CConstaterende datCastricum
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Samenvatting bestaande plannen en denkrichtingen visie RAUM

Raadsplein - Carrousels 11 maart 2021, gemeente CastricumBij agendapunt: 20.15 - 21:00: Zienswijze op toekomstvisie RAUM 203011.295 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Recreatiegebied Alkmaarder- en Uitgeestermeer Samenvatting bestaande plannen en denkrichtingen Deze samenvatting is een los beschikbaar document bij de visie recreatiegebieden Alkmaarder- en Uitgeestermeer. In de visie is een “5-minutenversie” over bestaand beleid opgenomen, met verkort de hoofdlijnen. projectgroep visie recreatiegebied Alkmaarder- en Uitgeestermeer Joeri Stork RegioVisie, concept november 2020

Voor het recreatiegebied Alkmaarder- en Uitgeestermeer (RAUM) is een nieuwe ruimtelijke visie opgesteld. De visie heeft betrekking op de periode 2021 - 2030 en geeft de hoofdlijnen voor de verdere ontwikkeling van het gebied, voortbouwend op de vorige visie (2008). De visie sluit aan op (regionale) gebiedsontwikkelingen voor bestaande en nieuwe activiteiten en voorzieningen die daar bij passen en benoemt zones of plekken waar vernieuwing of verandering nodig is. Daarbij is veel gebruik gemaakt van bestaande plannen voor het gebied. Bestaande plannen als kader Over het RAUM-gebied en omgeving is namelijk veel geschreven in diverse bestaande plannen en besproken tijdens bijeenkomsten. Ook is er kennis verzameld over actuele recreatiebehoeften (maatschappelijke trends). Goede ideeën uit bestaande plannen die (nog) zijn blijven liggen en nieuwe ideeën worden in de visie betrokken. Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Bijzonder Provinciaal Landschap zijn daarbij belangrijke provinciale beleidskaders.

Uitgeestermeer gezien vanuit het westen (bron: provincie Noord-Holland) Quickscan beleid Dit document is een samenvatting en een overzicht van bestaande beleidslijnen voor en denkrichtingen over de ontwikkeling van RAUM en omliggend landschap. Deze plannen dienen samen als ‘beleidsfundament’ voor de visie. De samenvatting is per plan en heeft betrekking op de thema’s landschap, natuur/ecologie, toerisme & recreatie en/of bereikbaarheid. De samenvatting gaat vooral over het RAUM en bij enkele plannen ook over de deelgebieden Aagtenpark, De Buitenlanden en De Omzoom. ► Aan het eind van elk plan staat kort opgesomd welke punten bijdragen of richting geven aan de nieuwe ruimtelijke visie.

Algemene conclusie is dat de (vele) bestaande beleidslijnen voor het gebied goed op elkaar aansluiten en merendeels uitgaan van dezelfde te behouden waarden en dezelfde accenten voor ontwikkeling. De nieuwe visie voor RAUM brengt deze beleidslijnen samen en vertaalt deze naar een actueel ontwikkelbeeld per deelgebied. 1

De volgende plannen zijn samengevat: Ruimere omgeving A. Raad voor de leefomgeving en infrastructuur: advies ‘Waardevol toerisme’ B. Omgevingsvisie NH2050 (provincie Noord-Holland, 2018) C. Provinciale ruimtelijke verordening (2018) (beleidskader voor o.a. NNN) Netwerk: goederenvervoer over water Netwerk: ondergrondse elektriciteitsleidingen D. Prachtlandschap Noord-Holland; leidraad landschap & cultuurhistorie (2018) E. Visie op Waterrecreatie in Noord-Holland 2030 (provincie Noord-Holland, 2016) Beleid regio en gemeenten F. Laag Holland / Amsterdam Wetlands G. Ambitiedocument Holland boven Amsterdam 2040 (2018) H. Regionale Visie Verblijfsrecreatie Noord-Holland Noord 2030 (ontwikkelbedrijf NHN 2017) I. Metropoolregio Amsterdam (MRA) J. MIRT-onderzoek Noordwestkant van Amsterdam (MIRT-NOWA, 2017) K. Concept Regionale Energie Strategie (2020) L. Regio Alkmaar regiobeeld 2025 (2014) en Omgevingsbeeld (2017) M. Beleid gemeenten Plangebied N. Inspiratiedocument ‘één voor natuur’ (UNStudio, 2018) O. Ontwikkelingsvisie recreatiegebied Alkmaarder- en Uitgeestermeer (2008) P. Onderzoeksrapport RAUM: Naar een duurzame instandhouding (2015) Q. Diverse deelplannen

2

A.

Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) Advies ‘Waardevol toerisme’ (september 2019) rli.nl/publicaties/2019/advies/waardevol-toerisme

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) verwacht de komende 10 jaar landelijk 50% meer bezoekers (toeristen). De Raad adviseert te gaan sturen op een gebalanceerde groei van toerisme in Nederland, waarbij economie, samenleving en leefomgeving met elkaar in samenhang worden bekeken. Met een analysekader en ‘menukaart’ wordt een methodiek aangereikt voor een betere balans tussen economisch voordeel en draagkracht van de leefomgeving en het draagvlak onder bewoners. Een aanbeveling is regionale toeristische ontwikkelstrategieën op te stellen, waar (en welk soort) toeristische groei gewenst en ongewenst is, hoe het aantal toeristen kan worden beïnvloed, hoe zij beter kunnen worden gespreid, dan wel hoe overlast kan worden voorkomen. Toerismebeleid is nu nog veelal economische gericht en de raad adviseert ook te gaan sturen op leefbaarheid en samenleving (draakkracht). Daarbij maakt de raad onderscheid in fysieke elementen van draagkracht (mobiliteit, vastgoed, openbare ruimte, erfgoed, natuur en milieu) en sociale elementen (publieke ruimte en persoonlijke leefomgeving). De analyse van druk en draagkracht levert een beeld op van de ontwikkelruimte en opgaven van een bestemming, zowel in gebieden met veel bezoekers als in gebieden waar meer bezoekers gewenst zijn.

Inbreng voor visie RAUM 2030: ► De visie voor RAUM kan dienen als inbreng voor een op te stellen regionale toeristische ontwikkelstrategie. ► Het RAUM is nu toeristisch-recreatief nog onderbenut en kan een rol spelen in de spreiding van toerisme (MRA), rekening houdend met draagkracht van bijvoorbeeld erfgoed, natuur en milieu en persoonlijke leefomgeving. B.

Omgevingsvisie NH 2050 (provincie Noord-Holland, nov 2018) noord-holland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Projecten/Omgevingsvisie

Kwaliteit leefomgeving De provincie stuurt op een goede balans tussen leefbaarheid en economische ontwikkeling. Een gezonde en veilige fysieke leefomgeving vormt de basis, rekening houdend met het watersysteem, klimaatbestendigheid, ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit en natuur. Om de kwaliteit van de leefomgeving te borgen, zijn de volgende uitgangspunten van belang:  ontwikkelingen zijn passend bij waarden, karakteristiek en draagvermogen van het landschap;  zo veel mogelijk natuurinclusief ontwikkelen, passend bij de context van het gebied;  nieuwe ruimtelijk economische ontwikkelingen clusteren rond knooppunten;  effecten op ondergrond meewegen (regulatie, waterbuffer, bodemenergie, archeologie e.d.). Het plangebied wordt in de visie aangeduid als onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam (MRA), specifiek als onderdeel van het te beschermen Metropolitaan landschap en het belang van (investeringen in) de A9 als vervoerscorridor (zie ook paragraaf J). Het meer wordt ook genoemd als eventuele potentiële koudebron als onderdeel van de studies naar (regionale) energietransities. 3

Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving In de visie zijn vijf samenhangende bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. Voor recreatiegebied Alkmaarder- en Uitgeestermeer is met name de beweging Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving relevant. Deze is gericht op ontwikkelen van natuurwaarden (biodiversiteit) in combinatie met economisch duurzame agrarische sector. De volgende drie ontwikkelprincipes zetten de richting uit: 1. Natuurlijke processen richtinggevend voor inrichting en beheer van natuurgebieden De provincie werkt toe naar gezonde en natuurlijke ecosystemen, gebaseerd op het watersysteem. Natuurdoelen bewegen mee met een veranderend watersysteem, als gevolg van klimaatadaptatie. Aanvullend op het Natuur Netwerk Nederland (NNN, zie paragraaf C) streeft de provincie naar multifunctionele groene ruimten met een grotere biodiversiteit, waarin natuur, water, recreatie en landbouw meer in samenhang worden aangepakt. Gebieden voor waterberging worden ingericht voor natuur en recreatie en ondersteunend voor landbouwkundig watergebruik. Overgangen tussen land- en waternatuur verbeteren biodiversiteit en waterkwaliteit. Groene verbindingen tussen stad en landelijk gebied combineren waterberging, recreatie, klimaatverandering, gezondheid en natuur.

Kritische succesfactoren • agrarisch bedrijfssysteem aanpassen aan de beschikbaarheid van zoetwater; • beheer/inrichting natuurgebieden aansluiten op o.a. ontstaansgeschiedenis van de gebieden; • kleinschalige agrarische kavelruil voor nieuwe natuur en sterke landbouw; • agrarisch natuurbeheer op de juiste locatie; • goede afstemming tussen water- en natuurbeheer (zoals natuurvriendelijke oevers). 2. Voor een robuust ecosysteem natuurgebieden verbinden en functies slim positioneren Beter beheer van bestaande natuurgebieden en verbinding tussen natuurgebieden vormen de basis voor vergroting van biodiversiteit. Bestaande natuurgebieden versterken door zonering van recreatie en slimmer landgebruik. Waar mogelijk wordt agrarisch natuurbeheer geconcentreerd rond natuurgebieden. Een gebiedsgerichte aanpak vangt de verwachte groei van recreatiedruk op. Bij de locatiekeuze en clustering van functies wordt rekening gehouden met de gevolgen voor water (waterpeil en de zoetwatervraag). Kritische succesfactoren • realisatie van de bestaande NNN; • extra inzet op Kaderrichtlijn Water (KRW; Europese richtlijn voor verbetering waterkwaliteit); • functiestapeling om middelen te genereren voor het behalen van meerdere doelstellingen; • goede geleiding van de recreatiegroei om een negatief effect op natuurgebieden te voorkomen. 3.

Het landgebruik en de waterpeilen in balans brengen met draagkracht veenweidegebied Het merendeel van de gronden rondom RAUM is veenweidegebied. Om bodemdaling van veengronden af te remmen is met name in de zomer vernatting nodig. De provincie wil het landgebruik meer in evenwicht met het benodigde waterpeil. Tegengaan van bodemdaling heeft consequenties voor landbouw (toepassen nieuwe technieken of teelten), landschap (verdwijnen van veenweidelandschap) en natuur (meer natte natuur). De provincie wil de aard en invulling van bestaande natuur- en landbouwgebieden gebiedsgericht en in overleg laten veranderen als daarmee de opgaven en problemen oplossen. 4

Kritische succesfactoren • Acceptatie dat het landschap verandert en bereidheid tot actie bij betrokken partijen • Stimuleren van innovaties; experimenteerruimte voor innovatieve oplossingen • Ketenaanpak en positionering van functies, passend bij het watersysteem Uitvoering De provincie borgt de visie in een Omgevingsverordening en de uitvoering via regionale agenda’s en programma’s. Voor RAUM is het Programma Groen van belang: bestaande natuurgebieden verbinden en nieuwe natuurgebieden creëren en verwerven. ‘Groen Kapitaal’ is daarbij het netwerkplatform voor initiatieven die de biodiversiteit stimuleren. Ook het bestaande Programma Metropolitaan Landschap is van toepassing op (het zuidelijk deel van) het gebied (zie ook paragraaf I). Daar komen (nieuwe) programma’s bij met de provincie een belangrijke verbindende rol:  programma natuurinclusieve landbouw, gericht op de bijdrage van grondgebonden landbouw aan behouden en versterken van biodiversiteit, bodemvruchtbaarheid en water;  programma bodemdaling werkt er naar toe om landgebruik en waterpeilen in balans te brengen met de draagkracht van het veenweidegebied. Onder andere een Task Force Bodemdaling en een regionale bodemdalingsvisie en gebiedsgerichte projecten zijn hier op gericht. Inbreng voor visie RAUM 2030: ► Ontwikkelen van biodiversiteit gecombineerd met economisch duurzame agrarische sector.

► Natuurlijke processen geven richting aan inrichting en beheer van natuurgebieden. Multifunctionele groene ruimten in samenhang aanpakken natuur, water, recreatie en landbouw. ► Voor een robuust ecosysteem natuurgebieden verbinden en functies slim positioneren. ► Landgebruik en de waterpeilen in balans brengen met draagkracht veenweidegebied. ► Participeren in provinciale programma’s groen, metropolitaan landschap, natuurinclusieve landbouw en bodemdaling. C.

Provinciale ruimtelijke verordening (PRV; 2019); ontwerp Omgevingsverordening (2020) •

noord-holland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Structuurvisie_en_PRV • noord-holland-extern.tercera-ro.nl/MapViewer/ en maps.noord-holland.nl

De PRV geeft kaders voor diverse beschermingsregimes. Alle begrenzingen zijn te vinden op bovengenoemde sites. Voor het plangebied zijn vier regimes van belang: Aardkundig monument, Natuur Netwerk Nederland (NNN), Weidevogelgebied en Unesco erfgoed (Stelling van Amsterdam). De provincie bereidt een wijziging voor om dit te bundelen in twee regimes (Omgevingsverordening). Aardkundig monument Het Alkmaardermeer- en Uitgeestermeer met oeverlanden en omliggende veenpolders (L1, L2 en L3) tonen een landschap zoals dat er in de Middeleeuwen waarschijnlijk ook al heeft uitgezien. Het is het enige nog resterende meer dat door erosie van het veen is ontstaan. Natuurlijke meren zoals deze zijn zeldzaam, zeker in combinatie met de verschillende gave verschijnselen. Dit maakt het gebied aardkundig zeer waardevol. Om deze waarden te beschermen zijn de meren en een deel van de Dorregeesterpolder onderdeel van het aardkundig monument Alkmaardermeer en

5

Uitgeestermeer (AM12). Dit betekent dat bij potentiële natuurontwikkelingen de aardkundige waarden van dit gebied bij de afweging worden meegenomen. Natuur Netwerk Nederland Op de provinciale kaart zijn de deelgebieden van NNN weergegeven en kort omschreven. Tussen de deelgebieden liggen als linten (beoogde) natuurverbindingen. Elk deelgebied heeft een bijbehorende beschrijving van de wezenlijke kenmerken en waarden per deelgebied. Onderstaand zijn de NNNgebieden en -verbindingen beschreven die van belang zijn voor RAUM. Gebied Kernkwaliteit/vervangbaarheid natuurwaarden / ontwikkelruimte L1 Hempolder en Klaas Hoorn- en Kijfpolder (108 hectare) De ecologische kernkwaliteit van de polders is open landschap met extensieve graslanden voor weidevogels en water- en verlandingsvegetaties. De actuele natuurwaarden van de graslanden en moeraszones zijn relatief eenvoudig en snel te vervangen (<25 jaar). De zones met veenmosrietland en moeras vragen een langere vervangingsperiode (<50 jaar). Door de ligging in een oude polder met historisch landschapspatroon moet echter worden uitgegaan van een nauwelijks vervangbare situatie. Om deze situatie te beschermen is een deel van dit gebied (de Hempolder) onderdeel van het aardkundig monument Alkmaardermeer en Uitgeestermeer Overigens is ook het rijke bodemleven van oude graslanden niet eenvoudig vervangbaar.

L2 Alkmaarder- en Uitgeestermeer, Zwaansmeer en Dorregeesterpolder (695 hectare) De ecologische kernkwaliteiten van het gebied zijn groot open water met verlandingsvegetaties, open kleipolder met extensieve graslanden voor weidevogels en parkachtig en waterrijk landschap met recreatief gebruik. De bosschages, graslanden en moeraszones (met uitzondering van veenmosrietlanden) zijn in theorie op enige termijn vervangbaar (bos <50 jaar, gras <10, moeras <25 jaar). Echter, het open water en de oeverzones met verlandingsvegetaties zijn vanwege ontstaansgeschiedenis, oppervlakte en samenhang met omliggende graslandpolders niet of nauwelijks vervangbaar. Om deze onvervangbare verschijnselen te beschermen is dit gebied onderdeel van het aardkundig monument Alkmaardermeer en Uitgeestermeer.

6

L3 Westwouderpolder (205 hectare) Het gebied maakt, samen met de andere polders en waterrijke gebieden rondom het Alkmaarder- en Uitgeestermeer, deel uit van een belangrijk regionaal netwerk voor weidevogels en moeras- en watergebonden soorten, waaronder vogels, zoogdieren en vissen. De ecologische kernkwaliteit van de polder is open waterrijk landschap met extensieve weidevogelgraslanden en verlandingsvegetaties. De actuele natuurwaarden van de graslanden en moeraszones zijn relatief eenvoudig en snel te vervangen (<25 jaar). De zones met veenmosrietland en moeras vragen een langere vervangingsperiode (<50 jaar). Door de ligging in een oude polder met historisch landschapspatroon moet echter worden uitgegaan van een nauwelijks vervangbare situatie. Ook het rijke bodemleven van oude graslanden is niet eenvoudig vervangbaar. L4 Crommenije (48 hectare) Het water is een overblijfsel van het voormalige Oer-IJ. Het gebied is onderdeel van het voormalig inundatiegebied van de Stelling van Amsterdam. Waardevol is de natte natuur met aangrenzend aan de westzijde moeras, grasland en bospercelen. Het gebied staat in directe verbinding met andere NNN-gebieden en maakt deel uit van een belangrijk regionaal netwerk voor weidevogels en moeras- en watergebonden fauna. De aanwezige verlandingsvegetaties zijn niet of nauwelijks vervangbaar.

De abiotische basiscondities om nieuwe verlandingsprocessen in brak milieu op gang te brengen zijn niet meer aanwezig. De kruidenrijke graslanden zijn relatief eenvoudig vervangbaar (<25 jaar), maar de strategische ligging en belangrijke functie als (stapsteen in een) natuurverbinding is niet of nauwelijks vervangbaar. L5 Krommenieër-Woudpolder (171 hectare) De huidige polder is een samenvoeging van een aantal losse polders. Met name het zuidelijk deel van de polder is niet herverkaveld en dus minder grootschalig ingericht. Enkele percelen liggen bol of hebben veel intern reliëf. De polder kent een open en uitgestrekt karakter en heeft een grote cultuurhistorische waarde. Opgaande beplanting is beperkt tot de boerenerven. Kenmerkend zijn het dichte netwerk van sloten en dijken en het lintdorp die het open landschap begrenzen. De relatieve rust, donkerte en stilte zijn belangrijke voorwaarden voor een geschikt weidevogelgebied. De ecologische kernkwaliteit van de polder is open waterrijk landschap met extensieve weidevogelgraslanden en verlandingsvegetatie. Een deel van de graslanden is relatief eenvoudig en snel te vervangen. Door de ligging in een oude polder met historisch landschapspatroon moet echter worden uitgegaan van een nauwelijks vervangbare situatie. Ook het rijke bodemleven van oude graslanden is niet eenvoudig vervangbaar. 7

L6 Omgeving Markervaart (27 hectare) Vanaf de 17e eeuw werden de polders bedijkt, werd het Starnmeer drooggemalen, en werd de Markervaart gegraven voor de afwatering van de Schermer. Naast natuurgebied, is Fort Markenbinnen in gebruik als brandweeroefencentrum en sportpark. Het fort is ook beschikbaar als evenementenlocatie. Het zuidelijke deel van de Markervaart wordt gebruikt voor beroepsscheepvaart. Aan de noordzijde van de vaart ligt een recreatiehaven voor pleziervaart. Dit grenst aan het snelvaargebied in het Alkmaardermeer. Langs de Markervaart liggen enkele pontjes en opstapplaatsen voor kano’s. De ecologische kernkwaliteiten van het gebied zijn de oeverlanden en extensieve graslanden langs natte natuurverbinding en het cultuurhistorisch waardevol fort met schootsveld. De natuurwaarden van de graslanden en het oppervlaktewater zijn actueel van beperkte waarde en op zichzelf op korte termijn vervangbaar. De samenhang tussen de natuurwaarden en de cultuurhistorische betekenis van het fort vormt echter een nagenoeg onvervangbare situatie. Ook de actuele natuurwaarden met betrekking tot de aanwezige verlandingsvegetaties langs de Markervaart zijn niet of nauwelijks vervangbaar. Tenslotte geldt de onvervangbaarheid ook nog voor de cultuurhistorisch waardevolle oude verkaveling met natuurwaarden in de Starnmeerpolder en Markerpolder.

NNV2 Natuurverbinding Noord-Hollands duinreservaat - Eilandspolder Deze natte natuurverbinding bestaat uit een 13 km lang netwerk van waterlopen tussen Bakkum en West-Grafdijk. De verbinding bestaat uit (een deel van) de Schulpervaart, het Die, de Limmerpolder (N14) en de boezem ten noorden van het Alkmaardermeer. Het vormt een ruimtelijke verbinding tussen het Noordhollands Duinreservaat (N4) en vochtige graslanden en water-bergingsgebieden in Duinrand Bakkum (N15) en Limmerpolder (N14) en met de waterrijke gebieden Alkmaarder- en Uitgeestermeer, Zwaansmeer en Dorregeesterpolder (L2). NNV4 Natuurverbinding Alkmaardermeer - Noordzeekanaal De verbinding bestaat uit een circa 12 km lange structuur van afwisselend waterlopen en dijken. In het noorden begint de verbinding tussen een uitloper van het Alkmaardermeer (L4 Crommenije) en Weijenbus en Vroonmeer (L9) en in het zuiden stopt de verbinding tegen de dijk aan het Noordzeekanaal. De verbinding bestaat achtereenvolgend vanaf noord naar zuid uit Busch en dam, Groenedijk, Zeedijk en eindigt bij de Noorder IJ- en Zeedijk. De watergangen aan de dijkvoet horen voor een groot deel bij de verbindingszone. De zone verbindt het Alkmaarder- en Uitgeestermeer met De Buitenlanden.

Inbreng voor visie RAUM 2030: ► Opnemen richtlijnen voor de te beschermen waarden: Aardkundig monument, Natuur Netwerk Nederland (NNN), Weidevogelgebied en Unesco erfgoed (Stelling van Amsterdam).

8

Uitsnede NNN-gebieden(Provinciale ruimtelijke verordening)

Uitsnede Unesco-gebied (Provinciale ruimtelijke verordening)

Uitsnede Weidevogelgebied (Provinciale ruimtelijke verordening)

9

Goederenvervoer over water, Provincie Noord-Holland (RH/DHV april 2018) Noord-Hollland.nl

Een aanbeveling uit vooronderzoek - voor de provinciale Omgevingsvisie en de provinciale agenda Mobiliteit - is om een ‘Kernnet goederenvervoer over water’ aan te wijzen en waar nodig routes daarvoor te optimaliseren. Het Alkmaarder- en Uitgeestermeer is onderdeel van het Kernnet. Het stimuleren van goederenvervoer over water is in het provinciaal coalitieakkoord opgenomen als duurzaam alternatief voor goederenvervoer over de weg. Inbreng voor visie RAUM 2030: ► Belang van Alkmaarder- en Uitgeestermeer als onderdeel van het provinciaal Kernnet goederenvervoer over water.

Ondergrondse elektriciteitsleidingen tussen Beverwijk en Oterleek noord-holland.nl/netuitbreiding

Omdat de vraag naar elektriciteit hard groeit, wordt er steeds meer duurzame elektriciteit opgewekt door zonneweiden en windparken (op zee). De energie die daar wordt opgewekt gaat met elektriciteitsleidingen naar de verschillende plekken in de provincie. Om dit transport mogelijk te maken, is het nodig het elektriciteitsnetwerk in Noord-Holland te versterken De provincie in kaart gebracht waar een nieuwe ondergrondse elektriciteitsleidingen tussen Beverwijk en Oterleek (gemeente Alkmaar) het best gelegd kunnen worden. De gekozen variant staat op bijgevoegde kaart. Deze kabel is een aanvulling op de bestaande elektriciteitsmasten. Voordat de aanleg start wordt er onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld de gesteldheid van de grond en de aanwezige flora en fauna.

Inbreng voor visie RAUM 2030: ► Via stakeholdersoverleg aangeven dat de kabel geen inbreuk heeft op belangen en waarden van het gebied voor natuur, landschap en recreatie. De leiding heeft geen gevolgen voor de visie.

10

D.

Prachtlandschap Noord-Holland; leidraad landschap & cultuurhistorie 2018 leidraadlc.noord-holland.nl/ensembles/Assendelft-Krommenie/

De Leidraad is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap. De Leidraad geeft beschrijvingen en informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met de Leidraad samen met initiatiefnemers te werken aan het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van landschap en cultuurhistorie. De Leidraad is in de PRV verankerd (art. 15). Elke leidraad bevat een uitgebreide beschrijving van de ontstaansgeschiedenis van het gebied en de provinciale structuren. Voor RAUM zijn onderstaande vier leidraden van belang:  Ensemble Assendelft-Krommenie  Provinciale structuur IJdijken / Oer-IJ  Provinciale structuur Stelling van Amsterdam  Provinciale structuur Stolpenstructuur (specifiek voor dorp De Woude) De structuren van Oer-IJ en Stelling overlappen voor een deel omdat de St. Aagtendijk en de Liniedijk samen de hoofdverdedigingslijn met forten vormen. De voormalige Zeedijk begrenst de inundatiezone aan de oostzijde. Ensemble AssendelftKrommenie Het gebied is een veenpolderlandschap dat is ontstaan onder invloed van het Oer-IJ en heeft aan de oostzijde kenmerken van ruig veenlandschap. De geluidscontour van Schiphol draagt met zijn bouwbeperking bij aan het behoud van de openheid en structureert de verstedelijking.

De kenmerkende openheid in noord-zuidrichting staat onder druk vanwege ontwikkelingen aan de randen. In de westzijde van het ensemble is De Stelling van Amsterdam met forten en liniedijken manifest aanwezig. Onderstaand zijn voor het plangebied relevante kenmerken:    

De kleinschaligere veenontginningen ten noorden van Krommenie rondom het meer en het voormalige Starnmeer hebben een onregelmatiger verkavelingspatroon met kleinere dorpen. De openheid van het Oer-IJ is in hoofdlijn nog steeds ervaarbaar. De voormalige zeedijken versterken deze (noordzuid) richting. Het meer vormt een open ruimte aan de noordzijde. De vele molens (o.a. bij Uitgeest) zijn markante bakens in het landschap. De liniedijken beperken lokaal de ruimtebeleving, maar geven een panoramabeeld van de polder als je er bovenop staat. De snelweg A9 biedt automobilisten zicht op het open landschap.

11

De forten vallen door hun gronddekking nauwelijks op. De voormalige schootsvelden ten westen van de A9 zijn verdicht met bebouwing, aan de oostzijde raakt het landschap steeds meer verdicht door de aanleg van recreatiegebieden. Ruimtelijke dragers zijn het Noord-Hollandskanaal, de Markervaart, de dijken van het Oer-IJ , de Stelling van Amsterdam en de A9.

Inbreng voor visie RAUM 2030 (o.b.v. ambities en ontwikkelprincipes uit de leidraad): ► landschappelijke verscheidenheid herkenbaar houden; ► ruimtelijke ontwikkelingen inspireren op het Oer-IJ; koesteren van historische dijken, dammen en waterlopen van het Oer-IJ en de dijken en forten van de Stelling van Amsterdam; ► accentueren van de loop van voormalige kreekruggen in het veenpolderlandschap; ► voorkomen van verrommeling van open gebieden; sterke visuele relatie tussen de open ruimten met name in noord-zuidrichting; ► herstel van historische waterlopen Kil en CrommenIJe en deze benutten voor waterberging en natte natuurontwikkeling; de Kil bevaarbaar maken voor kano’s; ► groene oostrand voor Beverwijk/Heemskerk: ontwikkelen stelsel van recreatieve verbindingen en versterken zicht op het landschap ter hoogte van Fort St. Aagtendijk; ► behouden en zichtbaar blijven van de huidige verkavelingsstructuur en sloten bij (semi) tijdelijke functies en opstellingen in het landschap, zoals voor zonne-energie; ► behouden van de vrije ruimte (molenbiotopen) rond historische windmolens, in verband met windvang en zichtbaarheid (in het plangebied liggen diverse molens bij Uitgeest). Provinciale structuur IJdijken / Oer-IJ Het Oer-IJ was lange tijd de meeste noordelijke Rijntak in de Hollandse delta en vormde dit deel van Noord-Holland.

Van oorsprong mondde het Oer-IJ ter hoogte van Castricum uit in de zee. De monding slibde dicht en direct achter de kust ontstond een groot binnenmeer als uitloper van de Zuiderzee. Vanaf de 10e eeuw werden grote delen van het veenmoeras dat zich achter de strandwallen ontwikkeld had ontgonnen. Hierdoor daalde de bodem en won de zee steeds meer terrein door overstromingen. Om de dalende veengebieden te beschermen tegen de Zuiderzee en het IJ is men omstreeks de 12e eeuw begonnen met de bouw van dijken. De IJdijken en Zeedijken zijn restanten van de waterkeringen langs het Oer-IJ. Na afdamming van het noordelijk gedeelte van het Oer-IJ bleven het Wijkermeer en het IJ over als open water, in verbinding met de Zuiderzee. Tegelijk met de aanleg van het Noordzeekanaal (1865-1876) werden het Wijkermeer en delen van het IJ ingepolderd en werd het IJ afgedamd door de Oranjesluizen. Een deel van de IJdijken verloor hierbij zijn functie als primaire waterkering. De dijken zijn na die tijd vaak verlegd, vervangen of verdwenen als gevolg van stedelijke groei of havenuitbreidingen. Door de dynamiek in de MRA staan delen onder druk. De dijken zijn provinciaal monument en vertegenwoordigen een belangrijke cultuurhistorische waarde omdat ze ‘vertellen’ over de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Voor de recreatie vormen ze groene verbindingen tussen Amsterdam en de omgeving.

Inbreng voor visie RAUM 2030: ► Op de vorming (en leesbaarheid) van het landschap is het Oer-IJ is van grote invloed geweest. ► De IJdijk loopt herkenbaar in het landschap langs het kleine recreatiegebied De Buitenlanden.

12

Provinciale structuur Stelling van Amsterdam Deze structuur is een provinciaal monument opgenomen in de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De stelling bestaat uit twee militaire verdedigingsgordels uit de laat-19e, vroeg-20e eeuw. De verdediging werd uniek vormgegeven, gebruik makend van het omringende landschap en door het onder water zetten (inundatie) van land. De Stelling brengt landschappelijke samenhang tot expressie en is een verrijking van het cultuurlandschap. Naast cultuurhistorische en landschappelijke betekenis is de Stelling een ‘stiltelandschap’ in de MRA waar openheid en rust te ervaren zijn.

Tot de bouwstenen van de linie behoren militaire werken, het strategisch landschap (schootsvelden) en het watermanagementsysteem (inundatievelden, dijken, sluizen en dammen). De hoofdverdedigingslijn is de drager de linie. Waar deze lijn werd doorsneden door wegen, waterlopen of spoorlijnen (accessen) verdedigden forten de linies. De inundatiegebieden werden begrensd door de natuurlijke hoogten in het landschap (poldergrenzen) of speciaal aangelegde liniedijken. Inbreng voor visie RAUM 2030: ► De Stelling van Amsterdam verbindt de deelgebieden van het recreatieschap. ► De linie en forten lopen als een kralensnoer vanaf het IJ langs De Buitenlanden en De Omzoom naar Alkmaarder- en Uitgeestermeer en verder door naar de Schermer en Waterland. Provinciale structuur Stolpenstructuur (specifiek voor dorp De Woude) In het Noord-Hollandse landschap zijn stolpboerderijen kenmerkende gebouwtypen en belangrijke identiteitsdragers. Ze vormen met hun hoge piramidevormige daken en monumentale silhouetten ruimtelijke structuren. Op buurt- en straatniveau vormen ze belangrijke ijkpunten in het bebouwingsbeeld door de kenmerkende vorm en gebouwonderdelen en/of erven. Door hun streekgebonden erfinrichting, beplanting in samenhang met de lokale landschapsstructuur en kenmerkende gevelindeling vertellen stolpen het verhaal van de Noord-Hollandse agrarische geschiedenis.

Inbreng voor visie RAUM 2030: ► Verspreid in het plangebied liggen stolpboerderijen. Een belangrijk cluster is in het dorp De Woude op het eiland Westwouderpolder. De ruimtelijke structuur van de dorpskern De Woude wordt in hoge mate gekarakteriseerd door het onregelmatige, losse bebouwingspatroon aan het lint. In dit bebouwingspatroon domineert een elftal stolpen het ruimtelijke beeld. 13

E.

Visie op Waterrecreatie in Noord-Holland 2030 (provincie Noord-Holland, 2016) noord-holland.nl/Onderwerpen/Toerisme_recreatie/Waterrecreatie/Beleidsdocumenten/ Visie_op_waterrecreatie_in_Noord_Holland_2030

De provincie heeft de ambitie om in 2030 een vitale waterrecreatie provincie te zijn. Dit kenmerkt zich aan de ene kant door activiteit, sportiviteit, beweging en beleving. Aan de andere kant door ervaren van ruimte, rust, cultuurhistorie, natuur, landschap en stilte. Van durfsporten tot kanovaren. De visie richt zich op een hoger/regionaal schaalniveau en gaat uit van samenwerking tussen partijen. De provincie wil goede verbindingen in het vaarnetwerk en varen van rondjes mogelijk maken. Kansen die voor meerdere doelgroepen winst opleveren, worden geprioriteerd. Bij de uitwerking van de strategie wordt gekoerst op: •

•

•

verbinding water - land Waar recreatievormen van water en land nauw verweven zijn en samenkomen, zijn kansrijke overgangen en aantrekkelijke bestemmingen te ontwikkelen. Voorbeelden zijn aanlegplaatsen, jachthavens, overstapplekken en knooppunten, oeverrecreatie en historische binnensteden. zonering Dit is een belangrijk instrument om kwetsbare natuurgebieden te beschermen. Zonering houdt ook oog voor leefbaarheid en kwetsbare gebruikers of andere belangen. Daarnaast gaat het over toegankelijkheid van waterrecreatie en de mogelijkheden voor ondernemerschap. aquapunctuur Dit betreft opgaven van regionale betekenis die de volgende elementen in zich dragen: o slimme combinaties van meerdere vormen van waterrecreatie; o diverse netwerken komen bij elkaar, met duidelijke ambities van meerdere stakeholders; o aantoonbare kansen voor ondernemers aanwezig; o bij voorkeur is cultuurhistorie een onderdeel van een aantrekkelijke bestemming.

In de visie staan algemene opgaven die aansturen op diversiteit van waterrecreatie en samenwerking tussen betrokken partijen, de economische waarden van waterrecreatie en de versterking van de verbinding tussen water- en landrecreatie. Ook stuurt de provincie aan op beter benutten van het aanwezige netwerk en historische vaarverbindingen herstellen. De belangrijkste gebiedsgerichte opgave is verbeteren en creëren van waterverbindingen in de verschillende netwerken. De provincie ziet voor RAUM diverse kansen (zie groene kader hieronder). Als opgave stelt de provincie onder andere het Inbreng voor visie RAUM 2030: ► Realiseren van goede verbindingen in het vaarnetwerk en varen van rondjes mogelijk maken. ► Aantrekkelijke bestemmingen ontwikkelen waar recreatievormen van water en land samenkomen (bij voorkeur is cultuurhistorie een onderdeel). ► Kansen voor natuurbeleving in combinatie met verbetering van het netwerk voor de grote (staande mastroute) en kleine recreatievaart in een (cultuur)historisch waterlandschap (sloepenmarkt en kanovaren), voor zwemwater en voor hengelsport. ► Verdere ontwikkeling van het Alkmaarder- en Uitgeestermeer en versterking van de waterrecreatiesector tot een vitale, duurzame en toekomstgerichte sector. 14

F. Laag Holland / Amsterdam Wetlands Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland werkplaatsvitaalplatteland.nl/

Vier terreinbeherende organisaties hebben in mei 2018 een perspectief geschreven op de toekomst van 12.000 ha natuur en landschap in Laag-Holland, met een tijdshorizon tot 2050. De partijen willen afgestemd water- en natuurbeheer, aaneengesloten natuurgebieden en recreatie mogelijk maken in ‘Amsterdam Wetlands’, de groene achtertuin van Amsterdam. Landbouw en natuur zullen gezamenlijk invulling geven aan een kwalitatief hoogwaardig en biodivers landschap en bijdragen aan het terugdringen van CO2-uitstoot. Het gebied gaat beter worden benut als aantrekkelijke en toegankelijke leefomgeving voor de metropoolregio. De ambitie voor veenbehoud en veenherstel worden gekoppeld aan natuurambities en zijn op kaart gezet: groeiend veen (nat, CO2 binding) en historisch veen (met landschapsbehoud en weidevogels) met waterpeilen afgestemd op weidevogels. De kenmerken en verhalen (geschiedenis) van het gebied worden uitgewerkt tot een Recreatief Grid of Leisure Landscape: een raamwerk voor beleving van natuur, landschap en erfgoed in de context van de sterk groeiende metropool regio. De aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van het landschap worden vergroot. Dit Recreatieve Grid bestaat uit een ruimtelijke raamwerk van routes, plekken en zones. Vanuit dit ruimtelijke raamwerk kunnen verschillende recreatieve en toeristische projecten en programma’s opgestart worden.

Aan de hand van bouwstenen zijn bovengenoemde ambities verder beschreven. Voorbeelden zijn verder ontwikkelen van kringlooplandbouw, lineaire erfgoedstructuren benutten als recreatieve routes en een bijdrage leveren aan het spreiden van toeristen. De verdere uitwerking en uitvoering wordt gebundeld in vier programmalijnen (met voorstellen voor pilots): Bodemdaling en klimaat, Landbouw en natuur, Recreatie en toerisme en Governance.

15

Inbreng voor visie RAUM 2030: ► Water- en natuurbeheer afstemmen, aaneengesloten natuurgebieden. ► Gebied beter benutten als aantrekkelijke en toegankelijke leefomgeving voor de MRA. ► Uit de verdeling/zonering van veenweiden blijkt dat in RAUM wordt ingezet op historisch veen, en daarmee behoud van het kenmerkende veenweidelandschap en ruimte voor weidevogels. ► Optuigen van een Recreatief Grid, een ruimtelijke raamwerk van routes, plekken en zones, voor beleving van natuur, landschap en erfgoed, gedragen door de kenmerken en verhalen (geschiedenis) van het gebied. ► Verder ontwikkelen van kringlooplandbouw, lineaire erfgoedstructuren benutten als recreatieve routes en een bijdrage leveren aan het spreiden van toeristen. Als vervolg is een uitvoeringsgericht gebiedsplan (mei 2019) opgesteld in een gezamenlijk proces met diverse partijen waaronder landbouw- en natuurorganisaties. Het gebiedsplan is ingebracht in het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland (IBP-VP) en er is financiering toegekend voor een integraal gebiedsprogramma met projecten. RAUM is een van de zes natuur- en waterprojecten in het gebiedsplan en gericht op grotere biodiversiteit in en langs het meer (ook aanpak groei waterplanten) en op integrale landschapsontwikkeling.

Als onderdeel van dit laatste wordt ook specifiek ingegaan op het belang van investeren in toerisme en recreatie, als vertaling van bovengenoemde recreatief grid, zowel binnen deelgebieden als voor de integraliteit voor héél Wetlands en in harmonie met bewoners en met natuur. De focus ligt op: Inbreng voor visie RAUM 2030: ► grotere biodiversiteit in en langs het meer (ook aanpak groei waterplanten) en op integrale landschapsontwikkeling (IBP-VP). ► Als uitwerking van het recreatief grid een focus op: - gezamenlijke verhalen, verborgen schatten van het verleden - routes, bereikbaarheid en poortontwikkeling (OV-knooppunten) - faciliteiten, trekkers, toeristisch/recreatieve hotspots - nieuwe (recreatieve) verdienmodellen voor beheerders van het landschap G.

Ambitiedocument Holland boven Amsterdam 2040 (ontwikkelbedrijf NHN, 2018) regiohollandbovenamsterdam.nl en nhn.nl/publicaties/

Met Holland boven Amsterdam wil de regio NoordHolland Noord (NHN, 18 gemeenten en de provincie) zich positioneren als kansrijke regio direct geplakt tegen de MRA. De regio wil zich ontwikkelen tot broedplaats voor innovatieve landbouw (o.a. teelt op water en biologische teelt) en een bijdrage leveren aan oplossingen voor (mondiale) vraagstukken als voedselproblematiek en klimaatverandering. Daarnaast heeft de regio een hoogkwalitatieve leefomgeving, aantrekkelijke voor wonen, werken en recreëren. De regio NHN heeft als ambitie dat Holland boven Amsterdam in 2040 bekend staat om innovatieve agri & foodsector (nationaal en internationaal), energieneutraal, proeftuin voor watermanagement 16

en toerisme (het gebied waar alles te vinden is waar Nederland om bekend staat). Uitvoering vindt plaats langs vier programmalijnen:  Ruimte bieden (vestigingsklimaat): o.a. voor nieuwe vakantie- en recreatieformules; transformatie van toeristische verblijfsaccommodaties. Tegelijkertijd zuinig op het (cultuur)landschap;  Verbinden: goed bereikbaar via spoor, weg en digitaal: investeren in infrastructuur en OV;  Slim en innovatief handelen: aangaan van samenwerking en cross-overs tussen de verschillende sectoren van de economie;  Uitnodigend en adaptief: de nieuwe omgevingswet biedt kansen voor flexibiliteit. Om snel in te spelen op ruimtelijke en economische ontwikkelingen, vraagt dit van lokale en provinciale overheid meedenkend vermogen en proactief handelen. Inbreng voor visie RAUM 2030: ► RAUM als aantrekkelijk onderdeel van het toeristisch aanbod in NHN, met kenmerkende Hollandse eigenschappen (water, polder, dijken, molens, forten). ► Ruimte bieden o.a. voor nieuwe vakantie- en recreatieformules; transformatie van toeristische verblijfsaccommodaties. H.

Regionale visie verblijfsrecreatie Noord-Holland Noord 2030 (ontwikkelbedrijf NHN, 2017) nhn.nl/project/vitaliteit-verblijfsrecreatie/

Jaarlijks verblijven miljoenen gasten in de regio Holland boven Amsterdam (ruim 220.000 slaapplaatsen). Om aantrekkelijk te blijven hebben de NHN-gemeenten in samenspraak met verblijfsrecreatiebedrijven, natuurorganisaties en brancheorganisaties een visie op verblijfsrecreatie ontwikkeld. Deze visie bevat een toekomstbeeld en diverse handvatten om initiatieven voor uitbreiding, herontwikkeling en nieuwbouw te toetsen. In september 2019 heeft een verblijfsrecreatie-top plaatsgevonden met deelnemende gemeenten. Het doel is dat NHN in 2030 de meest vitale verblijfsregio van Nederland is. De markt wordt uitgedaagd te komen met onderscheidende concepten die de regio versterken. Ontwikkelingen die voor de lange termijn goed zijn voor de lokale en regionale economie, duurzaam, kwaliteit, en een verantwoorde landschappelijke inpassing. De visie geeft kaders waarbinnen de markt kan zorgen voor een toekomstbestendige branche, met balans tussen landschap, inwoners en bezoekers. Deelregio Waterrijk De visie zet lijnen uit voor de thematisering en ontwikkeling in deelregio’s. RAUM valt in deelregio Waterrijk. De verblijfsrecreatie in en nabij de binnenmeren van Waterrijk (Amstelmeer, RAUM) is voornamelijk gericht op een maatschappelijke behoefte aan langverblijf in een waterrijke omgeving.

Het netwerk van bevaarbare watergangen in Waterrijk verbindt de meren van het IJsselmeergebied met de binnenmeren en zorgt voor een extra waterbeleving. 17

Zorgpunt is de afnemende bezetting van ligplaatsen doordat het aantal booteigenaren daalt. Door deze krimp is omschakeling nodig naar andere concepten. Ook verblijfsrecreatie op land stagneert; deels is sprake van oneigenlijk gebruik en dalende bedrijfsresultaten. De ontwikkeldynamiek is laag. Doel en streefbeeld NHN wil dat de regio dé Europese waterrecreatie en -sportbestemming wordt. Daarbij zal de helft van de bedrijven in de huidige aanbodclusters ‘toppers van toen’ en ‘vergane glorie’ in 2030 zijn herontwikkeld tot nieuwe geïntegreerde woon-, werk- en recreatieconcepten. Daardoor wordt watersport uit zijn neerwaartse spiraal gehaald. Enkele kleinschalige campingterreinen bieden vernieuwende accommodaties direct aan of in het water. Het streefbeeld voor de binnenwateren is gericht op dagrecreatie en langverblijf met waterbeleving. Er zijn enkele vernieuwende accommodaties die direct aan het water liggen en beschikken over eigen ligplaatsen. De mogelijkheden van rondvaren op het binnenwater tussen Waterrijk en het achterland is verbeterd, door oude structuren en unieke (historische) kenmerken (water- en polderstructuur, linies, erfgoed, molens, afsluitdijk etc.) te benutten en door het sloepennetwerk te optimaliseren. Daardoor is de vaarbeleving enorm toegenomen.

Strategie NHN wil samen met relevante partijen (ondernemers, natuurorganisaties, waterschap, erfgoedorganisaties, RECRON, HISWA, etc.) een recreatief masterplan en uitvoeringsprogramma voor binnenwateren maken. Het plan beschrijft de ontwikkeling van de bevaarbaarheid van de meren, het vaarnetwerk en van verblijfsrecreatie met onderscheidende waterbelevingsconcepten. Om de beleving van het water te vergroten zijn verbeteringen nodig van het aanbod dagrecreatie, zo als zandstrandjes, pleisterplaatsen, watersport en watergebonden activiteiten, bankjes en vissteigers. Inbreng voor visie RAUM 2030: ► RAUM als gebied dat bijdraagt aan nieuwe product-markt-combinaties gericht op waterbeleving. ► Daarbij mogelijkheden bieden voor nieuwe recreatief-toeristische verdienmodellen vanwege krimp jachthavens en verouderde verblijfsrecreatie. ► Meer mogelijkheden voor rondvaren: vaarbeleving van de fraaie omgeving. ► Verbeteringen aanbod dagrecreatie. ► Beeld over veranderende behoeften van klanten van jachthavens en vakantieparken. I.

Metropoolregio Amsterdam (MRA) metropoolregioamsterdam.nl/programma/toerisme + mralandschap.nl

Bepaalde delen van de MRA worden toeristisch steeds drukker. Daarom wordt vanuit de MRA spreiding van bezoekers in ruimte en tijd gestimuleerd, met name via marketing en promotie, vergroten van de mobiliteit van bezoekers en het aanjagen van hotelontwikkeling in de regio. De MRA werkt met een Strategische Agenda Toerisme 2025 en bijbehorend Actieprogramma. Bestuurlijke besluitvorming over toerisme vindt plaats in het Bestuurlijk Overleg Economie MRA. Recreatie en toerisme De zuidkant van het plangebied (gem. Uitgeest) valt binnen de MRA. De MRA beschrijft de gunstige ligging van Uitgeest t.o.v. zee, duinen, meren en Stelling. De meren zijn verbonden met een netwerk 18

van waterwegen die aansluiten op het IJsselmeer en andere binnenmeren. Als ontwikkelgebied wordt gewezen op erfgoedpark ‘De Hoop’ en de zuidstrook van het Uitgeestermeer. De (gemeentelijke) ambitie is het gebied rond de meren verder te ontwikkelen voor recreatie en voorzieningen voor lang verblijf. Uitgeest wil de goede bereikbaar met de trein verder exploiteren (vaker halteren). Metropolitaan landschap Met het actieprogramma Metropolitane Landschap uit 2016 stuurt de MRA aan op meer samenwerking om de landschappen rond Amsterdam te verbeteren. Dit is vertaald in opgaven waaraan acties en een planning zijn gekoppeld:  bereikbare landschappen: (1) ontwikkelen wandel-, fiets- en vaarnetwerk en (2) benutten en vormgeven van infrastructuurknooppunten in het landschap (o.a. buitenpoorten);  beleefbare landschappen: (3) voorzien in aantrekkelijke recreatielandschappen, (4) vitaal houden en benutten van erfgoedstructuren en (5) opstellen van een regionale evenementenstrategie;  toekomstbestendige landschappen: (6) voorzien in toekomstbestendige en aantrekkelijke veenweidegebieden, (7) verbinden van de thema’s landschap en gezondheid en (8) onderzoek doen naar een landschapsfonds en -compensatieregeling voor de MRA.

Fraai landschap als vestigingsvoorwaarde In 2018 is een actualisatie opgesteld (plan van aanpak) met een ruimere en meer integrale blik op alle (omliggende) ontwikkelingen. Het belang van een fraai landschap (en het cultuurhistorisch verhaal van landschappen) als vestigingsvoorwaarde komt daarbij meer centraal te staan. Tegelijk wordt ‘gewaarschuwd’ voor toenemende druk op het landschap in de MRA. In verschillende studies staan de gevolgen van majeure ruimtelijke transities voor het MRA-landschap beschreven. Woningbouw, toenemende mobiliteit, energietransitie en klimaatadaptatie zullen het landschap ingrijpend veranderen. Citaat: “Nu al verandert het landschap als gevolg van schaalvergroting, intensivering van de landbouw en bodemdaling. Deze processen leiden tot kaalslag en verlies aan landschappelijke en ecologische waarden. Tegelijk neemt de druk van recreatie en toerisme sterk toe. Rekening wordt gehouden met 30% meer recreanten en een nog grotere toename van het aantal toeristen.” Landschapsfonds Een van de actiedoelen in het plan van aanpak is de waarde van het landschap beter af te wegen in relatie tot andere ruimtelijke opgaven. Daarnaast is een doel tot afspraken te komen om meer te investeren (bijv. via een landschapsfonds) in versterking en uitbreiding van de landschappelijke kwaliteiten en de samenwerking daarbij (governance).

Om de actualisatie inhoudelijk vorm te geven hebben in 2018 en 2019 gebiedsateliers over het landschap plaatsgevonden. Inbreng voor visie RAUM 2030: ► Ontwikkelingen in RAUM kunnen bijdragen aan spreiding van de toeristische druk in de MRA. ► RAUM is onderdeel van het te beschermen Metropolitaan landschap. ► Participeren in eventueel MRA landschapsfonds. J.

MIRT-onderzoek Noordwestkant van Amsterdam (MIRT-NOWA, 2017) mirtoverzicht.nl + mirtnowa.nl

Het Rijk werkt samen met decentrale overheden aan ruimtelijke projecten en programma's voor elke regio in Nederland. Het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) richt zich op financiële investeringen in deze programma's en projecten. Een van de deelgebieden is NowA, de 19

Noordwestkant van Amsterdam, het gebied tussen Alkmaar, IJmond, Haarlem, Haarlemmermeer en Amsterdam. In NowA zijn diverse bereikbaarheidsopgaven en ruimtelijke opgaven: 1. beter afstemmen van woon- en werklocaties met bereikbaarheidsopgaven; 2. verbeteren ketenmobiliteit (auto-trein / OV-fiets) en stimuleren van alternatieven voor de auto; 3. aanpassingen aan (weg)infrastructuur; 4. innovatieve oplossingsrichtingen - smart mobility. Daarnaast zijn er ruimtelijke opgaven die een link hebben met bereikbaarheid, zoals de forse opgave voor woningbouw in Noord-Holland, de teruglopende beroepsbevolking in delen van het NowAgebied en de opgave om toerisme meer te spreiden. Vanuit het project Mirt-NoWA lopen op dit moment onderzoeken naar de verbetering van de bereikbaarheid en de doorstroming van de regio (op lange termijn) en meer specifiek van de A9, met de daaraan gekoppelde verbindingswegen (Nwegen) en het bieden van optimale (e-)fietsroutes. Inbreng voor visie RAUM 2030: ► Door investeringen in diverse netwerken verbetert ook de bereikbaarheid van het plangebied voor fietsers (e-bikes) en autoverkeer. Dit vereenvoudigd de mogelijkheid voor mensen uit de ruimere regio om van het gebied gebruik te komen maken. K.

Concept Regionale Energie Strategie (2020) energieregionhn.nl en energieregionhz.nl

Eén van de afspraken uit het landelijk Klimaatakkoord is dat energieregio’s onderzoeken waar en hoe duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. En welke warmtebronnen zijn te gebruiken voor wijken en gebouwen (aardgasloos). Waar is ruimte en hoeveel? Zijn de plekken maatschappelijk gezien acceptabel en financieel haalbaar? In een Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft elke energieregio zijn eigen keuzes. Het plangebied valt binnen twee regio’s: Noord Holland Noord en -Zuid. De plannen zijn in een conceptstadium en de kaarten met zoekgebieden (bovenstaand) zijn hier opgenomen ter inspiratie en om alvast rekening mee te houden.

20

Zoekgebieden:  Regio Alkmaar (Alkmaarder- en Uitgeestermeer): zon: veenweide, langs dijken (rond meer), op parkeerplaatsen (Dorregeest), asfalt (fietspaden) wind: langs het merendeel van de oevers van het meer (zowel landzijde als waterzijde).  IJmond (Aagtenpark / Buitenlanden): zon: rondom recreatie, op (gebouwen) Stelling van Amsterdam, wind: langs oude Oer-IJ dijken  Zaanstreek / Waterland (Omzoom): nog niet beschikbaar. Inbreng voor visie RAUM 2030: ► Ruimtereserveringen voor opwekken wind en zonne-energie L.

Regio Alkmaar regiobeeld 2025 en Omgevingsbeeld 2030 regioalkmaar.nl

Regiobeeld Alkmaar 2025 (2014) Het regiobeeld is opgesteld als eerste stap in strategische regionale samenwerking in de regio Alkmaar. De regio is ruimtelijk-economisch een sterk onderdeel van Noord-Holland-Noord en zet voornamelijk in op agribusiness, energy en de vrijetijdseconomie (kust en toerisme). Deze thema’s zijn verder uitgewerkt in het omgevingsbeeld 2030 (zie hieronder). Van belang voor de toeristisch-recreatieve samenwerking in de regio is de visie 2025 'Regio Alkmaar: Parel aan Zee' uit 2014. De visie dient als kapstok voor Alkmaar, Castricum, Uitgeest en Heiloo. De visie wordt jaarlijks voorzien van een actieplan. Omgevingsbeeld Regio Alkmaar ‘Diversiteit Als Troef’ (2017) De (zeven) regiogemeenten schetsen met het Omgevingsbeeld een perspectief voor de toekomst, met als planhorizon 2030. het Omgevingsbeeld geeft een kader voor (op te stellen) lokale omgevingsvisies. De vrijetijdseconomie is een belangrijke economische groeisector in de regio, mede door de bestedingen door ouderen (vergrijzing). Regio Alkmaar heeft met haar ligging aan de kust, de vele historische kernen en het diverse waterrijke landschap potenties en wil deze sterker benutten. Samenhang en samenwerking tussen de losse onderdelen is mogelijk en noodzakelijk voor het verbeteren van de gastvrijheid. Holland boven Amsterdam zet hier sterk op in (zie paragraaf E).

Een aantrekkelijke, gezonde woon- en leefomgeving wordt steeds belangrijker gevonden: schone lucht, geen overlast en een omgeving die een gezonde, bewegingsvolle leefomgeving stimuleert. Het belang van groen en water in de stad 21

en in de directe nabijheid van de stad neemt toe. De inrichting van de ruimte kan verleiden tot gezond gedrag. In een aantrekkelijke, leefbare omgeving gaat men als vanzelfsprekend wandelen, fietsen, ontmoeten en ontspannen. Het omgevingsbeeld wordt ontvouwd aan de hand van drie thema’s: het gezonde landschap, kernen met eigen woonkwaliteit en ruimte voor ondernemerschap, met bereikbaarheid als voorwaarde en water als kans. Regionale keuzes worden in het licht van deze thema’s gemaakt. Voor de ontwikkeling van RAUM zijn onderstaande punten van belang. Robuuste natuur en een divers landschap Het aantrekkelijke vestigingsklimaat van de regio wordt mede bepaald door de nabijheid van natuur, landschap en erfgoed. Ze zijn van belang voor een prettige en gezonde leefomgeving en voor ecologische waarden en kwaliteiten. De robuustheid en continuïteit van de natuurnetwerken zijn nog onvoldoende geborgd. De regio kan bijdragen aan de provinciale doelstelling voor het voltooien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en ecologische verbindingszones. Fijnmazig recreatief netwerk Een kernkwaliteit van de regio is de nabijheid van het landschap. Vanuit iedere kern wil je binnen vijf minuten fietsen in het buitengebied staan. Dat draagt bij aan een gezonde levensstijl en is een belangrijke reden voor mensen om in deze regio te gaan wonen.

Om mensen te verleiden op de fiets te stappen is een fijnmazig recreatief netwerk door buitengebied nodig, in goede aansluiting op het stedelijke netwerk. Hier liggen nog onbenutte kansen voor de regio. Dit geldt met name tussen de kuststrook en het landschap aan de andere kant van de strandwal: het Uitgeester- en Alkmaardermeer, de droogmakerijen en de veenpolders. Vanuit het project MirtNowA (zie paragraaf H) wordt tevens onderzocht hoe fietsroutes in de noord-zuidrichting verbeterd kunnen worden. Recreatieve overstappunten Bij bestaande knooppunten van weg en spoor liggen kansen voor koppelingen aan het recreatieve netwerk. Dit zijn plekken waar bezoekers gemakkelijk over kunnen stappen van auto of trein naar bijvoorbeeld (e-)fiets of strandpendel. Tussen dergelijke ‘HUB-stations’ en recreatiegebieden is openbaar vervoer een alternatief voor de auto, bijvoorbeeld vanuit de stations Uitgeest en Krommenie-Assendelft.

22

Recreatieve arrangementen Onder de noemer ‘Typisch Hollandse recreatie & toerisme’ wordt aanbevolen meer recreatieve arrangementen te maken en de kwaliteit van verblijfsrecreatie te verbeteren. Dit is mede gebaseerd op de sectorale nota’s Toeristische visie Regio Alkmaar 2025, Toeristisch Recreatief Actieplan 2017 en Regionale Visie Verblijfsrecreatie NHN (zie paragraaf H). Het strand en de duinen zijn de grootste recreatieve en toeristische trekker van de regio. Tegelijk leidit dit tot veel druk(te) op/in voor het gebied. De regio heeft meer recreatieve krachten: de meren, vaarten, polders, de Alkmaarse binnenstad en dorpen. Door hier meer focus op te leggen kan de regio zich sterker op de kaart zetten. Het netwerk van paden en fiets- en vaarroutes faciliteert die verbinding. De opgave is om recreatieve arrangementen tussen de trekkers te ontwikkelen zodat meer bezoekers langer in de regio blijven (meer bestedingen en meer economisch rendement). Water als kans De regio onderscheidt zich met water als kwaliteitsbepalend element in het landschap en de kanalen als verbindend element tussen de verschillende gebieden. Het Sloepennetwerk NHN is een goed voorbeeld. Daarnaast speelt water een belangrijke rol in klimaatadaptatie. Kansrijke projecten:  Aanleg van een compleet recreatief vaarroutenetwerk met Noordhollandsch Kanaal en Kanaal Alkmaar-Kolhorn als ‘backbone’.

Deze vaarroute verbindt alle typen water en landschap in de regio en wordt ontwikkeld als kwalitatieve, aantrekkelijke zone door het stedelijk gebied.  Medegebruik van dijken voor recreatieve doeleinden. Bij werkzaamheden aan dijken ontstaat als kans bijvoorbeeld de aanleg van een fiets- of wandelroute over de dijk.

Kaarten uit H2O regio Alkmaar - bouwsteen water omgevingsbeeld H2O regio Alkmaar - bouwsteen water omgevingsbeeld regio Alkmaar (2017) Dit document is ontwikkeld door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier als input voor het bovenbeschreven Omgevingsbeeld Regio Alkmaar. Hieronder worden 2 kaarten getoond die bruikbaar zijn voor de visieontwikkeling van het plangebied: mogelijkheden voor medegebruik van water en dijken voor cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit en voor (water)recreatie.

23

Inbreng voor visie RAUM 2030: ► Vrijetijdseconomie is een belangrijke economische groeisector in de regio. ► Het belang van groen en water in de stad en in de directe nabijheid van de stad neemt toe. De inrichting van de ruimte kan verleiden tot gezond gedrag. ► De regio kan bijdragen aan de provinciale doelstelling voor het voltooien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en ecologische verbindingszones. ► Investeren in fijnmazig recreatief netwerk en recreatieve arrangementen, met water als kans. M. Beleid gemeenten Gemeentelijke websites en Ruimtelijkeplannen.nl

Het recreatieschap stemt haar ontwikkelingen af op beleid van de gemeenten waarbinnen zij actief is. Hieronder is samengevat welke beleidslijnen raken aan het beleid van het schap. Coalitieakkoorden Belangrijkste hoofdlijn uit coalitieakkoorden over toerisme en recreatie:  Castricum: inzet op “slow recreatie” en “duurzaam aanbod”, meer ruimte voor dag-, water- en verblijfsrecreatie, met name buiten het hoogseizoen  Beverwijk: profilering als groene stad met meer bomen en parken, verhoogde inzet op evenementenpromotie  Uitgeest: bevorderen toeristisch imago, stad nog aantrekkelijker maken  Zaanstad: focus op ‘handhaven’ in relatie tot toerisme, geen nieuwe inhoudelijke ambities  Heiloo: wil impuls geven aan recreatie en toerisme met actievere promotie  Alkmaar: recreatievoorzieningen in de gemeente verbeteren  Heemskerk: stimuleren meerdaags toerisme en extra promotie Omgevingsvisie Uitgeest (2019) De omgevingsvisie Uitgeest bouwt voort op aanwezige structuren, zoals het karakteristieke landschap van strandwallen en -vlakten, watersystemen en cultuurhistorie. De visie benadert de opgaven per deelgebied, elk met een eigen identiteit en ambitieniveau: (1) oude dorp, (2) woongebieden, (3) stationslocatie, (4) bedrijventerrein, (5) Uitgeest aan het water en (6) weidegebied en stellingzone. De laatste twee zijn relevant voor de visie en worden hieronder kort samengevat.

Uitgeest aan het water Water, cultuurhistorie en recreatie zijn bindende elementen in dit gebied. Uitgeest wil haar ligging aan het water versterken in het gebied tussen gemeentehaven en Zwaansmeer (Zuidoever Uitgeestermeer en Dorregeest). Ten oosten van de A9 ligt de nadruk op toeristische en recreatieve functies, met respect voor het historische karakter en de natuurwaarden van het gebied. Het gaat daarbij om land, water- en oeverrecreatie (dagrecreatie) en verblijfsrecreatie (geen permanente woningen). Het deelgebied grenst aan de zuidzijde van het Uitgeestermeer aan het cultuurhistorische waardevolle landschap van Uitgeest, met Stelling van Amsterdam en molens. De kwaliteit van de ligging aan groot open water en het erfgoed zijn belangrijke trekpleisters in dit gebied. Wat is het streefbeeld?  Verder ontwikkelen van recreatie en toerisme in de oeverzone vanaf het havengebied ten oosten van de A9 tot aan de Tweede Broekermolen, aansluitend op de kwaliteit van de ligging aan het 24

 

water en het aanwezige erfgoed. Een menging van wonen, met passende horeca, winkels en andere recreatieve functies met kleinschalige bedrijvigheid wordt hier voorgestaan. Opwaarderen kwaliteit en toezicht (beheerderswoning) recreatieve faciliteit Dorregeest. Verbeteren ruimtelijke relatie van het dorp met het water en toegankelijkheid van het recreatiegebied ten oosten van de A9 door kwaliteitsslag inrichting viaducten A9 en verbeteren kwaliteit Broekpolderweg als ontsluitingsroute zuidoever

Weidegebied en stellingenzone Het buitengebied bestaat voornamelijk uit open polders. Het verkavelingspatroon van het buitengebied weerspiegelt de oorspronkelijke ontginningswijze van het landschap, met een afwisseling van waterlopen, poldertjes en dijken. De gebieden aan de oostzijde van de A9 hebben naast een agrarische functie een landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarde. Het buitengebied is schaars bebouwd, voornamelijk gerelateerd aan de agrarische functie van het gebied en aan de Stelling van Amsterdam. De stellingzone en molens vormen bakens in het gebied. De karakteristieke openheid van het open weidegebied dient behouden te blijven en waar mogelijk vergroot. In het bestemmingsplan Buitengebied is het weidegebied consoliderend ten behoeve van de agrarische ontwikkeling, in combinatie met natuur- en landschapsbehoud.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9777081/1