Bestuurlijke handelingsperspectieven definitief
Tekst van het document
Bestuurlijke handelingsperspectieven voor voorzitters veiligheidsregio en burgemeesters
Opdrachtgever: Opdrachtnemer: Datum: Status: Auteurs:
Veiligheidsberaad LOT-C 4 maart 2021 Definitief Marije Bakker (IFV) Erie Braakhekke (LOT-C) Menno van Duin (IFV) Hans Hazebroek (IFV) Marco Zannoni (COT) Astrid Zevenbergen (COT)
Inhoud 1 Inleiding .................................................................................................................................... 2 1.1 Opdracht ........................................................................................................................................ 2 1.2 Doelgroep ...................................................................................................................................... 3 1.3 Doel ............................................................................................................................................... 3 1.4 Gevolgde aanpak ........................................................................................................................... 3 1.5 Tips voor gebruik ........................................................................................................................... 4 2 Toelichting per thema ................................................................................................................ 5 2.1 Vaccineren ..................................................................................................................................... 5 2.2 Bestuurlijke verhoudingen en verantwoordelijkheden.................................................................
5 2.3 Eenduidige afschalingsstrategie .................................................................................................... 6 2.4 Overbelasting in de zorg en andere (vitale) sectoren ................................................................... 6 2.5 Sociale ongelijkheid ....................................................................................................................... 6 2.6 Maatschappelijk ongenoegen ....................................................................................................... 7 3 Terugkerende uitdagingen en overkoepelende observaties ........................................................ 8 3.1 Eenheid in verscheidenheid: druk van vele kanten bedreigt de samenwerking en eenheid van de overheid.......................................................................................................................................... 8 3.2 Wat als het toch nog erger wordt of een nieuwe crisis ontstaat? ................................................ 8 3.3 Vaccinaties en een verdeelde samenleving .................................................................................. 9 3.4 De crisis is nog niet over: voorlopig lokaal simultaanschaken ...................................................... 9 3.5 Lokale verbreding gewenst: scenario’s maar ook ‘zicht op de pijn’............................................
10 3.6 Rijk en regio’s/gemeenten: een gezamenlijke koers en verantwoordelijkheid .......................... 10 3.7 Tot slot ......................................................................................................................................... 11 4 Bestuurlijke handelingsperspectieven ...................................................................................... 12 4.1 Handreiking aan alle burgemeesters........................................................................................... 12 4.2 Handreiking aan de voorzitters veiligheidsregio en het Veiligheidsberaad ................................ 15
Bijlage 1 Deelnemersoverzicht .................................................................................................... 17 Bijlage 2 Resultaten themasessies ............................................................................................... 18
1
1 Inleiding 1.1 Opdracht Met de start van het vaccinatieprogramma is ook in Nederland een nieuwe fase aangebroken in de bestrijding van het coronavirus. Tegelijk is er een nieuwe zorg ontstaan over de impact van de mutanten (de ‘Engelse, Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse varianten’) van het coronavirus en wordt de zorg over de sociaal-maatschappelijke en economische effecten van de corona-maatregelen steeds groter. Ondertussen is duidelijk dat zich tegelijkertijd drie verschillende crises voltrekken. Naast de gezondheidscrisis is er sprake van een economische crisis en een sociaal-maatschappelijke crisis. Het is daarom zaak ook vanuit het perspectief van voorzitters veiligheidsregio’s en burgemeesters alvast na te denken over de korte en middellange termijn. In het Veiligheidsberaad is op meerdere momenten aandacht gevraagd voor het ontwikkelen van bestuurlijke handelingsperspectieven. Deze bestuurlijke handelingsperspectieven zijn nodig om ook in deze nieuwe fase op het decentrale bestuurlijke niveau invulling te kunnen geven aan de bestrijding van de crisis. Hier ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid van voorzitters veiligheidsregio en burgemeesters. Voorzitters veiligheidsregio en burgemeesters maken als bestuurders van de decentrale crisisbeheersing deel uit van een veel grotere crisisorganisatie waar ook het Rijk en diverse functionele ketens deel van uitmaken.
Voorzitters veiligheidsregio en burgemeesters hebben een eigen verantwoordelijkheid en een eigen positie die om eigen (afgestemde) bestuurlijke handelingsperspectieven vragen. Dit geldt eens te meer in een periode waarin de centrale crisisbeheersing wordt aangestuurd door een demissionair kabinet en er verkiezingen voor van de Tweede Kamer en een formatie gaan plaatsvinden. Rollen burgemeester De rol van een burgemeester is meerledig. Hij of zij:
Is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid binnen de eigen gemeente. Moet zorgdragen voor het in stand houden en bevorderen van een regionaal/ lokaal netwerk dat als taak heeft om de effecten van het coronavirus te minimaliseren. Moet fungeren als lokaal boegbeeld van ‘de overheid’. Is voorzitter van het college van B&W dat zich mede richt op het uitvoeren van landelijke regelingen en het maken van beleid om de effecten te beperken. Vervult een rol als burgervader dan wel burgermoeder van en voor de samenleving.
In opdracht van het Veiligheidsberaad zijn aan de hand van reeds aanwezige informatie, een literatuurstudie en gesprekken met bestuurders en stakeholders bestuurlijke handelingsperspectieven ontwikkeld voor voorzitters veiligheidsregio en burgemeesters. Deze bestuurlijke handelingsperspectieven bieden richting bij het maken van keuzes en concrete ondersteuning bij het te voeren beleid voor de komende maanden. Als resultaat van het onderzoek worden bestuurlijke handelingsperspectieven opgeleverd voor bestuurders. Er is een aantal thema’s bepaald in reeds ontwikkelde scenario’s, waarop bestuurlijke 2
handelingsperspectieven voor de korte en middellange termijn ontwikkeld kunnen worden. Vanzelfsprekend is afstemming met bestaande initiatieven op Rijksniveau (DGSC-19) cruciaal. Daarnaast is het van belang aan te sluiten bij en voort te borduren op initiatieven van het LOT-C, de VNG en veiligheidsregio’s. Zo wordt dubbeling voorkomen en kan complementariteit worden gezocht. Verder is ook met GGD GHOR Nederland afgestemd daar waar betreffende thema’s en bestuurlijke handelingsperspectieven eveneens (mede) gericht zijn op het zorgveld. Daarmee wordt de verbinding tussen de domeinen van veiligheid en zorg geborgd. De door de opdrachtgever aangereikte thema’s die in deze opdracht zijn uitgewerkt, betreffen:
Vaccineren Bestuurlijke verhoudingen en verantwoordelijkheden Eenduidige afschalingsstrategie Overbelasting in de zorg en andere (vitale) sectoren Sociale ongelijkheid1 Maatschappelijk ongenoegen.2
1.2 Doelgroep De doelgroep voor de bestuurlijke handelingsperspectieven zijn alle 352 burgemeesters, van wie 25 tevens een rol hebben als voorzitter van een veiligheidsregio. 1.3 Doel Het doel van de opdracht is: Het ontwikkelen van bestuurlijke handelingsperspectieven, voor voorzitters veiligheidsregio en burgemeesters vanuit decentraal perspectief, rekening houdend met onzeker verloop van het vaccinatieproces en het ontstaan van nieuwe mutanten, in nauwe afstemming met het LOT-C, de GGD GHOR Nederland, DGSC-19 en (de (impactanalyses van) de VNG. Het advies bevat concrete bestuurlijke handelingsperspectieven die als leidraad gebruikt kunnen worden in bijvoorbeeld regionale beleidsteams, andere vormen van (regionaal) bestuurlijk overleg of Colleges van B&W. 1.4 Gevolgde aanpak Het Veiligheidsberaad is opdrachtgever van de opdracht die is verstrekt tijdens het overleg op 18 januari 2021. Opdrachtnemer is het LOT-C. Het LOT-C werkt nauw samen met het lectoraat Crisisbeheersing van het IFV: in de projectstructuur werkzaam als onderaannemer, in de samenwerking als gelijkwaardige partner. De Operationeel Leider van het LOT-C, Erie Braakhekke, is namens het LOT-C opgetreden als opdrachtgever en contactpersoon. In de ontwikkeling is samengewerkt met het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement.
1
In de oorspronkelijke opdracht vanuit het Veiligheidsberaad werd de term tweedeling gebruikt; in dit advies wordt ‘sociale ongelijkheid’ aangehouden. 2 In de oorspronkelijke opdracht vanuit het Veiligheidsberaad werd de term polarisatie gebruikt; in dit advies wordt ‘maatschappelijk ongenoegen’ aangehouden.
3
Uitgangspunt bij de uitvoering van deze opdracht is het mobiliseren van kennis vanuit het LOT-C en het lectoraat Crisisbeheersing die aangevuld, verrijkt en uiteindelijk getoetst is door middel van afstemming met het COT, stakeholders (VNG, Nationale Politie, GGD GHOR Nederland), veiligheidsregio’s, DGSC-19 en bestuurders. De volgende stappen zijn doorlopen bij het opstellen van de bestuurlijke handelingsperspectieven: 1. Ruwe bestuurlijke handelingsperspectieven voor de omschreven thema’s zijn opgesteld op basis van eigen expertise vanuit het LOT-C, het lectoraat Crisisbeheersing van het IFV en het COT. o Resultaat: eerste ruwe versie bestuurlijke handelingsperspectieven. 2. Bestuurlijke handelingsperspectieven zijn opgehaald en doorgesproken met stakeholders en deskundigen (van onder andere DGSC-19, veiligheidsregio’s, GGD GHOR Nederland, Nationale Politie en VNG). Dit betreft digitale multidisciplinaire groepsgesprekken waarbij bewust vanuit meerdere perspectieven en organisaties naar de in de opdracht geformuleerde thema’s is gekeken. Het COT heeft actief input ingebracht via verscheidene reflectiesessies met Regionale Beleidsteams en Algemeen Besturen van veiligheidsregio’s. o Resultaat: door stakeholders en onderzoekers onderschreven concept van bestuurlijke handelingsperspectieven. 3.
Bestuurlijke handelingsperspectieven zijn getoetst bij en aangevuld vanuit scenariodenkers van veiligheidsregio’s via de sectie Scenarioanalyse & Handelingsperspectieven van het LOT-C. 4. De bestuurlijke handelingsperspectieven zijn digitaal voorgelegd aan en getoetst bij een groep burgemeesters. Hierbij is nagegaan in hoeverre de ontwikkelde bestuurlijke handelingsperspectieven herkend worden. 5. Opstellen van de eindrapportage. Voor dit project is er vanuit het Veiligheidsberaad een bestuurlijke begeleidingscommissie samengesteld, bestaande uit de heren Bruls, Weterings en Lenferink, die zowel op proces als inhoud de ontwikkeling van de bestuurlijke handelingsperspectieven hebben gemonitord. 1.5 Tips voor gebruik Gebruik deze rapportage als basis om bestuurlijk vooruit te kijken in de beheersing van de gezondheids-, economische- en sociaal-maatschappelijke crises door de benoemde ontwikkelingen, dilemma’s en bestuurlijke handelingsperspectieven ter discussie te stellen en de sturingsmogelijkheden van burgemeesters te bespreken. Hiervoor is ter facilitering ook een voorstel voor een dialoog agenda opgesteld.
4
2 Toelichting per thema De opdrachtgever heeft een zestal thema’s aangereikt voor de ontwikkeling van bestuurlijke handelingsperspectieven voor de korte en middellange termijn. In dit hoofdstuk volgt een toelichting per thema, waarbij aandacht zal zijn voor met name recente ontwikkelingen en de dilemma’s die spelen binnen het betreffende thema.
2.1 Vaccineren Het grootschalig vaccineren wordt gezien als een belangrijke stip aan de horizon om uit de coronacrisis te komen. De huidige ontwikkelingen laten echter diverse knelpunten zien in het vaccinatieproces: het gevoel bestaat dat het (te) traag gaat, de vaccinatiestrategie is aan verandering onderhevig en er worden te weinig vaccins geleverd of moeten nog goedgekeurd worden. Ook is de kans aanwezig dat er nieuwe mutanten van het virus ontstaan die resistent zijn tegen het vaccin. Vaccineren als strategie biedt dus geen 100% garantie op een bevrijding van het virus en het tijdspad is onzeker. Mogelijk gaat het coronavirus nooit meer weg. Door de toenemende vaccinatiegraad ontstaat er een hybride samenleving met gevaccineerden en niet-gevaccineerden. Dilemma’s die kunnen gaan spelen, liggen met name in de spanning die kan ontstaan tussen enerzijds de roep om versoepeling voor en door gevaccineerden en anderzijds het naleven van de coronamaatregelen. Moeten er meer vrijheden komen voor gevaccineerden, terwijl individuele burgers geen invloed kunnen uitoefenen op het moment wanneer zij gevaccineerd worden? Is het wenselijk dat een vaccinatiebewijs (of paspoort) wordt ingevoerd? Steeds meer mensen zien het vaccinatiebewijs als kans om sectoren open te stellen.
Wordt het vaccineren gezien als middel om de druk op de zorg te verminderen of om de maatschappij verruiming te bieden? Door inhoudsdeskundigen wordt sterk ontraden om vaccineren te koppelen aan rechten of een verplichting en ‘te dreigen’ dat zaken niet mogen voor niet-gevaccineerden. Anti-vaccin-groepen beroepen zich op hun grondrechten en willen alle vrijheid behouden.
2.2 Bestuurlijke verhoudingen en verantwoordelijkheden Op dit moment wordt het coronabeleid met name bepaald op Rijksniveau, en hebben de burgemeesters inspraak via het Veiligheidsberaad. De verwachting is dat als de besmettingscijfers omlaag gaan en versoepelingen mogelijk zijn, er meer ruimte zal ontstaan voor gemeenten om lokaal ‘beargumenteerd’ af te wijken (en/of zelf de regels ruimer te interpreteren dan de bedoeling is). Tegelijkertijd hebben wij gezien dat ook na 1 december - met de komst van de nieuwe wet – de rol van de veiligheidsregio’s en hun voorzitters nauwelijks veranderd is. Dit afwijken zal – net als tijdens de eerste golf – tot (hevige) discussies leiden. Aanliggende regio’s kunnen verschillen in wat wel en niet mogelijk is, zo kan het zijn dat in de ene regio bijvoorbeeld wel een groot bruiloftsfeest gehouden mag worden en in de andere regio niet. Tegelijk is er in de praktijk ook waardering en begrip voor lokaal maatwerk op basis van objectieve verschillen in omstandigheden. Er is bijvoorbeeld rond jongeren al lokaal gezocht naar mogelijkheden binnen de geldende maatregelen voor maatwerk. Hoeveel accentverschillen tussen gemeenten/regio’s zijn acceptabel? Naast verschillen tussen gemeenten binnen Nederland, zijn er ook verschillen in regels tussen grensgemeenten in Nederland en Duitsland of België.
Hoe ga je als gemeente bijvoorbeeld om met bezoek vanuit de grensstreek? Dit heeft ook effect op het organiseren van evenementen.
5
Tevens is zichtbaar dat er verschillen van inzicht ontstaan tussen burgemeesters en andere gezagdragers, wat leidt tot onduidelijkheid en een diffuus beeld van het openbaar bestuur.
2.3 Eenduidige afschalingsstrategie Nederland heeft op dit moment nog geen duidelijke afschalingsstrategie. Er liggen geen concrete plannen, maar het kabinet overweegt - conform de routekaart - bij het versoepelen van de lockdown meerdere sectoren tegelijk heel beperkt te heropenen in plaats van per sector te versoepelen, zoals gebeurde na de eerste lockdown. Volgens het kabinet zou de nieuwe strategie ertoe moeten leiden dat meer bedrijfssectoren tegelijk kunnen profiteren als versoepelingen mogelijk zijn. De druk om af te schalen zal toenemen naarmate het vaccineren verder op stoom komt, al kunnen nieuwe ontwikkelingen ervoor zorgen dat afschaling toch nog niet mogelijk is. Mocht er ruimte zijn voor versoepelingen, dan zal het dilemma gaan spelen of er gekozen moet worden voor landelijke eenduidigheid, voor regionale differentiatie of misschien zelfs wel voor lokale differentiatie.
2.4 Overbelasting in de zorg en andere (vitale) sectoren Niet alleen mensen werkzaam in de zorgsector, maar ook personen die werken in andere sectoren, worden al maanden zwaar belast door onder andere de langdurige piek in besmettingen en ziekenhuisopnames. Veel verlof wordt uitgesteld en het ziekteverzuim van (zorg)personeel loopt verder op. Ook is er een stuwmeer van patiënten die vanwege de coronacrisis niet zijn behandeld. De werkdruk in de zorg zal hoog blijven door de inhaalslag die gemaakt zal moeten worden als de coronacrisis op haar retour is. Daarnaast kunnen er nog dingen gebeuren die niet in te calculeren zijn (bijvoorbeeld een extra griepgolf of extreme hitte). Zolang de acute zorg de situatie aankan, zal het effect op gemeenten beperkt zijn. Mocht de zorg de situatie echter niet meer de baas zijn, dan zullen er wel duidelijke gevolgen zijn voor gemeenten. De gemeente staat sowieso aan de lat als het gaat om thuiszorg, WMO en jeugdzorg. Mocht de acute zorg echt overbelast raken, dan zijn er in eerste instantie besluiten op Rijksniveau nodig om verstopping in de zorg op te lossen (bijvoorbeeld door het afschalen van de reguliere zorg). Wel is een belangrijke rol weggelegd voor burgemeesters om begrip voor de situatie te kweken bij burgers en steun voor de zorg (bestuurders en medewerkers).
2.5 Sociale ongelijkheid Het is bij de coronacrisis niet anders dan bij andere crises: de zwakste groepen worden gemiddeld hard geraakt. Er is in Nederland sociale ongelijkheid en die wordt door de coronacrisis alleen maar versterkt. Er is een groei zichtbaar van problemen zoals armoede, onderwijsachterstanden, werkloosheid en criminaliteit. Door de coronacrisis kan een tweedeling ontstaan in de maatschappij tussen mensen die de crisis goed hebben doorstaan en mensen die schade hebben opgelopen (bijvoorbeeld financieel of met betrekking tot hun fysieke of mentale gezondheid). Het is belangrijk dat er naar de samenleving als geheel wordt gekeken in relatie tot de corona-aanpak.
6
2.6 Maatschappelijk ongenoegen De groep mensen die kritisch is over de aanpak van de coronacrisis groeit. De steun voor de coronaaanpak daalde sinds januari van 75 naar 62 procent.3 Mensen die het niet eens zijn met het coronabeleid verenigen zich op sociale media en bij multi-issue demonstraties4. Kritiek op het beleid raakt vermengd met complottheorieën en desinformatie, wat ertoe kan leiden dat mensen radicaliseren. Nog steviger maatregelen kunnen uiteraard leiden tot een nog groter ongenoegen. Daarnaast kunnen de Tweede Kamerverkiezingen in maart ook allerlei reacties uitlokken onder mensen die zich niet gehoord voelen of andere wensen hebben. Om ongeregeldheden en onrust te voorkomen, is het belangrijk om zicht te hebben op de maatschappelijke spanningen die er spelen.
3
Zie https://nos.nl/artikel/2371130-onderzoek-merendeel-nederlanders-vindt-dat-terrassen-openkunnen.html 4 In één demonstratie komen allerlei meningen en groeperingen samen, ieder met een eigen boodschap, opvatting en attitude.
7
3 Terugkerende uitdagingen en overkoepelende observaties In hoofdstuk 2 zijn verscheidene ontwikkelingen en dilemma’s binnen de aangeleverde thema’s verkend. Door de thema’s heen zijn duidelijke rode draden te ontdekken; deze worden hieronder uitgewerkt. 3.1 Eenheid in verscheidenheid: druk van vele kanten bedreigt de samenwerking en eenheid van de overheid De omvattendheid van deze coronacrisis is ongekend. Iedere dag zijn er nieuwe ontwikkelingen die vragen om overdenking; mensen dreigen buiten de boot te vallen en de roep klinkt om uitzonderingen te maken en om een beleid gericht op maatwerk. De periode van versoepeling – die naar verwachting meerdere maanden duurt – zal gepaard gaan met een toenemende druk op bestuurders en bijbehorende discussie. De voortgang van het vaccineren zal hierin een prominente rol spelen. De gewenste pluriformiteit legt gemakkelijk druk op de eveneens gewenste eenheid van beleid. Als de komende periode iets belangrijk zal zijn, is het wel een overheid die zoveel als mogelijk met één mond spreekt, óók als er grote verschillen van inzicht zijn. Juist in verkiezingstijd worden immers de verschillen in inzicht uitvergroot en zullen ook de coronacrisis en de aanpak daarvan een belangrijk thema zijn.
Het succes van de aanpak van de coronacrisis de komende maanden zal meer worden bepaald door de houding van de belangrijkste spelers en hun bereidheid om over verschillen heen te stappen dan door de precieze inhoudelijke aanpak. Die houding zou mede tot uiting moeten komen in een bereidheid tot samenwerking, het benadrukken van overeenkomsten in plaats van verschillen, het uitstralen van eenheid als overheid en het hebben van vertrouwen in de (gezamenlijke) aanpak. De geloofwaardigheid van de belangrijkste spelers en daarmee van de gezamenlijke corona-aanpak worden vooral hierdoor bepaald. Hierbij past reflectie op de wijze van organiseren en afstemmen met onder andere partners in de zorg, het onderwijs en in het bedrijfsleven. Onzekerheden blijven terwijl verwachtingen toenemen. De volgende zaken spelen een rol:
Voor (veel) burgers bestaat er maar één overheid. Verschillen in aanpak en ‘tone of voice’ binnen de overheden leiden gemakkelijk tot verwarring. Eenduidige overheidscommunicatie draagt bij aan vertrouwen. De komende tijd is de samenwerking aan een eenduidig en duidelijk proces minstens zo belangrijk als de inhoudelijke lijn.
3.2 Wat als het toch nog erger wordt of een nieuwe crisis ontstaat? Hoewel wij uitgaan van een zekere mate van beheersbaarheid, moet ook de vraag gesteld worden: ‘Wat te doen als het toch nog erger wordt?’ Voor het kabinet is deze vraag bijna synoniem aan ‘het zwarte scenario’. Als wij iets weten van scenario’s dan is het wel dat het altijd slechter kan dan het slechtste scenario, maar óók dat daarmee in werkelijkheid nooit alles opeens erger en slechter wordt. De samenleving is niet meteen massaal op drift; maatschappelijke ontwrichting is geen vanzelfsprekend pad en de beschaving is niet opeens verdwenen. Toch is het denkbaar dat zich een ontwikkeling of een serie ontwikkelingen voordoet waardoor wij in plaats van kleine stapjes vooruit (zoals in de huidige situatie), opeens weer een grote stap achteruit gaan. Denk hierbij aan een vaccinatie die te weinig bescherming biedt tegen mutaties of een nieuwe variant die langer
8
onzichtbaar blijft en opeens toeslaat op verschillende plaatsen. Het kan zinvol zijn dergelijke scenario’s verder uit te werken. Naast de dreiging van een negatieve ontwikkeling van de huidige gezondheidscrisis kan overigens ook gedacht worden aan een nieuwe crisis. Dat kan een heel ander scenario betreffen (natuurgeweld, een infrastructurele verstoring of een cyberaanval), maar ook een nieuwe gezondheidscrisis. Het meest bedreigende effect van een eventuele nieuwe crisis of uitvergroting van de bestaande gezondheidscrisis is een forse maatschappelijke ontwrichting. In dat geval zal het vertrouwen van de bevolking in de overheid en de autoriteiten onder druk komen te staan. Een veerkrachtige reactie van bestuur, organisaties en de samenleving zelf is dan nodig om deze bedreiging het hoofd te bieden. Als de situatie nog verder verslechtert, is het des te belangrijker oog te hebben voor de maatschappelijke reactie op het overheidshandelen. Komt er dan een fundamenteel andere strategie en accepteren we meer corona-slachtoffers? In zo’n situatie zal zeker de druk op schaarse voorzieningen toenemen, hetgeen kan leiden tot een toename van maatschappelijke onrust; ook kunnen continuïteitsproblemen dan meer gaan spelen. Zijn wij in staat de vitale voorzieningen (inclusief hulpdiensten en politie) in de lucht te houden?
Een nieuwe crisis of een uitvergroting van de bestaande crisis zal zeker invloed hebben op het vertrouwen van burgers in de overheid.
3.3 Vaccinaties en een verdeelde samenleving Eén van de taaiste problemen die wij inmiddels op ons af zien komen betreft het feit dat een deel van de samenleving gevaccineerd is, maar een aanzienlijk deel nog niet, of überhaupt niet. In het algemeen is men het er over eens (en zeker in de politiek is daar een ruime meerderheid voor) dat mensen niet verplicht kunnen worden om zich te laten inenten. De vraag is echter of de vaccinatie privileges kan of mag geven en in welke mate de (lokale) overheid hier invloed op zou kunnen of moeten uitoefenen. Hoe gaan we in Nederland om met al dit soort vragen? Internationale ontwikkelingen en standpunten zijn hierop van grote invloed. De volgende zaken spelen een rol:
De bestuurlijke uitgangspunten moeten bepaald worden: moet/mag vaccineren gestimuleerd worden door indirect te belonen (bijvoorbeeld vaccinatie geeft toegang tot culturele activiteiten)? Mag vaccinatie een doorslaggevende rol spelen daar waar zwaar getroffen sectoren enigszins kunnen herstellen? Hoe kan bescherming geboden worden aan hen die zich (principieel) niet willen vaccineren?
3.4 De crisis is nog niet over: voorlopig lokaal simultaan schaken De eerste weken van 2021 hebben vooral laten zien dat de crisis zeker nog niet voorbij is (er zijn nieuwe varianten van het virus; leveringsproblemen van de vaccins; rellen in de grote steden; datalekken; ijspret en lente uitspattingen). Het lijkt alsof zich iedere week weer een nieuwe onverwachte verstoring kan voordoen. Daarnaast is duidelijk dat zich tegelijkertijd verschillende crises voltrekken die aandacht behoeven. Naast de gezondheidscrisis is er sprake van een economische crisis en een sociaal-maatschappelijke crisis. Juist de gemeenten en het lokale bestuur zijn bij die economische en sociaal-maatschappelijk crises (en bij nieuwe verstoringen) aan zet. Nationale beleidskeuzes en het vrijmaken van middelen zijn belangrijk en vergen een goede lokale aansluiting om er uitvoering aan te kunnen geven en op aan te sluiten.
9
Ook de komende weken zullen wij nog met verrassende wendingen worden geconfronteerd. De verschillende crises kennen een verschillende tijdshorizon.
3.5 Lokale verbreding gewenst: scenario’s maar ook ‘zicht op de pijn’ De komende periode zal – als de gezondheidscrisis meer en meer bedwongen wordt – het zwaartepunt van de aanpak meer bij de economische en sociaal-maatschappelijke crisis komen te liggen. Daarmee wordt een verschuiving zichtbaar van de voorzitters veiligheidsregio en het Veiligheidsberaad naar de ‘lokale’ burgemeesters en meer nog naar de colleges. Daarbij valt te verwachten dat ook de gemeenteraden meer betrokken raken om (samen met het college of als eigen activiteit) de gewenste kaders voor de komende periode te bepalen. Gemeenten zullen de dialoog moeten opstarten hoe om te gaan met de verschillende lokale crises (‘Waar willen wij als gemeente voor staan?’). Het is goed dat op gemeentelijk niveau daarbij gedacht wordt in scenario’s (Wat kan er op ons afkomen in termen van het wegvallen van werkgelegenheid, onderwijsachterstanden, nieuwe armoede, het wegvallen van het verenigingsleven, etc.?), maar belangrijker is dat er ook goed zicht komt op de te verwachten lokale effecten van de coronacrisis. Hierbij moet ernstig rekening gehouden worden met een toename van de sociale ongelijkheid. Een complicerende factor is dat over een jaar de gemeenteraadsverkiezingen zullen plaatsvinden en dat juist in het laatste collegejaar wethouders de positieve resultaten van hun beleid of visie graag zichtbaar maken.
Aandachtspunten hierbinnen zijn:
Activeren van (bestuurlijke) tafels voor samenwerking op economische en sociaalmaatschappelijk vlak. De rol van de colleges bij de uitvoering en van gemeenteraden bij de kaderstelling zal moeten worden opgepakt. Gemeenten moeten werk maken om goed inzicht te krijgen in de specifieke problemen veroorzaakt door de gezondheidscrisis. Het loont om na te denken over wat de opgave is na de gezondheidscrisis, maar ook over hoe om te gaan met de effecten die gedurende de gezondheidscrisis al zichtbaar zijn. In plaats van te werken met verschillende scenario’s, kunnen ook de afzonderlijke vraagstukken worden doordacht. Hiermee kan los worden gekomen van de vraag wanneer er welke versoepeling komt. Wel rijst een andere vraag: Als er meer kan, hoe gaan we dan met die ruimte om? Een fundamentele keuze moet gemaakt worden om óf juist nu extra te investeren en initiatieven te nemen om sterker uit de crisis te komen óf juist ‘rustig’ aan te doen en bestaande ambities te verkleinen en af te ronden.
3.6 Rijk en regio’s/gemeenten: een gezamenlijke koers en verantwoordelijkheid Gemeenten zijn straks meer aan zet, maar daarbij is het zeker wenselijk dat de rijksoverheid en ook anderen (de VNG, het Veiligheidsberaad, koepelorganisaties) zowel gevraagd als ongevraagd voorbeelden, blauwdrukken en aanzetten geven voor mogelijke varianten van lokaal beleid op de vele terreinen waar de coronacrisis diepe sporen heeft nagelaten. De opgave waar Nederland en dus ook de 352 gemeenten zich de komende maanden en jaren – ook als de gezondheidscrisis voorbij is – voor gesteld weten, vraagt aandacht en bijdragen van velen.
Rijk en gemeenten dienen samen op te trekken.
10
Er dient meer oog te zijn voor de grensproblematiek; voor 12 regio’s en tientallen gemeenten is de buur – alleen al vanwege de grens – een andere buur. Departementen, provincies, koepelorganisaties en andere instellingen kunnen gemeenten ondersteunen bij het ontwikkelen van een goede gemeentelijke aanpak.
3.7 Tot slot In de doorlooptijd van deze opdracht (die enkele weken in beslag nam) is geconstateerd dat de effecten van de drie crises (gezondheidscrisis, economische crisis en sociaal-maatschappelijke crisis) uitermate dynamisch zijn. Bijna iedere week zijn er één of twee nieuwe ontwikkelingen die effect hebben op de wijze hoe we naar ieder van de drie crises en het samenspel daartussen kijken. Daarmee is het risico groot op de ‘hindsight bias’: achteraf is het immers makkelijk het ingezette beleid te bekritiseren. De nieuwe ontwikkelingen zijn echter niet het gevolg van te weinig ‘scenariodenken’ maar van het feit dat de crises heel breed zijn en het samenspel van betrokkenen en nieuwe factoren tot nieuwe problemen en inzichten leiden. Terugkijkend kan het soms lastig zijn om je in te leven hoe eerdere besluiten met de beste insteek en op basis van de op dat moment beschikbare kennis zijn genomen.
11
4 Bestuurlijke handelingsperspectieven In hoofdstuk 3 wordt geconstateerd dat er duidelijke rode draden zijn in hoe burgemeesters de huidige situatie beleven en welke aandachtspunten, kansen en zorgen er zijn voor de komende periode. Ook valt op dat de situatie het noodzakelijk maakt dat burgemeesters en gemeenten de komende periode keuzes maken, vooral ten aanzien van de maatschappelijke vraagstukken en de rol van de (lokale) overheid hierin. De burgemeester speelt hierin een spilfunctie als ‘link’ tussen de crisisbeheersing en de reguliere gemeentelijke overheid. Delibererend met meer dan vijftig collega’s in diverse sessies en tegelijkertijd werkend en sleutelend aan de bestuurlijke handelingsperspectieven, kregen wij zicht op de omvang en zwaarte van de opgaaf die bij alle burgemeesters in Nederland op tafel ligt: in een tijd van diepe crisis en wat daar allemaal nog uit gaat voortkomen. Wij willen benadrukken dat er meedenk-kracht beschikbaar is, dat er handvatten zijn (en komen) en dat het optrekken vanuit de gezamenlijkheid een absolute meerwaarde biedt. Het zal zeker niet zo zijn dat ieder bestuurlijk handelingsperspectief dat hieronder gegeven wordt voor iedere lezer van deze rapportage evenveel waarde heeft.
Soms zullen bestuurlijke handelingsperspectieven als ‘open deuren’ worden beschouwd, soms als een ‘call to action’ en soms zal een bestuurlijk handelingsperspectief mogelijk zelfs als minder welkom worden ervaren. Dat laatste heeft zeker ook te maken met de verschillende manieren waarop burgemeesters invulling geven aan hun rol(len). 4.1 Handreiking aan alle burgemeesters De acute crisis
Zet een verschuiving in gang in de rol als burgemeester: van crisismanager naar voorzitter van het college van B&W en de gemeenteraad. Spreek over drie crises (gezondheidscrisis, economische crisis en sociaal-maatschappelijke crisis) in plaats van één crisis (coronacrisis). Hierdoor kunnen verantwoordelijkheden binnen ieder van deze crises scherper worden bepaald. De komende maanden vraagt de gezondheidscrisis nog veel aandacht. Toch zal ook gaandeweg meer de stap moeten worden gezet naar aandacht voor en aanpak van die andere twee crises. Autoriteiten zullen de komende tijd simultaan moeten schaken en ook simultaan moeten werken in een crisisstructuur met betrekking tot de openbare orde en veiligheid en in reguliere structuren voor de sociaal-maatschappelijke en economische crisis. Burgemeesters vervullen hierin een sleutelrol aangezien zij zowel een rol spelen in de crisisals in de reguliere structuur. Een andersoortige (vierde) crisis is zeker niet ondenkbaar, maar toch adviseren wij niet te veel moeite te doen om deze ‘zwarte zwaan’ te willen voorspellen. Ongeacht het soort crisis is dan een brede veerkrachtige respons nodig om mogelijke maatschappelijke ontwrichting te beperken.
Het is belangrijk een duidelijk onderscheid te maken tussen de beheersing van de huidige gezondheidscrisis en de beheersing van eventuele nieuwe crises, ook ten aanzien van de vraag wie waar welke rol heeft. Dat betekent dat het Veiligheidsberaad en de
12
veiligheidsregio vooral (weer) actief worden als zich nieuwe acute crises en dreigende zwarte zwanen aandienen De komende tijd zal de druk op de overheid groot blijven. Daarbij zal de overheid bestaande uit lokale, regionale en nationale onderdelen – ook in de komende verkiezingstijd – zoveel mogelijk eenheid en eenduidigheid moeten uitstralen. Bepaal hoeveel ruimte eenieder krijgt om naar buiten te treden. Waar ga je in het openbaar de discussie over aan en wat houd je intern? Burgemeesters moeten – vanuit de wetenschap dat de politiek kwetsbaar is – zichtbaar zijn om tegen complottheorieën in te gaan. Dat betekent een helder standpunt innemen waarin gerefereerd wordt aan de wetenschap. De grote waarde van de regionale samenwerking (gedurende het afgelopen jaar) moet niet overboord worden gegooid. Het regelmatige en frequente overleg tussen bestuurders op regionaal niveau dient te worden gecontinueerd. De veiligheidsregio kan daarbij de facilitaire organisatiestructuur blijven, zonder gebruik te maken van de bijzondere bevoegdheden. Met een kleinere rol van de veiligheidsregio’s kan de rol van andere gremia – met name de VNG als gemeentelijk ondersteuner – weer groeien. Daarbij – zo geven bestuurders aan – zal de VNG wel meer actiegericht moeten worden.
Ook andere landelijke specifieke instellingen (sportbonden, brancheverenigingen van ondernemingen, ouderenbonden) kunnen medewerking bieden. Daarbij is het goed gebruik te maken van al die evaluaties, handreikingen e.v. die de afgelopen maanden zijn opgesteld.
Herstel
Er moet landelijk duidelijk worden aangegeven wanneer in ieder geval de gezondheidscrisis zodanig voorbij is (onder andere door de vaccinaties) dat het label ‘crisis’ (ten aanzien van de gezondheidscrisis) eraf kan. Het is belangrijk niet onnodig lang opgeschaald te blijven en in een crisissfeer te blijven hangen. Als de gezondheidscrisis (zo goed als) voorbij is, dient bestuurlijk Nederland ook weer uit de crisis(structuren) te komen en weer zoveel als mogelijk gebruik te gaan maken van reguliere (en mogelijk nieuwe) structuren. Het is belangrijk dat er lokaal kennis is van en inzicht is in de landelijke initiatieven en ontwikkelingen rond impact, nafase en herstel. Dit beeld is nu beperkt, zodat er ook maar beperkt op kan worden aangesloten. Gemeenten doen er goed aan een concrete structuur (inclusief een plan) op te stellen over hoe ‘na de ramp’ de nafase en het herstel georganiseerd moeten worden. Wellicht kan dit vorm krijgen via een contactcentrum voor bewoners en bedrijven. Dit herstel-/nazorgplan vereist onder andere duidelijke neergelegde verantwoordelijkheden, verschillende deelprojecten en een overkoepelend ambtelijk trekker. De vrijblijvendheid is dus voorbij Bij de gezondheidscrisis lag het zwaartepunt bij de burgemeester.
Wanneer de andere crises een steeds prominentere plaats innemen, komt de rol van het gehele college veel meer in beeld (jeugdzorg, sociaal domein, sport, cultuur, etc.). Wethouders moeten (nog) meer aan de bak; burgemeesters krijgen weer meer de rol van verbinder en soms ook aanjager. Daarmee komen ook de reguliere structuren van onder andere de VNG (met name de bestaande bestuurscommissies) weer vol in beeld. De komende weken zullen gemeenten (colleges en gemeenteraden) volop aan de slag moeten gaan om met elkaar kaders en uitgangspunten (waar staan wij voor als gemeente?)
13
te gaan verwoorden. Hoe willen gemeenten de samenleving inrichten en welke waarden willen zij daarbij hanteren in de wetenschap dat we niet terug gaan naar het oude? Gemeenten (colleges en raden) moeten niet alleen met elkaar bepalen welke rol zij zien voor het college en de gemeenteraad, maar juist ook voor het maatschappelijk middenveld. Mede op basis van de (verwachte) veerkracht in de samenleving (bij de verschillende organisaties, instellingen, verenigingen en dergelijke) dienen gemeenten hun eigen rol te bepalen (als trekker, facilitator, verbinder en/of monitor). De pluriformiteit van gemeenten (een grote stedelijke gemeente is anders dan een landelijke gemeente) maakt dat verschillen tussen de gemeenten zullen ontstaan in de corona-aanpak. Tegelijk zijn er niet 352 unieke gemeentes, maar zijn ze onder te verdelen in categorieën: er zijn gemeenten met een (groot)stedelijk karakter, plattelandsgemeenten en gemeenten met een mix van stedelijke- en plattelandskenmerken. Binnen iedere categorie zijn er meer overeenkomsten dan verschillen en zullen verschillende categorieën te maken hebben met gelijksoortige problemen, zodat ervaringen en lessen goed uitgewisseld kunnen worden. Gemeenten zullen eerst een scherp zicht moeten krijgen op wat de staat van de gemeente is op de afzonderlijke beleidsterreinen waarbinnen de crises zich afspelen.
Hiervoor kunnen de bestaande monitors op wijkniveau gebruikt worden en waar nodig kunnen deze uitgebreid worden. Ga als gemeente actief op zoek naar de plaatsen waar oude en nieuwe kwetsbaarheden zitten en inventariseer waar mogelijkheden liggen om problemen intensiever aan te pakken. Kom dus niet met scenario’s waarin bijvoorbeeld wordt aangegeven dat in een flink deel van het stadshart leegstand dreigt, maar maak een duidelijke inventarisatie van bijvoorbeeld de kwetsbaarheden van de afzonderlijke bedrijven. Zoek juist hierin ook de verbinding met het maatschappelijk middenveld (onder andere met lokale ondernemersverenigingen). Het is niet per definitie zo dat de hardste schreeuwers per se het eerste hulp behoeven; dat uitgangspunt dienen gemeenten goed in het achterhoofd te hebben de komende maanden. Niet altijd is de best lobbyende organisatie ook het meest ‘in need’. De vraag is of er binnen de gemeente genoeg zicht is op de werkelijke problematiek. Welke groepen zijn mogelijk nog niet in beeld? Om de komende jaren te kunnen bouwen aan het herstel, kan het zinvol zijn om als gemeente een dialoog te organiseren met bedrijven, instellingen en inwoners. Het kan hierbij waardevol zijn een dialoog-agenda op te stellen voor tenminste de komende maanden.
Het kan verstandig zijn om met relevante personen uit de gemeente een maatschappelijke coalitie te activeren in de vorm van een begeleidingsgroep/denktank (impactteam), die gevraagd en ongevraagd de gemeente (raad en/of college) adviseert. Vertrouw op de kracht van burgerparticipatie: ga met de inwoners het gesprek aan over de opgave (en kansen) na de crisis maar ook over hoe om te gaan met ruimte zodra deze er komt. Aangezien straks velen uit het maatschappelijk middenveld (onder wie veel vrijwilligers betrokken bij onder andere zorg, verenigingen, en evenementen) ruim een jaar weinig tot niets hebben kunnen of mogen doen, mag niet verondersteld worden dat al deze personen zo maar weer gereactiveerd zullen of kunnen worden. Sommige zullen bijvoorbeeld door hun leeftijd afhaken. Leden zeggen hun verenigingslidmaatschap op. Het goed reactiveren van het middenveld is echter wel belangrijk: de gemeentelijke vrijwilligersavond zal de komende jaren des te belangrijker worden.
14
Andere scenario’s
De komende weken zullen zich zeker nog nieuwe ‘crises van de week’ voordoen. Het heeft weinig zin om middels brede scenario-studies allerlei nieuwe ‘worst cases’ te gaan uitwerken of de ‘crisis van de week’ te voorspellen. Een onverhoopte nieuwe crisis zal altijd anders zijn (‘zwarte zwaan’). Het is wel zinvol na te denken over ‘het zwarte scenario’ en in hoeverre dan van de bestaande uitgangspunten (bijvoorbeeld: zijn meer coronaslachtoffers acceptabel?) afgeweken kan worden. Pak dan de rol als burgervader/-moeder en duidt de situatie zoals die is, zonder de touwtjes aan te trekken. Ga achter zorgbestuurders staan die wellicht nee moeten verkopen. Daarnaast is het des te belangrijker om dan het college en het regionaal beleidsteam te betrekken in een discussie waarin politiek en bestuur zich mengen. Het zwarte scenario slaat ook terug op de capaciteit van hulpdiensten en andere vitale sectoren die publieke taken vervullen (en waarvan medewerkers nog niet allemaal gevaccineerd zijn). Hier ontstaat druk.
4.2 Handreiking aan de voorzitters veiligheidsregio en het Veiligheidsberaad De acute crisis
Zo lang de gezondheidscrisis aandacht vraagt en zich ook nog vele ‘kleine crises’ manifesteren (een dreigende nieuwe variant; rellen in grote steden; gedoe met ICT; juridisch getouwtrek rond de avondklok), dienen de veiligheidsregio’s en het Veiligheidsberaad ‘full swing’ te blijven. Handhaaf de rol en positie van het Veiligheidsberaad en het regionaal overleg met burgemeesters ten aanzien van openbare orde en veiligheid. Maak ruimte voor de reguliere sturing ten aanzien van de sociaal-maatschappelijke en economische crisis. Benut de stap naar de eerste versoepelingen als momentum om te reflecteren op de wijze van organiseren en het opnieuw expliciet maken van de rol van het Veiligheidsberaad, maar ook van die van de VNG en andere reguliere gremia. De overheid dient nationaal en lokaal een eenduidige strategie (procesmatige aanpak) te ontwikkelen over de manier van omgaan met de komende spanningen rond gevaccineerden en niet-gevaccineerden (de hybride samenleving). Waar ligt een rol voor de overheid en waar is het aan private organisaties om hun kaders te bepalen? Als er enige ruimte komt in de komende maanden, hoe zouden burgemeesters daarmee om willen gaan? Pak als Veiligheidsberaad hierin actief de handschoen op om met het Rijk een gezamenlijke strategie te ontwikkelen.
Herstel
Aandachtspunt is de vraag wat de overkoepelende landelijke ‘tafel’ is waar over de sociaalmaatschappelijke impact maar ook over het herstel wordt gesproken. Probeer vanuit het Veiligheidsberaad gezamenlijk te komen tot uitgangspunten en aandachtspunten die mee kunnen worden gegeven aan het kabinet als het gaat om versoepeling, maar ook als het gaat om het herstel. Gelet op de landelijke impact wordt er idealiter een landelijk kader ontwikkeld (met thema’s, uitdagingen, basisvindplaatsen van informatie over hulpmogelijkheden), waar individuele gemeenten op kunnen aansluiten. Laat het 15
Veiligheidsberaad zich goed informeren door het programma DGSC-19 over lopende en aanstaande activiteiten. Agendeer het onderwerp ‘vooruitkijken’ voor een bestuurlijk overleg (regionaal beleidsteam/ burgemeestersoverleg/Algemeen Bestuur) en benut de benoemde ontwikkelingen, dilemma’s en adviezen als input voor het gesprek. Zo kunnen bijvoorbeeld regionale uitgangspunten expliciet worden gemaakt.
16
Bijlage 1: Deelnemersoverzicht 3 februari 2021 Naam Rein Kuijsten Wilma Mansveld Dominique van Dokkum Martijn Grootnibbelink Roger Broer Maarten Houben Jeroen Wesselink Lenny Delasasso – van der Kamp Jacqueline Baardman Norbert Bosman
Functie NP Adviseur CCB NSGBO Directeur veiligheidsregio DGSC-19 Coördinator Openbare orde en veiligheid VNG Juridisch adviseur VNG Burgemeester Nuenen Hoofd veiligheidsbureau VNOG Strategisch beleidsadviseur GHOR Veiligheidsregio Zeeland DPG GGD Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Hoofd GHOR, plaatsvervangend DPG GGD Veiligheidsregio IJsselland
4 februari 2021 Naam Arjan Mengerink Marjan Vluggen Marcel Appeldoorn Elly Blanksma Rein Kuijsten, Mirjam Lieshout Freek Selen Barry Visscher Marjolein Somers
Functie Directeur Veiligheidsregio IJsselland Directeur GGD Flevoland Sectorhoofd risico- en crisisbeheersing Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Burgemeester Helmond, vice-voorzitter Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost NP Adviseur CCB NSGBO DGSC-19 Strategisch adviseur VNG Manager GHOR Veiligheidsregio Noord-Holland Noord Hoofd GHOR bij GGD Kennemerland en voorzitter hoofden GHOR-overleg
17 februari 2021 Naam Marcel Fränzel Jaap Kuin Cor Lamers Michel Bezuijen Eric van Oosterhout Miranda de Vries Egbert Lichtenberg
Functie Burgemeester gemeente Sint Anthonis Burgemeester gemeente Pekela Burgemeester gemeente Schiedam Burgemeester gemeente Zoetermeer Burgemeester gemeente Emmen Burgemeester gemeente Etten-Leur Burgemeester gemeente Altena
17
Bijlage 2: Resultaten themasessies
18
Bestuurlijke verhoudingen en verantwoordelijkheden LOT-C/IFV/COT Ontwikkelingen
•
• •
• •
Dilemma’s
•
Internationaal verschillende snelheden dat leidt tot discussie/kritiek op tempo in Nederland Internationale samenwerking (vooral ook in de grensstreek) Grotere bestuurlijke druk op burgemeesters rond versoepeling: sneller Spanningen tussen voorzitters VB Spanningen tussen kabinet en burgemeesters
Wie is aan zet? Rijk versus veiligheidsregio’s / gemeenten • Vanaf welk moment ga je weer naar een meer regionaal/lokaal beleid? • Niet alle burgemeesters zitten er hetzelfde in: hoe zorg je voor eenduidig beeld en beleid naar buiten? • Wil je verschillen accentueren of beperken. Als één overheid optreden of ook verschillen laten zien met eigen verantwoordelijkheden.
VNG, DGSC-19, GGD GHOR Nederland en burgemeesters • Lokale autonomie is belangrijk, maar in de praktijk blijkt dat afstemming zoeken met alle burgemeesters niet te doen is. Afstemming met 25 in het VB is al lastig genoeg. • De crisis wordt gepolitiseerd: o 2e Kamerverkiezingen: landelijke politieke profileringsdrang o Verkiezingen gemeenteraden 2021: lokale politieke profileringsdrang • Er is een maatschappelijke tendens dat vanuit alle sectoren allerlei experts een mening geven die vervolgens weer wordt ontkracht/ bevestigd door andere experts. Eenduidigheid kan moeilijk worden gegarandeerd, maar er zou wel meer aandacht voor moeten zijn. • Duidelijkheid door landelijke/regionale lijn versus de behoefte aan lokaal maatwerk (en angst om maatwerk toe te passen) • Eenduidigheid kan moeilijk worden gegarandeerd, maar er zou wel meer aandacht voor moeten zijn. • Hoe ga je als lokale bestuurder om met complot theorieën/ halve feiten? Je wil halve feiten afwijzen, maar ook in verbinding blijven met de groep die deze aanhangt.
LOT-C sectie Scenarioanalyse & Handelingsperspectieven • Bestuurlijk initiatief; burgemeesters benutten eigen netwerk om naast fieldlabs en andere landelijke initiatieven al zaken te organiseren om de samenleving tegemoet te komen.
•
•
• •
De TWM heeft de verhouding tussen voorzitters veiligheidsregio en burgemeesters veranderd en vergt nieuwe inrichting structuren Na afloop TWM kunnen we niet meer terug naar eerdere inrichtingsstructuur. Subsidies vanuit gemeenten als de evenementen niet doorgaan? Ophoping van evenementen in laatste deel van de zomer
19
•
Aandachtspunten
• • • •
Hoe vorm en inhoud geven aan beleid als besmettingscijfers omlaag gaan? Bieden vastgestelde beleidskaders voldoende houvast? Wat is het draagvlak voor het beleid in de samenleving? Spanningsveld G4 en daarbuiten.
•
•
•
•
•
•
•
Veiligheidsregio’s gaan niet meer over vergunningen voor evenementen; apart voor organisatoren.
Bestuurders moeten het gevoel hebben het samen te doen, wordt iets opgelegd (bijv. door vz vr), dan kan er een allergie ontstaan. Dezelfde discussies ontstaan als tijdens de eerste golf (status zeer ernstig / ernstig, lokale verschillen bijv. wel/geen markt). Maak gebruik van de manieren waarop er nu met elkaar wordt samengewerkt. Regel niet te veel dicht. Vanuit gemeenten (nu vooral des burgemeesters, maar mogelijk ook wethouders?) bestaat de behoefte om elkaar regionaal op te zoeken. Alle burgemeesters hebben uiteindelijk exact dezelfde verantwoordelijkheid en dezelfde inwoner. Maar de lokale dillema’s zijn niet hetzelfde. Alle spelers (landelijk, lokaal) zijn een belangrijke schakel, dus zoek eenheid en helderheid maar sta waar verklaarbaar verschil toe tussen gemeentes (geen eenheidsworst zoeken). Wat is rol van een bestuurder om samenleving te begeleiden? (als wij het niet meer snappen, wie dan wel? ). Dit betreft met name de burgemeesters die géén deel uitmaken van het Veiligheidsberaad (352-25). Dit moet goed worden begeleid om de bestuurlijke verhoudingen in goede banen te leiden.
20
Handelingsperspectief
•
•
•
•
•
•
Hoelang wil je dat VB een dominante rol heeft in de crisisbeheersing. Bij crisis en opschaling logisch dat VB een rol heeft, is het geen crisis meer dan zijn andere partners misschien meer logisch. Bepaal hoeveel ruimte je eenieder geeft om naar buiten te treden. Waar ga je in het openbaar de discussie aan en wat houd je intern? Blijf je werken binnen de structuur zoals die er nu is? Wanneer hou je die aan? Wanneer bouw je af? Bouw een reflectiemoment in. Terugblik op rolverdeling, samenwerking, wijze van organiseren. Hoe gaan we met elkaar verder? Wanneer terug naar reguliere bestuurlijke bevoegdheden? Wanneer is het einde crisis? Internationale verhoudingen: beter om samen op te trekken. Rond versoepelingen tijd/tempo verschillen tussen landen. Grensproblematiek staat niet op de agenda in Den Haag. Rijk denk na over grensstreek: stem maatregelen af, als je dezelfde maatregelen neemt.
•
•
•
•
Kijk op lokaal niveau wat je (nu al) kan doen in de lijn naar herstel en bepaal welke rol de gemeente daarin kan spelen. Straal eenheid uit en ga niet overal je mening ventileren. Baseer je op feiten. Bepaal wie woordvoerder is. Kan Hubert Bruls zijn, maar ook voorzitter VNG. Of thema gerelateerd. Rapporteer over dit project naar de 352 burgemeesters, colleges en gemeenteraden Een oproep richting de burgemeesterskring en VNG om ‘de ploeg’ op één lijn te houden omdat alles wat je doet effect heeft op de rest.
•
•
Afschaling van GRIP-4 naar regionaal beraad en regionaal afstemmingsoverleg met alle relevante actoren Regionale afstemming over verlenen van vergunningen voor evenementen
21
Vaccineren LOT-C/IFV/COT Ontwikkelingen
• • • • •
Dilemma’s
Tekort aan vaccinaties Inenten gaat langzamer dan verwacht Vertraging in vaccinatie (te lange tijd tussen eerste en tweede prik) Vaccin geen antwoord op nieuwe mutaties Volgorde van enten kan nog veranderen
• • •
•
Naleven coronamaatregelen versus versoepeling voor gevaccineerden Geef je gevaccineerden meer vrijheden? Hoe stelt de overheid zich op tegen particulieren en anderen die eisen stellen rond vaccinatie? Welke invloed heeft lokaal? Doses verdelen, vaccineren verloopt niet vlot.
VNG, DGSC-19, GGD GHOR Nederland en burgemeesters • Dreigen met rechtszaken (door Viruswaanzin) als bestuurders onderscheid gaan maken tussen wel / niet gevaccineerden. • Er zijn nu al werkgevers die aangeven dat medewerkers zonder vaccinatie niet meer welkom zijn. • Vanuit de taskforce acute zorg zijn gemeenten gevraagd wat zij kunnen doen als het zwarte scenario er komt. • De vaccinatiegraad neemt toe. • Onbekende invloed van immuniteit als je ziekte gehad hebt • het beleid in vaccineren wordt nationaal bepaald, maar de effecten komen bij de lokale bestuurder. Er is lokaal effect van nationaal beleid • de lokale impact zit in keteneffecten; daar wordt nu nog geen gesprek over gevoerd binnen regio en ook niet met het rijk. Als we 60% vaccinatiegraad hebben bereikt, gaat dat effect hebben. • gezondheidsraad adviseert om vragen naar vaccinatiebewijs toe te staan. • er ontstaat een hybride samenleving • Welke zekerheid kunnen we vooraf bieden met een routekaart of accepteren we een zekere mate van onvoorspelbaarheid? • Lokale autonomie versus landelijke lijn • Meer vrijheden voor mensen die gevaccineerd zijn? • Vaccinatiebewijs invoeren of niet?
LOT-C sectie Scenarioanalyse & Handelingsperspectieven • Ontstaan van negatieve geluiden in de samenleving over het vaccinatieproces.
•
•
Bij het versoepelen van maatregelen ontstaat de vraag waar ruimte het eerst ruimte voor gecreëerd gaat worden; voor jeugd, of voor de economie en komt er ruimte voor regionaal/lokaal maatwerk? Keuze tussen gehoor geven aan negatieve geluiden over
22
Hoeveel ruimte voor lokale keuzes? Of is het nationaal? Ontevredenheid in de Raden: waarom mogen we hier niets?
•
•
Aandachtspunten
• • • •
Deel is gevaccineerd, wat gaat andere helft doen? Willen zij de vaccinatie dan nog? Leidt vaccineren tot minder nauw nemen van de regels? Kunnen gevaccineerden het virus nog overbrengen? Hebben gemeenten invloed op de massavaccinatie qua locaties/logistiek?
•
• •
•
•
Handelingsperspectief
•
Buitengewoon beperkt: het is rijksbeleid.
•
vaccineren kan bezien worden als middel om het dempen van de druk op de zorg te behalen of de maatschappij verruiming te bieden vaccineren is een persoonlijke keus. Je moet waken voor druk vanuit de overheid op vaccineren of het bieden van privileges na vaccineren. Op alle vlakken moet vaccinatiegraad hoog blijven, de bereidheid moet je niet weggooien.
Kijk niet vanuit één perspectief (heeft de gemeente wel een rol of niet), maar kijk gezamenlijk naar de realiteit naar wat nodig is. Soms zijn ad hoc structuren nodig om te doen, wat gedaan moet worden. Hoe omgaan met zelfstandige besluiten van werkgevers ten aanzien van medewerkers die zich niet laten vaccineren? omgaan met een hybride samenleving is vanuit bestuurlijk perspectief echt complex. Groepen die minder geneigd zijn te vaccineren kan een geografische spreiding hebben. Je kan verschillen tussen gemeenten krijgen. Ga flexibel om met structuren. Kijk welke problemen er zijn en doe wat nodig is: wie kan waar, welke rol vervullen?
•
•
•
•
vaccinatieproces, of blijven steunen GGD Tegenvallende ontwikkelingen in relatie tot beloftes over versoepelingen De bereikbaarheid van vaccinatielocaties; verantwoordelijkheid van GGD, of gemeenten? Al verkochte kaarten voor evenementen in verband met aankopers die niet willen vaccineren (15%)
Kennemerland: voor mensen met een WMO indicatie wordt de woon- en vervoervoorzieningen gehanteerd waarvan altijd sprake is; VNG geeft aan geen kilometers af te schrijven.
23
•
•
Denk na over de te volgen lijn over onderscheid maken tussen wel of niet gevaccineerd zijn, wel of niet getest zijn. Vroegtijdig gesprek hierover is belangrijk. Wanneer staan we weer evenementen toe? Horeca open? Dit vergt discussie op verschillende niveaus die wel met elkaar verbonden moeten worden.
•
•
Mensen zonder WMO en vervoer; 1. Primair zelf regelen, 2. Zoek vrijwilligersorganisaties die kunnen helpen, 3. Lijn van het Rode Kruis. (Vrijwilligersorganisaties krijgen bodembekostiging die momenteel niet volledig wordt benut). Opstellen heldere afspraken over verantwoordelijkheid bereikbaarheid vaccinatielocaties Vanuit het Rijk, als ook het Veiligheidsberaad, moet een heldere communicatielijn worden opgesteld ten aanzien van versoepelingen.
24
Eenduidige afschalingsstrategie LOT-C-/FV/COT Ontwikkelingen
•
•
• •
• Dilemma’s
• •
Enorme diversiteit in hoe je in de regio georganiseerd bent, daar zullen verschillen optreden. Veel meer zal regulier georganiseerd worden. Ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen dat je nog niet kan afschalen (einde van de tunnel komt niet in zicht). Grote druk / lobby op sectoren Toenemende druk naarmate vaccinatie op stroom is: zeker na vaccineren kwetsbaren maart/april Verschillen met ander landen in snelheid. Landelijke eenduidigheid versus regionale/lokale verschillen Hoe zwaar weegt de sociale kant in prioritering? Hardst getroffenen eerst?
VNG, DGSC-19, GGD GHOR Nederland en burgemeesters • Er is op landelijk niveau geen strategie
•
Lokale / regionale differentiatie versus landelijke lijn
LOT-C sectie Scenarioanalyse & Handelingsperspectieven • Ontstaan angst over niet naleven van maatregelen door bewoners buurlanden
•
• •
• •
Aandachtspunten
• • •
Is het VB nog wel nodig om draagvlak te vergroten van hetgeen het Rijk doet? Is het RBT nog nodig? Volgen we in Nederland dezelfde lijn als buurlanden?
•
•
Koepelorganisaties/sectoren (verschil publiek/privaat) die anders omgaan met ontwikkelingen binnen de crisis, zoals omgang met versoepelingen Uitlegbaarheid van verschillende maatregelen tussen buurlanden Aankomende vakantieperiodes voor mensen met vakantiewoningen over de grens Alsmaar verschuiven van datum van versoepelingen Inzet van hulpdiensten bij verkoop van ‘nee’ tegen initiatieven, terwijl de politieregio overstijgend is aan grenzen veiligheidsregio’s
Je ontkomt niet altijd aan lokale differentiatie (bijv. grensregio’s die afhankelijk zijn van België / Duitsland) Vergeet het College niet bij de afschalingsstrategie te betrekken.
25
•
Wat als het ene land veel eerder ‘open’ gaat en evenementen houdt?
•
• Handelingsperspectief
•
•
•
In hoeverre is eenduidigheid nog mogelijk als je gaat afschalen. Bevoegdheden gaan over naar normale sectoren. Als je afschaalt is de invloed weg. Beperken lokale verschillen kan alleen door regionale afstemming. Vrijheid gemeenten bij minder besmettingen: je wil niet allerlei onverwachte verschillen. Ook in die fase: hoe wordt de koppeling lokaal /regionaal ingericht? Wil je een systematiek organiseren voor het afschalen? Gaat het alleen over wit, of ook over andere zaken? Maatschappelijke impact etc.
• •
•
Hoe gaan we om met verschillen tussen veiligheidsregio’s? (ene regio ernstig, andere regio zeer ernstig). Er is behoefte aan een duidelijke lijn, waar aan vast wordt gehouden. Betrek het College in de strategie van de afschaling. Denk na of het mogelijk is om lokale of regionale differentiatie te hebben op een nationaal stappenplan. Onderscheid de meerdere crises in de coronacrisis, bepaal daarbinnen de prioritering en mogelijkheden van afschaling en bepaal per crisis welke wanneer opportuun is.
•
• •
Bestuurders hebben zelf eerder gecommuniceerd op buitenlandse nieuwszenders Bij opmerken aankomend verschil → zoek nationaal niveau Communiceer via een landelijke lijn dat afschaling onzeker is
26
Overbelasting in de zorg en andere vitale sectoren LOT-C/IFV/COT Ontwikkelingen
• • •
Dilemma’s
Langdurige piek Grote uitval na afname piek: bij ontspanning volgt ‘instorten’ Uitstroom met nieuw continuïteitsprobleem •
Zorg versus economie: horeca, detailhandel etc.
VNG, DGSC-19, GGD GHOR Nederland en burgemeesters •
•
Niet de overbelasting IN de zorg maar effecten van overloop zijn issue. Er ontstaan effecten op gemeenten als de zorg de situatie echt niet meer de baas kan (code zwart). Als de zorg het (net) aankan, zal effect op gemeenten heel beperkt zijn. Er gaan nog dingen gebeuren die we niet voor mogelijk hebben gehouden. • De burger is niet gebaat bij 352 verschillende uitstralingen. • Discussie onderling moet (naar buiten) niet voorkomen.
LOT-C sectie Scenarioanalyse & Handelingsperspectieven
•
• •
Aandachtspunten
•
• • •
Handelingsperspectief
•
Faillissementen nadat staatssteun ophoudt. Dan gaan de klappen pas vallen. Uitgestelde zorg inhalen Extra druk op sectoren vanwege Brexit en import/export Komt de continuïteit van vitale sectoren in gevaar?