CConstaterende datCastricum
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Begroting 2021 zoals vastgesteld

Raadsinformatieavond 28 januari 2021, gemeente CastricumBij agendapunt: 21.00-22.30: Tijdelijke Commissie Begroting32.218 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

8.427 7.120

8.548 7.249

Saldo van baten en lasten

1.317

1.432

1.307

1.299

190 190

220 220

250 250

250 250

1.317

1.432

1.307

1.299

Onttrekking aan reserve Toevoeging aan reserve Geraamd resultaat Toelichting mutaties Baten Opbrengst rioolheffing Opbrengst afvalstoffen Subsidie REP /provincie Lasten Reiniging ov. Kosten (excl. kap.last. en bijdrage BUCH) KCA-depot (kap.last nw invest. 100k / 15 jr) Kosten energietransitie Bijdr. Omgevingsdienst Bijdrage BUCH Storting voorziening riool Kosten riolering (exclusief kap.last. en bijdrage BUCH) Riolering (kap.lasten nieuwe investeringen) Kapitaallasten (vrijval)

budget 2021

2022 tov '21

2023 tov '21

56 166 -34

114 235 -34

167 302 -34

2.059

36

105

172

443 677 1.300 548

9 1 -18 0 64

9 37 -27 0 136

9 42 -27 0 190

30

30

30

45 -93

141 -108

167 -130

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

B Overzicht verplichte indicatoren Omvang huishoudelijk restafval Hernieuwbare elektriciteit

2024 tov '21

3.474 4.315 34

1.119

Beleidsindicatoren

Pagina 56 van 120

U

C

H

NL

score score score score score jaar eenheid 208 193 199 180 172 2018 kg per inwoner 6,7 5,4 8,2 7,7 18,5 2018 %

3C. Beheer en onderhoud Wat willen we bereiken

Waaraan kunnen we zien of we het bereiken

Versterken groene karakter Het groene karakter binnen en tussen de dorpen is onderdeel van de identiteit van onze gemeente. Het draagt bij aan een gezonde en prettige leefomgeving. Behoud daarvan, vooral het openhouden van het buitengebied, is essentieel. Tegelijkertijd zien wij ons gesteld voor de opgave om meer woningen voor onze inwoners te realiseren. Wij zoeken daarbij naar een goede balans tussen bebouwing en landschap. We betrekken daarbij belangen van agrariërs en streven naar een goede afstemming tussen agrarisch gebruik en natuur. Ook wordt uitvoering gegeven aan het, door de raad vastgestelde, initiatiefvoorstel over biodiversiteit in parken en bermen.

Versterken groene karakter  Doorvoeren van schapenbegrazing. Toepassen van onderhoudsmaatregelen ter ondersteuning van natuurwaarde. Zo wordt bijvoorbeeld sinusbeheer toegepast. (Een natuurlijke manier van maaien waarbij rekening wordt gehouden met biodiversiteit van planten en dieren. Niet alles wordt in één keer weggemaaid maar er wordt variatie aangebracht in de vegetatie. Hierdoor ontstaat een gebied met veel variatie aan bloemen, planten en dieren).  Doorvoeren van meer zonering in het beheer zodat een natuurfunctie kan worden toegevoegd aan het huidig beheer zoals extensieve randzones langs gazons.  We hebben een geactualiseerd groen- en bomenbeleidsplan en lijst van bijzondere bomen waar uitvoering aan wordt gegeven.  Opnemen van een geactualiseerde tekst over groen in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) waarin groen nadrukkelijk wordt opgenomen in plannen aan ontwikkelaars wij stellen concrete eisen op het gebied van groen en bomen.  Meer leefruimte voor bijen en vlinders.  Monitoring van algemene soorten en doelsoorten.

Wat gaan we daarvoor doen Versterken groene karakter  Wij leggen nadruk op beheer en onderhoud.  Het versterken van groen en bomenstructuur.  Wij voorkomen ongehinderde kap van bomen bij bouwprojecten.  Streven naar meer biodiversiteit en in bijzonder het bieden van meer leefruimte voor bijen en vlinders.  Behoud van bestaand ‘natuurpareltjes’.  Ontwikkeling van nieuwe ‘natuurpareltjes’ zoals de eendenkooi.  Richten op inheemse planten en dieren.  Planvorming per gebied vormgeven samen met inwoners en gebruikers.  Per gebied een aantal doelsoorten bepalen.

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Pagina 57 van 120

Wat mag het programmaonderdeel kosten Baten en lasten (x € 1.000)

(bedragen x € 1.000)

Begr. 2021 Begr. 2022 Begr. 2023 Begr. 2024

Baten Lasten

667 7.912

677 7.977

687 8.090

697 8.092

Saldo van baten en lasten

-7.245

-7.300

-7.403

-7.395

56 6

55 6

42 6

14 5

-7.195

-7.250

-7.367

-7.386

2.000 1.000 0 Begr. 2021

Begr. 2022

Begr. 2023

Begr. 2024

-1.000 -2.000

Onttrekking aan reserve Toevoeging aan reserve Geraamd resultaat

-3.000

Toelichting mutaties -4.000

budget 2021

Baten Grafrechten

-5.000

2022 tov '21

2023 tov '21

2024 tov '21

180

10

20

30

177 41 4.190

-1 0 0 23

-12 -13 0 45 90 27 56 171 -189

-12 -41 0 66 90 32 73 168 -199

-6.000 -7.000 -8.000 -9.000 Baten

Lasten

Saldo van baten en lasten

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Lasten Kosten Openb. Verlichting Uitvoering fietsbeleidsplan Bijdrage BUCH Kap.last wegenbeheer Kap.last rotonde Visweg-Rijksweg Kap.last uitv. Fietsbeleidsplan Kap.last openb.verlichting Kap.last Recons. Rijksweg Kapitaallasten (vrijval)

Pagina 58 van 120

730

7 29 86 -83

Verbonden partijen behorende bij Programma 3 Een leefbare gemeente

PO Verbonden partij 3a C.V. Ontwikkelingsbedrijf De Limmer strandwal 3a Zandzoom B.V. 3b Vuilverbrandingsinstallatie e.o. (VVI) 3b Duurzame Energie Coöperatie Regio Alkmaar (DECRA) 3b Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN)

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Pagina 59 van 120

Programma 4 Een financieel gezonde gemeente Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Pagina 60 van 120

Programma 4. Een financieel gezonde gemeente Ambitie uit raadsprogramma: Een financieel gezonde gemeente, die financieel en organisatorisch in control is en waar de gemeentelijke lasten voor inwoners niet toenemen. Opdracht college: Het college:  Zorgt voor een toereikende financiële buffer.  Verhoogt de OZB niet.  Laat gemeentelijke belastingen niet meer stijgen dan de inflatiecorrectie (onvoorziene omstandigheden voorbehouden).  Verlaagt de leges voor evenementen of verlengt de duur van de vergunning.  Ziet er scherp op toe dat Gemeenschappelijke Regelingen en de BUCH-werkorganisatie efficiënt functioneren en neemt hiervoor een proactieve houding aan naar de gemeenteraad. UItwerking programma Met dit programma willen we bereiken: een financieel gezonde gemeente. In dit programmaonderdeel worden de nieuwe ontwikkelingen benoemd waar het programma mee te maken heeft en worden de 3 W-vragen beantwoord. Het BBV schrijft echter voor dat de bijbehorende baten en lasten in verschillende categorieën worden gepresenteerd, zijnde:  algemene dekkingsmiddelen;  overhead;  algemene baten en lasten  onvoorzien;  vennootschapsbelasting. Ook de vraag welke kosten onder het begrip overhead geschaard worden, doet het BBV bindende uitspraken.

Deze voorschriften hebben tot doel de vergelijkbaarheid tussen de gemeentelijke begrotingen te verhogen In de Begroting 2019 van Castricum ziet u deze verplichte onderverdeling daarom terug in programma 4. Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Pagina 61 van 120

4A. Financiële positie Wat willen we bereiken  Een duurzaam structurele balans tussen gemeentelijke lasten en baten en een lagere schuldenlast.  Een verantwoorde weerstandscapaciteit.  Verantwoorde gemeentelijke lasten. Wat gaan we daarvoor doen  Structurele lasten dekken door structurele baten, op verantwoorde wijze omgaan met mee- en tegenvallers, het verbeteren van de solvabiliteit door het verhogen van het eigen vermogen, (of) het verlagen van het vreemd vermogen.  Risico's regelmatig in beeld brengen, de kans dat deze risico's zich voordoen wegen, de financiële gevolgen hiervan inschatten, maatregelen tegen deze risico's nemen, en het intensiveren van (financiële) grip op verbonden partijen.  Rechten en heffingen kostendekkend(er) maken, tijdig(er) vaststellen van de rechten, heffingen en belastingen. Waaraan kunnen we zien of we het bereiken  Solvabilteitsratio, schuldquote, etc.  Uitkomst Weerstandsberekening risico-inventarisatie systeem.  Gemeentelijke woonlasten (ontwikkeling en t.o.v. regio/land). Wat mag het programmaonderdeel kosten In Programma 4 is een aantal verplichte onderdelen van de begroting opgenomen. Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (de BBV) moet de gemeentebegroting inzicht geven in de algemene dekkingsmiddelen, de overhead, het bedrag onvoorzien en Vennootschapbelasting (Vpb).

Daarnaast is nog een aantal andere niet nader toe te delen budgetten opgenomen in dit programma. Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

In programma-onderdeel 4a Financiële positie zijn achtereenvolgens de Overige budgetten van een financiële gezonde gemeente en algemene dekkingsmiddelen opgenomen. Ook is in dit programma-onderdeel aandacht voor de Vpb en het bedrag Onvoorzien. In programma-onderdeel 4b Bedrijfsvoering zijn de budgetten met betrekking tot de overhead opgenomen. Overige budgetten van een financiële gezonde gemeente (bedragen x € 1.000)

Begr. 2021 Begr. 2022 Begr. 2023 Begr. 2024

Baten Lasten

0 106

0 267

0 442

0 589

Saldo van baten en lasten

-106

-267

-442

-589

Onttrekking aan reserve Toevoeging aan reserve

0 480

480 0

360 0

240 0

Geraamd resultaat

-586

213

-82

-349

Toelichting mutaties Lasten Stelpost (m.n. i.v.m. index) Kosten vm personeel

budget 2021 50 55

2022 tov '21 161

2023 tov '21 337

2024 tov '21 483

De reservemutaties hebben betrekking op de aanstaande afschaffing van de precariobelasting op kabels en leidingen per 1 januari 2022. Om deze derving van opbrengsten (ong. € 1,1 mln) geleidelijk in de begroting op te vangen, wordt in de jaren 2018 tot

Pagina 62 van 120

en met 2021 een bestemmingsreserve opgebouwd. Deze reserve wordt vervolgens in de jaren 2022 tot en met 2025 aangewend. Algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000)

Begr. 2021 Begr. 2022 Begr. 2023 Begr. 2024

Baten Lasten

53.720 605

54.168 344

55.073 163

55.185 206

Saldo van baten en lasten

53.115

53.825

54.910

54.979

0 0

0 0

0 0

0 0

53.115

53.825

54.910

54.979

Onttrekking aan reserve Toevoeging aan reserve Geraamd resultaat Toelichting mutaties Baten Rentebaten, m.n. ivm Wbv. Rentebaten eigen vermogen Ozb Alg.uitkering Alg.uitkering (onderzoek Jeugdzorg) Precario Dividend Stedin Lasten Rentekosten Toegerekende rente Bijdrage BUCH

budget 2021 45 285 6.705 44.120

1.105 0 1.778 -1.745 108

2022 tov '21

2023 tov '21

2024 tov '21

-3 -60 120 1.069

-7 -62 230 1.870

-11 -62 340 1.626

400 -1.078

400 -1.078

400 -1.078 250

-118 -143 0

-188 -254 0

-197 -202 0

Heffing Vennootschapsbelasting (Vpb) Per 1 januari 2016 kunnen ook overheidslichamen belastingplichtig worden voor de vennootschapsbelasting. Voor de gemeente Castricum is dit van toepassing voor de grondexploitaties. Na Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

analyse van de eventuele belastingplicht voor de grondexploitaties bleek hiervan sprake. Voor de jaren 2016, 2017 en 2018 zijn inmiddels aangiften ingediend met een klein te betalen belastingbedrag. Deze aangiften worden momenteel opnieuw beoordeeld om een juiste basis te leggen voor toekomstige aangiften. De aangifte van 2019 kan worden gedaan als ook de jaarrekeningen van de CV Zandzoom/Limmer Strandwal zijn ontvangen. Vooralsnog wordt uitgegaan van geen belastingplicht voor de Vpb. Dit kan veranderen als er winst wordt gemaakt. De gemeente maakt in dit kader kosten in verband met ambtelijke inzet op dit gebied. Bedrag Onvoorzien In de begroting is een structureel bedrag van € 10.000 opgenomen. Beleidsindicatoren B Overzicht verplichte indicatoren Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden

U

C

H

NL

score score score score score

jaar

eenheid

923

767

723

698

700 2020 €

1010

872

795

820

773 2020 €

Verbonden partijen behorende bij Programma 4 Een financieel gezonde gemeente PO Verbonden partij 4a Regionaal Inkoopbureau Ijmond en Kennmerlang (RIJK) 4a Werkorganisatie BUCH (BUCH) 4a N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) 4a Steding Holding N.V. 4a Cocensus

Pagina 63 van 120

4B. Bedrijfsvoering Zie ook programmaonderdeel Inwoners en bestuur. De budgetten Bedrijfsvoering vallen samen met het verplichte onderdeel in de begroting van de Overhead-kosten. In het geval van de gemeente Castricum gaat het om de huisvestingskosten van het gemeentehuis, de salariskosten van de gemeentesecretaris alsmede het aandeel overhead in de bijdrage aan de werkorganisatie BUCH. Wat mag het programmaonderdeel Overhead kosten (bedragen x € 1.000)

Baten Lasten

0 11.666

0 11.689

0 11.906

0 12.174

Saldo van baten en lasten

-11.666

-11.689

-11.906

-12.174

0 0

0 0

0 0

0 0

-11.666

-11.689

-11.906

-12.174

Geraamd resultaat Toelichting mutaties Lasten Eén-meting/effect meting Bijdrage BUCH Taakstelling BUCH Kap.last meub.raadzaal Kap.last gebouwbeh.syst. Kapitaallasten (vrijval)

budget 2021

2022 tov '21

2023 tov '21

20 9.736

-20 796 -722 11

-20 1.437 -1.143 11

737

-43

-46

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Beleidsindicatoren B

Begr. 2021 Begr. 2022 Begr. 2023 Begr. 2024

Onttrekking aan reserve Toevoeging aan reserve

Bijdrage BUCH De BUCH-bijdrage 2022-2024 is bij alle programma-onderdelen zonder indexatie opgenomen. Bij dit programma-onderdeel is de totale BUCH-indexatie conform de Begroting 2021 van de werkorganisatie BUCH opgenomen.

U

C

H

NL

Overzicht verplichte indicatoren score score score score score jaar eenheid Formatie / Fte per 1.000 inwoners n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.b. aantal per 1.000 inw. Bezetting / Fte per 1.000 inwoners n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.b. aantal per 1.000 inw. Apparaatskosten / Kosten per inwoner n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.b. euro Externe inhuur / Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.b. % Overhead in % van totale lasten n.b. n.b. 15,2 n.b. n.b. B. 2021 %

Omdat het ambtelijk apparaat van de gemeente Castricum – op de griffie en de gemeentesecretaris na - is ondergebracht in de werkorganisatie BUCH zijn de eerste vier indicatoren niet van toepassing.

2024 tov '21 -20 2.171 -1.615 11 8 -48

Pagina 64 van 120

Deel 3 Paragrafen

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Pagina 65 van 120

Deel 3 Paragrafen

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Pagina 66 van 120

Paragraaf A Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond Wij hebben de risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering in kaart gebracht. Door inzicht in de risico's wordt de gemeente in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen, zodat de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige ontwikkelingen in verhouding staan tot de vermogenspositie van de organisatie. Op basis van de geïnventariseerde risico’s is ook het weerstandsvermogen berekend. Daarnaast zijn in deze paragraaf de vijf verplichte BBV (Besluit Verantwoording Begroting) financiële kengetallen opgenomen. Doelstelling is dat de kengetallen en de beoordeling gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht geven aan de raad over de financiële positie van de gemeente. Risicoprofiel Om de risico's van onze gemeente in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. Uit de inventarisatie zijn vanuit de domeinen honderden risico's in beeld gebracht met een mogelijk financieel gevolg, waarbij wij voor deze programmabegroting geselecteerd hebben op het jaar 2019 en verder. In het volgende overzicht worden de 5 risico's gepresenteerd met de meeste invloed op de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Overigens: de bedrijfsvoering risico’s zijn met ingang van 2017 overgegaan naar de werkorganisatie BUCH.

In de begroting 20172021 van de werkorganisatie zijn in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing deze risico’s opgenomen.

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Risico

Gevolgen

Effect Herverdeling Gemeentefonds Jeugd; toename zorgvraag en zwaarte Claim van strandondernemer. Jeugd/Wmo: beleidsaanpassingen, kosten voor de baten uit Niet realiseren taakstelling sociaal domein Tegenvallende Algemene uitkering Wet Datalekken is in werking getreden. Deze wet maakt het mogelijk om aan gemeenten boetes op te leggen als er een datalek optreedt. Wmo: aanzuigende werking abonnementstarief Jeugd/Wmo: gevolgen autonome rijksontwikkeling Doorwerking effect Covid19maatregelen

Financieel

Maatreg Financieel Kans elen gevolg 60% max.€ 3.600.000

Financieel

75% max.€ 1.687.000

11.74%

Financieel - Schadevergoeding

50% max.€ 2.400.000

8.96%

Financieel -

80% max.€ 500.000

3.98%

Financieel -

50% max.€ 1.000.000

3.75%

Financieel -

50% max.€ 1.000.000

3.74%

Financieel - Imago

70% max.€ 820.000

3.04%

Financieel -

80% max.€ 362.860

2.89%

Financieel -

50% max.€ 500.000

2.49%

Financieel -

60% max.€ 500.000

2.39%

Invloed 15.99%

Totaal grote risico's: € 12.369.860 Overige risico's: € 32.200.000 Totaal alle risico's: € 44.569.860 Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie (ook wel Monte Carlo simulatie genoemd) uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (zie hiervoor) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.

Pagina 67 van 120

Figuur 1 toont de resultaten van de risicosimulatie. De horizontale as bevat schattingen van de totale schadelast van alle risico’s, de verticale as geeft weer hoe groot de kans is dat de op de horizontale as vermelde bedragen voorkomen (het gaat hier om percentages).

Uit tabel 2 is af te lezen dat het 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 8.939.520 (benodigde weerstandscapaciteit). TABEL 2 Zekerheidsperc. Bedrag in €

De rode lijn in de grafiek geeft de daadwerkelijke uitkomsten aan van de Monte Carlo simulatie. De blauwe lijn is de trendlijn die de extreme pieken uit de rode lijn haalt. FIGUUR 1

5%

€ 3.991.080

10%

€ 4.490.031

15%

€ 4.847.706

20%

€ 5.151.158

25%

€ 5.422.956

30%

€ 5.669.432

35%

€ 5.911.138

40%

€ 6.139.190

45%

€ 6.364.778

50%

€ 6.586.345

55%

€ 6.813.644

60%

€ 7.042.497

65%

€ 7.279.848

70%

€ 7.525.848

75%

€ 7.799.583

80%

€ 8.109.346

85%

€ 8.477.750

90%

€ 8.939.520

95%

€ 9.649.199

Tevens dient rekening te worden gehouden met de bedrijfsvoering risico’s. De zijn opgenomen in de Begroting 2021 van de werkorganisatie BUCH. Voor Castricum is daarin een benodigde weerstandscapaciteit weergegeven van € 855.000. Daarnaast nemen we deel in nog een aantal andere gemeenschappelijke regelingen. Op basis van deze begrotingen moeten we rekening houden met circa € 28.000. De totale benodigde weerstandscapaciteit komt daarmee op € 9.822.743. Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Pagina 68 van 120

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Castricum bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Het weerstandsvermogen is het vermogen om financiële tegenvallers op te vangen. Voor het weerstandsvermogen zijn de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s van belang. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover wij als gemeente beschikken om niet begrote en voorziene kosten te dekken. Onder risico’s worden verstaan, die risico’s die niet anderszins zijn ondervangen en die ook niet (in die mate) te verwachten waren. Ten aanzien van de weerstandscapaciteit heeft de gemeente Castricum tot haar beschikking: 1. vrije aanwendbare reserves (m.a.w. de algemene reserve) 2. stille reserves 3. onbenutte belastingcapaciteit

**) Onbenutte belastingcapaciteit De omvang van de onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte tussen enerzijds de feitelijke opbrengst uit het totaal van de onroerende zaakbelasting, de rioolheffing en de afvalstoffenheffingen en anderzijds de opbrengst die de gemeente zou moeten realiseren indien zij een beroep zou doen op een aanvullende bijdrage op grond van artikel 12 van de Financiële Verhoudingswet (de zogenaamde art. 12norm).

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit

= € 38.091.000 = 3,88 € 9.822.743

In de Begroting 2021 bestaat de weerstandscapaciteit uit (betreft prognose stand per 1 januari 2021) Ad 1 : stand van de algemene reserve (incl. Grondbedrijf) ad € 34,702 mln (w.v. € 23,322 mln i.v.m. opbrengst Eneco). Ad 2 : stille reserves *) uit hoofde van woningbezit per 1-1-2019 ad € 0,889 mln. Ad 3 : onbenutte belastingcapaciteit **) vooralsnog te stellen op € 2,5 mln.

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Tabel: Weerstandsnorm Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

De totale weerstandscapaciteit bedraagt hiermee € 38.091.000.

C

1.0-1.4

voldoende

*) Stille reserves In de gemeente Castricum is er sprake van diverse woningen die niet bedrijfsgebonden zijn en niet behoren tot het grondbedrijf. De getaxeerde WOZwaarde bedraagt naar het prijspeil van 1 januari 2019 circa € 889.000 (marktwaarde bij vrije oplevering). Herwaardering vindt op dit moment plaats t.b.v. waarde op peildatum 1-1-2020.

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Het ratio van uw organisatie valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekende weerstandsvermogen.

Pagina 69 van 120

Kengetallen Doelstelling van deze kengetallen en bijbehorende beoordeling is om op eenvoudige wijze inzicht geven over de financiële positie van de gemeente. Het gaat om de volgende kengetallen: 1.

2. 3.

4. 5.

Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een gemeente is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een gemeente in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. Grondexploitatie In dit kengetal wordt de waarde van de bouwgrond gerelateerd aan de totale baten. Belastingcapaciteit Deze indicator geeft aan hoe de belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde.

De provincie als financieel toezichthouder heeft zogenaamde signaleringswaarden gedefinieerd. Deze signaleringswaarden moeten worden gezien als een hulpmiddel om het risico per kengetal in te schatten en is hiermee geen norm. De provincie onderscheidt drie categorieën: A: minst risicovol, B: gemiddeld risico en C: meest risicovol.

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

In de onderstaande tabel worden de kengetallen met signaleringswaarden getoond: Signaleringswaarde

A

B

C

netto schuldquote

< 100% 100-130% > 130%

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 100% 100-130% > 130%

solvabiliteitsrisico structurele exploitatieruimte grondexploitatie belastingcapaciteit

> 50%

20-50%

< 20%

> 0%

0%

< 0%

< 20% < 95%

20-35% 95-105%

> 35% > 105%

Hieronder worden de uitkomsten van de verschillende kengetallen gepresenteerd en is de bijbehorende signaleringswaarde weergegeven: KENGETALLEN: netto schuldquote

Rek. 2019 A. Begr. 2020 Begr. 2021 Begr. 2022 Begr. 2023 Begr. 2024 52% A 44% A 66% A 70% A 61% A 53% A

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

47%

A

39%

24%

B

0%

B

6% 103%

A B

solvabiliteitsrisico structurele exploitatieruimte grondexploitatie belastingcapaciteit

A

62%

A

66%

42%

B

-1%

C

8% 102%

A B

A

57%

A

50%

37%

B

-3%

C

8% 105%

A B

A

35%

B

36%

B

38%

B

-1%

C

0%

B

-1%

C

6% 106%

A C

1% 106%

A C

-1% 106%

A C

Onderstaand worden de kengetallen nader toegelicht: De netto schuldquote blijft op een niveau van 50-70%. Op dit moment wordt voldaan aan de norm van de VNG (uitgave Houdbare gemeentefinanciën; < 100% is voldoende en > 130% is onvoldoende).

Pagina 70 van 120

De solvabiliteitsratio was matig, maar m.n. door de opbrengst van de aandelen Eneco is deze gestegen en voldoet aan de VNG norm (uitgave Houdbare gemeentefinanciën; <20% is onvoldoende en >30% is voldoende). De (meerjaren-)Begroting 2021 (-2024) is in het jaar 2023 structureel in evenwicht. In 2022 en 2024 is het licht negatief. Voor de berekening van het kengetal grondexploitatie worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Hoe lager de ratio hoe minder de relevantie van negatieve waarde ontwikkeling bouwgrond in exploitatie voor de begroting en daarmee een lager risico voor de gemeente. Er is geen VNG norm. Belastingcapaciteit is het kengetal van onze gemeentelijke woonlasten (van een meerpersoonshuishouden) ten opzichte van het landelijk gemiddelde (t-1). In de woonlasten worden meegenomen de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de onroerende zaakbelasting. De woonlasten in Castricum liggen boven de gemiddelde woonlasten van Nederland van het voorgaande jaar.

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Pagina 71 van 120

Paragraaf B Lokale heffingen 1. Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid van de gemeentelijke heffingen voor 2021 tot en met 2024.

Belastingen Onroerende zaakbelastingen, precariobelasting, reclamebelasting, forensenbelasting en toeristenbelasting.

Achtereenvolgens komen aan de orde: 1 Inleiding, tarievenbeleid en Besluit Begroting en Verantwoording 2 Hoofdlijnen per belastingsoort 2.1 Afvalstoffenheffing 2.2 Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (BRR) 2.3 Forensenbelasting 2.4 Leges 2.5 Lijkbezorgingsrechten 2.6 Marktgelden 2.7 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) 2.8 Precariobelasting 2.9 Precariobelasting Kabels & Leidingen 2.10 Reclamebelasting 2.11 Rioolheffing 2.12 Toeristenbelasting 3 Kwijtscheldingsbeleid 4 Opbrengstoverzicht 5 Lokale lastendruk

Heffingen en retributies Afvalstoffenheffing, rioolheffing, marktgelden, lijkbezorgingsrechten en leges. 1.1 Tarievenbeleid In de begroting wordt een raming afgegeven van de verwachte opbrengsten aan belastingen en heffingen, berekend op basis van de kadernota 2021. In de Kadernota van 2021 is een inflatiecorrectie van 1,6% opgenomen voor 2021 en 1,5% voor de volgende jaren, exclusief areaaluitbreiding. De opbrengsten staan centraal in de berekening van de tarieven. Uitzonderingen hierop zijn de tarieven waarvoor een maximum rijkstarief geldt en de afvalstoffen- en rioolheffing.

Er wordt onderscheid gemaakt in belastingen waarbij de besteding van de opbrengsten vrij is en heffingen en retributies waarvan de opbrengst gebonden is aan het doel waarvoor deze worden geheven.

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Afvalstoffen- en rioolheffing Het uitgangspunt bij de riool- en afvalstoffenheffing is dat de heffingen kostendekkend zijn/worden ten aanzien van de toegerekende kosten zonder dat de voorziening negatief wordt. Mocht er in een jaar minder uitgegeven zijn dan dat er aan heffingen binnen is gekomen dan wordt het teveel ontvangen bedrag gestort in de egalisatie voorziening afval c.q. riool. Als er meer is uitgegeven dan begroot dan wordt het tekort zoveel mogelijk uit de egalisatievoorziening onttrokken. De egalisatievoorziening mag niet negatief komen te staan.

Pagina 72 van 120

Leges In 2021 worden de resultaten verwacht van het onderzoek naar de mate van kostendekkendheid van de leges en de daarmee samenhangende mogelijkheden voor tarievenaanpassing. Tarieven De tarieven voor de belastingsoorten waarvan op dit moment onvoldoende duidelijkheid bestaat over de omvang van het areaal worden in deze paragraaf niet genoemd. Alle belastingtarieven worden in december 2020 bij het vaststellen van de belastingverordeningen 2021 aan uw raad voorgelegd. Tot slot Tot slot is het van belang te vermelden, dat een bepaald percentage van de opbrengststijging over heffingen en leges in de praktijk kan leiden tot onwerkbare tarieven van centen achter de komma. Op dit punt is er al een staande praktijk van afronding naar beneden op 5 eurocenten, halve euro’s en/of hele euro’s afhankelijk van de belastingsoort. M.u.v. afvalstoffenheffing en rioolheffing, waarbij het tarief wordt afgerond op een bedrag dat deelbaar is door 12. 1.2 Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Met ingang van 2017 moet de overhead op een apart taakveld zichtbaar worden gemaakt. De kostprijs van gemeentelijke producten en diensten bestaat daarom vanaf 2017 uit twee componenten: De aan het betreffende taakveld toegerekende directe lasten verhoogd met indirecte lasten, de overhead. De overhead wordt berekend conform de door uw raad vastgestelde financiële verordening.

Daarmee veranderde de berekeningswijze, niet het resultaat.

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

2 Hoofdlijnen per belastingsoort 2.1 Afvalstoffenheffing Tot de kosten behoren, naast de directe kosten voor het inzamelen en verwerken van de afvalstoffen (vanaf 2020 exclusief de ambtelijke inzet), ook een aandeel in de kosten van straatreiniging en BTW. Straatreiniging wordt in hoofdzaak uitgevoerd in het kader van wegbeheer. Daarbij wordt de openbare ruimte hierdoor aantrekkelijk gehouden en wordt de riolering technisch functioneel gehouden. Het hierbij opruimen en inzamelen van zwerfafval heeft een directe relatie met de kosten voor afvalinzameling omdat dit feitelijk onjuist aangeboden huishoudelijk afval betreft. Uitgaande van de totale kosten voor straatreiniging wordt daarom een deel hiervan toegekend aan het inzamelen van zwerfafval en doorberekend in de afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing kent, buiten de tarieven voor extra containers, een drietal basistarieven, te weten een tarief voor:  eenpersoonshuishouden;  tweepersoonshuishouden;  drie- of meerpersoonshuishouden. Daarnaast is er sprake van een additionele variabele component in de afvalstoffenheffing in de vorm van een tarief per keer dat de container ter lediging wordt aangeboden. Belastingplichtig is de gebruiker van een perceel waar de gemeente een inzamelplicht heeft voor huishoudelijke afvalstoffen.

Kerncijfers In de berekening van de opbrengst in relatie tot de kostendekkendheid wordt uitgegaan van 4.920 1-persoons-, 5.615 2-persoons- en 5.075 meerpersoonshuishoudens. In deze aantallen wordt de komende jaren wel groei verwacht.

Pagina 73 van 120

In 2019 heeft de raad het grondstoffenplan ‘Van Afval naar Grondstof’ vastgesteld. Doelstelling is het bewerkstelligen van een reductie van restafval per inwoner per jaar in 2025. Om dit resultaat te behalen wordt er onder andere een tarief voorgesteld waarvan een gedeelte een variabel karakter heeft. Er is hierbij sprake van een vast basistarief afhankelijk van het aantal personen per huishouden en een tarief per lediging van de container. De aanbiedfrequentie van de container ter lediging is daarmee van invloed op de hoogte van de aanslag afvalstoffenheffing. Kostendekkendheid afvalstoffenheffing

Kosten taakveld Inkomsten taakveld Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente Overige toe te rekenen kosten BTW

2021

3.592.226 -293.178 3.299.048

602.790 584.225

Totale kosten

4.486.063

Opbrengsten heffingen Kwijtschelding Totale netto-opbrengsten

4.315.400 0 4.315.400

Het dekkingspercentage is (nog) geen 100%. In de Kadernota 2020 is voor de jaren 2021 en 2022 een extra verhoging van de opbrengst opgenomen van € 100.000 (bovenop de inflatie). Hiermee zal het dekkingspercentage stijgen richting 100% in 2022. Opbrengsten Rekening houdend met de inflatie, overige kostenstijgingen en een extra opbrengst van € 100.000 in 2021 en 2022 worden de opbrengsten voor 2021tot en met 2024 als volgt geraamd: (x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

Afvalstoffenheffing

4.315

4.482

4.551

4.618

Om de hierboven geraamde opbrengsten te realiseren is een stijging van het tarief van ong. 8,1% nodig op basis van de ‘oude’ systematiek. Op basis van de ‘oude’ systematiek leidt de verhoging tot de volgende totaal-tarieven per aanslagcategorie: (afgerond op hele euro's)

2021

2022

2023

2024

1-persoonshuishouden 2-persoonshuishouden >2-persoonhuishouden

240 268 317

249 278 329

253 282 334

257 286 339

De tarieven op basis van de nieuwe systematiek worden als volgt voorgesteld: Vaste heffing (80%)

Dekkingspercentage

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

96%

1-persoonshuishouden 2-persoonshuishouden >2-persoonhuishouden

2021

€ 192,12 € 214,20 € 253,56

Variabele heffing (20%)

2021

Volume

Tarief per lediging

240 liter 140 liter 60 liter* 30 liter*

€ 9,40 € 5,50 € 1,60 € 0,80

* De laagbouw heeft PMD minicontainers aan huis. Omdat de hoogbouw dit niet heeft wordt bij het tarief per lediging 30 en 60 liter rekening gehouden met een korting per inworp. Pagina 74 van 120

Deze tarieven vermenigvuldig met een aanname van het gemiddeld aantal ledigingen leidt tot een verwacht totaaltarief vergelijkbaar met de ‘oude’ systematiek. 2.2 Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (BRR) Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Er worden twee directe belastingen geheven:  een gebruikersbelasting: van degene die bij het begin van het kalenderjaar een bedrijfsruimte, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;  een eigenarenbelasting: van degene die bij het begin van het belastingjaar van een ruimte het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 2.3 Forensenbelasting Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De forensenbelasting wordt geheven van personen die niet in gemeente wonen, maar hier wel gedurende meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning beschikbaar houden. De heffingsgrondslag voor de forensenbelasting is een vast bedrag per woning. Kerncijfers, waardeontwikkeling en areaal Het areaal voor deze belasting bestaat uit het aantal (tweede) woningen dat voldoet aan de criteria van de forensenbelasting. Opbrengsten Rekening houdend met (invullen) worden de begrote opbrengsten voor 2021 tot en met 2024 als volgt geraamd: (x € 1.000)

Forensenbelasting

2021

2022

2023

2024

22

22

22

22

2.4 Leges Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Leges kunnen worden geheven voor van gemeentewege verleende diensten. De diverse diensten waarvoor leges zijn verschuldigd zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de legesverordening. Kostendekkendheid en transparantie De legestarieventabel is in 2019 geactualiseerd en waar mogelijk geharmoniseerd voor de BUCH-gemeenten. Dit heeft geleid tot een tekstueel uniforme tarieventabel voor de gezamenlijke BUCHgemeenten. In 2021 worden de resultaten verwacht van het onderzoek naar de mate van kostendekkendheid van de leges en de daarmee samenhangende mogelijkheden voor tarievenaanpassing. Voor 2021 wordt er een verhoging van de legestarieven van 1,6% voorgesteld met uitzondering van de door het Rijk gemaximeerde tarieven. 2.5 Lijkbezorgingrechten Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De lijkbezorgingrechten worden geheven voor onder meer het begraven van personen en voor het onderhoud van de begraafplaatsen. De tarieven voor de afzonderlijke belastbare feiten staan opgenomen in de tarieventabel behorende bij de verordening lijkbezorgingrechten.

Het uitgangspunt voor de tarieven van de lijkbezorgingrechten is volledige kostendekking op alle tarieven die betrekking hebben op:  De uitgifte van graven (inclusief grafonderhoud);  Het begraven;  De algemene kosten voor het in stand houden (groenbeheer) van de gemeentelijke begraafplaatsen. Kerncijfers en areaal De kerncijfers voor de lijkbezorgingrechten bestaan hoofdzakelijk uit het aantal meerjarige rechten op graven en dergelijke, het aantal

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Pagina 75 van 120

begravingen en bijzettingen per jaar en het aantal onderhoudsrechten op graven en dergelijke. De beheerskosten van de begraafplaatsen zijn hoger dan de inkomsten. Dit is in overeenstemming met het beleidsplan begraafplaatsen. Kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten

Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. Heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente Overige toe te rekenen kosten BTW

2021

316.848 0 316.848

2022

2023

2024

Lijkbezorgingsrechten

180

190

200

210

2.6 Marktgelden Belastingplichtigen en heffingsgrondslag Voor het innemen van een standplaats op markten wordt marktgeld geheven. De berekening van de hoogte van het marktgeld wordt gedaan naar strekkende meters van de kraam. Kerncijfers en areaal Het heffingsareaal wordt bepaald door het aantal strekkende meters kramen dat op de markt wordt geplaatst. Kostendekkendheid marktgelden

598.008

Opbrengsten heffingen Onttrekking uit voorziening Totale opbrengsten

180.000 0 180.000 30%

Opbrengsten Voorgesteld wordt om het tarief 2021 ten opzichte van 2020 met inflatiecorrectie te verhogen. Hiermee rekening houdend worden de begrote opbrengsten als volgt geraamd:

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

2021

2021

281.160

Totale kosten

Dekkingspercentage

(x € 1.000)

Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. Heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente Overige toe te rekenen kosten BTW

37.300 -5.600 31.700

32.660

Totale kosten

64.360

Opbrengsten heffingen

18.500

Dekkingspercentage

29%

Pagina 76 van 120

Opbrengsten Voorgesteld wordt om het tarief 2021 ten opzichte van 2020 met inflatiecorrectie te verhogen. (x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

Marktgelden

19

19

19

19

Opbrengsten Conform de Kadernota 2021 is een verhoging van de OZBopbrengst met prijsindex (1,6%) meegenomen, exclusief areaaluitbreiding. De tarieven 2021 worden - gelet op de herwaardering per 1 januari aanstaande - in december 2020 in een separaat raadsbesluit vastgesteld.

2.7 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De onroerende zaakbelastingen betreffen drie belastingen;  een belasting voor eigenaren van woningen;  een belasting voor eigenaren van niet-woningen;  een belasting voor gebruikers van niet-woningen. Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De onroerende zaakbelastingen voor het eigendom van woningen en niet-woningen worden geheven van degene die op 1 januari van het belastingjaar in het Kadaster bekend staat als de zakelijk gerechtigde van de onroerende zaak. De onroerende zaakbelasting voor het gebruik van niet-woningen wordt geheven van de degene die op 1 januari van het belastingjaar de gebruiker van de onroerende zaak is. De hoogte van de aanslag is afhankelijk van de waarde in het economisch verkeer van de onroerende zaak. De belasting wordt geheven als percentage van deze waarde. De waarde van de onroerende zaken wordt vastgesteld onder het regime van de Wet WOZ. Kerncijfers, waardeontwikkeling en areaal De kerncijfers voor de bepaling van de te verwachten opbrengst van de onroerende zaakbelastingen betreffen het aantal woningen, het aantal niet-woningen, de totaalwaarde van de woningen, de totaalwaarde van de niet-woningen en het percentage van de leegstand van niet-woningen op 1 januari van het belastingjaar.

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

(x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

Gebruikers niet-woningen Eigenaren niet-woningen Eigenaren woningen

799 1.011 4.895

813 1.029 4.983

826 1.046 5.062

839 1.063 5.143

2.8 Precariobelasting Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De precariobelasting wordt geheven van degenen die voorwerpen hebben die zich op, onder of boven openbare gemeentegrond bevinden. De precariobelasting bestaat uit permanente belastbare feiten (bijvoorbeeld terrassen) en incidentele belastbare feiten (bijvoorbeeld een tijdelijke bouwcontainer). De tarieven voor de afzonderlijke belastbare feiten zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de verordening precariobelasting. In de regel worden de aanslagen voor de permanente belastbare feiten na afloop van het belastingjaar opgelegd. Dit, aangezien pas na afloop van het belastingjaar de omvang van de belastingplicht bekend is. Kerncijfers en areaal Door een volledige inventarisatie is het gegevensbestand voor de precariobelasting geoptimaliseerd. Dit heeft geleid tot een toename van de geraamde opbrengst vanaf 2021. Door periodieke controles in het veld wordt de actualiteit van de bestandsgegevens voor de precariobelasting op peil gehouden.

Pagina 77 van 120

Opbrengsten In 2021-2024 worden de begrote opbrengsten als volgt geraamd: (x € 1.000)

Precariobelasting

2021

2022

2023

2024

27

27

27

27

2.9 Precariobelasting Kabels & Leidingen Precariobelasting ter zake van buizen, kabels, draden of leidingen wordt sinds september 2015 geheven. De jaarlijkse opbrengst bedraagt circa € 1.078.000. De Eerste Kamer heeft op 21 maart 2017 ingestemd met de beperking van de heffingsbevoegdheid voor de precariobelasting. Na 1 januari 2022 mag geen precariobelasting meer worden geheven over netwerken van nutsbedrijven die zich onder, op of boven openbare grond bevinden. Het tarief mag in de tussenliggende periode niet meer hoger worden dan het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016. Het tarief bedraagt voor het hebben van buizen, kabels, draden of leidingen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond per strekkende meter per jaar € 2,25. Opbrengsten Hiermee rekening houdend worden de begrote opbrengsten als volgt geraamd: (x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

Precariobelasting K&L

1.078

0

0

0

2.10 Reclamebelasting In 2012 is op initiatief van de ondernemers een reclamebelasting ingevoerd. Door de invoering van een reclamebelasting worden geen inkomsten voor de gemeente gegenereerd. De belastingopbrengsten van de reclamebelasting (€ 65.000) worden, na aftrek van de perceptiekosten, in de vorm van een subsidie Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

uitgekeerd aan de vereniging of stichting die de activiteiten namens de ondernemers uitvoert (ondernemersfonds). De ondernemers bepalen zelf de activiteiten. De gemeenteraad moet wel instemmen en toetsen op het algemeen belang in de openbare ruimte. 2.11 Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een object van waaruit direct of indirect water wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. De heffingsgrondslag voor de rioolheffing heeft een relatie met het afgevoerde water dat vanuit het object wordt afgevoerd. De tarieven zijn gebaseerd op het vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan Castricum (GRP) 2019-2023. Bij vaststelling van dit GRP is besloten dat de gemeente haar verantwoordelijkheid neemt voor water-op-straat-problemen, klimaatontwikkeling, Kaderrichtlijn Water en aanpak van grondwaterproblemen. Voorgesteld wordt om de tarieven - op basis van afspraken in het huidige Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) - met de inflatieverwachting te verhogen. Gebruikers van panden die geen aansluiting op de riolering hebben worden aangeslagen voor een lager bedrag (25% van de standaardheffing). Deze gebruikers hebben namelijk wel baat bij de hemelwater- en eventuele drainagevoorzieningen in de openbare ruimte.

Als gedurende het boekjaar sprake is van overdekking (meer werkelijke opbrengsten dan werkelijke kosten) wordt het meerdere in de egalisatievoorziening gestort. Daarentegen wordt bij een onderdekking (meer werkelijke kosten dan werkelijke opbrengsten) het verschil aan de egalisatievoorziening onttrokken. Kerncijfers (kosten en opbrengsten) In de berekening van de opbrengst wordt uitgegaan van 17.210 eenheden.

Pagina 78 van 120

Zoals vermeld bij de afvalstoffenheffing wordt de BTW ook doorberekend in de rioolheffing. Kostendekkendheid rioolheffing

Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. Heffingen Netto kosten

2021

2.755.360 0 2.755.360

Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente Overige toe te rekenen kosten BTW Totale kosten Opbrengsten heffingen Kwijtschelding Totale opbrengsten

Tarieven Conform het GRP zijn de tarieven verhoogd met inflatie. Gelet op het bovenstaande dient het tarief licht te stijgen om de hierboven geraamde opbrengsten te realiseren. Het basistarief wordt als volgt voorgesteld: 2021

2022

2023

2024

Rioolheffing

202

205

208

211

2.12 Toeristenbelasting Belastingplichtigen en heffingsgrondslag De toeristenbelasting wordt geheven op het tegen betaling overnachten in de gemeente door personen die geen inwoner van de gemeente zijn. De belasting wordt geheven op degene die gelegenheid tot nachtverblijf biedt. De aanslag toeristenbelasting vindt na afloop van het belastingjaar plaats, op basis van de ingediende aangiften.

388.370 249.970 3.393.700

Kerncijfers en areaal In de uitvoering van de toeristenbelasting wordt periodiek gecontroleerd op de juistheid en volledigheid van de gevoerde verblijfsadministraties door de aanbieders van verblijf. Sinds een aantal jaren is het aanbieden van verblijf via internet aanzienlijk toegenomen.

3.473.700 80.000 3.393.700

Dekkingspercentage

(afgerond op hele euro's)

100%

Opbrengsten Rekening houdend met een gelijkblijvend areaal zoals genoemd bij de kerncijfers en een positief blijvende voorziening worden de opbrengsten voor 2021 tot en met 2024 als volgt geraamd: (x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

Rioolheffing

3.474

3.529

3.587

3.641

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Bij de berekening van de opbrengsten wordt uitgegaan van het gemiddelde aantal overnachtingen van de drie voorgaande afgesloten belastingjaren 2017-2019. De invloed van mogelijke maatregelen naar aanleiding van de coronacrisis zijn op dit moment voor 2021 niet in te schatten. Aan uw raad wordt net als voorgaande jaren een apart besluit voorgelegd om de verordening en daarmee de tarieven toeristenbelasting 2021 vast te stellen.

Pagina 79 van 120

Tarief Voor 2020 zijn (conform de Kadernota 2020) de tarieven toeristenbelasting verhoogd van € 1,60 naar € 1,80 per overnachting. Voorgesteld wordt om de tarieven voor 2021 niet te verhogen en bij de Kadernota 2022 (juni 2021) richting te geven aan een eventuele verhoging voor 2022. Zodat belastingplichtigen ruim de tijd hebben om zich hierop te kunnen voorbereiden. In de verordening is ook een forfaitaire berekeningswijze opgenomen. Opbrengsten Rekening houdend met het bovengenoemde en (invullen) worden de begrote opbrengsten voor 2018 tot en met 2021 als volgt geraamd:

Kwijtschelding wordt zoveel mogelijk automatisch verleend. Dit gebeurt door middel van een automatische koppeling met landelijke inkomens- en vermogensgegevens door het Inlichtingenbureau met belastingplichtigen die hiervoor toestemming hebben gegeven. Kerncijfers Uitgaande van het resultaat voor 2020 en de prognose voor 2021 wordt uitgegaan van zo’n 500 toegekende gehele kwijtscheldingsverzoeken. Dit is 25% meer dan in 2020 in verband met een verwachte toename als gevolg van de coronacrisis.

(x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

Uitgaven Rekening houdend met een gelijkblijvend aantal toekenningen vanaf 2021 zoals genoemd bij de kerncijfers worden de uitgaven voor 2021 tot en met 2024 als volgt geraamd:

Toeristenbelasting

1.140

1.140

1.140

1.140

(x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

Kwijtschelding

168

168

168

168

3 Kwijtscheldingbeleid Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing bestaat de mogelijkheid om een kwijtscheldingsverzoek in te dienen. In Castricum wordt uitgegaan van de meest ruime, zogenaamde 100% norm. Dit houdt in, dat kwijtschelding wordt verleend aan belastingschuldigen die een inkomen hebben dat op of onder 100 procent van de landelijk geldende bijstandsnorm ligt. De kwijtschelding wordt meegenomen in de berekening van de kostendekkendheid van de afvalstoffen- en rioolheffing. Natuurlijke personen die ondernemer zijn kunnen kwijtschelding aanvragen wanneer het inkomen rond bijstandsniveau ligt en er een Bbz-uitkering (Besluit bijstandsverzekering zelfstandigen) wordt ontvangen. Het betreffen de genoemde heffingen en belasting voor het privéadres. De ondernemer en/of zijn/haar partner heeft/hebben inkomsten als zelfstandige(n) en dus niet uit loondienst.

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

4 Opbrengstenoverzicht Overzicht belastingen, heffingen en retributies:

Bedrag (x € 1.000)

Afvalstoffenheffing

€

Forensenbelasting

€

4.315 22

Leges omgevingsvergunningen

€

1.170

Leges burgerzaken

€

502

Grafrechten

€

180

Marktgelden

€

19

Onroerende zaakbelastingen

€

6.705

Precariobelasting

€

27

Precariobelasting K&L

€

1.078

Reclamebelasting

€

65

Rioolheffing

€

3.474

Toeristenbelasting

€

1.140

Pagina 80 van 120

5 Lokale lastendruk De lokale lastendruk (woonlasten) op opbrengstenniveau wordt bepaald door de afvalstoffenheffing, de onroerende zaakbelastingen (OZB) en de rioolheffing. Het uitgangspunt van het college is om de lastendruk voor de inwoners van gemeente Castricum zo beperkt mogelijk te houden.

Prognose woonlastenstijging over de jaren 2021-2024 Hieronder volgt een tabel waarin een prognose wordt gegeven voor de woonlastenstijgingen tot en met 2024. Hierbij is (conform Kadernota 2020) rekening gehouden met een extra verhoging van € 100.000 op de opbrengst afvalstoffenheffing en als uitgangspunt (conform Kadernota 2021) een jaarlijkse inflatie van 1,5% na 2021.

Het college stelt voor om het tarief Afvalstoffenheffing (conform Kadernota 2020) met meer dan de inflatie te verhogen teneinde de kostendekkendheid te verhogen en het tarief rioolheffing te verhogen met inflatie.

(afgerond op hele euro's)

2021

2022

2023

2024

1-persoonshuishouden 2-persoonshuishouden >2-persoonhuishouden

749 777 826

766 795 846

778 807 859

789 819 872

Daarnaast stelt het college voor om de opbrengsten OZB te laten stijgen – zoals in de Kadernota 2021 is opgenomen – met prijsindex (1,6%). OZB Om de gemiddelde woonlastenstijging (of daling ) op OZB te berekenen zijn de volgende uitgangspunten van belang: De waarde van een gemiddelde woning en de tarieven 2020. Totale woonlastenstijging huiseigenaren Omdat alleen op huiseigenaren ook de heffing van OZB van toepassing is wordt de totale woonlastenstijging van huiseigenaren berekend. Uit bovengenoemde uitgangspunten voor de tarieven OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing komen de totale gemiddelde woonlasten huiseigenaren van 1-persoonshuishoudens in 2021 op € 749. In 2020 was dit € 723 (bron Coelo). In 2021 is de stijging van de totale woonlasten voor eigenaren 3,6% ten opzichte van 2020. De totale gemiddelde woonlasten huiseigenaren van 2persoonshuishoudens in 2021 bedraagt € 777 en die van meerpersoonshuishoudens € 826.

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Pagina 81 van 120

Paragraaf C Beheer en onderhoud kapitaalgoederen In onze gemeente maken de inrichting en het beheer van de openbare ruimte met alles wat daarin en daarop ligt, ook wel de kapitaalgoederen genoemd, een belangrijk onderdeel uit van onze taken. Dit legt dan ook een aanzienlijk beslag op de financiële middelen. Deze paragraaf geeft inzicht in het (beleid met betrekking tot het) onderhoud van de kapitaalgoederen van de gemeente.

ruimte voor hemelwater, door vijvers en sloten te verbreden (indien mogelijk in combinatie met natuurvriendelijke oevers) of door aanleg van bijvoorbeeld wadi’s. Verder wordt aandacht besteed aan belangrijke nieuwe beleidsontwikkelingen zoals klimaatadaptatie, de invoering van de omgevingswet en een verkenning naar risico gestuurd beheer.

a. Wegen Het beheer en onderhoud en de reconstructies worden uitgevoerd conform het Wegenbeleidsplan 2013 - 2022. Reconstructies van wegen vinden zoveel mogelijk plaats gelijktijdig met rioolvervanging en verkeersreconstructies. De hoofdwegen, dorpscentra en fietspaden worden onderhouden op kwaliteitsniveau B. De overige wegen worden onderhouden op kwaliteitsniveau C.

Naast het reguliere rioolbeheer zijn we met de andere waterkwaliteit- en kwantiteitbeheerders (regiogemeenten en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier) op zoek naar financiële en technische optimalisatie van het rioolbeheer en daaraan rakende beleidsvelden zoals water. Dit doen we door gemeenschappelijke studies binnen het samenwerkingsverband. Een van de studies is invulling geven aan beleid Ruimtelijke Adaptatie. In 2050 dient onze stedelijke omgeving klimaat robuust en waterbestendig te zijn ingericht.

Het wegenbeleidsplan geeft niet aan dat er sprake is van achterstallig onderhoud waardoor kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties kunnen ontstaan. Om deze reden wordt er in 2021 geen voorziening gevormd op basis van art 44 lid1a BBV. b. Kunstwerken Het beheer en onderhoud van bruggen en kunstwerken wordt uitgevoerd conform het Beleidsplan 69 Kunstwerken. Een nieuw beheer en beleidsplan wordt in 2021 opgeleverd integraal hierin worden de beschoeiingen meegenomen. c. Riolering Het onderhoud en vervanging van de riolering voeren we uit conform het gemeentelijk rioleringsplan 2019-2023. Naast de zorg voor de opvang en afvoer van afvalwater leggen we tevens drainage aan voor afvoer van grondwater en maken we meer Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

d. Water In 2012 is het Regionaal Waterplan Bergen, Castricum en Heiloo vastgesteld. Iedere gemeente heeft daarin zijn eigen uitvoeringsplan. De hoofdthema’s waar het waterplan zich op richt zijn: veiligheid, Kaderrichtlijn Water (KRW), Waterbeheer 21e eeuw (WB21), grondwaterbeheer; herinrichting en uitbreiding stedelijk gebied, recreatie en duurzaamheid en verbetering van de belevingswaarde van water. Het Waterplan vormt een beleidsmatig kader voor diverse onderliggende plannen zoals het Baggerplan (dat in Castricum in 2021 wordt aangeboden) en het Gemeentelijk Rioleringsplan en bevat een pakket aan maatregelen die in goede samenwerking daar waar mogelijk met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier worden uitgevoerd.

Pagina 82 van 120

We inventariseren momenteel de gevolgen van het overdragen van het beheer en onderhoud van ons stedelijk watersysteem naar het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Een belangrijke mijlpaal binnen het uitvoeringsplan van het waterplan is in 2017 gerealiseerd met het overnemen van het beheer en onderhoud van het watersysteem binnen het stedelijk gebied door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. e. Groen en spelen Het Groenbeleidsplan van 2007 en het Bomenbeleidsplan 2015– 2024 vormen de basis van ons groen- en bomenbeleid. In 2020 is de lijst bijzondere bomen geactualiseerd en in 2021 wordt het groen- en bomenbeleid geactualiseerd tot één integraal plan. De begin 2018 door de raad overgenomen aanbevelingen van de Rekenkamercommissie over het groenbeleid van de Castricum èn de begin 2019 door de raad vastgestelde uitgangspunten als beleidskader voor biodiversiteit in parken en bermen worden in dit plan uitgewerkt tot SMART-geformuleerde beleidsdoelen. Hierbij ligt de nadruk op de kwaliteit en het beheer van de diverse soorten groen. Ook is de bijdrage van groen aan het realiseren van een klimaatbestendige gemeente verwerkt. Het speelbeleid wordt uitgevoerd conform het Speelbeleidsplan 2015 – 2025. Dit beleid is geënt op krimp. Op een termijn van twintig jaar vermindert het areaal met ongeveer een kwart.

Inmiddels is het budget opgehoogd, zodat er minder hoeft te worden ingekrompen. f. Accommodaties Met inachtneming van de financiële mogelijkheden zal verantwoord regulier groot onderhoud worden uitgevoerd. De meerjaren-

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

onderhoudsplannen zijn geactualiseerd in 2019. Er wordt ook gekeken naar de juiste afstemming tussen beschikbare budgetten en de noodzaak van het geplande onderhoud. Uitvoering van grootonderhoud aan accommodaties die (mogelijk) worden afgestoten zal indien mogelijk worden uitgesteld. In 2017 heeft de gemeente Castricum een EED audit (Europese Energie-Efficiency Richtlijn) voor maatschappelijke gemeentelijke gebouwen laten uitvoeren. In deze audit is weergegeven wat de energiebesparende maatregelen zijn die genomen kunnen worden. Indien deze in 5 jaar kunnen worden terugverdient dan eist de RUD (Regionale Uitvoeringsdienst) dat deze maatregelen worden uitgevoerd. Dit is verwerkt in de meerjaren-onderhoudsplannen. De gebouwen van de gemeente Castricum, zijn in de afgelopen jaren al voorzien van energiebesparende maatregelen. De kosten voor deze punten zijn betaald uit de lopende budgetten voor onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen. De schoolgebouwen vallen direct onder beheer en onderhoud van de diverse schoolbesturen (is verder opgenomen in de paragraaf 1B Samenleven / onderwijshuisvesting). g. Openbare verlichting In 2019 is een beleidsplan openbare verlichting opgesteld voor de gemeenten Castricum en Heiloo. Binnen dit beleidsplan gaan wij vanuit efficiency oogpunt uit van een gemeenschappelijke basis. Uiteraard biedt het plan ook ruimte voor lokale visie en ambities.

Het beleidsplan is in 2019 vastgesteld. Samen met het beleidsplan openbare verlichting is een nieuw beheerplan voor de komende planperiode (2019-2023) opgesteld. Binnen dit beheerplan is aan de hand van de areaalgegevens (kwantiteit en kwaliteit) een inschatting gemaakt van de onderhoudsbehoefte voor de komende planperiode.

Pagina 83 van 120

Overzicht beheer en beleidsplannen

Categorie*

Beleidskaders

Wegen (incl. kunstwerken en verlichting)

Wegenbeleidsplan 2013 - 2022 Beleidsplan 69 Kunstwerken 2014 2023 Beleidsplan openbare verlichting 2020 - 2029

Riolering

Groen en bomen

Gebouwen (excl. onderwijs)

GRP 2019 - 2023

Groenbeleidsplan 2007 en Bomenbeleidsplan 2015 - 2024 en Beleidsplan Beschoeiingen 2015 2020 Speelruimtebeleidsplan 2015 - 2025

Ja conform NEN 2767

Beheers- en Financiële Ramingen t.l.v. Gewenst onderhoudsplannen / consequenties exploitatie / kwaliteitsniveau Looptijd plannen conform plannen voorzieningen**

Ramingen volledig en reëel in begroting?**

Is sprake van achterstallig onderhoud (AOH)?***

Zo ja, zijn er toereikende voorzieningen/reserves voor AOH?***

basis (B - C niveau)

2013-2022

ja

exploitatie

ja

nee

n.v.t.

basis (C-niveau)

2014-2023

ja

exploitatie

ja

nee

n.v.t.

basis (C-niveau)

2020-2029

ja

exploitatie

ja

nee

n.v.t.

volledig ingevulde verbrede zorgplicht

2019-2023

ja

exploitatie en voorziening

ja

nee

n.v.t.

basis (C-niveau)

2015-2024

ja

exploitatie

ja

nee

n.v.t.

basis (C-niveau)

2015 - 2025

ja

exploitatie

ja

nee

n.v.t.

Onderhoudsniveau 3 (redelijke conditie)

Meerjarenplanning, 2 jaarlijks actualisatie

ja

t.l.v. Exploitatiebudget en voorziening

ja

nee

n.v.t.

* De genoemde categorieën zijn de kapitaalgoederen welke conform artikel 12 lid 1 van de Besluit begroting en verantwoording (BBV) minimaal dienen te worden opgenomen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. De gemeente kan naar haar eigen inzicht / wens een verdere onderverdeling maken naar meerdere categorieën. ** Indien de ramingen in de exploitatie conform plannen zijn en volledig en reëel zijn opgenomen in de begroting, is het voldoende om onder het algemene deel van de paragraaf dit in één zin te vermelden. Deze twee kolommen kunnen dan achterwege blijven. *** Wanneer sprake is van achterstallig onderhoud, dient dit in de paragraaf vermeld te worden (inclusief in hoeverre er toereikende voorzieningen / reserves aanwezig zijn om deze achterstand weg te werken). Als er geen achterstallig onderhoud is, kunnen de laatste twee kolommen ook achterwege blijven.

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

Pagina 84 van 120

Paragraaf D Financiering Inleiding In deze paragraaf staat de gemeentelijke financieringsfunctie centraal en de beheersing van bijbehorende risico’s. De gemeentelijke treasuryfunctie voert financiële taken uit binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (fido) en het treasurystatuut. Allereerst wordt in deze paragraaf ingegaan op de toekomstige financieringsbehoefte en de bijbehorende renteverwachting aan bod. Hierbij wordt ingegaan op de balansprognose en het verwachte EMU-saldo. Ten slotte worden de verschillende risico’s en de beheersing hiervan behandeld. Financiering a. Marktontwikkelingen en rentevisie Voor de tarieven op de geldmarkt (leningen korter dan een jaar) wordt veelal gekeken naar het rentetarief dat banken elkaar onderling berekenen (de Euribor) en voor de kapitaalmarkt (leningen langer dan een jaar) naar de rente op staatsleningen. Over het algemeen geldt dat de rente hoger wordt bij een langere looptijd van de lening. Ook in het jaar 2020 bewegen de rentestanden voor kort en lang geld zich - in historisch perspectief - op (zeer) lage niveaus. De rentevisie van de gemeente is gebaseerd op de rentevisie van de Bank Nederlandse Gemeenten: “de ECB blijft in de komende twaalf maanden een ruim monetair beleid voeren. De lanfw rentetarieven blijven op een zeer laag niveau.” (d.d. 15 juni 2020).

Begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024

b. Renteschema De aanbeveling van de BBV is om via het zogenaamde renteschema het renteresultaat op het taakveld treasury inzichtelijk te maken. Dit levert het onderstaande schema op:

Pagina 85 van 120

Renteschema conform Notitie Rente 2017 (d.d. juli 2016) (bedragen x € 1.000) a

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

b

De externe rentebaten (idem)

2021 1.638 -/-

Saldo rentelasten en rentebaten c1

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

c2

-/- 145

1.481

Het exploitatiesaldo (excl. afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen) voor mutaties in de reserve is – m.u.v. 2021 positief. Het investeringsvolume de komende jaren is door de voornemens (met name op het gebied van riolering, onderwijs en verkeer) is de eerste jaren relatief hoog. Het grondbedrijf laat de komende jaren een positieve kasstroom zien. De geprognosticeerde financieringsbehoefte in 2021 en verder is:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9647341/3