CConstaterende datCuijk (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

00 Verslag cie Ruimte 29 november 2021.bijlage 1.pdf

Cuijk - commissie Ruimte 29 november 2021, gemeente Cuijk (tot 2022)Bij agendapunt: Concept-verslag1.633 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Duurzaamheid op Bedrijvenpark Laarakker Inleiding Op Bedrijvenpark Laarakker (kortweg RBL) is vanaf het begin van de ontwikkeling duurzaamheid een leidend thema geweest. Bij de verkoop van de percelen is gekozen voor een stimuleringssysteem om in het ontwerp van bedrijfspanden duurzame toepassingen mee te nemen. Door een korting op de grondprijs te geven van maximaal 3% worden worden bedrijven getriggerd om hier mee aan de slag te gaan. Gelukkig is het ook vanuit de ondernemers zelf steeds meer usance om vanuit imago en Maatschappelijke Verantwoord Ondernemen extra te investeren op het gebied van duurzaamheid. Randvoorwaarde voor deze maatregelen blijft daarbij altijd dat deze zowel financieel als qua bedrijfsproces haalbaar moeten zijn. Scoren op Duurzaamheid Zoals aangegeven werkt RBL met een duurzaamheidsplan. Hieraan hangt een scorelijst met mogelijke maatregelen die ondernemers kunnen invullen en op basis waarvan er punten worden gescoord. Dit zijn maatregelen die extra zijn ten opzichte van de geldende normen. Afhankelijk van de hoeveelheid punten die gescoord wordt loopt de korting ook op, tot een maximum van 3% van de grondprijs. De onderdelen op de scorelijst hebben een relatie met een andere, meer generiek gehanteerde norm; de Breeam* certificatie.

*Breeam is een internationaal meet- en beoordelingsinstrument voor de duurzaamheid van bijvoorbeeld een nieuw bedrijfspand. Ondernemers, maar vooral ook steeds meer grote beleggers hechten waarde aan een Breeam certificaat als een maat voor de (beleggings-)waarde van een gebouw. In het duurzaamheidsplan van RBL kunnen bedrijven zelf kiezen om voor de scorelijst/classificatie van Breeam te kiezen of voor de scorelijst van RBL zelf. Praktisch voor partijen die al conform de Breeam scorelijst wilden gaan bouwen. Proces stimulering duurzaamheid 1. Het duurzaamheidsplan wordt direct bij de verkoopbesprekingen onder de aandacht gebracht. Op die manier kan de ontwerper van het gebouw hier direct rekening mee houden. Indien er tijdens dit traject vragen zijn is het mogelijk om vanuit RBL een expert te laten adviseren in het ontwerp, de ondernemer hoeft daar niet voor te betalen. 2. Zodra er een Voorlopig ontwerp is wordt dit voorgelegd bij de commissie Ruimtelijke kwaliteit. Deze commissie kijkt mee en geeft haar opmerkingen op het ontwerp. Dit gaat met name over duurzame aspecten waar de ondernemer aan zou kunnen denken. De commissie is samengesteld uit experts uit het bedrijfsleven vanuit diverse disciplines. 3. Uiteindelijk komt er een definitief bouwplan, waar de ondernemer mee aan de slag gaat.

Op dat moment wordt de scorelijst van het duurzaamheidsplan definitief ingediend bij RBL. RBL bepaalt de score en wacht tot het gebouw gerealiseerd is. Na realisatie wordt bekeken of de maatregelen inderdaad zijn toegepast en vervolgens kan de korting worden uitgekeerd.

Uitkomsten duurzame maatregelen Op het RBL terrein zijn momenteel een tweetal grootschalige logistieke ontwikkelingen die een Breeam certificering als uitgangspunt nemen. Beiden gaan in elk geval aan de classificatie ‘Very Good’ voldoen. Deels wordt nog gestreefd naar een hogere classificatie. Voor het verkrijgen van een Breeam certificaat moet er wel wat gebeuren en het is zeker niet kosteloos. Er moet aan alle aspecten worden gedacht in het gebouw maar ook rond het gebouw en de omgeving. Dan gaat dan bijvoorbeeld ook om voldoende groen voor flora en fauna. Dit is onder meer reden waarom sommige bedrijven de lijst van RBL verkiezen boven Breeam. Voor een aantal bedrijven is het niet nuttig (of haalbaar) om op alle componenten van Breeam voldoende te scoren maar hebben bijvoorbeeld toch heel goed op onze duurzaamheidslijst gescoord door op een aantal onderdelen juist veel maatregelen te nemen. Deze bedrijven hebben bijvoorbeeld veel geïnvesteerd in duurzaamheid, maar dan met name in besparing van energie, hergebruik van proceswarmte, toepassen van zonnepanelen, reductie van geluid etc. Andere bedrijven hebben dermate eenvoudige processen dat er voor hun minder te halen valt op het gebied van duurzaamheid. Het blijft zo dat investeren in duurzaamheid vaak toch een langjarige terugverdientijd heeft.

De ervaring leert dat vooral geïnvesteerd wordt in een optimaal primair proces (doorgaans de reden van de nieuwbouw) en de aanvullende middelen voor duurzame maatregelen veeleer een sluitpost vormen. In de bijlage is te zien hoe de ondernemers tot op heden gescoord hebben op het gebied van duurzaamheid en hoe dit door RBL is gewaardeerd. Waarom liggen er niet op alle daken PV panelen? Stroom opwekken voor eigen gebruik is vrijwel altijd een interessante optie, zeker als je kijkt naar alle fiscale regelingen die hiervoor bestaan zie bijlage. Voor het overige blijkt nog altijd dat de business-case van zonnepanelen alleen haalbaar is met subsidie en hangen er in de praktijk nog diverse praktische bezwaren aan. De ondernemers van de logistieke hallen en het parkmanagement bestuur hebben overwogen om middels een opstalrecht de daken te exploiteren. De eigen stroombehoefte van deze voorzieningen is namelijk beperkt en zou maar een beperkt % van het dakoppervlak benodigd hebben.

Belemmeringen voor een dergelijke exploitatie zijn momenteel onder andere:  Het nog niet toegestaan om zonder transportkosten energie te leveren aan elkaar over een openbaar* netwerk van Enexis;  Voor de teruglevering van stroom is soms een zwaardere aansluiting nodig die onnodig duur is voor de normale bedrijfsactiviteit;  De mogelijkheden voor teruglevering van stroom op regionale netwerken kan beperkt zijn;  De exploitatie wordt uitgevoerd door ‘derden’ wat belemmeringen geeft aan de bewegingsvrijheid met het ‘eigen’ pand;  Er zijn weliswaar nog diverse subsidieregelingen, maar deze zijn beperkter dan voorheen; *RBL streefde in beginsel een eigen netwerk na op het RBL terrein. Hiermee zou het mogelijk zijn om op het terrein kosteloos energie aan elkaar te leveren. Hiervoor diende echter RBL een vergunning te krijgen vanuit de overheid als ‘energiebedrijf’. De randvoorwaarden hiervoor bleken voor RBL niet haalbaar.

Resumé Resumerend kan gesteld worden dat er op RBL terrein veel aandacht is voor duurzaamheid. Uit de scores bij de ondernemers komt dit ook naar voren. Duidelijk is ook dat er nog kansen liggen ook bij de zittende ondernemers om nog meer maatregelen te treffen, waaronder de aanleg van zonnepanelen. Voor de logistieke hal op Laarakker Noord is dit ook nog nadrukkelijk in onderzoek. Hiernaast is ook de Parkmanagement organisatie druk doende met dit thema, maar dan in groter verband, op de schaal van het Land van Cuijk.

Bijlagen: 1 Scorelijst ondernemers samengevat 2 Subsidies PV panelen

Bijlage 1 Scorelijst ondernemers Aantal / toelichting

Opmerkingen

Aantal bedrijven met duurzaamheidskorting

8

6 nog formeel vast te stellen

Uitgevoerde maatregelen

- waterbesparende maatregelen huishoudelijk en sanitair water - optimalisatie bedrijfsprocessen op het gebied van: - warmteterugwinning uit proces - restwarmte gebruiken voor ruimteverwarming - hergebruik van energie (bijv. remenergie van kranen) - gasloze gebouwen - zonnepanelen installatie voor eigen electra verbruik - Lucht warmtepompen systemen - Luchtbehandelingskasten voor industrie/productie voorzien van warmteterugwinning. - Restwarmte van machines wordt zelf hergebruikt - Regelsysteem gebouw met afzonderlijke warm- en koelleidingen (gescheiden systeem), ruimte afhankelijk te regelen - hergebruik remenergie voor koeling in vrachtwagens

Verdere maatregelen worden nog onderzocht door verschillende ondernemers

Bedrijven met BREEAM certificering Toekomstige / voorbereidende maatregelen

2

Certificaten in aanvraag

Bedrijven met zonnepalen

3 uitgevoerd, 3 voorbereid/in onderzoek

- 3 bedrijven die constructief rekening gehouden hebben met PV panelen op het dak en/of bezig zijn met nader onderzoek hiervoor. - bij een van de bedrijven komt waarschijnlijk restwarmte beschikbaar voor andere partijen op het bedrijvenpark

Bijlage 2 Regelingen PV panelen: Welke subsidies zijn er voor zakelijke zonnepanelen? In totaal zijn er 5 regelingen voor bedrijven die willen investeren in zakelijke zonnepanelen. 4 van de 5 zijn fiscale regelingen. Dat wil zeggen dat je een deel van de investeringskosten mag aftrekken of afschrijven, zodat je een belastingvoordeel krijgt. De 5e variant is een exploitatieregeling. Dat betekent dat je geld krijgt voor alle zakelijke zonnestroom die je opwekt met je zonnepanelen. Subsidies voor grote projecten Bedrijven en hun daken komen in alle soorten en maten. Voor de grootste projecten is de SDEsubsidie in het leven geroepenStimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) De SDE+ is een subsidie die het verschil in kostprijs tussen grijze stroom en zonnestroom vernietigt. Je krijgt een vergoeding voor de energie die je opwekt met je eigen zakelijke zonnepanelen. De SDE+ is er alleen voor bedrijven met een zakelijke aansluiting van minimaal 3×80 ampère en een zonnestroominstallatie van meer dan 15kWp of 15.000 Wattpiek. Regelingen voor kleinere zakelijke projecten Voor de kleinere verbruikers zijn er alsnog een aantal regelingen waarmee de investering in zakelijke zonnepanelen aantrekkelijker gemaakt wordt. Alle onderstaande regelingen mogen gecombineerd worden, als je aan alle voorwaarden voldoet.

Kleinschaligheidsaftrek (KIA) De kleinschaligheidsaftrek staat ook wel bekend als investeringsaftrek. Met deze regeling kun je tot 28% van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. De exacte hoogte van de aftrek is wel afhankelijk van andere investeringen in hetzelfde jaar. Voor de kleinschaligheidsaftrek hoef je niets te doen, behalve de factuur van je zonnepanelen te bewaren. Je boekhouder doet de rest. Energie-investeringsaftrek (EIA) Onder bepaalde voorwaarden mag je meer dan 50% van je investeringskosten in zakelijke zonnepanelen aftrekken van je fiscale winst. Je moet dan wel minimaal 25kW aan piekvermogen hebben, maar een aansluiting van minder dan 3 x 80 ampère. Je vraagt de regeling aan via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Na goedkeuring pas je de EIA toe in je jaarlijkse aangifte. Milieu-investeringsaftrek (MIA) Met de MIA-regeling mag je tot 36% van je investeringskosten in zakelijke zonnepanelen aftrekken van je fiscale winst. Zakelijke zonnepanelen moeten wel op de zogenaamde ‘Milieulijst’ staan, maar dat is tot nu toe elk jaar zo geweest. Je kan alleen gebruikmaken van de MIA als je minimaal € 2500,per jaar investeert, en de aanschaf van zonnepanelen binnen 3 maanden bij het RVO meldt. Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) De laatste regeling is de Vamil-subsidie. Ook dit is een fiscale regeling.

Je kunt met de Vamil tot wel 75% van je investering in zakelijke zonnepanelen afschrijven wanneer jij dat wilt. Zakelijke zonnepanelen moeten wel op de Milieulijst staan en je moet minimaal € 2500,- investeren. Je moet binnen 3 maanden na het geven van de opdracht een melding bij de RVO doen om van deze regeling gebruik te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=CuijkGraveMill&id=1fba2f52-a15e-4417-98a0-38ba26939712