CConstaterende datCastricum
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Ruimtelijke onderbouwing incl. bijlagen

Raadsplein - Carrousels 24 juni 2021, gemeente CastricumBij agendapunt: Verklaring van Geen Bedenkingen bouw drie seniorenwoningen Jasmijnlint 21, 23 en 25 Limmen18.393 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

7 3.2 Beschermde soorten ..................................................................................................................... 8 3.2.1 Flora ........................................................................................................................................ 8 3.2.2 Vissen...................................................................................................................................... 8 3.2.3 Amfibieën ............................................................................................................................... 8 3.2.4 Reptielen ................................................................................................................................ 8 3.2.5 Vogels ..................................................................................................................................... 9 3.2.6 Grondgebonden zoogdieren .................................................................................................. 9 3.2.7 Vleermuizen.......................................................................................................................... 10 3.2.8 Overige beschermde soorten ...............................................................................................

10 4 Effectbeoordeling ............................................................................................................................... 11 4.1 Amfibieën .................................................................................................................................... 11 4.2 Vogels .......................................................................................................................................... 11 4.3 Vleermuizen................................................................................................................................. 11 5 Beschermde natuurgebieden ............................................................................................................. 12 5.1 Beschermde gebieden ................................................................................................................. 12 5.2 Bijzondere beschermde houtopstanden ..................................................................................... 12 6 Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................................. 13 6.1 Beschermde gebieden: ................................................................................................................

13 6.2 Beschermde soorten: .................................................................................................................. 13 6.3 Zorgplicht..................................................................................................................................... 14 Bijlage 1 Foto-impressie van het plangebied ........................................................................................ 15 Bijlage 2 Wetgeving ............................................................................................................................... 17 Bijlage 3 Bronnen .................................................................................................................................. 26

1 Inleiding In opdracht van Visser en Van Dam heeft Ecologisch Adviesbureau Ronde een ecologische quickscan uitgevoerd op een locatie aan het Jasmijnlint te Limmen. Deze quickscan is uitgevoerd in het kader van de Wet Natuurbescherming.

1.1 Aanleiding en doelstelling De aanleiding voor de uitvoering van deze quickscan is de geplande bouw van drie woningen op het perceel. Het uitvoeren van een ecologische quickscan is noodzakelijk aangezien er door de bouwwerkzaamheden mogelijk negatieve gevolgen kunnen optreden voor de mogelijk in het plangebied aanwezige (beschermde) flora- en fauna. Daarnaast kan het zijn dat de plannen negatieve effecten kunnen hebben op beschermde natuurgebieden. Het doel van de quickscan is het in kaart brengen van de (mogelijk) aanwezige beschermde flora en fauna en nabijgelegen natuurgebieden.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom aan de westzijde van Limmen. Het perceel ligt aan het Jasmijnlint en is omringd door bebouwing. De omliggende bebouwing betreft grotendeels nieuwbouwwoningen.

Figuur 1 Ligging van het plangebied (rood omrand) aan het Jasmijnlint te Limmen.

4 Ecologisch adviesbureau Ronde

1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan hierdoor slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Door het moment van het veldbezoek zorgvuldig te plannen en aanvullend een literatuurstudie te doen tracht Ecologisch adviesbureau Ronde een zo compleet mogelijk beeld te geven van de in het plangebied voorkomende soorten.

1.4 Geplande werkzaamheden De geplande werkzaamheden bestaan uit het verwijderen van vegetatie, bomen en struiken gevolgd door het bouwrijp maken van het perceel. Na het bouwrijp maken zal worden gestart met het bouwen van drie woningen. De ecologisch gevoelige werkzaamheden bestaan uit het verwijderen van de vegetatie en enkele struiken en een boom en daarnaast het vergraven van de bodem.

Figuur 2 Blinde bij op een bloem van Haagwinde.

5 Ecologisch adviesbureau Ronde

2 Methode Hieronder wordt beschreven hoe soortenbescherming en gebiedsbescherming is onderzocht. Soortenbescherming De quickscan is opgebouwd uit een literatuurstudie en een veldbezoek. Door middel van een literatuurstudie is onderzocht welke beschermde flora en fauna recentelijk in het plangebied en de directe omgeving is waargenomen. Hierbij is gebruikgemaakt van de NDFF (©NDFF-quickscanhulp.nl 0 7 augustus 2020) en verschillende verspreidingsatlassen. Waarnemingen tot 1 km zijn hierbij meegenomen in de beoordeling. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 3 augustus 2020. Er is zoveel mogelijk concrete informatie (zichtwaarnemingen, geluidwaarnemingen, nesten en sporen) verzameld om de al dan niet aanwezige flora en fauna in kaart te brengen. Om een zo compleet mogelijk beeld van de situatie te verkrijgen zijn tijdens het veldbezoek ook de aanwezige biotopen beschreven. Op basis van de aangetroffen flora en fauna, de biotopen en informatie uit de vakliteratuur over populaties in de omgeving, is per soortgroep een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van in ieder geval die beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling.

Gebiedsbescherming Met behulp van verschillende websites is gekeken of het plangebied deel uitmaakt van een beschermd natuurgebied en of er beschermde natuurgebieden aanwezig zijn waar de plannen in het plangebied mogelijk effect op kunnen hebben. Er is gebruik gemaakt van: Https://www.natura2000.nl/gebieden Https://noord-holland-extern.tercera-ro.nl/MapViewer/

6 Ecologisch adviesbureau Ronde

3 Onderzoeksresultaten 3.1 Beschrijving aanwezige biotopen Het plangebied bestaat grotendeels uit ruig grasland en kort gemaaid grasland. Langs de oostelijke rand van het plangebied ligt een droge greppel. Deze greppel staat vol met planten als Veldzuring, Ridderzuring en grassen. Er is slechts een enkele boom in het plangebied aanwezig. In deze boom zijn geen holtes en grote nesten aanwezig. Het zuidelijk deel van het plangebied, dat bestaat uit ruig grasland, is begroeid met verschillende grassen en plantensoorten als Grote brandnetel, Hondsdraf, Japanse wijnbes, Grote weegbree, Ridderzuring, Smalle weegbree, Haagwinde, IJzerhard, Paardenbloem, Middelste teunisbloem, Klimop en Heermoes. In dit ruige grasland liggen twee stelconplaten. Langs de randen van deze platen zijn geen holletjes of holen aangetroffen. Een smalle, in het noordelijke deel gelegen strook van het plangebied bestaat uit kort gemaaid gras. Hier groeien naast grassen soorten als Duizendblad, Smalle weegbree, Gewoon biggenkruid en Kleine klaver.

7 Ecologisch adviesbureau Ronde

3.2 Beschermde soorten 3.2.1 Flora Waargenomen soorten In het plangebied is geen beschermde flora aangetroffen. In het verleden is in de omgeving van het plangebied geen beschermde flora aangetroffen. Potentie flora In het plangebied wordt vanwege ontbreken van geschikt biotoop geen beschermde flora verwacht.

3.2.2 Vissen In het plangebied is geen water aanwezig. Het voorkomen van beschermde, niet vrijgestelde vissen in het plangebied is hierdoor op voorhand uitgesloten.

3.2.3 Amfibieën Waargenomen soorten In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen amfibieën aangetroffen. In het verleden zijn in de omgeving van het plangebied beschermde, niet vrijgestelde amfibieën aangetroffen. Het betreft Rugstreeppad. Van Rugstreeppad zijn in de literatuur enkele waarneming vanuit de omgeving bekend. Er zijn geen waarnemingen bekend van Rugstreeppad in het plangebied. Vanwege de aanwezigheid van Rugstreeppad in de omgeving is tijdens het veldbezoek intensief gezocht naar Rugstreeppadden. Potentie amfibieën In het plangebied is geen voortplantingswater aanwezig voor amfibieën. Wel is er marginaal geschikt landhabitat aanwezig voor algemeen voorkomende soorten amfibieën zoals Gewone pad, Bruine kikker, Kleine watersalamander, Bastaardkikker en Meerkikker. Vanwege de ligging binnen de bebouwde kom, de geringe oppervlakte van het plangebied en het ontbreken van pionier situaties als geïsoleerde, snel opwarmende poelen of waterlopen en afwezigheid van geschikt landhabitat wordt de Rugstreeppad niet in het plangebied verwacht. De soort is tijdens het veldbezoek ook niet in het plangebied waargenomen ondanks dat er gezocht is onder materialen als plankjes en stenen.

Daarnaast zijn er ook geen voor Rugstreeppad geschikte holletjes in het terrein en langs de stelconplaten waargenomen en zijn er geen juveniele Rugstreeppadden in en nabij de droge greppel waargenomen.

3.2.4 Reptielen Waargenomen soorten In het plangebied en de directe omgeving (tot 1 km) zijn tijdens het veldbezoek en in het verleden geen reptielen aangetroffen. Het voorkomen van de Zandhagedis is bekend van het Noordhollands Duinreservaat dat enkele kilometers ten westen van het plangebied ligt.

8 Ecologisch adviesbureau Ronde

Potentie reptielen Het plangebied is niet geschikt voor Zandhagedis vanwege het ontbreken van geschikt habitat (Duin-, en heidevegetaties en bosranden nabij duin- of heidevegetaties). Daarnaast ontbreken populaties van Zandhagedis in de directe omgeving van het plangebied.

3.2.5 Vogels Waargenomen soorten Tijdens het veldbezoek zijn verschillende vogelsoorten waargenomen. Het betreft Putter, Boerenzwaluw (cat. 5), Zwarte kraai (cat. 5) en Grote bonte specht (cat. 5). Deze soorten zijn waargenomen in de omgeving van het plangebied. In het verleden zijn in de omgeving van het plangebied verschillende vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Het betreft Huismus, Gierzwaluw en verschillende uilen en roofvogels. In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen van soorten met jaarrond beschermde nesten bekend. Potentie vogels met niet jaarrond beschermde nesten In de boom en struiken in het plangebied broeden mogelijk soorten van bos en struweel als Merel, Heggenmus en Winterkoning. Potentie vogels met jaarrond beschermde nesten In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van roofvogels, uilen of soorten als Huismus en Gierzwaluw aangetroffen of te verwachten. Geschikte bebouwing (met dakpannen op de daken) en grote bomen zijn afwezig. Daarnaast werden geen sporen (in de vorm van uitwerpselen, braakballen of nesten) gevonden.

3.2.6 Grondgebonden zoogdieren Waargenomen soorten Tijdens het veldbezoek zijn geen zoogdieren aangetroffen. In het verleden zijn in de omgeving van het plangebied grondgebonden beschermde, niet vrijgestelde zoogdieren waargenomen. Het betreft Bunzing en Hermelijn. Potentie zoogdieren Het plangebied is geschikt voor enkele algemeen voorkomende muizensoorten en soorten als Haas en Egel. Deze soorten zijn door de Wet Natuurbescherming beschermd maar in Noord-Holland vrijgesteld bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Het plangebied is ongeschikt voor kleine marterachtigen als Bunzing en Hermelijn. Het plangebied is relatief klein en ligt geïsoleerd in de bebouwde kom. Daarnaast ontbreekt voldoende dekking in de vorm van houtstapels, steenstapels, heggen en hoge vegetatie. Tijdens het veldbezoek zijn van deze soorten tevens geen sporen in de vorm van prenten, prooiresten en uitwerpselen aangetroffen. De ligging in de bebouwde komt levert extra verstoring in de vorm van aanwezigheid van mensen en huisdieren als honden en katten.

9 Ecologisch adviesbureau Ronde

3.2.7 Vleermuizen Waargenomen soorten In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden drie verschillende soorten vleermuizen aangetroffen. Het betreft Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger en Rosse vleermuis. Potentie verblijvende vleermuizen Vanwege het ontbreken van geschikte holtes en spleten in de in het plangebied aanwezige boom en het ontbreken van bebouwing in het plangebied zijn verblijven van vleermuizen uitgesloten. Potentie foerageergebied Het plangebied is marginaal geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Potentie vliegroute Vanwege de ligging en de vorm van het plangebied is uitgesloten dat het plangebied gebruikt kan worden als (onder deel van een) vliegroute.

3.2.8 Overige beschermde soorten Waargenomen soorten In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Gevlekte witsnuitlibel en Platte Schijfhoren waargenomen. In het plangebied zijn geen waarnemingen van deze soorten bekend. Potentie insecten In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor Gevlekte witsnuitlibel en Platte schijfhoren aanwezig vanwege het ontbreken van geschikt voortplantingswater.

Figuur 3 Een van de vele Krassers die aanwezig zijn in de greppel en het ruige grasland.

10 Ecologisch adviesbureau Ronde

4 Effectbeoordeling 4.1 Amfibieën Aangezien het plangebied niet geschikt is voor Rugstreeppad zijn geen negatieve effecten op de soort te verwachten. Om te voorkomen dat tijdens de bouw-/graafwerkzaamheden ontstane zandhopen door Rugstreeppadden uit de omgeving als winterhabitat gebruikt kunnen worden dienen dergelijke zandhopen voorafgaan aan de overwinteringsperiode te worden verwijderd of afgeschermd door middel van een paddenscherm. Hiermee wordt voorkomen dat Rugstreeppadden het gebied intrekken.

4.2 Vogels Aanwezige vogelnesten kunnen worden beschadigd of vernield tijdens de geplande werkzaamheden. Met name tijdens het verwijderen van aanwezige struiken en de boom. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Activiteiten die nesten verstoren of vernielen dienen buiten het broedseizoen. Het broedseizoen loopt grofweg van 15 maart-15 augustus. De broedperiode varieert echter per soort en is tevens afhankelijk van het weer. Indien er buiten de genoemde periode vogels broedend aanwezig zijn dienen de werkzaamheden te worden uitgesteld. Indien werkzaamheden in het broedseizoen plaatsvinden dient voorafgaand aan de vestiging van broedvogels het plangebied ongeschikt gemaakt te worden. Tevens dient voorafgaand aan de werkzaamheden een scan plaats te vinden om uit te sluiten dat broedende vogels aanwezig zijn.

4.3 Vleermuizen Foeragerende vleermuizen Voor foeragerende vleermuizen wordt geen negatief effect verwacht. In de omgeving van het plangebied is voldoende vergelijkbaar en beter foerageergebied aanwezig. Foeragerende vleermuizen kunnen gemakkelijk uitwijken.

11 Ecologisch adviesbureau Ronde

5 Beschermde natuurgebieden In dit hoofdstuk staat beschreven welke beschermde natuurgebieden er in de directe omgeving aanwezig zijn en of het plangebied deel uitmaakt van een of meerdere van deze gebieden. Daarnaast wordt beschreven of er nog aanvullende natuurwetgeving aan de orde is.

5.1 Beschermde gebieden Het dichtstbijgelegen Natura2000-gebied is het Noordhollands Duinreservaat. Het plangebied bevindt zicht op circa 1,5 km ten oosten van het Noordhollands Duinreservaat. Vanwege de grote afstand en de geplande werkzaamheden worden geen negatieve effecten op dit gebied verwacht voor wat betreft licht, geluid en trillingen. Verdere toetsing naar dergelijke effecten is niet noodzakelijk. Bij de plannen is verhoging van stikstofemissie aan de orde. Om de effecten van de plannen op stikstofgevoelige habitattypen in natura 2000-gebieden in de omgeving inzichtelijk te maken wordt een Aerius-berekening aanbevolen. Zoals in de onderstaande afbeelding te zien is maakt het plangebied geen deel uit van het NNN netwerk en beschermde Weidevolgelleefgebieden. Van de geplande werkzaamheden zijn geen negatieve effecten op het NNN netwerk en het Weidevogelleefgebied te verwachten. Een nadere toetsing naar effecten op het NNN netwerk en Weidevogelleefgebied is niet nodig.

5.2 Bijzondere beschermde houtopstanden Bij de geplande werkzaamheden worden geen buiten de (volgens de WNB bepaalde) bebouwde kom gelegen houtopstanden gekapt van meer dan 1000 m² Daarnaast worden er ook geen rijbeplantingen gekapt van meer dan 20 bomen. Er is in het plangebied dan ook geen spraken van een bijzonder beschermde houtopstand. Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.

Figuur 4 Ligging van het plangebied (bij de rode pijl) ten opzichte van beschermde natuurgebieden in de omgeving.

12 Ecologisch adviesbureau Ronde

6 Conclusies en aanbevelingen 6.1 Beschermde gebieden: Gezien de aard van de ingreep, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden is op voorhand vast te stellen dat er geen negatieve effecten zullen optreden in andere beschermde gebieden ten gevolge van licht, geluid en trillingen. Door de toename van stikstofemissie door de plannen is een negatief effect op stikstofgevoelige habitattypen niet uit te sluiten. Door middel van een Aerius berekening kan de toename in stikstofemissie inzichtelijk gemaakt worden. Er wordt aanbevolen hierover vooroverleg te voeren het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Holland.

6.2 Beschermde soorten:

Amfibieën: Aangezien het plangebied niet geschikt is voor Rugstreeppad zijn geen negatieve effecten op de soort te verwachten. Om te voorkomen dat tijdens de bouw-/graafwerkzaamheden ontstane zandhopen door Rugstreeppadden uit de omgeving als winterhabitat gebruikt kunnen worden dienen dergelijke zandhopen voorafgaan aan de overwinteringsperiode te worden verwijderd of afgeschermd door middel van een paddenscherm. Hiermee wordt voorkomen dat Rugstreeppadden het gebied intrekken.

Vogels: Binnen het plangebied kunnen broedvogels voorkomen. Om uit te sluiten dat nesten vernield of verstoord kunnen worden dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen (maart-augustus) plaats te vinden. Indien werkzaamheden in het broedseizoen plaatsvinden dient voorafgaand aan de vestiging van broedvogels het plangebied ongeschikt gemaakt te worden. Tevens dient voorafgaand aan de werkzaamheden een scan plaats te vinden om uit te sluiten dat broedende vogels aanwezig zijn.

Grondgebonden zoogdieren: Er zijn enkel algemeen voorkomende, vrijgestelde soorten zoogdieren te verwachten binnen het plangebied.

Vleermuizen: Er zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen of te verwachten. Voor mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep. Aanwezige foeragerende vleermuizen kunnen tijdens de werkzaamheden gemakkelijk uitwijken.

Op basis van de aangetroffen en te verwachten soorten in het plangebied kan geconcludeerd worden dat er in de huidige situatie geen beschermde, niet vrijgestelde soorten aanwezig zijn of verwacht worden. Vervolgonderzoek is derhalve niet noodzakelijk. 13 Ecologisch adviesbureau Ronde

6.3 Zorgplicht De zorgplicht geldt voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving. De zorgplicht is openomen in artikel 1.11 van de Wet Natuurbescherming en Luidt als volgt. 1 Eenieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.

Om aan de zorgplicht te voldoen kunnen de volgende richtlijnen worden gehanteerd:

  

Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodembewonende dieren de kans om in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten; Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig worden gewerkt dat richting te behouden leefgebied van aanwezig fauna wordt gewerkt en dieren niet ingesloten raken en (meer) kans hebben te vluchten. Bij de bouwwerkzaamheden moet voorkomen worden dat ’s nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt.

14 Ecologisch adviesbureau Ronde

Bijlage 1 Foto-impressie van het plangebied

Figuur 5 Ruig grasland met daarin een enkele boom.

Figuur 6 Kort gemaaid grasland met soorten als Smalle weegbree en Duizendblad.

15 Ecologisch adviesbureau Ronde

Figuur 7 Droge greppel met daarin verschillende grassoorten en Veldzuring.

Figuur 8 Middelste teunisbloem aanwezig in het ruige grasland.

16 Ecologisch adviesbureau Ronde

Bijlage 2 Wetgeving Huidige natuurwetgeving Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.” Soortbescherming Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten.

Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie 0) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 1.

17 Ecologisch adviesbureau Ronde

Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.

Vrijgestelde soorten per provincie. X= vrijgesteld, 1= vrijgesteld juli – september, 2= vrijgesteld 15 aug – 15 okt, 3= vrijgesteld mrt-april en juli t/m november 4= 15 aug t/m feb (bron: habitus.nl).

18 Ecologisch adviesbureau Ronde

Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings- en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten.

Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaatsvindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de Wnb verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie 0) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie 0) worden overtreden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden beoordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient een van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn  Ontheffing is nodig in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid.  Ontheffing is in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer.  Ontheffing is nodig ter bescherming van flora en fauna.

¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet.

19 Ecologisch adviesbureau Ronde

Soorten van de Habitatrichtlijn  Ontheffing is nodig ter bescherming van flora en fauna.  Ontheffing is in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten  Ontheffing is nodig in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan.  Ontheffing is nodig ter voorkoming van schade of overlast.  Ontheffing is nodig ter bescherming van flora en fauna.  Ontheffing is nodig ter beperking van de omvang van een populatie van dieren in het verband met veelvuldig veroorzaakte schade.  Ontheffing is nodig ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden.  Ontheffing is nodig in verband met bestendig beheer en onderhoud infrastructuur, waterwerken, land- en bosbouw etc.  Ontheffing is nodig in het algemeen belang Broedvogels Voor broedvogels wordt in principe geen ontheffing verleend. Als men verstorende activiteiten buiten het broedseizoen laat plaatsvinden worden de vogels geacht te kunnen uitwijken, treedt geen schade op en is geen ontheffing noodzakelijk. Er is een uitzondering, vogelnesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn vallen onder de definitie van ‘vaste rust- of verblijfplaatsen’ en zijn daarom jaarrond beschermd.

Er zijn vier verschillende categorieën ‘broedvogels met jaarrond beschermde nesten’, categorie 1 t/m 4, zie kader volgende pagina. De lijst met vogelsoorten waarvan de nesten gedurende het hele jaar zijn beschermd is in 2009 aangepast (zie kader). Let wel! Bij de bescherming van een jaarrond beschermd nest of verblijf kan het zijn dat zowel de verblijfplaats als de (directe) omgeving die nodig is voor het succesvol functioneren daarvan moet worden betrokken.

20 Ecologisch adviesbureau Ronde

Soort

Categorie Toelichting codes

Boomvalk

4

Buizerd

4

Gierzwaluw

2

Grote gele kwikstaart

3

Havik

4

Huismus

2

Kerkuil

3

Oehoe

3

Ooievaar

3

Ransuil

4

Roek

2

Slechtvalk

3

Sperwer

4

Steenuil

1

Wespendief

4

Zwarte wouw

4

Vogelsoorten waarvan de nesten in principe jaarrond zijn beschermd met beschermingscategorie: 1 = soorten die ook buiten het broedseizoen het nest gebruiken als vaste rust- of verblijfplaats; 2 = koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop; 3 = soorten die elk jaar op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing; 4 = soorten die niet of nauwelijks zelf in staat zijn een nest te maken.

Voor soorten met jaarrond beschermde nesten kan soms, meestal alleen buiten het broedseizoen, wél ontheffing worden aangevraagd. Een ‘omgevingscheck’ is dan vereist. Een deskundige moet in dat geval vaststellen of de desbetreffende soort zelfstandig een vervangend nest kan vinden in de omgeving, of dat met verzachtende en/of compenserende maatregelen de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rustplaats gegarandeerd kan worden. Om zeker te zijn dat geplande of genomen maatregelen hiertoe voldoende zijn, moeten deze middels een ontheffingsaanvraag worden voorgelegd aan de provincie. Als de gunstig staat van instandhouding niet in gevaar komt, kan de aanvraag (positief) worden afgewezen. Het is uiteraard essentieel dat de (aan de provincie) voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk worden genomen. Categorie 5-soorten Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en bijbehorende categorie. Er is nog een categorie met ‘bijzondere’ vogelsoorten (Categorie 5) Deze soorten keren (zoals ook soorten met jaarrond beschermde nesten) weliswaar vaak terug naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

Van deze soorten zijn de verblijfplaatsen alleen dan beschermd als ‘zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen’.

21 Ecologisch adviesbureau Ronde

Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van EZ goedgekeurde gedragscode, hoeft bij werkzaamheden in het kader van natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud, van bestendig gebruik en van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting voor Vogelsoorten (artikel 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5) en andere soorten (artikel 3.10) geen ontheffing te worden aangevraagd, mits aantoonbaar wordt gewerkt met deze gedragscode (artikel 3.31). De bewijslast dat correct is en wordt gehandeld volgens de gevolgde gedragscode ligt bij de initiatiefnemer. Het is ook mogelijk te werken conform een dergelijke goedgekeurde gedragscode zonder deze zelf te hebben opgesteld. Te beïnvloeden soorten dienen dan wel in de gebruikte gedragscode te worden behandeld. Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. In de Wnb (art. 1.12) wordt ook verordend dat (provinciaal) gebieden aangewezen worden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Tevens wordt aangegeven dat provincies mogelijkheden hebben ook andere belangrijke gebieden aan te wijzen vanwege hun landschappelijke- of natuurwaarden. Natura 2000 Nederland en andere EU-landen hebben in overleg met de Europese Commissie speciale beschermingszones aangewezen, de zogenaamde Natura 2000-gebieden.

Een overzicht van Natura 2000-gebieden is te vinden op: https://www.natura2000.nl/gebieden Habitattoets Wanneer plannen bestaan uit een project en ook voor zogenaamde ‘andere handelingen’ in of rond een Natura 2000-gebied, neemt de initiatiefnemer contact op met het bevoegde gezag. In principe is dit Gedeputeerde Staten van de Provincie waarin een gebied (grotendeels) ligt. Indien negatieve effecten van een project niet kunnen worden uitgesloten, dient een toetsing te worden uitgevoerd. Als uit deze toetsing (ook wel ‘Habitattoets’ genoemd) blijkt dat een plan (mogelijk) significante negatieve gevolgen heeft, vindt de vergunningaanvraag plaats via een ‘passende beoordeling’. Daarbij moeten ook cumulatieve effecten zijn meegenomen. Alleen als uit de passende beoordeling met zekerheid blijkt dat geen significante gevolgen zullen optreden, of als het gaat om activiteiten met een groot openbaar belang en waarvoor geen alternatieven zijn, wordt vergunning verleend. Als uit de ‘Habitattoets’ blijkt dat een activiteit negatieve gevolgen kan hebben die niet significant zijn, vindt de vergunningaanvraag plaats via een verslechterings- en verstoringstoets. Bij deze toets wordt via een uitgebreide effectbeoordeling nagegaan of activiteiten een kans met zich meebrengen op verslechtering van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten.

Externe werking Belangrijk bij de bepalingen rond Natura 2000-gebieden is de ‘externe werking’. Dit betekent dat ook projecten buiten het Natura 2000- netwerk met mogelijk negatieve gevolgen binnen het netwerk, getoetst moeten worden aan doelen van betrokken gebied of gebieden. Een bijzondere vorm van externe werking is de (extra) uitstoot van stikstof door een project die kan neerslaan binnen Natura 22 Ecologisch adviesbureau Ronde

2000-gebieden en daar voor schade kan zorgen. Om de mate van stikstofvervuiling te volgen en te reguleren is de zogenaamde ‘Programmatische Aanpak Stikstof’ (PAS) in werking getreden. Boven bepaalde ‘drempelwaardes’ kan een project vanwege neergeslagen stikstof meldings- of vergunning plichtig zijn. Overige gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland (NNN), in de wet: Ecologische Hoofdstructuur EHS Via de Wet Ruimtelijke Ordening wordt het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) planologisch beschermd. Op grond van artikel 2.10.4 Barro geldt er een algemeen beschermingsregime voor EHS-gebieden. Dit algemene regime bestaat eruit dat er geen toestemming mag worden verleend aan activiteiten die per saldo leiden tot een significante aantasting van de zogenaamde ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ of tot een significante vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen die gebieden. Toestemming voor dergelijke activiteiten kan wel worden gekregen indien er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en de negatieve effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. In de provinciale verordening moet dit ‘nee tenzij’-regime zo worden vastgelegd dat hieraan in alle bestemmingsplannen en/of omgevingsvergunningen voor het afwijken van bestemmingsplannen wordt voldaan.

Overige natuurwetgeving Naast de behandelde wetgeving zijn soms andere gebied beschermende bepalingen van kracht. Dit kunnen regionale of provinciale plannen of visies zijn die gebieden of soorten (extra) beschermen. Een voorbeeld hiervan zijn de ‘weidevogelleefgebieden’ van de Provincie Noord-Holland. Per plangebied zal op maat moeten worden nagegaan of dergelijke bepalingen aan de orde zijn. Houtopstanden Houtopstanden groter dan 10 are of bomenrijen bestaand uit meer dan 20 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom, zijn beschermd. Men dient vergunning of ontheffing te verkrijgen indien dergelijke houtopstanden moeten worden gekapt of gerooid. In sommige gevallen is een herplantplicht aan de orde.

Procedure Als bij aanvang van een project niet uitgesloten is dat beschermde soorten voorkomen of negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen optreden, is een ecologische quickscan nodig en dient het stroomschema uit de onderstaande figuur te worden gevolgd. Als op grond van deze quickscan de aanwezigheid van dergelijke soorten of gevolgen niet zijn uit te sluiten én wordt gezien dat negatieve effecten kunnen optreden, is vervolgonderzoek noodzakelijk. Tijdens het vervolgonderzoek wordt het plangebied geïnventariseerd op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Indien aangetroffen worden de gebruiksfuncties van deze soorten in beeld gebracht. Vervolgens wordt opnieuw onderzocht of negatieve gevolgen mogelijk zijn door uitvoering van de plannen.

23 Ecologisch adviesbureau Ronde

Zie hiervoor, 0 van ghhghj Geen ontheffing nodig

Zie hiervoor, 0 Geen ontheffing nodig

Zie hiervoor, 0

Zie hiervoor, 0 Geen ontheffing mogelijk

Ontheffing onder voorwaarden mogelijk Stappenplan procedure ecologisch onderzoek en ontheffing

24 Ecologisch adviesbureau Ronde

Ontheffingsaanvraag Wnb Als stap 4a uit het stroomschema negatief is omdat een project of plan locatie gebonden is en er geen alternatieven zijn, is een ontheffingsaanvraag waarschijnlijk aan de orde. Een dergelijke aanvraag dient onder andere vergezeld te gaan van:  Een projectplan waarin onder meer de locatie, de werkwijze, de te verwachten schade, de te nemen maatregelen, de alternatievenstudie en het wettelijk belang gedetailleerd worden beschreven.  Een actuele en volledige inventarisatie naar het voorkomen van beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied (ongeveer 3-5 jaar geldig). De aanvraag kan voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning plaatsvinden. De aanvraag wordt gedaan bij de provincie waarin het plangebied is gelegen. Het is ook mogelijk ‘aan te haken’ bij het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de ‘Wet algemene bepalingen omgevingsrecht’ (WABO). Men dient op het digitale aanvraagformulier van het omgevingsloket (OLO) dan aan te geven dat ‘Handelingen worden verricht met gevolgen voor beschermde dieren en planten’. Ook hierbij dient een projectplan en inventarisatie bijgevoegd te worden. De gemeente waarbij de aanvraag is ingediend stuurt de informatie omtrent beschermde flora en fauna naar de provincie die een ‘Verklaring van geen bedenkingen’ (VVGB) afgeeft voor het ‘natuur’ onderdeel van de omgevingsvergunning.

De provincie handhaaft bepalingen uit eventuele ontheffingen en vergunningen en de eventuele werking van de Wnb bij projecten waar geen ontheffing is aangevraagd. Ook het volgen van gedragscodes wordt gehandhaafd door de provincie. Mogelijke sancties zijn geldelijke boetes, strafrechtelijke vervolging of het stilleggen van werkzaamheden

25 Ecologisch adviesbureau Ronde

Bijlage 3 Bronnen Geraadpleegde literatuur   

  

Bremer, A. van den, 2015. Basisgids grassen. KNNV, Zeist Herder, J.E., J. Kranenbarg, D.M. Hoogeboom, J. Hamers & K. Dekker (red) 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Stichting RAVON, Nijmegen Hoogeboom, D.M., F. Visbeen, J. Wondergem, W. Ruitenbeek (red.) 2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noordhollandse zoogdierstudiegroep (NOZOS), Alkmaar Huigen, P., R. Vogel, Topografische inventarisatieatlas voor flora en fauna van Nederland. Vogelbescherming Nederland, Zeist Riet, B. van de, H. van der Goes, T. Baas, T (red) 2014. Atlas van de Noord-Hollandse flora. Landschap Noord-Holland, Heiloo Scharringa, K. (C.J.G.), Ruitenbeek, W & Zomerdijk, P.J. (red) (2010) Atlas van de NoordHollandse broedvogels 2005-2009. Heiloo: Landschap Noord-Holland & samenwerkende vogelwerkgroepen Noord-Holland

Geraadpleegde websites www.quickscanhulp.nl www.zoogdiervereniging.nl www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx https://noord-holland-extern.tercera-ro.nl/MapViewer/

26 Ecologisch adviesbureau Ronde

N.T. Groot

Jasmijnlint in Limmen Drie nieuwe woningen Onderzoek stikstofdepositie

Datum: 20 juli 2020 Kenmerk: NOT20231726-01

Inleiding Aan de Jasmijnlint in Limmen is een onbebouwd terrein van circa 1.400 vierkante meter aanwezig. Voor deze locatie is een plan opgesteld voor de realisatie van drie nieuwe grondgebonden woningen. In figuur 1 is de ligging van de planlocatie weergegeven.

Figuur 1: Situering planlocatie aan de Jasmijnlint in Limmen

Voor het plan wordt een ruimtelijke procedure (wijziging bestemmingsplan) doorlopen. De ruimtelijke onderbouwing van het plan wordt opgesteld door Visser & Van Dam uit Heiloo. Het planontwerp is opgesteld door Raad Architecten uit Zwaagdijk-West en dateert van 30 oktober 2019. In figuur 2 is de volgens het plan beoogde kavelindeling weergegeven.

1

Figuur 2: Indeling kavel volgens plan (bron: Raad Architecten)

Ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing van het plan is onder meer onderzoek nodig naar de consequenties van het plan voor de uitstoot en depositie van stikstof. Initiatiefnemer van het plan de heer N.T. Groot heeft aan BuroDB opdracht verleend voor uitvoering van het benodigde onderzoek stikstofdepositie. De effecten van het plan tijdens de aanlegfase (bouw) en gebruiksfase zijn hiermee inzichtelijk gemaakt en getoetst aan de geldende regelgeving.

Planlocatie De planlocatie aan de Jasmijnlint in Limmen is in de huidige situatie onbebouwd. Op de foto van figuur 3 is de bestaande situatie van het terrein weergegeven.

Figuur 3: Planlocatie aan de Jasmijnlint in Limmen

De planlocatie ligt aan de Jasmijnlint. Via deze woonstraat, de Kapelweg en de Burgemeester Nieuwenhuijsenstraat is de planlocatie verbonden met het hoofdwegennet van Limmen (de Rijksweg (233)). De afstand tussen de planlocatie en de N233 is circa 786 meter. 2

Onderzoek stikstofdepositie In de Natuurbeschermingswet 1998 en Habitatrichtlijn is opgenomen dat een planologisch plan geen significante effecten mag hebben op Natura 2000. Natura 2000 is het Europese netwerk van natuurgebieden, maar het is ook de naam van het Europese beleid om de natuur en vooral de biodiversiteit in die gebieden te beschermen. Bouwplannen (ook kleinschalige plannen) kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatste van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Het gebruik van de woningen of inrichting (de gebruiksfase) kan leiden tot een emissie van stikstof. Deze emissie kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het gebruik van gas (voor verwarming) en het autoverkeer van bewoners en/of bezoekers van de planlocatie. Ook kan sprake zijn van een emissie van stikstof als gevolg van de sloop- en bouwwerkzaamheden in de aanlegfase, bijvoorbeeld als gevolg van de af- en aanvoer van bouwmaterialen en grondverzet op de bouwplaats. Of een plan invloed heeft moet worden vastgesteld middels een voortoets, gebaseerd op berekeningen met de AERIUS Calculator. Namens mevrouw L. Heijnis heeft Visser & Van Dam aan BuroDB opdracht verleend voor het uitvoeren van het benodigde onderzoek naar de stikstofdepositie van het plan. De uitgangspunten en bevindingen van het onderzoek zijn in deze rapportage beschreven.

Toetsingskader Tot voor kort was werd de emissie en depositie van stikstof door ruimtelijke plannen getoetst middels het systeem van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). De Raad van State heeft op 29 mei 2019 een uitspraak gedaan waarmee een streep is gezet door het PAS. De Raad van State stelt dat de passende beoordeling van het PAS aan dezelfde eisen moet voldoen als een passende beoordeling van een individueel project of plan. Het PAS voldoet hier niet aan omdat ook effecten van andere maatregelen ten onrechte in de beoordeling worden betrokken. Op 25 september 2019 heeft de Adviescollege Stikstofproblematiek onder leiding van de heer J.W. Remkes een advies uitgebracht en aanbevelingen gedaan voor de korte termijn. Voor het verlenen van toestemming voor een plan of project is een stappenplan opgesteld. Dit stappenplan is weergegeven in figuur 4. Parallel daaraan is tevens de voorgeschreven rekenmodule 'AERIUS' geactualiseerd aan de nieuwe situatie. De nieuwste versie '2019A' dateert van 14 januari 2020. Voor plannen die mogelijk invloed kunnen hebben op de stikstofdepositie bij natuurgebieden dient onderzoek te worden verricht met behulp van deze AERIUS Calculator. Algemeen geldt dat als een plan niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie het zonder vergunning kan worden uitgevoerd.

In geval van een verwachte toename van de stikstofdepositie dient een vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming te worden aangevraagd, waarbij mogelijke maatregelen dienen te worden beschouwd en getoetst. Resumerend, bij uitvoering van de voortoets stikstofdepositie geldt als norm de waarde van 0,00 mol/ha/jaar.

3

Figuur 4:: Beslisboom toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten (bron: Rijksoverheid) Rijksoverhei

Indien bij een bouwplan sprake is van normoverschrijding kan het plan worden aangemeld voor het Stikstofregistratiesysteem (SSRS). (SSR Het SSRS registreert per Natura 2000-gebied gebied de effecten van de maatregelen die de stikstofdepositie moeten verminderen. Het systeem registreert ook welke depositieruimte wordt gereserveerd en toebedeeld voor het verlenen van natuurtoestemming. Voor meerr informatie over het SSRS wordt verwezen naar de website www.aanpakstikstof.nl.

Uitgangspunten Voor het plan aan de Jasmijnlin nt in Limmen is onderzoek uitgevoerd naar de te verwachten uitstoot en depositie van stikstof van de planlocatie. Daarbij zijn de aanlegfase (de sloop- en bouwperiode) en de gebruiksfase (periode na realisatie plan) beschouwd en beoordeeld. De bij het onderzoek gehanteerde uitgangspunten zijn hierna beschreven. eschreven. Deze zijn in overleg met de initiatiefnemer opgesteld.

4

Bestaande situatie In de bestaande situatie is de planlocatie onbebouwd. Er is daarmee geen sprake van benodigde sloopwerkzaamheden. Voorafgaand aan de bouw wordt het terrein bouwrijp gemaakt. Plansituatie Het plan omvat de realisatie van drie nieuwe woningen op het nog onbebouwde terrein. De nieuwe woningen van het plan worden niet aangesloten op het gasnet. Verwarming middels gasverbranding is in de nieuwbouw niet aan de orde. Aanlegfase en gebruiksfase De hoeveelheid stikstof die als gevolg van het plan, door verbranding van fossiele brandstoffen, plaatsvindt tijdens de bouwwerkzaamheden wordt veroorzaakt door voertuigen en machines. Tijdens de gebruiksfase is sprake van aan het plan gebonden verkeersbewegingen. De woningen binnen het plangebied hebben een bepaalde verkeersaantrekkende werking. Emissiebronnen in de aanlegfase Bij realisatie van het plan vinden in de aanlegfase sloop- en bouwactiviteiten plaats. In deze fase zijn met enige regelmaat machines en werktuigen nodig zoals bijvoorbeeld kranen/graafmachines, vrachtwagens, bestelbussen, etc. Daarnaast is sprake van verkeer van bestelbussen/personenauto's ten behoeve van installateurs, bouwpersoneel, etc. De bij de aanlegfase behorende uitgangspunten zijn gebaseerd op bij BuroDB beschikbare informatie en op door Visesr & Van Dam aangeleverde planinformatie.

Volgens opgave heeft de aanlegfase van het plan (de sloop- en bouwwerkzaamheden) een duur van ruim een half jaar; circa 140 werkbare dagen. Het plan is daarmee gerealiseerd binnen de periode van één jaar. De gegevens over het gebruik van voer- en werktuigen tijdens de bouwperiode zijn ontleend aan ervaringscijfers. De aangeleverde gegevens zijn vertaald en samengevat in tabel 1. Voertuig/actie

Actie

Aantal/duur

Totaal aantal/duur

Kraan (>2014)

Bouwrijp maken

2 dagen

16 uur

Kraan (>2014)

Liften bouwmaterialen

6 dagen

48 uur

Heistelling (>2014)

Heien

2 dagen

16 uur

Betonpomp (>2014)

Storten fundering en vloer

4 keer

16 uur

Graafmachine (>2014)

Aan/uitvullen grond

4 dagen

32 uur

Vrachtwagen

Bouwrijp

2 transporten

4 ritten

Betonwagen

Vervoer beton

12 transporten

24 ritten

Vrachtwagen

Aan- en afvoer materiaal

10 transporten

20 ritten

(zwaar, combinatie) Bestelbus Personenauto

Werknemer(s) en materiaal

2 per dag

560 ritten

Vervoer werknemer(s)

1 per dag

280 ritten

Tabel 1: Overzicht uitgangspunten aanlegfase

In tabel 1 is een overzicht gegeven van de werkzaamheden/acties met het bijbehorende gebruik en de duur. Aangegeven is dat voor de stroomvoorziening tijdens de bouwperiode zal worden aangesloten op het netstroom. Er worden geen aggregaten toegepast.

5

In de AERIUS Calculator wordt voor het aantal verkeersbewegingen rekening gehouden met een weekdaggemiddelde. In de AERIUS Calculator wordt het weekdaggemiddelde omgerekend naar een jaaremissie. Omdat de invoer van het aantal bewegingen alleen met hele getallen kan worden ingevoerd, is het aantal bewegingen waar nodig afgerond naar boven. In de praktijk ligt het gemiddeld aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase mogelijk dus lager. Uitgegaan is van een worst case-situatie. De beoogde bouwperiode van de nieuwbouw heeft de duur van ruim een half jaar; circa 140 werkbare dagen. Bij de invoer van de mobiele bronnen en de verkeersbewegingen tijdens de aanlegfase is ervan uitgegaan dat alle bouwwerkzaamheden plaatsvinden binnen het tijdsbestek van één jaar. Voor de emissie vanuit de mobiele werktuigen is een inschatting gemaakt aan de hand van het RIVMrapport 'Addendum default brongegevens Mobiele werktuigen- afwijkende categorieën'. Op basis hiervan is voor de mobiele werktuigen de afgeleide emissie per werktuig bepaald. Deze zijn weergegeven in tabel 2. Voertuig/actie

Emissiefactor

Vermogen

Gemiddelde

Duur

Emissie NOx

NOx

[KW]

belasting

[uren]

bouwperiode

[gram/KWh]

[kg/jr]

Kraan (>2014)

0,4

110

50%

16

0,352

Kraan (>2014)

0,4

180

50%

48

1,728

Heistelling (>2014)

0,4

220

50%

16

0,704

Betonpomp (>2014)

0,4

200

50%

16

0,640

Graafmachine (>2014)

0,4

200

50%

32

1,280

Vrachtwagen

Vervoer

-

-

48 ritten

ca. 0,2*

Bestelbus/personenauto

Vervoer

-

-

840 ritten

ca. 0,2*

Totaal plan

5,08*

* Bepaald m.b.v. de AERIUS Calculator

Tabel 2: Berekening emissie NOx per bron tijdens de aanlegfase van het plan

De route die het bouwverkeer rijdt tussen de planlocatie en de provinciale weg N233 leidt via de Jasmijnlint, de Kapelweg en de Burgemeester Nieuwenhuijsenstraat. Dit is een afstand van circa 786 meter. Vanaf de aansluiting met de N233 mengt het bouwverkeer zich in het reguliere wegverkeer. Emissiebronnen gebruiksfase Omdat de nieuwe woningen niet worden aangesloten op het gasnet zal tijdens de gebruiksfase geen sprake zijn van uitstoot van stikstof als gevolg van de verwarming van de woningen. Tijdens de gebruiksfase van de nieuwbouw is alleen sprake van een verkeersaantrekkende werking. Uitgangspunt is dat wordt gereden met personenauto's op diesel en/of benzine. Er is sprake van verkeer van personenauto's door bewoners en bezoekers. De verkeersgeneratie van de planlocatie is vastgesteld middels een berekening op basis van kencijfers 1

van het CROW . Hierbij is gebruik gemaakt van de kencijfers voor verkeersgeneratie uit publicatie 381'Toekomstbestendig parkeren' van december 2018. De planlocatie is gesitueerd in een matig stedelijk gebied en gelegen in de 'Rest van de bebouwde kom' van Limmen. Het betreft de realisatie van drie aan elkaar verbonden woningen (tussen/hoek). De daarbij 1

Het CROW is een onafhankelijke kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer

6

behorende gemiddelde verkeersaantrekkende werking is (maximaal) 7,5 autoritten per woning per etmaal. Voor het beoogde bouwplan komt dit neer op circa (7,5 x 3 =) 23 autoritten per etmaal. Bij het onderzoek is hiervan uitgegaan. De route die het plan gebonden verkeer rijdt tussen de planlocatie en de provinciale weg N233 leidt via de Jasmijnlint, de Kapelweg en de Burgemeester Nieuwenhuijsenstraat. Dit is een afstand van circa 786 meter. Vanaf de aansluiting met de N233 mengt het plangebonden verkeer zich in het reguliere wegverkeer. Uit de AERIUS Calculator volgt dat de NOx emissie van het plangebonden verkeer circa 2,21 kg per jaar bedraagt. Emissiewaarden Stikstof Bij het uitvoeren van de berekeningen is, waar nodig, uitgegaan van de door het RIVM opgestelde emissiewaarden. Deze waarden dateren van 5 juli 2018. De gehanteerde emissiewaarden behoren bij de AERIUS Calculator en zijn daarin toegepast.

Onderzoek stikstofdepositie Met behulp van de AERIUS Calculator (versie 2019A van 14 januari 2020) is de emissie en depositie van stikstof van de planlocatie in de plansituatie berekend. Bij de berekeningen is uitgegaan van het maatgevende jaar 2020 (worst case). Aanlegfase De emissiebronnen van de aanlegfase zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. Door AERIUS is voor alle in Nederland aanwezige Natura 2000-gebieden de depositie van stikstof door het plan berekend. Het Noordhollands Duinreservaat is het meest dichtbij gelegen natuurgebied. In bijlage 1 zijn de berekeningsresultaten van de AERIUS Calculator voor de aanlegfase van het plan opgenomen. Uit de met de AERIUS Calculator uitgevoerde berekeningen volgt dat er ten gevolge van de planlocatie in de aanlegfase geen sprake is van een relevante bijdrage (depositie van NOx) in omliggende Natura 2000-gebieden. De maximale depositie bedraagt (afgerond) 0,00 mol/ha/jaar. Gebruiksfase De emissiebronnen van de gebruiksfase zijn ook in de AERIUS Calculator ingevoerd. Voor dezelfde tien rekenpunten binnen een straal van 20 kilometer vanaf de planlocatie zijn de berekeningen uitgevoerd. De resultaten van de berekeningen zijn opgenomen in de rapportage van bijlage 2 van dit rapport. Uit de resultaten volgt dat ook tijdens de gebruiksfase geen sprake is van een significante bijdrage aan stikstofdepositie door het plan.

De maximale depositie van stikstof bedraagt 0,00 mol/ha/jaar.

Conclusie Op basis van het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie kan worden gesteld dat het plan zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de beoogde situatie in de aanlegfase en de gebruiksfase geen significant nadelige gevolgen met betrekking tot het aspect verzuring op Natura 2000gebieden veroorzaakt. Uit de voortoets blijkt dat voor het plan geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is.

7

Bijlage 1: Resultaten AERIUS Calculator aanlegfase plan

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RegwrTrGJCnj (17 juli 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

BuroDB

Jasmijnlint , 1906 CJ LIMMEN

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Jasmijnlint in Limmen

RegwrTrGJCnj

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

17 juli 2020, 14:48

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Situatie 1

NOx

5,08 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Bouw 3 woningen Aanlegfase

Resultaten

Situatie 1

RegwrTrGJCnj (17 juli 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Bron 2 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

< 1 kg/j

-

4,70 kg/j

RegwrTrGJCnj (17 juli 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Zwaar vrachtverkeer

48,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Licht verkeer

840,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx

Resultaten

Bron 1 107565, 509593 < 1 kg/j < 1 kg/j

Voertuig

Omschrijving

AFW

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

kraan

4,0

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

AFW

kraan

4,0

4,0

0,0 NOx

1,73 kg/j

AFW

Heistelling

4,0

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

AFW

Betonpomp

4,0

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

AFW

Graafmachine

4,0

4,0

0,0 NOx

1,28 kg/j

Situatie 1

Brandstof verbruik (l/j)

Bron 2 107329, 509668 4,70 kg/j

RegwrTrGJCnj (17 juli 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Database versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

RegwrTrGJCnj (17 juli 2020) pagina 5/5

Bijlage 2: Resultaten AERIUS Calculator gebruiksfase plan

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rx8z3KFXdVLN (17 juli 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

BuroDB

Jasmijnlint , 1906 CJ LIMMEN

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Jasmijnlint in Limmen

Rx8z3KFXdVLN

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

17 juli 2020, 15:20

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Situatie 1

NOx

2,21 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Bouw 3 woningen Gebruiksfase

Resultaten

Situatie 1

Rx8z3KFXdVLN (17 juli 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

verkeer plan Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

2,21 kg/j

Rx8z3KFXdVLN (17 juli 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Resultaten

verkeer plan 107565, 509593 2,21 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

23,0 / etmaal NOx NH3

2,21 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

Rx8z3KFXdVLN (17 juli 2020) pagina 4/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10241014/1