01. Raadsvoorstel Uitwerking energietransitiefonds.docx
Tekst van het document
documentnr.: D/21/281086 - zaaknr.: Z/M/18/58419
Raadsvoorstel Onderwerp
: Uitwerking energietransitiefonds
Datum
: 25 mei 2021
Portefeuillehouder
: J.G.M. van den Boogaart
MarlousAfdeling
: Publiek/Ruimtelijk Beleid/Milieu
Commissie
: Ruimte en Economie
In te vullen door de griffie
:
Nummer raadsvoorstel
:
Datum commissie
: 13 oktober 2021
Agendapunt commissie
:
Datum raad
: 21 oktober 2021
Agendapunt raad
:
In de gemeentelijke Energievisie, die in 2018 is vastgesteld, staat onder de financiële randvoorwaarden benoemd dat voor niet coöperatieve projecten geldt dat de initiatiefnemer zich verplicht tot het leveren van een substantiële bijdrage aan de lokale gemeenschap door middel van een bijdrage aan het ‘energietransitiefonds’. Dit fonds is tot op heden nog niet verder uitgewerkt. Wel is het duidelijk dat het een fonds betreft dat ten goede moet komen aan de lokale gemeenschap. Om die reden is het voorstel om het energietransitiefonds uit te werken tot een omgevingsfonds. Daarmee wordt het fonds buiten de gemeente geplaatst en komt in handen van de omgeving te liggen. Om hiervoor niet opnieuw structuren op te zetten, is het voornemen om met 3 wijk- en dorpsraden in gesprek te gaan met de vraag of we een pilotproject kunnen starten om samen te onderzoeken en ervaren of zij deze rol willen oppakken. Voorstel besluit Vast te stellen dat: 1.
Het beheer van het omgevingsfonds wordt per project waar mogelijk bij de lokale gemeenschap neergelegd. Indien mogelijk en gewenst bij de betreffende wijk- of dorpsraad.
2.
Het bestuur van het omgevingsfonds bepaalt hoe en hoe vaak er aanvragen gedaan kunnen worden voor het omgevingsfonds.
3.
Er maatwerk wordt geboden per project wie er behoort tot de omgeving. De initiatiefnemer neemt hierin de leiding en stemt dat af met de omgeving en, indien al in beeld, met het beoogde bestuur.
4.
De hoogte van de afdracht wordt per project bepaald en zal variëren tussen de 0,20 en 0,40 euro per MWh.
5.
De gemeente kiest een faciliterende rol ten aanzien van het omgevingsfonds. Daaronder vallen de volgende onderdelen: a.
Het opstellen van randvoorwaarden aan het omgevingsfonds: het moet besteed worden aan duurzaamheidsprojecten (sociaal of fysiek) en aanvragen kunnen alleen gedaan worden vanuit de omgeving zoals die aan het begin van het project is bepaald.
1
b.
Het verzoek om agendalid te zijn, maar geen deel uit te maken van het bestuur.
c.
Het financieel ondersteunen van de wijk- en dorpsraden indien zij deze rol willen vervullen en de statuten gewijzigd moeten worden om het omgevingsfonds goed in beheer te kunnen nemen.
d.
Indien er een aanleiding of verzoek is, kan de gemeente ook gevraagd worden om na te gaan of er aan de gestelde randvoorwaarden wordt voldaan.
6.
Het omgevingsfonds geborgd wordt in de structuurvisie, met een aparte paragraaf.
7.
De bestemmingsreserve Energietransitie op te heffen.
Wet Arhi Nee, er is geen afstemming in het kader van de Wet Arhi noodzakelijk, omdat dit voorstel niet valt onder de reikwijdte van het aanwijzingsbesluit. Financiële gevolgen De financiële consequenties zijn afgestemd op 25 mei 2021 met N. Traas van het team Financiën. Dit voorstel heeft de volgende financiële consequenties: Indien de statuten van wijk- en dorpsraden, ten behoeve van het omgevingsfonds, gewijzigd moeten worden zal de gemeente dit financieel ondersteunen (kosten per wijziging € 300 tot € 500). Dit kan opgevangen worden binnen het huidige uitvoeringsbudget Milieu en Duurzaamheid. Daarnaast heeft uw Raad d.d. 9 juli 2020 een bestemmingsreserve Energietransitie ingesteld. Door de verdere uitwerking en te gaan werken met een omgevingsfonds is de bestemmingsreserve Energietransitie overbodig en wordt uw Raad voorgesteld de bestemmingsreserve op te heffen. Er is geen saldo aanwezig in de bestemmingsreserve. Wettelijk kader en beleidskader Uitwerking van de Energievisie Communicatie en participatie Met het opstellen van het omgevingsfonds geeft de gemeente invulling aan een onderdeel van financiële participatie bij grondgebonden energieprojecten. Duurzaamheid Het omgevingsfonds is onderdeel van de energietransitie. Gemeenschappelijke regeling/samenwerkingsverband Naam gemeenschappelijke regeling/samenwerkingsverband: Nvt.
Deelnemende gemeenten: Nvt Adoptiegemeente: Nvt
2
Toelichting op het voorstel Inleiding In onze Energievisie staat onder de financiële randvoorwaarden het volgende: “Voor niet coöperatieve projecten geldt bovendien dat de initiatiefnemer zich verplicht tot het leveren van een substantiële bijdrage aan de lokale gemeenschap door middel van een bijdrage aan het ‘energietransitiefonds’. Om dit fonds ook daadwerkelijk ten goede te laten komen aan de verduurzaming van de samenleving, wordt dit fonds gebruikt voor concrete duurzaamheidsprojecten (bijvoorbeeld de lokale school verduurzamen, leefbaarheidsproject ondersteunen, of een zonnepanelen regeling voor particulieren ondersteunen). Doel is om een maximale terugvloeiing naar de lokale gemeenschap te verwezenlijken” Dit fonds is tot op heden nog niet verder uitgewerkt. Wel is het duidelijk dat het een fonds moet zijn dat ten goede moet komen aan de lokale gemeenschap. Daardoor is een omgevingsfonds het meest voor de hand liggend. Wat is een omgevingsfonds? Een omgevingsfonds is een manier om (directe) omwonenden van een duurzaam energieproject een voordeel te laten ondervinden van het project dat zich in hun omgeving bevindt. Hiermee zullen bewoners die de lasten (in de vorm van mogelijke hinder) ondervinden, ook de lusten ervan hebben. Om te kunnen profiteren van het energieproject via het omgevingsfonds hoeven omwonenden niet te investeren in het duurzame energieproject.
Hierdoor dragen de omwonenden geen financiële risico’s. Hierdoor is het omgevingsfonds toegankelijk voor alle omwonenden en niet voor alleen omwonenden met mogelijkheden tot investeren. Op die manier komt het voordeel bij de gehele omgeving terecht. Dit voordeel kan op verschillende manieren invulling krijgen. Een belangrijk onderscheid kan gemaakt worden of het een voordeel is voor: •
Het algemeen belang van de omgeving;
•
Op individueel- of woningniveau;
•
Op projectniveau.
Gezien de beperkte hinder van zonnevelden, is het verdedigbaar dat het merendeel van het fonds beschikbaar komt voor het algemene belang van de omgeving, of een verbetering op projectniveau.
Voorgestelde beslissing(en) met argumenten en afwegingen Vast te stellen dat: 1.
Het beheer van het omgevingsfonds wordt per project, waar mogelijk neergelegd bij de lokale gemeenschap. Indien mogelijk en gewenst bij de betreffende wijk- of dorpsraad.
De bedoeling van het omgevingsfonds komt het meest tot recht wanneer de omgeving een belangrijke stem heeft in de besteding van de middelen. Daarom is het voorstel om het omgevingsfonds buiten de gemeente te plaatsen. Hierdoor moet er een eigen bestuur komen per omgevingsfonds. Daarvoor kan apart per project een bestuur worden opgericht, of aangesloten worden bij al bestaande besturen. Bij een aparte oprichting kan het bestuur bestaan uit enkel bewoners van de omgeving, of bewoners aangevuld met gemeenteambtenaren en/ of mensen betrokken bij de projectontwikkeling. Om het omgevingsfonds van de omgeving te laten zijn, is het logisch om als gemeente geen formeel onderdeel van het bestuur van het omgevingsfonds te zijn. Om enige betrokkenheid te houden zou de gemeente kunnen verzoeken om als agenda lid te mogen deelnemen. Bij aansluiting bij een bestaand bestuur is het meest voor de hand liggend om aan te sluiten bij de wijken dorpsraden. Een voorwaarde van deze invulling is wel dat de omgeving waarvoor het
3
omgevingsfonds bedoeld is, overlapt met het gebied waar de dorpsraad over gaat. Er moet gewaakt worden dat de gelden die bedoeld zijn voor de omwonenden niet besteed worden aan het grotere (en andere) geheel. De besteding moeten namelijk ten goede komen aan (de direct) omwonenden van de zonneweide. Het is daarom verstandig om goede randvoorwaarden voor de besteding van het fonds mee te geven. Om de mogelijkheden te verkennen of een dorpsraad deze rol wil en kan vervullen is het voorstel om te starten met drie pilots in Mill, Sint Hubert en Wilbertoord. Op deze drie locaties spelen op dit moment ontwikkelingen voor zonneparken. Indien een dorpsraad die rol niet op zich wil nemen zal er gepeild worden of de lokale gemeenschap bereidt is deze rol op te pakken. Indien dat ook niet het geval is, zal binnen de gemeente besproken worden wat dan de best passende constructie is. Daarbij kan gedacht worden aan dat de gemeenteraad of de initiatiefnemer die rol op zich neemt. 2.
Het bestuur van het omgevingsfonds bepaalt hoe en hoe vaak er aanvragen gedaan kunnen worden voor het omgevingsfonds.
Omwonenden moeten een aantal stappen doorlopen om gebruik te kunnen maken van het omgevingsfonds. Er zijn verschillende opties voor de invulling van deze stappen waar het bestuur van het omgevingsfonds een beslissing over moet maken. Zo moet er bepaald worden hoe en hoe vaak er aanvragen gedaan kunnen worden, wie er aanvragen mogen doen, de criteria waaraan de aanvragen moeten voldoen en hoe er geprioriteerd wordt in het geval van te veel aanvragen. Het bestuur van het omgevingsfonds is hiervoor aan zet. 3.
Er maatwerk wordt geboden per project wie er behoort tot de omgeving. De initiatiefnemer neemt hierin de leiding en stemt dat af met de omgeving en, indien al in beeld, met het beoogde bestuur.
Per project zal verschillen wie bij de omgeving hoort en zal dat maatwerk zijn. We vragen daarvoor aan de initiatiefnemer om een omgevingsanalyse uit te voeren. De initiatiefnemer zal op projectniveau de omgeving en het gebied waarbinnen het energieproject is voorzien, inventariseren. Hierdoor ontstaat inzicht in welke omwonenden als belanghebbend of betrokken kunnen worden beschouwd en welke maatschappelijke organisaties zich in het gebied bevinden. Ook levert deze inventarisatie een overzicht van de lokale dorpsraden of andere vormen van georganiseerd burgerbelang, zoals een lokale energiecoöperatie. De initiatiefnemer kan met alle ingewonnen informatie een voorstel voor participatie, waarin het omgevingsfonds een onderdeel is, bespreken met de gemeente. We willen wel aan de voorkant een onderscheid maken tussen direct omwonenden, en de omgeving van het zonnepark: -
Juridisch gezien worden omwonenden binnen een omtrek van 250 meter van een zonnepark als belanghebbende gezien.
-
De omgeving is maatwerk per project, zoals ook opgenomen in het beleidskader participatie bij grondgebonden energieopwekking.
4.
De hoogte van de afdracht wordt per project bepaald en zal variëren tussen de 0,20 en 0,40 euro per MWh.
In de gemeentelijke Energievisie staat: “Om de hoogte van de bijdrage te bepalen kan aansluiting gezocht worden bij de systematiek van de ‘gedragscode windenergie op land. In deze gedragscode is afgesproken dat windenergie-ontwikkelaars een bijdrage leveren aan een fonds, naar rato van de geproduceerde hoeveelheid elektriciteit. Hiermee loopt de hoogte van de bijdrage gelijk op met de hoogte van de energieproductie. De hoogte van de bijdrage moet echter wel redelijk zijn in relatie tot de investering, operationele kosten en rendement van een project. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat deze bijdrage een negatieve invloed heeft op de
4
ontwikkelingsperspectieven van zonnepark projecten. Daarom wordt voorgesteld de hoogte van de bijdrage tussen € 0,20 - € 0,40 per Mwh per jaar te laten zijn. Per project worden hier concrete maatwerkafspraken over gemaakt.” De exacte hoogte van de afdracht aan een omgevingsfonds wordt medebepaald door de ruimte in de business case en zal dus maatwerk zijn per project. Het omgevingsfonds is het meest doeltreffend wanneer de initiatiefnemer in samenspraak met de omgeving de meest passende vorm en inrichting heeft bepaald. Om als gemeente te waarborgen dat een passende afdracht van duurzame energieprojecten aan de omgeving plaatsvindt, is het belangrijk dat de gemeente met de initiatiefnemer hierover afspraken maakt. Deze afspraken worden in een anterieure overeenkomst vastgelegd. 5.
De gemeente kiest een faciliterende rol ten aanzien van het omgevingsfonds. Daaronder vallen de volgende onderdelen: a.
Het opstellen van randvoorwaarden aan het omgevingsfonds: het moet besteed worden aan duurzaamheidsprojecten (sociaal of fysiek) en aanvragen kunnen alleen gedaan worden vanuit de omgeving zoals die aan het begin van het project is bepaald.
b.
Het verzoek om agendalid te zijn, maar geen deel uit te maken van het bestuur.
c.
Het financieel ondersteunen van de wijk- en dorpsraden indien zij deze rol willen vervullen en de statuten gewijzigd moeten worden om het omgevingsfonds goed in beheer te kunnen nemen.
d.
Indien er een aanleiding of verzoek is, kan de gemeente ook gevraagd worden om na te gaan of er aan de gestelde randvoorwaarden wordt voldaan.
De gemeente kan verschillende rollen aannemen bij de ontwikkeling en totstandkoming van het omgevingsfonds, deze zijn weergegeven in Tabel 1.1. Tabel 1.1 Mogelijke taken en rollen van de gemeente Inhoudelijk
Organisatorisch
Voorbereidend
Kaders en uitgangspunten in beleid opnemen Voorbeelden mogelijkheden aandragen Enquête houden in de omgeving om te pijlen wat de wensen zijn
Bekendmaken van het idee van een omgevingsfonds; Ondersteunen (financieel) bij het oprichten van statuten, contracten en inschrijving KvK Helpen met werven van een bestuur
Doorlopend
Meebeslissen in de keuzes van het fonds
Op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en stimuleren aanvragen en bekendheid waar nodig
Als gemeente kiezen we ervoor om niet alle rollen op ons te nemen. We kiezen ervoor om in ons beleid de randvoorwaarden voor het omgevingsfonds vast te stellen, conform de Energievisie uit 2018. In onze Energievisie staat dat het energietransitiefonds ten goede moet komen aan het verduurzamen van de samenleving. Dat kan breed opgevat worden en zowel ingezet worden als sociale verduurzaming om de leefbaarheid te vergroten, als fysieke verduurzaming, waarbij er fysieke maatregelen getroffen worden om bijvoorbeeld de leefomgeving te vergroenen. Voor de rest moeten aanvragen van projecten komen uit de omgeving, zoals die gedefinieerd aan het begin van het project. Indien gewenst kan de gemeente ondersteuning bieden bij communicatie over het omgevingsfonds, door hier aandacht aan te besteden op de eigen website. Bovendien kaart de gemeente dit ook aan bij de initiatiefnemers dat zij het vroegtijdig in hun communicatie meenemen. Indien er statuten van de wijk- en dorpsraden aangepast moeten worden ondersteunt de gemeente daar financieel in. Het gaat dan om een bedrag tussen de 300 en 500 euro per keer dat de statuten gewijzigd
5
moeten worden. De gemeente kiest er bewust voor om het fonds om te zetten tot een omgevingsfonds. Zoals gezegd komt deze het beste tot zijn recht als de omgeving hierover besluit. Hierdoor zal de gemeente zich beperken tot agendalid. Om die reden is het inventariseren van de wensen de verantwoordelijkheid van het bestuur van het omgevingsfonds, 6.
Het omgevingsfonds geborgd wordt in de structuurvisie, met een aparte paragraaf.
Om het beleid van het omgevingsfonds te borgen, is het voor de hand liggend om hierover een paragraaf op te nemen in de structuurvisie. Het voorstel is om onderstaande extra paragraaf hierover op te nemen: 8.4 Omgevingsfonds voor de omgeving van duurzame energieprojecten Met deze structuurvisie maakt de gemeente kenbaar dat zij ten behoeve van de uitvoering van het beleid ‘bijdragen aan het omgevingsfonds’ gaat vragen bij duurzame energieprojecten. De gemeente doet dit vanuit de redenering dat de omgeving die de lasten (in de vorm van mogelijke hinder) ondervindt, ook de lusten ervan hebben zou moeten hebben. Het fonds zal beheerd worden door de omgeving zelf en kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor duurzame of sociale projecten in de omgeving, of worden ingezet voor de versterking van natuur en landschap in de omgeving. Hierbij gaat het niet om een vergoeding, maar het omgevingsfonds biedt de mogelijkheid om de omgeving van het duurzame energieproject extra te laten profiteren. Maatwerk per project is hier noodzakelijk. De hiervoor gevraagde financiële bijdrage wordt gestort in een fonds welke door de omgeving zelf beheerd wordt. De hoogte van de bijdrage hangt af van onder andere de ruimte die hiervoor is in de business case (zie Energiefonds waarin uitgebreid op de invulling van het omgevingsfonds wordt ingegaan).
De betrokkenheid van de omgeving bij een omgevingsfonds is anders dan financiële deelneming of lokaal (mede-) eigenaarschap. Om te kunnen profiteren van het energieproject via het omgevingsfonds hoeven omwonenden niet te investeren in het duurzame energieproject. Hierdoor dragen de omwonende geen financiële risico’s en is het omgevingsfonds toegankelijk voor alle omwonenden en niet voor alleen omwonenden met mogelijkheden tot investeren. Op die manier komt het voordeel bij de gehele omgeving terecht.
Uitvoering, risico’s en evaluatie 1.
Uitvoering
Het omgevingsfonds is de uitwerking van het energietransitiefonds zoals in de Energievisie uit 2018 stond. Het omgevingsfonds maakt daardoor onderdeel uit van dat beleid. Vervolgens zal het ingezet worden bij elk niet coöperatief project bij grondgebonden energieopwekking, dat niet voor eigen gebruik is. Het is daarmee een vast gespreksonderwerp voor de planologische procedure. 2.
Risico’s
Momenteel vragen we al een bijdrage aan initiatiefnemers in de vorm van het energietransitiefonds. Het is daarmee geen nieuwe afdracht, of extra afdracht. De grootste stap is dat het fonds wordt getransformeerd tot omgevingsfonds. Met de inbedding in de structuurvisie is het verder beleidsmatig verankert. Een bijdrage aan een omgevingsfonds is gebruikelijk bij grondgebonden energieprojecten. Voor de structuur, bij wie het bestuur komt te liggen, is geen blauwdruk. Hoe succesvol en wenselijk het is om de invulling daarvan neer te leggen bij de wijk- en dorpsraden in de praktijk, zal de gemeente en de wijk- en dorpsraden proefondervindelijk moeten ervaren in de 3 pilotprojecten. Het overleg daarover met de 3 wijk- en dorpsraden, om te toetsen of de bereidheid bestaat om deze rol op zich te nemen, moet nog plaatsvinden.
6
3.
Evaluatie
Na 3 jaar wordt het omgevingsfonds en de bijbehorende pilots geëvalueerd. Dan zijn de eerste afdrachten gedaan en hebben verschillende wijk- en dorpsraden hiermee ervaring opgedaan. Overige politiek relevante informatie De uitwerking van het energietransitiefonds geeft verder vorm aan een onderdeel van de financiële participatie, zoals genoemd in het beleidskader participatie bij grondgebonden energieopwekking. Conclusie Met de invulling van het omgevingsfonds geeft de gemeente verdere uitwerking aan de financiële participatie als onderdeel van lokaal eigenaarschap. Bijlagen Inrichting omgevingsfonds Raadsplanning (bestuurlijke planning) Dit voorstel leidt tot de volgende wijziging in de raadsplanning: Nvt
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Mill en Sint Hubert,
J.P.P.S. Ruyters secretaris
ing. A.A.M.J. Walraven burgemeester
7