CConstaterende datCastricum
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Ruimtelijke onderbouwing Schouw 1 Akersloot

Raadsplein - Carrousels 24 juni 2021, gemeente CastricumBij agendapunt: Verklaring van Geen Bedenkingen Schouw 1 Akersloot16.533 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing

Schouw 1, Akersloot

April 2021

Status: Definitief

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Schouw 1, Akersloot

Plannaam: Plantype: Datum:

Omgevingsvergunning Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning April 2021

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 3 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................................................... 3 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 4 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6

HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING ....................................................................... 7 2.1 2.2 2.3

SITUATIE PROJECTGEBIED............................................................................................................................... 7 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 9 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 12

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 14 3.1 3.2 3.3 3.4

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 18 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 20

HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 26 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

GELUID .................................................................................................................................................... 26 BODEM.................................................................................................................................................... 27 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 28 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 29 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 31 SPUITZONE ............................................................................................................................................... 33 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 34 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 36 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ..............................................................................................................

37 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 38 DUURZAAMHEID ........................................................................................................................................ 40

HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 42 HOOFDSTUK 6 VOOROVERLEG ........................................................................... 43 6.1 6.2 6.2 6.4 6.5

HET RIJK .................................................................................................................................................. 43 PROVINCIE NOORD-HOLLAND ...................................................................................................................... 43 VEILIGHEIDSREGIO NOORD-HOLLAND NOORD ................................................................................................. 43 HOOGHEEMRAADSCHAP HOLLANDS-NOORDERKWARTIER .................................................................................. 43 VOOROVERLEG OMWONENDE ...................................................................................................................... 43

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................................... 44 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9

INRICHTINGSTEKENING SCHOUW 1, AKERSLOOT ...................................................................................... 44 ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................................... 45 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 46 ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID ......................................................................................................... 47 ADVIES VEILIGHEIDSREGIO .................................................................................................................. 49 STIKSTOFBEREKENING ........................................................................................................................ 50 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA .............................................................................................................. 51 NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN........................................................................................................ 52 WATERADVIES .................................................................................................................................. 53

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Aan de Schouw 1 te Akersloot in het buitengebied van de gemeente Castricum bevindt zich een leegstaand horecapand. De horeca-activiteiten zijn reeds beëindigd. De initiatiefnemer is voornemens om het horecapand te slopen en ter plaatse een tweetal aaneen gebouwde woongebouwen te realiseren. De gebouwen worden gebouwd in de vorm van een veerhuis en een stolpboerderij. Het nieuwe bouwplan voorziet in de bouw van 10 appartementen met de benodigde parkeergelegenheden. De voorgenomen woningbouwontwikkeling voor 10 woonappartementen met bijbehorende parkeerruimte past niet binnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Castricum”. De locatie heeft in dit bestemmingsplan een horecabestemming. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken moet worden afgeweken van het bestemmingsplan. In voorliggend geval kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend via een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied ligt aan de Schouw 1 net buiten de kern Akersloot. De locatie betreft een voormalig horecapand. Het plangebied is kadastraal bekend als: gemeente Akersloot, Sectie A, Nummers 3168, 3167, 3007 en 1827. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied weergegeven ten opzichte van de directe omgeving en ten opzichte van Akersloot.

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing 1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied ligt binnen het bestemmingsplan “Buitengebied Castricum” die op 20 juni 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad van Castricum. Daarnaast geldt ook het bestemmingsplan “Buitengebied Castricum, herziening regels”, die op 11 juni 2015 is vastgesteld door de gemeenteraad. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorend bij het vigerende bestemmingsplan opgenomen. Met rode omlijning is de begrenzing van het projectgebied indicatief aangegeven.

Afbeelding 1.2

1.3.2

Uitsnede vigerende beheersverordening (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen en strijdigheid

Op basis van het geldende bestemmingsplan “Buitengebied Castricum” zijn de gronden binnen het projectgebied voorzien van de bestemmingen ‘Horeca’ en ‘Verkeer’. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waterstaat – Waterkering’. In het projectgebied gelden verder de gebiedsaanduidingen ‘bollenconcentratiegebied’ en ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’. Ter plaatse van de bestemming ‘Horeca’ is een bouwvlak opgenomen. Bestemming Horeca De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor horecabedrijven in de categorie 1 en 2. Daarnaast is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan binnen het bouwvlak en de bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groen- en speelvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. Bestemming Verkeer De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen en straten, wandel- en fietspaden. En voor parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen en terreinen. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ De voor Waterstaat - Waterkering aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor de bescherming, het onderhoud en de verbetering van de waterkering, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals duikers, keerwanden en merktekens en andere werken, geen bouwwerken zijnde. Gebiedsaanduiding ‘bollenconcentratiegebied’ Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'bollenconcentratiegebied' het plan wijzigen ten behoeve van de vestiging van een bollenbedrijf met inachtneming van een aantal voorwaarden. Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’ De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone – molenbiotoop' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de functie van de molen als werktuig en zijn waarde als landschapsbepalend element. 1.3.3

Strijdigheid

Het voornemen voorziet in de realisatie van een woongebouw met 10 appartementen en bijbehorend parkeerterrein. Dit past zowel qua bouwen als gebruiken niet binnen de geldende horeca- en verkeersbestemming. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.

1.4

Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing

Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.

5.

6.

een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.10; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit wordt voor een ieder ter inzage gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 5.

Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7.

een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 4.8.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing 8.

9.

1.5

voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.3.

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige en gewenste situatie in het projectgebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Noord-Holland en de gemeente Castricum beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op alle relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 staat in het teken van de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2 2.1

PLANBESCHRIJVING

Situatie projectgebied

Het projectgebied ligt ten noordoosten de kern Akersloot aan de Schouw 1. De locatie ligt bij het pontje Akersloot waar fietsers en wandelaars over kunnen steken over het Noord Hollandskanaal. Aan de overzijde van het kanaal bevindt zich de N244- van Alkmaar naar Westgraftdijk. Rondom het projectgebied liggen voornamelijk woningen en ten noorden van de locatie is een bedrijfsfunctie aanwezig. Direct achter de bebouwing beginnen de agrarische gronden. Binnen het projectgebied zijn het voormalige horecapand met bijgebouw en bijbehorende verhardingen aanwezig. De ligging en begrenzing van het projectgebied worden weergegeven op de luchtfoto in afbeelding 2.1. In afbeelding 2.2 en 2.3 wordt via straatbeeldfoto’s de huidige situatie ter plaatse weergeven.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto ligging projectgebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.2

Voorzijde horecapand (Bron: Akerhuis makelaardij)

Afbeelding 2.3

Horecapand met de erfverharding (Bron: Akerhuis makelaardij)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing 2.2

Gewenste situatie

Het voornemen is om het horecapand te slopen en ter plaatse een appartementencomplex met bijbehorende parkeergelegenheid te realiseren. Concreet gaat het om 10 koopappartementen waarvan 6 in het middensegment en 4 in het sociale segment. Daarnaast worden er in totaal 14 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd. Elk appartement in het middensegment heeft een oppervlakte van circa 100 m2. De appartementen in het sociale segment gemiddeld 60 m2. Daarnaast heeft elk appartement een eigen berging op de begane grond achter het appartementencomplex. Het appartementencomplex zal bestaan uit twee aan elkaar verbonden gebouwen. De vormen van de gebouwen zijn gebaseerd op het voormalige veerhuis ter plaatse en de in Noord-Holland karakteristieke stolpboerderijen. Voor de locatie is daarnaast een inrichtingstekening opgesteld, zodat de locatie in de nieuwe situatie op passende wijze in de omgeving wordt ingepast. In afbeelding 2.4 is een uitsnede van de inrichtingstekening opgenomen. De parkeerplaatsen zullen bestaan uit halfverharding. Daarnaast zullen er groene erfafscheidingen worden aangelegd en worden delen van het terrein voorzien van gazon. Voor de exacte invulling wordt verwezen naar bijlage 1. In afbeelding 2.5, 2.6 en 2.7 zijn indelingen opgenomen van het beoogde appartementencomplex. Afbeelding 2.8 omvat een visualisatie van het nieuwbouwplan.

Afbeelding 2.4

Impressie gewenste situatie (Bron: OOK Architecten)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.5

Indeling appartementencomplex begane grond (Bron: OOK Architecten)

Afbeelding 2.6

Indeling 1e verdieping appartementencomplex (Bron: OOK Architecten)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.7

Indeling 2e verdieping appartementencomplex (Bron: OOK Architecten)

Afbeelding 2.8

Visualisatie appartementencomplex (Bron: OOK Architecten)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing 2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Algemeen

Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat. De gemeente Castricum heeft in de nota Parkeernormen Castricum 2013 de parkeernormen opgenomen. Op basis van het beleid dient het aantal parkeerplaatsen op de volgende wijze bepaald te worden: 1. 2.

3. 4.

5.

voor het bepalen van de parkeernorm wordt uitgegaan van de kencijfers parkeren uit CROWpublicatie 317; hierbij wordt in de gehele gemeente stedelijkheidsklasse ‘matig stedelijk’ gehanteerd en aan de hand van de kaartjes in bijlage 6, van de notaparkeernormen Castricum, wordt bepaald welke stedelijke zone van toepassing is; in verband met het vraagvolgende parkeerbeleid en de verwachte verdere groei van het autobezit wordt vervolgens de bovengrens als vertrekpunt gehanteerd voor het bepalen van de parkeernorm; dit kan in overleg met de initiatiefnemer worden verfijnd - door bijv. te corrigeren voor dubbel gebruik of een lager autobezit/-gebruik van de doelgroep waarvoor wordt gebouwd - indien met een gedegen onderbouwing aannemelijk kan worden gemaakt dat er ook op lange termijn geen sprake is van ongewenste afwenteling van de parkeerdruk op de omgeving (maatwerk); tenslotte wordt het aantal te realiseren parkeerplaatsen naar beneden afgerond.

Samengevat worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:   

Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk (Bron: CBS, gemeente Castricum); Stedelijke zone: rest bebouwde kom; Functie: ‘Koop, appartementen, middensegment’ en ‘Koop, appartementen, goedkoop’.

Op basis van voorgenoemde uitgangspunten wordt in de volgende twee subparagrafen op de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie ingegaan. 2.3.2

Parkeren

Op basis van de bovenstaande uitgangspunten ontstaat qua parkeren als gevolg van het project het onderstaande beeld. Conform het gemeentelijk parkeerbeleid is de bovengrens van de parkeernormen aangehouden per woning: Functie

Parkeernorm per woning

Totaal aantal parkeerplaatsen

1,4 minimaal; 2,2 maximaal

Aantal appartementen 6

Koop, appartement, middensegment Koop, appartement, goedkoop Totaal

1,2 minimaal; 2,0 maximaal

4

8,0

13,2

21,2

In de bestaande situatie heeft het horecapand een parkeervraag van 12 parkeerplaatsen (café + pension BVO circa 180 m2, Parkeernorm café is 7 pp/100 m2 BVO, parkeercapaciteit 1,8 x 7 = 12,6). De huidige horecafunctie beschikt niet over eigen parkeervoorzieningen. Het parkeren geschied momenteel in het openbaar gebied. Met de ontwikkeling is er per saldo een toename van de parkeerbehoefte van (21-12=) 9 parkeerplaatsen. Met de ontwikkeling zullen in totaal 9 parkeerplaatsen worden toegevoegd. De initiatiefnemer zal de huidige openbare parkeerplaatsen (5 stuks) naast de ontwikkeling meenemen bij het herinrichten van het terrein wat resulteert in een openbaar parkeerterrein van 14 parkeerplaatsen. Na de herinrichting worden alle parkeerplaatsen om niet teruggegeven aan de gemeente. De overige 7 parkeerplaatsen in de openbare ruimte blijven ongewijzigd. Zodoende zijn de benodigde 21 parkeerplaatsen in de openbare ruimte straks beschikbaar. Hiermee wordt de parkeerbehoefte in voldoende mate ingevuld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing 2.3.3

Verkeer

Op basis van de meest recente CROW publicatie 381 (december 2018) en de bovenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie (uitgaande van de gemiddelde kencijfers)het volgende beeld: Functie

Koop, appartement, middensegment Koop, appartement, goedkoop Totaal

Verkeersbewegingen per woning per weekdag (gemiddeld) 5,6

Aantal appartementen 6

Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld) 33,6

4,9

4

19,6 53,2

De totale verkeersgeneratie voor de te realiseren appartementen komt afgerond neer op gemiddeld 53 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Het projectgebied wordt net als in de huidige situatie ontsloten op de Schouw. Deze weg kan de geringe extra verkeersgeneratie eenvoudig afwikkelen. 2.3.4

Conclusie

Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de opgenomen doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing 3.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In voorliggend geval is sprake van een toename van bebouwingsmogelijkheden maar de herontwikkeling van de locatie zal leiden tot ongeveer eenzelfde hoeveelheid bebouwing. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. • •

11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).

In dit geval worden 10 woningen toegevoegd. Geconcludeerd kan worden dat een verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. Het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau staat de ontwikkeling niet in de weg.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Structuurvisie NoordHolland 2050 en de daarbij behorende Provinciale Ruimtelijke Verordening.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing 3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

3.2.1.1 Algemeen De provincie Noord-Holland heeft op 19 november 2018 de omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. De provincie streeft naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die wij maken. In de omgevingsvisie gaat de provincie uit van het principe 'lokaal wat kan, centraal wat moet'. Hieruit komen een aantal bewegingen naar de toekomst naar voren: •

•

•

• •

dynamisch schiereiland, benutten van een unieke ligging - hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. metropool in ontwikkeling, vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem - hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht. sterke kernen, sterke regio's, sterke kernen houden regio’s vitaal - deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. nieuwe energie, economische kansen benutten van energietransitie - in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agri-foodsector - deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.

Alle vijf bewegingen hebben een economische drijver. Van de kansen die de kusten bieden voor toeristischrecreatieve ontwikkeling in Dynamisch schiereiland tot de economische mogelijkheden die de transitie naar duurzame energie bieden voor de ‘draaischijven’ Den Helder en NZKG. De bewegingen verbinden deze economische kansen aan het versterken van de leefbaarheid, juist met het oog op duurzame economische groei. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van het metropolitane landschap nadrukkelijk onderdeel te maken van het gehele metropolitane systeem, inclusief de verstedelijking, alsook om de agrifoodsector te ondersteunen als partner om de biodiversiteit te vergroten. 3.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Provinciale Omgevingsvisie Het voornemen behelst het slopen van een horecapand en het nieuwbouwen van 10 appartementen. De ontwikkeling past op deze inbreidingslocatie in de lintbebouwing van Akersloot. Als gevolg van het voornemen wordt bijgedragen aan de diversiteit en variatie binnen woonmilieus en de leefbaarheid in Akersloot. Tot slot worden het appartementengebouw duurzaam en gasloos gerealiseerd. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er voldaan wordt aan de Provinciale Omgevingsvisie. 3.2.2

Provinciale Omgevingsverordening Noord-Holland 2020

Op 17 november 2020 is de Omgevingsverordening Noord-Holland en de bijbehorende Omgevingsregeling in werking getreden. Hierna wordt ingegaan op de van belangzijnde onderdelen. 3.2.2.1 Algemeen De Omgevingsverordening NH2020 vervangt 21 verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn alle regels van de provincie over de fysieke leefomgeving samengevoegd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing Aan de hand van kaarten is per locatie is aangegeven welke artikelen van de verordening van toepassing zijn. Belangrijke nieuwe onderdelen in de verordening zijn de kaart Landelijk gebied, het Bijzonder provinciaal landschap, de mogelijkheden voor kleinschalige woningbouw in landelijk gebied in Noord-Holland Noord en de ruimte voor windenergie in de MRA regio. In het voorliggend geval zijn de kaarten landelijk gebied en Bijzonder provinciaal landschap van toepassing. Hieronder wordt aan de artikelen getoetst. Artikel 6.7b Noord-Holland Noord landelijk gebied 1.

2. 3.

4.

5.

6.

Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied Noord-Holland Noord landelijk gebied uitsluitend voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. De in het eerste lid genoemde afspraken kunnen alleen afspraken bevatten over locaties die zijn gelegen in of aan kernen of in of aan dorpslinten. In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan ook voorzien in functiewijziging van een stedelijke functie of van een agrarisch bouwperceel naar wonen in de vorm van maximaal twee burgerwoningen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. ter plaatse van de bestaande stedelijke functie of agrarisch bouwperceel is ten minste één bedrijfswoning planologisch toegestaan; b. de functiewijziging naar een woonfunctie beperkt de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven niet; c. de bestaande bedrijfsbebouwing op de overige gronden wordt gesloopt en aan deze gronden wordt een bestemming toegekend zonder bouwmogelijkheden; en d. een tweede burgerwoning is alleen mogelijk als meer dan 1.500 m² grondoppervlakte aan bestaande bedrijfsbebouwing op het bestemmingsvlak wordt gesloopt.

In afwijking van het eerste lid kan een nieuwe burgerwoning worden toegestaan, indien deze woning wordt gesitueerd in een dorpslint en hierbij een aanwezige bedrijfswoning binnen het werkingsgebied glastuinbouwconcentratiegebied wordt wegbestemd en gesloopt. In afwijking van het bepaalde eerste lid kan een ruimtelijk plan voorzien in een functiewijziging van een karakteristieke boerderij naar een woonfunctie waarbij de karakteristieke boerderij mag worden gesplitst in meerdere burgerwoningen, indien geen afbreuk wordt gedaan aan het oorspronkelijke karakter van de bebouwing. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen aan de afspraken, bedoeld in het eerste lid.

Toetsing van het initiatief aan artikel 6.7b Noord-Holland Noord landelijk gebied Het voorliggend plan betreft een locatie in het bebouwingslint. Vanaf 12 woningen moet een plan in de Provinciale plancapaciteit worden opgenomen en regionaal worden afgestemd. In dit geval gaat het om 10 appartementen en is het vorenstaande dan ook niet van toepassing. Gelet op het vorenstaande wordt dan ook geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is artikel 6.7b. Artikel 6.41 Bijzonder provinciaal landschap 1. 2. 3. 4.

5.

6.

De kernkwaliteiten van het Bijzonder provinciaal landschap zijn vastgelegd in bijlage 6 van de verordening. Een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied Bijzonder provinciaal landschap bevat regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten. In afwijking van artikel 6.3 bevat het ruimtelijk plan geen regels die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Het ruimtelijk plan kan regels bevatten die een andere nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, mits deze ontwikkeling de voorkomende kernkwaliteiten niet aantast. De toelichting op het ruimtelijk plan bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en een motivering van de wijze waarop wordt voldaan aan het tweede en, indien van toepassing, het vierde lid. Indien uit de motivering volgt dat maatregelen noodzakelijk zijn om te voldoen aan het bepaalde in het vierde lid, dan dient de uitvoering hiervan te zijn geborgd bij de vaststelling van het ruimtelijk plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing 7.

In afwijking van het vierde lid kan het ruimtelijk plan regels bevatten die de volgende ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken: a. een uitbreiding van een agrarisch bouwperceel tot maximaal twee hectare; of b. nieuwe bebouwings- en functiemogelijkheden op grond van artikel 6.28, eerste lid, onder e en f en artikel 6.28, tweede en derde lid. 8. In afwijking van het derde en vierde lid kan het ruimtelijk plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling of een andere nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die de kernkwaliteiten aantast mogelijk maken, indien: a. er sprake is van groot openbaar belang; b. er geen reële alternatieven zijn; en c. de aantasting zoveel mogelijk wordt beperkt en de aantasting wordt gecompenseerd. 9. In afwijking van het derde en vierde lid kan het ruimtelijk plan voorzien in woningbouw overeenkomstig de afspraken tussen Rijk, provincie en betrokken gemeenten met betrekking tot de Pilot Waterland. 10. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen over de motivering als bedoeld in het vijfde lid en over de wijze van compensatie als bedoeld in het achtste lid, aanhef en onderdeel c. 11. Gedeputeerde Staten kunnen de kernkwaliteiten zoals opgenomen in bijlage 6 wijzigen. Kernkwaliteiten Bijzonder provinciaal landschap Noord-Kennemerland Het voorliggend plan ligt binnen de kernkwaliteiten van het Noord-Kennemerland.

De belangrijkste kernkwaliteiten ter plaatse van het projectgebied zijn: • •

Doorgaande noord-zuid georiënteerde wegen op strandwallen; Oude dijken en kades langs ringsloten, tochten en vaarten.

Om deze kernkwaliteiten te behouden dient de ruimtelijke ontwikkeling te passen bij het (historische) karakter van de weg of de beleving van de openheid of beslotenheid vanaf de weg. Daarnaast zijn de dijken en kades van zeer hoge cultuurhistorische waarde. Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij bijvoorbeeld het dijkprofiel wordt vergraven of het water wordt gedempt zijn een aantasting van de kernkwaliteit. Dijk- of kadeverbeteringen zijn mogelijk mits zij de continue lijn en het herkenbare profiel niet aantasten. 3.2.2.2 Toetsing van het initiatief aan artikel 6.7b Noord-Holland Noord landelijk gebied Met de voorliggende ontwikkeling wordt een locatie binnen het bebouwingslint van de Schouw getransformeerd naar een woningbouwlocatie voor in totaal 10 appartementen. De vorm van de nieuwe gebouwen zijn gebaseerd op het voormalige veerhuis ter plaatse en de karakteristieke boerderijvorm een stolpboerderij. Daarnaast is met de ontwikkeling rekening gehouden met de locatie bij de dijk. Met de ontwikkeling wordt het dijkprofiel niet vergraven of gedempt. Gelet op het vorenstaande en de kernkwaliteiten wordt geconcludeerd dat de voorliggende ontwikkeling geen aantasting doet aan de beschreven kernkwaliteiten ter plaatse van het projectgebied. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met het artikel 6.7b. 3.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende plan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de provinciale beleidsambities zoals verwoord in de Structuurvisie Noord-Holland 2050 en verankerd in de Provinciale Omgevingsverordening Noord-Holland 2020.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionaal Actieprogramma wonen 2016-2020

In opdracht van de provincie Noord-Holland hebben de gemeenten in de regio Alkmaar een Regionaal Actie Programma wonen 2016-2020 laten opstellen. Hiermee geven zij uitvoering aan de Provinciale Woonvisie 2010- 2020. In het actieprogramma staan afspraken over het aantal te bouwen woningen en de kwaliteit ervan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing Op het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is het Regionale Actie Programma regio Alkmaar 20162020 van toepassing. In het actieprogramma is aangegeven dat er voor de komende tien jaar een groei van het aantal huishoudens binnen de regio wordt verwacht van ruim 9600. De geplande productie, zo wordt in het programma gesteld, is met 10.000 woningen iets hoger. In het programma wordt geconcludeerd dat de productie daarmee, gezien de marktfluctuaties, in lijn is met de huishoudensontwikkeling. In het kader van het RAP zijn door de betrokken gemeenten de volgende (belangrijkste) afspraken gemaakt: • • • • • • •

er wordt ingezet op een flexibel, licht en gericht RAP; er wordt ingezet op een woningaanbod dat aansluit bij de vraag; er wordt gekozen voor plannen die een ruimtelijke versterking van de regio betekenen; er wordt gewerkt in de geest van de Ladder voor duurzame verstedelijking; er wordt gekozen voor versterking van de woningmarktsegmenten waar een tekort van is; er wordt zodanig gebouwd dat er niet meer dan het gemeentelijke aandeel in de prognose wordt benut; er wordt dicht op de markt gezeten en de gemeenten monitoren zelf de ontwikkelingen in nieuwbouw, bestaande voorraad en huishoudensontwikkeling.

Toetsing van het initiatief aan het Regionaal Actie Programma wonen 2016-2020 De ontwikkeling betreft de herontwikkeling van het perceel Schouw 1 te Akersloot, waarbij een appartementengebouw met 10 woningen wordt gerealiseerd. Het bestaande horecapand ter plaatse wordt gesloopt. In het regionaal Actieprogramma wonen wordt geconstateerd dat er in de regio voldoende behoefte is aan nieuwe woningen. Het initiatief is in overeenstemming met het Regionaal Actie Programma wonen 2016-2020. 3.3.2

Regionale woonvisie regio Alkmaar 2013-2020

De regionale woonvisie legt kaders vast voor de lokale woonvisies van de gemeenten en geeft richting voor afspraken met marktpartijen. Daarbij wordt voldoende ruimte overgelaten om op de lokale behoefte in te spelen. De woonvisie geeft richting en zorgt ervoor dat gemeenten van elkaar weten wat ze doen en waar ze elkaar kunnen aanvullen en versterken. Hiermee wordt voorkomen dat onderlinge concurrentie ontstaat en kansen in de regio onbenut blijven. Kansen die de regio samen met marktpartijen moet zien te benutten. Corporaties zijn daarbij de natuurlijke partners van gemeenten maar ook coalities met andere marktpartijen zoals regionale bouwers en ontwikkelaars en het aanboren van contacten van buiten de regio is in dit tijdsbestek noodzaak. De belangrijkste thema’s in de Regionale Woonvisie zijn: • • • • • •

•

vraaggericht toevoegen aan de woningvoorraad; inzetten op een levensloopgeschikte voorraad; duurzaamheid: inzetten op een kwalitatief hoogwaardige, comfortabele, energie-neutrale ‘woonlastenlage’ woonregio; in kleine kernen bewaken van leefbaarheid en voorzieningen; aandacht voor specifieke doelgroepen: starters; CPO (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap); studenten; statushouders; bijzondere doelgroepen in kader 5% regeling; Europese arbeidsmigranten; alternatieve woonvormen voor cliënten Maatschappelijke Opvang; monitoring bestaande voorraad en nieuwbouw.

In totaal bedraagt de opgave voor de regio Alkmaar 10.000 woningen tot 2020. De woonvisie geeft aan dat er in de regio getalsmatig nu geen grote knelpunten zijn, maar op termijn kan er schaarste komen in de goedkope voorraad en krijgt de regio met vergrijzing te maken. Er is nu een beperkte doorstroming in zowel koop als huur. Naast een kwantitatieve balans is er een verdelingsvraagstuk. Om de markt zijn werk te laten doen en ook in de toekomst de aantallen woningen in balans te houden met de behoefte zal in de Regio Alkmaar slim moeten worden omgegaan met de huidige voorraad, verstandig moeten worden toegevoegd en ‘vinger aan de pols’ moeten worden gehouden ten aanzien van de betaalbaarheid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing Toetsing van het initiatief aan het Regionaal Woonvisie regio Almaar 2013-2020 De ontwikkeling betreft de herontwikkeling van het perceel Schouw 1 te Akersloot, waarbij een appartementengebouw met 10 woningen wordt gerealiseerd. Het bestaande horecapand ter plaatse wordt gesloopt. De appartementen worden in twee segmenten gerealiseerd namelijk het middensegment met een gebruiksoppervlakte van circa 100 m2 en het goedkope segment met een gebruiksoppervlakte van circa 60 m2. Hiermee wordt qua woningbehoefte aangesloten op het lage- en middensegment. Het initiatief is in overeenstemming met de Regionale woonvisie regio Alkmaar 2013-2020.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Castricum op weg naar 2030

3.4.1.1 Algemeen Met de structuurvisie is de hoofdkoers uit de strategische visie Buiten Gewoon Castricum uit 2005 opnieuw bezien, aangescherpt en aangevuld, waarmee een actueel beleidskader is ontstaan. De structuurvisie biedt een belangrijk kader voor de toekomst van de gemeente en zet de koers op hoofdlijnen uit. Belangrijke aandachtspunten voor de komende jaren zijn de evenwichtige bevolkingsopbouw en duurzaamheid. Een open en gevarieerd landschap, een stabiel inwonertal en bevorderen van recreatie en toerisme, dat zijn kortgezegd de speerpunten voor de gemeente. 3.4.1.2 Bevolking en wonen Er wordt gekozen voor het stabiel blijven van de bevolking. Er zullen nieuwe woningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd om de kleiner wordende gezinsgroottes te compenseren. Omdat Castricum sterk wil inzetten op inbreidingslocaties is tevens een Masterplan Inbreidingen gemaakt. Hierin wordt aangegeven waar inbreidingen mogelijk zijn en onder welke volkshuisvestelijke randvoorwaarden. Eén van de wensbeelden van structuurvisie gaat over het afronden van de kernen. De rand van de kern vormt de ruimtelijke overgang van het buitengebied naar het bebouwde gebied. De wens wordt geuit dat in 2030 de gaten zijn opgevuld met hoogkwalitatieve bebouwing. Verrommeling wordt vermeden en eenheid gecreëerd. De volgende acties worden genoemd: − − −

−

−

−

De verschillende typen randzones in de gemeente Castricum moeten onderscheiden worden om op maat voor ieder type de beste afrondingsmogelijkheid in beeld te brengen. De randen van de kernen vormen het snijvlak tussen buiten en binnen en zijn daarmee plekken van essentieel belang voor de identiteit van de dorpen. Het versterken van binnen en buiten door het ontwikkelen van verschillende overgangssituaties, die zich qua de dichtheid, de inzet van groen of functie van elkaar onderscheiden. Er kan worden aangesloten bij bestaande landschappelijke kwaliteiten in de randzone. De Kadernota Buitengebied bespreekt de afronding van de kernen. In het bijbehorende Beeldkwaliteitsplan Buitengebied (zie navolgende paragraaf 3.3.2) worden aanzetten gedaan voor het verbinden van de kernen met het buitengebied. Op structuurvisiekaart wordt de afronding van de bestaande kern in de kleur rood aangeduid, welke kleur vager wordt naarmate de afstand tot de kern groter wordt. Zie navolgende afbeelding. Nadere uitwerking moet plaatsvinden zonder direct uit te gaan van grote hoeveelheden nieuw te bouwen huizen. Het gaat primair om de kwaliteit van de ruimtelijke eenheid. Dit dient in samenhang met de andere wensbeelden te worden bezien. Daar waar in bescheiden mate mogelijkheden zijn, dient sprake te zijn van maatwerk dat is afgestemd op de karakteristieken van het desbetreffende gebied.

In afbeelding 3.1 is het projectgebied met een rode ster weergeven. Te zien is dat het projectgebied gelegen is in de lintbebouwing.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 3.1:

Structuurvisiekaart (Bron: gemeente Castricum)

3.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de structuurvisie Het voorliggend plan heeft betrekking op de herontwikkeling van een horecalocatie naar woonlocatie met een appartementencomplex voor 10 appartementen met daarbij een parkeerterrein. Met het voorliggend initiatief worden de karakteristieke elementen van de lintbebouwing niet aangetast, maar juist versterkt. Gelet op het vorenstaande wordt dan ook geconcludeerd dat er voldaan wordt aan de ambities zoals verwoord in de structuurvisie. 3.4.2

Beeldkwaliteitsplan Buitengebied

3.4.2.1 Algemeen In het beeldkwaliteitsplan Buitengebied wordt het versterken van de kwaliteit van de dorpsranden als kans beschouwd. Bescheiden ontwikkelingen in de dorpsranden zijn mogelijk wanneer ze aansluiten op het karakter van het buitengebied, aanwezige functies niet belemmeren en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse versterken. Elke situatie is hierin uniek en moet afzonderlijk beoordeeld worden. Uitgangspunt is een herkenbare dorpsrand geïnspireerd op de aanwezige landschappelijke patronen. Invullingen langs de rand van het stedelijk gebied zijn situatie specifiek, op maat uitgewerkt en hebben een landschappelijke uitstraling, waarbij de kwaliteit ligt in de directe (visuele) relatie met het landschap. Het projectgebied is gelegen op de smalle strandwal. 3.4.2.1 Strandwallen en -vlaktenlandschap In het deel benoorden het Noordzeekanaal is het strandwallenpatroon overwegend parallel geordend. De ligging is beïnvloed door het voormalige zeegat van de Prae Zijpe. Castricum, Limmen en Akersloot liggen op smalle strandwallen parallel aan de kust. Behouden − −

De contrasten tussen de lage open strandvlakten en de beboste binnenduinrand, onder meer door behoud van het bestaande graslandareaal van de strandvlakten. Bijzondere elementen als de Schulpvaart bij Bakkum.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing − − − − −

Geestnederzettingen (Langenes, Noordeinde, Dusseldorpergeest, Oosterzijde, Startingergeest en Middelbuurt) met hun ellipsvormige structuur in de setting van hun open omgeving. De historische structuur van de kern Castricum. Vele oude en vaak zeer kwetsbare dijken. De archeologische waarden van het gelaagde landschap, waaronder Oer-IJ en specifiek het provinciaal archeologisch monument Kronenburg. De geulen en het wallenpatroon van de binnendelta.

Versterken −

−

− −

De cultuurhistorische structuur van het Oer-IJ door het beter leesbaar maken van archeologische bewoningsrelicten aan kreken, door het ontwikkelen van een daarop toegesneden behoud- en beheerprogramma. Bij de ontwikkeling van woningbouwlocaties de herkenbaarheid van cultuurhistorische structuren in de planvorming een plaats geven. Nieuwe bebouwing een bijdrage laten vormen aan de cultuurhistorische identiteit van de locatie. Voor strandwallen en -vlakten specifiek de verstedelijkte geeststructuren versterken, herkenbaar aan het ellipsvormige stratenpatroon. Het contrast tussen de ruimtelijk meer verdichte strandwal en de open gebleven delen van de strandvlakten door de strandvlakten vrij te maken van functies die afbreuk doen aan de openheid. Continuïteit van het agrarisch gebruik als belangrijke identiteitsdrager.

Ontwikkelen − − − − −

Met nieuwe ontwikkelingen aansluiten bij de lineaire opbouw parallel aan de kust. Nieuwe landgoederen en buitenplaatsen zijn mogelijk als dit leidt tot verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Bij hergebruik zorginstellingen aansluiten op de historische schaal en maatvoering. Onderzoeken van de mogelijkheden van natuurontwikkeling, verbrede landbouw en waterberging. Ontwikkeling van de ecologische gradiënt van duin naar polder door herstel van het watersysteem.

3.4.2.2 Toetsing van het initiatief aan Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Voorliggend initiatief gaat uit van de sloop van een bestaand horecapand. Ter plaatse komt een appartementencomplex met een parkeerterrein voor de bewoners. De nieuwe bebouwing wordt vormgegeven naar de karakteristieke bebouwingselementen voor de streek namelijk de stolpboerderij. Daarnaast wordt het voormalige veerhuis in de nieuwe bebouwing verwerkt. Zo is de cultuurhistorie van de plek en streek verwerkt in het plan. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er voldaan wordt aan het beeldkwaliteitsplan voor het buitengebied. 3.4.3

Woonvisie Castricum 2020-2025

3.4.3.1 Woonvisie Met de Woonvisie Castricum schetst de gemeente haar visie op het wonen in de gemeente Castricum. Deze woonvisie houdt rekening met de kaders van het landelijk, provinciaal en regionaal woonbeleid, het Raadsbreed programma 2018 – 2022 ‘SAMEN MAATWERK LEVEREN’ en het coalitie akkoord 2019-2023 ‘Duurzaam doorpakken!’ van de provincie Noord-Holland. Voor de onderbouwing van deze woonvisie is gebruikgemaakt van het kwalitatieve woningmarktonderzoek uit de notitie Woningbouwafspraken en programmering regio Alkmaar en het Woningbehoefteonderzoek Castricum 2018. Er is een grote vraag naar woningen, koopprijzen lopen verder op en het woningaanbod daalt. Het zijn niet alleen starters die het moeilijk hebben door stijgende huizenprijzen en strengere leennormen, maar ook doorstromers zien minder mogelijkheden. Het is daarom belangrijk te zorgen voor een woningproductie die gelijke tred houdt met de demografische groei en dat we in woningtypen en prijssegmenten vraaggericht zijn voor alle inwoners uit Castricum: starters, doorstromers, gezinnen, senioren, en inwoners met een zorgvraag. Om de woningbehoefte op de korte en middellange termijn tegemoet te komen, moeten er de komende jaren meer woningen worden gebouwd en bestaande plannen worden versneld. Om dit waar te kunnen maken

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing heeft de gemeente Castricum samen met de gemeenten in Regio Alkmaar en de Woningmakers de ‘Woningbouwafspraken en programmering regio Alkmaar’ gemaakt. Hierin zijn de ambities en opgaven, programmering- en woningbouwafspraken uit het Regionaal Actie Programma nader uitgewerkt. Met deze nieuwe woningbouwafspraken gaan de gemeenten in Regio Alkmaar zich richten op realisatiecapaciteit. Hierbij wordt steeds gebruikgemaakt van de meest recente marktinformatie en huishoudensprognoses. Regio Alkmaar ziet een vijftal opgaven: 7. 8. 9.

Het bouwtempo moet stevig omhoog om de huidige druk op de markt het hoofd te bieden; Flexibiliteit creëren in planvoorraad door adaptief te programmeren; Inzet op de diversiteit in woonmilieus, waarbij drie subregio’s op basis van de verscheidenheid aan woonmilieus wordt gehanteerd: Alkmaar, Heerhugowaard/Langedijk en de BUCH gemeenten; 10. Voorkomen van verdringing; 11. Inspelen op de langetermijnbehoefte. 3.4.3.2 Woningprogramma Met de regionale woningbouwafspraken hebben de gemeenten in Regio Alkmaar afgesproken om te programmeren aan de hand van scenario’s. In Castricum zijn er, afhankelijk van het scenario, jaarlijks tussen de 150 en 200 woningen nodig tot 2023. Na 2023 neemt de jaarlijkse vraag af tot tussen de 60 en 110 woningen per jaar. Daarnaast werken we met een woningprogrammering naar realisatiecapaciteit. Dit is een realistischere manier van programmeren. Woningbouwplannen worden weergegeven naar planfase (hoe ver is de planontwikkeling gevorderd) afgezet tegen de tijd (hoe verder in de tijd hoe onzekerder een plan). Op deze wijze kan een betere inschatting gemaakt worden hoeveel woningen er in de toekomst opgeleverd worden. Een aantal keren per jaar wordt de woningprogrammering geactualiseerd. Voor nieuwbouwprogrammering wordt gekeken naar de meest recente woningmarktonderzoeken en prognoses.

Het Woningbehoefteonderzoek Castricum 2018 en de notitie Woningbouwafspraken en programmering regio Alkmaar geven inzicht in de woonvoorkeuren en geeft een indicatief nieuwbouwprogramma (waarbij rekening wordt gehouden met de bestaande voorraad en huishoudensontwikkeling). Ook dit is een momentopname en kan er over enkele jaren anders uit zien. Op basis van recente woningmarktonderzoeken zet Castricum in op het realiseren van 30 procent sociale woningbouw (categorie 1 en 2 in onderstaand tabel). Voor de komende jaren is er behoefte aan een inhaalslag voor sociale huurwoningen. Het is de verwachting dat op de langere termijn de vraag naar dit segment af neemt. Voor de komende jaren ligt de nadruk binnen het sociale segment dus vooral op de huur.

Op basis van het Woningbehoefteonderzoek Castricum 2018 worden onderstaande globale aanbevelingen gedaan voor nieuwbouw: • • • •

Op de langere termijn verschuift de vraag van grondgebonden woningen naar appartementen (of levensloopbestendige woningen); Op de korte termijn is er nog een lichte behoefte aan sociale huurwoningen (vooral omdat er nu sprake is van grote krapte op de woningmarkt). Op de langere termijn neemt deze vraag af; Op de korte termijn is er behoefte aan duurdere grondgebonden woningen om te zorgen voor voldoende doorstroming en woningen vrij te maken in het middensegment; Op de korte termijn en lange termijn is er een behoefte aan vrijesectorwoningen (koop en huur).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Schouw 1, Akersloot Ruimtelijke onderbouwing 3.4.3.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Het te realiseren appartementencomplex richt zich op het midden en goedkope segment. Het doel is om het appartementencomplex op korte termijn te realiseren om te kunnen voorzien in de bovenstaande geschetste woningbouwbehoefte. Met de ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan het aanbod in de sociale koopsector om betaalbare woningen te realiseren. Tenslotte wordt het appartementencomplex gasloos gerealiseerd. Gelet op het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er voldaan wordt aan de Woonvisie. 3.4.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10274783/1