De normen op grond van de Wgv gelden voor de geurbelasting van een individuele veehouderij. De (hoogste) geurbelasting van een individuele veehouderij op een geurgevoelig object wordt ook wel ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Dit is vergelijkbaar met het begrip cumulatieve stankhinder uit de ‘stankrichtlijnen’. Het verschil tussen voorgrondbelasting en achtergrondbelasting wordt toegelicht in de op afbeelding 3. Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting 11 ouE/m3

3 ouE/m3

4 ouE/m3 6 ouE/m

3

Afbeelding 3. Voorgrondbelasting versus achtergrondbelasting Fictieve situatie

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

10

De Wgv kent geen normen voor de achtergrondbelasting of de mogelijkheid dergelijke normen te stellen. De achtergrondbelasting die optreedt of op kan treden is dan ook een gevolg van de aanwezige veehouderijen en de individuele geurbelasting. De gemeenteraad beoordeelt of de milieukwaliteit (de mate van geurhinder) die behoort bij een bepaalde achtergrondbelasting acceptabel is en of deze past binnen de doelstellingen voor een gebied.

3.5.

Geurbelasting versus geurhinder

In de Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij is beschreven hoe kan worden bepaald hoeveel geurhinder kan worden verwacht in een gebied, gelet op de geurbelasting die daar is berekend. Op grond van de berekende geurbelastingen wordt met behulp van de tabellen A (achtergrondbelasting) en B (voorgrondbelasting) uit bijlage 6 van de Handreiking de te verwachten geurhinderpercentages bepaald. Het hoogste geurhinderpercentage (voorgrondbelasting of achtergrondbelasting) is maatgevend voor de geursituatie. Deze percentages zijn bedoeld om een vertaalslag te maken tussen de waarden voor de geurbelasting en de milieukwaliteit. De percentages zijn afkomstig uit het ‘Geuronderzoek stallen intensieve veehouderij’ (PRA Odournet, 2001). De geursituatie wordt beschreven in termen van milieukwaliteit, onderverdeeld in acht categorieën van ‘zeer goed’ tot ‘extreem slecht’. Deze termen zijn afkomstig uit de ‘GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002)’. Dit is beschreven in bijlage 7 van de Handreiking. Een overzicht van de geurbelasting in relatie tot de geurhinderpercentages en de milieukwaliteit is te zien in tabel 2. Tabel 2.

Woon- en verblijfsklimaat versus geurgehinderden versus geurbelasting Milieukwaliteit Geurgehinderden Voorgrondbelasting* Achtergrondbelasting* Zeer goed 0–5% 0 – 1,5 ouE/m3 0 - 3 ouE/m3 3 Goed 5 – 10 % 1,5 – 3,7 ouE/m 3 - 8 ouE/m3 3 Redelijk goed 10 – 15 % 3,7 - 6,5 ouE/m 8 – 13 ouE/m3 3 Matig 15 – 20 % 6,5 – 10 ouE/m 13 – 20 ouE/m3 3 Tamelijk slecht 20 – 25 % 10 – 14 ouE/m 20 – 28 ouE/m3 3 Slecht 25 – 30 % 14 – 19 ouE/m 28 – 38 ouE/m3 3 Zeer slecht 30 – 35 % 19 – 25 ouE/m 38 – 50 ouE/m3 3 Extreem slecht 35 – 40 % 25 – 32 ouE/m 50 – 65 ouE/m3 * deze waarden gelden alleen voor concentratiegebieden, voor niet-concentratiegebieden bestaan andere waarden. De gemeente Mill en Sint Hubert ligt in een concentratiegebied.

De omschrijving van de milieukwaliteit kan niet op zichzelf worden gezien. De beleving van deze aanduidingen sluit het beste aan bij woongebieden. Ook dan is er in de beleving van geur een hele stap tussen de twee opeenvolgende categorieën, zoals ‘redelijk goed’ en ‘matig’. Het verschil in geur tussen twee klassen kan nabij de grens daartussen (op korte afstand) niet worden waargenomen. Het ‘gat’ bestaat alleen tekstueel, omdat de geurbelastingen en hinderpercentages op elkaar aansluiten.

3.6.

Geurgevoelig object

Een geurgevoelig object is in de Wgv gedefinieerd als: 'gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

11

menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt'. Alleen een gebouw kan een geurgevoelig object zijn. Duidelijk is dat een woning een geurgevoelig object is, mits deze een positieve planologische bestemming heeft en feitelijk geschikt is en gebruikt wordt om in te wonen. Of een ander gebouw (niet zijnde een woning), bijvoorbeeld een bedrijfsgebouw een geurgevoelig object is moet worden beoordeeld aan de hand van de criteria die in de definitie verder zijn opgenomen. Het gebouw is bestemd voor menselijk verblijf. Gezien de toelichting op de Wgv betekent dit dat de locatie volgens een geschikte planologische bestemming een functie moet hebben voor menselijk verblijf. In een kantoorgebouw, werkruimte of expeditieruimte kunnen zich mensen ophouden. Het gebouw is blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk verblijf. Het gebouw moet zodanig zijn (aard, indeling en inrichting) dat het feitelijk gezien ook mogelijk is om in het gebouw te verblijven. Als aan het voorgaande wordt voldaan zal dit in de praktijk normaliter ook het geval zijn. Het gebouw wordt daarvoor (menselijk verblijf) permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, gebruikt. Onduidelijk is wat onder permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik wordt verstaan.

Waar de grens ligt in de mate van gebruik zal uit de jurisprudentie moeten blijken. Gelet op de definitie wordt er van uitgegaan dat gebouwen, waarin zich gedurende langere tijd, vrijwel dagelijks (meerdere) mensen verblijven (in dit geval werken) aangemerkt worden als geurgevoelig object. Dit wordt bevestigd in jurisprudentie (onder andere ABRvS 200709155/1 van 24 december 2008, ABRvS 200801961/1 van 11 maart 2009, ABRvS 200902795/5/R3 van 14 oktober 2009 en ABRvS 201202274/1/A1 van 10 oktober 2012). Het plan voorziet in de realisatie van geurgevoelige objecten.

3.7.

Bebouwde kom

Het begrip bebouwde kom is in de Wgv niet gedefinieerd, evenmin als in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro). In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel van de Wgv is aangegeven dat de grens van de bebouwde kom ‘niet wordt bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving’. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. Als bebouwde kom wordt beschouwd: ‘het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft’ en waarin (dus) veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen of verblijven. InfoMil concludeert in haar handleiding behorend bij de Wgv dat het voor de hand ligt om voor de grenzen van de bebouwde kom aan te sluiten bij wat in de ruimtelijke ordening (het plaatselijke bestemmingsplan) daaronder wordt verstaan.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

12

Of een bepaalde omgeving een bebouwde kom is zal per geval moeten worden bepaald. Zoals gezegd is dit niet eenduidig gedefinieerd. De volgende zaken spelen in deze afweging en rol: - dichtheid bebouwing; - aard en structuur van de omgeving en bebouwing; - planologische karakter. Mogelijk dat ook de historische situatie een rol speelt. Voor woningen gaan wij uit van een bebouwde kom, als deze in een woonwijk of woongebied zijn gelegen, waarbij de erven aan meerdere zijden aan elkaar aansluiten. Woningen die geconcentreerd zijn gelegen in een op zichzelf staande lintbebouwing beschouwen wij niet als bebouwde kom. Deze opvatting sluit aan bij de jurisprudentie over het begrip bebouwde kom zoals dat werd gehanteerd in de brochure veehouderij en Hinderwet (één van de 'stankrichtlijnen') en in de Stankwet. De te realiseren geurgevoelige objecten maken geen onderdeel uit van een bebouwde kom.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

13

4.

GEURBEREKENINGEN

In de omgeving van het plangebied liggen veehouderijen. Deze veehouderijen en de totale geuremissies zijn aangegeven op afbeelding 4.

Afbeelding 4. Veehouderijen en geuremissies Bron: PDOK

4.1.

Afstanden

Gelet op de afstanden is de paardenhouderij aan Beerseweg 29 maatgevend. Voor de paardenhouderij is op 23 april 2012 een melding op grond van het Besluit landbouw ingediend voor de volgende veebezetting:

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

14

In paragraaf 3.3.2 is toegelicht dat voor dieren waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld een afstand van 50 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object binnen het plangebied in acht moet worden genomen. Op afbeelding 4 en op de kaart in bijlage I is de afstandscontour van 50 meter rondom de paardenstallen weergegeven.

Afbeelding 4. Afstanden Bron: PDOK

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

15

Het plangebied ligt buiten de afstandscontour van 50 meter rondom de paardenstallen van veehouderijen. Ten aanzien van afstanden is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. De paardenhouderij heeft nog mogelijkheden om stallen binnen het bouwvlak te verplaatsen. Om rekening te houden met de belangen van de paardenhouderij zijn ook de worst-case afstandscontouren in beeld gebracht. Dit zijn de maximale afstandscontouren die zich voor kunnen doen, rekening houdend met de belemmering door bestaande geurgevoelige objecten (Beerseweg 26 Beerseweg 27 in het buitengebied en Beerseweg 24 in de bebouwde kom). Ook is rekening gehouden met het feit dat het onwaarschijnlijk en onlogisch is dat ter plaatse van de bedrijfswoning en garage van Beerseweg 29 stallen worden opgericht. Op afbeelding 5 en op de kaart in bijlage II zijn de worst-case afstandscontouren weergegeven.

Afbeelding 5. Afstanden worst-case situatie Bron: PDOK

De te realiseren woningen liggen buiten de worst-case afstandscontour van 50 meter. Ten aanzien van afstanden is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat en de belangen van de paardenhouderij worden niet geschaad.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

16

4.2.

Voorgrondbelasting

Gezien de berekende achtergrondbelasting (cumulatieve geurbelasting van alle veehouderijen binnen 2 kilometer) van 9,9 ouE/m3 ter plaatse van de meest noordoostelijke hoek van het perceel is het zeer onwaarschijnlijk dat de geurnorm van 12 ouE/m3 door een individuele veehouderij ter plaatse van de te realiseren woningen wordt overschreden. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Omdat tussen de veehouderijen met een relevante geuremissie en het plangebied bestaande woningen zijn gelegen (waarvoor ook de geurnorm van 12 ouE/m3 geldt) vormen de te realiseren woningen geen belemmering voor die veehouderijen. Veehouderijen worden niet in hun belangen geschaad.

4.3.

Achtergrondbelasting

De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen (zie paragraaf 3.3.3). De geuremissie is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. Bij een onderzoek naar de achtergrondbelasting worden alle veehouderijen binnen een straal van twee kilometer van het plangebied betrokken. Op basis van Web-BVB van de provincie Noord-Brabant3 zijn de relevante veehouderijen geselecteerd en zijn de totale geuremissie en de overige (algemene) parameters voor de geurberekeningen bepaald. De gegevens zijn opgenomen in bijlage IV. De achtergrondbelasting is berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De rekeninstellingen zijn als volgt:

3

https://bvb.brabant.nl/webbvb, export 12 december 2019

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

17

De achtergrondbelasting is weergegeven op afbeelding 6 en op de kaart in bijlage III. De achtergrondbelasting is weergegeven in verschillende klassen van het woon- en verblijfsklimaat (zie tabel 2 paragraaf 3.4).

Afbeelding 7. Achtergrondbelasting Bron: PDOK

De hoogst berekende geurbelasting doet zich voor op de meest noordoostelijke hoek van het perceel e bedraagt ongeveer 9,9 ouE/m3. Dit komt overeen met een ‘redelijk goed’ woon- en verblijfsklimaat, zie tabel 2 in paragraaf 3.4. In tabel 2 in paragraaf 3.4 is ook te zien dat bij een individuele geurbelasting (voorgrondbelasting) van 12 ouE/m3 (de geurnorm) ook een ‘tamelijk slecht’ woon- en verblijfsklimaat hoort. Dit woon- en verblijfsklimaat wordt op grond van de geurverordening aanvaardbaar geacht voor geurgevoelige objecten binnen het plangebied. Het woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van de achtergrondbelasting is beter dan het woon- en verblijfsklimaat dat op grond van de geurverordening aanvaardbaar wordt geacht. De achtergrondbelasting vormt geen belemmering voor het plan.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

18

5.

CONCLUSIE

In dit onderzoek is de geur van veehouderijen ten aanzien van het plan aan Beerseweg 26 in Mill onderzocht. In deze conclusie wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen, zoals gesteld in paragraaf 1.2. In hoofdstuk 4 van dit rapport is toegelicht dat de te realiseren woningen de geur- en afstandscontouren van veehouderijen in de omgeving liggen. Verder is toegelicht dat ten aanzien van afstanden sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat en dat veehouderijen niet in hun belangen worden geschaad. Ook ten aanzien van de achtergrondbelasting is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Geurhinder van veehouderijen vormt geen belemmering voor het plan.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

19

BIJLAGE

I.

Kaart afstanden

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

20

Bijlage I - Afstanden vergunde situatie

bron: PDOK - Kadaster - OSM - RO-online

Schaal 1 : 2.000

20 februari 2020

De Roever Omgevingsadvies • www.deroever.nl • 073 - 594 10 11

BIJLAGE

II.

Kaart afstanden worst-case

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

21

Bijlage II - Afstanden worst-case situatie

bron: PDOK - Kadaster - OSM - RO-online

Schaal 1 : 2.000

20 februari 2020

De Roever Omgevingsadvies • www.deroever.nl • 073 - 594 10 11

BIJLAGE

III.

Kaart achtergrondbelasting

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

22

Bijlage III - Achtergrondbelasting

bron: PDOK - Kadaster - OSM - RO-online

Schaal 1 : 10.000

20-02-2020

De Roever Omgevingsadvies • www.deroever.nl • 073 - 594 10 11

BIJLAGE

IV.

Veehouderijgegevens

Onderzoek geurhinder veehouderijen Bureau Beerseweg 26 Mill Datum: 20 februari 2020 ; Referentie: 20191402.v02

23

Bijlage IV - Veehouderijgegevens IDNR X Y EPH GEBH UITTR DIAM EVERG EMAX Gemeente 10001 183289 409909 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10002 182992 410445 5 6 0.5 4 6619 6619 Mill en Sint Hubert 10003 181192 412592 5 6 0.5 4 71226 71226 Mill en Sint Hubert 10004 181137 412646 5 6 0.5 4 12705 12705 Mill en Sint Hubert 10005 183449 411118 5 6 0.5 4 4991 4991 Mill en Sint Hubert 10006 183495 411070 5 6 0.5 4 6088 6088 Mill en Sint Hubert 10007 183572 410911 5 6 0.5 4 67262 67262 Mill en Sint Hubert 10008 182666 413387 5 6 0.5 4 676 676 Mill en Sint Hubert 10009 181888 412415 5 6 0.5 4 1495 1495 Mill en Sint Hubert 10010 181275 412282 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10011 181241 412413 5 6 0.5 4 210 210 Mill en Sint Hubert 10012 181578 413041 5 6 0.5 4 35200 35200 Mill en Sint Hubert 10013 182609 412157 5 6 0.5 4 2376 2376 Mill en Sint Hubert 10014 182528 412159 5 6 0.5 4 46352 46352 Mill en Sint Hubert 10015 182578 412231 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10016 182525 412432 5 6 0.5 4 87848 87848 Mill en Sint Hubert 10017 181392 412898 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10018 182151 412248 5 6 0.5 4 15700 15700 Mill en Sint Hubert 10019 182159 412367 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10020 182664 412059 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10021 184403 411841 5 6 0.5 4 390 390 Mill en Sint Hubert 10022 184452 411677 5 6 0.5 4 11500 11500 Mill en Sint Hubert 10023 184313 412195 5 6

0.5 4 363 363 Mill en Sint Hubert 10024 184074 412255 5 6 0.5 4 7120 7120 Mill en Sint Hubert 10025 184100 412211 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10026 184139 412165 5 6 0.5 4 356 356 Mill en Sint Hubert 10027 184319 411945 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10028 184055 410522 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10029 184214 410307 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10030 183609 409833 5 6 0.5 4 23305 23305 Mill en Sint Hubert 10031 183716 410429 5 6 0.5 4 2294 2294 Mill en Sint Hubert

Dossier 5451GZ79 5451HB16 5451NA30 5451NA34 5451HR7 5451HR7A 5451HR9 5451HS20 5451ND7 5451NA37 5451NA41 5451ND40 5451NL26 5451NL27 5451NL28 5451NL30 5451NG16 5451NJ24 5451NK1 5451NL22 5451NN58 5451NN64 5451NP5 5451NN38 5451NN40A 5451NN42 5451NN54 5454GB23 5454GB31 5454GP6 5454NZ5

Adres Wanroijseweg 79 Molenkuilweg 16 Graafseweg 30 Graafseweg 34 Voordijk 7 Voordijk 7A Voordijk 9 Tongelaar 20 Roijendijk 7 Graafseweg 37 Graafseweg 41 Roijendijk 40 Krommedijk 26 Krommedijk 27 Krommedijk 28 Krommedijk 30 Paulweg 16 Molendijk 24 Vissteeg 1 Krommedijk 22 Achterdijk 58 Achterdijk 64 Cuijksedijk 5 Achterdijk 38 Achterdijk 40A Achterdijk 42 Achterdijk 54 Voordijk 23 Voordijk 31 Kievitsdwarsweg 6 Koekoekseweg 5

Plaats MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL SINT HUBERT SINT HUBERT SINT HUBERT SINT HUBERT

IDNR X Y EPH GEBH UITTR DIAM EVERG EMAX Gemeente 10032 184550 411113 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10033 183222 411320 5 6 0.5 4 27376 27376 Mill en Sint Hubert 10034 183209 411375 5 6 0.5 4 1130 1130 Mill en Sint Hubert 10035 183324 411515 5 6 0.5 4 96883 96883 Mill en Sint Hubert 10036 183732 411677 5 6 0.5 4 29557 29557 Mill en Sint Hubert 10037 184370 412265 5 6 0.5 4 1246 1246 Mill en Sint Hubert 10038 182719 411549 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10039 183525 412654 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10040 183135 411367 5 6 0.5 4 42672 42672 Mill en Sint Hubert 10041 183569 412973 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10042 183112 411038 5 6 0.5 4 23887 23887 Mill en Sint Hubert 10043 183273 411143 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10044 183255 410512 5 6 0.5 4 25632 25632 Mill en Sint Hubert 10045 183354 410413 5 6 0.5 4 60271 60271 Mill en Sint Hubert 10046 180775 411455 5 6 0.5 4 0 0 Mill en Sint Hubert 10047 182131 411854 5 6 0.5 4 55 55 Mill en Sint Hubert 10048 181094 411017 5 6 0.5 4 61 61 Mill en Sint Hubert

Dossier 5454NT96 5451NT26 5451NT27 5451NV1 5451NV4A/B 5451NP9 5451NR29 5451NR65 5451NT25 5451PC3 5451NW28 5451NW36 5451PB23 5451PB25 5451PR6 5451VS2 5451XK42

Adres Achterdijk 96 Kolkweg 26 Kolkweg 27 Wollenbergseweg 1 Wollenbergseweg 4A/B Cuijksedijk 9 Beerseweg 29 Beerseweg 65 Kolkweg 25 Lochtjesweg 3 Brandsestraat 28 Brandsestraat 36 Sint Hubertse Binnenweg 23 Sint Hubertse Binnenweg 25 Zwaluwstraat 6 Graafseweg 2 Lijsterstraat 42

Plaats SINT HUBERT MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL MILL

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=5444d716-4766-4973-90ae-00c93b9db6b9