09.06 -Verhaal van de stad Capelle ad IJssel schermversie
Tekst van het document
Alexandrium zou starten als een afgeleid subcentrum van Rotterdam en Capelle zou – hoewel eerst als wijkcentrum bedoeld – uiteindelijk inzetten op uitbouw van De Koperwiek tot stadshart van de almaar uitdijende gemeente. Van een ruimtelijk sterk samenhangend plan zou het in het RoCa-gebied uiteindelijk niet komen.
35
1. RoCa
Ook dit tweede structuurschema hield het niet lang vol. In 1967 werd een aangepaste versie gepresenteerd. De ontwerpers maakten gewag van ‘…de noodzaak om de faktor tijd in de planning te incorporeren, anders gezegd: men dient voortdurend rekening te houden met de snelle en ingrijpende veranderingen, welke zich op maatschappelijk en ruimtelijk-struktureel-gebied – vooral in een zo expansief stadsgewest als de Waterwegagglomeratie – voltrekken’. De plannen ontstonden als een wisselwerking tussen ontwerp en onderzoek. ‘Het gaat wat het ontwerp betreft niet om het fixeren van eind-situaties, om starre beëindigingsplannen, maar om gefaseerde aktieprogramma’s ter begeleiding van de ontwikkelingsprocessen.’7 In het nieuwe voorstel was ruimte gereserveerd voor een nieuwe wijk in het noordoosten van het plangebied, het huidige Rotterdam-Zevenkamp; ook speelde men met de gedachte van een ringbaan voor de metro. Op bestuurlijk niveau deden zich echter problemen voor – Capelle steunde het idee om van het hele RoCa-gebied een zelfstandige, nieuwe gemeente te maken, die IJsseldam of Alexanderstad zou moeten heten, maar hiervan kwam uiteindelijk niets terecht.8 Wel keurden de gemeenteraden van Rotterdam en Capelle in 1968 een structuurplan goed waarin de in 1967 uitgekristalliseerde ideeën zijn verwerkt.
De belangrijkste wijziging deed zich voor in 1972, toen de groene zone die parallel aan de verstedelijkte noordzuid as was voorzien werd vervangen door een as die er haaks op staat; het idee van de metroring werd verlaten en hoewel deze oplossing nog steeds strookte met de gedachte van een satellietstad preludeerde de as-verdraaiing op een heel ander model: dat van de vingerstad.
het Verhaal van Capelle 1945-1990
B
1. RoCa
Het schema vormt de weerslag van de planvorming op dat moment. Het centrum van het gebied, Oosterflank, het latere Alexandrium kreeg zijn definitieve locatie. De gerealiseerde wijken Middelwatering en Schenkel-Zuid staan op de plankaart, evenals het Lage Land en Ommoord volgens de plannen voor het middengebied van StamBeese uit 1965. De basisverkaveling van Oostgaarde is in het plan opgenomen; de basis van onderlegger voor het plan van Hazewinkel uit 1968. De zone tussen Bermweg/ringvaart en de latere Abram van Rijckevorselweg is nu in een wat opener verkavelingsstructuur in het plan opgenomen. Ook de locatie van het latere Schollebos is nu globaal aangegeven in het plan, evenals de hoofdroute van de Prins Alexanderlaan. De locaties voor de toekomstige wijken Zevenkamp en Schollevaar en de metroringbaan zijn vastgelegd. Het idee van een metroringbaan werd later weer losgelaten.
Dienst voor Stadsontwikkeling en Wederopbouw Rotterdam en Instituut Stad en AA Landschap, Struktuurplan Rotterdam-Oost Capelle aan den IJssel, 1967 <HNI, STAB>AA
Contrei
september 2023
36
het Verhaal van Capelle 1945-1990
B Het structuurplan van 1967 laat zien dat er intensief was gestudeerd op de noord-zuidverbindingen; ook op het grondgebied van Capelle. De Schenkelse Dreef werd als nieuwe wegstructuur en duidelijke verbinding van de Slotlaan in Middelwatering met de Kralingseweg geïntroduceerd. De latere Couwenhoekseweg had als belangrijke route naar de brug naar Krimpen een belangrijke functie. De brug werd echter nooit gerealiseerd. Tevens werd de weg geïntroduceerd als verbinding van Oostgaarde en Middelwatering naar Ommoord en Zevenkamp. Ook die is nooit gerealiseerd; de historische Capelseweg heeft deze verbindingsfunctie behouden. De verlengde Couwenhoekseweg was ook gepland als een hoofdontsluiting voor Schollevaar. Die functie is pas veel later overgenomen door de Burgemeester van Beresteijnlaan en wasvormde nog geen onderdeel van het structuurplan van 1967.
Contrei
september 2023
37
1. RoCa
Dienst voor Stadsontwikkeling en Wederopbouw Rotterdam en Instituut Stad en Landschap,AA Struktuurplan Rotterdam-Oost Capelle aan den IJssel, april 1967 <GAC 1340/2135>AA
het Verhaal van Capelle 1945-1990
Dienst voor Stadsontwikkeling en Wederopbouw Rotterdam en Instituut Stad en Landschap, Struktuurplan Rotterdam-Oost Capelle aan den IJssel, 1968 <GAC 1340/2132> AA Contrei
september 2023
38
het Verhaal van Capelle 1945-1990
1. RoCa
B
B
Dienst voor Stadsontwikkeling en Wederopbouw Rotterdam en Instituut Stad en Landschap, Struktuurschets Rotterdam-Oost Capelle aan den IJssel, 1972 <GAC 1340/2133>
1. RoCa
Verstedelijking van het RoCagebied volgens het vingerstadmodel uit 1973 <Frits Palmboom, De Architect 1990, nr. 39, p. 20>
Contrei
september 2023
39
het Verhaal van Capelle 1945-1990
B
Noten Hélène Damen, Anne-Mie Devolder, Lotte Stam-Beese 1903-1988, Rotterdam 1993, 77.
1
2 Wim van Bremen e.a., Van dijkdorp tot woonstad. Een eeuw bouwen en wonen in Capelle aan den IJssel, Capelle aan den IJssel 2009, 13. 3 Fernande Hazewinkel, De ontwikkeling van het Roca-gebied 1959-1979, Rotterdam 1981, 4. 4 ‘De stedebouwkundige ontwikkeling van Rotterdam-oost en Capelle aan de IJssel’, Het Bouwwerk 2 (1960) 7, 351.
Wim van Bremen, e.a., Van dijkdorp tot woonstad. Een eeuw bouwen en wonen in Capelle aan den IJssel, Capelle aan den IJssel 2009, 47.
5
6 H.J. Stuvel, Capelle a/d IJssel. De metamorfose van dijkdorp tot stad, Capelle aan den IJssel 1966, 11. 7 Struktuurplan 1967 Rotterdam-Oost/Capelle aan den IJssel: No. R138-2 april 1967, Rotterdam 1967, 4.
Wim van Bremen, e.a., Van dijkdorp tot woonstad. Een eeuw bouwen en wonen in Capelle aan den IJssel, Capelle aan den IJssel 2009, 48.
8
1. RoCa / noten
9 Frits Palmboom, ‘Stadsuitbreiding en de vorm van de stad. Het RoCa-gebied geanalyseerd’, De Architect, Themanummer Nieuwbouwwijken (1990) 39, 19.
Contrei
september 2023
40
het Verhaal van Capelle 1945-1990
2. Middelwatering Luchtfoto Middelwatering, Henk van Westering, 1979 <Beeldbank HVC 4135>
B Middelwatering was de eerste wijk waar op grote schaal woningbouw plaatsvond. De wijk is gegroeid rond de oude dorpskern van Capelle en de buurtschap de Oude Plaats, nabij het verdwenen Slot. Aanvankelijk – vóór de samenwerking met Rotterdam – werd nog niet op een grote uitbreiding gerekend. Dat verklaart ook de realisatie van de rioolwaterzuivering aan de rand van de wijk, maar die al spoedig midden in de wijk kwam te liggen. Ook de ligging van het in de jaren zestig geopende raadhuis en het winkelcentrum aan het Slotplein duiden hierop. Die zouden aanvankelijk het centrum van de wijk vormen. In de loop van de jaren nam het tempo en de omvang van de uitbreidingen toe. Er was meer sprake van herhaling, met een mix van grondgebonden en etagewoningen die in hun basiseenheid (de wooneenheid) gestempeld werden. In de loop van de jaren zestig kreeg
2. Middelwatering
hoogbouw de overhand.
Uitsnede van de topografische kaart van Rotterdam, 1984 <SAR> Contrei
september 2023
42
het Verhaal van Capelle 1945-1990
B Hulpkaart Middelwatering
Oude Kern 1700-2004 Oude Plaats (1) 1930-1988 747-woningen (2) 1960-1961
Wiekslag
Winkelcentrum Slotplein 1962 Wiekslag 1965 Merelbuurt (3/4) 1965-1967
De Koperwiek
Merelbuurt
De Koperwiek 1966 Torenhof (5) 1971 Revius- en Valeriusrondeel (6) 1972-1973 747-woningen Reviusrondeel
Torenhof
2. Middelwatering
Oude Kern Winkelcentrum Slotplein
Oude Plaats Valeriusrondeel
Contrei
september 2023
43
het Verhaal van Capelle 1945-1990
B
Eerste naoorlogse uitbreidingsplannen
Van der Kloot Meijburg koos in het plan uit 1950 voor het omvormen van een kavelscheidende sloot tot centrale waterstructuur in een langgerekt plantsoen dat het plangebied in twee delen verdeelde. Binnen een verkaveling met halfopen bouwblokken paste hij een stedenbouwkundige verstaffeling en gebogen gevelwanden toe. Enkele grotere gebouwen zijn als herkenbare elementen op cruciale locaties in het plan geplaatst, waaronder het nieuwe gemeentehuis direct ten noorden van ‘het Slot’.
H. van der Kloot Meijburg Plan ’t Slot, 1950. Het plan werd later plan in onderdelen Dorp genoemd <GAC 1340/2167> Contrei
september 2023
44
het Verhaal van Capelle 1945-1990
2. Middelwatering
In de zeeën van nieuwbouw die Capelle aan den IJssel kenmerken zijn hier en daar restanten van oudere bebouwing te vinden. Zo ook in Oude Plaats, onderdeel van Middelwatering, waar buitendijks aan de Dorpsstraat meerdere dijkwoningen te vinden zijn, waaronder de twee-onder-één-kapwoningen, in 1909 ontworpen door S. Benard, een plaatselijke timmerman. Ook behouden bleven het hofje van twaalf woningen tussen Julianastraat, Emmastraat en Raadhuisstraat uit 1910 en de woningen uit de jaren tien, twintig en dertig in de Plantsoenstraat, Julianastraat, Emmastraat, Alexanderstraat, Wilhelminastraat, Waterloostraat, Frederik Hendrikstraat en Mauritsstraat.
B
Bij de Oude Plaats kwam in de periode 1941-1944 de eerste sociale woningbouw tot stand aan de Burgemeester Verloopstraat, Mauritsstraat en Weteringstraat, met voor die tijd kenmerkende bouwblokken met rijtjeshuizen met zadeldaken. In de jaren 1947-1948 gevolgd door woningwetwoningen aan de Frederik Hendrikstraat, Burgemeester Verloopstraat en Mauritsstraat. Tussen 1939 en 1949 werkte H. van der Kloot Meijburg aan uitbreidingsplannen, en in 1950 tekende hij het zogenaamde Plan ’t Slot (later plan in onderdelen Dorp genoemd), dat in 1951 in een aantal stappen werd aangepast. Een van de wijzigingen betrof het opschuiven van de bebouwing naar het westen om minder last te hebben van het lawaai van een scheepswerf die zich toen ter plaatse van het huidige Vuykpark bevond.1 In 1953 werd het plan wederom gewijzigd en werd het plein dat het centrum van de uitbreiding moest gaan vormen verkleind en beter ingepast. Het uitbreidingsplan voorzag in een eenvoudige wegenstructuur: een grid met wegen parallel aan en haaks op de rivier en in een centraal plein achter het voormalige slot.2 In de volgende jaren werd aan het uitbreidingsplan-in-onderdelen gewerkt, dat regelmatig werd herzien maar geen grote principiële wijzigingen onderging. Intussen had instituut Stad en Landschap de plaats van Van der Kloot Meijburg ingenomen.
Als architect ontwierp hij nog wel het verzorgingstehuis De Rozenburcht en 80 bejaardenwoningen (1954). De jaren erna kwam de ontwikkeling van Capelle goed op gang. ‘De ontwikkeling van de gemeente’, zo stelde het Instituut Stad en Landschap van Zuid-Holland, ‘gaat zo snel dat een hernieuwde bezinning op de uitbreiding noodzakelijk is’. Bovendien kwam Capelle door haar ligging ‘in het stadium (…), dat zij rekening moet houden met de bovengemeentelijke belangen van de agglomeratie “Waterweg”, waardoor, met grote waarschijnlijkheid, een belangrijk woongebied op het grondgebied zal verrijzen’.3 Het Instituut kwam in 1957 met een plankaart (no. 1381) met drie noord-zuid lopende zones, waarvan twee met bebouwing, westelijk van het raadhuisplein, één zone westelijk van een wetering en het gebied noordelijk van het aan de Hollandsche IJssel gelegen industrieterrein. Naast de al bestaande bebouwing en de geprojecteerde openbare voorzieningen, bood het plan ruimte voor ongeveer 615 eengezinswoningen en 520 woningen in etagebouw. Het plan werd op 6 mei 1957 vastgesteld en kreeg op 21 mei 1958 goedkeuring van Gedeputeerde Staten, maar zou eindelijk maar voor een deel rechtskracht krijgen, namelijk het voor industrie bestemde terrein.
Eind jaren vijftig kregen de ideeën voor het wijkcentrum achter het Slot vastomlijndere vormen: het bestond uit winkels met bovenwoningen aan een plein, het Slotplein, en bevatte onder andere een raadhuis. Het ontwerp van het raadhuis was van samenwerkende architecten Schaling, Van Waalwijk, Van Oosterom en Tussenbroek. De gebouwen kwamen vanaf 1960 van de grond.
Contrei
september 2023
Samenwerkende architecten Schaling, Van Waalwijk, Van Oosterom en Van Tussenbroek, raadhuis, 1965 AA
45
het Verhaal van Capelle 1945-1990
2. Middelwatering
Winkels met bovenwoningen aan het SlotpleinAA
B
2. Middelwatering
Het plan ‘Dorp’ uit 1957 bestrijkt een groter plangebied dan eerdere plannen. Het plan sluit nu aan de oostzijde aan op de historische Kerklaan met haar lange rij individuele bebouwing. Direct ten noorden van het Slot bevindt zich een groot centraal plein met hieraan onder andere winkels en bijzondere bebouwing zoals een kerk. Het nieuwe stadhuis, dat ook in uitbreidingsplan ‘’t Slot’ was opgenomen, werd in het nieuwe plan gekoppeld aan de plantsoenstrook. Die werd doorgezet tot aan de Kerklaan. De tracés van de huidige Rembrandtsingel/P.C. Boutenssingel/Meeuwensingel, Reigerlaan en Slotlaan staan al min of meer op de plankaart. De bestaande noord-zuid lopende wetering (onder andere langs de Weteringstraat) is opgevat als een brede groen-waterstructuur. Behalve halfopen bouwblokken is tevens een open verkaveling met strokenbouw en haken met hoven in het plan opgenomen. Ook is het plan meer orthogonaal van opzet.
Instituut Stad en Landschap, Plan “Dorp”, 1957 (plankaart no. 1381) <GAC 1340/2168>AA Contrei
september 2023
46
het Verhaal van Capelle 1945-1990
B
Het plan Dorp uit 1959, dat was vastgesteld door de raad op 11 mei 1959 kreeg geen goedkeuring van Gedeputeerde Staten wegens te hoge kosten en omdat het niet op economische wijze te verwezenlijken zou zijn. Toch was het dus wel degelijk richtinggevend. Het werd enigszins aangepast opgenomen in plan Middelwatering II dat op 10 juli 1963 werd goedgekeurd door Gedeputeerde Staten. Op dat moment was, omdat het winkelcentrum aan het Slotplein te klein was geworden voor de omvang van de wijk Middelwatering in 1960 in de buurt ervan een nieuw winkelcentrum ontworpen, De Koperwiek, naar ontwerp van Leo de Jonge.
Contrei
september 2023
B2. Middelwatering 2. Middelwatering
Binnen uitbreidingsplan Dorp (Middelwatering) van april 1959 van Stad en Landschap, werd in 1960 aan weerszijden van de Reigerlaan, ten noorden van de Meeuwensingel en de Kievitlaan, tussen Kerklaan en Jacob van Ruysdaelsingel begonnen met de bouw van 747 laagbouw- en galerijwoningen (vier lagen). Om de bouw mogelijk te maken werd een deel van het woningbouwcontingent van Rotterdam overgeheveld naar Capelle. De stedenbouwkundige opzet was van Lotte Stam-Beese, en doet met zijn stempelverkaveling en open stedenbouw denken aan de door haar ontworpen wijk Pendrecht in Rotterdam-Zuid, hoewel het Capelse plan veel kleiner van omvang is. Het bestaat uit drie buurtjes met een hovenverkaveling met middelhoogbouw en laagbouw rondom een klein centrum. De combinatie van parallel aan elkaar gelegen galerijflats met blokjes rijwoningen op de koppen en blokjes rijwoningen rondom groene hoven, vormen telkens een wooneenheid die wordt gerepeteerd (gestempeld). Architect was M. van Dokkum (Dienst Volkshuisvesting Rotterdam). Van industriële bouw was nog geen sprake.
Omdat het winkelcentrum aan het Slotplein niet in de behoefte van de wijk kon voorzien werd in de buurt ervan een nieuw winkelcentrum ontworpen, De Koperwiek, naar ontwerp van Leo de Jonge <GAC 1340/333>
47
het Verhaal van Capelle 1945-1990
B
747 woningen
Architect: M. van Dokkum, Dienst Volkshuisvesting Rotterdam Opdrachtgever: Woningstichting Capelle aan den IJssel Typologie: Laagbouw-, portiek- en middelhoogbouw Ontwerp: 1960 Oplevering: 1961-1963 Buurt: Kievitlaan, Meeuwenbuurt Straat: Meeuwensingel, Pluvierstraat, Kievitlaan, Uiverstraat e.o. 243 laagbouwwoningen en 504 galerijwoningen, middelhoogbouw
2. Middelwatering
Verder werden in de jaren zestig nog twee plannen-in-onderdelen opgesteld die de basis vormden voor de verdere invulling van Middelwatering. Dat waren de plannen Middelwatering I en een plan voor de Oude Kern. Uitbreidingsplan Middelwatering I (plankaart no. 2012A, februari 1962) ontworpen door Stad en Landschap verving het plan uit 1959. Nu ging de Provinciale Commissie van Advies wel akkoord met het plan, onder voorbehoud dat een aanvaardbare exploitatie verkregen zou worden.4 Het deel van de 747 woningen (dat geregeld was in plan Middelwatering II) viel buiten de plangrenzen; dat was al uitgevoerd. Het Instituut Stad en Landschap van Zuid-Holland stak de loftrompet over de ‘zeer gunstige economische en geografische ligging van de gemeente Capelle aan den IJssel ten opzichte van de stad Rotterdam en het Nieuwe Waterweggebied.’5 Het instituut ontwierp de wijk als onderdeel van het grotere geheel van de historisch gegroeide stedenbouwkundige structuur van de steden van het Nieuwe Waterweggebied, die zich als een ‘band’ manifesteert langs de waterwegen. De omvang van het plan was niet gebaseerd op een bevolkingsprognose van de Capelse gemeenschap, maar uit de gehele agglomeratie. De capaciteit van het plan bedroeg 6285 woningen, voor in totaal 22.000 inwoners.
Het plangebied wordt in het zuidwesten begrensd door de toekomstige secundaire waterkering – de latere Algeraweg, in het noorden door de verlengde Maasboulevard (de verlaten spoorbaan en latere Abram van Rijckevorselweg), in het noordoosten door een ontworpen wijkverbindingsweg (de huidige Couwenhoekseweg) en in het zuiden door de Hollandsche IJssel. Vier flatgebouwen van minimaal acht verdiepingen bij de nieuwe, door de Deltawerken noodzakelijk geworden stormvloedkering in de Hollandsche IJssel moesten de bewoners een schitterend uitzicht bieden; ze zouden de westelijke grens van Middelwatering markeren. Tussen de flats en de bestaande bebouwing zou een bungalowwijk kunnen komen – hoewel nog niet in het plan opgenomen. Het Instituut meende ook dat aan vergroting van het wijkwinkelcentrum niet te ontkomen was en dacht dat tenminste tachtig extra winkels nodig zouden zijn, nog afgezien van voorzieningen in de buurtcentra. In feite was deze constatering een opmaat voor de betekenis die De Koperwiek in de toekomst zou gaan krijgen.
Contrei
september 2023
48
het Verhaal van Capelle 1945-1990
Bestond het plan van Stad en Landschap uit 1957 nog overwegend uit halfopen bouwblokken met binnenhoven, in het plan uit 1959 is sprake van vooral open bebouwing. Hierbij werd de zogenaamde wooneenheid als organisatieprincipe toegepast. Die bestond uit een menging van laag- en middelhoogbouw die steeds werd herhaald – gestempeld – met de bedoeling om de verschillende woningtypen gelijkmatig en in de juiste verhouding over de wijk te verspreiden. Dit verkavelingsprincipe werd voor het eerst toegepast door Lotte Stam-Beese in de Rotterdamse wijk Pendrecht. In het plan voor Middelwatering is bij de uitwerking gebruik gemaakt van onder andere strokenverkaveling en een open hovenverkaveling met gemeenschappelijke tuinen en een ontsluiting van woningen via het woonpad. De straat en het halfopen bouwblok zijn als ordenend principe verlaten. Waar mogelijk zijn de gebogen lijnen uit eerdere plannen nu rechtgetrokken in een orthogonale planopzet. Helemaal in het westen van het plangebied zijn nu naast de sportvelden grote flats opgenomen, direct in aansluiting op de Ketensedijk en op de Abram van Rijckevorselweg.
Contrei
september 2023
49
het Verhaal van Capelle 1945-1990
B
2. Middelwatering
Instituut Stad en Landschap van ZuidHolland, Plan Dorp, 1959. Het plan werd op 11 mei 1959 door de raad vastgesteld, maar kreeg geen goedkeuring van Gedeputeerde Staten <GAC 1340/2169>
Op deze plankaart zijn de drie buurtjes met de 747-woningen duidelijk weergegeven. Hiertussen zijn schoolgebouwen in het plangebied opgenomen. Ook goed zichtbaar is de waterplas aan de Zwanensingel. Deze zou later ten behoeve van parkeren voor De Koperwiek worden ingesnoerd.
Plan Middelwatering II. Op 10 juli 1963 werd het plan goedgekeurd door Gedeputeerde Staten <GAC 1340/2186>AA Contrei
september 2023
50
het Verhaal van Capelle 1945-1990
2. Middelwatering
B
Het plan uit 1962 legt de hoofdwegenstructuur van Middelwatering definitief vast. Het plangebied was vergroot ten opzichte van het plan uit 1959. De omvang van winkelcentrum De Koperwiek was nog bescheiden. Tussen de geprojecteerde Couwenhoekseweg, die naar het oosten is opgeschoven en de Kerklaan is ruimte ontstaan voor nieuwe buurten. Ook door het vastleggen van het tracé van de Abram van Rijckevorselweg als hoofdontsluiting, is aan de noordzijde van het plan ruimte ontstaan voor een opnieuw verkaveld gebied langs de weg dat met een groene wig gescheiden werd van de andere delen van het plan. Deze groene wig (op de plek van de huidige Lijstersingel en Duikerlaan) werd later ingevuld met het metrotracé en een groot aantal functies (o.a. scholen en het Stadsplein bij De Koperwiek). De verkavelingsstructuur met open bebouwing is in dit plan verder uitgewerkt. Helemaal in het westen is sprake van een molenwiekverkaveling met hoogbouw, die Lotte StamBeese al in de RoCa-plannen had geïntroduceerd.
Uitbreidingsplan Middelwatering I (plankaart no. 2012A, februari 1962) ontworpen door Stad en Landschap verving het plan uit 1959 <GAC 1340/2184> AA Contrei
september 2023
51
het Verhaal van Capelle 1945-1990
2. Middelwatering
B
naar die binnenhoven. De woningen voor de middenklasse kijken aan de achterzijde uit op de binnenhoven met parkeerplaatsen, terwijl ze aan de voorzijde uitzicht hebben op autovrije groene zones met woonpaden. Als onderdeel van zijn stedenbouwkundige uitwerking werden naar ontwerp van Wissing tussen 1963 en 1965 in totaal 284 eengezinswoningen gebouwd. Architectenbureau Verschoor en Bier bouwde in hetzelfde plan, aan beide kanten van de Rivierweg, 280 eengezins koopwoningen voor de middenklasse.
In Middelwatering springen hoogbouwflats, opgetrokken in industriële bouwwijze, het meest in het oog. Veranderingen in schaal en positionering van hoge gebouwen waren de reden om in 1964 het plan van 1962 herzien. Middelwatering werd grotendeels volgens dit voorstel uitgevoerd. In samenspraak met de architecten werd hoogbouw geclusterd aan de westkant van de wijk, waar deze al eerder geprojecteerd was, en aan de noordkant van de wijk, tussen het Merelhovengebied en reeds eerder gerealiseerde delen van Middelwatering, direct aan het metrotracé.6
W. Wissing, situatie met in zwart de blokken met type C woningen, 1965 <GAC BV 2671>
Contrei
september 2023
52
B
2. Middelwatering
W. Wissing werd gevraagd het noordelijk deel van het uitbreidingsplan van Instituut Stad en Landschap te detailleren. Voor het stedenbouwkundig ontwerp paste hij een principe toe dat hij eerder in de wijk Zijlwatering in Wassenaar introduceerde. Dat was geïnspireerd op het Radburn-principe zoals dat in de Engelse new towns was toegepast. Het voor woningbouw bestemde terrein verkavelde hij in geschakelde herhaalbare eenheden met binnenhoven met parkeerplaatsen. Steekwegen vanaf een interne ringweg (Merelhoven en Merellaan) leiden
het Verhaal van Capelle 1945-1990
B Rijwoningen van Wissing Architect: Bureau voor architectuur en stedebouw ir. W. Wissing Opdrachtgever: Bouwfonds Nederlandse Gemeenten; D. Kok en Co; Bouw-, handel en exploitatiemaatschappij United States Financial Holland N.V., Schiedam Typologie: Rijwoningen Ontwerp: 1963-1965 Oplevering: 1967 Buurt: Merelbuurt Straat: Merellaan, Merelhoven, Fazantstraat 284 eengezinswoningen
Architect: Architectenbureau A. Verschoor - Teun Bier Opdrachtgever: Bouwfonds Nederlandse Gemeenten Typologie: Rijwoningen Ontwerp: 1960 Oplevering: 1965-1967 Buurt: Merelbuurt Straat: Merellaan, Merelhoven, Fazantstraat 280 eengezinswoningen
Merelbuurt met woonpaden en parkeerhoven, 2022 <Contrei>
Contrei
september 2023
53
het Verhaal van Capelle 1945-1990
2. Middelwatering
Rijwoningen van Verschoor-Bier
B
2. Middelwatering
In het plan van 1964 is het metrotracé grotendeels vast komen te liggen. Tevens is een uitbreiding van De Koperwiek ingetekend. Aan de westzijde van het plangebied zijn vier knikflats opgenomen, waarvan uiteindelijk alleen de twee meest westelijke werden gerealiseerd: het Revius- en Valeriusrondeel. Knikflats werden in dezelfde periode geïntroduceerd in het plan voor de Rotterdamse wijk Ommoord, met de bedoeling een groene binnenruimte te maken met speelplekken voor kinderen, zitplekken en wandelpaden. De Slotlaan is in dit plan gekoppeld aan de Schenkelse Dreef. Een noodzakelijkheid omdat begin jaren zestig gestart was met de woningbouwplannen voor Schenkel-West.
Veranderingen in schaal en positionering van hoge gebouwen waren de reden om in 1964 het plan van 1962 herzien <GAC 1340/2185>AA Contrei
september 2023
54
het Verhaal van Capelle 1945-1990
en Valeriusrondeel
Architect: Architectenbureau Klein Opdrachtgever: Woningstichting ‘Capelle aan den IJssel’ Typologie: portiekflats Ontwerp: 1970 Oplevering: 1971 Buurt: Reviusbuurt, Valeriusbuurt Straat: Reviusrondeel, Valeriusrondeel
Aan het Revius- en Valeriusrondeel aan de westelijke rand van Middelwatering is een ensemble van flats gerealiseerd naar het ontwerp van architect Frans Klein (1918-1971). Grenzend aan de drukke verkeerswegen van de Abram van Rijckevorselweg, de Algeraweg (N210) en de Algerabrug, liggen de flats als een geluidswand vóór de wijk Middelwatering. Met hun grote maat en schaal vormen ze een landmark in het verstedelijkte landschap. Door de situering van één korte flat haaks op één geknikte flat, ontstaat twee keer een grote ruimte voor de flats, die is ingevuld als groen parkje met waterpartij. Hier bevinden zich ook de parkeervoorzieningen voor de flats. Bij het Valeriusrondeel bevindt zich er ook een kleine kerk, de Nieuwe Westerkerk. Architect Klein ontwierp de Revius- en Valeriusflats met twaalf woonlagen op een onderbouw van twee lagen met garages op de begane grond; daarboven bergingen. Dit allemaal gerealiseerd in beton, gebruik makend van tunnelbekisting en in een sterk gerationaliseerd en gemechaniseerd bouwproces. Een vergelijkbare aanpak als bij de Hoeken uit 1968, de ERA-flats in Oostgaarde van architect Fledderus. De onderbouw is bij de Rondelen ter hoogte van de knik benut voor een vergaderruimte en een peuterspeelzaal. De flats bestaan uit één- tot zeskamerwoningen in de sociale sector; tegenwoordig ook koopflats. Bijzonder is de ontsluiting.
Hoewel er galerijen gemaakt zijn, functioneren deze niet als ontsluiting, maar alleen als vluchtweg. In de lange wand is sprake van meerdere portieken op de begane grond, ieder voorzien van eigen lift- en trappenhuis. Op iedere verdieping is sprake van een drietal entreedeuren naar de flats, waarvan één een studio-appartement is. Zo is ondanks de grote schaal toch nog sprake van een kleinere maatvoering van leven.
Contrei
september 2023
55
Het Bestemmingsplan Oude Kern van april 1967 (plankaart no. 2014) was voor Capelle Dorp aan de zuidoostkant van Middelwatering, tussen Kievitlaan en de IJssel ter weerszijden van de Kerklaan. In dit gebied bevond zich in de omgeving van de kerk (die als rijksmonument de kern vormt van het plan) vrij veel oude en minder goede bebouwing. Vooral de bebouwing langs de dijk kwam in aanmerking voor sanering. De bebouwing aan de westzijde van de Kerklaan bleef gehandhaafd. In 1968 werd ten oosten van de kerk, de Torenhof gerealiseerd met een aantal galerijwoningen in laagbouw naar ontwerp van Van der Kloot Meijburg.
het Verhaal van Capelle 1945-1990
B
2. Middelwatering
Flats aan het Revius-
Tussen 1965 en 1967 werden naar ontwerp van E.F. Groosman de buurten De Wiekslag en De Hoven (Buizerdhof, Roekstraat, Sperwerhof, Valkenhof en Arendshof) gerealiseerd. Groosman paste hier het bouwsysteem Dura Coignet toe. Verdiepingshoge betonpanelen en vloerplaten gingen compleet van de fabriek naar de bouwplaats, waar ze met de bouwkraan gemonteerd werden en vervolgens afgewerkt. Portieketagewoningen van vier verdiepingen waren het voordeligst. Ondertussen gingen planologen, stedenbouwkundigen uit van het scenario waarin de bevolking inderdaad zou exploderen, zoals de terminologie luidde, en dat vroeg om extra inspanningen om op tijd voldoende woningen gereed te hebben. Opvallend is een saneringsplan uit 1966, dat voorstelde een groot deel van de historische bebouwing rond de Dorpskerk te slopen.7 Verdere schaalvergroting en intensivering van de industriële bouwwijze leek onontkoombaar. In 1970 ontwierp de Groningse architect F. Klein 1044 eenheden in een aantal flats aan het Reviusrondeel en Valeriusrondeel.
B
2. Middelwatering
In het plan voor de Oude Kern uit 1967 werd de gedachte van een waterpartij met plantsoen tussen het gebied rondom de kerk en het te bebouwen gebied zoals voorgesteld in het plan Dorp van 1957 gehandhaafd. De bebouwing ten noorden van de Groenedijk, zou worden gesloopt ten behoeve van een bedrijventerrein. De locatie van de bejaardenwoningen Torenhof is op de plankaart in roze aangegeven.
Het Bestemmingsplan Oude Kern van april 1967 (plankaart no. 2014) was voor Capelle Dorp aan de zuidoostkant van AA Middelwatering, tussen Kievitlaan en de IJssel ter weerszijden van de Kerklaan <GAC 1340/2170> AA
Contrei
september 2023
56
het Verhaal van Capelle 1945-1990
Contrei
september 2023
B Torenhof
Architect: H.v.d. Kloot Meijburg Opdrachtgever: Stichting Nederlandse Centrale voor Bijzondere Huisvestingsvormen Typologie: gestapelde woningen Ontwerp: 1968 Oplevering: 1971 Buurt: Oude kern Straat: Torenhof
Achter de Hervormde Kerk ligt het wooncomplex ‘de Torenhof’. Het wooncomplex ‘de Torenhof’ bestaat uit vijftig gestapelde laagbouw galerijwoningen voor ouderen en alleenstaanden. Architect-stedenbouwkundige Van der Kloot Meijburg ontwierp het plan. De woningen zijn opgedeeld in drie L-vormige woningblokken in een diagonale verkaveling, waartussen groene hoven zijn ontstaan. Door het gebied loopt een rondgaande weg die de woningen ontsluit. De laagbouw is voorzien van kappen, nissen en balkons en overdekte trappenhuizen langs de kopgevels. Het geheel heeft met zijn bescheiden schaal en maat, de locatie naast de vijver en de groene hoven een geborgen en beschutte sfeer gekregen - noties die ook te herkennen zijn bij de plannen van Van der Kloot Meijburg bij de Oude Plaats.
57
2. Middelwatering
In 1976 werd een nieuw bestemmingsplan voor Middelwatering van kracht. Een nieuw plan was onder andere nodig om de eerdere plannen in overeenstemming te brengen met de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Het bestemmingsplan omvat de woonwijk die – behoudens enkele onderdelen – geheel was gerealiseerd. De belangrijkste verandering betrof het centrale park (de groene wig tussen de Fluiterlaan en de Duikerlaan), waaruit de aanvankelijk geplande woonbebouwing verdween. In het plan klinken de veranderde opvattingen over het wonen door. Tegenover de monotonie van de industriële woningbouw stelt het een grote mate van diversiteit voor, waarbij elke woonbuurt een eigen gezicht zou krijgen.8 Het metrotracé was nu definitief vast komen te liggen. Met de keuze voor een groter centraal centrum kwam men terug op het voornemen een groter aantal kleinere centra te bouwen. Voor het centrumgebied van Middelwatering – dat samenviel met dat van Capelle als geheel, werd een masterplan gemaakt dat moest resulteren in de opwaardering tot een echte (stads-)kern. Omdat Capelle volledig op Rotterdam was georiënteerd werd veel belang gehecht aan goede openbaar vervoersverbindingen met de grote havenstad. Een metrolijn moest hiervoor zorgen. Het tracé ervoor werd in 1976 definitief vastgesteld en op 26 mei 1994 werd de lijn geopend. Middelwatering kreeg een halte aan de Slotlaan en in Capelle Centrum.
het Verhaal van Capelle 1945-1990
Het plan 1976 vormde min of meer de consolidatie van gerealiseerde plannen. Het toont Middelwatering als wijk met een patchwork aan projecten in orthogonale open stedenbouw. Opvallend is dat De Koperwiek in deze periode nog was georganiseerd rondom een vijver. Deze zou in een latere fase worden vervangen door een parkeerterrein, gevolgd door een parkeergarage. Contrei
september 2023
58
het Verhaal van Capelle 1945-1990
2. Middelwatering
B
B
Noten 1 GAC, toegang 1340, archief van de gemeente Capelle aan den IJssel, inv.no. 2167. Plan in onderdelen Dorp. 2 GAC, toegang 1340, archief van de gemeente Capelle aan den IJssel, inv.no. 2167. Brief van W.F. Schut aan de Commissie van Advies voor de Uitbreidingsplannen in Zuid-Holland, 25 april 1953. Schetsplan kern ‘t Slot, Capelle aan den IJssel. 3 GAC, toegang 1340, archief van de gemeente Capelle aan den IJssel, inv.no. 2168. Instituut Stad en Landschap van Zuid-Holland, Toelichting behorende bij de herziening 1957 van het uitbreidingsplan in onderdelen ‘Dorp’ in de gemeente Capelle a/d IJssel. 4 GAC, toegang 1340, archief van de gemeente Capelle aan den IJssel, inv.no. 2184. 5 GAC, toegang 1340, archief van de gemeente Capelle aan den IJssel, inv.no. 2184. Toelichting bij Plan Middelwatering I, 1962. Provinciale Commissie van Advies aan Stad en Landschap, 21 augustus 1961. 6 GAC, toegang 1340, archief van de gemeente Capelle aan den IJssel, inv.no. 2185. Instituut Stad en Landschap van Zuid-Holland, Toelichting Plan Middelwatering herziening 1964. Augustus 1964
2. Middelwatering
7 GAC, toegang 1340, archief van de gemeente Capelle aan den IJssel, inv.no. 2170. Bestemmingsplan Oude Kern Capelle: Voorbereiding, Ontwerpplannen, voorbereidingsbesluiten RB 29-6-1967 en RB 10-6-1968, overleg 8 GAC, toegang 1340, archief van de gemeente Capelle aan den IJssel, inv.no. 1340-2172. Toelichting behorende bij het bestemmingsplan ‘Middelwatering’, November 1976.
Contrei
september 2023
59
het Verhaal van Capelle 1945-1990
B
Geselecteerde projecten 5.
1.2.
2. Architect: Architectenbureau A. Verschoor - Teun Bier Opdrachtgever: Bouwfonds Nederlandse Gemeenten Typologie: Rijwoningen Ontwerp: 1960 Oplevering: 1965-1967 Buurt: Merelbuurt Straat: Merellaan, Merelhoven, Fazantstraat
3. Contrei
4. september 2023
60
Architect: M. van Dokkum, Dienst Volkshuisvesting Rotterdam Opdrachtgever: Woningstichting Capelle aan den IJssel Typologie: Laagbouw-, portiek- en middelhoogbouw Ontwerp: 1960 Oplevering: 1961-1963 Buurt: Kievitlaan, Meeuwenbuurt Straat: Meeuwensingel, Pluvierstraat, Kievitlaan, Uiverstraat e.o.
Architect: Bureau voor architectuur en stedebouw ir. W. Wissing Opdrachtgever: Bouwfonds Nederlandse Gemeenten; D. Kok en Co; Bouw-, handel en exploitatiemaatschappij United States Financial Holland N.V., Schiedam Typologie: Rijwoningen Ontwerp: 1963-1965 Oplevering: 1967 Buurt: Merelbuurt Straat: Merellaan, Merelhoven e.o.
het Verhaal van Capelle 1945-1990
2. Middelwatering
Architect: L.N. Krijgsman Opdrachtgever: Volksbelang Typologie: Rijwoningen Ontwerp: 1941 Oplevering: 1945 Buurt: Oude Plaats Straat: Weteringstraat, Burgemeester Verloopstraat, Mauritsstraat
B Architect: H.v.d. Kloot Meijburg Opdrachtgever: Stichting Nederlandse Centrale voor Bijzondere Huisvestingsvormen Typologie: gestapelde woningen Ontwerp: 1968 Oplevering: 1971 Buurt: Oude kern Straat: Torenhof
Architect: Architectenbureau Klein Opdrachtgever: Woningstichting ‘Capelle aan den IJssel’ Typologie: portiekflats Ontwerp: 1970 Oplevering: 1971 Buurt: Reviusbuurt, Valeriusbuurt Straat: Reviusrondeel, Valeriusrondeel
6.
2. Middelwatering
5.
Contrei
september 2023
61
het Verhaal van Capelle 1945-1990
B
747 woningen
In Middelwatering, ter weerszijden van de Reigerlaan, tussen de Meeuwensingel en de Kievitlaan, werden in twee jaar tijd 747 woningen gebouwd. Een groot aantal, zeker voor de gemeente Capelle dat destijds de omvang had van om en nabij elfduizend inwoners. De bouw van 747 woningen vond plaats in het kader van het Structuurschema 1959 van de gemeentebesturen van Rotterdam en Capelle aan den IJssel dat tot stand kwam op basis van ontwerpen van de Rotterdamse stedenbouwkundige Lotte Stam-Beese (1903-1988). Plan was om tussen beide gemeenten een zogenaamde subcity te bouwen. In het kader van die plannen werden ook de uitbreidingen van Capelle in een breder perspectief bezien. In het verlengde daarvan ontwierp Stam-Beese ook de stedenbouwkundige uitleg van het 747-complex. Het werd opgenomen in het bestemmingsplan Plan Dorp en Contrei
september 2023
2. Middelwatering
Architect: M. van Dokkum/ Dienst Volkshuisvesting Rotterdam Opdrachtgever: Woningstichting Capelle aan den IJssel Typologie laagbouw-, portiek- en middelhoogbouwwoningen Ontwerp: 1960 1961-1963 Oplevering: Buurt: Kievitlaan, Meeuwenbuurt Meeuwensingel, Adresgegevens: Pluvierstraat, Uiverstraat, Kievitlaan e.o
De middelhoogbouw aan de Kievitlaan, 2022 <Contrei> 62
het Verhaal van Capelle 1945-1990
Contrei
september 2023
B
Situatie, 1960 <GAC BV 643>
Eengezinswoningen aan de Kievitlaan, gezien vanaf de Kerklaan, 1968 <Beeldbank HVC 4026> 63
het Verhaal van Capelle 1945-1990
2. Middelwatering
uiteindelijk Middelwatering II. Beide bestemmingsplannen werden - in opdracht van de gemeente Capelle - gemaakt door het Instituut Stad en Landschap. Mense van Dokkum (19161981), architect bij de Dienst Volkshuisvesting Rotterdam, ontwierp de 243 eengezinswoningen en de 504 middelhoge galerijwoningen. De grote uitdaging voor stedenbouwkundigen en architecten destijds was het realiseren van grootschalige uitbreidingsplannen. Om te kunnen voorzien in de grote vraag aan woningen ten tijde van de Wederopbouw, werd de woningbouw gestandaardiseerd. De dominante stedenbouwkundige opvatting was een moderne, open stedenbouwkundige verkaveling waarbij de woningen in orthogonale opzet en gericht op de zon werden geplaatst. In dit plan zijn deze opvattingen ook terug te zien. Stedenbouwkundige Lotte Stam-Beese - opgeleid aan het Bauhaus in Dessau - was als lid van de Rotterdamse groep Opbouw en de CIAM (Congres Internationale d’Architecture Moderne), nauw betrokken bij discussies over de toekomst van de stad. Tijdens de wederopbouwperiode vonden binnen Opbouw en binnen de dienst Stadsontwikkeling Rotterdam waar Stam-Beese vanaf 1946 werkte, discussies plaats over de organisatie van de woonwijk. Dit in het verlengde van een rapport dat in 1946 gepresenteerd werd door de commissie Bos, ‘De Stad der toekomst, de toekomst der stad’.
Deze commissie propageerde een stedenbouwkundig organisatieprincipe volgens welke de stad geleed wordt in buurt, wijk, stadsdeel en stadsgeheel. Een geleding die men noodzakelijk vond om stadsbewoners een begrijpelijke omgeving te verschaffen waarmee ze zich ook sociaal konden identificeren. Dit streven naar gemeenschapsbesef, wat op ‘buurtniveau’ zou moeten resulteren in het samenwonen van verschillende bewoners (jongeren, gezinnen, ouderen), en waaraan de sociale werking van de (buiten)ruimte, en de ‘sfeerervaring’ van de
B
woningen zou moeten bijdragen, werd daarmee een onderwerp van studie. In 1948 ontwikkelde Stam-Beese samen met Jaap Bakema, Hans Hovens Greve en Romke de Vries de ‘wooneenheid’ als basiselement voor de woonwijk: een ‘woonbuurt’ bestaande uit een ensemble van strokenbebouwing gegroepeerd rondom een gezamenlijk binnenterrein. Dit gemeenschappelijk binnenterrein werd door Stam-Beese met beplanting, zitbankjes als inrichting nadrukkelijk gezien als sociaal en ruimtelijk bindmiddel. Binnen de wooneenheid zouden verschillende woonvormen worden gecombineerd, door verschillende woningtypen in laagbouw, middelhoog- en eventueel ook hoogbouw toe te passen. De eerste wooneenheid werd gerealiseerd in de wijk Pendrecht in 1949 in Rotterdam, waar deze lijnsymmetrisch ‘gestempeld’ gerepeteerd werd rondom een zogenaamde woonstraat, een straat die feitelijk alleen benut werd voor de lokale ontsluiting. Het 747-plan bouwt hierop voort. De hoofdprincipes zijn al op een plankaart uit 1957 afleesbaar: een gestempelde orthogonale structuur, de menging van woningtypen, een ontsluiting van woningen via woonpaden, de toepassing van een rijenverkaveling met gemeenschappelijke tuinen bij middelhoogbouwflats en een open hofverkaveling bij meerdere laagbouwwoningen. Met uitzondering van het laatste punt bouwde Stam-Beese voort op de uitgangspunten van Pendrecht.
Interessant is dat de woonstraat in het definitieve plan minder nadrukkelijk werd en er een grotere nadruk op ontsluiting via woonpaden ligt, in combinatie met nu parkeereilanden, en dat de open hofverkaveling bij de eengezinswoningen uit 1957 transformeerde naar een molenwiekachtige verkaveling waarbij de woningen vanaf de buitenzijde van de hof ontsloten werden. Een deel van deze woningen wordt ontsloten vanaf een woonpad dat – verbreed – speelmogelijkheid voor kinderen biedt. Stam-Beese hechtte veel belang aan gemeenContrei
september 2023
Plattegrond 1e t/m 3e verdieping type G1 (middelhoogbouw), 1960 <GAC BA 644> 64
het Verhaal van Capelle 1945-1990
2. Middelwatering
Gevels type G1 (middelhoogbouw), 1960 <GAC BA 644>
Contrei
september 2023
B
Voorgevel type EB3 (laagbouw), 1960 <GAC BA 643>
2. Middelwatering
schappelijke tuinen, omdat ‘de grond ons allen toebehoort’. Het gemeenschappelijk gebruik van tuinen, parken en speelplaatsen is een terugkerend element in haar artikelen en voordrachten en ook te herkennen in de stedenbouwkundige eenheden die zij voor de 747 woningen ontwierp. Aan weerszijden van de Rivierweg zijn nu drie stedenbouwkundige ensembles/wooneenheden te herkennen. De basiseenheid - twee keer voorkomend – bestaat uit een drietal laagbouw-molenwieken waar geparkeerd wordt aan de straat, met zuidelijk daarvan steeds driemaal een open hofverkaveling met laagbouwblokjes van vijfkamerwoningen met plat dak en middelhoogbouw-galerijflats. Parkeren vindt hier plaats op een parkeereiland. Eenmalig is alleen sprake van de open hofverkaveling; de molenwieken zijn daar weggelaten. Mense van Dokkum ontwierp de architectuur van de 747 woningen. Het betrof hier ‘keuzeplanwoningen’. Van Dokkum ontwierp vele ‘keuzeplanwoningen’ samen met de Dienst Volkshuisvesting Rotterdam. De keuzeplannen waren het resultaat van de wens de woningbouw verder te standaardiseren en op te stuwen, In 1960 ontstond in de kring van de Stichting Studiegroep Efficiënte Woningbouw het idee van ‘keuzeplanwoningen’. Dit waren woningontwerpen die voldeden aan de gewenste woonkwaliteit.
De ontwerpen waren goedgekeurd door een centrale commissie van deskundigen, waarna initiatiefnemers uit de bundels een keuze konden maken en direct daarna konden beschikken over uitgewerkte bestekken en bestektekeningen. Dit maakte het mogelijk om de besluitvorming met betrekking tot de voorbereiding van woningbouwprojecten te vereenvoudigen en te versnellen. De keuzeplannen werden bovendien onderzocht en geëvalueerd, waarna de commissie in voortgangsrapporten de keuzeplannen aanscherpte of afvoerde. Voor architecten was het interessant om
Plattegrond begane grond EB3, 1960 <GAC BA 643> 65
het Verhaal van Capelle 1945-1990
B
De woningen bevatten een keuken, woonkamer en drie slaapkamers. De eengezinswoningen bestaat uit twee lagen en een plat dak, en zijn grotendeels opgetrokken uit dezelfde lichte baksteen.
BRONNEN GAC: BA 643; BA 644; BV 2155. Hélène Damen, Gerard Anderiesen, D’Laine Camp, Lotte Stam-Beese: 1903-1988. Dessau, Brno, Charkow, Moskou, Amsterdam, Rotterdam. Rotterdam: De Hef (1993). Hanneke Oosterhof, ‘Want de grond behoort ons allen toe’. Leven en werk van stedenbouwkundig architecte Lotte Stam-Beese. Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2018. Noud de Vreeze, Woningbouw, inspiratie & ambities: kwalitatieve grondslagen van de sociale woningbouw in Nederland. Almere: Nationale Woningraad (1993). ‘Rotterdamse woningen in Capelle ad IJssel’, Bouw 15 (1960) 41, 1235. 747-woningen, 2022 <Contrei>
Contrei
september 2023
66
het Verhaal van Capelle 1945-1990
2. Middelwatering
met hun woningontwerp toegelaten te worden tot ‘keuzeplan’, omdat er doorgaans veel van deze plannen werden gebouwd. Een lucratieve onderneming, waaraan Van Dokkum ook deelnam. Met 8 ontwerpen stond hij in de catalogi van de keuzeplannen (plannen no. 162; no. 166; E 6167; E 8162b; E 8162a+b; G 6166; G 6166a; G 40.002; E 45.011). Daarmee is Van Dokkum een van de veel voorkomende architecten van keuzeplanwoningen, samen met W. Wissing, E.F. Groosman en J. Martini. De keuzeplanwoningen hebben gemeen dat het ontwerp berust op het principe van de herhaling van identieke woningen binnen één bouwblok. Afwijkingen bij de beëindiging van bouwblokken, ornamenten en accenten in de gevelwand werden gemeden. Dat zou een efficiënte uitvoering van de bouwproductie in de weg zitten. Noud de Vreeze stelt in zijn studie ‘Woningbouw, inspiratie en ambities’ dat deze manier van ontwerpen en bouwen ten grondslag ligt aan de keuzeplanwoningen, maar algemeen dominant werd in de jaren zestig – ook bij plannen die buiten de strakke procedure om werden ontwikkeld. De verschijningsvorm van de 747 woningen sluit naadloos aan op het principe van de standaardisering in de woningbouw. Hoewel er nog op een traditionele manier is gebouwd, zijn de grote bouwonderdelen als puien, kozijnen en deuren allemaal geprefabriceerde en gestandaardiseerde onderdelen.
Al in de eerste publicatie keuzeplannen is het ontwerp voor 504 galerijwoningen uit het plan van 747 woningen te Capelle aan den IJssel gepresenteerd als plan no. 166. De galerijwoningen bestaan uit drie woonlagen op een onderbouw, dat voor een deel bestaat uit bergingen en voor een deel uit woningen. De plat afgedekte woningblokken zijn met de galerijzijde georiënteerd op het noordoosten, de balkonzijde op het zuidwesten.
B
Rijwoningen van Wissing Architect: Bureau voor architectuur en stedebouw ir. W. Wissing Opdrachtgever: NV Bouwfonds Ned. Gemeenten; D. Kok en Co; Bouw-, handel en exploitatiemaatschappij United States Financial Holland N.V., Schiedam Typologie rijwoningen Ontwerp: 1963-1965 Oplevering: 1967 Buurt: Merelbuurt Merellaan, Merelhoven, Adresgegevens: Fazantstraat
Willem Wissing begon in 1939 aan zijn studie Technologie aan de Technische Hogeschool in Delft, waar hij na een jaar overstapte op de richting Bouwkunde. Na een onderbreking van zijn studie door de Tweede Wereldoorlog, Contrei
september 2023
2. Middelwatering
Aan de noordrand van de ‘Uitbreiding Middelwatering’ ontwierp Willem Wissing (1920-2008) een afgeronde woonbuurt. Hij werkte het aanvankelijke Uitbreidingsplan Middelwatering I van het Instituut Stad en Landschap uit, en realiseerde er in 1963 ontwerpen voor twee typen rijwoningen. De eerste tranche woningen betrof de bouw van 136 eengezinswoningen (type A1) in opdracht van het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten. Later werden er nog eens 108 eengezinswoningen (type C1) gebouwd in opdracht van D. Kok en Co. Naast de stedenbouw en de woningen naar de hand van Wissing bestond de buurt uit nog 284 eengezins-rijwoningen van het architectenbureau Verschoor en Bier.
Voorgevels, 2022 <Funda> 67
het Verhaal van Capelle 1945-1990
Het centrale thema waar stedenbouwkundigen en architecten in die periode mee van doen hadden, was de standaardisatie van de woningbouw en de moderne opvatting over woonomgevingen die uitging van open stedenbouwkundige verkavelingen. Wissing paste in zijn stedenbouwkundige plannen uit die periode meermaals een ‘woonpadenverkaveling’ toe, waarmee hij vertrouwd was geraakt tijdens zijn Contrei
september 2023
B
Situatie met in zwart de blokken met type C woningen, 1965 <GAC BV 2671>
2. Middelwatering
behaalde hij zijn ingenieursdiploma. Wissings belangstelling ging uit naar de volkshuisvesting en stedenbouwkundige plannen en mede daarom ging hij in de laatste fase van zijn studie werken op het Rotterdamse bureau van Willem van Tijen en Huib Maaskant waar hij – onder invloed van Van Tijen – zich o.a. toelegde op het stedenbouwkundig werk, een tijdlang partner was en waar hij o.a. aan plannen voor de Rotterdamse Zuidwijk en Vlaardingen (Indische buurt en Babberspolder) werkte. Wissing was betrokken bij de Rotterdamse groep Opbouw en de CIAM, en raakte gaandeweg betrokken bij Team X, dat zich richtte op een humanere interpretatie van het Modernisme. In de stedenbouwkundige plannen en de architectuur van Wissing, die in 1955 een eigen bureau had opgericht, ‘Bureau Wissing, architectuur en stedebouw’, is deze verschuiving op te merken. Betroffen de eerste ontwerpen uit het oeuvre van Wissing nog de moderne uitbreidingsplannen voor Pendrecht en het Alexanderpolderplan III; in latere stedenbouwkundige plannen is een andere opzet te zien die is gebaseerd op vlekkenplannen en een meer organische benadering van stedenbouw, zoals het stedenbouwkundig plan voor Leerdam (1970-1971), bestaande uit zes stervormige woonclusters en een wijkcentrum.
Zijn ontwerp voor de Merelbuurt/Merelhoven in Capelle aan den IJssel komt uit de periode 1963-1965 en bevindt zich daarmee in een overgangsperiode.
Gevels, doorsnede en plattegronden type C1 woningen, 1965 <GAC BV 2671> 68
het Verhaal van Capelle 1945-1990
Contrei
september 2023
B
Exterieur en interieur van de woningen <De Architect 1 (1970) 3, p. 181>
69
2. Middelwatering
werk voor Van Tijen. In de plannen voor Alphen a.d. Rijn (1952-1958) en Barendrecht Noord (buurt I t/m IV) kwam dit ontwerpthema al in zijn stedenbouwkundig werk aan de orde. De toepassing van voetgangerspaden, vrij van verkeer was in de vorm van een stedelijk achterpad al geïntroduceerd in het plan voor Radburn, New Jersey (1929, VS), maar vond als hoofdontsluiting voor woningen zijn vertaling in de modernistische plannen uit het Interbellum, en brak door als wijder geaccepteerde oplossing tijdens de wederopbouw. Woningen werden hiermee autovrij ontsloten, en kinderen konden veilig voor de woning spelen. Het principe van de woonpadenstedenbouw paste Wissing al eerder toe in Alphen aan den Rijn (1952-1958) en Barendrecht Noord (buurt I t/m IV, 1955-1962), maar ontwikkelde hij verder in de wijk Zijlwatering in Wassenaar (19631968). Hier draaide hij het systeem om, waarbij de woning met de voorgevel grenst aan het woonpad, en de tuinzijde van de woning aan een achterhof met achterpaden (hier een smal trottoir) én autoparkeerplaatsen voor omwonenden. De representatieve zijde lag daarbij aan het woonpad, de minder representatieve aan de zijde van de autohof. De omkering met parkeren aan de achterzijde was geen uitvinding van Wissing, maar had hij afgekeken van de Engelse new town Stevenage (o.a. Mildmay Road e.o.).
De toepassing van woonpaden in combinatie met alternatieve parkeeroplossingen zouden Wissing’s werk – naast een steeds vrijere geometrie - nog lange tijd kenmerken, zoals de wijken Doelakkers, Hilvarenbeek (1964), Puttershoek (Polaris, 1969) en de wijk Buitenoord, Barendrecht (1970-1974) laten zien. Uitgangspunten die doorliepen tot het ontwerp voor de new town Houten (1971-1985) en het in Schollevaar gerealiseerde project Bonnefanten (1972-1982).
het Verhaal van Capelle 1945-1990
Ten noordoosten van de Rivierweg is een variatie op dit verkavelingstype toegepast. Hier zijn meer korte woningblokken toegepast en meer Contrei
september 2023
B
tussenstegen en richting de binnenhoven. De binnenhoven zijn hier groter dan aan de westzijde van de Rivierweg. Wissing ontwikkelde in het begin van de jaren vijftig enkele standaardwoningen, variërend van eengezinswoningen tot etagewoningen. Centraal daarbij was de functionaliteit van de woningplattegrond. Woningtype A was het eenvoudigste type gezinswoning, waarop hij nog een aantal varianten ontwierp. Type C was een royalere eengezinswoning. Twee van zijn standaard woningtypen werden later ook opgenomen als Keuzeplanwoning (E6100 en E45.002). Dit waren plannen die door de Commissie Keuzeplannen waren goedgekeurd op hun kwaliteit waardoor gemeenten gemakkelijker – en met extra subsidie konden bouwen, en de woningproductie verder opgeschroefd kon worden. Aan de Merellaan, Merelhoven en Fazantstraat werden de standaardtypen A1 en C1 gebouwd. De belangrijkste kenmerken van deze woningen zijn de horizontaliteit in het gevelbeeld, het onderscheid tussen de open woonlaag (‘doorzonwoning’) en de gesloten slaaplaag, en het functioneel gebruik van twee soorten baksteen om dit onderscheid te benadrukken. De voorgevels aan de woonpaden voorzag Wissing van een entree in een aparte uitbouw, met een opvallende luifel. Dit vormde een nieuw schaalelement tussen de woningen, de woonpaden en de groene zones.
De woningen zijn in de loop der jaren aangepast in hun oorspronkelijke ontwerp en gevelbeeld, met als gevolg een bonte verzameling van persoonlijke ingrepen. Dakkapellen zijn geplaatst, ramen en kozijnen zijn vervangen of overgeschilderd, evenals de boeiboorden en puivullingen. Ook uitpandige entrees zijn in materiaal aangepast of uitgebouwd. Het geheel levert een inmiddels vrij inconsistent gevelbeeld op. 70
Exterieur voorgevel, 2022 <Funda>
Exterieur achtergevel, 2022 <Funda>
BRONNEN GAC: BV 2671; BV 2637. ‘Woningen te Capelle aan den IJssel. Architect W. Wissing’, Bouw 22 (1967) 49, 1810-1813. ‘Eengezinswoningen met L-vormige woonkamer te Capelle ad IJssel’, De Architect 1 (1970) 3, 175- 183. Evelien van Es. (2011). Willem Wissing. 19202008. Houten: BONAS. het Verhaal van Capelle 1945-1990
2. Middelwatering
De woonpadenontsluiting en parkeerhoven heeft Wissing – evenals bij Zijlwatering, Wassenaar uit dezelfde periode - ook toegepast in de Merelbuurt in Middelwatering, aan beide zijden van de Rivierweg. Hier werkte hij eerst het ‘Uitbreidingsplan Middelwatering I’ uit van het Instituut Stad en Landschap. Waar in het ontwerp van Stad en Landschap nog was gekozen voor hoogbouw langs de noordrand en één rechte buurtontsluitingsroute, koos Wissing ervoor om enkel laagbouw met een interne, deels niet-lineaire ringweg toe te passen. Vanaf deze interne route worden repeterend eengezinswoningen in een open min of meer vierkante hofverkaveling ontsloten door steekwegen die naar de binnenhoven met parkeerplaatsen leiden. Wissing ontwierp hier de woningen niet alleen. De architecten Verschoor en Bier ontwierpen hier ook woningen. De woningblokken van Wissing bevinden zich telkens aan de noord- en oostkant ten opzichte van het binnenhof, en de woningblokken van Verschoor en Bier aan de zuid- en westkant. Om iedere woning en achtertuin gunstig op de zon te oriënteren, is ervoor gekozen om voor de zuidelijk en westelijk gelegen woningblokken de tuin aan het woonpad te laten grenzen.
Voor de woningen van Verschoor en Bier geldt daarmee niet dat de ‘representatieve’ voorgevel aan het rustige woonpad is gelegen, maar de woningen worden ontsloten vanaf de parkeerhof en zijn zelf voorzien van een aangebouwde garage. De woningen van Wissing hebben geen garage, zijn ontsloten vanaf de woonpaden en garanderen privacy in de tuin middels een enigszins afgesloten rij bergingen. Het geheel oogt als een hybride overgang naar de woonerven die in latere periode in eengezinswoningbuurten meer usance werd.
B
Rijwoningen van Verschoor en Bier Architect: Architectenbureau A. Verschoor - Teun Bier Opdrachtgever: Bouwfonds Nederlandse Gemeenten Typologie rijwoningen Ontwerp: 1960 Oplevering: 1965-1967 Buurt: Merelbuurt Merellaan, Merelhoven Adresgegevens:
2. Middelwatering
Als onderdeel van de ‘Uitbreiding Middelwatering I’ werden aan de Merellaan, Merelhoven en Fazantlaan 280 eengezinswoningen gerealiseerd. De woningen zijn ontworpen door het architectenbureau A. Verschoor - Teun Bier in 1965 en vormen samen met nog 284 woningen van Willem Wissing een afgeronde woonbuurt aan de noordrand van Middelwatering. In tegenstelling tot het bestemmingsplan uit 1962, is er niet gekozen voor meergezinswoningen maar zijn enkel eengezinswoningen gerealiseerd. De rijwoningen van Verschoor en Bier werden uitgevoerd als vrije sector koopwoningen in opdracht van het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten, als gevolg van de sterk gestegen grondprijzen. Het waren woningen die met een relatieve overmaat werden ontworpen, met een ‘speelhal’, patio en ‘speelzolder’. Uiteindelijk was de afzet van de woningen moeizaam, en is een deel van deze ‘huizen met de zolders’ als huurwoning aangewezen. Voorgevels, 2022 <Funda> Contrei
september 2023
71
het Verhaal van Capelle 1945-1990
De woningen in Middelwatering zijn in twee etappes gebouwd aan beide zijden van de Rivierweg. De verkaveling berust op het stedenbouwkundig plan van Willem Wissing. Wissing ontwierp een aantal woningblokken in een open verkaveling met parkeerhoven en woonpadenontsluiting in een patroon dat in het bestemmingsplan van 1959 van Instituut Stad en Landschap al geïntroduceerd werd. De woningen van Verschoor en Bier voegen zich in in deze hovenverkaveling, waarbij de woningen telkens de zuidoostelijke en zuidwestelijke woningrijen binnen het hof betreffen. Ten zuidwesten van de Rivierweg is sprake van kleinere hoven dan ten noordoosten ervan. Het centrale uitgangspunt van de architecten was om woningen te ontwerpen waarvan de tuinzijde op de zon is gericht en waarbij de auto op eigen terrein kon worden weggezet, en wel zo dicht mogelijk bij de voordeur. Dat de parkeermogelijkheden voor de auto een belangrijke rol speelde, blijkt ook uit de hovenverkaveling waar in het midden ruimte was gereserveerd voor parkeren. Met drie auto’s per woning, is de parkeernorm voor deze woningen uitzonderlijk hoog. Naast parkeren werden op het binnenhof speel- en
De korte woningblokken bestaan uit 6 of 8 geschakelde woningen van twee woonlagen en een zolder onder één doorlopend schuin pannendak. Aan de voorgevel ligt de garage voor een deel buiten de woning en vormt een scheiding met de naastliggende woning. De gevels zijn sober ontworpen met eenvoudige houten kozijnen. De woningscheidende wanden steken per woning iets uit, wat uitdrukking geeft aan de individuele woningen. Zowel langs het dak van de garage, over de begane grond als onder de dakgoot lopen brede witte
Exterieur van de woningen <De Architect 1 (1970) 4, 233-240>
Situatie, 1964 <GAC BV 2637> Contrei
september 2023
72
het Verhaal van Capelle 1945-1990
2. Middelwatering
De architecten Adrianus Verschoor (19031966) en Teunis Bier (1922-1985) hielden zich onder meer bezig met onderzoek naar efficientieprocessen in de woningbouw. Ze ontwierpen een rationeel woningbouwplan te Delft, waar arbeidsbesparing het hoofddoel was. De woningen die Verschoor en Bier in Middelwatering ontwierpen zijn echter ‘nog gewoon’ ontworpen gebruik makend van een constructie van traditioneel metselwerk. Naast woningbouw betrof het oeuvre van Verschoor en Bier onder andere een kerk, bejaardencentra, bankgebouwen en scholen, waarvan meerdere plannen in Boskoop en Den Haag zijn gerealiseerd.
B
groenvoorzieningen gerealiseerd. De voorerven van de woningen zijn gericht op het parkeerhof en dragen een min of meer besloten karakter, doordat de parkeerboxen c.q. bergingen vooruitgeschoven ten opzichte van de voorgevel zijn gesitueerd. Een opengewerkt muurtje met patioblokken beschut de zich daarnaast bevindende patio-achtige ruimte voor het huis. De achterzijde van de woningen is georiënteerd op de zon en heeft in het oorspronkelijke ontwerp een meer open karakter. De tuinen grenzen aan woonpaden met en plantstrook of aan een trottoir en een rijweg.
B
boeiboorden. De kopgevels zijn ontworpen met direct onder de nok een karakteristiek vijfhoekig raam. De achtergevels hebben een korte gemetselde scheidingsmuur met een pergola, die de achtertuinen van elkaar scheidt. Het oorspronkelijke kleurschema van het schilderwerk was in vaalblauwe en grijze kleuren uitgevoerd. Bijzonder zijn de vorm en de ligging van de garage en het woonvertrek. De garage is gedeeltelijk in de woning ondergebracht, maar steekt voor een groot deel ter plaatse van de voorgevel. Het woonvertrek is over de volle breedte aan de tuingevel gelegen en vormt een aparte ruimte. Het is daarmee géén doorzonwoning, een woningtype dat in deze periode gebruikelijker was. Een smalle keuken aan de voorzijde van de woning kijkt uit op de patio, die door middel van een opengewerkte muur een beschutte ruimte vormt voor spelende kinderen. Naast de vier slaapkamers op de bovenste verdieping is de woning met betrekkelijke overmaat ontworpen, met een open (speel)zolderverdieping.
Woningen aan de Merellaan gezien vanaf de Lijstersingel, 1969 <Beeldbank HVC 1225>
BRONNEN GAC: BV 3075. A. Eekhout, ‘B.N.G. in Capelle -Middelwatering’, Bouw 21 (1966) 17, 624-628. ‘Rijenwoningen met grotendeels uitgebouwde garage’, De Architect 1 (1970) 4, 233-240. Website HNI Contrei
september 2023
2. Middelwatering
De woningen zijn in de loop der jaren door de bewoners naar hartenlust aangepast en uitgebreid. De woningen hebben veelal niet meer de oorspronkelijke opengewerkte muur van patiostenen bij de voorzijde van de woning.
Gevels, plattegronden en doorsneden, 1964 <GAC BV 2637> 73
het Verhaal van Capelle 1945-1990