CConstaterende datCastricum
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Bijlage 2 Bestemmingsplan Raadhuisplein 3 Castricum - Toelichting

Raadsplein - Carrousels 20 mei 2021, gemeente CastricumBij agendapunt: Bestemmingsplan Raadhuisplein 3 te Castricum (Eerste Kwartier)13.288 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. 5.8.2

Onderzoek

Ten behoeve van de ontwikkeling is een kwantitatieve risico analyse (QRA, Bijlage 9) uitgevoerd. Uit de QRA blijkt dat het geplande appartementencomplex aan het Raadhuisplein te Castricum valt binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation aan de Soomerwegh. Bij wijzigingen binnen het invloedsgebied van LPG-tankstations (inrichting vallend onder de reikwijdte van het Bevi) moet het groepsrisico worden verantwoord door het bevoegd gezag. Het appartementencomplex ligt binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation maar het plan voldoet aan de grenswaarden zoals gesteld in het Bevi. De appartementen worden namelijk buiten de PR10-6 contouren van het LPG-tankstation gerealiseerd. Het plan voldoet op het gebied van het plaatsgebonden risico aan de gestelde criteria. Het groepsrisico in de huidige situatie ligt boven de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico bedraagt in de huidige situatie maximaal 5,06 maal de oriëntatiewaarde (bij 380 slachtoffers, met een kans Raadhuisplein 3 Pagina 29 van 42

van 3.50x10-8 per jaar). In de toekomstige situatie neemt het groepsrisico af tot maximaal 5,02 (bij 380 slachtoffers, met een kans van 3,47x10-8 per jaar). De veiligheidsituatie verbeterd dus. Verantwoording groepsrisico Vanwege de hoogte van het groepsrisico dient het groepsrisico nader verantwoord te worden. Als maatgevend scenario dient te worden uitgegaan van een warme BLEVE bij het LPG-tankstation. In het scenarioboek EV is dit ramptype opgenomen. De afstand van het plan voornemen tot de opstelplaats van de tankwagen bedraagt 153 meter. Uit het scenarioboek blijkt dat het appartementencomplex zich binnen de tweede ring bevindt. Voor personen in dit gebied geldt dat zij bij het optreden van een warme BLEVE bij het LPG-tankstation, kans lopen om zowel binnenshuis als buiten licht tot zwaar gewond te raken en zelfs kunnen overlijden. Het optreden van een warme BLEVE is in zekere zin voorspelbaar (er is dus tijd om de omgeving te waarschuwen), aangezien enige tijd nodig is om de inhoud van de LPG-tankwagen dusdanig te verhitten en de tankconstructie dusdanig te verzwakken dat deze bezwijkt en de BLEVE plaatsvindt. Het beste handelingsperspectief voor personen in de tweede ring (waarbinnen het invloedsgebied valt waarover het groepsrisico moet worden verantwoord), is het gebied te ontvluchten tot buiten de derde ring.

Aangezien het appartementencomplex zich voornamelijk zelfredzame personen bevinden is dit geen belemmering. Daarnaast vindt de ontsluiting/ontvluchting plaats aan de achterzijde, zodat het pand als warmteschild fungeert. 5.8.3

Betekenis voor het bestemmingsplan

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Er worden geen gevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt binnen de PR10-6 contour. Het groepsrisico neemt toe, maar het nieuwe groepsrisico valt te verantwoorden.

5.9

Bedrijven- en milieuzonering

5.9.1

Relevant kader

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang, dat bij de ontwikkeling van woningen in de buurt van hinderverstorende functies: Ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; De bedrijfsvoering/milieuruimte van de betreffende bedrijven niet wordt ingeperkt als gevolg van de beoogde ontwikkelingen. Aan de bedrijfsbestemmingen in de directe omgeving van het plangebied is een zone toegekend (vanuit de VNG publicatie Bedrijven en Milieuzoneringen) dat ervoor zorgt dat ook in de toekomst een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. 5.9.2

Onderzoek

Er is een analyse uitgevoerd naar de bedrijven in de omgeving van het plangebied en de bijbehorende milieuzonering (Bijlage 13). Hieruit blijkt dat de binnen het plangebied te realiseren woningen zich buiten de milieuzoneringscontouren van de bestaande bedrijven bevinden. Hierdoor zal door de bedrijfsmatige activiteiten geen hinder veroorzaakt worden op de woningen. Tevens vormt het planvoornemen geen belemmering voor de omliggende bedrijvigheid. Er is dus sprake van een goed woon- en leefklimaat. 5.9.3

Betekenis voor het bestemmingsplan

Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Raadhuisplein 3 Pagina 30 van 42

5.10

Parkeren

5.10.1 Relevant kader In de Nota Parkeernormen 2020 Gemeente Castricum (zie ook paragraaf 4.5.5) staat het parkeerbeleid van de gemeente Castricum beschreven. Als basis voor haar parkeernormen kiest de gemeente Castricum voor de meest recente parkeerkencijfers van het CROW. Deze kencijfers zijn opgenomen in publicatie 381: ‘Toekomstbestendig parkeren’, uitgebracht door het CROW in december 2018. De Nota Parkeernormen 2020 Gemeente Castricum is in oktober 2020 vastgesteld als opvolger van de Nota Parkeernormen Castricum 2013 (3 september 2013). 5.10.2 Onderzoek Er is een parkeerstudie uitgevoerd, waarin is getoetst aan de Nota Parkeernormen Castricum 2013 (Bijlage 7). Aanvullend op het onderzoek is later een nieuwe versie van de parkeerbalans opgesteld, gebaseerd op de Nota Parkeernormen 2020 Gemeente Castricum (Bijlage 8). Uit het onderzoek en de bijgewerkte parkeerbalans blijkt dat wanneer de gemiddelde parkeernorm wordt gehanteerd en drie (elektrische) deelauto's wordt meegerekend, er sprake is van een tekort van 9 parkeerplaatsen gedurende de nachtperiode. Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan was in de nota uit 2013 ingedeeld onder 'rest van de bebouwde kom'. De Nota Parkeernormen 2020 Gemeente Castricum is het plangebied ingedeeld als 'schil' rond het centrum. De parkeernormen voor de schil rond het centrum zijn lager dan die voor de rest van de bebouwde kom.

Na realisatie van het plan wordt voorzien in een aantal parkeerplaatsen dat voldoet aan de nota uit 2013 en daarmee ook aan de nota uit 2020. Een nieuwe versie van de parkeerbalans, gebaseerd op de Nota Parkeernormen 2020 Gemeente Castricum, is bijgevoegd in Bijlage 8.

Appartementen > 95m2:

Parkeernota 2013 Rest bebouwde kom

Parkeernota 2020 Schil rond centrum

Norm per appartement (**)

Norm per appartement (**)

5st

2,0

1,9

Appartementen 80-85m2: 12st

1,8

1,5

Appartementen <80m2:

1,6

1,3

7st

5.10.3 Betekenis voor het bestemmingsplan Er wordt voldaan aan de parkeernorm zoals die is opgenomen in de Nota Parkeernormen 2020 Gemeente Castricum. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar. Het bestaande parkeerterrein binnen het plangebied wordt opnieuw ingericht en er worden extra parkeerplaatsen gerealiseerd zodat er overdag geen tekort aan parkeerplaatsen is. Enkel in de nachtperiode is er in het plangebied een klein tekort aan parkeerplaatsen, maar dit tekort kan in de directe omgeving van het plangebied worden opgevangen waardoor dit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Raadhuisplein 3 Pagina 31 van 42

5.11

M.e.r.-beoordeling

Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de C-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-plicht. Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor deze activiteiten geldt dat zij, afhankelijk van de omstandigheden, nadelige milieugevolgen kunnen hebben. De beoogde ontwikkeling van het woongebouw aan het Raadhuisplein wordt aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, wat als activiteit D11.2 is opgenomen in het Besluit m.e.r. Omdat het plan niet meer dan 2.000 woningen omvat, het niet gaat om een oppervlakte van 100 hectare of meer, of om een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling om te bepalen of (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen op kunnen treden. Activiteit D11.2 uit het Besluit m.e.r. Kolom 1 Activiteiten

Kolom 2 Gevallen

Kolom 3 Plannen

Kolom 4 Besluiten

D11.2 De aanleg, In gevallen waarin de De De vaststelling van wijziging of activiteit betrekking structuurvisie, het plan, bedoeld in uitbreiding van een heeft op: bedoeld in de artikel 3.6, eerste stedelijk artikelen 2.1, lid, onderdelen a en ontwikkelingsproje 1°. een oppervlakte 2.2 en 2.3 van b, van de Wet ct met inbegrip van van 100 hectare of de Wet ruimtelijke ordening de bouw van meer, ruimtelijke dan wel bij het winkelcentra of ordening, en het ontbreken daarvan parkeerterreinen. 2°. een plan, bedoeld in van het plan, aaneengesloten artikel 3.1, bedoeld in artikel gebied en 2000 of eerste lid, van 3.1, eerste lid, van meer woningen die wet. die wet. omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlak te van 200.000 m2 of meer.

Het Besluit m.e.r. geeft onder 'gevallen' per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Voor beide activiteiten geldt dat de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet worden overschreden, aangezien het plan minder dan 2.000 woningen omvat en de bedrijfsruimte in het plan minder dan 200.000 m2 omvat. Op basis hiervan geldt er geen m.e.r.-plicht. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de 'Europese richtlijn milieueffectbeoordeling' te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-plichtig. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In het kader van een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld. In een aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor Raadhuisplein 3 Pagina 32 van 42

deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreide m.e.r-procedure nodig is. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden à er dient een m.e.r.-procedure te worden doorlopen; belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op à er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Het uitgangspunt is: Nee, tenzij. Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r. nodig is, tenzij er sprake is van mogelijke 'belangrijke nadelige gevolgen' voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Deze 'belangrijke nadelige gevolgen' moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Het project dient te worden getoetst aan: 5. Kenmerken van de activiteit a: Omvang van het project b: Cumulatie met andere projecten c: Gebruik natuurlijke hulpbronnen d: Productie afvalstoffen e: Verontreiniging en hinder f: Risico op ongevallen 6.

Plaats van de activiteit a: Bestaand grondgebruik b: Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied c: Opnamevermogen milieu met aandacht voor specifieke gevoelige gebieden 7. Kenmerken van het potentiële effect a: Bereik van het effect b: Grensoverschrijdend karakter c: Orde van grootte en complexiteit effect d: Waarschijnlijkheid effect e: Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect Aanmeldingsnotitie Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gebaseerd op 'expert judgement', zonder (model)berekening of (veld)onderzoek. Het uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (vanwege grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.).

Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken In deze paragraaf, die dient als aanmeldingsnotie, wordt in tabelvorm ingegaan op de kenmerken van de activiteit, plaats en effecten. Hierbij zijn de criteria gehanteerd uit Bijlage III van de Europese Richtlijn. Kenmerken van de activiteit Criteria

Beschrijving

Raadhuisplein 3 Pagina 33 van 42

Omvang van het project (relatie met drempel D-lijst)

Activiteit D11.2 uit het Besluit m.e.r. De gestelde drempelwaarden zijn: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Conclusie: het totaal oppervlak van de ontwikkeling blijft onder de 100 hectare, tevens gaat het niet om 2.000 woningen of meer, en tot slot bedraagt de maximaal toe te voegen bedrijfsvloeroppervlakte ver onder de 200.000 m2. Het project blijft onder de drempelwaarden van D.11.2. Daarom is voor dit project geen 'formele' m.e.r.-beoordeling, maar een 'vormvrije' m.e.r.-beoordeling nodig.

Cumulatie met andere projecten

In de nabijheid van dit project zijn geen andere projecten bekend die tot cumulatieve effecten zouden kunnen leiden.

Gebruik natuurlijke hulpbronnen

Bij de aanleg van de voorgenomen activiteit zullen grondstoffen als hout, steen en andere bouwstoffen gebruikt worden. De voorgenomen activiteit betreft echter geen productieproces waarbij vervaardiging van producten centraal staat. Afgezien van de aanlegfase worden er weinig tot geen grondstoffen gebruikt. Er zijn geen andere natuurlijke hulpbronnen in het gebied aanwezig die invloed ondervinden van de voorgenomen activiteit.

Productie afvalstoffen

Bij de aanleg van de voorgenomen activiteit zal bouwafval tot de restproducten behoren. Er is geen sprake van productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen.

Verontreiniging en hinder

Verontreiniging: Tijdens de aanlegfase kan door bouwverkeer mogelijk een tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit ontstaan. In de gebruiksfase van het voorgenomen plan zijn er geen relevante stikstofemissies of andere bronnen van verontreiniging en hinder. Hinder: Tijdens de aanleg kan als gevolg van sloopen bouwwerkzaamheden, het bouwverkeer en de aanlegwerkzaamheden verkeershinder en geluidhinder optreden. In de gebruiksfase van het voorgenomen plan wordt geen toename van hinder voorzien.

Risico op ongevallen

Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht omdat er geen sprake is van een risicovolle inrichting.

Plaats van het project

Raadhuisplein 3 Pagina 34 van 42

Criteria

Beschrijving

Het bestaande grondgebruik

Op de te ontwikkelen locatie bevinden zich in de bestaande situatie een sportschool en parkeerterrein.

De relatieve rijkdom aan, de Onder natuurlijke hulpbronnen van het gebied wordt kwaliteit en het verstaan alle van nature aanwezige stoffen die van regeneratievermogen van de economisch nut kunnen zijn (zoals zoet water, natuurlijke hulpbronnen in het delfstoffen, bos als houtleverancier). gebied Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een grondwaterbeschermingsgebied. In het plangebied komen geen verdere bijzondere natuurlijke hulpbronnen voor.

Raadhuisplein 3 Pagina 35 van 42

Het opnamevermogen van het Natuur natuurlijk milieu met in het Natura 2000 bijzonder aandacht voor de Er zijn geen Natura 2000-gebieden aanwezig in of in volgende typen gebieden: de directe nabijheid van het plangebied. Derhalve zijn a. wetlands er geen directe effecten te verwachten op deze b. kustgebieden gebieden. Middels een AERIUS-berekening is c. berg- en bosgebieden onderzocht of er een effect kan ontstaan op Natura d. reservaten en 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. natuurparken e. gebieden die in de Soortenbescherming wetgeving van lidstaten zijn Uit een verkennend natuuronderzoek blijkt dat het aangeduid of door die plangebied in potentie geschikt is voor beschermde wetgeving worden beschermd; soorten vogels, grondgebonden zoogdieren en speciale beschermingszones vleermuizen. door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG Er zijn echter geen vleermuizen, sporen van (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn vleermuizen of geschikte ruimtes voor vleermuizen 92/43/EEG (= aangetroffen. Voor de mogelijk aanwezige Habitatrichtlijn) foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt f.

gebieden waarin de bij geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat communautaire wetgeving het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van vastgestelde normen over een veel groter foerageergebied en in de naaste milieukwaliteit reeds worden omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop overschreden; aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve g. gebieden met een hoge gemakkelijk uitwijken. bevolkingsdichtheid h. landschappen van In het plangebied kunnen broedvogels met historisch, cultureel of niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor archeologisch belang de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door vogels met jaarrond beschermde nesten (Huismus, Gierzwaluw en Sperwer), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vogels kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NNN. Ook bevinden zich geen NNN gebieden in de directe nabijheid van het plangebied. Derhalve zijn er geen effecten te verwachten op het NNN.

Gebieden met natuurwaarden buiten het NNN Het plangebied ligt niet in een ganzenfoerageergebied en/of weidevogelleefgebied. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen effect op beschermde gebieden met natuurwaarden buiten het NNN. Bodem

Raadhuisplein 3 Pagina 36 van 42

Ter plaatse van een groenstrook is in de bovengrond een lichte verontreiniging met minerale olie aangetoond. Onder de klinkerverharding van het voetpad en het parkeerterrein zijn in zowel boven- als ondergrond geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is niet verontreinigd. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde woonfunctie. Gezien de relatief lage gehalten verontreiniging is er geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek Op basis van historisch onderzoek en zintuiglijke waarnemingen bestaat er geen reden aan te nemen dat er asbest verontreinigingen aanwezig op de onderzoekslocatie. Er vinden momenteel voor zover bekend momenteel geen bodembedreigende activiteiten plaats op de beide terreinen. Ook als gevolg van het voornemen is er geen risico op verontreiniging van de bodem. Negatieve effecten op de bodem(kwaliteit) kunnen als gevolg van het voornemen worden uitgesloten. Water Het plangebied is niet gelegen in of in de invloedsferen van een regionale en/of primaire waterkering. Er is geen sprake van een bodembeschermingsgebied, grondwaterbeschermingsgebied en / of drinkwaterwingebied. Er is geen oppervlaktewater aanwezig in de huidige en toekomstige situatie. De beoogde ontwikkeling, zal, zoals gebruikelijk in het plangebied, worden aangesloten op het gescheiden rioolstelsel.

Vanwege de geringe toename van het afvalwater en de capaciteit van het aanwezige gemeentelijk riool worden er geen problemen verwacht. Negatieve effecten als gevolg van de toename van verhard oppervlakte wordt niet verwacht. De toename van verhard oppervlak is namelijk zodanig laag dat er geen extra watercompensatie nodig is. De gevolgen van het voornemen op de waterbelangen zijn, met inachtneming van de relevante regels zeer beperkt. Negatieve effecten zijn derhalve ook niet te verwachten. Archeologie Vanwege de vormingsgeschiedenis van het landschap geldt een lage archeologische verwachting tot aan de IJzertijd. Voor de periode

Raadhuisplein 3 Pagina 37 van 42

IJzertijd t/m Late Middeleeuwen geldt een hoge archeologische verwachting. De aanwezige bebouwing, verharding en kabels en leidingen zullen hebben geresulteerd in een dermate verstoring van de ondergrond dat de voorgenomen ontwikkelingen geen onevenredige bedreiging voor archeologische waarden zullen vormen. De verwachting dat de werkzaamheden voor realisatie van het planvoornemen archeologische waarden zullen verstoren is laag. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan zal daarvan conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding worden gedaan. Negatieve effecten op archeologische waarden zijn niet te verwachten. Verkeer Er zijn geen negatieve effecten op de doorstroming voor verkeer buiten het plangebied te verwachten.

Kenmerken van het potentiële effect Criteria

Beschrijving

Het bereik van het effect Hieronder wordt ingegaan op de potentiële effecten (geografische zone en grootte zoals die hiervoor zijn genoemd. In het algemeen van de getroffen bevolking) wordt geconcludeerd dat de effecten beperkt en zeer lokaal van aard zijn. Stikstof Als gevolg van aanlegfase ontstaat kan een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in de omgeving ontstaan. Uit een uitgevoerde Aerius-berekening blijkt dat er geen schadelijke toename van stikstofdepositie plaats vindt in de gebruiksfase (depositie bedraagt 0,00 mol/ha/j). In de aanlegfase is er tijdelijk sprake van een depositie van 0,02 mol/ha/j. Hinder bouwverkeer In de aanlegfase is als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden mogelijk sprake van hinder. Dit kan optreden in de vorm van geluidhinder, stof en trillingen en beperkt zich met name tot het plangebied. De effecten als gevolg van bouwverkeer zijn tijdelijk. Natuur Soortenbescherming Beschermde soorten worden niet geschaad door de voorgenomen ontwikkeling.

Raadhuisplein 3 Pagina 38 van 42

Grensoverschrijdende karakter van het effect

Uit de beschrijving van het bereik van de potentiële effecten blijkt dat de beperkte effecten die optreden lokaal van aard zijn. Er is geen sprake van grensoverschrijdende effecten.

De waarschijnlijkheid van het In de aanlegfase zullen effecten optreden. Effecten effect treden op met betrekking tot hinder, (en mogelijke verstoring van soorten als gevolg daarvan). Deze zijn tijdelijk en lokaal van aard. In de gebruiksfase zijn er geen effecten te verwachten. de duur, de frequentie en de In de aanlegfase zullen effecten optreden. Effecten omkeerbaarheid van het effect treden op met betrekking tot hinder, (en mogelijke verstoring van soorten als gevolg daarvan). Deze zijn tijdelijk en lokaal van aard. Daarnaast zijn effecten door het treffen van mitigerende maatregelen sterk te beperken, waardoor er geen belangrijk nadelige effecten worden verwacht. In de gebruiksfase zijn er geen effecten te verwachten. Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uit te sluiten. Er is daarom geen nader onderzoek in een MER noodzakelijk.

5.12

Conclusie

Op basis van de voorgaande paragraven wordt geconcludeerd dat het bestemmingsplan gelet op de milieu- en omgevingsaspecten uitvoerbaar wordt geacht. Daarnaast wordt geconcludeerd dat er geen MER noodzakelijk is.

Raadhuisplein 3 Pagina 39 van 42

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische planbeschrijving

Opzet bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan is opgezet conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), zoals die gelden sinds 1 juli 2008. Naast deze toelichting bestaat het bestemmingsplan uit planregels en een verbeelding. De planregels en de verbeelding zijn de juridisch bindende onderdelen van dit bestemmingsplan. Deze toelichting heeft geen juridische waarde maar vormt wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP) De regels van dit bestemmingsplan zijn opgezet conform de Wro en het Bro, zoals die gelden sinds 1 juli 2008. Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (hierna: SVBP 2012). De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog.

6.2

Bestemmingsregeling: artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1: "Inleidende regels", bevat de volgende artikelen: Artikel 1 Begrippen In artikel 1 zijn de definities van de in het bestemmingsplan voorkomende begrippen gegeven. Artikel 2 Wijze van meten In artikel 2 is de meetwijze gegeven zoals die in dit bestemmingsplan wordt gehanteeerd. Hoofdstuk 2: "Bestemmingsregels", bevat de bestemmingen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk twee bevat de volgende artikelen: Artikel 4 Wonen Met de bestemming "Wonen" wordt de realisatie en instandhouding van het appartementencomplex planologisch mogelijk gemaakt. De toegestane bouwhoogte en het aantal wooneenheden is vastgelegd op de verbeelding. Artikel 3 Verkeer - Verblijfsgebied Met de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" wordt de realisatie en instandhouding van het parkeerterrein planologisch mogelijk gemaakt.

Hoofdstuk 3: "Algemene regels", bevat de volgende artikelen: Artikel 7 Algemene afwijkingsregels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel

Raadhuisplein 3 Pagina 40 van 42

Hoofdstuk 4: "Overgangs- en slotregels", bevat de volgende artikelen: Artikel 9 Overgangsrecht Artikel 10 Slotregel.

Raadhuisplein 3 Pagina 41 van 42

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid

7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie Van Vliet Beheer hecht veel waarde aan een plan dat door de omgeving wordt gedragen. In het kader van participatie heeft de ontwikkelaar in het voortraject dan ook actief gecommuniceerd met omwonenden, belanghebbenden en geïnteresseerden. Het eerste idee voor de herontwikkeling is in april 2016 ontstaan. Na ongeveer een jaar is er een eerste plan gedeeld met de directe omgeving en buurtbewoners. Vervolgens hebben de afgelopen jaren diverse ontmoetingen en bijeenkomsten plaatsgevonden. Ook met de eigenaar van het nabijgelegen Winkelcentrum, Hoone Vastgoed, Vomar en de winkeliersvereniging heeft meerdere malen afstemming plaatsgevonden over de herontwikkeling aan het Raadhuisplein. In Bijlage 14 is een chronologisch overzicht opgenomen van het verloop van het participatieproces. Er hebben drie informatieavonden plaatsgevonden: 12 juli 2017, 29 augustus 2019 en 5 juni 2020 (zie ook Bijlage 14). Doel van deze bijeenkomsten was om een ieder te informeren over het initiatief en de gelegenheid te geven om te reageren. Zie bijlage 10 bij deze toelichting voor de verslagen van de drie informatieavonden. In de planuitwerking is waar mogelijk rekening gehouden met de tijdens de informatieavonden opgehaalde input. Vooroverleg Het bestemmingsplan is, in het kader van artikel 3.1.1.

van het Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan de voor de betreffende ontwikkeling relevante overlegpartners van de gemeente Castricum. Er zijn geen reacties ontvangen. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft, in het kader van de uniforme voorbereidingsprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb), vanaf 1 februari 2021 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om zowel mondeling als schriftelijk, een zienswijze omtrent het ontwerpbestemmingsplan naar voren te brengen bij het college van burgemeester en wethouders. Binnen deze periode is een aantal zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn beantwoord in de Nota van zienswijzen, die is bijgevoegd in Bijlage 16. Beroep Na vaststelling van het bestemmingsplan "Raadhuisplein 3" kan binnen 6 weken na bekendmaking beroep worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.2

Economische uitvoerbaarheid

Ingevolge het bepaalde in artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening dient in de toelichting van een bestemmingsplan inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Hiermee wordt mede de economische uitvoerbaarheid bedoeld. Indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, hoeft de gemeente geen exploitatieplan op te stellen. Er is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en Van Vliet Beheer, waardoor een exploitatieplan niet nodig is. De economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is hiermee aangetoond.

Raadhuisplein 3 Pagina 42 van 42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10159413/1