CConstaterende datCastricum
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Concept VO Groenbeleidsplan

Raadsinformatieavond 14 januari 2021, gemeente CastricumBij agendapunt: Voorlopig ontwerp groenbeleidsplan15.290 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Schapenbegrazing Door schapenbegrazing wordt het cultuurhistorisch element van de dorpen versterkt en hierdoor ook de beleving van de inwoners en de toeristen. 36

De begrazing met schapen zal om deze reden worden gehandhaafd. Ook wordt schapenbegraing ingezet voor bestrijden van de invasieve exoot Reuzenberenklauw. Extensief maaibeheer Het huidige extensieve maaibeheer in de gemeente is goed op orde. Naast het traditionele extensieve maaibeheer met een frequentie van één tot twee keer maaien per jaar worden ook delen volledig natuurtechnisch onderhouden. Dit is gericht op de ontwikkeling van zoveel mogelijk biodiversiteit. Voor het vergroten van de biodiversiteit gaan we inzetten op sinusmaaien (speciale manier van gefaseerd maaibeheer) en het extensief maaien van gras met een breedte van 1,5 meter langs waterlopen, vijvers en bosschages. Exacte breedte hangt af van de locatie. Vrijkomend maaisel bij maaiwerkzaamheden wordt niet gezien als afvalstof maar als nieuwe grondstof. Voor het maaibeheer wordt gekeken naar lokaal hergebruik van maaisel dat duurzaam wordt ingezet. Op dit moment wordt het gebruikt als Bokashi. In de toekomst zijn er mogelijk andere hergebruik mogelijkheden. Op deze wijze wordt bijgedragen aan de circulaire economie. Dit is een doelstelling uit het programma van de Rijksoverheid Nederland Circulair 2050. Duurzaam groenbeheer Duurzaam groenbeheer wordt bereikt door de aanplant van bomen en ander groen op de juiste

Waar richt de gemeente zich op? De gemeente richt zich op uitbreiden van het groen door uitbreiding van parken, groenparels en verbindingen tussen deze gebieden. Daarnaast wordt door een combinatie van wegversmalling en aanbrengen van meer groen bewegen bevordert. Bij nieuwe ontwikkeling wordt de “Coolkit” gebruikt voor klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte. Koeltegebieden Door klimaatverandering stijgt de temperatuur en om deze reden zijn groengebieden van belang voor verkoeling. Voor goed gebruik van deze gebieden dienen zij op loopafstand (200-330 m) van de bewoning te liggen. De gemeente vindt het van belang deze gebieden aan te leggen. De aanleg kan geschieden door mee te liften met andere ontwikkelingen in de openbare ruimte of kan als een zelfstandig project worden uitgevoerd. Vergroening van schoolpleinen Vergroening van schoolpleinen is van belang om kinderen uit te nodigen om te spelen en om hun belevingswereld te vergroten. De vergroening van schoolpleinen dient gestimuleerd te worden en de gemeente speelt hierbij een rol als facilitator. Ook worden financiële middelen hiervoor ter beschikking gesteld als eenmalige bijdrage voor het vergroenen van schoolpleinen. Het onderhoud van schoolpleinen blijft bij de scholen zelf.

5

Chemische bestrijdingsmiddelen Het groen wordt natuurvriendelijk beheerd zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Ook bij het bestrijden van invasieve exoten als de Japanse Duizendknoop wordt ingezet op duurzame bestrijdingsmethoden. Bij bestrijden van invasieve exoten worden biologische of mechanische middelen ingezet. Naast het bestrijden door de gemeente worden ook burgers gewezen op hun verantwoordelijkheid voor het bestrijden van invasieve exoten in hun tuinen. Bij ondergrondse leidingen is bestrijding met elektriciteit (thermische lans) niet altijd mogelijk. In deze situaties wordt er gekozen voor alternatieve bestrijdingsmethoden.

5.7 Op weg naar een klimaatbestendige gemeente

Het klimaat in Nederland is aan het veranderen. Door deze verandering is er meer kans op wateroverlast, hitte en droogte. Extreem weer met langdurige hevige buien zorgt aan de ene kant voor wateroverlast. Aan de andere kant zorgen de langere droge perioden met hitte voor een tekort aan water en hittestress. In dit groenbeleidsplan gaan we met name in op de maatregelen op het gebied van groen die kunnen bijdragen aan een klimaatbestendige gemeente.

5.7.1

Waar richt de gemeente zich op?

De gemeente heeft vooral invloed op het beperken van de overlast door klimaatverandering. Dit door aanpassingen in de openbare ruimte om deze klimaatbestendig te maken. Voor het opvangen van de extreme regenbuien en lange droge perioden is een klimaatbestendige openbare ruimte nodig. Om te bepalen waar de noodzaak ligt is gekeken naar de klimaatatlas van HHNK. Op de site staan themakaarten met de effecten van de klimaatverandering. Voor Castricum is gekeken naar de thema’s wateroverlast, hitte en droogte. Deze afbeeldingen zijn te vinden op de volgende pagina. Voor de gemeente Castricum geldt dat vooral wateroverlast en hittestress op meerdere plekken een probleem zijn. Het zijn vooral de verharde gebieden zonder groen of water waar wateroverlast en hittestress optreden. De verwachting is dat er 37

Hittestress

Wateroverlast bij regenbuien

5

5

Zoals te zien op bovenstaande kaart zijn er in de kern Castricum een aantal locaties donkerblauw. Dit zijn de locaties waar wateroverlast is bij regenbuien. De donkerblauwe gebieden zijn hoofdzakelijk verharde oppervlaktes als grote parkeerterreinen.

langere perioden van hitte en hevige regenbuien elkaar afwisselen. Om op gemeentelijk niveau de negatieve effecten van klimaatverandering te verminderen speelt het openbare groen een belangrijke rol. Binnen de openbare ruimte is het openbaar groen van groot belang om de effecten van klimaatverandering op te vangen. Door de gemeente Castricum wordt ingezet op volgende aspecten: • Bufferen, infiltreren en vertraagd afvoeren regenwater; • Voorkomen en minimaliseren hittestress; • Toepassen klimaatbestendig groen.

Bufferen, infiltreren en vertraagd afvoeren van regenwater Het openbaar groen biedt ruimte om water op te vangen, te bufferen en vertraagd af te voeren. Groene wadi’s (greppels) zijn geschikt voor opvangen en infiltreren van regenwater. Bij (her)inrichting van de openbare ruimte wordt regenwater zoveel mogelijk opgevangen en vastgehouden in een gebied. Regenwater wordt niet meer naar de riolering afgevoerd, maar op locatie gebufferd. Voor de realisatie moet verbinding komen tussen de verschillende vakgebieden en moeten projecten integraal worden opgepakt. Maatregelen integraal oppakken is van groot belang om de volgende redenen: • Vergroting van de beschikbare watervoorraad voor de bomen en de heesters. Hierdoor lopen de bomen en heesters minder droogteschade op en

38

Binnen de kern van Castricum is te zien dat de hittestress vooral aanwezig is in de gebieden met veel bebouwing, verharding en weinig groen. De donkerrode gebieden zijn aanzienlijk warmer en oranje is neutraal. De kleuren groen en blauw zijn gebieden die aanzienlijk koeler zijn. Het gaat voor de hittestress om:

• • • • • •

hebben ze een langere levensduur; • Minder afvoer en minder kans op overstromingen (ontlasten rioolsysteem); • Beleving bij inwoners van de gemeente. Laat regenwater zichtbaar weglopen.

• Verlaagde groenvakken toepassen met name op zandgronden; • De maatregelen om vergroting van de beschikbare watervoorraad te bewerkstellingen worden uitgewerkt bij herinrichting en nieuwbouw. De maatregelen die voortvloeien uit het GRP, de kader richtlijn water, het bestuursakkoord water en de afspraken die gemaakt zijn in samenwerken in de waterketen Noord-Holland Noord zijn hierbij richtinggevend.

Let op in de winter met strooizout dat dan water niet opgevangen wordt in bufferlocaties, omdat dan zoutschade kan ontstaan aan beplantingen. Voor aanpassingen in het kader van klimaatverandering zet de gemeente Castricum in op:

• Omvormen van verhardingen naar groen. Onderzocht moet worden waar grote oppervlakte bestrating liggen die geen functie hebben of waar wateroverlast speelt en groen ingericht kan worden; • Behouden en waar mogelijk uitbreiden van areaal openbaar groen;

Bedrijventerrein Stetweg/ Schulpstet; De Dorpstraat (winkels); Winkelcentrum aan de Geesterduinweg; Parkeerplaats de Brink; Stationsomgeving; Omgeving Raadhuisplein.

Voorkomen en minimaliseren hittestress Verhardingen zorgen voor een hogere hittestress en groen brengt juist verkoeling. Het vervangen van verharding door groen heeft een positief effect op de hittestress. Binnen de gemeente is vooral hittestress aanwezig in de gebieden met veel verharding en gebouwen met platte daken (bedrijventerrein). Volgens de klimaatatlas van het HHNK zijn er binnen de gemeente mogelijkheden 39

5

Hoe willen we dit bereiken?

5

Door veranderingen in het klimaat neemt de kans op ziekten en plagen in het groen toe. Een voorbeeld is de eikenprocessierups. Van belang zijn preventieve maatregelen zoals terughoudend zijn met planten van zomereiken (Quercus robur), toepassen van extensief maaibeheer en ophangen van nestkastjes.

tot het vergroenen van daken. Vooral de platte daken op de bedrijventerreinen en van winkelcentra lenen zich hiervoor. De platte daken moeten wel constructief voldoende sterk zijn. Het vervangen van verharding door groen is in veel gebieden moeilijk te realiseren, omdat het ruimtegebruik in de openbare ruimte onder druk ligt. Voor aanbrengen van nieuw openbaar groen wordt gekeken naar aanvullen van de bestaande groenstructuur in de gemeente en bij nieuwe ontwikkelingen. Er zijn ook kansen voor het toepassen van innovatieve, niet grondgebonden groenconcepten, zoals dak- en gevelgroen en verhoogde parken. De gemeente Castricum zet in op: • Een afstand van 300 meter tot een koele plek; • Koele plekken die aangenaam zijn om te verblijven van minimaal 200 m2; • Belangrijke looproutes (winkelstraat, markt) voorzien van schaduw > 40%; • Loopgebieden op buurtniveau voorzien van schaduw > 30%;

Koelgebieden

• Vergroening van de wijken voor afname luchttemperatuur.

Toepassen klimaatbestendig groen Door de veranderingen in het klimaat is ook het toepassen van groen onderhevig aan nieuwe inzichten. Bij het toepassen van nieuw groen en het renoveren van bestaande groenelementen moet gekeken worden naar de klimaatbestendigheid van soorten. De gemeente Castricum zet in op: • Gebruik van, indien mogelijk, streekeigen beplanting; • Aanplanten van droogtebestendige bomen, heesters en vaste planten; • Aanplant van bomen zoveel mogelijk in het groen en niet in de bestrating; • Monocultuur in het groen voorkomen om ziektes en plagen te voorkomen. • Groen combineren met verlaagde plantvakken waar mogelijk. • Creëren van groene parels met diverse microklimaten en verhoging van biodiversiteit.

Praktische ontwerpoplossingen Biodiversiteit

Groenparels 40

Uitwerking klimaatbestendig groen Bovenstaande maatregelen worden onderstaand nader uitgewerkt. Van belang is dat er koele plekken bestaan die op loopafstand van de bewoners liggen en voldoende schaduw aanwezig is in de loopgebieden. Voorgaande maatregelen dragen ook bij om de hittestress in gebouwen te verminderen. Hieruit volgt een driesporenbeleid namelijk een goede planning en ontwikkeling van de koelgebieden (spoor 1) en concrete en praktische inrichtingsmaatregelen (spoor 2). Het derde spoor houdt in dat voorgaande maatregelen een bijdrage leveren aan een hogere biodiversiteit. Om voorgaande sporen te bereiken dient inzichtelijk te worden gemaakt welke gebieden geschikt zijn voor koelte.

Biodiversiteit

Het derde spoor is biodiversiteit. Deze lift mee met de genoemde voorgaande maatregelen maar hebben ook hun eigen inrichtingsvoorwaarden zoals het aanplanten van bomen, heesters en (vaste) planten die aantrekkelijk zijn voor bijen en vlinders en het opheffen van barrières zodat ecologische verbindingen mogelijk zijn. Bij de koelgebieden dient aansluiting te worden gezocht bij de groenparels die van groot belang zijn voor de biodiversiteit.

5.8 Monitoring ambities en doelstellingen

Voor het behalen van de ambities en de doelstellingen is het noodzakelijk om deze te monitoren. In hetvolgende overzicht zijn de ambities en doelstellingen opgenomen met de wijze van monitoren.

Ecologische verbindingen 41

5

Hoe willen we dit bereiken? Ambities & doelstellingen:

Groei van het aantal bomen bij vooral herinrichtings- en nieuwbouwplannen.

Monitoring:

Jaarlijks overzicht van gekapte en geplante bomen (boommonitor) Versterken van bomenareaal door het Plannen voor versterken planten van bomen bij entrees en in de versterking per woonkern bomenstructuur. voorleggen aan gemeenteraad Professionaliseren en verduurzamen van het Dit is gerealiseerd door boombeheer. werken volgens Handboek bomen Laten participeren van bewoners en Burgerparticipatie van het belangengroeperingen bij het boombeheer. domein BOR zoals inloopbijeenkomsten en enqûetes Beschermen en beheren van monumentale Opstellen lijst bomen. beschermwaardige bomen en deze vierjaarlijks actualiseren. Beheren op basis van de BVC en particuliere eigenaren informeren In verband met het klimaatakkoord jaarlijks Jaarlijks vergelijken 185 bomen planten boomareaal in beheersysteem van de gemeente Het groene karakter binnen en tussen de Groenstructuurkaart dorpen dient behouden te blijven en binnen maken/toepassen/ de mogelijkheden versterkt te worden. hanteren/ en deze elke vier jaar actualiseren Het versterken van de beeldkwaliteit van het Jaarlijks toetsen van groen door opvallende accenten door kleur gerealiseerde projecten en vorm toe te passen op bijzondere en belangrijke locaties. Het uitgangspunt is dat groen behouden Jaarlijks vergelijken van het dient te blijven en waar mogelijk versterkt groenareaal in het wordt.

Indien groen moet verdwijnen dan beheersysteem van de wordt dit gelijkwaardig gecompenseerd. gemeente en de resultaten kenbaar maken aan de gemeenteraad

42

Wie:

Groentechnicus Beleidsmedewerker groen Groentechnicus Boombeheerder

Beleidsmedewerker/ boombeheerder

Boombeheerder

Beleidsmedewerker/ RO Beleidsmedewerker groen/ Groen beheerder Beleidsmedewerker/ groenbeheerder

Ambities & doelstellingen:

Voor het onderhoud van het openbaar groen geldt niveau B van de kwaliteitscatalogus openbare ruimte (KOR). Dit kwaliteitsniveau moet gemeentebreed behaald worden, waarbij minimaal 95% jaarlijks op beeld moet zijn. Duurzaam groenbeheer op basis van natuurlijke ontwikkeling en zonder ingrijpen met chemische middelen. Tevens uitvoering van het onderhoud met duurzaam materieel, zoveel mogelijk elektrisch en zonder uitstoot van C02. Binnen 3 jaar moet al het motorisch handgereedschap vervangen zijn door een elektrisch alternatief. Verdere uitbreiding van parken, recreatiegebieden en openbaar groen en uitbreiding gebruiksmogelijkheden. Per jaar streven naar 500 m2 extra openbaar groen. Bij nieuwbouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen geldt een richtgetal van 75 m2 groen per woning, zoals aangegeven in de Nota Ruimte van het Rijk. Tevens dient één boom per vijf woningen geplant te worden die tot volle wasdom kan komen. Het groen wordt natuurvriendelijk beheerd zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Ook bestrijden van invasieve exoten wordt uitgevoerd op biologische of mechanische wijze. Stimulering vergroening van schoolpleinen. Waarbij jaarlijks één schoolplein vergroend gaat worden.

Monitoring:

Elk jaar een gemeentebrede schouw uitvoeren van alle beheergroepen.

5

Wie:

Groenbeheerder

Jaarlijkse beoordeling van Wijkbeheerder/ machines en materieel van Groenbeheerder de gemeente. In bestekken voorschrijven waar materieel aan moet voldoen

Jaarlijks vergelijken van het Beleidsmedewerker/ groenareaal en de groenbeheerder/ RO resultaten voorleggen aan de gemeenteraad Beleidsmedewerker/ Toetsen groenbeheerder/ RO nieuwbouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen op het nieuwe areaal groen Uitgangspunt en geborgd in bestekken en uitvragen

Beheerder groen

Jaarlijks budget ter beschikking stellen en monitoren welke schoolpleinen vergroend zijn. De resultaten voorleggen aan de gemeenteraad.

Proces van uitvoering wordt ambtelijk afgestemd

43

5

Hoe willen we dit bereiken? Ambities & doelstellingen:

Monitoring:

Wie:

Behouden van aanwezig groen en verder Jaarlijks toetsen of Groenbeheerder versterken van de waarde(n) ervan voor de aannemers werken volgens biodiversiteit. Voor natuurtechnisch maaien kleurkeur. Aannemers werken volgens de richtlijnen van Kleurkeur leveren een rapportage van de Vlinderstichting. Deze maatregelen aan met de bevindingen. dragen bij aan een aantrekkelijke omgeving voor fauna, zoals vlinders en bijen. Beleidsmedewerker Versterken van natuurbeleving. Binnen 3 jaar Na 3 jaar toetsen of de groen/ RO ontwikkelen van een natuurwandeling en/ of natuurwandeling en/ of bomenroute gerealiseerd is bomenroute. Jaarlijks toetsen hoeveel Groenbeheerder 16 kilometer aan randen gazonrand is omgevormd gazongazonranden langs waterlopen en naar extensief beheer bosplantsoen omvormen naar extensieve randen die gefaseerd gemaaid worden. Doel is om jaarlijks 20% van deze randen om te vormen met een maximum van 60% van het totale areaal, omdat er ook locaties zijn waar dit niet gewenst is. Natuurvriendelijk inrichten van nieuwe Jaarlijks toetsen welke Beleidsmedewerker/ groenparels gerealiseerd groenbeheerder gebieden (groenparels), waarbij uitgegaan zijn wordt van minimaal twee groenparels per jaar. Jaarlijks 50 nestkastjes ophangen of uitgeven Jaarlijks een lijst bijhouden Wijkbeheerder bij aan inwoners.

met (uitgegeven) ophangen nestkastjes nestkastjes in de openbare ruimte Voorzover mogelijk het toepassen van Toetsen Beleidsmedewerker/ streekeigen beplanting bij renovaties en beplantingsplannen wijkbeheerder nieuwe ontwikkelingen. Aanbrengen van meer variatie in het groen Toetsen Beleidsmedewerker/ (soorten, vorm, seizoen en beleving). beplantingsplannen wijkbeheerder Groen dat moet verdwijnen wordt op Toetsen Beleidsmedewerker/ gelijkwaardige wijze gecompenseerd. beplantingsplannen RO Behouden van de (beheer-)kwaliteit van het Opnemen in bestekken en Groenbeheerder/ groen en handhaven en uitbreiden van het uitvragen wijkbeheerder natuurvriendelijk beheren van het groen. Voor de biodiversiteit zetten we in op het Maatregel opnemen Groenbeheerder/ vergroten van het groenbewustzijn en het communicatie stimuleren van bewonersinitiatieven.

44

Ambities & doelstellingen:

Bij renovaties en nieuwe ontwikkelingen gebruik van de Coolkit voor bepalen ontwerpoplossingen om hittestress te voorkomen. Bufferen, vertragen en infiltreren regenwater. Klimaatadaptie onderdeel te maken van het ontwerp. Toepassen klimaatbestendig groen en verlagen van plantvakken, zodat afwatering naar de plantvakken mogelijk is. Tevens kijken naar mogelijkheden van vervanging stenen door groen. Inrichtingsmaatregelen, zoals koeltegebieden, moeten bijdragen aan vergroten van de biodiversiteit en verwijderen van barrières voor fauna. Opleiden eigen dienst voor niveau 1 en 2 Bestendig Beheer Wet natuurbescherming. Ontwikkelen van een natuurwaardenkaart. Toepassen sinusbeheer binnen de gemeente.

Monitoring:

5

Wie:

Toetsen nieuwe plannen

Beleidsmedewerker groen/ Duurzaamheid/Water

Jaarlijks toetsen

Rioolbeheerder

Jaarlijks toetsen welke plantvakken verlaagd zijn en het effect beoordelen  

Beleidsmedewerker/ water en riolering/ groenbeheerder

Toetsen plannen

Beleidsmedewerker

Jaarlijks certificaten controleren van de buitendienst in personeelsdossiers. Toetsen of binnen drie jaar de natuurwaardenkaart opgesteld en in werking is Binnen areaal zoeken naar geschikte locaties en sinusbeheer opnemen in de bestekken

Groen- en wijkbeheerders Beleidsmedewerker/ groenbeheerder

45

6

Financiële verantwoording

6 6.1 Waar wordt het geld aan besteed? In hoofdstuk 5 is aangeven waarop ingezet gaat worden voor het uitvoeren van de ambities. Het reguliere onderhoud en de ambities kosten echter geld. In deze paragraaf wordt aangegeven welke bedragen noodzakelijk zijn om het onderhoud uit te voeren en de ambities uit te voeren.

6.1.1 Reguliere groenonderhoud

Voor dit groenbeleidsplan zijn de budgetten en financiële middelen bepaald die nodig zijn voor het reguliere dagelijkse groenonderhoud. Het huidige groenonderhoud wordt voor een deel uitgevoerd door een eigen groendienst. Tevens worden diverse “specialistische” werkzaamheden uitgezet in de markt. Voor de begroting van 2021 zijn de volgende getallen opgenomen: Reguliere groen- en boomonderhoud € 300.000,Aanleg, renovatie, inboet en advies € 435.000,Ecoprojecten (groenparels) 2 per jaar € 30.000,Schapenbegrazing € 21.500,Natuurtechnisch maaien € 60.000,Extensief maaibeheer € 50.000,Maaien watergangen € 80.000,Totaal kosten groenonderhoud € 976.500,-

Bij deze getallen moet de opmerking geplaatst worden dat het huidige budget voor natuurtechnisch maaien en extensief maaibeheer niet toereikend is om de kosten te dragen. Na een nieuwe aanbesteding zal duidelijk worden wat de financiële gevolgen zijn voor de komende jaren. Ten behoeve van de professionalisering en verduurzamen van het boombeheer dient éénmalig € 60.000 in 2021 ter beschikking te worden gesteld om het achterstallig onderhoud op te lossen en er wordt geadviseerd om het exploitatiebudget met dit bedrag te verhogen. In de volgende jaren worden de bomen planmatig gesnoeid op boombeeld en is voor de eerste BVC-cyclus, 3 jaar lang € 54.000 nodig. Voor de tweede BVC-cyclus is, 3 jaar lang € 39.000 nodig. Voorgaande betekent dat de boomveiligheidscontrole (BVC) van vijf naar drie jaar gaat. Om deze BVC en de daaruit voortvloeiende maatregelen uit te voeren is externe inhuur noodzakelijk. De genoemde maatregelen leiden tot een volledig veiligheidsbeeld en duurzaam bomenbestand.

6.1.2

Kosten ambities

In dit groenbeleidsplan zijn diverse ambities opgenomen. Niet alleen de ambities kosten geld, maar ook de monitoring is niet kosteloos. In onderstaand overzicht zijn de kosten voor de ambities en de monitoring opgenomen.

Ambities & doelstellingen: Eenmalige kosten: Groei van het aantal bomen bij vooral * herinrichtings- en nieuwbouwplannen. Versterken van bomenareaal door planten bomen bij entrees en in de bomenstructuur. Uitgangspunt 50-60 bomen. Professionaliseren en verduurzamen van het boombeheer.

Jaarlijkse kosten: * € 8.750,--

2021: € 60.000,2022, 2023, 2024: € 54.000,2025, 2026, 2027: € 39.000,-

47

6

Financiële verantwoording Ambities & doelstellingen: Laten participeren van bewoners en belangengroepering bij het boombeheer Beschermen en beheren van monumentale bomen. Per boom vergoeding van € 60,-- per stuk. Komt ter besluitvorming bij de raad. In verband met het klimaatakkoord jaarlijks 185 bomen planten Het groene karakter binnen en tussen de dorpen dient behouden te blijven en binnen de mogelijkheden versterkt. Door opvallende accenten door kleur en vorm op bijzondere en belangrijke locaties wordt de beeldkwaliteit van het groen en de openbare ruimte versterkt. Het uitgangspunt is dat groen behouden dient te blijven en waar mogelijk te versterken. Indien groen moet verdwijnen dan wordt dit gelijkwaardig gecompenseerd. Voor het onderhoud van het openbaar groen geldt niveau B van de kwaliteitscatalogus (KOR). Dit kwaliteitsniveau moet gemeentebreed behaald worden, waarbij minimaal 95% jaarlijks op beeld moet zijn. Duurzaam groenbeheer op basis van natuurlijke ontwikkeling en zonder ingrijpen met chemische middelen. Tevens uitvoering van het onderhoud met duurzaam materieel, zoveel mogelijk elektrisch en zonder uitstoot van C02. Binnen 3 jaar moet al het motorisch handgereedschap vervangen zijn door een elektrisch alternatief. Verdere uitbreiding van parken, recreatiegebieden en openbaar groen en uitbreiding gebruiksmogelijkheden.

Per jaar streven naar 500 m2 extra openbaar groen. 48

Eenmalige kosten: n.v.t.

Jaarlijkse kosten: n.v.t. Vergoeding € 16.260,-Lijst (incl. Parnassia**) Beheren € 3.040,-€ 25.000,--

*

*

*

*

*

*

Kosten zijn opgenomen in de lopende begroting

€ 2.500,--

€ 20.000,--

* wordt meegenomen in budget voor projecten. ** afhankelijk van besluitvorming inzake overdracht bospercelen

Ambities & doelstellingen: Bij nieuwbouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen geldt een richtgetal van 75 m2 groen per woning, zoals aangegeven in de Nota Ruimte van het Rijk. Tevens dient één boom per vijf woningen geplant te worden die tot volle wasdom kan komen. Het groen wordt natuurvriendelijk beheerd zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Ook bestrijden van invasieve exoten wordt uitgevoerd op biologische of mechanische wijze. Stimulering vergroening van schoolpleinen. Waarbij jaarlijks één schoolplein vergroend gaat worden. Behouden van aanwezig groen en verder versterken van de waarde(n) ervan voor de biodiversiteit. Voor extensief en natuurtechnisch maaien werken volgens de richtlijnen van Kleurkeur van de Vlinderstichting. Deze maatregelen dragen bij aan een aantrekkelijke omgeving voor fauna, zoals vlinders en bijen. Versterken van natuurbeleving. Binnen 3 jaar ontwikkelen van een natuurwandeling en/ of bomenroute. 16 kilometer aan randen gazon langs waterlopen en bosplantsoen omvormen naar extensieve randen die gefaseerd gemaaid worden. Doel is om jaarlijks 20% van deze randen om te vormen met een maximum van 60% van het totale areaal, omdat er ook locaties zijn waar dit niet gewenst is. Natuurvriendelijk inrichten van nieuwe gebieden (groenparels), waarbij uitgegaan wordt van minimaal twee groenparels per jaar.

Jaarlijks 50 nestkastjes ophangen of uitgeven aan inwoners.

Eenmalige kosten: *

Jaarlijkse kosten: *

*

Kosten zijn opgenomen in de lopende begroting

6

€ 7.500,-- per jaar Is meegenomen in de maaibestekken voor natuurtechnisch maaien. Nog niet haalbaar voor extensief maaien.

€ 3.500,--

€ 1.250,-€ 2.500,--

€ 25.000,--

€ 1.250,--

* wordt meegenomen in budget voor projecten.

49

6

Financiële verantwoording Ambities & doelstellingen: Voorzover mogelijk het toepassen van streekeigen beplanting bij renovaties en nieuwe ontwikkelingen. Aanbrengen van meer variatie in het groen (soorten, vorm, seizoen en beleving). Groen dat moet verdwijnen wordt op gelijkwaardige wijze gecompenseerd. Behouden van de (beheer-)kwaliteit van het groen en handhaven en uitbreiden van het natuurvriendelijk beheren van het groen. Voor de biodiversiteit zetten we in op het vergroten van het groenbewustzijn en het stimuleren van bewonersinitiatieven. Bij renovaties en nieuwe ontwikkelingen gebruik van de Coolkit voor bepalen ontwerpoplossingen om hittestress te voorkomen. Bufferen, vertragen en infiltreren regenwater en bij nieuwe projecten klimaatadaptie. Toepassen klimaatbestendig groen en verlagen van plantvakken, zodat afwatering naar de plantvakken mogelijk is.Tevens kijken naar mogelijkheden voor vervanging stenen door groen Inrichtingsmaatregelen, zoals koeltegebieden, moeten bijdragen aan vergroten van de biodiversiteit en verwijderen van barrières voor fauna. Opleiden eigen dienst voor niveau 1 en 2 Bestendig Beheer Wet natuurbescherming. Ontwikkelen van een natuurwaardenkaart. Toepassen sinusbeheer binnen de gemeente. 50

Eenmalige kosten: *

Jaarlijkse kosten: *

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

*

Ambities & doelstellingen: Jaarlijkse monitoring op 1 doelsoort. Vierjaarlijkse monitoring doelsoorten volledig. TOTAAL

Eenmalige kosten: € 15.500,--

6

Jaarlijkse kosten: € 4.600,-€ 6.500,-€ 192.150,--

Opleidingsbudget de BUCH € 12.000,--

€ 4.500,-€ 3.500,--

* wordt meegenomen in budget voor projecten.

51

Bijlage I: Boomposters

52

Bijlage I: Boomposters

53

Bijlage I: Boomposters

54

Bijlage II: Beeldmeetlatten

55

Bijlage III: Informatie Coolkit Voor informatie over de Coolkit zie onderstaande link. Dit betreft een interactieve link welke u direct naar de website zal doorsturen.

https://ruimtelijkeadaptatie.nl/hulpmiddelen/overzicht/coolkit/

Bijlage IV: Gedragscode soortbescherming voor de gemeenten Voor informatie over de Gedragscode soortbescherming voor de gemeenten zie onderstaande link. Dit betreft een interactieve link welke u direct naar de website zal doorsturen.

https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ ruimtelijke-ingrepen/ontheffing-vrijstelling/gedragscodes/overzicht-gedragscodes

Bijlage V: Sinusmaaien Voor informatie over het Sinusmaaien is op de volgende pagina een bijlage toegevoegd.

56

bron Google Earth

Figuur 1 Een luchtfoto toont duidelijk de sinusoïdale lijnen die gebruikt worden bij sinusbeheer.

Sinusbeheer: maaibeheer op maat Als beheerder kun je er voor kiezen om een graslandperceel heel gemakkelijk te maaien: Een paar keer heen en weer met een grote machine en klaar is Kees. Voor de vegetatie is dat soms misschien nog niet zo’n probleem, maar voor de fauna kun je veel betere condities creëren. Bijvoorbeeld met sinusbeheer. Dit beheer is ontwikkeld om voor dagvlinders meer variatie in een perceel te krijgen en condities waar dagvlinders zich het hele jaar thuis voelen. In het veld is geen enkele rechte lijn te vinden.

de korte vegetatie overgaat in een snelgroeiend grasland. De tijd is rijp om een eerste sinuspad (figuur 2) te maaien dat de grens wordt tussen het latere gemaaide gedeelte en het niet gemaaide stuk. Deze grens creëert dus een binnenzijde en een buitenzijde in je perceel (figuur 3). Wanneer het moment is aangebroken om het perceel te maaien, zal je enkel de binnenzijde van je perceel maaien. De buitenzijde en het sinuspad maai je niet (figuur 4)! Je zal merken dat het sinuspad ondertussen ook weer is aangegroeid en een herbloei heeft gekregen (figuur 5). Het seizoen vordert en de gemaaide binnenzijde groeit weer

aan. De korte vegetatie van het gemaaide stuk gaat ook nu weer over in een opgroeiend grasland. Tijd om een nieuw sinuspad te maaien. Dit tweede sinuspad wordt op een verschoven manier gemaaid, zowel in grootte als lengte, zonder daarbij veel na te denken (figuur 6). De breedte van het pad bepaal je zelf, maar probeer het niet te smal te maken opdat er genoeg korte vegetatie wordt aangeboden. Wanneer de korte vegetatie van dit tweede sinuspad overgaat in te hoog gras is het tijd om opnieuw de binnenzijde te maaien volgens het patroon van het meest recente sinuspad (figuur 7).

Figuur 2. Detailfoto van hoe een sinuspad zich doorheen je gebied slingert.

> Voor vlinders is het van belang dat zij binnen korte afstand een korte vegetatie, veel microklimaatjes en vooral voldoende nectar hebben gedurende het hele seizoen. Met een zogenaamd sinusbeheer komen deze condities verspreid voor in je gebied, zowel in de randen als in de kern. Je brengt als het ware het landschap in je gebied en je gaat dus het ganse plaatje beheren op microschaal. Een perceel grasland dat je volgens het sinusbeheer beheert, heeft enkele chronologische handelingen. Laten we starten in het voorjaar wanneer het gras begint te groeien. Al snel zal je zien dat

14

december 2016

foto Jurgen Couckuyt

— Jurgen Couckuyt

Het aantal keer dat je per seizoen maait, hangt af van de voedselrijkdom van de bodem. Hoe rijker de bodem, hoe meer maai-sessies je zal moeten uitvoeren in het grasland. En houd steeds voor ogen dat je korte vegetaties, micro-klimaat, ongemaaid gras en nectar wil behouden.

Figuur 3-4 Het sinuspad (rode lijn) creëert een binnenzijde en een buitenzijde. Het is die binnenzijde die zal gemaaid worden terwijl de buitenzijde niet wordt meegemaaid.

Monotone bedoening

Figuur 5 Na een maaisessie zie je duidelijk drie verschillende zones. Het ongemaaide gedeeltelinks, het aangegroeide sinuspad met herbloei centraal en het gemaaide stuk rechts.

foto Jurgen Couckuyt

Sinusbeheer zag het licht in 2013 in een historisch nat hooiland te Oudenbos-Lokeren van 0,7 ha groot. Natuurbeheerder vzw Durme heeft het in 1994 aangekocht als een waardevol grasland. Het situeerde zich toen in een kleinschalige, agrarische omgeving. Het direct omliggende landschap werd toen nog gekenmerkt door vele bosjes, houtkanten en struwelen en kleine percelen akkers en bloemrijke weilandjes. Begonnen als een ruigte met veel houtopslag, verkreeg het historisch nat hooiland zijn toestand van weleer na jarenlang omvormingsbeheer. Een bonte mengeling van echte koekoeksbloem, pinksterbloem, scherpe boterbloem en tweerijïge zegge siert het grasland in het voorjaar (figuur 8). De randen bestaan hoofdzakelijk uit moerasspirea-ruigte soorten en gaan geleidelijk over in een houtkant. Ondanks het jarenlange gefaseerde beheer was ik nooit echt tevreden over de vegetatie. Ik vond het maar een monotone bedoening. Ondertussen veranderde het landschap in de omgeving drastisch. De Venne werd een geïsoleerd perceel in een grootschalig, intensief agrarisch gebied en is tot op heden onderhevig aan negatieve invloeden zoals stikstofdepositie. Ook de vele houtwallen, bosjes en corridors zijn in een snel tempo verdwenen. Met deze zorgwekkende toestand diende ik dus echt wel rekening te houden.

Mocht ik nu het ganse perceel volledig maaien, zou dat wel eens negatieve gevolgen kunnen hebben voor vele ongewervelden omdat ze niet meer kunnen uitwijken naar een alternatief biotoop in de omgeving. Ik diende absoluut de mogelijkheid behouden dat overwintering in alle stadia voor (dag)vlinders en andere insecten mogelijk was. Toch vond ik er echter geen voldoening in. Het beste moment om te maaien is wanneer een bepaalde soort dagvlinder begint te vliegen in je gebied, maar dat zou willen zeggen dat ik meer dan 20 keer per jaar zou moeten maaien om ideale omstandigheden te creëren voor elke soort die begint te vliegen. Sinusbeheer benadert deze condities het meest door de enorme variatie van het beheer in ruimte en tijd waardoor aan alle voorwaarden wordt voldaan die dagvlinders nodig hebben.

Figuur 6 Het tweede sinuspad (blauwe lijn) ligt verschoven t.o.v. het eerste sinuspad (rode lijn).

Figuur 7 De binnenzijde wordt uiteindelijk gemaaid volgens de blauwe lijn terwijl de buitenzijde van de blauwe lijn niet wordt gemaaid.

Voordelen van sinusbeheer Toen ik het eerste sinuspad maaide in mei 2013, had ik meteen een goed gevoel bij dit nieuwe beheer. Ik kreeg meteen een idee van de hoeveelheid nectar die zou blijven staan en dat bedroeg bijna de helft van het perceel. Volgens de klassieke gefaseerde maaimethodes zou dat amper 10 tot 20 procent zijn, wat ik persoonlijk veel te weinig vind. Soorten die in dit overblijvende deel vorig jaar hun eitjes hebben afgezet, worden nu gespaard bij de eerste grote maaisessie. Dit is vooral belangrijk voor de overwinterende rupsen

december 2016

15

van dikkopjes en zandoogjes. In de verruigde randen van natte hooilanden hangen de poppen van het oranjetipje te wachten op het volgende voorjaar om uit te komen (figuur 11). Door het slingerende effect blijven alle type vegetaties aan de buitenzijde van het sinuspad ongemaaid staan maar tezelfdertijd worden ook alle type vegetaties gemaaid tot zelfs in de houtkant. Door met bochten te werken (sinussen), creëer je overal een micro-klimaat, windluwe plekjes, vochtiger of drogere omgevingen en koelere of warmere zones waar iedere soort zijn beste plekje in vindt, op ieder moment van de dag en dit door het ganse perceel (figuur 9). Het botanisch beheer wordt als het ware verweven met het faunabeheer (figuur 10). Het leverde een mooi beeld op. Geen rechte blokken of stroken maar een heel gevarieerde alternerende rand waardoor het randeffect drie keer zo groot werd.

Monitoring Sinusbeheer pas ik momenteel op meerdere graslanden toe en dat geeft verschillende resultaten vanwege de abiotiek die bepalend is voor het type grasland. Ook de omgevingskwaliteit en de aan- of afwezigheid van corridors in het landschap bepalen welke soorten ik mag verwachten in deze natuurreservaten. Geen doelstellingen of natuurstreefdoelen, geen Rode-lijstsoorten, maar gewoon beheren in functie van soorten die zich momenteel in dit gebied en omgeving bevinden. Het sinuspad gebruik ik om de dagvlinders te monitoren. Tijdens de vliegperiode van bijvoorbeeld het groot dikkopje, in juni, merk ik dat de mannetjes gebruik maken van de windluwe bochtjes in het sinuspad en deze hardnekkig verdedigen. Overwinteraars zoals dagpauwoog en kleine vos maken ook gebruik van het micro-klimaat om hier in op te warmen. Door de korte, gemaaide grasmat in het sinuspad krijgen eerste genera-

Figuur 8 De Venne, een nat hooiland, heeft zijn botanisch topmoment in het voorjaar.

tie van bijvoorbeeld het icarusblauwtje, kleine vuurvlinder en bruin blauwtje de kans om hierop eitjes te leggen als de waardplanten aanwezig zijn. Wanneer je een eerste keer pas klassiek maait ergens in juli, dan creëer je een korte grasmat pas heel laat en hebben de eerste generatie dagvlinders hier echt geen kansen gehad om hun eitjes in af te leggen. Het is dus een voordeel om tijdens het hele seizoen korte vegetatie en windluwe situaties aan te bieden om deze geschikte toestanden voor dagvlinders te creëren. Wanneer de tijd rijp is om het eigenlijke maaien in te zetten, maai ik dus enkel de binnenzijde van het sinuspad. Dit sinuspad is ondertussen ook al aangegroeid en je mag er van uitgaan dat indien daar eitjes zijn gelegd, de uitgekomen rupsen nu bijna volgroeid zijn of aan het verpoppen zijn. Het sinuspad wordt dus niet mee gemaaid! Het maakt ook de overgang van de gemaaide binnenzijde naar de niet gemaaide buitenzijde zachter wat een veel natuurlijker uitzicht geeft. Het maaisel dient dus afgevoerd te worden om de verschraling voort te zetten en een nieuwe bloei te genereren. Ondertussen is er genoeg nectar overgebleven in het niet gemaaide deel. Nectar behoevende insecten hoeven op die manier niet buiten het gebied op zoek te gaan maar vinden in de gevarieerde rand van het perceel hun gading.

Je combineert een botanisch verschralingsbeheer - gericht op de soortenrijkdom in bloemen - met een faunabeheer, gericht op het creëren van habitat voor insecten.

Overwinteren

foto Jurgen Couckuyt

Zoals bij alle voedselrijke graslanden groeit het gemaaide deel snel en wordt het dus tijd om een nieuw sinuspad te maaien om korte vegetatie aan te bieden voor de op dat moment vliegende generaties. Een mooi voorbeeld is het wijfje van het bruin zandoogje dat al snel op de korte grasmat willekeurig eitjes legt maar dit ook in de langere grassen doet. Andere soorten zoals het icarusblauwtje, bruin blauwtje en de kleine vuurvlinder verkiezen kleine plantjes die in een open en snel opwarmende structuur staan. Als je steeds dezelfde stukken zou maaien, heb je kans dat eitjes, rupsen en poppen er worden uit gemaaid. In de ongemaaide randen kunnen soorten die vooral van ruigtes en bosranden afhankelijk zijn hun eitjes kwijt op onder andere brandnetels (atalanta, dagpauwoog, kleine vos, gehakkelde

Figuur 9 Ongeacht hoe zon en wind zich situeren in je gebied, heb je steeds windluwe en warme plekjes in de sinusranden.

16

december 2016

Figuur 11. Pop van het oranjetipje in de ruigere randen van een grasland.

foto Jurgen Couckuyt

Figuur 10 Bij sinusbeheer gaan beide beheertypes hand in hand samen.

Figuur 12 Maaipatroon na 3 maai-sessies waarbij in de randen diverse structuren ontstaan door variatie in maaien en variatie in tijd.

Discipline

Figuur 13 Twee voorbeelden van sinusbeheerde gebieden. Boven: hooiland Daknam, onder: gebied Westlede.

foto’s Jurgen Couckuyt

aurelia, landkaartje). Dikkopjes en zandogen die als rupsen overwinteren op graspollen moeten dus gespaard blijven tot volgend jaar wanneer zij weer gaan vliegen! Na verschillende maaisessies zullen er diverse vegetatiepatronen ontstaan die als een mozaïek door elkaar verspreid liggen (figuur 12). Het aantal keren dat je maait, varieert in de tijd en is afhankelijk van weersomstandigheden. Dat kan dus per jaar verschillen. Op zich heeft dat geen belang, zolang je maar volhoudt in deze beheerwijze en uw visie op lange termijn is. Wanneer je het perceel niet kan maaien zoals gepland werd en de korte toestand van het sinuspad dreigt op te gaan in de rest van het grasland, maai je een parallel sinuspad naast het vorige opdat korte vegetatie aangeboden blijft.

Na enige jaren zal je een heel ander beeld krijgen van je gebied en voor sommige beheerders kan dat als een schok overkomen. De randen zullen er ruiger uitzien en mogelijk zie je ook houtopslag en vervilting (moeilijk doordringbare laag dood gras op de bodem) van de grasmat verschijnen. Geen nood want vroeg of laat wordt ook dat stuk meegenomen in het maaipatroon. Om het opschuiven naar binnen van je bosrand te voorkomen is het dus belangrijk om met je sinuspad ook een hap in de rand te nemen en op die manier neem je ook de bosrand of houtkant cyclisch mee in het sinusbeheer. Het centrale gedeelte van het gebied zal steeds schraler worden omdat dit deel het meest wordt gemaaid. Met dit systeem krijg je dus heel veel variatie in een gebied in plaats van de monotone toestanden die slechts twee maal per jaar veranderen bij het ‘tabula rasa’ beheer of het klassiek gefaseerd maaibeheer. Wie het aandurft om met dit beheer te beginnen, geef ik de raad om kleinschalig te experimenteren. Probeer het eerst uit en dat mag gerust in een gebied zijn waar de andere maaimethoden worden toegepast. Start op een plaats waar micro-klimaat het meeste potentieel heeft. Werk tegen een bosrand/houtwal of helling die naar het zuiden is gericht en best ook beschut tegen de heersende westenwind. Op die manier kan je na enkele jaren het verschil in resultaten nog beter vergelijken met elkaar.

De vorm van het perceel speelt dus echt geen rol om het sinusbeheer toe te passen. Mentaal is dit ook een test voor de terreinbeheerder. Discipline is vereist opdat je de knop blijft omdraaien en niet terug naar puur botanisch beheer wil evolueren. Dit komt omdat delen ruiger worden en dus op die plaats tijdelijk een mooi egaal bloemrijk niet meer aanwezig is. Zet die knop dan weer op de modus sinusbeheer waarbij insecten baat bij hebben.< couckuyt.jurgen@telenet.be

december 2016

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9595874/2