CConstaterende datCastricum
Koppel je AI →
Document · PDF

Achterliggend document 1: De Handreiking Tijdelijke wet maatregelen covid-19 voor gemeenten van de VNG

Raadsplein - Carrousels 11 februari 2021, gemeente CastricumBij agendapunt: 19.30-20.45: Presentatie Tijdelijke wet- en tijdelijke maatregelen COVID-19 in Castricum42.195 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Er is mij geen rechtvaardigingsgrond als bedoeld in artikel 5:5 Awb bekend. Bij besluit van [aanvullen datum en kenmerk boetebesluit] is aan u al een bestuurlijke boete opgelegd vanwege overtreding van de quarantaineplicht. Ik heb reden te vrezen voor herhaling van deze overtreding, vanwege [aanvullen waar de vrees voor herhaling op is gebaseerd die een last nodig maakt]. Zienswijze Overeenkomstig artikel 4:11 onder a van de Awb bied ik u geen mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze. De vereiste spoed, gelegen in de veiligheid en gezondheid van mensen, verzet zich tegen het geven van een termijn voor het indienen van een zienswijze. OF U bent in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. U heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid en ik zie dan ook geen aanleiding om af te zien van het opleggen van de last onder dwangsom. OF U bent in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Op [datum] heeft u een zienswijze ingediend. [Zienswijze kort samenvatten en motiveren waarom de zienswijze er niet toe leidt dat van het opleggen van de last onder dwangsom wordt afgezien.] Besluit last onder dwangsom Ik gelast u direct de overtreding van artikel 58nb lid 1 Wpg te beëindigen en beëindigd te houden door te voldoen aan de quarantaineplicht uit artikel 58nb lid 1 Wpg en daaraan te blijven voldoen totdat de quarantaineplicht van rechtswege vervalt.

Dat houdt in dat u gedurende die periode op het door u opgegeven woon- of verblijfadres moet blijven, tenzij er sprake is van een noodsituatie. Ook kunt u zich desgewenst laten testen op infectie met het virus SARS-CoV-2 zonder dat u uw quarantaineplicht schendt.

2

88

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Ik besluit dat wanneer u niet aan deze last voldoet, u per dag dat u niet voldoet aan bovengenoemde regels een dwangsom van € 5.000,- (vijfduizend euro) met een maximum van € 20.000,- (twintigduizend euro) verbeurt. Ik ben hiertoe bevoegd op basis van artikel 58u lid 4 van de Wpg. Overige bepalingen Als u ondanks deze last (en een eventuele invordering van de dwangsom) opnieuw niet aan de quarantaineplicht voldoet, kan ik besluiten opnieuw een (hogere) last onder dwangsom op te leggen. Ook kunt u dan een (nieuwe) bestuurlijke boete opgelegd krijgen.

Hoogachtend, de burgemeester van [XXX] namens deze,

3

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

89

Bezwaar Bent u het niet eens met dit besluit dan kunt u binnen zes weken na verzending van dit besluit bezwaar maken tegen dit besluit op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en het dient ten minste de volgende gegevens te bevatten: -de naam en het adres van de indiener; -de dagtekening; -een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht; -de gronden van het bezwaar. U dient tevens een kopie van het besluit bij te voegen, en, wanneer u zich laat vertegenwoordigen, een schriftelijke machtiging. Het correspondentieadres is: [correspondentieadres toevoegen]. Voor de volledigheid wijs ik u erop dat het indienen van een bezwaarschrift geen opschortende werking heeft. Wanneer u dit wenst kunt u een voorlopige voorziening verzoeken bij de rechtbank. Voorlopige voorziening Indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het vereist, kunt u, op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, nadat u een bezwaarschrift hebt ingediend, de Voorzieningenrechter van de rechtbank in [rechtbank invullen] verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen. Het correspondentieadres is: [adresgegevens rechtbank].

4

90

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

BIJLAGE 1: Wettelijk kader Algemene wet bestuursrecht (Awb) Artikel 4:11 Het bestuursorgaan kan toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 achterwege laten voor zover: a. de vereiste spoed zich daartegen verzet; b. de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, of c. het met de beschikking beoogde doel slechts kan worden bereikt indien de belanghebbende daarvan niet reeds tevoren in kennis is gesteld. Artikel 5:5 Het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke sanctie op voor zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond. Artikel 5:31d Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende: a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en b. de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Artikel 10:3 lid 1 Een bestuursorgaan kan mandaat verlenen, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet. Wet publieke gezondheid (Wpg) Artikel 58b lid 2 De bij of krachtens dit hoofdstuk toegekende bevoegdheden worden slechts toegepast voor zover die toepassing: a. gelet op de ernst van de bedreiging van de volksgezondheid noodzakelijk is; b.

in overeenstemming is met de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat; en c. gelet op het in het eerste lid genoemde doel de uitoefening van grondrechten zo min mogelijk beperkt en aan dat doel evenredig is. Artikel 58nb 1. Degene die het Europese deel van Nederland inreist en voor inreis heeft verbleven in een door Onze Minister aangewezen gebied in het buitenland of, indien door Onze Minister aangewezen, in Bonaire, Sint Eustatius of Saba, gaat onverwijld na inreis gedurende een ononderbroken periode van een bij ministeriële regeling te bepalen aantal dagen in thuisquarantaine op zijn woonadres of het krachtens artikel 58ne opgegeven adres van een verblijfplaats. 2. Het bij ministeriële regeling te bepalen aantal dagen van de thuisquarantaine bedraagt ten hoogste 14 dagen. 3. In afwijking van het eerste lid, eindigt de periode van thuisquarantaine op het moment dat de betrokkene beschikt over een testuitslag waaruit blijkt dat hij zich na het verstrijken van een bij ministeriële regeling te bepalen aantal dagen na het moment van inreis heeft laten testen en op het moment van testen niet was geïnfecteerd met het virus SARS-CoV-2. De betrokkene bewaart de testuitslag gedurende het resterende aantal dagen van de periode, bedoeld in het eerste lid, en toont deze op verzoek aan een toezichthouder.

5

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

91

4. Gedurende de periode van thuisquarantaine is de betrokkene in het kader van de op hem rustende verplichting tot het verlenen van medewerking aan een toezichthouder, bedoeld in artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, gehouden om bereikbaar te zijn voor een toezichthouder. 5. De verplichting van het eerste lid is niet of niet langer van toepassing ingeval van en voor de duur van een noodsituatie als gevolg waarvan de betrokkene genoodzaakt is zich aan thuisquarantaine te onttrekken. 6. De verplichting van het eerste lid mag uitsluitend worden onderbroken ten behoeve van en voor de duur van het laten testen op infectie met het virus SARS-CoV-2. 7. Bij ministeriële regeling worden nadere eisen gesteld aan de test, bedoeld in het derde lid, die in elk geval betrekking hebben op: a. de vaststelling van de identiteit van de geteste persoon; b. het type test dat is uitgevoerd; c. de wijze waarop de testuitslag wordt aangetoond. 8. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bepaalde in het eerste en derde lid. 9. Dit artikel laat de toepassing van artikel 35 onverlet.

Artikel 58u lid 4 De burgemeester is bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 58f, eerste en vierde lid, en vijfde lid, tweede zin, en 58g, eerste lid, indien de overtreding wordt begaan op een openbare of publieke plaats of een besloten plaats indien deze geen ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend, of ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens artikel 58nb, eerste lid.

Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm) Artikel 6,19 [voeg meest recente versie toe]

6

92

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Model mandaatbesluit quarantaineplicht

Besluit van de burgemeester van [XXX] tot het verlenen van mandaat aan toezichthouders voor het handhaven van de quarantaineplicht uit artikel 58nb lid 1 Wet publieke gezondheid

De burgemeester van [XXX], gelet op: artikel 10:3 Algemene wet bestuursrecht, artikel 58nb lid 1 Wet publieke gezondheid, artikel 58u lid 4 Wet publieke gezondheid, artikel 58v Wet publieke gezondheid, artikel 64a lid 1 Wet publieke gezondheid artikel 1 aanhef en onder a Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 december 2020, kenmerk 1793063-215168-WJZ, houdende aanwijzing van ambtenaren voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid in verband met de bestrijding van de epidemie van covid-19, overwegende dat: het gelet op de korte duur van de thuisquarantaine en het spoedeisende belang bij handhaving wenselijk is dat de toezichthouders die zijn aangewezen om toezicht te houden op de naleving van de regels die gesteld zijn bij of krachtens hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid ook bevoegd zijn om direct handhavend op te kunnen treden bij overtreding van de quarantaineplicht, de bestuurlijke boete op grond van artikel 58v lid 2 €339 bedraagt en er dus geen mandaatverbod geldt voor toezichthouders die ook toezicht houden op de naleving van de regels op grond van artikel 10:3 lid 4 Awb, omdat artikel 5:53 Awb niet van toepassing is, besluit 1.

de personen die als gemeentelijk ambtenaar zijn aangesteld en belast zijn met de toezicht op de naleving van in de gemeente [XXX] van toepassing zijnde algemeen verbindende voorschriften het mandaat te verlenen om te besluiten tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 58v Wet publieke gezondheid in geval van een overtreding van artikel 58nb lid 1 Wet publieke gezondheid, en 2. de personen die als gemeentelijk ambtenaar zijn aangesteld en belast zijn met de toezicht op de naleving van in de gemeente [XXX] van toepassing zijnde algemeen verbindende voorschriften het mandaat te verlenen om te besluiten tot het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 58u lid 4 Wet publieke gezondheid in geval van een overtreding van artikel 58nb lid 1 Wet publieke gezondheid. Dit besluit treedt een dag na de publicatie in werking. [Plaats, datum], De burgemeester van [XXX],

1

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

93

Model mandaatbesluit toezichthouder andere gemeente

Besluit van de burgemeester van [eigen gemeente] tot het verlenen van mandaat aan toezichthouders van de gemeente [andere gemeente] voor het handhaven van de quarantaineplicht uit artikel 58nb lid 1 Wet publieke gezondheid De burgemeester van [eigen gemeente], gelet op: artikel 10:3 Algemene wet bestuursrecht, artikel 10:4 lid 1 Algemene wet bestuursrecht, artikel 58nb lid 1 Wet publieke gezondheid, artikel 58u lid 4 Wet publieke gezondheid, artikel 58v Wet publieke gezondheid, artikel 64a lid 1 Wet publieke gezondheid artikel 1 aanhef en onder a Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 december 2020, kenmerk 1793063-215168-WJZ, houdende aanwijzing van ambtenaren voor de uitoefening van het toezicht op de naleving van hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid in verband met de bestrijding van de epidemie van covid-19, overwegende dat: het gelet op de korte duur van de thuisquarantaine en het spoedeisende belang bij handhaving wenselijk is dat de toezichthouders die zijn aangewezen om toezicht te houden op de naleving van de regels die gesteld zijn bij of krachtens hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid ook bevoegd zijn om direct handhavend op te kunnen treden bij overtreding van de quarantaineplicht, de bestuurlijke boete op grond van artikel 58v lid 2 €339 bedraagt en er dus geen mandaatverbod geldt voor toezichthouders die ook toezicht

houden op de naleving van de regels op grond van artikel 10:3 lid 4 Awb, omdat artikel 5:53 Awb niet van toepassing is, de burgemeester van de gemeente onder wiens verantwoordelijkheid de toezichthouders werken instemming als bedoeld in artikel 10:4 lid 1 Algemene wet bestuursrecht heeft gegeven voor dit mandaat en de gemandateerden instemmen met het mandaat, [Aandachtspunt: leg de instemming van de burgemeester geordend vast, zodat deze zo nodig in een procedure getoond kan worden. De instemming van de toezichthouders kan ofwel blijken uit de uitoefening van het mandaat zelf, maar er kan ook gekozen worden om de instemming van de gemandateerden schriftelijk vast te leggen.] besluit 1. de personen die als gemeentelijk ambtenaar zijn aangesteld en belast zijn met de toezicht op de naleving van in de gemeente [andere gemeente] van toepassing zijnde algemeen verbindende voorschriften het mandaat te verlenen om te besluiten tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 58v Wet publieke gezondheid in geval van een overtreding van artikel 58nb lid 1 Wet publieke gezondheid in de gemeente [eigen gemeente], en 2.

de personen die als gemeentelijk ambtenaar zijn aangesteld en belast zijn met de toezicht op de naleving van in de gemeente [andere gemeente] van toepassing zijnde algemeen verbindende voorschriften het mandaat te verlenen om te besluiten tot het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 58u lid 4 Wet publieke gezondheid in geval van een overtreding van artikel 58nb lid 1 Wet publieke gezondheid in de gemeente [eigen gemeente].

1

94

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Dit besluit treedt een dag na de publicatie in werking. [Plaats, datum], De burgemeester van [eigen gemeente],

2

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

95

12 Aanvulling 1 juni 2021: inzet van coronatoegangsbewijzen 12.1 Inleiding Op 1 juni 2021 is de wet tot Wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met het stellen van tijdelijke regels over de inzet van coronatoegangsbewijzen bij de bestrijding van het virus SARS-CoV-2 (Tijdelijke wet coronatoegangsbewijzen) in werking getreden. Deze wet biedt de grondslag om coronatoegangsbewijzen in te zetten bij het tegengaan van de verspreiding van het coronavirus bij het heropenen of geopend houden van de samenleving. Het gaat dan om de verplichting om over testbewijzen, vaccinatiebewijzen en herstelbewijzen (samen een coronatoegangsbewijs) te beschikken om toegang te kunnen krijgen tot specifieke plaatsen of deel te kunnen nemen aan specifieke aangewezen activiteiten (zoals evenementen). De wet biedt daarbij de basis, maar de concrete uitwerking vindt plaats bij ministeriële regeling. In dit hoofdstuk komt de inzet van coronatoegangsbewijzen aan de orde en dan met name de rol die de gemeente (of preciezer gezegd: de burgemeester) daarbij heeft. In paragraaf 12.2 wordt het wettelijk kader uiteengezet, in paragraaf 12.3 waar en voor wie een verplicht coronatoegangsbewijs kan gelden en wat onder een coronatoegangsbewijs wordt verstaan. Paragraaf 12.4 gaat dan nader in op de taak van de burgemeester.

Schematisch weergegeven heeft de burgemeester bij de inzet van coronatoegangsbewijzen de volgende taken:

Rol burgemeester bij inzet corona toegangsbewijzen

Toezicht op naleving ondernemer/ verantwoordelijke bij toepassen coronatoegangsbewijzen

Handhaving bij overtreding ondernemer/ verantwoordelijke bij toepassen coronatoegangsbewijzen

Verlenen van ontheffing

12.2 Wettelijk kader 12.2.1

Inleiding De mogelijkheid om coronatoegangsbewijzen in te zetten op bepaalde terreinen is neergelegd in hoofdstuk Va van de Wpg. Deze mogelijkheid zal dus vervallen op het moment dat hoofdstuk Va van de Wpg vervalt. De precieze uitwerking wanneer (en welke) coronatoegangsbewijzen vereist zijn voor toegang tot bepaalde activiteiten/plaatsen is bij ministeriële regeling bepaald. De Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (hierna weer: Trm) is hiertoe aangevuld. In de Trm is dus neergelegd bij welke activiteiten of bij de toegang tot welke plaatsen een verplicht coronatoegangsbewijs zal moeten worden getoond.

96

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

12.2.2

Wet publieke gezondheid De grondslagen voor het kunnen invoeren van coronatoegangsbewijzen zijn neergelegd in de artikelen 58ra tot en met 58rg van de Wpg: Artikel 58ra

Reikwijdte coronatoegangsbewijzen

Artikel 58rb

Voorwaarden coronatoegangsbewijzen

Artikel 58rc

Verstrekking testen

Artikel 58rd

Resultaat (waaruit blijkt dat iemand toegang kan krijgen?)

Artikel 58re

Coronatoegangsbewijs (hoe kan het resultaat getoond worden?)

Artikel 58rf

Ontheffing en vrijstelling minister VWS

Artikel 58rg

Geneeskundige behandelingsovereenkomst bij uitvoering test

Daarnaast worden nog enkele al bestaande artikelen aangepast om de regels over de coronatoegangsbewijzen in het systeem van de Wpg te laten passen. 12.2.3

Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 De regels over het vereisen van coronatoegangsbewijzen zijn uitgewerkt in de Trm. Deze regels zullen steeds worden aangepast aan de huidige bestrijdingssituatie. De meest recente versie van de Trm is te raadplegen via: https://wetten.overheid.nl/BWBR0044416.

13.3 Op welke gebieden, voor wie en onder welke voorwaarden kan een verplicht coronatoegangsbewijs worden ingevoerd? Er wordt op landelijk niveau voorgeschreven bij welke activiteiten of op welke plaatsen verplichte coronatoegangsbewijzen worden ingezet. Dit kan veranderen naarmate de situatie rondom het coronavirus verandert. Bij welke activiteiten of op welke plaatsen kunnen coronatoegangsbewijzen verplicht worden gesteld? Coronatoegangsbewijzen kunnen niet overal als voorwaarde aan de toegang of deelname aan een activiteit verplicht worden gesteld. Dit kan alleen indien dit in de Wpg is bepaald. In artikel 58ra, eerste lid, van de Wpg is neergelegd op welke terreinen verplichte coronatoegangsbewijzen kunnen worden ingezet. Het gaat dan om: • cultuur, evenementen, georganiseerde jeugdactiviteiten, horeca en sport (artikel 58ra, eerste lid, van de Wpg) • beroepsonderwijs en hoger onderwijs (artikel 58ra, derde lid, van de Wpg). De gemeente heeft geen taak ten aanzien van beroepsonderwijs en hoger onderwijs. Dit vormt daarom geen onderdeel van deze Handreiking. In de Trm zal aangegeven worden voor welke activiteiten of plaatsen op deze terreinen verplichte coronatoegangsbewijzen ingezet kunnen worden. Een voorbeeld uit de Trm op 5 juni 2021

Een eet- en drinkgelegenheid mag open voor het publiek als er niet meer dan 50 personen aanwezig zijn. Wil de horecaondernemer meer dan 50 personen ontvangen, dan kan dat alleen als iedereen (van het publiek) een coronatoegangsbewijs heeft. Gemeenten zullen dus steeds in de Trm moeten kijken om te zien welke activiteiten uitsluitend mogen worden georganiseerd of welke plaatsen uitsluitend open mogen worden gesteld als een verplichting wordt gehanteerd om over een coronatoegangsbewijs te beschikken.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

97

Artikel 58ra Wpg regelt de reikwijdte van de coronatoegangsbewijsplicht: Artikel 58ra Wpg 1. In een krachtens paragraaf 2 van dit hoofdstuk vast te stellen ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het beschikken over een daarbij te bepalen resultaat voor deelname aan of toegang tot daarbij te bepalen activiteiten of voorzieningen op uitsluitend de volgende terreinen: a. cultuur; b. evenementen; c. georganiseerde jeugdactiviteiten; d. horeca; of e. sport. 2. Regels met betrekking tot het beschikken over vaccinatie tegen covid-19 of herstel van een infectie met het virus SARS-CoV-2 worden slechts gesteld indien: a. op basis van een bewijs van vaccinatie tegen covid-19 of een bewijs van herstel van een infectie met het virus SARS-CoV-2 kan worden vastgesteld dat een vergelijkbare kans op overdracht van het virus SARS-CoV-2 bestaat als bij een bewijs van een negatieve testuitslag; en b. de mogelijkheid wordt geboden in plaats van een bewijs van vaccinatie tegen covid-19 of een bewijs van herstel van een infectie met het virus SARS-CoV-2 gebruik te maken van een testuitslag. 3.

Slechts voor zover dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is bepaald, kunnen voorts in een krachtens paragraaf 2 van dit hoofdstuk of artikel 58q vast te stellen ministeriële regeling regels als bedoeld in het eerste lid worden gesteld op het terrein van beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.1.1, onder h, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, of hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onder b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. 4. Met betrekking tot een besluit tot vaststelling of wijziging van het beleid bij de toepassing van regels als bedoeld in het eerste lid, behoeft, voor zover deze regels betrekking hebben op: a. het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 1.1.1, onder h, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, het bevoegd gezag voorafgaande instemming van: 1°. de studentenraad overeenkomstig hetgeen bij of krachtens die wet is bepaald ten aanzien van de instemmingsbevoegdheid, bedoeld in artikel 8a.2.2 van die wet; en 2°. de ondernemingsraad overeenkomstig hetgeen bij of krachtens de Wet op de ondernemingsraden is bepaald ten aanzien van het instemmingsrecht, bedoeld in artikel 27 van die wet; b.

het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, het bevoegd gezag voorafgaande instemming van de vertegenwoordiging, bedoeld in artikel 5.1 van die wet; c. het hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.1, onder b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, het instellingsbestuur voorafgaande instemming van de universiteitsraad of medezeggenschapsraad dan wel de gezamenlijke vergadering overeenkomstig hetgeen bij of krachtens die wet is bepaald ten aanzien van de instemmingsbevoegdheid van die raad of vergadering. 5. Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de onderwijsinstelling: a. zorg draagt voor een toegankelijke voorziening waar de student zich kan laten testen op infectie met het virus SARS-CoV-2; b. de toegankelijkheid van het onderwijs waarborgt voor de student die niet over een coronatoegangsbewijs beschikt.

98

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6.

De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid wordt gedaan door Onze Ministers in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De voordracht wordt niet eerder gedaan dan een week nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

7.

In een krachtens paragraaf 2 van dit hoofdstuk of artikel 58q vast te stellen ministeriële regeling kunnen experimenten worden aangewezen die tot doel hebben het vergaren van en aan Onze Minister rapporteren over praktijkkennis over de uitvoerbaarheid en effecten van regels als bedoeld in het eerste of derde lid.

8.

Ten aanzien van personen die beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verrichten worden geen regels als bedoeld in het eerste lid gesteld.

9.

Regels als bedoeld in het eerste lid gelden niet voor personen die vanwege een beperking of een ziekte geen test kunnen ondergaan of als gevolg van een test ernstig ontregeld raken. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de toepassing van de eerste volzin, in ieder geval met betrekking tot de vaststelling dat een persoon vanwege een beperking of ziekte geen test kan worden afgenomen en met betrekking tot de deelname aan of toegang tot activiteiten of voorzieningen voor deze personen.

10. Het is verboden om voor deelname aan of toegang tot activiteiten of voorzieningen in openbare plaatsen of publieke plaatsen eisen te stellen met betrekking tot het beschikken over een resultaat, tenzij daarvoor regels als bedoeld in het eerste of derde lid zijn gesteld.

Wanneer kan de minister coronatoegangsbewijzen verplicht stellen? In artikel 58rb Wpg worden de voorwaarden genoemd waaraan de minister zich moet houden bij het aanwijzen van activiteiten of locaties waar coronatoegangsbewijzen ingezet moeten worden. De minister zal deze afweging terug laten komen bij het vaststellen van de regels in de Trm. Voor gemeenten is dit verder niet van groot belang, maar in een handhavingsprocedure kan het wel nuttig zijn om te weten waarom een bepaalde activiteit of voorziening is aangemerkt als een activiteit of voorziening waarvoor een coronatoegangsbewijs wordt gevraagd. Artikel 58rb Wpg Onverminderd artikel 58b, tweede lid, kunnen slechts regels als bedoeld in artikel 58ra, eerste of derde lid, worden gesteld, indien deze, rekening houdend met de aard van de activiteiten of voorzieningen: a. in het maatschappelijk belang zijn aangewezen; b. uitvoerbaar en doelmatig zijn, mede gelet op de aanvang en duur van de periode waarin de regels van toepassing zijn en de mogelijkheden om een resultaat te verkrijgen; c. gepaard gaan met voorzorgsmaatregelen om eventuele maatschappelijk ongewenste effecten ervan, waaronder afbreuk aan andere maatregelen tegen verspreiding van het virus SARS-CoV2, vermijdbare achterstanden of ongelijke toegang tot activiteiten, voorzieningen of onderwijs te voorkomen, weg te nemen of te verminderen.

Zelf een coronatoegangsbewijs verplichten (zonder wettelijke grondslag) is verboden De wet expliciteert vervolgens nog dat het verboden is om voor deelname aan of toegang tot activiteiten of voorzieningen in openbare plaatsen of publieke plaatsen eisen te stellen over het kunnen laten zien van een coronatoegangsbewijs, tenzij daarvoor regels zijn gesteld in de ministeriële regeling (artikel 58ra, tiende lid, van de Wpg). Een café-eigenaar kan dus geen (aanvullende) eisen stellen aan (het tonen van) coronatoegangsbewijzen die afwijken van de landelijke regels. Ook is het niet toegestaan om als beheerder coronatoegangsbewijzen verplicht te stellen voor de toegang tot een activiteit of voorziening als dat niet in de Wpg en/of Trm is bepaald. Dit is strafbaar gesteld in artikel 68bis, vierde lid, van de Wpg.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

99

Voor wie is een coronatoegangsbewijs (niet) verplicht? Wel verplicht voor publiek, niet voor personeel Een coronatoegangsbewijs is uitsluitend vereist voor het publiek, en dus niet voor het personeel of anderen die op de betrokken locatie of bij de betrokken activiteit beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verrichten (artikel 58ra, achtste lid, van de Wpg). Niet verplicht in geval van bepaalde beperkingen of ziekte Ook geldt de eis niet voor personen die vanwege een beperking of ziekte geen test kunnen ondergaan of als gevolg van een test ernstig ontregeld raken (artikel 58ra, negende lid, van de Wpg). De minister van VWS zal een protocol maken om te bepalen wanneer iemand binnen deze uitzondering valt en wanneer aan iemand desondanks toegang geboden kan worden tot activiteiten of voorzieningen waarvoor eigenlijk een coronatoegangsbewijs zou zijn vereist. Dat is ook expliciet neergelegd in artikel 6.33 van de Trm.71 Wat kan gebruikt worden als coronatoegangsbewijs? Het coronatoegangsbewijs wordt gedefinieerd in artikel 58a, eerste lid, van de Wpg.

Artikel 58a, eerste lid, van de Wpg [...] coronatoegangsbewijs: bewijs van een testuitslag, een bewijs van vaccinatie tegen SARS-CoV-2 of een bewijs van herstel van een infectie met het virus SARS-CoV-2; Een coronatoegangsbewijs kan dus zijn: • Een testuitslag waaruit blijkt of de geteste persoon op het moment van afname van de test was geïnfecteerd met het virus SARS-CoV-2. • Een bewijs van vaccinatie tegen SARS-CoV-2. • Een bewijs van herstel van een infectie met het virus SARS-CoV-2. In artikel 58nd Wpg wordt aangegeven dat er in een ministeriële regeling nadere eisen kunnen worden gesteld met betrekking tot de test, de vaccinatie of het herstel om voor een coronatoegangsbewijs gebruikt te kunnen worden. Zo kan het zijn dat een bewijs van herstel van een infectie slechts een beperkte tijd als toegangsbewijs geldig is of dat er voorwaarden worden gesteld aan de wijze waarop de test is uitgevoerd of de periode tussen de testuitslag en de toegang. Op het moment van publicatie van deze aanvulling op de Handreiking geldt op grond van artikel 6.27 Trm dat alleen negatieve testuitslagen als coronatoegangsbewijs kunnen dienen. Later kan dit eventueel aangevuld worden met de andere bewijzen.

CoronaCheck Scanner Voor gemeenten is het van belang te weten dat er een CoronaCheck Scanner app is die voor iedereen te downloaden is, waarmee de coronatoegangsbewijzen zullen worden gecontroleerd. Voor meer informatie over de CoronaCheck Scanner app zie www.coronacheck.nl/scanner. Op die website kan de CoronaCheck Scanner app ook worden gedownload. De CoronaCheck Scanner app is te herkennen aan het volgende logo:

Het (op een juiste wijze) gebruikmaken van deze scanner zal onderwerp van toezicht en handhaving kunnen zijn. Belangrijk om te vermelden is dat in specifieke gevallen ontheffing kan worden verleend voor het gebruik van de CoronaCheck Scanner app. Daarmee is het mogelijk voor organisaties om hun eigen toegangscontrole apparatuur te gebruiken. Verzoeken voor ontheffing dienen bij de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te worden ingediend door organisaties en worden per geval beoordeeld en gepubliceerd in de Staatscourant.

71

100

Het gaat dan om de Trm per 5 juni 2021. De precieze invulling van de Trm kan inmiddels gewijzigd zijn.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://vng.nl/sites/default/files/2020-11/vng-handreiking-tijdelijke-wet-maatregelen-covid-19.pdf