01. Vernieuwd partnership gemeenten - IBN rv.docx
Tekst van het document
documentnr.: D/21/262069 - zaaknr.: Z/21/274411
Raadsvoorstel Onderwerp
: Vernieuwd partnership IBN - gemeenten
Datum
: 25 februari 2021
Portefeuillehouder
: A.M. Henisch-Hulsman
Afdeling
: Sociaal Domein/Werk en Inkomen
Commissie
: Ruimte, inwoners en bestuur
In te vullen door de griffie
:
Nummer raadsvoorstel
:
Datum commissie
: 20 april 2021
Agendapunt commissie
:
Datum raad
: 11 mei 2021
Agendapunt raad
:
Samenvatting voorstel Het college wil het partnership gemeenten-IBN graag continueren vanuit de visie dat er een parallelle arbeidsmarkt nodig is voor behoud van werkgelegenheid voor de doelgroepen van de Participatiewet, in het bijzonder voor de mensen met een arbeidsbeperking. De parallelle arbeidsmarkt is de arbeidsmarkt die werk mogelijk maakt voor mensen die niet (of nog niet) op de reguliere arbeidsmarkt aan het werk kunnen. IBN heeft een infrastructuur die deze parallelle arbeidsmarkt organiseert. Met de nieuwe afspraken willen we de samenwerking tussen gemeenten en IBN verbeteren zodat we meer gebruik maken van elkaars expertise en de verwachtingen die we van elkaar hebben beter op de doelgroepen van de Participatiewet afstemmen.
Voorstel besluit 1. Het partnership gemeenten-IBN te continueren met nieuwe afspraken vanaf 1-7-2021 en het partnership voor onbepaalde tijd te verlengen. 2.
Voor het vernieuwd partnership voor de gemeente Grave uit te gaan van scenario II. In dit scenario gaan gemeenten en IBN op basis van een netwerkrelatie een samenwerking aan waarmee het basispakket wordt uitgevoerd. In dit basispakket worden naast de uitvoering van de Wsw en het hoofdaannemerschap beschut werk, drie taken uitgevoerd: aanbieden van dienstverbanden aan inwoners die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet (aanbod en vraag gestuurd), aanbieden van voortrajecten en inzetten van expertise van IBN. Naast het basispakket kan IBN aan individuele gemeenten diensten uit het zogenaamde pluspakket aanbieden.
3.
IBN de opdracht te geven bij alle doelgroepmedewerkers uit de Participatiewet (inclusief de mensen in beschut werk) te investeren in hun personeelsontwikkeling. Personeelsontwikkeling is de inzet van werkgever en medewerker om de medewerker te laten groeien in kennis, ervaring en competenties. Het effect van deze inzet kan zijn dat medewerkers een reguliere
1
baan bij IBN of andere werkgevers verwerven. Regulier werk voor zoveel mogelijk mensen uit de doelgroepen van de Participatiewet blijft ook in de nieuwe afspraken het streven. 4.
Aan IBN een lumpsumbedrag te vergoeden voor het kunnen afnemen van het basispakket, ter financiering van de meerkosten voor de infrastructuur van IBN, van voortrajecten & expertise en van begeleidingskosten & personeelsontwikkeling voor medewerkers uit de doelgroep van de Participatiewet die in dienst zijn bij IBN, inclusief voor de mensen in beschut werk. De hoogte van het lumpsumbedrag is inclusief een opslag van 3% en exclusief BTW.
5.
Het lumpsumbedrag onder de gemeenten te verdelen op basis van een objectieve verdeelsleutel: op basis van het “Participatiebudget voor nieuwe doelgroepen” dat de gemeenten van het Rijk ontvangen.
6.
Het partnership gemeenten-IBN te blijven besturen door het bestuurlijk overleg partnership gemeenten-IBN, gevormd door de portefeuillehouders Werk en Inkomen van de nu nog 11 gemeenten in Noordoost-Brabant en de algemeen directeur van IBN.
7.
Met 4 uitvoeringsgebieden (Land van Cuijk, Uden/Landerd, Meierijstad/Bernheze/Boekel en Oss) te gaan werken en per gebied met 4 niveaus -directie IBN en van de gemeenten wethouders, management/uitvoering en beleid- een gezamenlijk overleg in te richten voor product- en procesontwikkeling.
Financiën Gemeenten en IBN stellen telkens voor een periode van 2 jaar (de eerste keer van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2022) vast wat de omvang van het basispakket is, welke resultaten met het basispakket worden beoogd en welke kosten daaraan verbonden zijn. Voor de gemeente Grave betekenen de bovenstaande voorstellen op financieel gebied het volgende. Grave gaat voor het 2e half jaar van 2021 een lumpsumbedrag aan IBN betalen van € 31.048 en voor 2022 een lumpsumbedrag van € 68.684. Dit is 51% van het Participatiebudget voor nieuwe doelgroepen, dat de gemeente volgens de septembercirculaire 2020 in 2021 en in 2022 ontvangt. Daarnaast betalen wij de individuele loonkostensubsidies voor mensen die vanuit de Participatiewet een dienstverband bij IBN krijgen inclusief de mensen in beschut werk. Voor mensen in beschut werk ontvangt IBN altijd een loonkostensubsidie van 70% van het wettelijk minimumloon, voor de andere mensen die vanuit de Participatiewet instromen in een dienstverband bij IBN is de hoogte van deze loonkostensubsidie afhankelijk van de feitelijke loonwaarde, maar nooit meer dan 70% van het wettelijk minimumloon. Nu betaalt elke gemeente zowel bijstandsuitkeringen als loonkostensubsidies uit het BUIG-budget.
De landelijke financiering van de loonkostensubsidies wordt vanaf 1-1-2022 uit het BUIG-budget gehaald en de financiering van deze kosten aan de gemeenten gaat plaatsvinden (deels) op basis van realisaties. Eind van het jaar komt er meer duidelijkheid over hoe deze nieuwe financieringswijze voor loonkostensubsidies er precies uit gaat zien, maar zeker is dat de realisaties in 2021 al meegenomen zullen worden bij het vaststellen van het budget voor 2022. Deze nieuwe wijze van landelijke financiering van het instrument loonkostensubsidies ondersteunt ons beleid om zoveel mogelijk mensen uit de doelgroepen van de Participatiewet te laten werken met behulp van het instrument loonkostensubsidie. Voor de volledigheid dient nog vermeld te worden, dat wij geen extra geld aan de gemeenteraad vragen voor het partnership gemeenten-IBN, maar dat wij hier bestaande budgetten (BUIG-budget en
2
Participatiebudget voor nieuwe doelgroepen) voor inzetten en nog genoeg Participatiebudget overhouden om ook voor andere doelgroepen re-integratie en begeleiding te kunnen financieren. We krijgen immers ook nog Participatiebudget voor de klassieke doelgroep via het gemeentefonds. Wettelijk kader en beleidskader Participatiewet
Communicatie en participatie 1.
Overleg intern en bestuurlijk
In het bestuurlijk overleg van 3 juli 2019 is de bestuurlijke opdracht vastgesteld. In oktober 2019 heeft de projectgroep een tussenrapportage gemaakt. De tussenrapportage is in oktober 2019 in het bestuurlijk overleg besproken. Ook is er een regionale bijeenkomst geweest met de gemeenteraads- & commissieleden van de 11 gemeenten en een regionale bijeenkomst met de adviesraden sociaal domein. Op basis van de tussenrapportage heeft de projectgroep een aantal scenario’s uitgewerkt die daarna in werksessies met de bestuurders zijn besproken. De laatste werksessie, waarbij tevens de ambtelijke stuurgroep aanwezig was, heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2020 en hier zijn de scenario’s en het advies van de projectgroep toegelicht en besproken. Op 12 oktober 2020 zijn de controllers/financiële adviseurs van de gemeenten bijgepraat over de mogelijke scenario’s en op 3 november 2020 is er een bijeenkomst met de werkgroep uitvoering partnership aangevuld met consulenten geweest over de uitvoerbaarheid van de scenario’s. Een concept eindrapportage is besproken in het bestuurlijk overleg van 9 december 2020. In januari 2021 zijn er weer bijeenkomsten voor de adviesraden sociaal domein en de gemeenteraads- & commissieleden geweest.
Op 27 januari 2021 heeft het bestuurlijk overleg een definitief besluit genomen over het advies aan de colleges van de 11 gemeenten en meteen daarna zijn de adviesraden sociaal domein door de gemeenten om advies gevraagd. Advies ASD Grave en reactie college: Het advies van de ASD Grave is positief (zie bijlage 2) 2.
Communicatie extern
Er is een persbericht gemaakt voor 9 maart j.l, het moment dat alle colleges besloten hebben over dit partnership. Het is van belang om de uitvoerende medewerkers van de gemeenten en van IBN goed te informeren over de nieuwe afspraken en de bedoeling achter deze afspraken om het vernieuwde partnership tot een succes te maken. Interne communicatie zal dan ook een belangrijk onderdeel zijn bij de implementatie van de vernieuwde afspraken. Gemeenschappelijke regeling/samenwerkingsverband Naam gemeenschappelijke regeling/samenwerkingsverband: n.v.t.
3
Toelichting op het voorstel Inleiding Het huidige partnership gemeenten-IBN loopt van 1 januari 2017 tot 1 juli 2021. Aanvankelijk tot 1 januari 2021, maar is door corona met een half jaar verlengd. In juli 2019 is een regionale bestuurlijke opdracht geformuleerd om het partnership te verlengen en nieuwe afspraken te maken. In de bijlage “Eindrapportage bestuurlijke opdracht partnership gemeenten-IBN” is het resultaat van deze bestuurlijke opdracht beschreven.
Voorgestelde beslissing(en) met argumenten en afwegingen 1.
We willen de werkgelegenheid voor mensen met een arbeidsbeperking behouden.
In slechte maar ook in goede economische tijden hebben de gemeenten een bedrijf als IBN, een sociaal ontwikkelbedrijf, nodig om mensen met een arbeidsbeperking werk te kunnen bieden en om, indien mogelijk, deze mensen zich zo te kunnen laten ontwikkelen dat regulier werk voor hen weer mogelijk wordt. 2.
Scenario II heeft de voorkeur.
Voor alle 3 de nieuwe scenario’s geldt het hoofdaannemerschap voor beschut werk: het plaatsen van mensen uit de doelgroepen van de Participatiewet inclusief mensen met een indicatie voor beschut werk en begeleiding gericht op ontwikkeling van deze mensen. In alle 3 de scenario’s zit een lumpsumfinanciering voor de infrastructurele meerkosten en de begeleiding van mensen met een gesubsidieerd dienstverband bij IBN. Het belangrijkste verschil tussen de scenario’s is de wijze van samenwerken. In scenario I is er, net als in de huidige afspraken, sprake van een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie. In scenario II gaan we uit van een netwerkrelatie en gaan we met 4 niveaus (directie IBN en van gemeenten wethouders, management/uitvoering en beleid) gezamenlijk overleg inrichten voor product- en procesontwikkeling. In de samenwerkrelatie van scenario III worden ook werkprocessen in elkaar geschoven en ontstaat er een geïntegreerd team. Per uitvoeringsgebied zou de mate waarin dit gebeurt kunnen verschillen. Het tweede verschil heeft te maken met de taken en dienstverlening. In alle 3 de scenario’s worden mensen in eerste instantie in een tijdelijke dienstverband geplaatst en nadat gebleken is dat geen uitstroom naar regulier werk mogelijk is in een structureel dienstverband. In scenario II en III komen hier voortrajecten en de inzet van expertise van IBN bij.
Het derde verschil heeft te maken met een aanbod- & vraaggerichte werkwijze en tevens wordt de doelgroep uitgebreid met de mensen met een loonwaarde van 80 tot 100% van het wettelijk minimumloon. In elk scenario willen we zo gaan werken, maar de verwachte instroom bij IBN zal naar verwachting vooral toenemen hoe meer we met elkaar netwerken en/of samenwerken. Voor meer informatie over de scenario’s, zie hoofdstuk 5 van de eindrapportage. Het college vindt dat scenario II meer waarborgen biedt voor continuïteit dan scenario I. Daarnaast is scenario III een te grote wijziging ten opzichte van bestaande processen, wat problemen in de implementatie kan opleveren. Scenario III wordt echter door het college wel gezien als de stip op de horizon om naartoe te werken.
4
3.
De kern van de opdracht voor IBN is en blijft om mensen met een arbeidsbeperking werk te bieden en zoveel mogelijk te ontwikkelen.
De visie van het college is om zoveel mogelijk mensen met een arbeidsbeperking werk te bieden en dat zij de kans moeten krijgen om zich zoveel mogelijk te ontwikkelen. 4.
Dit vergemakkelijkt de samenwerking tussen gemeenten en IBN.
Nu moet per individu bekeken worden wat de kosten zijn die de gemeenten uit het Participatiebudget vergoeden voor onder andere de begeleiding en de personeelsontwikkeling van alle mensen. Door deze kosten voortaan via een lumpsumbedrag te vergoeden is hier geen discussie per individu meer over nodig. Ook wordt er zo bespaard op administratieve kosten. Bovendien geeft het voor 2 jaar zekerheid aan de gemeenten welk deel van het Participatiebudget voor nieuwe doelgroepen zij aan de plaatsingen bij IBN kwijt zijn, ongeacht het feitelijk aantal plaatsingen. En voor IBN geeft het zekerheid, namelijk wat voor budget voor begeleiding, personeelsontwikkeling en dergelijke, IBN elk jaar van de gemeenten ontvangt voor de mensen die zij in dienst hebben vanuit de Participatiewet. Ook is dit voorstel gebaseerd op onderlinge solidariteit tussen de gemeenten. Elke gemeente betaalt hetzelfde percentage van het Participatiebudget voor de nieuwe doelgroepen, ongeacht in welke mate elke gemeente de infrastructuur van IBN voor de doelgroep inzet. 5.
Wij willen alle gemeenten evenredig laten meebetalen.
De meest objectieve manier is volgens het college een verdeling op basis van het aandeel dat de gemeenten hebben in de opgetelde Participatiebudgetten van de 11 gemeenten voor de nieuwe doelgroepen. Elke gemeente is op deze manier eenzelfde percentage van het Participatiebudget voor nieuwe doelgroepen aan de lumpsumvergoeding kwijt. Dit Participatiebudget is juist ook bedoeld voor de nieuwe doelgroepen van de Participatiewet, namelijk de mensen die voorheen in de Wsw of de Wajong terecht zouden zijn gekomen. 6.
Wij willen de huidige bestuurlijke aansturing van het partnership voorzetten.
Het college constateert dat de huidige bestuurlijke samenwerking tussen de 11 gemeenten onderling en met IBN op de huidige manier goed verloopt en ziet dus geen aanleiding om dit te wijzigen. 7.
Door op alle niveaus verbinding te leggen, kunnen gemeenten en IBN samen nadenken op welke wijze zij de infrastructuur van IBN kunnen benutten om werk te bieden voor de doelgroep.
Een belangrijke opdracht hierbij is intensivering van de samenwerking en cultuurverandering. Het college verwacht meerdere effecten: IBN hoort uit de eerste hand wat gemeenten nodig hebben en kan schakelen op die wensen, mede als gevolg hiervan zullen gemeenten eerder geneigd zijn IBN in te schakelen en gemeenten en IBN kunnen samen sneller schakelen op maatschappelijke vraagstukken. Het college verwacht tevens dat het werken in 4 uitvoeringsgebieden er ook toe zal leiden dat er meer werk op sub regionaal niveau beschikbaar komt.
Kanttekeningen: 4.1 Het kan zijn dat de kosten voor een gemeente hoger of lager zijn dan het feitelijk gebruik van de infrastructuur voor de doelgroep. Via de lumpsumfinanciering betaalt elke gemeente hetzelfde percentage van het Participatiebudget voor nieuwe doelgroepen. Een gemeente betaalt dus niet per individu. Het kan dus zijn dat de kosten van een gemeente hoger zijn dan het feitelijk gebruik, maar de kosten kunnen voor een gemeente ook lager uitpakken. Deze systematiek stimuleert in ieder geval het gebruik van de infrastructuur van IBN, want de
5
kosten voor begeleiding en andere kosten staan voor 2 jaar vast.
Uitvoering, risico’s en evaluatie Er zal een implementatieopdracht worden gemaakt door de projectgroep voor het implementeren van de nieuwe afspraken die gaan gelden per 1 juli 2021. Er komt in plaats van de huidige werkgroep uitvoering een implementatieteam met per uitvoeringsgebied vertegenwoordiging vanuit de gemeenten en vertegenwoordiging vanuit IBN die verantwoordelijk zijn voor de implementatie van de afspraken en waar nodig voor de uitwerking van de afspraken. De projectgroep bestuurlijke opdracht partnership is klaar met haar activiteiten zodra de bestuurlijke besluitvorming heeft plaatsgevonden en de uitvoeringovereenkomst is ondertekend. De ambtelijke stuurgroep partnership, onder voorzitterschap van de regionaal transitiemanager Participatiewet, bewaakt de voortgang van de implementatie van het vernieuwde partnership zowel op regionaal en als op subregionaal niveau (de 4 uitvoeringsgebieden) en blijft het bestuurlijk overleg partnership adviseren over zaken met betrekking tot dit partnership.
Overige politiek relevante informatie De Tweede Kamer heeft inmiddels ingestemd met een initiatief wetsvoorstel van het CDA en de SP over een landelijk dekkend netwerk van sociale ontwikkelbedrijven. In onze regio hebben we al zo’n ontwikkelbedrijf, namelijk IBN, dat door de initiatiefnemers van dit wetsvoorstel als voorbeeld voor zo’n sociaal ontwikkelbedrijf wordt genoemd. Het college concludeert dat het beleid binnen deze regio eigenlijk vooruitloopt op het landelijk beleid.
Conclusie Na akkoord op dit voorstel continueren gemeenten en IBN het partnership. Het college wil het partnership gemeenten-IBN graag continueren vanuit de visie dat er een parallelle arbeidsmarkt nodig is voor behoud van werkgelegenheid voor de doelgroepen van de Participatiewet, in het bijzonder voor de mensen met een arbeidsbeperking.
Bijlagen
1) -
Eindrapportage bestuurlijke opdracht partnership gemeenten-IBN en de volgende 6 bijlagen: Bestuurlijke opdracht Schema overlegstructuur gemeenten-IBN Overzicht taken en dienstverlening (basis- en pluspakket) Evaluatie partnership 2017-2020 Q&A Financiële uitwerking scenario II en III
2)
Advies ASD over eindrapportage bestuurlijke opdracht
6
Raadsplanning (bestuurlijke planning) Dit voorstel leidt tot de volgende wijziging in de raadsplanning: n.v.t.
Toelichting: n.v.t.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Grave,
Th.M.M. Hoex MMO secretaris
A.M.H. Roolvink MSc burgemeester
7